1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157
Chapter, Paragraph, Number
1501 V, 1,50 | eisen te formuleren die aan de wijsbegeerte, vanuit het
1502 V, 1,50 | geloof opgelegd worden. In de loop van de ontwikkeling
1503 V, 1,50 | opgelegd worden. In de loop van de ontwikkeling van de wijsgerige
1504 V, 1,50 | van de ontwikkeling van de wijsgerige kennis zijn bovendien
1505 V, 1,50 | pluralisme legt het leergezag de verantwoordelijkheid op
1506 V, 1,50 | oordeel uit te spreken over de verenigbaarheid respectievelijk
1507 V, 1,50 | verenigbaarheid respectievelijk de onverenigbaarheid van de
1508 V, 1,50 | de onverenigbaarheid van de basisprincipes, waarop deze
1509 V, 1,50 | deze scholen steunen, met de aanspraken van het woord
1510 V, 1,50 | theologisch onderzoek. ~De Kerk heeft de plicht om
1511 V, 1,50 | onderzoek. ~De Kerk heeft de plicht om te laten zien
1512 V, 1,50 | wijsgerige inhouden, zoals de thema’s God, mens, zijn
1513 V, 1,50 | handelen, appelleren direct aan de Kerk, omdat zij raken aan
1514 V, 1,50 | Kerk, omdat zij raken aan de door haar behoede geopenbaarde
1515 V, 1,50 | onderscheiding toepassen, de opdracht, “getuigen van
1516 V, 1,50 | opdracht, “getuigen van de waarheid” te zijn, bij de
1517 V, 1,50 | de waarheid” te zijn, bij de uitoefening van een deemoedige
1518 V, 1,50 | erkennen, tot voordeel van de recta ratio, dat wil zeggen
1519 V, 1,50 | zeggen het verstand dat op de juiste wijze nadenkt over
1520 V, 1,50(55) | Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus Pastor
1521 V, 1,50(55) | Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen Gentium, n.25c. ~
1522 V, 1,51 | worden, alsof het leergezag de bedoeling had ieder mogelijke
1523 V, 1,51 | bevorderen en te bemoedigen. De filosofen begrijpen overigens
1524 V, 1,51 | begrijpen overigens als eersten de noodzaak van zelfkritiek,
1525 V, 1,51 | van eventuele dwalingen en de noodzaak om de al te enge
1526 V, 1,51 | dwalingen en de noodzaak om de al te enge grenzen te overschrijden
1527 V, 1,51 | oog gehouden worden dat de waarheid één is ofschoon
1528 V, 1,51 | formuleringen het stempel van de geschiedenis dragen en bovendien
1529 V, 1,51 | het werk zijn van een door de zonde aangetast en verzwakt
1530 V, 1,51 | legitiem aanspraak op maken de totale waarheid te bevatten;
1531 V, 1,51 | bevatten; dit geldt ook voor de volledige verklaring van
1532 V, 1,51 | volledige verklaring van de mens, de wereld en de betrekking
1533 V, 1,51 | verklaring van de mens, de wereld en de betrekking
1534 V, 1,51 | van de mens, de wereld en de betrekking van de mens met
1535 V, 1,51 | wereld en de betrekking van de mens met God. ~In de huidige
1536 V, 1,51 | van de mens met God. ~In de huidige tijd is, gezien
1537 V, 1,51 | huidige tijd is, gezien de verbreiding van de vaak
1538 V, 1,51 | gezien de verbreiding van de vaak uiterst gedetailleerd
1539 V, 1,51 | als reeds het kennen van de aangeboren en onvervreemdbare
1540 V, 1,51 | problematischer blijken om in de afzonderlijke filosofische
1541 V, 1,51 | verkeerd of gevaarlijk is. De Kerk weet echter dat de “
1542 V, 1,51 | De Kerk weet echter dat de “schatten van wijsheid en
1543 V, 1,51 | onderzoek aan, zichzelf niet de weg te versperren die leidt
1544 V, 1,51 | versperren die leidt tot de kennis van het mysterie. ~
1545 V, 1,52 | 52. Het leergezag van de Kerk heeft niet pas in de
1546 V, 1,52 | de Kerk heeft niet pas in de jongste tijd ingegrepen,
1547 V, 1,52 | maken. Als voorbeelden in de loop van de eeuwen mogen
1548 V, 1,52 | voorbeelden in de loop van de eeuwen mogen hier genoemd
1549 V, 1,52 | mogen hier genoemd zijn: de verklaringen tegen de theorieën
1550 V, 1,52 | zijn: de verklaringen tegen de theorieën die de prae-existentie
1551 V, 1,52 | verklaringen tegen de theorieën die de prae-existentie van de zielen
1552 V, 1,52 | die de prae-existentie van de zielen aannamen56, alsook
1553 V, 1,52 | liggen; 57 niet te vergeten de meer systematische teksten
1554 V, 1,52 | zich sinds het midden van de vorige eeuw vaker heeft
1555 V, 1,52 | het als hun taak zagen, de verschillende stromingen
1556 V, 1,52 | filosofie. Hier werd het de plicht van het kerkelijk
1557 V, 1,52 | vanwege hun wantrouwen jegens de natuurlijke mogelijkheden
1558 V, 1,52 | natuurlijke mogelijkheden van de rede; anderzijds het rationalisme61
1559 V, 1,52(60) | Heilige Congregatie van de Index, Decreet Theses contra
1560 V, 1,52 | van het geloof kenbaar is. De positieve inhouden van dit
1561 V, 1,52 | van dit debat werden in de dogmatische constitutie
1562 V, 1,52 | plechtig uitsprak ter zake van de betrekkingen tussen rede
1563 V, 1,52 | betrekkingen tussen rede en geloof. De in die tekst vervatte leer
1564 V, 1,53 | wijsgerige opvattingen hebben de oordelen van het leergezag
1565 V, 1,53 | leergezag zich beziggehouden met de noodzaak van verstandelijke
1566 V, 1,53 | Eerste Vaticaans Concilie dat de leer die het gewone leergezag
1567 V, 1,53 | leergezag voortdurend aan de gelovigen had voorgehouden
1568 V, 1,53 | concilie ging uit van het door de openbaring zelf vooronderstelde
1569 V, 1,53 | vooronderstelde basiscriterium van de natuurlijke kenbaarheid
1570 V, 1,53 | van het bestaan van God, de oorsprong en het doel van
1571 V, 1,53 | dingen, 63 en sloot met de reeds geciteerde plechtige
1572 V, 1,53 | wijsgerige ontdekkingen en de transcendentie en prioriteit
1573 V, 1,53 | transcendentie en prioriteit van de eerste tegenover de laatste
1574 V, 1,53 | van de eerste tegenover de laatste moesten dus tegenover
1575 V, 1,53 | was het nodig om tegenover de bekoringen van het fideïsme
1576 V, 1,53 | bekoringen van het fideïsme de eenheid van de waarheid
1577 V, 1,53 | fideïsme de eenheid van de waarheid te onderstrepen
1578 V, 1,53 | onderstrepen en daarmee ook de positieve bijdrage die de
1579 V, 1,53 | de positieve bijdrage die de verstandelijke voor de geloofskennis
1580 V, 1,53 | die de verstandelijke voor de geloofskennis kan en moet
1581 V, 1,53 | verstand: want dezelfde God die de geheimen openbaart en het
1582 V, 1,53 | geloof meedeelt, heeft in de menselijke geest het licht
1583 V, 1,53(64) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag
1584 V, 1,53(64) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
1585 V, 1,54 | heeft gewaarschuwd voor de rationalistische bekoring.
1586 V, 1,54 | bekoring. In dit scenario horen de interventies van Paus Pius
1587 V, 1,54 | grondslag lagen. 66 Ook de betekenis die toekwam aan
1588 V, 1,54 | betekenis die toekwam aan de katholieke afwijzing van
1589 V, 1,54 | katholieke afwijzing van de marxistische filosofie en
1590 V, 1,54 | XII zijn stem, toen hij in de encycliek Humani generis
1591 V, 1,54 | verklaringen in samenhang met de opvattingen van evolutionisme,
1592 V, 1,54 | oorsprong hebben “buiten de schaapsstal van Christus”; 68
1593 V, 1,54 | worden: “Nu mogen echter de katholieke theologen en
1594 V, 1,54 | theologen en filosofen, op wie de zware taak rust, de goddelijke
1595 V, 1,54 | wie de zware taak rust, de goddelijke en menselijke
1596 V, 1,54 | te beschermen en haar in de harten van de mensen te
1597 V, 1,54 | en haar in de harten van de mensen te planten, deze
1598 V, 1,54 | deze meer of minder van de rechte weg afdwalende opvattingen
1599 V, 1,54 | tenslotte ook omdat deze de geest uitdagen, bepaalde
1600 V, 1,54 | Tenslotte moest ook de Congregatie voor de Geloofsleer
1601 V, 1,54 | ook de Congregatie voor de Geloofsleer in de vervulling
1602 V, 1,54 | Congregatie voor de Geloofsleer in de vervulling van haar bijzondere
1603 V, 1,54 | haar bijzondere opdracht in de dienst van het universele
1604 V, 1,54 | universele leergezag van de Paus70 ingrijpen, om nadrukkelijk
1605 V, 1,54(70) | 873; Congregatie voor de Geloofsleer, instructie
1606 V, 1,54(70) | Geloofsleer, instructie over de Kerkelijke Roeping van de
1607 V, 1,54(70) | de Kerkelijke Roeping van de Theoloog Donum Veritatis (
1608 V, 1,54 | op verschillende manieren de kritische onderscheiding
1609 V, 1,54 | aanzien van het terrein van de wijsbegeerte. Alles wat
1610 V, 1,54(71) | over bepaalde aspecten van de “Theologie van de Bevrijding”
1611 V, 1,54(71) | aspecten van de “Theologie van de Bevrijding” Libertatis nuntius (
1612 V, 1,55 | 55. Wanneer we de huidige situatie in ogenschouw
1613 V, 1,55 | ogenschouw nemen, zien we dat de problemen van toen terugkeren,
1614 V, 1,55 | maar om opvattingen die in de samenleving zo wijd verbreid
1615 V, 1,55 | radicale wantrouwen tegen de rede dat de jongste ontwikkelingen
1616 V, 1,55 | wantrouwen tegen de rede dat de jongste ontwikkelingen van
1617 V, 1,55 | sprake van het ‘einde van de metafysica’: men wil dat
1618 V, 1,55 | metafysica’: men wil dat de filosofie zich met bescheidener
1619 V, 1,55 | tevredenstelt, zich dus alleen aan de verklaring van het feitelijke
1620 V, 1,55 | feitelijke wijdt of aan de studie van alleen maar bepaalde
1621 V, 1,55 | maar bepaalde gebieden van de menselijke kennis of haar
1622 V, 1,55 | of haar structuren. ~In de theologie zelf duiken weer
1623 V, 1,55 | theologie zelf duiken weer de bekoringen van vroeger op.
1624 V, 1,55 | baant zich bijvoorbeeld de laatste tijd een zeker rationalisme
1625 V, 1,55 | gebeurt vooral dan, wanneer de theologie bij gebrek aan
1626 V, 1,55 | beïnvloeden door uitspraken die in de gangbare taal en cultuur
1627 V, 1,55 | in het fideïsme voor, dat de betekenis van de verstandelijke
1628 V, 1,55 | voor, dat de betekenis van de verstandelijke kennis en
1629 V, 1,55 | geloofsinzicht, ja voor de mogelijkheid om überhaupt
1630 V, 1,55 | biblicisme’ dat ertoe neigt om de lezing en uitleg van de
1631 V, 1,55 | de lezing en uitleg van de heilige Schrift tot enig
1632 V, 1,55 | Schrift tot enig criterium van de waarheid te maken. Zo komt
1633 V, 1,55 | woord van God alleen met de heilige Schrift te vereenzelvigen
1634 V, 1,55 | vereenzelvigen en aldus de kerkelijke leer te ondergraven,
1635 V, 1,55 | uitdrukkelijk bevestigd heeft. Nadat de constitutie Dei Verbum erop
1636 V, 1,55 | het Woord van God zowel in de heilige Teksten alsook in
1637 V, 1,55 | heilige Teksten alsook in de Overlevering aanwezig is73,
1638 V, 1,55(72) | echter (...) is volgens de belijdenis van de katholieke
1639 V, 1,55(72) | volgens de belijdenis van de katholieke Kerk een bovennatuurlijke
1640 V, 1,55(72) | gesteund en geholpen door de genade van God geloven dat
1641 V, 1,55(72) | geopenbaarde waar is, niet vanwege de door het natuurlijke licht
1642 V, 1,55(72) | het natuurlijke licht van de rede doorgronde intrinsieke
1643 V, 1,55(72) | intrinsieke waarheid van de dingen, maar vanwege het
1644 V, 1,55(72) | maar vanwege het gezag van de zich openbarende God zelf,
1645 V, 1,55(72) | verklaarde het Concilie dat de rede nooit “in staat is (
1646 V, 1,55(72) | precies zo te doorgronden als de waarheden, die haar eigenlijke (
1647 V, 1,55(72) | DS 3016. Daaruit trok het de praktische conclusie: “daarom
1648 V, 1,55(72) | ze tegengesteld zijn aan de geloofsleer -vooral wanneer
1649 V, 1,55(72) | vooral wanneer ze door de Kerk zijn verworpen-, als
1650 V, 1,55(72) | dwalingen te beschouwen, die de bedrieglijke schijn van
1651 V, 1,55 | het met nadruk verder: “De Heilige Overlevering en
1652 V, 1,55 | Heilige Overlevering en de Heilige Schrift vormen de
1653 V, 1,55 | de Heilige Schrift vormen de ene heilige Schat van Gods
1654 V, 1,55 | Schat van Gods Woord die aan de Kerk is overgelaten. Vol
1655 V, 1,55 | zijn herders, blijvend in de leer van de apostelen.” 74
1656 V, 1,55 | blijvend in de leer van de apostelen.” 74 De Heilige
1657 V, 1,55 | leer van de apostelen.” 74 De Heilige Schrift is dus niet
1658 V, 1,55 | enige referentiepunt voor de Kerk. Want het “hoogste
1659 V, 1,55 | geloof” 75 ontvangt zij uit de eenheid tussen de Heilige
1660 V, 1,55 | zij uit de eenheid tussen de Heilige Overlevering, de
1661 V, 1,55 | de Heilige Overlevering, de Heilige Schrift en het Leergezag
1662 V, 1,55 | Schrift en het Leergezag van de Kerk, die de heilige Geest
1663 V, 1,55 | Leergezag van de Kerk, die de heilige Geest zo heeft verbonden,
1664 V, 1,55 | verbonden, dat geen van de drie zonder de andere kan
1665 V, 1,55 | geen van de drie zonder de andere kan bestaan. 76 Men
1666 V, 1,55 | onderschatten dat schuilt in de opzet om de waarheid van
1667 V, 1,55 | dat schuilt in de opzet om de waarheid van de heilige
1668 V, 1,55 | opzet om de waarheid van de heilige Schrift naar voren
1669 V, 1,55 | één methode, en daarbij de noodzaak van exegese in
1670 V, 1,55 | negeren, terwijl die toch de volle betekenis van de teksten
1671 V, 1,55 | toch de volle betekenis van de teksten laat vinden, samen
1672 V, 1,55 | teksten laat vinden, samen met de hele Kerk. Allen die zich
1673 V, 1,55 | Kerk. Allen die zich aan de bijbelstudie wijden moeten
1674 V, 1,55 | ogen houden dat ook aan de verschillende hermeneutische
1675 V, 1,55 | vóór haar toepassing op de heilige teksten grondig
1676 V, 1,55 | geringe respect dat men voor de speculatieve theologie heeft
1677 V, 1,55 | theologie heeft alsook aan de minachting voor de klassieke
1678 V, 1,55 | alsook aan de minachting voor de klassieke wijsbegeerte,
1679 V, 1,55 | het geloofsverstaan alsook de dogmatische formuleringen
1680 V, 1,55 | dergelijke verwaarlozing van de wijsgerige traditie en voor
1681 V, 1,55 | en voor het opgeven van de overgeleverde terminologieën. 77 ~
1682 V, 1,56 | vooral bij hen die denken dat de waarheid geboren wordt uit
1683 V, 1,56 | en niet uit harmonie van de rede met de objectieve werkelijkheid.
1684 V, 1,56 | harmonie van de rede met de objectieve werkelijkheid.
1685 V, 1,56 | leven kan erkennen, waarnaar de wijsbegeerte traditioneel
1686 V, 1,56 | laatste betekenis vindt, de christelijke en ook niet-christelijke
1687 V, 1,56 | vertrouwen te stellen in de capaciteiten van het menselijk
1688 V, 1,56 | bescheiden doelen te stellen. De les van de geschiedenis
1689 V, 1,56 | doelen te stellen. De les van de geschiedenis van dit ten
1690 V, 1,56 | lopende millennium is, dat dàt de weg is die men moet inslaan:
1691 V, 1,56 | is die men moet inslaan: de hartstocht voor de uiteindelijke
1692 V, 1,56 | inslaan: de hartstocht voor de uiteindelijke waarheid en
1693 V, 1,56 | uiteindelijke waarheid en de wens, haar te zoeken, verbonden
1694 V, 1,56 | te zoeken, verbonden met de moed om nieuwe wegen te
1695 V, 1,56 | overtuigende advocaat van de rede. ~
1696 V, 2 | De interesse van de Kerk voor
1697 V, 2 | De interesse van de Kerk voor de wijsbegeerte~
1698 V, 2 | interesse van de Kerk voor de wijsbegeerte~
1699 V, 2,57 | doet echter meer dan enkel de dwalingen en afwijkingen
1700 V, 2,57 | dwalingen en afwijkingen van de wijsgerige doctrines laten
1701 V, 2,57 | dezelfde zorg heeft het de grondbeginselen voor een
1702 V, 2,57 | draagwijdte voor het leven van de Kerk. Die tekst was tot
1703 V, 2,57 | document dat in zijn geheel aan de wijsbegeerte was gewijd.
1704 V, 2,57 | wijsbegeerte was gewijd. De grote paus nam de leer van
1705 V, 2,57 | gewijd. De grote paus nam de leer van Vaticanum I over
1706 V, 2,57 | leer van Vaticanum I over de verhouding van geloof en
1707 V, 2,57 | bijdrage aan het geloof en aan de theologische wetenschap
1708 V, 2,57 | een eeuw hebben veel van de inzichten in die tekst zowel
1709 V, 2,57 | betekenis ingeboet; dat geldt op de eerste plaats voor zijn
1710 V, 2,57 | voor zijn vasthouden aan de onvergelijkelijke waarde
1711 V, 2,57 | onvergelijkelijke waarde van de wijsbegeerte van Sint Thomas.
1712 V, 2,57 | Sint Thomas. Het denken van de Doctor Angelicus opnieuw
1713 V, 2,57 | dat scheen Paus Leo XIII de beste weg toe om weer zó
1714 V, 2,57 | om weer zó om te gaan met de wijsbegeerte dat zij harmonieert
1715 V, 2,57 | dat zij harmonieert met de eisen van het geloof. De
1716 V, 2,57 | de eisen van het geloof. De paus schreef: “Juist wanneer
1717 V, 2,57 | geloof volledig scheidt van de rede, verenigt hij beide
1718 V, 2,57 | verenigt hij beide door de banden van wederzijdse vriendschap:
1719 V, 2,58 | 58. De gelukkige gevolgen die die
1720 V, 2,58 | oproep had, zijn bekend. De onderzoekingen naar het
1721 V, 2,58 | onderzoekingen naar het denken van de H. Thomas en andere scholastieke
1722 V, 2,58 | in een herontdekking van de rijkdom van het middeleeuwse
1723 V, 2,58 | Thomistische scholen op. Door de toepassing van de historische
1724 V, 2,58 | Door de toepassing van de historische methode maakte
1725 V, 2,58 | historische methode maakte de kennis van het werk van
1726 V, 2,58 | kennis van het werk van de H. Thomas grote vooruitgang;
1727 V, 2,58 | geleerden brachten moedig de Thomistische overlevering
1728 V, 2,58 | Thomistische overlevering in in de discussie over de toenmalige
1729 V, 2,58 | in in de discussie over de toenmalige wijsgerige en
1730 V, 2,58 | theologische problemen. De invloedrijkste katholieke
1731 V, 2,58 | van deze vernieuwing van de Thomistische wijsbegeerte.
1732 V, 2,58 | Thomistische wijsbegeerte. Zo stond de Kerk in de loop van de 20ste
1733 V, 2,58 | wijsbegeerte. Zo stond de Kerk in de loop van de 20ste eeuw een
1734 V, 2,58 | stond de Kerk in de loop van de 20ste eeuw een sterke groep
1735 V, 2,58 | beschikking, die gevormd waren in de school van de Doctor Angelicus. ~
1736 V, 2,58 | gevormd waren in de school van de Doctor Angelicus. ~
1737 V, 2,59 | 59. De Thomistische en neo-Thomistische
1738 V, 2,59 | het wijsgerig denken in de christelijk geïnspireerde
1739 V, 2,59 | geïnspireerde cultuur. Reeds vóór de oproep van Paus Leo en parallel
1740 V, 2,59 | die aangeknoopt hadden bij de jongere denkrichtingen en
1741 V, 2,59 | in niets onderdeden voor de grote systemen van het idealisme;
1742 V, 2,59 | idealisme; weer anderen legden de kennistheoretische grondslagen
1743 V, 2,59 | wijsbegeerte die, uitgaande van de analyse van het binnenwereldse,
1744 V, 2,59 | van het binnenwereldse, de weg naar het transcendente
1745 V, 2,59 | tenslotte waren er ook die de eisen van het geloof trachtten
1746 V, 2,59 | met het perspectief van de fenomenologische methode.
1747 V, 2,59 | speculatie voortgebracht, die de geweldige traditie van het
1748 V, 2,59 | het christelijk denken in de eenheid van geloof en rede
1749 V, 2,60 | doctrine met betrekking tot de wijsbegeerte. ik kan bijzonder
1750 V, 2,60 | dat een heel hoofdstuk van de constitutie Gaudium et spes
1751 V, 2,60 | een inspiratiebron voor de wijsbegeerte vormt. Op die
1752 V, 2,60 | die bladzijden gaat het om de waarde van de naar Gods
1753 V, 2,60 | gaat het om de waarde van de naar Gods beeld geschapen
1754 V, 2,60 | waardigheid en heerschappij over de rest van de schepping worden
1755 V, 2,60 | heerschappij over de rest van de schepping worden uitgelegd
1756 V, 2,60 | naar voren; daarbij worden de dwalingen van die wijsgerige
1757 V, 2,60 | opvatting, vooral tegenover de onvervreemdbare waardigheid
1758 V, 2,60 | onvervreemdbare waardigheid van de persoon en zijn vrijheid,
1759 V, 2,60 | betekenis bezit zeker ook de formulering, die het hoogtepunt
1760 V, 2,60 | aangehaald; ze hoort tot de vaste referentiepunten van
1761 V, 2,60 | Inderdaad, het mysterie van de mens wordt eerst echt verhelderd
1762 V, 2,60 | mensgeworden Woord. Adam immers, de eerste mens, was de voorafbeelding
1763 V, 2,60 | immers, de eerste mens, was de voorafbeelding van Hem die
1764 V, 2,60 | die komen zou, Christus de Heer. Als de nieuwe Adam
1765 V, 2,60 | zou, Christus de Heer. Als de nieuwe Adam doet Christus
1766 V, 2,60 | doet Christus juist door de openbaring van het mysterie
1767 V, 2,60 | openbaring van het mysterie van de Vader en zijn liefde de
1768 V, 2,60 | de Vader en zijn liefde de mens ten volle zien wie
1769 V, 2,60 | hij is en onthult Hij hem de sublieme grootheid van zijn
1770 V, 2,60 | zich ook beziggehouden met de studie van de filosofie,
1771 V, 2,60 | beziggehouden met de studie van de filosofie, waaraan de priesterkandidaten
1772 V, 2,60 | van de filosofie, waaraan de priesterkandidaten zich
1773 V, 2,60 | onderricht in zijn totaliteit: “De wijsgerige wetenschappen
1774 V, 2,60 | moeten zo worden gegeven, dat de studenten vooral een handreiking
1775 V, 2,60 | samenhangende kennisneming van de mens, de wereld en van God.
1776 V, 2,60 | kennisneming van de mens, de wereld en van God. Daarbij
1777 V, 2,60 | rekening wordt gehouden met de wijsgerige onderzoekingen
1778 V, 2,60 | wijsgerige onderzoekingen van de laatste tijden”. 83 Deze
1779 V, 2,60 | die zich voorbereiden op de theologische studies. Zelf
1780 V, 2,60 | zullen moeten bezighouden met de aspiraties van de hedendaagse
1781 V, 2,60 | bezighouden met de aspiraties van de hedendaagse wereld en de
1782 V, 2,60 | de hedendaagse wereld en de oorzaken van allerlei opstellingen
1783 V, 2,60(83) | Decreet over de Priesteropleiding Optatam
1784 V, 2,60(84) | verschillende opmerkingen over de filosofie van St.Thomas:
1785 V, 2,60(84) | 1177-1189; toespraak tot de deelnemers aan het Achtste
1786 V, 2,60(84) | 604-615; toespraak tot de deelnemers aan het Internationale
1787 V, 2,60(84) | Sint-Thomas-genootschap over de Leer van de Ziel bij Sint
1788 V, 2,60(84) | Sint-Thomas-genootschap over de Leer van de Ziel bij Sint Thomas (4
1789 V, 2,60(84) | IX, 1 (1986), 18-24. Ook de Heilige Congregatie voor
1790 V, 2,60(84) | Heilige Congregatie voor de Katholieke Opvoeding , Ratio
1791 V, 2,61 | gebleken - waarbij men ook de waarde van de inzichten
1792 V, 2,61 | waarbij men ook de waarde van de inzichten van de Doctor
1793 V, 2,61 | waarde van de inzichten van de Doctor Angelicus benadrukte
1794 V, 2,61 | benadrukte en vasthield aan de bestudering van zijn denken -
1795 V, 2,61 | denken - dan was dat omdat de voorschriften van het leergezag
1796 V, 2,61 | steeds zijn opgevolgd met de gewenste bereidheid. Op
1797 V, 2,61 | katholieke scholen kon men in de jaren die onmiddellijk volgden
1798 V, 2,61 | waardering niet alleen van de scholastieke wijsbegeerte,
1799 V, 2,61 | maar meer algemeen van de studie der wijsbegeerte
1800 V, 2,61 | onverschilligheid jegens de filosofiestudie delen. ~
1801 V, 2,61 | verschillende oorzaken. Op de eerste plaats denke men
1802 V, 2,61 | aan het wantrouwen tegen de rede, dat een groot deel
1803 V, 2,61 | dat een groot deel van de hedendaagse wijsbegeerte
1804 V, 2,61 | hedendaagse wijsbegeerte aan de dag legt door het metafysisch
1805 V, 2,61 | metafysisch onderzoek naar de laatste vragen van de mens
1806 V, 2,61 | naar de laatste vragen van de mens grotendeels achterwege
1807 V, 2,61 | achterwege te laten, terwijl men de aandacht concentreert op
1808 V, 2,61 | vooral met betrekking tot de ‘menswetenschappen’ is ontstaan.
1809 V, 2,61 | verschillende malen gewezen op de positieve waarde van het
1810 V, 2,61 | kennis van het mysterie van de mens. 85 Het appèl aan de
1811 V, 2,61 | de mens. 85 Het appèl aan de theologen om zich deze wetenschappen
1812 V, 2,61 | geïnterpreteerd worden, de filosofie in de pastorale
1813 V, 2,61 | worden, de filosofie in de pastorale vorming en in
1814 V, 2,61 | pastorale vorming en in de praeparatio fidei alleen
1815 V, 2,61 | praeparatio fidei alleen maar in de marge te behandelen of zelfs
1816 V, 2,61 | vervangen. Tenslotte mag men de herontdekte belangstelling
1817 V, 2,61 | herontdekte belangstelling voor de inculturatie van het geloof
1818 V, 2,61 | vergeten. Vooral het leven van de jonge Kerken heeft, samen
1819 V, 2,61 | rijkdom aan tradities. Maar de studie van traditionele
1820 V, 2,61 | onderzoek, een onderzoek dat de positieve elementen van
1821 V, 2,61 | positieve elementen van de volkswijsheid naar boven
1822 V, 2,61 | boven zal laten komen en de noodzakelijke band zal smeden
1823 V, 2,61 | noodzakelijke band zal smeden met de verkondiging van het evangelie. 86 ~
1824 V, 2,61(85) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag
1825 V, 2,61(85) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
1826 V, 2,62 | duidelijk te herhalen dat de studie van de filosofie
1827 V, 2,62 | herhalen dat de studie van de filosofie fundamenteel en
1828 V, 2,62 | fundamenteel en onmisbaar is voor de structuur van de theologiestudies
1829 V, 2,62 | is voor de structuur van de theologiestudies en voor
1830 V, 2,62 | theologiestudies en voor de vorming van priesterkandidaten.
1831 V, 2,62 | toevallig dat het curriculum van de theologiestudies wordt voorafgegaan
1832 V, 2,62 | van speciale studie van de wijsbegeerte. Deze beslissing,
1833 V, 2,62 | Lateranen87, wortelt in de ervaring die in de middeleeuwen
1834 V, 2,62 | wortelt in de ervaring die in de middeleeuwen rijpte, toen
1835 V, 2,62 | kwam. Deze ordening van de studie beïnvloedde, bevorderde
1836 V, 2,62 | verwerkelijkte veel van de ontwikkeling van de moderne
1837 V, 2,62 | van de ontwikkeling van de moderne filosofie, zij het
1838 V, 2,62 | tekenend voorbeeld hiervan is de invloed van de Disputationes
1839 V, 2,62 | hiervan is de invloed van de Disputationes Metaphysicae
1840 V, 2,62 | Francisco Suárez, die zelf op de Lutherse universiteiten
1841 V, 2,62 | vonden. Omgekeerd heeft de ontmanteling van deze methode
1842 V, 2,62 | ernstige hiaten in zowel de priestervorming als het
1843 V, 2,62 | onderzoek. Men denke aan de onverschilligheid tegenover
1844 V, 2,62 | tegenover het moderne denken en de moderne cultuur, die ertoe
1845 V, 2,62 | worden overwonnen, die in de Kerk nooit verloren mag
1846 V, 2,63 | geboden, met deze encycliek de sterke interesse van de
1847 V, 2,63 | de sterke interesse van de Kerk in de wijsbegeerte
1848 V, 2,63 | interesse van de Kerk in de wijsbegeerte te benadrukken;
1849 V, 2,63 | benadrukken; immers, het gaat om de nauwe banden die de theologische
1850 V, 2,63 | gaat om de nauwe banden die de theologische arbeid verbinden
1851 V, 2,63 | theologische arbeid verbinden met de wijsgerige zoektocht naar
1852 V, 2,63 | wijsgerige zoektocht naar de waarheid. Daaruit ontstaat
1853 V, 2,63 | ontstaat voor het leergezag de verplichting om precies
1854 V, 2,63 | helderheid te testen, of de theologie een relatie tot
1855 V, 2,63 | theologie een relatie tot de verschillende wijsgerige
1856 V, 2,63 | systemen of opvattingen die de hedendaagse wereld kent,
1857 VI | Hoofdstuk VI~De Wisselwerking Tussen Theologie
1858 VI, 1 | De Kennis Van Het Geloof En
1859 VI, 1 | Kennis Van Het Geloof En De Postulaten Van De Wijsgerige
1860 VI, 1 | Geloof En De Postulaten Van De Wijsgerige Rede~
1861 VI, 1,64 | iedere plaats ter wereld; en de mens is van nature wijsgeer.
1862 VI, 1,64 | is van nature wijsgeer. De theologie, als beschouwende,
1863 VI, 1,64 | van haar procedures en in de uitvoering van haar specifieke
1864 VI, 1,64 | haar specifieke taken, met de filosofieën die door de
1865 VI, 1,64 | de filosofieën die door de eeuwen heen zijn ontwikkeld.
1866 VI, 1,64 | ontwikkeld. Ik heb niet de wens om theologen bepaalde
1867 VI, 1,64 | bevelen, aangezien dat niet de bevoegdheid is van het leergezag,
1868 VI, 1,64 | enkele bijzondere taken van de theologie in herinnering
1869 VI, 1,65 | methodologisch beginsel: de auditus fidei en de intellectus
1870 VI, 1,65 | beginsel: de auditus fidei en de intellectus fidei. Met de
1871 VI, 1,65 | de intellectus fidei. Met de eerste maakt de theologie
1872 VI, 1,65 | fidei. Met de eerste maakt de theologie zich de inhoud
1873 VI, 1,65 | maakt de theologie zich de inhoud van de openbaring
1874 VI, 1,65 | theologie zich de inhoud van de openbaring eigen, zoals
1875 VI, 1,65 | geleidelijk aan heeft ontvouwen in de Heilige Traditie, de Heilige
1876 VI, 1,65 | in de Heilige Traditie, de Heilige Schrift en het levende
1877 VI, 1,65 | het levende Leergezag van de Kerk. 88 Met de tweede tracht
1878 VI, 1,65 | Leergezag van de Kerk. 88 Met de tweede tracht de theologie
1879 VI, 1,65 | Met de tweede tracht de theologie door speculatief
1880 VI, 1,65 | onderzoek te antwoorden op de specifieke vragen van het
1881 VI, 1,65 | vragen van het denken. ~De filosofie draagt specifiek
1882 VI, 1,65 | draagt specifiek bij aan de theologie in de voorbereiding
1883 VI, 1,65 | bij aan de theologie in de voorbereiding op een correcte
1884 VI, 1,65 | fidei met haar studie van de opbouw van kennis en persoonlijke
1885 VI, 1,65 | persoonlijke communicatie, speciaal de verschillende vormen en
1886 VI, 1,65 | verschillende vormen en functies van de taal. Niet minder belangrijk
1887 VI, 1,65 | Niet minder belangrijk is de bijdrage van de filosofie
1888 VI, 1,65 | belangrijk is de bijdrage van de filosofie aan een meer coherent
1889 VI, 1,65 | meer coherent begrip van de Traditie van de Kerk, de
1890 VI, 1,65 | begrip van de Traditie van de Kerk, de uitspraken van
1891 VI, 1,65 | de Traditie van de Kerk, de uitspraken van het Leergezag
1892 VI, 1,65 | uitspraken van het Leergezag en de leer van de grote meesters
1893 VI, 1,65 | Leergezag en de leer van de grote meesters van de theologie,
1894 VI, 1,65 | van de grote meesters van de theologie, die dikwijls
1895 VI, 1,65 | In dit geval wordt van de theoloog gevraagd om niet
1896 VI, 1,65 | gevraagd om niet alleen de begrippen en termen die
1897 VI, 1,65 | begrippen en termen die de Kerk gebruikt in haar denken
1898 VI, 1,65 | gebruikt in haar denken en in de ontwikkeling van haar leer,
1899 VI, 1,65 | uit te leggen, maar ook om de wijsgerige systemen ten
1900 VI, 1,65(88) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei
1901 VI, 1,66 | 66. Wat de intellectus fidei betreft,
1902 VI, 1,66 | vooral bedacht worden dat de goddelijke waarheid, “die
1903 VI, 1,66 | goddelijke waarheid, “die ons in de door de leer der Kerk juist
1904 VI, 1,66 | waarheid, “die ons in de door de leer der Kerk juist uitgelegde
1905 VI, 1,66 | zij een echt weten vormt. De intellectus fidei legt deze
1906 VI, 1,66 | doordat hij niet alleen de logische en begripsstructuur
1907 VI, 1,66 | en begripsstructuur van de proposities opneemt, waarin
1908 VI, 1,66 | proposities opneemt, waarin de leer van de Kerk is gekaderd,
1909 VI, 1,66 | opneemt, waarin de leer van de Kerk is gekaderd, maar ook
1910 VI, 1,66 | maar ook en vooral door de heilsbetekenis van deze
1911 VI, 1,66 | voor het individu en voor de mensheid, in het licht te
1912 VI, 1,66 | van deze uitspraken komt de gelovige tot kennis van
1913 VI, 1,66 | gelovige tot kennis van de heilsgeschiedenis, die in
1914 VI, 1,66 | heilsgeschiedenis, die in de persoon van Jezus Christus
1915 VI, 1,66 | aan dit mysterie deel. ~De dogmatische theologie moet
1916 VI, 1,66 | haar kant in staat zijn, de universele betekenis van
1917 VI, 1,66 | betekenis van het mysterie van de drie-ene God en van het
1918 VI, 1,66 | manier alsook vooral in de vorm van de redenering te
1919 VI, 1,66 | alsook vooral in de vorm van de redenering te presenteren.
1920 VI, 1,66 | communiceren wijze. Want zonder de bijdrage van de wijsbegeerte
1921 VI, 1,66 | Want zonder de bijdrage van de wijsbegeerte zouden theologische
1922 VI, 1,66 | bijvoorbeeld het spreken over God, de relaties tussen de personen
1923 VI, 1,66 | God, de relaties tussen de personen binnen de Drie-eenheid,
1924 VI, 1,66 | tussen de personen binnen de Drie-eenheid, het scheppende
1925 VI, 1,66 | scheppende werken van God in de wereld, de relatie tussen
1926 VI, 1,66 | werken van God in de wereld, de relatie tussen God en de
1927 VI, 1,66 | de relatie tussen God en de mens, de identiteit van
1928 VI, 1,66 | relatie tussen God en de mens, de identiteit van Christus,
1929 VI, 1,66 | verschillende themata van de moraaltheologie, waar heel
1930 VI, 1,66 | worden in het kader van de filosofische ethiek. ~Vandaar
1931 VI, 1,66 | Vandaar dat het verstand van de gelovige zich een natuurlijke,
1932 VI, 1,66 | en consistente kennis van de geschapen dingen, van de
1933 VI, 1,66 | de geschapen dingen, van de wereld en van de mens moet
1934 VI, 1,66 | dingen, van de wereld en van de mens moet verwerven, die
1935 VI, 1,66 | verwerven, die ook voorwerp van de goddelijke openbaring zijn;
1936 VI, 1,66 | meer nog: het verstand van de gelovige moet in staat zijn
1937 VI, 1,66 | drukken in begrippen en in de vorm van de redenering.
1938 VI, 1,66 | begrippen en in de vorm van de redenering. De speculatieve
1939 VI, 1,66 | vorm van de redenering. De speculatieve dogmatische
1940 VI, 1,66 | daarom impliciet een op de objectieve waarheid gefundeerde
1941 VI, 1,66 | gefundeerde filosofie van de mens, van de wereld en,
1942 VI, 1,66 | filosofie van de mens, van de wereld en, radicaler, van
1943 VI, 1,67 | 67. De fundamentele theologie zal
1944 VI, 1,67 | discipline, welker opgave de rekenschap over het geloof
1945 VI, 1,67 | rechtvaardigen en het verklaren van de relatie tussen het geloof
1946 VI, 1,67 | denken. Reeds Vaticanum I had de Paulijnse leer (vgl. Rom
1947 VI, 1,67 | naar voren gebracht en er de aandacht op gevestigd, dat
1948 VI, 1,67 | langs filosofische weg. En de aanvaarding van de openbaring
1949 VI, 1,67 | weg. En de aanvaarding van de openbaring van God veronderstelt
1950 VI, 1,67 | Bij het bestuderen van de openbaring en haar geloofwaardigheid,
1951 VI, 1,67 | geloofwaardigheid, begeleid door de overeenkomstige geloofsakt,
1952 VI, 1,67 | overeenkomstige geloofsakt, zal de fundamentele theologie moeten
1953 VI, 1,67 | zien dat in het licht van de kennis door het geloof enkele
1954 VI, 1,67 | zelfstandige zoektocht bereikt. De openbaring verleent aan
1955 VI, 1,67 | doordat zij ze stuurt naar de rijkdom van het geopenbaarde
1956 VI, 1,67 | Men denke bijvoorbeeld aan de natuurlijke Godskennis,
1957 VI, 1,67 | natuurlijke Godskennis, aan de mogelijkheid van het onderscheiden
1958 VI, 1,67 | van het onderscheiden van de goddelijke openbaring van
1959 VI, 1,67 | andere verschijnselen of aan de erkenning van haar geloofwaardigheid,
1960 VI, 1,67 | geloofwaardigheid, aan het vermogen van de menselijke taal om uitdrukkelijk
1961 VI, 1,67 | al deze waarheden wordt de geest ertoe gebracht, het
1962 VI, 1,67 | uitlopen op het aanvaarden van de openbaring zonder de eigen
1963 VI, 1,67 | van de openbaring zonder de eigen beginselen en hun
1964 VI, 1,67 | Op gelijke wijze zal de fundamentele theologie moeten
1965 VI, 1,67 | verstand dat oprecht naar de waarheid zoekt” volledig
1966 VI, 1,67 | waarheid zoekt” volledig de weg kunnen wijzen. Op deze
1967 VI, 1,67 | geloof gebruik te maken om de horizonten te ontdekken
1968 VI, 1,67(90) | Het onderzoek naar de voorwaarden waaronder de
1969 VI, 1,67(90) | de voorwaarden waaronder de mens vanuit zichzelf de
1970 VI, 1,67(90) | de mens vanuit zichzelf de eerste fundamentele vragen
1971 VI, 1,67(90) | fundamentele vragen stelt naar de zin van het leven, naar
1972 VI, 1,67(90) | en naar dat wat hem na de dood wacht, vormt voor de
1973 VI, 1,67(90) | de dood wacht, vormt voor de fundamentele theologie de
1974 VI, 1,67(90) | de fundamentele theologie de noodzakelijke inleiding,
1975 VI, 1,67(90) | opdat ook vandaag het geloof de rede bij haar oprechte zoeken
1976 VI, 1,67(90) | haar oprechte zoeken naar de waarheid volledig de weg
1977 VI, 1,67(90) | naar de waarheid volledig de weg kan wijzen.” Johannes
1978 VI, 1,67(90) | Johannes Paulus II, Brief aan de deelnemers aan het Internationale
1979 VI, 1,67(90) | Fundamentele Theologie bij de 125ste verjaardag van de
1980 VI, 1,67(90) | de 125ste verjaardag van de publicatie van “Dei Filius” (
1981 VI, 1,68 | 68. De moraaltheologie heeft misschien
1982 VI, 1,68 | misschien in nog grotere mate de bijdrage van de wijsbegeerte
1983 VI, 1,68 | grotere mate de bijdrage van de wijsbegeerte nodig. Want
1984 VI, 1,68 | oude verbond. Het leven in de Heilige Geest brengt hen
1985 VI, 1,68 | verantwoordelijkheid die uitgaan boven de wet zelf. Niettemin bieden
1986 VI, 1,68 | bieden het evangelie en de geschriften van de apostelen
1987 VI, 1,68 | evangelie en de geschriften van de apostelen zowel algemene
1988 VI, 1,68 | Om ze toe te passen op de bijzondere levensomstandigheden
1989 VI, 1,68 | van het individu en van de samenleving, moet de christen
1990 VI, 1,68 | van de samenleving, moet de christen in staat zijn zijn
1991 VI, 1,68 | andere woorden, zeggen: de moraaltheologie moet zich
1992 VI, 1,68 | filosofische visie, zowel op de menselijke natuur en samenleving
1993 VI, 1,68 | en samenleving alsook op de algemene beginselen van
1994 VI, 1,69 | wellicht tegen inbrengen dat de theoloog in de huidige situatie
1995 VI, 1,69 | inbrengen dat de theoloog in de huidige situatie zich niet
1996 VI, 1,69 | situatie zich niet zozeer van de wijsbegeerte als wel van
1997 VI, 1,69 | wijsbegeerte als wel van de hulp van andere vormen van
1998 VI, 1,69 | zou moeten bedienen, zoals de geschiedenis en vooral de
1999 VI, 1,69 | de geschiedenis en vooral de natuurwetenschappen, waarvan
2000 VI, 1,69 | natuurwetenschappen, waarvan de jongste buitengewone ontwikkelingen
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157 |