Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ware 43
waren 18
was 58
wat 95
water 1
we 36
wederkerige 1
Frequency    [«  »]
101 ik
101 worden
99 men
95 wat
94 wijsgerige
92 bij
88 er
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

wat

   Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | eigen bestaan opkomt. Alles wat zich als voorwerp van onze 2 Inl, 0,1 | Waarom is er het kwade? Wat zal er na dit leven zijn? 3 Inl, 0,6 | het geduldige zoeken naar wat de moeite waard is om te 4 I, 2,13 | de geloofwaardigheid van wat Hij openbaart. Door het 5 I, 2,13 | open te stellen voor dat wat de zelfverwerkelijking mogelijk 6 I, 2,13 | bevestigt je voorbij de natuur. Wat daar verschijnt is een teken: 7 I, 2,14 | hij zonder verzuim alles wat in zijn macht stond heeft 8 I, 2,14 | opdringerigheid. (...) Maar wat ben ik armzalige, een van 9 I, 2,14 | begonnen te ondernemen, en wat is mij gelukt? Waarheen 10 I, 2,14 | Waar streefde ik naar en wat verlang ik nog steeds? (...) 11 I, 2,14 | U bent groter dan alles wat men kan denken (quiddam 12 II, 1,16 | wijsheidsboeken getuigen daarvan. Wat indruk maakt bij het zonder 13 II, 1,16 | zee van de kennisleer. ~Wat voor soort bijdrage? De 14 II, 1,16 | eenheid bestaat. De wereld en wat er daarin gebeurt, net als 15 II, 1,18 | diepten peilen van alles wat het met het verstand tevergeefs 16 II, 1,20 | overgewaardeerd. Want alles wat het bereikt, kan wel waar 17 II, 2,22 | onderscheiden en te beslissen wat goed en wat kwaad was, maar 18 II, 2,22 | te beslissen wat goed en wat kwaad was, maar moest zich 19 II, 2,23 | apostel nadrukkelijk. Voor dat wat God wil verwezenlijken, 20 II, 2,23 | heeft God uitgekozen: dat wat niets is, omdat wat iets 21 II, 2,23 | dat wat niets is, omdat wat iets is te vernietigen” ( 22 II, 2,23 | zijn heilsplan uitgekozen, wat het verstand beschouwt als ‘ 23 II, 2,23 | God heeft in de wereld dat wat niets is, uitgekozen om 24 II, 2,23 | niets is, uitgekozen om dat wat iets is te vernietigen” ( 25 II, 2,23 | waarvan zij de draagster is. Wat een uitdaging voor ons verstand, 26 II, 2,23 | uitdaging voor ons verstand, en wat een voordeel haalt het eruit, 27 III, 1,24 | de onbekende god. Welnu, wat u zonder het te kennen vereert, 28 III, 1,27 | waarheid is, universeel. Wat waar is, moet voor allen 29 III, 2,30 | op de laatste vragen. 27 ~Wat de wijsgerige waarheden 30 III, 2,32 | waarheid van de persoon: wat hij is en wat hij van zijn 31 III, 2,32 | de persoon: wat hij is en wat hij van zijn innerlijk zichtbaar 32 III, 2,32 | vertrouwen op, omdat hij zegt wat wij reeds ervaren, en openbaar 33 III, 2,32 | ervaren, en openbaar maakt, wat ook wij, als we de kracht 34 III, 2,33 | wordt gericht, opdat zij dat wat zij ervaart als streven 35 III, 2,33(28) | gelegenheden gesproken heb. “‘Wat is de mens en waartoe dient 36 III, 2,33(28) | mens en waartoe dient hij? Wat is goed aan hem en wat slecht?’ ( 37 III, 2,33(28) | Wat is goed aan hem en wat slecht?’ (Sir.18,8)... Deze 38 III, 2,34 | vgl. Joh 1,14.18). 30 Dat wat het menselijk verstand zoekt, “ 39 IV, 1,39 | van het wijsgerig betoog. Wat voordiende duidde op een 40 IV, 1,40 | bevolen werd te geloven wat niet bewezen werd - of het 41 IV, 1,41 | vraag van Tertullianus: “Wat hebben Athene en Jeruzalem 42 IV, 1,41 | Athene en Jeruzalem gemeen? Wat de Academie en de Kerk?” 40 43 IV, 1,41 | categorieën. Ze hebben heel wat meer gepresteerd. Het lukte 44 IV, 1,41 | zichtbaar te laten worden wat zich nog onuitgesproken 45 IV, 1,42 | rede moet zoeken naar dat wat zij bemint: hoe meer ze 46 IV, 1,42 | ontbrandt in liefde voor dat wat hij kent, ook wanneer hij 47 IV, 1,42 | niet alles heeft gedaan wat in zijn verlangen lag: “ 48 IV, 1,42 | vermogen steeds groter is dan wat het daadwerkelijk bereikt. 49 IV, 1,42 | onuitsprekelijk is als dat wat boven alles is? Als dus 50 IV, 1,42 | boven alles is? Als dus dat wat men tot nog toe over het 51 IV, 1,42 | de hoogste wijsheid weet, wat zij geschapen heeft (...) 52 IV, 1,42 | van zijn zoektocht dat, wat het verstand aanbiedt, als 53 IV, 2,43 | zou ik willen aanhalen, wat mijn voorganger, de Dienaar 54 IV, 3,45 | in diskrediet te brengen. Wat het patristische en middeleeuwse 55 IV, 3,47 | steeds meer bedreigd door wat hij zelf voortbrengt: door 56 IV, 3,47 | angst leven Hij vreest, dat wat hij voortbrengt zich wel 57 V, 1,50 | plicht om te laten zien wat in een wijsgerig systeem 58 V, 1,51 | filosofische noties dat wat zij vanuit het standpunt 59 V, 1,51 | bieden, te onderscheiden van wat bij hen verkeerd of gevaarlijk 60 V, 1,52 | omdat in die tijd nogal wat katholieken het als hun 61 V, 1,52 | verstand iets toeschreven wat alleen in het licht van 62 V, 1,54 | van de wijsbegeerte. Alles wat mijn eerwaarde voorgangers 63 V, 1,56 | te treden en voor alles wat mooi, goed en waar is, iets 64 V, 2,61 | ik vaststellen dat heel wat theologen deze onverschilligheid 65 V, 2,63 | moet onderhouden, en zo ja: wat voor een. ~ 66 VI, 1,66 | 66. Wat de intellectus fidei betreft, 67 VI, 1,67(90) | eraan wil geven, en naar dat wat hem na de dood wacht, vormt 68 VI, 1,69 | uitwisseling tussen de culturen. Wat ik met nadruk zou willen 69 VI, 1,69 | culturen te leren kennen, “niet wat de mensen denken, maar wat 70 VI, 1,69 | wat de mensen denken, maar wat de objectieve waarheid is”. 93 71 VI, 1,71 | uitingen draagt hij iets wat hem boven de schepping uittilt: 72 VI, 1,71 | verdere ontwikkeling van wat impliciet aanwezig is tot 73 VI, 1,71 | haar zou willen ontzeggen wat haar toebehoort en haar 74 VI, 1,72 | zij zich niet losmaken van wat zij zich eigen heeft gemaakt 75 VI, 1,73 | filosofische structuur gebruikt; wat vooral van belang is, is 76 VI, 2,75 | die ten diepste verwelkomt wat geopenbaard is, niet, maar 77 VI, 2,79 | Door verder uit te werken wat het leergezag vóór mij heeft 78 VII, 1,81 | harmoniserende uitleg van alles wat hij doet in de wereld. Daarom 79 VII, 1,83 | refereert voortdurend aan wat uitstijgt boven de menselijke 80 VII, 1,85 | onderzoek. Daarom herneem ik wat de pausen sedert generaties 81 VII, 1,85 | generaties onophoudelijk leren en wat ook het Tweede Vaticaans 82 VII, 1,87 | waarde van het ware ontkend. Wat waar was in een bepaalde 83 VII, 1,88 | verwijst het sciëntisme alles wat te maken heeft met de kwestie 84 VII, 1,90(106)| mens bevrijdt van alles wat de vrijheid in zijn geest, 85 VII, 1,91 | wijsgerige veld, maar hij is wat tweeduidig gebleven, zowel 86 VII, 1,91 | zowel omdat het oordeel over watpostmodernwordt genoemd 87 VII, 2,92 | 92. Wat het begrip van de openbaring 88 VII, 2,92(109)| waarheid”, dat verwijst naar wat de apostelennu niet kunnen 89 VII, 2,92(109)| Crucis, maar ook met alles wat Christus ‘deed en leerde’ ( 90 VII, 2,94 | openbaring de vraag stellen, wat de diepe en onvervalste 91 VII, 2,94 | de grenzen van de taal. ~Wat de bijbelse teksten en in 92 VII, 2,96(112)| wijsgerig systeem; maar wat door de katholieke theologen 93 VII, 2,96(113)| Wat de betekenis van de dogmatische 94 VII, 2,98 | duidelijk onderstreept. Wat het merendeel van de dringendste 95 VII, 2,99 | bereiken valt, aangezien dat wat in de catechese wordt meegedeeld


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License