1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157
Chapter, Paragraph, Number
1001 III, 2,33(28) | bevestigd, want het verstand en de wil van de mens worden hier
1002 III, 2,33(28) | het verstand en de wil van de mens worden hier geactiveerd
1003 III, 2,33(28) | Deze vragen vormen dus de meest verheven uitdrukking
1004 III, 2,33(28) | verheven uitdrukking van de menselijke natuur: dientengevolge
1005 III, 2,33(28) | dientengevolge is het antwoord erop de maatstaf voor de diepte
1006 III, 2,33(28) | antwoord erop de maatstaf voor de diepte waarmee hij zijn
1007 III, 2,33(28) | laatste, alomvattende antwoord de oorzaak der dingen volledig
1008 III, 2,33(28) | wil onderzoeken, bereikt de menselijke rede haar top
1009 III, 2,33(28) | voor het religieuze. Want de religiositeit vormt de meest
1010 III, 2,33(28) | Want de religiositeit vormt de meest verheven uiting van
1011 III, 2,33(28) | meest verheven uiting van de menselijke persoon, omdat
1012 III, 2,33(28) | het diepe verlangen van de mens naar de waarheid en
1013 III, 2,33(28) | verlangen van de mens naar de waarheid en vormt de grondslag
1014 III, 2,33(28) | naar de waarheid en vormt de grondslag van zijn vrije
1015 III, 2,34 | niet in tegenspraak met de waarheden waartoe men door
1016 III, 2,34 | door het filosoferen komt. De beide kennis-orden leiden
1017 III, 2,34 | kennis-orden leiden integendeel tot de waarheid in haar volheid.
1018 III, 2,34 | waarheid in haar volheid. De eenheid van de waarheid
1019 III, 2,34 | volheid. De eenheid van de waarheid is reeds een fundamenteel
1020 III, 2,34 | non-contradictie-beginsel. De openbaring biedt de zekerheid
1021 III, 2,34 | non-contradictie-beginsel. De openbaring biedt de zekerheid voor deze eenheid,
1022 III, 2,34 | door te laten zien dat de Schepper-God ook de God
1023 III, 2,34 | dat de Schepper-God ook de God van de heilsgeschiedenis
1024 III, 2,34 | Schepper-God ook de God van de heilsgeschiedenis is. Een
1025 III, 2,34 | Een en dezelfde God, die de begrijpelijkheid en de redelijkheid
1026 III, 2,34 | die de begrijpelijkheid en de redelijkheid van de natuurlijke
1027 III, 2,34 | begrijpelijkheid en de redelijkheid van de natuurlijke orde der dingen,
1028 III, 2,34 | orde der dingen, waarop de wetenschappers vertrouwvol
1029 III, 2,34 | vereenzelviging in Christus, waarop de apostel doelt: “De waarheid
1030 III, 2,34 | waarop de apostel doelt: “De waarheid is in Christus” (
1031 III, 2,34 | dat in zijn hele Persoon de Vader openbaart (vgl. Joh
1032 III, 2,34(29) | uitdrukkelijk verklaard, dat de beide waarheden, die van
1033 III, 2,34(29) | van het geloof en die van de wetenschap, elkaar nooit
1034 III, 2,34(29) | tegenspreken, ‘aangezien de Heilige Schrift en de natuur
1035 III, 2,34(29) | aangezien de Heilige Schrift en de natuur gelijkelijk voortkomen
1036 III, 2,34(29) | uit het goddelijk Woord, de eerste gedicteerd door de
1037 III, 2,34(29) | de eerste gedicteerd door de heilige Geest, de tweede
1038 III, 2,34(29) | gedicteerd door de heilige Geest, de tweede als trouwe uitvoerster
1039 III, 2,34(29) | kennisterreinen, als het de zedelijke normen in acht
1040 III, 2,34(29) | tegengesteld zijn aan het geloof: de werkelijkheid van de wereld
1041 III, 2,34(29) | geloof: de werkelijkheid van de wereld en van het geloof
1042 III, 2,34(29) | wetenschappelijk onderzoek de aanwezigheid van de Schepper
1043 III, 2,34(29) | onderzoek de aanwezigheid van de Schepper die hem aanspoort,
1044 III, 2,34(29) | bijstaat, doordat Hij in de diepte van zijn geest werkt.”
1045 III, 2,34(29) | Paulus II, Toespraak tot de Pauselijke Academie van
1046 III, 2,34 | worden: want in Hem openbaart de “volle waarheid” zich (vgl.
1047 III, 2,34(30) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei
1048 III, 2,35 | 35. Tegen de achtergrond van deze algemene
1049 III, 2,35 | rechtstreeks onderzoek doen naar de verhouding tussen geopenbaarde
1050 III, 2,35 | dubbele overweging, omdat de waarheid die uit de openbaring
1051 III, 2,35 | omdat de waarheid die uit de openbaring voortkomt, tegelijk
1052 III, 2,35 | is, die in het licht van de rede moet worden begrepen.
1053 III, 2,35 | is het namelijk mogelijk de juiste verhouding van de
1054 III, 2,35 | de juiste verhouding van de geopenbaarde waarheid tot
1055 III, 2,35 | We bezien dus allereerst de betrekkingen tussen geloof
1056 III, 2,35 | geloof en wijsbegeerte in de loop van de geschiedenis.
1057 III, 2,35 | wijsbegeerte in de loop van de geschiedenis. Daaruit zullen
1058 III, 2,35 | referentiepunten moet vasthouden, om de juiste verhouding tussen
1059 III, 2,35 | juiste verhouding tussen de beide kennis-orden vast
1060 III, 2,35 | beide kennis-orden vast de leggen. ~
1061 IV | Hoofdstuk IV~De Verhouding Van Geloof En
1062 IV, 1 | Belangrijke Stappen In De Ontmoeting Van Geloof En
1063 IV, 1,36 | Volgens het getuigenis van de Handelingen der Apostelen
1064 IV, 1,36 | Handelingen der Apostelen zag de christelijke verkondiging
1065 IV, 1,36 | meet af geconfronteerd met de toenmalige wijsgerige stromingen.
1066 IV, 1,36 | bericht het boek erover, dat de H. Paulus in Athene “met
1067 IV, 1,36 | discussieerde (17,18). De exegetische analyse van
1068 IV, 1,36 | analyse van die rede die de apostel op de Areopaag had
1069 IV, 1,36 | die rede die de apostel op de Areopaag had gehouden, heeft
1070 IV, 1,36 | zeker geen toeval. Om door de heidenen begrepen te worden
1071 IV, 1,36 | begrepen te worden konden de eerste christenen het in
1072 IV, 1,36 | verwijzing naar “Mozes en de profeten”; ze moesten ook
1073 IV, 1,36 | ze moesten ook wijzen op de natuurlijke Godskennis en
1074 IV, 1,36 | natuurlijke Godskennis en op de stem van het morele geweten
1075 IV, 1,36 | natuurlijke kennis echter in de heidense religie tot een
1076 IV, 1,36 | vgl. Rom 1,21-32), hield de apostel het voor verstandiger,
1077 IV, 1,36 | vervlechten met het denken van de wijsgeren die van begin
1078 IV, 1,36 | wijsgeren die van begin af tegen de mythen en mysterieculten
1079 IV, 1,36 | meer respect toonden voor de goddelijke transcendentie. ~
1080 IV, 1,36 | goddelijke transcendentie. ~De godsvoorstellingen van de
1081 IV, 1,36 | De godsvoorstellingen van de mensen te reinigen van mythologische
1082 IV, 1,36 | dat was inderdaad een van de grootste inspanningen die
1083 IV, 1,36 | grootste inspanningen die de wijsgeren van het klassieke
1084 IV, 1,36 | Zoals wij weten was ook de Griekse religie, niet anders
1085 IV, 1,36 | religie, niet anders dan de meeste kosmische religies,
1086 IV, 1,36 | natuurverschijnselen vergoddelijkte. De pogingen van de mensen,
1087 IV, 1,36 | vergoddelijkte. De pogingen van de mensen, om de oorsprong
1088 IV, 1,36 | pogingen van de mensen, om de oorsprong van de goden en,
1089 IV, 1,36 | mensen, om de oorsprong van de goden en, in hen, van het
1090 IV, 1,36 | hun eerste uitdrukking in de dichtkunst. De theogonieën
1091 IV, 1,36 | uitdrukking in de dichtkunst. De theogonieën zijn tot nu
1092 IV, 1,36 | getuigenis van deze zoektocht van de mens. Het was de taak van
1093 IV, 1,36 | zoektocht van de mens. Het was de taak van de vaders der wijsbegeerte
1094 IV, 1,36 | mens. Het was de taak van de vaders der wijsbegeerte
1095 IV, 1,36 | vaders der wijsbegeerte de samenhang tussen verstand
1096 IV, 1,36 | stelden zij zich niet meer met de oude mythen tevreden; ze
1097 IV, 1,36 | wilden aan hun geloof in de godheid een rationele basis
1098 IV, 1,36 | ingeslagen die, uitgaande van de verschillende oude overleveringen,
1099 IV, 1,36 | ontwikkeling die overeenkwam met de eisen van de universele
1100 IV, 1,36 | overeenkwam met de eisen van de universele rede. Het doel
1101 IV, 1,36 | weg was het concept van de ‘godheid’ (divinitas). Vormen
1102 IV, 1,36 | werden als zodanig herkend en de religie werd door de kracht
1103 IV, 1,36 | en de religie werd door de kracht van de rationele
1104 IV, 1,36 | werd door de kracht van de rationele analyse tenminste
1105 IV, 1,36 | Op deze basis begonnen de Kerkvaders een vruchtbare
1106 IV, 1,36 | een vruchtbare dialoog met de antieke wijsgeren en baanden
1107 IV, 1,36 | wijsgeren en baanden zo de weg voor de verkondiging
1108 IV, 1,36 | en baanden zo de weg voor de verkondiging en het begrip
1109 IV, 1,36 | verkondiging en het begrip van de God van Jezus Christus. ~
1110 IV, 1,37 | toenaderingsbeweging van de christenen naar de wijsbegeerte
1111 IV, 1,37 | toenaderingsbeweging van de christenen naar de wijsbegeerte moet men ook
1112 IV, 1,37 | wijsbegeerte moet men ook de voorzichtige houding melden
1113 IV, 1,37 | die andere elementen van de heidense cultuurwereld,
1114 IV, 1,37 | cultuurwereld, zoals bijvoorbeeld de gnosis, bij hen opriepen.
1115 IV, 1,37 | wijsheid en levensschool kon de wijsbegeerte gemakkelijk
1116 IV, 1,37 | worden. Zonder twijfel denkt de H. Paulus aan deze manier
1117 IV, 1,37 | speculeren, wanneer hij de Kolossenzen waarschuwt: “
1118 IV, 1,37 | en die zich beroepen op de natuurmachten van de wereld,
1119 IV, 1,37 | op de natuurmachten van de wereld, niet op Christus” (
1120 IV, 1,37 | niet op Christus” (2,8). De woorden van de apostel schijnen
1121 IV, 1,37 | Christus” (2,8). De woorden van de apostel schijnen uiterst
1122 IV, 1,37 | als we ze betrekken op de verschillende vormen van
1123 IV, 1,37 | verschillende vormen van de esoteriek die tegenwoordig
1124 IV, 1,37 | bij sommige gelovigen, die de benodigde kritische zin
1125 IV, 1,37 | grijpen. Het voorbeeld van de H. Paulus volgend maakten
1126 IV, 1,37 | maakten andere schrijvers van de eerste eeuwen, in het bijzonder
1127 IV, 1,37 | eeuwen, in het bijzonder de H. Irenaeus en Tertullianus,
1128 IV, 1,37 | opvatting die eiste dat de waarheid van de openbaring
1129 IV, 1,37 | eiste dat de waarheid van de openbaring onderschikt werd
1130 IV, 1,37 | onderschikt werd gemaakt aan de interpretatie van de wijsgeren. ~
1131 IV, 1,37 | aan de interpretatie van de wijsgeren. ~
1132 IV, 1,38 | 38. De ontmoeting van het christendom
1133 IV, 1,38 | van het christendom met de wijsbegeerte was daarom
1134 IV, 1,38 | spontaan noch eenvoudig. De bezigheid van de wijsgeren
1135 IV, 1,38 | eenvoudig. De bezigheid van de wijsgeren en het bezoek
1136 IV, 1,38 | bezoek van hun scholen scheen de eerste christenen eerder
1137 IV, 1,38 | een kans toe. Voor hen was de eerste, dringende opgave
1138 IV, 1,38 | eerste, dringende opgave de verkondiging van de opgestane
1139 IV, 1,38 | opgave de verkondiging van de opgestane Heer in een persoonlijke
1140 IV, 1,38 | persoonlijke ontmoeting, die de gesprekspartners zou brengen
1141 IV, 1,38 | echter niet zeggen dat zij de opgave om het geloofsbegrip
1142 IV, 1,38 | veronachtzaamden. Integendeel: de kritiek van Celsus die de
1143 IV, 1,38 | de kritiek van Celsus die de christenen ervan beticht, “
1144 IV, 1,38 | ongegrond en onwaar te zijn. De verklaring voor hun aanvankelijke
1145 IV, 1,38 | zoeken. In werkelijkheid bood de ontmoeting met het evangelie
1146 IV, 1,38 | bevredigend antwoord op de tot dan toe onbeantwoorde
1147 IV, 1,38 | onbeantwoorde vragen naar de zin van het leven, dat hun
1148 IV, 1,38 | zin van het leven, dat hun de omgang met de wijsgeren
1149 IV, 1,38 | leven, dat hun de omgang met de wijsgeren voorkwam als een
1150 IV, 1,38 | duidelijker, wanneer men denkt aan de bijdrage van het christendom
1151 IV, 1,38 | van het christendom aan de bevestiging van ieders recht
1152 IV, 1,38 | ieders recht op toegang tot de waarheid. Het christendom
1153 IV, 1,38 | had na het neerhalen van de barrières van ras, maatschappelijke
1154 IV, 1,38 | geslacht, vanaf het begin de gelijkheid van alle mensen
1155 IV, 1,38 | mensen voor God verkondigd. De eerste consequentie van
1156 IV, 1,38 | het waarheidszoeken bij de Ouden had, werd met beslistheid
1157 IV, 1,38 | beslistheid overwonnen: omdat de toegang tot de waarheid
1158 IV, 1,38 | overwonnen: omdat de toegang tot de waarheid een goed is, dat
1159 IV, 1,38 | deze weg te kunnen gaan. De wegen om de waarheid te
1160 IV, 1,38 | kunnen gaan. De wegen om de waarheid te bereiken zijn
1161 IV, 1,38 | talrijk; toch kan, aangezien de christelijke waarheid heilswaarde
1162 IV, 1,38 | doel, dat wil zeggen naar de openbaring van Jezus Christus,
1163 IV, 1,38 | voorzichtige onderscheiding - moet de H. Justinus genoemd worden:
1164 IV, 1,38 | hij zijn hoge achting voor de Griekse wijsbegeerte ook
1165 IV, 1,38 | beslist, in het christendom “de enige zekere en nut brengende
1166 IV, 1,38 | Alexandrië het evangelie “de ware wijsbegeerte” 33 en
1167 IV, 1,38 | en interpreteerde hij de wijsbegeerte naar analogie
1168 IV, 1,38 | wijsbegeerte naar analogie van de wet van Mozes als voorbereidend
1169 IV, 1,38 | wijsheid gaat het verlangen van de wijsbegeerte uit; zij is
1170 IV, 1,38 | zij is een streven van de ziel, zowel naar het vermogen
1171 IV, 1,38 | juiste denken alsook naar de zuiverheid van het leven;
1172 IV, 1,38 | zuiverheid van het leven; ze is de wijsheid vriendelijk en
1173 IV, 1,38 | verlangen koesteren naar de Wijsheid die alle dingen
1174 IV, 1,38 | zeggen: naar kennis van de Zoon van God”. 36 Hoofddoel
1175 IV, 1,38 | van God”. 36 Hoofddoel van de Griekse wijsbegeerte is
1176 IV, 1,38 | Griekse wijsbegeerte is voor de Alexandrijn niet de voltooiing
1177 IV, 1,38 | voor de Alexandrijn niet de voltooiing of de versterking
1178 IV, 1,38 | Alexandrijn niet de voltooiing of de versterking van de christelijke
1179 IV, 1,38 | voltooiing of de versterking van de christelijke waarheid; haar
1180 IV, 1,38 | haar opgave is veeleer de verdediging van het geloof:: “
1181 IV, 1,38 | behoefte aan enige afwerking is de leer van de Verlosser, omdat
1182 IV, 1,38 | afwerking is de leer van de Verlosser, omdat zij goddelijke
1183 IV, 1,38 | wijsheid is. Wanneer nu de Griekse wijsheid erbij komt,
1184 IV, 1,38 | wijsheid erbij komt, maakt zij de waarheid weliswaar niet
1185 IV, 1,38 | effectiever, maar omdat zij de sofistische aanvallen ontkracht
1186 IV, 1,38 | sofistische aanvallen ontkracht en de listige aanvallen tegen
1187 IV, 1,38 | listige aanvallen tegen de waarheid afslaat, heeft
1188 IV, 1,38 | terecht haag en muur van de wijnberg genoemd.” 37 ~
1189 IV, 1,39 | 39. In de geschiedenis van deze ontwikkeling
1190 IV, 1,39 | ontwikkeling kan men toch de kritische overname van het
1191 IV, 1,39 | het wijsgerige denken door de christelijke denkers vaststellen.
1192 IV, 1,39 | denkers vaststellen. Onder de eerste voorbeelden die men
1193 IV, 1,39 | uitnemend. Om te antwoorden op de door Celsus gedane aanvallen
1194 IV, 1,39 | pareren, neemt Origenes de Platoonse wijsbegeerte over.
1195 IV, 1,39 | denken over en werkt voor de eerste keer zoiets als een
1196 IV, 1,39 | christelijke theologie uit. De naam theologie net als de
1197 IV, 1,39 | De naam theologie net als de voorstelling van haar als
1198 IV, 1,39 | haar Griekse oorsprong. In de Aristotelische wijsbegeerte
1199 IV, 1,39 | wijsbegeerte bijvoorbeeld betekent de uitdrukking het voornaamste
1200 IV, 1,39 | op een algemene leer over de goden, kreeg daarentegen
1201 IV, 1,39 | daarentegen in het licht van de christelijke openbaring
1202 IV, 1,39 | van nu af het nadenken van de gelovige aanduidde die de
1203 IV, 1,39 | de gelovige aanduidde die de ware leer over God wil formuleren.
1204 IV, 1,39 | christelijke denken gebruik van de filosofie, maar was er alert
1205 IV, 1,39 | duidelijk van te onderscheiden. De geschiedenis leert dat het
1206 IV, 1,39 | geschiedenis leert dat het in de theologie overgenomen Platoonse
1207 IV, 1,39 | als onsterfelijkheid van de ziel, vergoddelijking van
1208 IV, 1,39 | ziel, vergoddelijking van de mens en oorsprong van het
1209 IV, 1,40 | en neo-Platoonse denken de Cappadociërs, Dionysius
1210 IV, 1,40 | Cappadociërs, Dionysius de Areopagiet en vooral de
1211 IV, 1,40 | de Areopagiet en vooral de H. Augustinus. De grote
1212 IV, 1,40 | vooral de H. Augustinus. De grote geleerde van het Avondland
1213 IV, 1,40 | teleurgesteld. Toen dan de waarheid van het christelijk
1214 IV, 1,40 | zijn blikveld kwam, had hij de kracht om die radicale bekering
1215 IV, 1,40 | te voltrekken waartoe hem de door hem regelmatig bezochte
1216 IV, 1,40 | wijsgeren niet konden brengen. De reden daarvoor vertelt hij
1217 IV, 1,40 | Van dan af gaf ik echter de voorkeur aan de katholieke
1218 IV, 1,40 | ik echter de voorkeur aan de katholieke leer; ik ervoer
1219 IV, 1,40 | te bewijzen was - terwijl de anderen een vermetele belofte
1220 IV, 1,40 | kennis deden en lachten over de gelovigheid, en later bevalen
1221 IV, 1,40 | maar niets wilden weten van de weg die daarheen leidt:
1222 IV, 1,40 | vleesgeworden Woord. 39 Het lukte de bisschop van Hippo om de
1223 IV, 1,40 | de bisschop van Hippo om de eerste grote synthese van
1224 IV, 1,40 | denken op te stellen, waarin de stromingen van het Griekse
1225 IV, 1,40 | samenvloeiden. Ook bij hem werd de grote eenheid van kennis,
1226 IV, 1,40 | denken bevestigd en gedragen. De door de H. Augustinus gemaakte
1227 IV, 1,40 | bevestigd en gedragen. De door de H. Augustinus gemaakte synthese
1228 IV, 1,40 | synthese zou eeuwenlang de hoogste vorm van wijsgerig
1229 IV, 1,40 | door terug te grijpen op de ervaring, toekomstige ontwikkelingen
1230 IV, 1,41 | 41. De kerkvaders van het Oosten
1231 IV, 1,41 | verbindingen gelegd met de wijsgerige scholen. Dat
1232 IV, 1,41 | Dat betekent niet dat ze de inhoud van hun boodschap
1233 IV, 1,41 | vereenzelvigd hebben met de systemen waaraan zij refereerden.
1234 IV, 1,41 | waaraan zij refereerden. De vraag van Tertullianus: “
1235 IV, 1,41 | en Jeruzalem gemeen? Wat de Academie en de Kerk?” 40
1236 IV, 1,41 | gemeen? Wat de Academie en de Kerk?” 40 is een duidelijke
1237 IV, 1,41 | kritische bewustzijn waarmee de christelijke denkers vanaf
1238 IV, 1,41 | omgingen met het probleem van de verhouding van geloof en
1239 IV, 1,41 | denkers. Juist omdat ze de inhoud van het geloof intensief
1240 IV, 1,41 | intensief beleefden, konden zij de diepste vormen van speculatief
1241 IV, 1,41 | hun werk te vernauwen tot de loutere omzetting van de
1242 IV, 1,41 | de loutere omzetting van de geloofsinhoud in wijsgerige
1243 IV, 1,41 | aankondigde in het denken van de grote antieke wijsgeren. 41
1244 IV, 1,41(40) | De Praescriptione Haereticorum,
1245 IV, 1,41 | Ze hadden, als gezegd, de taak te laten zien hoe het
1246 IV, 1,41 | boeien bevrijde verstand uit de doodlopende straat van de
1247 IV, 1,41 | de doodlopende straat van de mythen kon raken om zich
1248 IV, 1,41 | kon zich dus verheffen tot de hoogste niveaus van reflectie,
1249 IV, 1,41 | daarmee een solide basis voor de waarneming van het zijn,
1250 IV, 1,41 | hierin schuilt het door de Kerkvaders volbrachte nieuwe.
1251 IV, 1,41 | verstand en plantten daarin de rijkdom uit de openbaring.
1252 IV, 1,41 | plantten daarin de rijkdom uit de openbaring. Tot ontmoeting
1253 IV, 1,41 | niveau van culturen, waarvan de ene misschien gevallen was
1254 IV, 1,41 | misschien gevallen was voor de betovering van de andere;
1255 IV, 1,41 | was voor de betovering van de andere; ze vond plaats in
1256 IV, 1,41 | onbewust nastreefde, in de Persoon van het vleesgeworden
1257 IV, 1,41 | tot het hoogste goed en de hoogste waarheid. De Kerkvaders
1258 IV, 1,41 | en de hoogste waarheid. De Kerkvaders ontzagen zich
1259 IV, 1,41 | zich echter niet, tegenover de wijsgeren zowel de gemeenschappelijke
1260 IV, 1,41 | tegenover de wijsgeren zowel de gemeenschappelijke elementen
1261 IV, 1,41 | gemeenschappelijke elementen alsook de verschillen te erkennen,
1262 IV, 1,41 | deze met betrekking tot de openbaring lieten zien.
1263 IV, 1,41 | lieten zien. Het besef van de overeenstemmingen vertroebelde
1264 IV, 1,41 | vertroebelde in hen niet de erkenning van de verschillen. ~
1265 IV, 1,41 | hen niet de erkenning van de verschillen. ~
1266 IV, 1,41(41) | Vgl. Congregatie voor de Katholieke Opvoeding: Instructie
1267 IV, 1,41(41) | Opvoeding: Instructie over de studie van de Kerkvaders
1268 IV, 1,41(41) | Instructie over de studie van de Kerkvaders in de priesteropleiding (
1269 IV, 1,41(41) | studie van de Kerkvaders in de priesteropleiding (10 november
1270 IV, 1,42 | 42. In de scholastieke wijsbegeerte
1271 IV, 1,42 | wijsbegeerte wordt onder impuls van de interpretatie van de intellectus
1272 IV, 1,42 | van de interpretatie van de intellectus fidei door Anselmus
1273 IV, 1,42 | Kantelberg (Canterbury) de rol van het filosofisch
1274 IV, 1,42 | verstand nog gewichtiger. Voor de heilige aartsbisschop van
1275 IV, 1,42 | aartsbisschop van Kantelberg is de voorrang van het geloof
1276 IV, 1,42 | geroepen, een oordeel over de geloofsinhoud te formuleren;
1277 IV, 1,42 | een zeker begrijpen van de geloofsinhoud te komen.
1278 IV, 1,42 | geloofsinhoud te komen. De H. Anselmus onderstreept
1279 IV, 1,42 | onderstreept het feit dat de rede moet zoeken naar dat
1280 IV, 1,42 | naar kennis. Wie leeft voor de waarheid, streeft naar een
1281 IV, 1,42 | verstand ontdekken, waar de voltooiing van zijn tocht
1282 IV, 1,42 | zekere waarneming bereikt van de werkelijkheid daarvan, ook
1283 IV, 1,42 | intellect niet doordringen tot de zijnswijze ervan (...) Want
1284 IV, 1,42 | bediscussieerd, op grond van de nodige argumenten is vastgesteld,
1285 IV, 1,42 | vastgesteld, ofschoon men met de rede niet zó tot dat wezen
1286 IV, 1,42 | verklaren, raakt daarom de grondslag van zijn zekerheid
1287 IV, 1,42 | heeft geconcludeerd dat de wijze, waarop de hoogste
1288 IV, 1,42 | geconcludeerd dat de wijze, waarop de hoogste wijsheid weet, wat
1289 IV, 1,42 | zich noemt - zij, over wie de mens niets of bijna niets
1290 IV, 1,42 | bijna niets kan weten?” 43 ~De fundamentele eenheid van
1291 IV, 1,42 | verlangt dat zijn object met de hulp van het verstand begrepen
1292 IV, 2 | De blijvende nieuwheid van
1293 IV, 2 | nieuwheid van het denken van de H. Thomas van Aquino~
1294 IV, 2,43 | plaats op deze lange weg komt de H. Thomas toe, niet alleen
1295 IV, 2,43 | Thomas toe, niet alleen om de inhoud van zijn leer, maar
1296 IV, 2,43 | zijn leer, maar ook vanwege de betrekking die hij in de
1297 IV, 2,43 | de betrekking die hij in de dialoog met het Arabische
1298 IV, 2,43 | In een tijdperk waarin de christelijke denkers de
1299 IV, 2,43 | de christelijke denkers de schatten van de antieke,
1300 IV, 2,43 | denkers de schatten van de antieke, preciezer gezegd
1301 IV, 2,43 | antieke, preciezer gezegd de aristotelische filosofie
1302 IV, 2,43 | filosofie herontdekten, had hij de grote verdienste dat hij
1303 IV, 2,43 | grote verdienste dat hij de harmonie die tussen rede
1304 IV, 2,43 | rede en geloof bestaat, op de voorgrond heeft geplaatst.
1305 IV, 2,43 | fundamenteler erkent Thomas dat de natuur, die object van de
1306 IV, 2,43 | de natuur, die object van de wijsbegeerte is, kan bijdragen
1307 IV, 2,43 | bijdragen tot het begrip van de goddelijke openbaring. Het
1308 IV, 2,43 | en vertrouwt erop. Zoals de genade de natuur veronderstelt
1309 IV, 2,43 | vertrouwt erop. Zoals de genade de natuur veronderstelt en
1310 IV, 2,43 | die het gevolg zijn van de ongehoorzaamheid der zonde
1311 IV, 2,43 | ongehoorzaamheid der zonde en vindt het de nodige kracht om zich te
1312 IV, 2,43 | om zich te verheffen tot de kennis van het mysterie
1313 IV, 2,43 | kennis van het mysterie van de drie-ene God. De Doctor
1314 IV, 2,43 | mysterie van de drie-ene God. De Doctor Angelicus heeft,
1315 IV, 2,43 | het geloof onderstreepte, de waarde van zijn rationaliteit
1316 IV, 2,43 | vergeten: ja, hij kon in de diepte gaan en de zin van
1317 IV, 2,43 | kon in de diepte gaan en de zin van deze redelijkheid
1318 IV, 2,43 | door haar instemming met de geloofsinhouden; tot de
1319 IV, 2,43 | de geloofsinhouden; tot de geloofsinhouden komt men
1320 IV, 2,43 | geweten. 46 ~Om deze reden is de H. Thomas terecht door de
1321 IV, 2,43 | de H. Thomas terecht door de Kerk steeds als leermeester
1322 IV, 2,43 | gepresenteerd en voorbeeld van de wijze waarop de theologie
1323 IV, 2,43 | voorbeeld van de wijze waarop de theologie juist beoefend
1324 IV, 2,43 | aanhalen, wat mijn voorganger, de Dienaar Gods Paus Paulus
1325 IV, 2,43 | VI, naar aanleiding van de zevenhonderdste sterfdag
1326 IV, 2,43 | zevenhonderdste sterfdag van de H. Thomas heeft geschreven: “
1327 IV, 2,43 | Thomas bezat ongetwijfeld in de hoogste mate de moed tot
1328 IV, 2,43 | ongetwijfeld in de hoogste mate de moed tot de waarheid, de
1329 IV, 2,43 | hoogste mate de moed tot de waarheid, de vrijheid van
1330 IV, 2,43 | de moed tot de waarheid, de vrijheid van geest, toen
1331 IV, 2,43 | vrijheid van geest, toen hij de nieuwe problemen tegemoet
1332 IV, 2,43 | problemen tegemoet ging, de intellectuele rationaliteit
1333 IV, 2,43 | rationaliteit van iemand die de versmelting van het christendom
1334 IV, 2,43 | van het christendom met de wereldse wijsbegeerte evenmin
1335 IV, 2,43 | priori. Hij ging daarom de geschiedenis van het christelijke
1336 IV, 2,43 | denken in als een pionier op de nieuwe weg van de wijsbegeerte
1337 IV, 2,43 | pionier op de nieuwe weg van de wijsbegeerte en van de universele
1338 IV, 2,43 | van de wijsbegeerte en van de universele cultuur. Het
1339 IV, 2,43 | cultuur. Het centrale punt, ja de kern van de oplossing die
1340 IV, 2,43 | centrale punt, ja de kern van de oplossing die hij met zijn
1341 IV, 2,43 | scherpzinnigheid voor het probleem van de nieuwe tegenstelling van
1342 IV, 2,43 | rede en geloof vond, was de verzoening tussen de seculariteit
1343 IV, 2,43 | was de verzoening tussen de seculariteit van de wereld
1344 IV, 2,43 | tussen de seculariteit van de wereld en de radicaliteit
1345 IV, 2,43 | seculariteit van de wereld en de radicaliteit van het evangelie;
1346 IV, 2,43 | daarmee onttrok hij zich aan de tegennatuurlijke neiging
1347 IV, 2,43 | tegennatuurlijke neiging de wereld en haar waarden te
1348 IV, 2,43 | loochenen, zonder echter de hoogste en onbuigzame aanspraken
1349 IV, 2,43 | onbuigzame aanspraken van de bovennatuurlijke orde te
1350 IV, 2,43(46) | Paulus II, Toespraak tot de deelnemers aan het Negende
1351 IV, 2,44 | 44. Tot de grote inzichten van de H.
1352 IV, 2,44 | Tot de grote inzichten van de H. Thomas hoort ook zijn
1353 IV, 2,44 | hoort ook zijn visie op de rol die de heilige Geest
1354 IV, 2,44 | zijn visie op de rol die de heilige Geest speelt bij
1355 IV, 2,44 | kennis tot wijsheid. Reeds op de eerste bladzijden van zijn
1356 IV, 2,44 | Summa Theologiae48 geeft de Aquinaat de voorrang van
1357 IV, 2,44 | Theologiae48 geeft de Aquinaat de voorrang van die wijsheid
1358 IV, 2,44 | wijsheid aan, die gave is van de heilige Geest en die binnenleidt
1359 IV, 2,44 | Geest en die binnenleidt in de kennis van de goddelijke
1360 IV, 2,44 | binnenleidt in de kennis van de goddelijke werkelijkheden.
1361 IV, 2,44 | theologie maakt het mogelijk, de eigen aard van de wijsheid
1362 IV, 2,44 | mogelijk, de eigen aard van de wijsheid in haar enge relatie
1363 IV, 2,44 | relatie met het geloof en met de Godskennis te begrijpen.
1364 IV, 2,44 | Godskennis te begrijpen. De wijsheid kent krachtens
1365 IV, 2,44 | juiste oordeel op basis van de waarheid van het geloof: “
1366 IV, 2,44 | waarheid van het geloof: “De wijsheid, die tot de gaven
1367 IV, 2,44 | geloof: “De wijsheid, die tot de gaven van de heilige Geest
1368 IV, 2,44 | wijsheid, die tot de gaven van de heilige Geest hoort, onderscheidt
1369 IV, 2,44 | schranderheid), die tot de deugden van het verstand
1370 IV, 2,44 | verwerft men zich namelijk door de studie: die eerste daarentegen ‘
1371 IV, 2,44 | komt van boven’, zoals de H. Jacobus het uitdrukt.
1372 IV, 2,44 | geloof. Want het geloof neemt de goddelijke waarheid zo aan,
1373 IV, 2,44 | waarheid zo aan, zoals ze is: de gave van de wijsheid echter
1374 IV, 2,44 | zoals ze is: de gave van de wijsheid echter maakt een
1375 IV, 2,44 | oordeel mogelijk volgens de goddelijke waarheid.” 49 ~
1376 IV, 2,44 | goddelijke waarheid.” 49 ~De voorrang die hij aan deze
1377 IV, 2,44 | deze wijsheid toekent doet de Doctor Angelicus echter
1378 IV, 2,44 | Doctor Angelicus echter niet de aanwezigheid van twee andere,
1379 IV, 2,44 | wijsheidsvormen vergeten: de wijsgerige, die steunt op
1380 IV, 2,44 | van het verstand om binnen de aangeboren grenzen de werkelijkheid
1381 IV, 2,44 | binnen de aangeboren grenzen de werkelijkheid te onderzoeken,
1382 IV, 2,44 | werkelijkheid te onderzoeken, en de theologische die berust
1383 IV, 2,44 | theologische die berust op de openbaring en die de geloofsinhouden
1384 IV, 2,44 | op de openbaring en die de geloofsinhouden onderzoekt,
1385 IV, 2,44 | Thomas onbaatzuchtig van de waarheid. Hij zocht haar
1386 IV, 2,44 | inzichtelijk. Het leergezag van de Kerk heeft in hem de hartstocht
1387 IV, 2,44 | van de Kerk heeft in hem de hartstocht voor de waarheid
1388 IV, 2,44 | in hem de hartstocht voor de waarheid erkend en gewaardeerd;
1389 IV, 2,44 | omdat het altijd binnen de horizon van de universele,
1390 IV, 2,44 | altijd binnen de horizon van de universele, objectieve en
1391 IV, 2,44 | waarheid bleef, “toppen die de menselijke intelligentie
1392 IV, 2,44(50) | dat een weerklank is van de bekende zin van de Ambrosiaster ,
1393 IV, 2,44(50) | is van de bekende zin van de Ambrosiaster , In Prima
1394 IV, 2,44(50) | wie het ook zegt, is van de heilige Geest”. ~
1395 IV, 2,44 | dus met recht “Apostel van de waarheid” 52 genoemd worden.
1396 IV, 2,44 | voorbehoud zijn aandacht op de waarheid richtte, kon hij
1397 IV, 2,44 | Zijn filosofie is waarlijk de filosofie van het ‘zijn’
1398 IV, 2,44 | zijn’ en niet louter van de ‘schijn’. ~
1399 IV, 3 | Het drama van de scheiding van geloof en
1400 IV, 3,45 | 45. Met de oprichting van de eerste
1401 IV, 3,45 | 45. Met de oprichting van de eerste universiteiten zag
1402 IV, 3,45 | eerste universiteiten zag de theologie zich rechtstreeks
1403 IV, 3,45 | wetenschappelijke kennis. De H. Albertus Magnus en de
1404 IV, 3,45 | De H. Albertus Magnus en de H. Thomas waren de eersten
1405 IV, 3,45 | Magnus en de H. Thomas waren de eersten die, ofschoon zij
1406 IV, 3,45 | organische verbinding tussen de wijsbegeerte en de godgeleerdheid,
1407 IV, 3,45 | tussen de wijsbegeerte en de godgeleerdheid, aan de wijsbegeerte
1408 IV, 3,45 | en de godgeleerdheid, aan de wijsbegeerte en de wetenschappen
1409 IV, 3,45 | aan de wijsbegeerte en de wetenschappen de nodige
1410 IV, 3,45 | wijsbegeerte en de wetenschappen de nodige autonomie toekenden,
1411 IV, 3,45 | succesvol te wijden aan de verschillende onderzoeksgebieden.
1412 IV, 3,45 | onderzoeksgebieden. Vanaf de late Middeleeuwen verkeerde
1413 IV, 3,45 | legitieme onderscheid tussen de beide kennisvormen langzamerhand
1414 IV, 3,45 | bij enkele denkers werden de posities radicaler, tot
1415 IV, 3,45 | gescheiden en tegenover de geloofsinhouden absoluut
1416 IV, 3,45 | wijsbegeerte belandde. Tot de gevolgen van deze scheiding
1417 IV, 3,45 | kennis voortbracht die tot de hoogste vormen van speculatief
1418 IV, 3,46 | 46. De opvallendste radicaliseringen
1419 IV, 3,46 | zijn bekend en vooral in de geschiedenis van het Avondland
1420 IV, 3,46 | geleidelijke afwending van de openbaring, tot het tenslotte
1421 IV, 3,46 | duidelijke tegenposities. In de vorige eeuw heeft deze beweging
1422 IV, 3,46 | het idealisme hebben op de meest verschillende manieren
1423 IV, 3,46 | schadelijk en vervreemdend voor de ontwikkeling van de volle
1424 IV, 3,46 | voor de ontwikkeling van de volle rationaliteit. Zij
1425 IV, 3,46 | daarmee tot een trauma voor de mensheid. ~Op het gebied
1426 IV, 3,46 | van iedere betrekking met de christelijke wereldbeschouwing
1427 IV, 3,46 | risico lopen dat niet langer de mens en het geheel van zijn
1428 IV, 3,46 | nog: enkelen van hen, die de mogelijkheden van technologische
1429 IV, 3,46 | geven aan een logica die op de markt is gebaseerd, maar
1430 IV, 3,46 | gebaseerd, maar ook aan de verleiding van quasi-goddelijke
1431 IV, 3,46 | quasi-goddelijke macht over de natuur en zelfs over de
1432 IV, 3,46 | de natuur en zelfs over de mens. ~Als gevolg van de
1433 IV, 3,46 | de mens. ~Als gevolg van de crisis van het rationalisme
1434 IV, 3,46 | mogelijkheid, het doel van de waarheid ooit te bereiken.
1435 IV, 3,46 | ooit te bereiken. Volgens de nihilistische uitleg is
1436 IV, 3,47 | men niet vergeten dat in de moderne cultuur de rol van
1437 IV, 3,47 | dat in de moderne cultuur de rol van de wijsbegeerte
1438 IV, 3,47 | moderne cultuur de rol van de wijsbegeerte zelf veranderd
1439 IV, 3,47 | ineengeschrompeld tot een van de vele gebieden van menselijke
1440 IV, 3,47 | rationaliteit zijn niet op de beschouwing van de waarheid
1441 IV, 3,47 | niet op de beschouwing van de waarheid en het zoeken naar
1442 IV, 3,47 | het uiteindelijke doel en de zin van het leven gericht,
1443 IV, 3,47 | utilitaristische doelen, het genot of de macht. ~Hoe gevaarlijk het
1444 IV, 3,47 | aangegeven, waar ik schreef: “De hedendaagse mens wordt kennelijk
1445 IV, 3,47 | hij zelf voortbrengt: door de resultaten van de arbeid
1446 IV, 3,47 | door de resultaten van de arbeid van zijn hand en
1447 IV, 3,47 | wilsbeschikkingen. Niet alleen leiden de vruchten van deze veelvormige
1448 IV, 3,47 | en vaak onvoorzien keren de resultaten zich, tenminste
1449 IV, 3,47 | loop van hun gevolgen tegen de mens zelf, al is het dan
1450 IV, 3,47 | universele dimensie. Het doet de mens in groeiende angst
1451 IV, 3,47 | maar precies dat waarin de mens een aanzienlijk deel
1452 IV, 3,47 | filosofen het opgegeven de waarheid omwille van haarzelf
1453 IV, 3,47 | in een verduistering van de echte waardigheid van het
1454 IV, 3,48 | Uit dit laatste deel van de filosofiegeschiedenis kan
1455 IV, 3,48 | hebben aan een vergroting van de afstand tussen geloof en
1456 IV, 3,48 | worden, kunnen helpen om de weg van de waarheid te ontdekken.
1457 IV, 3,48 | kunnen helpen om de weg van de waarheid te ontdekken. Deze
1458 IV, 3,48 | bijvoorbeeld te vinden in de grondige analyses over waarneming
1459 IV, 3,48 | oproep zijn om in zichzelf de echte zin van zijn bestaan
1460 IV, 3,48 | neemt echter niet weg dat de hedendaagse verhouding van
1461 IV, 3,48 | vereist omdat beide zonder de ander zijn verarmd en verzwakt.
1462 IV, 3,48 | Toen het verstand zonder de bijdrage van de openbaring
1463 IV, 3,48 | verstand zonder de bijdrage van de openbaring bleef, sloeg
1464 IV, 3,48 | verstand ontbreekt, heeft de nadruk gelegd op gevoel
1465 IV, 3,48 | nooit aanleiding zien om de blik te richten op de nieuwheid
1466 IV, 3,48 | om de blik te richten op de nieuwheid en de radicaliteit
1467 IV, 3,48 | richten op de nieuwheid en de radicaliteit van het zijn.
1468 IV, 3,48 | moment, dat het geloof en de wijsbegeerte de diepe eenheid
1469 IV, 3,48 | geloof en de wijsbegeerte de diepe eenheid herstellen
1470 IV, 3,48 | autonomie afbreuk te doen. De parrhesia (vrijmoedigheid)
1471 IV, 3,48 | moet opgewassen zijn tegen de stoutmoedigheid van de rede. ~
1472 IV, 3,48 | tegen de stoutmoedigheid van de rede. ~
1473 V | Hoofdstuk V~De Tussenkomsten Van Het Leergezag
1474 V, 1 | Leergezag Als Dienst Aan De Waarheid~
1475 V, 1,49 | 49. De Kerk heeft geen eigen wijsbegeerte,
1476 V, 1,49 | andere bijzondere filosofie de voorkeur boven de andere54.
1477 V, 1,49 | filosofie de voorkeur boven de andere54. De diepere reden
1478 V, 1,49 | voorkeur boven de andere54. De diepere reden voor deze
1479 V, 1,49 | terughoudendheid ligt in het feit dat de wijsbegeerte, ook wanneer
1480 V, 1,49 | ze in relatie treedt met de theologie, moet optreden
1481 V, 1,49 | methoden; anders zou er niet de garantie zijn dat zij op
1482 V, 1,49 | garantie zijn dat zij op de waarheid gericht blijft
1483 V, 1,49 | waarheid gericht blijft en naar de waarheid streeft met een
1484 V, 1,49 | volgens eigen beginselen en de voor haar specifieke methoden
1485 V, 1,49 | behulpzaam zijn. Ten diepste is de oorsprong van de autonomie
1486 V, 1,49 | diepste is de oorsprong van de autonomie die de filosofie
1487 V, 1,49 | oorsprong van de autonomie die de filosofie geniet, te kennen
1488 V, 1,49 | wezen georiënteerd is op de waarheid en bovendien in
1489 V, 1,49 | zichzelf is toegerust met de voor het bereiken daarvan
1490 V, 1,49 | haar grondwet, moet ook de eisen en inzichten van de
1491 V, 1,49 | de eisen en inzichten van de geopenbaarde waarheid respecteren. ~
1492 V, 1,49 | respecteren. ~Toch heeft de geschiedenis laten zien
1493 V, 1,49 | is geraakt. Het is noch de taak, noch de bevoegdheid
1494 V, 1,49 | Het is noch de taak, noch de bevoegdheid van het leergezag
1495 V, 1,49 | leergezag om in te grijpen, om de lacunes van een falend filosofisch
1496 V, 1,49 | verspreid worden, die doordat ze de eenvoud en zuiverheid van
1497 V, 1,50 | niet overeenstemmen met de christelijke leer55. Het
1498 V, 1,50 | christelijke leer55. Het is vooral de opgave van het leergezag
1499 V, 1,50 | conclusies onverenigbaar zijn met de geopenbaarde waarheid en
1500 V, 1,50 | waarheid en tegelijkertijd de eisen te formuleren die
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157 |