Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
helemaal 5
helpen 4
helpt 3
hem 63
hemel 2
hen 41
henry 1
Frequency    [«  »]
64 staat
64 woord
64 zonder
63 hem
63 menselijke
60 christus
60 filosofie
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

hem

   Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | onvergelijkelijkheid, terwijl bij hem steeds indringender de vraag 2 Inl, 0,2(1) | taak dienen wij samen met Hem de goddelijke waarheid in 3 Inl, 0,4 | kennis te verwerven, die hem in staat stelt zichzelf 4 Inl, 0,4 | uit de verbazing die bij hem opkomt door de beschouwing 5 Inl, 0,4 | met anderen staat, die op hem lijken en wier lot hij deelt. 6 Inl, 0,4 | Hier begint de weg die hem dan zal leiden tot de ontdekking 7 Inl, 0,5 | waarheid te richten die boven hem uitstijgt. Zonder betrekking 8 I, 1,7 | de kennis die de mens van Hem heeft, brengt alle andere 9 I, 1,10 | nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen. 10 I, 1,11 | het heilswerk dat de Vader Hem te doen gegeven heeft (vgl. 11 I, 2,13 | mens geschonken en door hem niet opeisbare waarheid 12 I, 2,13 | verheven werkelijkheden”. 16 Hem valt de filosoof Pascal 13 I, 2,13 | de mens en ontsluit voor hem zijn hoogste roeping18, 14 I, 2,14 | blijven staan; ja, ze spoort hem aan de ruimte van zijn kennis 15 I, 2,15 | voorbehouden aan hen die in Hem geloven of Hem met oprecht 16 I, 2,15 | hen die in Hem geloven of Hem met oprecht hart zoeken. 17 II, 1,16 | zijn weg kan kennen, maar hem dan alleen snel en zonder 18 II, 1,17 | alles zijn oorsprong, in Hem bevindt zich de volheid 19 II, 1,18 | belangrijke dingen. Dat belet hem, zijn verstand te ordenen ( 20 II, 1,19 | wel aan de hindernis die hem op de weg gelegd is door 21 II, 2,21 | voor het mysterie, die tot hem kwam door de openbaring, 22 II, 2,21 | openbaring, was tenslotte voor hem de bron van een ware kennis 23 II, 2,21 | uit de zekerheid dat God hem als “onderzoeker” heeft 24 II, 2,22 | wanneer het vertelt dat God hem in de hof van Eden plaatste, 25 II, 2,22 | belemmerd door de afwijzing van Hem die bron en oorsprong van 26 III, 1,24 | ze God zouden zoeken en Hem wellicht tastenderwijs zouden 27 III, 1,25 | waarheid van hetgeen voor hem zichtbaar is. De mens kan 28 III, 1,25 | in de dimensies die boven hem uitgaan. Dat is een wezenlijke 29 III, 1,27 | fascineren, maar ze bevredigen hem niet. Er komt voor allen 30 III, 2,29 | te kunnen komen, kan voor hem aanleiding zijn de eerste 31 III, 2,32 | de waarheid die de ander hem verkondigt. ~Hoeveel voorbeelden 32 III, 2,32 | gevonden; niets en niemand zal hem ooit van deze zekerheid 33 III, 2,32 | gewelddadige dood zullen hem ertoe kunnen brengen, de 34 III, 2,33 | christelijk geloof komt hem daarin tegemoet, door hem 35 III, 2,33 | hem daarin tegemoet, door hem de concrete mogelijkheid 36 III, 2,33 | te overwinnen, leidt het hem binnen in de genade-orde, 37 III, 2,33 | binnen in de genade-orde, die hem laat delen in het geheim 38 III, 2,33 | geheim van Christus, waarin hem de ware en adequate kennis 39 III, 2,33(28) | dient hij? Wat is goed aan hem en wat slecht?’ (Sir.18, 40 III, 2,34(29) | aanwezigheid van de Schepper die hem aanspoort, zijn intuïties 41 III, 2,34 | gevonden worden: want in Hem openbaart devolle waarheid” 42 III, 2,34 | 16) van dat wezen dat in Hem en door Hem geschapen is 43 III, 2,34 | wezen dat in Hem en door Hem geschapen is en dat daarom 44 III, 2,34 | geschapen is en dat daarom in Hem zijn voltooiing vindt (vgl. 45 IV, 1,40 | gekomen, maar ze hadden hem allemaal teleurgesteld. 46 IV, 1,40 | bekering te voltrekken waartoe hem de door hem regelmatig bezochte 47 IV, 1,40 | voltrekken waartoe hem de door hem regelmatig bezochte wijsgeren 48 IV, 1,40 | denken samenvloeiden. Ook bij hem werd de grote eenheid van 49 IV, 2,44 | leergezag van de Kerk heeft in hem de hartstocht voor de waarheid 50 IV, 3,47 | of mogelijkerwijs tegen hem gericht. Dit schijnt het 51 IV, 3,47 | wel eens radicaal tegen hem zou kunnen keren, niet alles 52 V, 1,55(72) | God geloven dat het door Hem geopenbaarde waar is, niet 53 V, 2,60 | was de voorafbeelding van Hem die komen zou, Christus 54 V, 2,60 | wie hij is en onthult Hij hem de sublieme grootheid van 55 VI, 1,67(90) | wil geven, en naar dat wat hem na de dood wacht, vormt 56 VI, 1,70 | Hand 1, 8), om de door Hem geopenbaarde waarheid door 57 VI, 1,71 | uitingen draagt hij iets wat hem boven de schepping uittilt: 58 VI, 2,78 | Thomas heeft geprezen en hem als leider en voorbeeld 59 VII, 1,83 | van de werkelijkheid voor hem: in waarheid, in schoonheid, 60 VII, 1,90 | het gelaat te wissen, en hem zo te brengen tot ofwel 61 VII, 2,92(109)| getuigenis zal afleggen” van Hem. Nu zegt Hij: “Hij zal u 62 VII, 2,97 | zij elke grens, tot zij Hem bereikt die alles tot vervulling 63 Slot, 0,107 | filosofische systemen hebben hem er door misleiding van overtuigd,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License