Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dàt 1
datgene 3
datzelfde 2
de 3157
debat 2
december 3
decreet 9
Frequency    [«  »]
-----
-----
-----
3157 de
1784 van
1527 het
1018 en
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

de

1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157

     Chapter, Paragraph, Number
1001 III, 2,33(28) | bevestigd, want het verstand en de wil van de mens worden hier 1002 III, 2,33(28) | het verstand en de wil van de mens worden hier geactiveerd 1003 III, 2,33(28) | Deze vragen vormen dus de meest verheven uitdrukking 1004 III, 2,33(28) | verheven uitdrukking van de menselijke natuur: dientengevolge 1005 III, 2,33(28) | dientengevolge is het antwoord erop de maatstaf voor de diepte 1006 III, 2,33(28) | antwoord erop de maatstaf voor de diepte waarmee hij zijn 1007 III, 2,33(28) | laatste, alomvattende antwoord de oorzaak der dingen volledig 1008 III, 2,33(28) | wil onderzoeken, bereikt de menselijke rede haar top 1009 III, 2,33(28) | voor het religieuze. Want de religiositeit vormt de meest 1010 III, 2,33(28) | Want de religiositeit vormt de meest verheven uiting van 1011 III, 2,33(28) | meest verheven uiting van de menselijke persoon, omdat 1012 III, 2,33(28) | het diepe verlangen van de mens naar de waarheid en 1013 III, 2,33(28) | verlangen van de mens naar de waarheid en vormt de grondslag 1014 III, 2,33(28) | naar de waarheid en vormt de grondslag van zijn vrije 1015 III, 2,34 | niet in tegenspraak met de waarheden waartoe men door 1016 III, 2,34 | door het filosoferen komt. De beide kennis-orden leiden 1017 III, 2,34 | kennis-orden leiden integendeel tot de waarheid in haar volheid. 1018 III, 2,34 | waarheid in haar volheid. De eenheid van de waarheid 1019 III, 2,34 | volheid. De eenheid van de waarheid is reeds een fundamenteel 1020 III, 2,34 | non-contradictie-beginsel. De openbaring biedt de zekerheid 1021 III, 2,34 | non-contradictie-beginsel. De openbaring biedt de zekerheid voor deze eenheid, 1022 III, 2,34 | door te laten zien dat de Schepper-God ook de God 1023 III, 2,34 | dat de Schepper-God ook de God van de heilsgeschiedenis 1024 III, 2,34 | Schepper-God ook de God van de heilsgeschiedenis is. Een 1025 III, 2,34 | Een en dezelfde God, die de begrijpelijkheid en de redelijkheid 1026 III, 2,34 | die de begrijpelijkheid en de redelijkheid van de natuurlijke 1027 III, 2,34 | begrijpelijkheid en de redelijkheid van de natuurlijke orde der dingen, 1028 III, 2,34 | orde der dingen, waarop de wetenschappers vertrouwvol 1029 III, 2,34 | vereenzelviging in Christus, waarop de apostel doelt: “De waarheid 1030 III, 2,34 | waarop de apostel doelt: “De waarheid is in Christus” ( 1031 III, 2,34 | dat in zijn hele Persoon de Vader openbaart (vgl. Joh 1032 III, 2,34(29) | uitdrukkelijk verklaard, dat de beide waarheden, die van 1033 III, 2,34(29) | van het geloof en die van de wetenschap, elkaar nooit 1034 III, 2,34(29) | tegenspreken, ‘aangezien de Heilige Schrift en de natuur 1035 III, 2,34(29) | aangezien de Heilige Schrift en de natuur gelijkelijk voortkomen 1036 III, 2,34(29) | uit het goddelijk Woord, de eerste gedicteerd door de 1037 III, 2,34(29) | de eerste gedicteerd door de heilige Geest, de tweede 1038 III, 2,34(29) | gedicteerd door de heilige Geest, de tweede als trouwe uitvoerster 1039 III, 2,34(29) | kennisterreinen, als het de zedelijke normen in acht 1040 III, 2,34(29) | tegengesteld zijn aan het geloof: de werkelijkheid van de wereld 1041 III, 2,34(29) | geloof: de werkelijkheid van de wereld en van het geloof 1042 III, 2,34(29) | wetenschappelijk onderzoek de aanwezigheid van de Schepper 1043 III, 2,34(29) | onderzoek de aanwezigheid van de Schepper die hem aanspoort, 1044 III, 2,34(29) | bijstaat, doordat Hij in de diepte van zijn geest werkt.” 1045 III, 2,34(29) | Paulus II, Toespraak tot de Pauselijke Academie van 1046 III, 2,34 | worden: want in Hem openbaart devolle waarheidzich (vgl. 1047 III, 2,34(30) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei 1048 III, 2,35 | 35. Tegen de achtergrond van deze algemene 1049 III, 2,35 | rechtstreeks onderzoek doen naar de verhouding tussen geopenbaarde 1050 III, 2,35 | dubbele overweging, omdat de waarheid die uit de openbaring 1051 III, 2,35 | omdat de waarheid die uit de openbaring voortkomt, tegelijk 1052 III, 2,35 | is, die in het licht van de rede moet worden begrepen. 1053 III, 2,35 | is het namelijk mogelijk de juiste verhouding van de 1054 III, 2,35 | de juiste verhouding van de geopenbaarde waarheid tot 1055 III, 2,35 | We bezien dus allereerst de betrekkingen tussen geloof 1056 III, 2,35 | geloof en wijsbegeerte in de loop van de geschiedenis. 1057 III, 2,35 | wijsbegeerte in de loop van de geschiedenis. Daaruit zullen 1058 III, 2,35 | referentiepunten moet vasthouden, om de juiste verhouding tussen 1059 III, 2,35 | juiste verhouding tussen de beide kennis-orden vast 1060 III, 2,35 | beide kennis-orden vast de leggen. ~ 1061 IV | Hoofdstuk IV~De Verhouding Van Geloof En 1062 IV, 1 | Belangrijke Stappen In De Ontmoeting Van Geloof En 1063 IV, 1,36 | Volgens het getuigenis van de Handelingen der Apostelen 1064 IV, 1,36 | Handelingen der Apostelen zag de christelijke verkondiging 1065 IV, 1,36 | meet af geconfronteerd met de toenmalige wijsgerige stromingen. 1066 IV, 1,36 | bericht het boek erover, dat de H. Paulus in Athenemet 1067 IV, 1,36 | discussieerde (17,18). De exegetische analyse van 1068 IV, 1,36 | analyse van die rede die de apostel op de Areopaag had 1069 IV, 1,36 | die rede die de apostel op de Areopaag had gehouden, heeft 1070 IV, 1,36 | zeker geen toeval. Om door de heidenen begrepen te worden 1071 IV, 1,36 | begrepen te worden konden de eerste christenen het in 1072 IV, 1,36 | verwijzing naarMozes en de profeten”; ze moesten ook 1073 IV, 1,36 | ze moesten ook wijzen op de natuurlijke Godskennis en 1074 IV, 1,36 | natuurlijke Godskennis en op de stem van het morele geweten 1075 IV, 1,36 | natuurlijke kennis echter in de heidense religie tot een 1076 IV, 1,36 | vgl. Rom 1,21-32), hield de apostel het voor verstandiger, 1077 IV, 1,36 | vervlechten met het denken van de wijsgeren die van begin 1078 IV, 1,36 | wijsgeren die van begin af tegen de mythen en mysterieculten 1079 IV, 1,36 | meer respect toonden voor de goddelijke transcendentie. ~ 1080 IV, 1,36 | goddelijke transcendentie. ~De godsvoorstellingen van de 1081 IV, 1,36 | De godsvoorstellingen van de mensen te reinigen van mythologische 1082 IV, 1,36 | dat was inderdaad een van de grootste inspanningen die 1083 IV, 1,36 | grootste inspanningen die de wijsgeren van het klassieke 1084 IV, 1,36 | Zoals wij weten was ook de Griekse religie, niet anders 1085 IV, 1,36 | religie, niet anders dan de meeste kosmische religies, 1086 IV, 1,36 | natuurverschijnselen vergoddelijkte. De pogingen van de mensen, 1087 IV, 1,36 | vergoddelijkte. De pogingen van de mensen, om de oorsprong 1088 IV, 1,36 | pogingen van de mensen, om de oorsprong van de goden en, 1089 IV, 1,36 | mensen, om de oorsprong van de goden en, in hen, van het 1090 IV, 1,36 | hun eerste uitdrukking in de dichtkunst. De theogonieën 1091 IV, 1,36 | uitdrukking in de dichtkunst. De theogonieën zijn tot nu 1092 IV, 1,36 | getuigenis van deze zoektocht van de mens. Het was de taak van 1093 IV, 1,36 | zoektocht van de mens. Het was de taak van de vaders der wijsbegeerte 1094 IV, 1,36 | mens. Het was de taak van de vaders der wijsbegeerte 1095 IV, 1,36 | vaders der wijsbegeerte de samenhang tussen verstand 1096 IV, 1,36 | stelden zij zich niet meer met de oude mythen tevreden; ze 1097 IV, 1,36 | wilden aan hun geloof in de godheid een rationele basis 1098 IV, 1,36 | ingeslagen die, uitgaande van de verschillende oude overleveringen, 1099 IV, 1,36 | ontwikkeling die overeenkwam met de eisen van de universele 1100 IV, 1,36 | overeenkwam met de eisen van de universele rede. Het doel 1101 IV, 1,36 | weg was het concept van degodheid’ (divinitas). Vormen 1102 IV, 1,36 | werden als zodanig herkend en de religie werd door de kracht 1103 IV, 1,36 | en de religie werd door de kracht van de rationele 1104 IV, 1,36 | werd door de kracht van de rationele analyse tenminste 1105 IV, 1,36 | Op deze basis begonnen de Kerkvaders een vruchtbare 1106 IV, 1,36 | een vruchtbare dialoog met de antieke wijsgeren en baanden 1107 IV, 1,36 | wijsgeren en baanden zo de weg voor de verkondiging 1108 IV, 1,36 | en baanden zo de weg voor de verkondiging en het begrip 1109 IV, 1,36 | verkondiging en het begrip van de God van Jezus Christus. ~ 1110 IV, 1,37 | toenaderingsbeweging van de christenen naar de wijsbegeerte 1111 IV, 1,37 | toenaderingsbeweging van de christenen naar de wijsbegeerte moet men ook 1112 IV, 1,37 | wijsbegeerte moet men ook de voorzichtige houding melden 1113 IV, 1,37 | die andere elementen van de heidense cultuurwereld, 1114 IV, 1,37 | cultuurwereld, zoals bijvoorbeeld de gnosis, bij hen opriepen. 1115 IV, 1,37 | wijsheid en levensschool kon de wijsbegeerte gemakkelijk 1116 IV, 1,37 | worden. Zonder twijfel denkt de H. Paulus aan deze manier 1117 IV, 1,37 | speculeren, wanneer hij de Kolossenzen waarschuwt: “ 1118 IV, 1,37 | en die zich beroepen op de natuurmachten van de wereld, 1119 IV, 1,37 | op de natuurmachten van de wereld, niet op Christus” ( 1120 IV, 1,37 | niet op Christus” (2,8). De woorden van de apostel schijnen 1121 IV, 1,37 | Christus” (2,8). De woorden van de apostel schijnen uiterst 1122 IV, 1,37 | als we ze betrekken op de verschillende vormen van 1123 IV, 1,37 | verschillende vormen van de esoteriek die tegenwoordig 1124 IV, 1,37 | bij sommige gelovigen, die de benodigde kritische zin 1125 IV, 1,37 | grijpen. Het voorbeeld van de H. Paulus volgend maakten 1126 IV, 1,37 | maakten andere schrijvers van de eerste eeuwen, in het bijzonder 1127 IV, 1,37 | eeuwen, in het bijzonder de H. Irenaeus en Tertullianus, 1128 IV, 1,37 | opvatting die eiste dat de waarheid van de openbaring 1129 IV, 1,37 | eiste dat de waarheid van de openbaring onderschikt werd 1130 IV, 1,37 | onderschikt werd gemaakt aan de interpretatie van de wijsgeren. ~ 1131 IV, 1,37 | aan de interpretatie van de wijsgeren. ~ 1132 IV, 1,38 | 38. De ontmoeting van het christendom 1133 IV, 1,38 | van het christendom met de wijsbegeerte was daarom 1134 IV, 1,38 | spontaan noch eenvoudig. De bezigheid van de wijsgeren 1135 IV, 1,38 | eenvoudig. De bezigheid van de wijsgeren en het bezoek 1136 IV, 1,38 | bezoek van hun scholen scheen de eerste christenen eerder 1137 IV, 1,38 | een kans toe. Voor hen was de eerste, dringende opgave 1138 IV, 1,38 | eerste, dringende opgave de verkondiging van de opgestane 1139 IV, 1,38 | opgave de verkondiging van de opgestane Heer in een persoonlijke 1140 IV, 1,38 | persoonlijke ontmoeting, die de gesprekspartners zou brengen 1141 IV, 1,38 | echter niet zeggen dat zij de opgave om het geloofsbegrip 1142 IV, 1,38 | veronachtzaamden. Integendeel: de kritiek van Celsus die de 1143 IV, 1,38 | de kritiek van Celsus die de christenen ervan beticht, “ 1144 IV, 1,38 | ongegrond en onwaar te zijn. De verklaring voor hun aanvankelijke 1145 IV, 1,38 | zoeken. In werkelijkheid bood de ontmoeting met het evangelie 1146 IV, 1,38 | bevredigend antwoord op de tot dan toe onbeantwoorde 1147 IV, 1,38 | onbeantwoorde vragen naar de zin van het leven, dat hun 1148 IV, 1,38 | zin van het leven, dat hun de omgang met de wijsgeren 1149 IV, 1,38 | leven, dat hun de omgang met de wijsgeren voorkwam als een 1150 IV, 1,38 | duidelijker, wanneer men denkt aan de bijdrage van het christendom 1151 IV, 1,38 | van het christendom aan de bevestiging van ieders recht 1152 IV, 1,38 | ieders recht op toegang tot de waarheid. Het christendom 1153 IV, 1,38 | had na het neerhalen van de barrières van ras, maatschappelijke 1154 IV, 1,38 | geslacht, vanaf het begin de gelijkheid van alle mensen 1155 IV, 1,38 | mensen voor God verkondigd. De eerste consequentie van 1156 IV, 1,38 | het waarheidszoeken bij de Ouden had, werd met beslistheid 1157 IV, 1,38 | beslistheid overwonnen: omdat de toegang tot de waarheid 1158 IV, 1,38 | overwonnen: omdat de toegang tot de waarheid een goed is, dat 1159 IV, 1,38 | deze weg te kunnen gaan. De wegen om de waarheid te 1160 IV, 1,38 | kunnen gaan. De wegen om de waarheid te bereiken zijn 1161 IV, 1,38 | talrijk; toch kan, aangezien de christelijke waarheid heilswaarde 1162 IV, 1,38 | doel, dat wil zeggen naar de openbaring van Jezus Christus, 1163 IV, 1,38 | voorzichtige onderscheiding - moet de H. Justinus genoemd worden: 1164 IV, 1,38 | hij zijn hoge achting voor de Griekse wijsbegeerte ook 1165 IV, 1,38 | beslist, in het christendomde enige zekere en nut brengende 1166 IV, 1,38 | Alexandrië het evangeliede ware wijsbegeerte33 en 1167 IV, 1,38 | en interpreteerde hij de wijsbegeerte naar analogie 1168 IV, 1,38 | wijsbegeerte naar analogie van de wet van Mozes als voorbereidend 1169 IV, 1,38 | wijsheid gaat het verlangen van de wijsbegeerte uit; zij is 1170 IV, 1,38 | zij is een streven van de ziel, zowel naar het vermogen 1171 IV, 1,38 | juiste denken alsook naar de zuiverheid van het leven; 1172 IV, 1,38 | zuiverheid van het leven; ze is de wijsheid vriendelijk en 1173 IV, 1,38 | verlangen koesteren naar de Wijsheid die alle dingen 1174 IV, 1,38 | zeggen: naar kennis van de Zoon van God”. 36 Hoofddoel 1175 IV, 1,38 | van God”. 36 Hoofddoel van de Griekse wijsbegeerte is 1176 IV, 1,38 | Griekse wijsbegeerte is voor de Alexandrijn niet de voltooiing 1177 IV, 1,38 | voor de Alexandrijn niet de voltooiing of de versterking 1178 IV, 1,38 | Alexandrijn niet de voltooiing of de versterking van de christelijke 1179 IV, 1,38 | voltooiing of de versterking van de christelijke waarheid; haar 1180 IV, 1,38 | haar opgave is veeleer de verdediging van het geloof:: “ 1181 IV, 1,38 | behoefte aan enige afwerking is de leer van de Verlosser, omdat 1182 IV, 1,38 | afwerking is de leer van de Verlosser, omdat zij goddelijke 1183 IV, 1,38 | wijsheid is. Wanneer nu de Griekse wijsheid erbij komt, 1184 IV, 1,38 | wijsheid erbij komt, maakt zij de waarheid weliswaar niet 1185 IV, 1,38 | effectiever, maar omdat zij de sofistische aanvallen ontkracht 1186 IV, 1,38 | sofistische aanvallen ontkracht en de listige aanvallen tegen 1187 IV, 1,38 | listige aanvallen tegen de waarheid afslaat, heeft 1188 IV, 1,38 | terecht haag en muur van de wijnberg genoemd.” 37 ~ 1189 IV, 1,39 | 39. In de geschiedenis van deze ontwikkeling 1190 IV, 1,39 | ontwikkeling kan men toch de kritische overname van het 1191 IV, 1,39 | het wijsgerige denken door de christelijke denkers vaststellen. 1192 IV, 1,39 | denkers vaststellen. Onder de eerste voorbeelden die men 1193 IV, 1,39 | uitnemend. Om te antwoorden op de door Celsus gedane aanvallen 1194 IV, 1,39 | pareren, neemt Origenes de Platoonse wijsbegeerte over. 1195 IV, 1,39 | denken over en werkt voor de eerste keer zoiets als een 1196 IV, 1,39 | christelijke theologie uit. De naam theologie net als de 1197 IV, 1,39 | De naam theologie net als de voorstelling van haar als 1198 IV, 1,39 | haar Griekse oorsprong. In de Aristotelische wijsbegeerte 1199 IV, 1,39 | wijsbegeerte bijvoorbeeld betekent de uitdrukking het voornaamste 1200 IV, 1,39 | op een algemene leer over de goden, kreeg daarentegen 1201 IV, 1,39 | daarentegen in het licht van de christelijke openbaring 1202 IV, 1,39 | van nu af het nadenken van de gelovige aanduidde die de 1203 IV, 1,39 | de gelovige aanduidde die de ware leer over God wil formuleren. 1204 IV, 1,39 | christelijke denken gebruik van de filosofie, maar was er alert 1205 IV, 1,39 | duidelijk van te onderscheiden. De geschiedenis leert dat het 1206 IV, 1,39 | geschiedenis leert dat het in de theologie overgenomen Platoonse 1207 IV, 1,39 | als onsterfelijkheid van de ziel, vergoddelijking van 1208 IV, 1,39 | ziel, vergoddelijking van de mens en oorsprong van het 1209 IV, 1,40 | en neo-Platoonse denken de Cappadociërs, Dionysius 1210 IV, 1,40 | Cappadociërs, Dionysius de Areopagiet en vooral de 1211 IV, 1,40 | de Areopagiet en vooral de H. Augustinus. De grote 1212 IV, 1,40 | vooral de H. Augustinus. De grote geleerde van het Avondland 1213 IV, 1,40 | teleurgesteld. Toen dan de waarheid van het christelijk 1214 IV, 1,40 | zijn blikveld kwam, had hij de kracht om die radicale bekering 1215 IV, 1,40 | te voltrekken waartoe hem de door hem regelmatig bezochte 1216 IV, 1,40 | wijsgeren niet konden brengen. De reden daarvoor vertelt hij 1217 IV, 1,40 | Van dan af gaf ik echter de voorkeur aan de katholieke 1218 IV, 1,40 | ik echter de voorkeur aan de katholieke leer; ik ervoer 1219 IV, 1,40 | te bewijzen was - terwijl de anderen een vermetele belofte 1220 IV, 1,40 | kennis deden en lachten over de gelovigheid, en later bevalen 1221 IV, 1,40 | maar niets wilden weten van de weg die daarheen leidt: 1222 IV, 1,40 | vleesgeworden Woord. 39 Het lukte de bisschop van Hippo om de 1223 IV, 1,40 | de bisschop van Hippo om de eerste grote synthese van 1224 IV, 1,40 | denken op te stellen, waarin de stromingen van het Griekse 1225 IV, 1,40 | samenvloeiden. Ook bij hem werd de grote eenheid van kennis, 1226 IV, 1,40 | denken bevestigd en gedragen. De door de H. Augustinus gemaakte 1227 IV, 1,40 | bevestigd en gedragen. De door de H. Augustinus gemaakte synthese 1228 IV, 1,40 | synthese zou eeuwenlang de hoogste vorm van wijsgerig 1229 IV, 1,40 | door terug te grijpen op de ervaring, toekomstige ontwikkelingen 1230 IV, 1,41 | 41. De kerkvaders van het Oosten 1231 IV, 1,41 | verbindingen gelegd met de wijsgerige scholen. Dat 1232 IV, 1,41 | Dat betekent niet dat ze de inhoud van hun boodschap 1233 IV, 1,41 | vereenzelvigd hebben met de systemen waaraan zij refereerden. 1234 IV, 1,41 | waaraan zij refereerden. De vraag van Tertullianus: “ 1235 IV, 1,41 | en Jeruzalem gemeen? Wat de Academie en de Kerk?” 40 1236 IV, 1,41 | gemeen? Wat de Academie en de Kerk?” 40 is een duidelijke 1237 IV, 1,41 | kritische bewustzijn waarmee de christelijke denkers vanaf 1238 IV, 1,41 | omgingen met het probleem van de verhouding van geloof en 1239 IV, 1,41 | denkers. Juist omdat ze de inhoud van het geloof intensief 1240 IV, 1,41 | intensief beleefden, konden zij de diepste vormen van speculatief 1241 IV, 1,41 | hun werk te vernauwen tot de loutere omzetting van de 1242 IV, 1,41 | de loutere omzetting van de geloofsinhoud in wijsgerige 1243 IV, 1,41 | aankondigde in het denken van de grote antieke wijsgeren. 41 1244 IV, 1,41(40) | De Praescriptione Haereticorum, 1245 IV, 1,41 | Ze hadden, als gezegd, de taak te laten zien hoe het 1246 IV, 1,41 | boeien bevrijde verstand uit de doodlopende straat van de 1247 IV, 1,41 | de doodlopende straat van de mythen kon raken om zich 1248 IV, 1,41 | kon zich dus verheffen tot de hoogste niveaus van reflectie, 1249 IV, 1,41 | daarmee een solide basis voor de waarneming van het zijn, 1250 IV, 1,41 | hierin schuilt het door de Kerkvaders volbrachte nieuwe. 1251 IV, 1,41 | verstand en plantten daarin de rijkdom uit de openbaring. 1252 IV, 1,41 | plantten daarin de rijkdom uit de openbaring. Tot ontmoeting 1253 IV, 1,41 | niveau van culturen, waarvan de ene misschien gevallen was 1254 IV, 1,41 | misschien gevallen was voor de betovering van de andere; 1255 IV, 1,41 | was voor de betovering van de andere; ze vond plaats in 1256 IV, 1,41 | onbewust nastreefde, in de Persoon van het vleesgeworden 1257 IV, 1,41 | tot het hoogste goed en de hoogste waarheid. De Kerkvaders 1258 IV, 1,41 | en de hoogste waarheid. De Kerkvaders ontzagen zich 1259 IV, 1,41 | zich echter niet, tegenover de wijsgeren zowel de gemeenschappelijke 1260 IV, 1,41 | tegenover de wijsgeren zowel de gemeenschappelijke elementen 1261 IV, 1,41 | gemeenschappelijke elementen alsook de verschillen te erkennen, 1262 IV, 1,41 | deze met betrekking tot de openbaring lieten zien. 1263 IV, 1,41 | lieten zien. Het besef van de overeenstemmingen vertroebelde 1264 IV, 1,41 | vertroebelde in hen niet de erkenning van de verschillen. ~ 1265 IV, 1,41 | hen niet de erkenning van de verschillen. ~ 1266 IV, 1,41(41) | Vgl. Congregatie voor de Katholieke Opvoeding: Instructie 1267 IV, 1,41(41) | Opvoeding: Instructie over de studie van de Kerkvaders 1268 IV, 1,41(41) | Instructie over de studie van de Kerkvaders in de priesteropleiding ( 1269 IV, 1,41(41) | studie van de Kerkvaders in de priesteropleiding (10 november 1270 IV, 1,42 | 42. In de scholastieke wijsbegeerte 1271 IV, 1,42 | wijsbegeerte wordt onder impuls van de interpretatie van de intellectus 1272 IV, 1,42 | van de interpretatie van de intellectus fidei door Anselmus 1273 IV, 1,42 | Kantelberg (Canterbury) de rol van het filosofisch 1274 IV, 1,42 | verstand nog gewichtiger. Voor de heilige aartsbisschop van 1275 IV, 1,42 | aartsbisschop van Kantelberg is de voorrang van het geloof 1276 IV, 1,42 | geroepen, een oordeel over de geloofsinhoud te formuleren; 1277 IV, 1,42 | een zeker begrijpen van de geloofsinhoud te komen. 1278 IV, 1,42 | geloofsinhoud te komen. De H. Anselmus onderstreept 1279 IV, 1,42 | onderstreept het feit dat de rede moet zoeken naar dat 1280 IV, 1,42 | naar kennis. Wie leeft voor de waarheid, streeft naar een 1281 IV, 1,42 | verstand ontdekken, waar de voltooiing van zijn tocht 1282 IV, 1,42 | zekere waarneming bereikt van de werkelijkheid daarvan, ook 1283 IV, 1,42 | intellect niet doordringen tot de zijnswijze ervan (...) Want 1284 IV, 1,42 | bediscussieerd, op grond van de nodige argumenten is vastgesteld, 1285 IV, 1,42 | vastgesteld, ofschoon men met de rede niet tot dat wezen 1286 IV, 1,42 | verklaren, raakt daarom de grondslag van zijn zekerheid 1287 IV, 1,42 | heeft geconcludeerd dat de wijze, waarop de hoogste 1288 IV, 1,42 | geconcludeerd dat de wijze, waarop de hoogste wijsheid weet, wat 1289 IV, 1,42 | zich noemt - zij, over wie de mens niets of bijna niets 1290 IV, 1,42 | bijna niets kan weten?” 43 ~De fundamentele eenheid van 1291 IV, 1,42 | verlangt dat zijn object met de hulp van het verstand begrepen 1292 IV, 2 | De blijvende nieuwheid van 1293 IV, 2 | nieuwheid van het denken van de H. Thomas van Aquino~ 1294 IV, 2,43 | plaats op deze lange weg komt de H. Thomas toe, niet alleen 1295 IV, 2,43 | Thomas toe, niet alleen om de inhoud van zijn leer, maar 1296 IV, 2,43 | zijn leer, maar ook vanwege de betrekking die hij in de 1297 IV, 2,43 | de betrekking die hij in de dialoog met het Arabische 1298 IV, 2,43 | In een tijdperk waarin de christelijke denkers de 1299 IV, 2,43 | de christelijke denkers de schatten van de antieke, 1300 IV, 2,43 | denkers de schatten van de antieke, preciezer gezegd 1301 IV, 2,43 | antieke, preciezer gezegd de aristotelische filosofie 1302 IV, 2,43 | filosofie herontdekten, had hij de grote verdienste dat hij 1303 IV, 2,43 | grote verdienste dat hij de harmonie die tussen rede 1304 IV, 2,43 | rede en geloof bestaat, op de voorgrond heeft geplaatst. 1305 IV, 2,43 | fundamenteler erkent Thomas dat de natuur, die object van de 1306 IV, 2,43 | de natuur, die object van de wijsbegeerte is, kan bijdragen 1307 IV, 2,43 | bijdragen tot het begrip van de goddelijke openbaring. Het 1308 IV, 2,43 | en vertrouwt erop. Zoals de genade de natuur veronderstelt 1309 IV, 2,43 | vertrouwt erop. Zoals de genade de natuur veronderstelt en 1310 IV, 2,43 | die het gevolg zijn van de ongehoorzaamheid der zonde 1311 IV, 2,43 | ongehoorzaamheid der zonde en vindt het de nodige kracht om zich te 1312 IV, 2,43 | om zich te verheffen tot de kennis van het mysterie 1313 IV, 2,43 | kennis van het mysterie van de drie-ene God. De Doctor 1314 IV, 2,43 | mysterie van de drie-ene God. De Doctor Angelicus heeft, 1315 IV, 2,43 | het geloof onderstreepte, de waarde van zijn rationaliteit 1316 IV, 2,43 | vergeten: ja, hij kon in de diepte gaan en de zin van 1317 IV, 2,43 | kon in de diepte gaan en de zin van deze redelijkheid 1318 IV, 2,43 | door haar instemming met de geloofsinhouden; tot de 1319 IV, 2,43 | de geloofsinhouden; tot de geloofsinhouden komt men 1320 IV, 2,43 | geweten. 46 ~Om deze reden is de H. Thomas terecht door de 1321 IV, 2,43 | de H. Thomas terecht door de Kerk steeds als leermeester 1322 IV, 2,43 | gepresenteerd en voorbeeld van de wijze waarop de theologie 1323 IV, 2,43 | voorbeeld van de wijze waarop de theologie juist beoefend 1324 IV, 2,43 | aanhalen, wat mijn voorganger, de Dienaar Gods Paus Paulus 1325 IV, 2,43 | VI, naar aanleiding van de zevenhonderdste sterfdag 1326 IV, 2,43 | zevenhonderdste sterfdag van de H. Thomas heeft geschreven: “ 1327 IV, 2,43 | Thomas bezat ongetwijfeld in de hoogste mate de moed tot 1328 IV, 2,43 | ongetwijfeld in de hoogste mate de moed tot de waarheid, de 1329 IV, 2,43 | hoogste mate de moed tot de waarheid, de vrijheid van 1330 IV, 2,43 | de moed tot de waarheid, de vrijheid van geest, toen 1331 IV, 2,43 | vrijheid van geest, toen hij de nieuwe problemen tegemoet 1332 IV, 2,43 | problemen tegemoet ging, de intellectuele rationaliteit 1333 IV, 2,43 | rationaliteit van iemand die de versmelting van het christendom 1334 IV, 2,43 | van het christendom met de wereldse wijsbegeerte evenmin 1335 IV, 2,43 | priori. Hij ging daarom de geschiedenis van het christelijke 1336 IV, 2,43 | denken in als een pionier op de nieuwe weg van de wijsbegeerte 1337 IV, 2,43 | pionier op de nieuwe weg van de wijsbegeerte en van de universele 1338 IV, 2,43 | van de wijsbegeerte en van de universele cultuur. Het 1339 IV, 2,43 | cultuur. Het centrale punt, ja de kern van de oplossing die 1340 IV, 2,43 | centrale punt, ja de kern van de oplossing die hij met zijn 1341 IV, 2,43 | scherpzinnigheid voor het probleem van de nieuwe tegenstelling van 1342 IV, 2,43 | rede en geloof vond, was de verzoening tussen de seculariteit 1343 IV, 2,43 | was de verzoening tussen de seculariteit van de wereld 1344 IV, 2,43 | tussen de seculariteit van de wereld en de radicaliteit 1345 IV, 2,43 | seculariteit van de wereld en de radicaliteit van het evangelie; 1346 IV, 2,43 | daarmee onttrok hij zich aan de tegennatuurlijke neiging 1347 IV, 2,43 | tegennatuurlijke neiging de wereld en haar waarden te 1348 IV, 2,43 | loochenen, zonder echter de hoogste en onbuigzame aanspraken 1349 IV, 2,43 | onbuigzame aanspraken van de bovennatuurlijke orde te 1350 IV, 2,43(46) | Paulus II, Toespraak tot de deelnemers aan het Negende 1351 IV, 2,44 | 44. Tot de grote inzichten van de H. 1352 IV, 2,44 | Tot de grote inzichten van de H. Thomas hoort ook zijn 1353 IV, 2,44 | hoort ook zijn visie op de rol die de heilige Geest 1354 IV, 2,44 | zijn visie op de rol die de heilige Geest speelt bij 1355 IV, 2,44 | kennis tot wijsheid. Reeds op de eerste bladzijden van zijn 1356 IV, 2,44 | Summa Theologiae48 geeft de Aquinaat de voorrang van 1357 IV, 2,44 | Theologiae48 geeft de Aquinaat de voorrang van die wijsheid 1358 IV, 2,44 | wijsheid aan, die gave is van de heilige Geest en die binnenleidt 1359 IV, 2,44 | Geest en die binnenleidt in de kennis van de goddelijke 1360 IV, 2,44 | binnenleidt in de kennis van de goddelijke werkelijkheden. 1361 IV, 2,44 | theologie maakt het mogelijk, de eigen aard van de wijsheid 1362 IV, 2,44 | mogelijk, de eigen aard van de wijsheid in haar enge relatie 1363 IV, 2,44 | relatie met het geloof en met de Godskennis te begrijpen. 1364 IV, 2,44 | Godskennis te begrijpen. De wijsheid kent krachtens 1365 IV, 2,44 | juiste oordeel op basis van de waarheid van het geloof: “ 1366 IV, 2,44 | waarheid van het geloof: “De wijsheid, die tot de gaven 1367 IV, 2,44 | geloof: “De wijsheid, die tot de gaven van de heilige Geest 1368 IV, 2,44 | wijsheid, die tot de gaven van de heilige Geest hoort, onderscheidt 1369 IV, 2,44 | schranderheid), die tot de deugden van het verstand 1370 IV, 2,44 | verwerft men zich namelijk door de studie: die eerste daarentegen ‘ 1371 IV, 2,44 | komt van boven’, zoals de H. Jacobus het uitdrukt. 1372 IV, 2,44 | geloof. Want het geloof neemt de goddelijke waarheid zo aan, 1373 IV, 2,44 | waarheid zo aan, zoals ze is: de gave van de wijsheid echter 1374 IV, 2,44 | zoals ze is: de gave van de wijsheid echter maakt een 1375 IV, 2,44 | oordeel mogelijk volgens de goddelijke waarheid.” 49 ~ 1376 IV, 2,44 | goddelijke waarheid.” 49 ~De voorrang die hij aan deze 1377 IV, 2,44 | deze wijsheid toekent doet de Doctor Angelicus echter 1378 IV, 2,44 | Doctor Angelicus echter niet de aanwezigheid van twee andere, 1379 IV, 2,44 | wijsheidsvormen vergeten: de wijsgerige, die steunt op 1380 IV, 2,44 | van het verstand om binnen de aangeboren grenzen de werkelijkheid 1381 IV, 2,44 | binnen de aangeboren grenzen de werkelijkheid te onderzoeken, 1382 IV, 2,44 | werkelijkheid te onderzoeken, en de theologische die berust 1383 IV, 2,44 | theologische die berust op de openbaring en die de geloofsinhouden 1384 IV, 2,44 | op de openbaring en die de geloofsinhouden onderzoekt, 1385 IV, 2,44 | Thomas onbaatzuchtig van de waarheid. Hij zocht haar 1386 IV, 2,44 | inzichtelijk. Het leergezag van de Kerk heeft in hem de hartstocht 1387 IV, 2,44 | van de Kerk heeft in hem de hartstocht voor de waarheid 1388 IV, 2,44 | in hem de hartstocht voor de waarheid erkend en gewaardeerd; 1389 IV, 2,44 | omdat het altijd binnen de horizon van de universele, 1390 IV, 2,44 | altijd binnen de horizon van de universele, objectieve en 1391 IV, 2,44 | waarheid bleef, “toppen die de menselijke intelligentie 1392 IV, 2,44(50) | dat een weerklank is van de bekende zin van de Ambrosiaster , 1393 IV, 2,44(50) | is van de bekende zin van de Ambrosiaster , In Prima 1394 IV, 2,44(50) | wie het ook zegt, is van de heilige Geest”. ~ 1395 IV, 2,44 | dus met rechtApostel van de waarheid52 genoemd worden. 1396 IV, 2,44 | voorbehoud zijn aandacht op de waarheid richtte, kon hij 1397 IV, 2,44 | Zijn filosofie is waarlijk de filosofie van hetzijn’ 1398 IV, 2,44 | zijnen niet louter van deschijn’. ~ 1399 IV, 3 | Het drama van de scheiding van geloof en 1400 IV, 3,45 | 45. Met de oprichting van de eerste 1401 IV, 3,45 | 45. Met de oprichting van de eerste universiteiten zag 1402 IV, 3,45 | eerste universiteiten zag de theologie zich rechtstreeks 1403 IV, 3,45 | wetenschappelijke kennis. De H. Albertus Magnus en de 1404 IV, 3,45 | De H. Albertus Magnus en de H. Thomas waren de eersten 1405 IV, 3,45 | Magnus en de H. Thomas waren de eersten die, ofschoon zij 1406 IV, 3,45 | organische verbinding tussen de wijsbegeerte en de godgeleerdheid, 1407 IV, 3,45 | tussen de wijsbegeerte en de godgeleerdheid, aan de wijsbegeerte 1408 IV, 3,45 | en de godgeleerdheid, aan de wijsbegeerte en de wetenschappen 1409 IV, 3,45 | aan de wijsbegeerte en de wetenschappen de nodige 1410 IV, 3,45 | wijsbegeerte en de wetenschappen de nodige autonomie toekenden, 1411 IV, 3,45 | succesvol te wijden aan de verschillende onderzoeksgebieden. 1412 IV, 3,45 | onderzoeksgebieden. Vanaf de late Middeleeuwen verkeerde 1413 IV, 3,45 | legitieme onderscheid tussen de beide kennisvormen langzamerhand 1414 IV, 3,45 | bij enkele denkers werden de posities radicaler, tot 1415 IV, 3,45 | gescheiden en tegenover de geloofsinhouden absoluut 1416 IV, 3,45 | wijsbegeerte belandde. Tot de gevolgen van deze scheiding 1417 IV, 3,45 | kennis voortbracht die tot de hoogste vormen van speculatief 1418 IV, 3,46 | 46. De opvallendste radicaliseringen 1419 IV, 3,46 | zijn bekend en vooral in de geschiedenis van het Avondland 1420 IV, 3,46 | geleidelijke afwending van de openbaring, tot het tenslotte 1421 IV, 3,46 | duidelijke tegenposities. In de vorige eeuw heeft deze beweging 1422 IV, 3,46 | het idealisme hebben op de meest verschillende manieren 1423 IV, 3,46 | schadelijk en vervreemdend voor de ontwikkeling van de volle 1424 IV, 3,46 | voor de ontwikkeling van de volle rationaliteit. Zij 1425 IV, 3,46 | daarmee tot een trauma voor de mensheid. ~Op het gebied 1426 IV, 3,46 | van iedere betrekking met de christelijke wereldbeschouwing 1427 IV, 3,46 | risico lopen dat niet langer de mens en het geheel van zijn 1428 IV, 3,46 | nog: enkelen van hen, die de mogelijkheden van technologische 1429 IV, 3,46 | geven aan een logica die op de markt is gebaseerd, maar 1430 IV, 3,46 | gebaseerd, maar ook aan de verleiding van quasi-goddelijke 1431 IV, 3,46 | quasi-goddelijke macht over de natuur en zelfs over de 1432 IV, 3,46 | de natuur en zelfs over de mens. ~Als gevolg van de 1433 IV, 3,46 | de mens. ~Als gevolg van de crisis van het rationalisme 1434 IV, 3,46 | mogelijkheid, het doel van de waarheid ooit te bereiken. 1435 IV, 3,46 | ooit te bereiken. Volgens de nihilistische uitleg is 1436 IV, 3,47 | men niet vergeten dat in de moderne cultuur de rol van 1437 IV, 3,47 | dat in de moderne cultuur de rol van de wijsbegeerte 1438 IV, 3,47 | moderne cultuur de rol van de wijsbegeerte zelf veranderd 1439 IV, 3,47 | ineengeschrompeld tot een van de vele gebieden van menselijke 1440 IV, 3,47 | rationaliteit zijn niet op de beschouwing van de waarheid 1441 IV, 3,47 | niet op de beschouwing van de waarheid en het zoeken naar 1442 IV, 3,47 | het uiteindelijke doel en de zin van het leven gericht, 1443 IV, 3,47 | utilitaristische doelen, het genot of de macht. ~Hoe gevaarlijk het 1444 IV, 3,47 | aangegeven, waar ik schreef: “De hedendaagse mens wordt kennelijk 1445 IV, 3,47 | hij zelf voortbrengt: door de resultaten van de arbeid 1446 IV, 3,47 | door de resultaten van de arbeid van zijn hand en 1447 IV, 3,47 | wilsbeschikkingen. Niet alleen leiden de vruchten van deze veelvormige 1448 IV, 3,47 | en vaak onvoorzien keren de resultaten zich, tenminste 1449 IV, 3,47 | loop van hun gevolgen tegen de mens zelf, al is het dan 1450 IV, 3,47 | universele dimensie. Het doet de mens in groeiende angst 1451 IV, 3,47 | maar precies dat waarin de mens een aanzienlijk deel 1452 IV, 3,47 | filosofen het opgegeven de waarheid omwille van haarzelf 1453 IV, 3,47 | in een verduistering van de echte waardigheid van het 1454 IV, 3,48 | Uit dit laatste deel van de filosofiegeschiedenis kan 1455 IV, 3,48 | hebben aan een vergroting van de afstand tussen geloof en 1456 IV, 3,48 | worden, kunnen helpen om de weg van de waarheid te ontdekken. 1457 IV, 3,48 | kunnen helpen om de weg van de waarheid te ontdekken. Deze 1458 IV, 3,48 | bijvoorbeeld te vinden in de grondige analyses over waarneming 1459 IV, 3,48 | oproep zijn om in zichzelf de echte zin van zijn bestaan 1460 IV, 3,48 | neemt echter niet weg dat de hedendaagse verhouding van 1461 IV, 3,48 | vereist omdat beide zonder de ander zijn verarmd en verzwakt. 1462 IV, 3,48 | Toen het verstand zonder de bijdrage van de openbaring 1463 IV, 3,48 | verstand zonder de bijdrage van de openbaring bleef, sloeg 1464 IV, 3,48 | verstand ontbreekt, heeft de nadruk gelegd op gevoel 1465 IV, 3,48 | nooit aanleiding zien om de blik te richten op de nieuwheid 1466 IV, 3,48 | om de blik te richten op de nieuwheid en de radicaliteit 1467 IV, 3,48 | richten op de nieuwheid en de radicaliteit van het zijn. 1468 IV, 3,48 | moment, dat het geloof en de wijsbegeerte de diepe eenheid 1469 IV, 3,48 | geloof en de wijsbegeerte de diepe eenheid herstellen 1470 IV, 3,48 | autonomie afbreuk te doen. De parrhesia (vrijmoedigheid) 1471 IV, 3,48 | moet opgewassen zijn tegen de stoutmoedigheid van de rede. ~ 1472 IV, 3,48 | tegen de stoutmoedigheid van de rede. ~ 1473 V | Hoofdstuk V~De Tussenkomsten Van Het Leergezag 1474 V, 1 | Leergezag Als Dienst Aan De Waarheid~ 1475 V, 1,49 | 49. De Kerk heeft geen eigen wijsbegeerte, 1476 V, 1,49 | andere bijzondere filosofie de voorkeur boven de andere54. 1477 V, 1,49 | filosofie de voorkeur boven de andere54. De diepere reden 1478 V, 1,49 | voorkeur boven de andere54. De diepere reden voor deze 1479 V, 1,49 | terughoudendheid ligt in het feit dat de wijsbegeerte, ook wanneer 1480 V, 1,49 | ze in relatie treedt met de theologie, moet optreden 1481 V, 1,49 | methoden; anders zou er niet de garantie zijn dat zij op 1482 V, 1,49 | garantie zijn dat zij op de waarheid gericht blijft 1483 V, 1,49 | waarheid gericht blijft en naar de waarheid streeft met een 1484 V, 1,49 | volgens eigen beginselen en de voor haar specifieke methoden 1485 V, 1,49 | behulpzaam zijn. Ten diepste is de oorsprong van de autonomie 1486 V, 1,49 | diepste is de oorsprong van de autonomie die de filosofie 1487 V, 1,49 | oorsprong van de autonomie die de filosofie geniet, te kennen 1488 V, 1,49 | wezen georiënteerd is op de waarheid en bovendien in 1489 V, 1,49 | zichzelf is toegerust met de voor het bereiken daarvan 1490 V, 1,49 | haar grondwet, moet ook de eisen en inzichten van de 1491 V, 1,49 | de eisen en inzichten van de geopenbaarde waarheid respecteren. ~ 1492 V, 1,49 | respecteren. ~Toch heeft de geschiedenis laten zien 1493 V, 1,49 | is geraakt. Het is noch de taak, noch de bevoegdheid 1494 V, 1,49 | Het is noch de taak, noch de bevoegdheid van het leergezag 1495 V, 1,49 | leergezag om in te grijpen, om de lacunes van een falend filosofisch 1496 V, 1,49 | verspreid worden, die doordat ze de eenvoud en zuiverheid van 1497 V, 1,50 | niet overeenstemmen met de christelijke leer55. Het 1498 V, 1,50 | christelijke leer55. Het is vooral de opgave van het leergezag 1499 V, 1,50 | conclusies onverenigbaar zijn met de geopenbaarde waarheid en 1500 V, 1,50 | waarheid en tegelijkertijd de eisen te formuleren die


1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License