Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2 | waarheid, die in de laatste openbaring van God zal worden onthuld: “
2 Inl, 0,6 | competentie als draagster van de Openbaring van Jezus Christus, wil
3 I | Hoofdstuk I~De Openbaring Van Gods Wijsheid~
4 I, 1,7(5) | Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei Verbum, nr. 2. ~
5 I, 1,8 | terwijl het nadacht over de Openbaring in het licht van de bijbelse
6 I, 1,8 | bovennatuurlijke karakter van Gods Openbaring. De rationalistische kritiek
7 I, 1,9 | denken en de waarheid van de Openbaring noch zich met elkaar vermengen,
8 I, 1,10 | het heilskarakter van Gods openbaring in de geschiedenis aangegeven: “
9 I, 1,10 | geschiedenis aangegeven: “Door deze openbaring spreekt dus de onzichtbare
10 I, 1,10 | nemen. Deze bedeling van de openbaring geschiedt door daden en
11 I, 1,10 | licht stellen. Door deze openbaring verschijnt ons in Christus,
12 I, 1,10 | de volheid van de gehele openbaring is, de meest innerlijke
13 I, 1,10(8) | Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei Verbum, nr.2. ~
14 I, 1,11 | 11. Zo is de openbaring ingebed in tijd en geschiedenis.
15 I, 1,11 | vgl. Joh 14,9), vervult de openbaring, brengt haar tot voltooiing
16 I, 1,12 | van een mens aan. De in de openbaring van Christus tot uitdrukking
17 I, 1,12 | Rom 5, 12-15). Met deze openbaring wordt de mens de laatste
18 I, 2,13 | niettemin niet vergeten dat de openbaring tot vandaag toe iets mysterievols
19 I, 2,13(13) | Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei Verbum, nr. 4. ~
20 I, 2,13 | te leven. ~Ook de in de openbaring aanwezige tekens komen het
21 I, 2,13 | sacramentele karakter van de openbaring en in het bijzonder op het
22 I, 2,13 | openbaart juist in de openbaring van het geheim van de Vader
23 I, 2,13(19) | Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei Verbum, nr.2. ~
24 I, 2,14 | echte vernieuwing open. De openbaring brengt binnen de geschiedenis
25 I, 2,14 | oneindige mysterie van God. ~De openbaring brengt dus binnen onze geschiedenis
26 I, 2,15 | waarheid van de christelijke openbaring, die wij in Jezus van Nazareth
27 I, 2,15 | 8,32). ~De christelijke openbaring is de ware leidstér voor
28 I, 2,15 | boven: de waarheid, die de openbaring ons laat kennen, is niet
29 II, 1,18 | open te leggen. In Gods openbaring kon het de diepten peilen
30 II, 1,19 | trede van de goddelijke openbaring erkend, die bestaat uit
31 II, 2,21 | en met de inhoud van de openbaring. Hier liggen ook de uitdagingen,
32 II, 2,21 | die tot hem kwam door de openbaring, was tenslotte voor hem
33 III, 2,34 | non-contradictie-beginsel. De openbaring biedt de zekerheid voor
34 III, 2,34(30) | Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei Verbum, 4. ~
35 III, 2,35 | omdat de waarheid die uit de openbaring voortkomt, tegelijk een
36 IV, 1,37 | eiste dat de waarheid van de openbaring onderschikt werd gemaakt
37 IV, 1,38 | dat wil zeggen naar de openbaring van Jezus Christus, leidt. ~
38 IV, 1,39 | licht van de christelijke openbaring een heel nieuwe betekenis,
39 IV, 1,41 | daarin de rijkdom uit de openbaring. Tot ontmoeting kwam het
40 IV, 1,41 | deze met betrekking tot de openbaring lieten zien. Het besef van
41 IV, 2,43 | begrip van de goddelijke openbaring. Het geloof vreest derhalve
42 IV, 2,44 | theologische die berust op de openbaring en die de geloofsinhouden
43 IV, 3,46 | geleidelijke afwending van de openbaring, tot het tenslotte uitkwam
44 IV, 3,48 | zonder de bijdrage van de openbaring bleef, sloeg het zijwegen
45 V, 1,53 | natuurlijke Godskennis en openbaring, verstand en geloof zijn.
46 V, 1,53 | ging uit van het door de openbaring zelf vooronderstelde basiscriterium
47 V, 2,60 | doet Christus juist door de openbaring van het mysterie van de
48 VI, 1,65 | theologie zich de inhoud van de openbaring eigen, zoals die zich geleidelijk
49 VI, 1,65(88) | Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei Verbum nr. 10. ~
50 VI, 1,66 | voorwerp van de goddelijke openbaring zijn; meer nog: het verstand
51 VI, 1,67 | En de aanvaarding van de openbaring van God veronderstelt noodzakelijkerwijs
52 VI, 1,67 | Bij het bestuderen van de openbaring en haar geloofwaardigheid,
53 VI, 1,67 | zelfstandige zoektocht bereikt. De openbaring verleent aan deze waarheden
54 VI, 1,67 | onderscheiden van de goddelijke openbaring van andere verschijnselen
55 VI, 1,67 | op het aanvaarden van de openbaring zonder de eigen beginselen
56 VI, 1,71 | draagt om de goddelijke openbaring aan te nemen. ~De wijze
57 VI, 1,71 | met betrekking tot Gods openbaring. Het evangelie staat niet
58 VI, 2,75 | onafhankelijk is van de Openbaring van het evangelie: dit is
59 VI, 2,75 | wordt door de goddelijke openbaring af te wijzen, schaadt de
60 VI, 2,76 | zonder de gegevens van de Openbaring moeilijk kan oplossen. Men
61 VI, 2,76 | de inhouden betreft: de openbaring laat helder en duidelijk
62 VI, 2,76 | staat in de christelijke openbaring. Niet toevallig is zij het
63 VI, 2,76 | begrijpen en te duiden vanuit de openbaring. Ze hebben steeds gewerkt
64 VI, 2,77 | heeft voor het begrip van de openbaring, zoals ik al heb uitgelegd.
65 VI, 2,78 | radicale nieuwheid die door de Openbaring was gebracht, te verdedigen
66 VI, 2,79 | kan slechts één zijn. De openbaring met haar inhouden zal nooit
67 VI, 2,79 | te gaan, de christelijke Openbaring wordt het ware ontmoetings-
68 VII, 1,83 | bij het begrijpen van de openbaring als middelares te functioneren.
69 VII, 1,84 | waar is; anders zou er geen openbaring van God zijn, maar alleen
70 VII, 1,85(104)| Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei Verbum, nr. 24; Decreet
71 VII, 2,92 | 92. Wat het begrip van de openbaring betreft heeft de theologie
72 VII, 2,92 | waarheid, die haar met de openbaring wordt toevertrouwd, zonder
73 VII, 2,93 | nastreeft is begrip van de openbaring en de inhoud van het geloof
74 VII, 2,94 | uitleg van de bronnen van de openbaring de vraag stellen, wat de
75 VII, 2,94(110)| Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei Verbum, nr.13. ~
76 VII, 2,96(112)| kennis gaf de goddelijke openbaring als een ster verlichting
77 VII, 2,97 | beginselen ontvangt uit de openbaring als nieuwe kennisbron, wordt
78 Slot, 0,100 | zij de waarheden van de Openbaring negeert of verwerpt, te
79 Slot, 0,101 | radicale nieuwheid die in Gods openbaring gevonden wordt; en dit was
80 Slot, 0,104 | waarheid, die de goddelijke openbaring verkondigt, nog niet begrijpt.
|