Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
spreuken 3
st 11
staan 7
staat 64
stad 1
stadium 1
stammen 1
Frequency    [«  »]
71 dan
68 zou
66 hebben
64 staat
64 woord
64 zonder
63 hem
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

staat

   Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,4 | te verwerven, die hem in staat stelt zichzelf beter te 2 Inl, 0,4 | in betrekking met anderen staat, die op hem lijken en wier 3 Inl, 0,4 | zijn. Wanneer de rede in staat is, de eerste en algemene 4 Inl, 0,5 | gebogen en steeds minder in staat was, de blik omhoog te heffen 5 I, 1,7 | ons leven als gelovigen staat een unieke ontmoeting, die 6 I, 2,13 | begrijpen. Alleen het geloof staat het ons toe in de intimiteit 7 I, 2,13 | God zelf daarvoor garant staat. Deze aan de mens geschonken 8 I, 2,15 | wordt, inzoverre hij nog in staat is de blik boven zichzelf 9 II, 1,16 | gluurt en aan haar deuren staat te luisteren; die dichtbij 10 II, 1,18 | dus zeggen, dat Israël in staat was, met zijn reflecties 11 II, 1,18 | in werkelijkheid niet in staat, de blik te concentreren 12 II, 1,18 | weten is en hoe ver hij af staat van de volle waarheid over 13 II, 1,19 | de mens met zijn rede in staat is, “de opbouw van de wereld 14 II, 1,19 | in één woord, dat hij in staat is te filosoferen, zet hij 15 II, 2,21 | voorzover hijin relatie staat’: in relatie met zichzelf, 16 II, 2,22 | waarneembare werkelijkheid staat. In wijsgerige vaktaal zouden 17 II, 2,22 | duidelijk: de mens was niet in staat om uit zichzelf te onderscheiden 18 II, 2,22 | rede waren nu niet meer in staat helder te zien: het verstand 19 II, 2,23 | denkschema’s, die geenszins in staat zijn, haar adequaat weer 20 II, 2,23 | die reeds uit zichzelf in staat is de onophoudelijke zelfoverstijging 21 III, 1,24 | tijden bewezen dat hij in staat is, aan dit diepste verlangen 22 III, 1,25 | schepping dat niet alleen in staat is om te weten, maar ook 23 III, 2,31 | verwerft. Wie zou wel in staat zijn, de ontelbare wetenschappelijke 24 III, 2,33 | waarheid aan gene zijde, die in staat moet zijn, de zin van het 25 III, 2,33 | vervat liggen is de mens in staat, een dergelijke waarheid 26 III, 2,33(28)| oplossing te zoeken die in staat is aan het leven een volle 27 IV, 1,38 | te komen, moeten allen in staat zijn deze weg te kunnen 28 IV, 1,40 | van leven, was hij ook in staat in zijn werken een grote 29 IV, 1,42 | ook helemaal niet toe in staat zijn. Veeleer is het zijn 30 IV, 3,45 | van speculatief denken in staat was, werd tenslotte vernietigd 31 IV, 3,46 | middelpunt van hun interesse staat. Meer nog: enkelen van hen, 32 IV, 3,46 | voorrang heeft. Het nihilisme staat aan het begin van die wijdverbreide 33 IV, 3,48 | eenheid herstellen die hen in staat stelt om in harmonie met 34 V, 1,53 | moet leveren: “Maar ook al staat het geloof boven het verstand, 35 V, 1,55(72) | Concilie dat de rede nooitin staat is (deze mysteries) precies 36 V, 2,57 | wederzijdse vriendschap: hij staat beide hun rechten toe en 37 V, 2,63 | stimuleren dat niet vijandig staat tegenover het geloof. Het 38 VI, 1,66 | theologie moet van haar kant in staat zijn, de universele betekenis 39 VI, 1,66 | van de gelovige moet in staat zijn deze kennis uit te 40 VI, 1,67 | door een verstand dat in staat is in volle vrijheid zijn 41 VI, 1,68 | samenleving, moet de christen in staat zijn zijn geweten en zijn 42 VI, 1,70 | deel te hebben. Christus staat beide volkeren toe, ‘een’ 43 VI, 1,71 | openbaring. Het evangelie staat niet in tegenstelling tot 44 VI, 2,75 | binnen de natuurlijke orde staat de onderneming van de wijsbegeerte - 45 VI, 2,76 | is er iets?” ~Daarnaast staat het objectieve aspect, dat 46 VI, 2,76 | dat dichter bij onze tijd staat, kan men de ontdekking van 47 VI, 2,76 | vermelden, die zo centraal staat in de christelijke openbaring. 48 VI, 2,78 | gekomen is, omdat hij in staat was de radicale nieuwheid 49 VII, 1,80 | inclusief de mens, voor God staat, tot conflicten die de rationele 50 VII, 1,83 | dat wil zeggen: die in staat is boven de empirische gegevens 51 VII, 1,83 | metafysische horizon zou niet in staat zijn, om verder te gaan 52 VII, 1,84 | dat de taal van de mens in staat is om de goddelijke en transcendente 53 VII, 1,84 | menselijke taal, niet in staat zijn iets over God te zeggen. 54 VII, 1,85 | brengen, dat de mens in staat is, te komen tot een uniforme 55 VII, 1,85 | zijn, zullen we vandaag in staat zijn om voor de toekomst 56 VII, 1,85 | ook omdat zij daardoor in staat moet zijn om zowel de diepe 57 VII, 1,86 | daarom het gevaar, niet in staat te zijn om het waarheidsgehalte 58 VII, 1,91 | te geven van de huidige staat van de wijsbegeerte die 59 VII, 2,95 | uitstijgt. ~De mens is in staat om met behulp van zijn beperkte 60 VII, 2,97 | filosofie van het zijn zal in staat moeten zijn het probleem 61 VII, 2,98 | in zijn oorspronkelijke staat gezien, dat wil zeggen als 62 VII, 2,98 | bovennatuurlijke deugden, zal zij in staat zijn zeer passend en doelmatig 63 VII, 2,99 | theologische werk in de Kerk staat allereerst in dienst van 64 Slot, 0,104 | gelovige filosofen, die in staat zijn de verwachtingen, openingen


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License