Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2(1) | Redemptor hominis schreef ik: “Zo zijn wij deelachtig geworden
2 Inl, 0,2(1) | dat wij haar liefhebben en zo nauwkeurig mogelijk trachten
3 Inl, 0,3 | waarheid te bevorderen en zo zijn bestaan steeds menselijker
4 Inl, 0,3 | antwoord daarop te ontwerpen; zo vormt zij een van de voornaamste
5 Inl, 0,4 | het loyaal moet dienen. ~Zo is het mogelijk om ondanks
6 Inl, 0,5 | kennis verder ontwikkeld. Zo werden complexe denksystemen
7 Inl, 0,5 | techniek beheerst moet worden. Zo kwam het dat de rede, in
8 Inl, 0,5 | oriëntatie op de waarheid zo goed mogelijk te verwoorden,
9 Inl, 0,6 | bestaan wordt weggemoffeld. Zo komt het dat velen hun leven
10 I, 1,7 | denken voort, al was het nog zo verheven, maar uit het gelovig
11 I, 1,11 | 11. Zo is de openbaring ingebed
12 I, 1,11 | De geschiedenis wordt zo voor het volk van God een
13 I, 2,13 | ieder mogelijk zijn vrijheid zo goed mogelijk tot uitdrukking
14 I, 2,13 | mensen onherkend is gebleven, zo onderscheidt zijn waarheid
15 I, 2,13 | de algemene opinies. En zo blijft de eucharistie onder
16 I, 2,14 | possit) (...) Als U niet zo was, zou men zich iets groters
17 II, 1,16 | op deze bladzijden, die zo rijk zijn aan innerlijke
18 II, 1,17 | Het streven naar kennis is zo groot en is verbonden met
19 II, 1,18 | aan te nemen. Als hij dan zo ver gaat, te beweren: “Er
20 II, 2,23 | wijsheid van het kruis overwint zo elke culturele grens, die
21 III, 1,24 | verkondiging van het Kerygma. En zo sprak hij: “Atheners, aan
22 III, 1,24 | God, U hebt de mensen een zo diep verlangen naar U in
23 III, 1,26 | volstaan om onontkoombaar een zo dramatische vraag als die
24 III, 1,27 | 27. Niemand, de wijsgeer zo min als de gewone mens,
25 III, 1,27 | loop der eeuwen geprobeerd zo’n waarheid te ontdekken
26 III, 2,28 | is inderdaad niet altijd zo doorzichtig en consequent.
27 III, 2,29 | ondenkbaar dat een zoeken dat zo diep geworteld is in de
28 III, 2,29 | verlangen naar de waarheid is zo diep geworteld in het mensenhart,
29 III, 2,33 | 33. Zo zien we dat de delen van
30 IV, 1,36 | toenmalige wijsgerige stromingen. Zo bericht het boek erover,
31 IV, 1,36 | rationele basis geven. ~Zo werd een weg ingeslagen
32 IV, 1,36 | antieke wijsgeren en baanden zo de weg voor de verkondiging
33 IV, 1,42 | Want is er iets dat zo onbegrijpelijk en onuitsprekelijk
34 IV, 2,43 | veronderstelt en haar voltooit, 45 zo veronderstelt en voltooit
35 IV, 2,44 | H. Jacobus het uitdrukt. Zo is ze ook anders dan het
36 IV, 2,44 | neemt de goddelijke waarheid zo aan, zoals ze is: de gave
37 IV, 3,46 | wijsgerige denken heeft zich, zo kan men zonder overdrijving
38 V, 1,52 | verkeerd en negatief waren. Zo werden tegelijkertijd veroordeeld:
39 V, 1,55 | opvattingen die in de samenleving zo wijd verbreid zijn, dat
40 V, 1,55 | van de waarheid te maken. Zo komt men ertoe het woord
41 V, 1,55(72) | deze mysteries) precies zo te doorgronden als de waarheden,
42 V, 1,55 | Kerk, die de heilige Geest zo heeft verbonden, dat geen
43 V, 1,56 | waar is, iets te riskeren. Zo wordt het geloof tot overtuigde
44 V, 2,58 | Thomistische wijsbegeerte. Zo stond de Kerk in de loop
45 V, 2,60 | wijsgerige wetenschappen moeten zo worden gegeven, dat de studenten
46 V, 2,63 | kent, moet onderhouden, en zo ja: wat voor een. ~
47 VI, 1,66 | een eigen, in haar logica zo consequente rationaliteit
48 VI, 1,67 | zijn toestemming te geven. Zo zal het geloof “aan een
49 VI, 1,70 | mysterie. Deze eenheid is zo diep, dat de Kerk met de
50 VI, 1,70 | van God” (Ef 2,19). ~In zo’n eenvoudige zin wordt een
51 VI, 1,71 | onveranderlijke waarheid van God. Zo plant in de loop van de
52 VI, 1,72 | landen van het Oosten, die zo rijk zijn aan zeer oude
53 VI, 1,73 | te verstaan. Het is niet zo maar een kwestie van theologische
54 VI, 1,74 | geschriftren hebben nagelaten van zo hoge speculatieve waarde
55 VI, 2,76 | wereld, een waarheid die zo cruciaal is geweest voor
56 VI, 2,76 | gebeurtenis vermelden, die zo centraal staat in de christelijke
57 VII, 1,81 | over leven en wereld zijn zo talrijk geworden, dat we
58 VII, 1,83 | analoge wijze, te kennen. Zo begrepen mag de metafysica
59 VII, 1,83 | uit te drukken. ~Als ik zo sterk het metafysische element
60 VII, 1,84 | betekenisvol. 103 Ware dit niet zo, dan zou het woord van God,
61 VII, 1,87 | niet waar in een andere. Zo wordt voor hen de geschiedenis
62 VII, 1,88 | eenvoudige feitelijkheid. Zo zou de wetenschap zich erop
63 VII, 1,88 | heeft veroorzaakt. ~Helaas, zo moet men vaststellen, verwijst
64 VII, 1,90 | gelaat te wissen, en hem zo te brengen tot ofwel een
65 VII, 2,94 | tekst meegedeeld wordt. Zo belichaamt de menselijke
66 VII, 2,95 | periode in de geschiedenis. Zo ook formuleren dogmatische
67 VII, 2,96(112)| komen, berust niet op een zo bouwvallige fundering. Want
68 VII, 2,97 | fidei. De intellectus fidei, zo heb ik aangegeven, vraagt
69 VII, 2,98 | moraaltheologie. Het is zeker zo dringend nodig dat de wijsbegeerte
70 VII, 2,98 | situatie toe te passen en zo een oordeel te vellen over
71 Slot, 0,106 | goede dat het ware bevat. Zo zullen zij die onvervalste
72 Slot, 0,106 | in de tegenwoordige tijd zo dringend nodig heeft. De
73 Slot, 0,108 | zou worden en een van ons, zo wordt ook de wijsbegeerte
74 Slot, 0,108 | en menselijkheid verloor, zo ook verliest het wijsgerige
|