Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,4 | mag zij een ‘rechte rede’ of, zoals de antieke denkers
2 Inl, 0,5 | existentiële, hermeneutische of linguïstische zienswijzen
3 Inl, 0,6 | het risico lopen vervalst of ontkend te worden” 4. Met
4 I, 2,15 | is niet de rijpe vrucht of het hoogtepunt van een door
5 I, 2,15 | aan hen die in Hem geloven of Hem met oprecht hart zoeken.
6 II, 1,16 | voor de Ionische wijsgeren of de Egyptische wijzen. Nog
7 II, 1,16 | verstand teniet te doen of zijn speelruimte te beperken,
8 III, 1,26 | ongerijmde bij te halen, of de provocerende vragen in
9 III, 1,26 | einde kennen. Hij wil weten, of de dood het definitieve
10 III, 1,26 | van zijn bestaan is, óf of er nog iets is dat over
11 III, 1,26 | over de dood heen reikt; of hij mag hopen op een voortbestaan
12 III, 1,26 | hopen op een voortbestaan of niet. Niet zonder reden
13 III, 1,27 | etappe van de zoektocht af: of het mogelijk is, te komen
14 III, 1,27 | universele en absolute waarheid of niet. Op zich blijkt iedere
15 III, 1,27 | waarboven er geen verdere vragen of verwijzingen zijn of kunnen
16 III, 1,27 | vragen of verwijzingen zijn of kunnen zijn. Hypothesen
17 III, 1,27 | allen een moment waarop ze, of ze het toegeven of niet,
18 III, 1,27 | waarop ze, of ze het toegeven of niet, de behoefte hebben
19 III, 1,27 | persoonlijke overtuigingen of ervaringen, om familie-
20 III, 1,27 | ervaringen, om familie- of culturele tradities of om
21 III, 1,27 | familie- of culturele tradities of om levensprogramma’s, waar
22 III, 2,28 | op twijfel, onzekerheid of leugen; zulk bestaan zou
23 III, 2,29 | waarvan hij toch niets wist of dat hij voor absoluut onbereikbaar
24 III, 2,30 | die berusten op evidentie of die door proefneming bevestigd
25 III, 2,30 | Hij vormt zich op de een of andere manier een alomvattende
26 III, 2,31 | daarmee opgedane ervaringen of dankzij nadere overwegingen “
27 III, 2,32 | niet primair van empirische of wijsgerige orde zijn. Gezocht
28 III, 2,33 | van partiële, empirische of wetenschappelijke waarheden
29 IV, 1,38 | Alexandrijn niet de voltooiing of de versterking van de christelijke
30 IV, 1,40 | wat niet bewezen werd - of het nu wel te bewijzen was,
31 IV, 1,40 | was, maar niet voor ieder, of überhaupt niet te bewijzen
32 IV, 1,42 | over wie de mens niets of bijna niets kan weten?” 43 ~
33 IV, 3,46 | zichzelf is, zonder enige hoop of mogelijkheid, het doel van
34 IV, 3,47 | instrumentele rede’ actueel of potentieel op het dienen
35 IV, 3,47 | utilitaristische doelen, het genot of de macht. ~Hoe gevaarlijk
36 IV, 3,47 | onrechtstreeks. Ze zijn feitelijk of mogelijkerwijs tegen hem
37 IV, 3,47 | van subjectieve zekerheid of praktisch nut. Dat resulteerde
38 V, 1,49 | noch geeft zij aan een of andere bijzondere filosofie
39 V, 1,51 | bemiddeling uit te sluiten of in te perken. Integendeel,
40 V, 1,51 | van wat bij hen verkeerd of gevaarlijk is. De Kerk weet
41 V, 1,54 | mensen te planten, deze meer of minder van de rechte weg
42 V, 1,54 | opvattingen niet negeren of veronachtzamen. Ja, ze moeten
43 V, 1,55 | die afzonderlijke personen of groepen betreffen, maar
44 V, 1,55 | van het feitelijke wijdt of aan de studie van alleen
45 V, 1,55 | van de menselijke kennis of haar structuren. ~In de
46 V, 2,61 | in de marge te behandelen of zelfs te vervangen. Tenslotte
47 V, 2,62 | vorm van dialoog onthoudt of juist kritiekloos iedere
48 V, 2,63 | grotere helderheid te testen, of de theologie een relatie
49 V, 2,63 | verschillende wijsgerige systemen of opvattingen die de hedendaagse
50 VI, 1,67 | van andere verschijnselen of aan de erkenning van haar
51 VI, 1,71 | in tegenstelling tot deze of gene cultuur, alsof het
52 VI, 1,73 | theologische redenering die dit of dat begrip of element uit
53 VI, 1,73 | redenering die dit of dat begrip of element uit een filosofische
54 VI, 2,76 | voorgedaan zonder de directe of onrechtstreekse bijdrage
55 VI, 2,76 | naar de zin van het leven, of, directer, aan de radicale
56 VI, 2,77 | de filosofie aan te geven of een puur functionele rol
57 VII, 1,80 | dergelijk kwaad niet van een of ander gebrek in de materie
58 VII, 1,81 | te vormen, zich afvragen of het nog wel zin heeft om
59 VII, 1,81 | scepsis en onverschilligheid, of op verschillende vormen
60 VII, 1,82 | werkelijkheid - functionele, formele of utilitaire - maar op zijn
61 VII, 1,82 | radicaal fenomenalistische of relativistische filosofie
62 VII, 1,82 | bepaalde teksten van St. Jan of St. Paulus begreep als uitspraken
63 VII, 1,83 | van een speciale school of een bijzondere denkrichting.
64 VII, 1,84 | verder te gaan om te zien of de rede de essentie ervan
65 VII, 1,84 | geloofsinhouden te verduisteren of hun algemene geldigheid
66 VII, 1,86 | plaats binnen een systeem of hun historische context.
67 VII, 1,86 | die misschien vals zijn of niet ‘to the point’. Een
68 VII, 1,87 | en cultuur, de waarheid of de valsheid ervan in elk
69 VII, 1,88 | rijk van het irrationele of imaginaire. Niet minder
70 VII, 1,89 | onveranderlijke waarden: of een handeling toelaatbaar
71 VII, 1,89 | handeling toelaatbaar is of niet wordt beslist bij parlementaire
72 VII, 1,90 | ofwel samen hand in hand of gaan beide ellendig ten
73 VII, 2,94 | historische gebeurtenissen of de onthulling van neutrale
74 VII, 2,95 | niet tot één apart volk of tot een specifieke periode
75 VII, 2,96(113)| verwoord met grotere helderheid of verder ontwikkeld. De gelovigen
76 VII, 2,96(113)| dat dogmatische formules (of bepaalde soorten ervan)
77 VII, 2,96(113)| zekere zin zouden deformeren of veranderen”: K. Congregatie
78 VII, 2,97 | tegenwoordig pleegt te zeggen, of een ecclesiologie die uitsluitend
79 VII, 2,99 | catechese. 117 Verkondiging of kerygma is een oproep tot
80 Slot, 0,100 | van de Openbaring negeert of verwerpt, te benadrukken.
81 Slot, 0,104 | problemen van milieu en vrede, of aan het samenleven van rassen
82 Slot, 0,105 | traditie in al haar aspecten, of deze nu wel of niet in harmonie
83 Slot, 0,105 | aspecten, of deze nu wel of niet in harmonie is met
84 Slot, 0,105 | priestervorming, academisch of pastoraal. Laten zij ook
85 Slot, 0,106 | werkelijkheid van de wereld of van de mens betreft, nooit
|