Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | minste regel door iedere mens moet worden aangenomen die zich
2 Inl, 0,4 | 4. Er moet echter beklemtoond worden
3 Inl, 0,4 | werkelijkheid te maken. Feitelijk moet elk filosofisch systeem,
4 Inl, 0,4 | voortkomt en dat het loyaal moet dienen. ~Zo is het mogelijk
5 Inl, 0,5 | 5. De Kerk van haar kant moet de inzet van de rede om
6 Inl, 0,5 | door de techniek beheerst moet worden. Zo kwam het dat
7 Inl, 0,6 | zoeken naar de waarheid, moet met alle kracht haar oorspronkelijke
8 I, 1,11 | volk van God een weg die moet worden gegaan, zodat de
9 I, 2,13 | van het geloof betracht moet worden” 14. Met deze korte
10 II, 1,18 | enkele grondregels in acht moet nemen om zijn eigen aard
11 II, 1,18 | vreze Gods”: het verstand moet Gods soevereine transcendentie
12 III, 1,26 | onontkoombaar. Ieder wil - en moet - de waarheid over zijn
13 III, 1,27 | universeel. Wat waar is, moet voor allen en voor altijd
14 III, 2,29 | heeft gevonden. Datzelfde moet ook gezegd worden van het
15 III, 2,30 | onderzoek. Op een ander niveau moet men de waarheden van wijsgerige
16 III, 2,30 | wijsgerige waarheden betreft, moet men duidelijk stellen dat
17 III, 2,32 | persoonlijk gewonnen inzicht moet vervolmaken; anderzijds
18 III, 2,33 | gene zijde, die in staat moet zijn, de zin van het leven
19 III, 2,35 | in het licht van de rede moet worden begrepen. Eerst in
20 III, 2,35 | men als referentiepunten moet vasthouden, om de juiste
21 IV, 1,37 | christenen naar de wijsbegeerte moet men ook de voorzichtige
22 IV, 1,38 | voorzichtige onderscheiding - moet de H. Justinus genoemd worden:
23 IV, 1,42 | onderstreept het feit dat de rede moet zoeken naar dat wat zij
24 IV, 1,42 | hij kent, ook wanneer hij moet toegeven dat hij nog niet
25 IV, 1,42 | onderzoekt, zich ermee tevreden moet stellen als hij met behulp
26 IV, 2,43 | theologie juist beoefend moet worden. In deze samenhang
27 IV, 3,46 | definitieve verplichting meer moet aangaan, omdat immers alles
28 IV, 3,48 | vrijmoedigheid) van het geloof moet opgewassen zijn tegen de
29 V, 1,49 | treedt met de theologie, moet optreden volgens haar eigen
30 V, 1,49 | is als van haar grondwet, moet ook de eisen en inzichten
31 V, 1,50 | kerkelijk leergezag kan en moet daarom in het licht van
32 V, 1,51 | voltrekt. In het bijzonder moet in het oog gehouden worden
33 V, 1,53 | de geloofskennis kan en moet leveren: “Maar ook al staat
34 V, 1,55 | ten grondslag ligt: die moet vóór haar toepassing op
35 V, 1,56 | dat dàt de weg is die men moet inslaan: de hartstocht voor
36 V, 2,61 | Met verwondering en spijt moet ik vaststellen dat heel
37 V, 2,61 | van traditionele gebruiken moet hand in hand gaan met wijsgerig
38 V, 2,63 | hedendaagse wereld kent, moet onderhouden, en zo ja: wat
39 VI, 1,64 | in het licht van geloof, moet van haar kant in relatie
40 VI, 1,66 | intellectus fidei betreft, moet vooral bedacht worden dat
41 VI, 1,66 | De dogmatische theologie moet van haar kant in staat zijn,
42 VI, 1,66 | redenering te presenteren. Dat moet zij met andere woorden doen
43 VI, 1,66 | de wereld en van de mens moet verwerven, die ook voorwerp
44 VI, 1,66 | verstand van de gelovige moet in staat zijn deze kennis
45 VI, 1,68 | individu en van de samenleving, moet de christen in staat zijn
46 VI, 1,68 | zeggen: de moraaltheologie moet zich bedienen van een juiste
47 VI, 1,72 | concilieverklaring Nostra Aetate aanzet, moet hij een rij criteria hanteren.
48 VI, 1,72 | kunnen brengen. Ten derde moet men ervoor waken, de gewettigde
49 VI, 1,73 | startpunt van de theologie moet altijd het woord van God
50 VI, 2,75 | rede gebruikt. Dit streven moet, hoewel het ernstig belemmerd
51 VI, 2,75 | juiste autonomie van denken moet gerespecteerd worden, ook
52 VI, 2,77 | veranderingen de wijsbegeerte zelf moet ondergaan. ~Het was om haar
53 VI, 2,77 | voort, die de wijsbegeerte moet respecteren zodra zij met
54 VI, 2,79 | Zoals ik al heb opgemerkt, moet de wijsbegeerte aan haar
55 VII, 1,81 | zijn met het woord van God moet de filosofie allereerst
56 VII, 1,83 | brengen een derde mee: er moet een wijsbegeerte van echt
57 VII, 1,83 | uitdrukt en verduidelijkt, moet het speculatieve denken
58 VII, 1,85 | het christelijke denken moet opnemen in het volgende
59 VII, 1,85 | omdat zij daardoor in staat moet zijn om zowel de diepe theologische
60 VII, 1,88 | waarmee rekening gehouden moet worden is het sciëntisme.
61 VII, 1,88 | veroorzaakt. ~Helaas, zo moet men vaststellen, verwijst
62 VII, 1,91 | onherroepelijk voorbij, en moet de mens thans leren te leven
63 VII, 2,92 | dubbele opgave. Want enerzijds moet zij de verplichting nakomen,
64 VII, 2,92 | onze tijd”. 107 ~Anderzijds moet de theologie de ogen richten
65 VII, 2,92(109) | de mens. De heilige Geest moet hierbij de hoogste Leider
66 VII, 2,94 | die opgepakt en uitgelegd moet worden. Nu presenteert die
67 VII, 2,94 | meedeelt. 110 De theoloog moet zich dus bij de uitleg van
68 VII, 2,96 | aangezien men ernstig rekening moet houden met de betekenis
69 VII, 2,97 | traditie wil integreren, moet hij zich bedienen van de
70 VII, 2,98 | opdracht te kunnen vervullen, moet de waarheid zich bedienen
71 VII, 2,99 | manier van taal-communicatie moet de catechese de leer van
72 Slot, 0,101 | betrekking met de theologie moet herwinnen. De filosofie
73 Slot, 0,101(123)| ideeën maken, maar iedereen moet er zich van bewust zijn
|