Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
verspreid 1
verstaan 10
verstaat 1
verstand 104
verstandelijk 1
verstandelijke 3
verstandig 1
Frequency    [«  »]
108 uit
107 kennis
105 dit
104 verstand
104 wordt
103 vgl
101 ik
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

verstand

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,3 | een eigenschap die zijn verstand is aangeboren, naar de betekenis 2 I, 1,7 | voltooiing, waartoe zijn verstand kan komen. ~ 3 I, 1,8 | natuurlijke vermogens van het verstand. Deze situatie had het Concilie 4 I, 1,8 | kennis van het menselijke verstand dat krachtens zijn natuur 5 I, 1,9 | kennen door het natuurlijke verstand, in de andere door het goddelijk 6 I, 1,9 | dingen die het natuurlijke verstand kan bereiken, geheimen voorgelegd 7 I, 1,9 | gebied van het natuurlijke verstand, terwijl het geloof, door 8 I, 2 | Het verstand vóór het mysterie~ 9 I, 2,13 | communicatie. Ze zet het verstand ertoe aan, zich voor haar 10 I, 2,13 | aanwezige tekens komen het verstand, dat het geheim tracht te 11 I, 2,13 | geven enerzijds aan het verstand groter gewicht, omdat zij 12 I, 2,13 | het mogelijk maken dat het verstand met de middelen die het 13 I, 2,13 | zijn de tekens voor het verstand een aansporing om verder 14 I, 2,13(15) | geloofsgehoorzaamheid de inzet van het verstand en de wil vraagt: “Aangezien 15 I, 2,13(15) | volle gehoorzaamheid van het verstand en van de wil te betonen.” ( 16 I, 2,14 | mysterie van God, dat het verstand niet volledig kan doorgronden, 17 I, 2,14 | waarheid, die het menselijk verstand ertoe uitdaagt, nooit te 18 I, 2,15 | hoogtepunt van een door het verstand ontwikkeld denken. Ze verschijnt 19 II, 1,16 | met de middelen van het verstand beschouwd, ontleed en beoordeeld 20 II, 1,16 | om de autonomie van het verstand teniet te doen of zijn speelruimte 21 II, 1,16 | mens met het licht van het verstand zijn weg kan kennen, maar 22 II, 1,16 | het raam van het geloof. Verstand en geloof laten zich daarom 23 II, 1,17 | concurrentiestrijd tussen verstand en geloof.: het een bevat 24 II, 1,17 | de mens is het, met zijn verstand te zoeken naar de waarheid, 25 II, 1,18 | zijn reflecties voor het verstand de weg naar het mysterie 26 II, 1,18 | van alles wat het met het verstand tevergeefs trachtte te bereiken. 27 II, 1,18 | uitverkoren volk begrepen dat het verstand enkele grondregels in acht 28 II, 1,18 | op de “vreze Gods”: het verstand moet Gods soevereine transcendentie 29 II, 1,18 | dingen. Dat belet hem, zijn verstand te ordenen (vgl. Spr 1,7) 30 II, 1,19 | de middelen die aan zijn verstand eigen zijn, dan kan hij 31 II, 1,19 | Wanneer de mens met zijn verstand God, de Schepper van alles, 32 II, 1,20 | In dit licht wordt het verstand gewaardeerd, maar niet overgewaardeerd. 33 II, 1,20 | woord: de mens komt door het verstand tot de waarheid, omdat hij 34 II, 2,21 | een ware kennis die zijn verstand liet binnengaan in het rijk 35 II, 2,21 | confrontatie met de grenzen van het verstand kost. Dat blijkt bijvoorbeeld 36 II, 2,22 | schepselen geeft Hij het verstand de intuïtie van zijnmacht’ 37 II, 2,22 | Rom 1,20). Het menselijk verstand krijgt dus het vermogen 38 II, 2,22 | vrouw mee en brachten het verstand wonden toe, die van dan 39 II, 2,22 | staat helder te zien: het verstand werd steeds meer de gevangene 40 II, 2,22 | heilsgebeurtenis, die het verstand uit zijn zwakheid verloste 41 II, 2,23 | waarop iedere poging van het verstand stukloopt om met puur menselijke 42 II, 2,23 | heilsplan uitgekozen, wat het verstand beschouwt alsdwaasheid’ 43 II, 2,23 | Wat een uitdaging voor ons verstand, en wat een voordeel haalt 44 II, 2,23 | duidelijk de grens tussen verstand en geloof, maar ook wordt 45 III, 1,24 | blijk van zijn creatieve verstand zijn geworden tot kanalen 46 III, 2,28 | aangeboren beperktheid van het verstand en de onbestendigheid van 47 III, 2,30 | speculatieve kracht van zijn verstand. Tenslotte zijn er de religieuze 48 III, 2,33 | niet vergeten dat ook het verstand bij zijn zoeken is aangewezen 49 III, 2,33(28)| bestaan bevestigd, want het verstand en de wil van de mens worden 50 III, 2,34 | postulaat van het menselijk verstand, dat wordt uitgedrukt in 51 III, 2,34 | Dat wat het menselijk verstand zoekt, “zonder het te kennen” ( 52 IV, 1,36 | wijsbegeerte de samenhang tussen verstand en religie zichtbaar te 53 IV, 1,41 | uitwendige boeien bevrijde verstand uit de doodlopende straat 54 IV, 1,41 | Een gelouterd en oprecht verstand kon zich dus verheffen tot 55 IV, 1,41 | het absolute openstaande verstand en plantten daarin de rijkdom 56 IV, 1,41 | schepsel en zijn Schepper. Het verstand kon, doordat het uitging 57 IV, 1,42 | het filosofisch geschoolde verstand nog gewichtiger. Voor de 58 IV, 1,42 | met het zoeken dat aan het verstand eigen is. Dit is er namelijk 59 IV, 1,42 | naar waarheid drijft het verstand er dus toe om steeds verder 60 IV, 1,42 | dit punt echter kan het verstand ontdekken, waar de voltooiing 61 IV, 1,42 | object met de hulp van het verstand begrepen wordt; het verstand 62 IV, 1,42 | verstand begrepen wordt; het verstand erkent op het hoogtepunt 63 IV, 1,42 | zijn zoektocht dat, wat het verstand aanbiedt, als noodzakelijk. ~ 64 IV, 2,43 | geplaatst. Het licht van het verstand en het licht van het geloof 65 IV, 2,43 | geloof vreest derhalve het verstand niet, maar zoekt het en 66 IV, 2,43 | voltooit het geloof het verstand. Verlicht door het geloof 67 IV, 2,43 | soort “denkoefening”; het verstand wordt niet afgeschaft noch 68 IV, 2,44 | die tot de deugden van het verstand hoort. Deze laatste verwerft 69 IV, 2,44 | op het vermogen van het verstand om binnen de aangeboren 70 IV, 3,45 | groeiende argwaan jegens het verstand. Sommigen begonnen zich 71 IV, 3,45 | mogelijke betrekkingen met het verstand in diskrediet te brengen. 72 IV, 3,47 | echte waardigheid van het verstand, dat niet langer is toegerust, 73 IV, 3,48 | verarmd en verzwakt. Toen het verstand zonder de bijdrage van de 74 IV, 3,48 | Het geloof waaraan het verstand ontbreekt, heeft de nadruk 75 IV, 3,48 | In dezelfde mate zal een verstand dat geen rijp geloof voor 76 V, 1,49 | streeft met een door het verstand geleid proces. Een wijsbegeerte 77 V, 1,49 | niet in het licht van het verstand volgens eigen beginselen 78 V, 1,49 | kennen aan het feit dat het verstand naar zijn wezen georiënteerd 79 V, 1,50 | ratio, dat wil zeggen het verstand dat op de juiste wijze nadenkt 80 V, 1,51 | aangetast en verzwakt menselijk verstand. Daarom kan geen historische 81 V, 1,51 | onvervreemdbare mogelijkheden van het verstand met hun inherente en historische 82 V, 1,52 | zij aan het natuurlijke verstand iets toeschreven wat alleen 83 V, 1,53 | Godskennis en openbaring, verstand en geloof zijn. Het concilie 84 V, 1,53 | staat het geloof boven het verstand, toch kan er nooit een echte 85 V, 1,53 | divergentie zijn tussen geloof en verstand: want dezelfde God die de 86 V, 1,53 | geest het licht van het verstand gelegd; God echter kan zichzelf 87 V, 1,56 | capaciteiten van het menselijk verstand en zich bij hun filosoferen 88 V, 1,56 | Het is het geloof dat het verstand uitdaagt om uit elk mogelijk 89 VI, 1,66 | ethiek. ~Vandaar dat het verstand van de gelovige zich een 90 VI, 1,66 | openbaring zijn; meer nog: het verstand van de gelovige moet in 91 VI, 1,67 | het licht komen die het verstand reeds op zijn zelfstandige 92 VI, 1,67 | te presenteren door een verstand dat in staat is in volle 93 VI, 1,67 | zal het geloofaan een verstand dat oprecht naar de waarheid 94 VI, 1,67 | ook als het niet op het verstand steunt, zeker niet daarvan 95 VI, 1,67 | tegelijkertijd blijkt het voor het verstand nodig om van het geloof 96 VI, 2,75 | zwakheid van het menselijk verstand, gesteund en versterkt worden. 97 VI, 2,76 | waarheden zien die door het verstand, ofschoon ze daarvoor natuurlijk 98 VI, 2,77 | bij al haar onderzoek een verstand dat gevormd en onderwezen 99 VI, 2,79 | omgekeerd zal echter het verstand in het besef dat het zich 100 VII, 1,86 | de waarheid en oefent het verstand niet, theologisch noch wijsgerig, 101 VII, 1,91 | voortschrijdende overwinning van het verstand als bron van geluk en vrijheid 102 VII, 2,98 | van een voor het menselijk verstand kenbare universele waarheid 103 Slot, 0,100 | overtuigd dat geloof en verstandelkaar wederzijds steunen122; 104 Slot, 0,101 | tot welker verdieping het verstand geroepen is. ~In het licht


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License