1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157
Chapter, Paragraph, Number
2001 VI, 1,69 | toegenomen gevoeligheid voor de relatie tussen geloof en
2002 VI, 1,69 | tussen geloof en cultuur, de opvatting dat de theologie
2003 VI, 1,69 | cultuur, de opvatting dat de theologie zich beter zou
2004 VI, 1,69 | zich beter zou wenden tot de traditionele wijsheidsvormen
2005 VI, 1,69 | voorstelling van het pluralisme van de culturen, eenvoudigweg de
2006 VI, 1,69 | de culturen, eenvoudigweg de universele waarden van het
2007 VI, 1,69 | universele waarden van het door de Kerk ontvangen wijsgerige
2008 VI, 1,69 | ontvangen wijsgerige erfgoed. ~De hier geciteerde opvattingen,
2009 VI, 1,69 | we onder andere reeds in de leer van het Concilie tegenkomen, 92
2010 VI, 1,69 | zijn gedeeltelijk waar. De verwijzing naar de natuurwetenschappen
2011 VI, 1,69 | waar. De verwijzing naar de natuurwetenschappen is in
2012 VI, 1,69 | maakt; ze mag echter niet de noodzakelijke toepassing
2013 VI, 1,69 | vruchtbare uitwisseling tussen de culturen. Wat ik met nadruk
2014 VI, 1,69 | willen onderstrepen, is de plicht om niet bij het concrete,
2015 VI, 1,69 | blijven staan, en daarmee de voornaamste taak te verwaarlozen,
2016 VI, 1,69 | universele karakter van de geloofsinhoud te laten zien.
2017 VI, 1,69 | mag men niet vergeten dat de bijzondere bijdrage van
2018 VI, 1,69 | mogelijk maakt om zowel in de verschillende levensopvattingen
2019 VI, 1,69 | levensopvattingen alsook in de culturen te leren kennen, “
2020 VI, 1,69 | leren kennen, “niet wat de mensen denken, maar wat
2021 VI, 1,69 | mensen denken, maar wat de objectieve waarheid is”. 93
2022 VI, 1,69(92) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag
2023 VI, 1,69(92) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
2024 VI, 1,69(92) | spes, nr.15; Decreet over de Missionaire Activiteit van
2025 VI, 1,69(92) | Missionaire Activiteit van de Kerk Ad gentes, nr.22. ~
2026 VI, 1,69 | objectieve waarheid is”. 93 Niet de verschillende menselijke
2027 VI, 1,69 | menselijke meningen maar alleen de waarheid kan de theologie
2028 VI, 1,69 | maar alleen de waarheid kan de theologie behulpzaam zijn. ~
2029 VI, 1,69(93) | H. Thomas van Aquino, De Caelo, 1, 22. ~
2030 VI, 1,70 | 70. Het thema van de relatie met de culturen
2031 VI, 1,70 | thema van de relatie met de culturen verdient een speciale,
2032 VI, 1,70 | uitputtende, beschouwing vanwege de daaruit voortkomende implicaties
2033 VI, 1,70 | theologisch gebied. Het proces van de ontmoeting en confrontatie
2034 VI, 1,70 | ontmoeting en confrontatie met de culturen is een ervaring
2035 VI, 1,70 | culturen is een ervaring die de Kerk vanaf het begin van
2036 VI, 1,70 | Kerk vanaf het begin van de verkondiging van het evangelie
2037 VI, 1,70 | Het gebod van Christus aan de leerlingen om overal heen
2038 VI, 1,70 | overal heen te gaan, “tot aan de grenzen der aarde” (Hand
2039 VI, 1,70 | der aarde” (Hand 1, 8), om de door Hem geopenbaarde waarheid
2040 VI, 1,70 | waarheid door te geven, bracht de christelijke gemeente er
2041 VI, 1,70 | reeds zeer vroeg toe om de universaliteit van de verkondiging
2042 VI, 1,70 | om de universaliteit van de verkondiging en de hindernissen
2043 VI, 1,70 | universaliteit van de verkondiging en de hindernissen die uit de
2044 VI, 1,70 | de hindernissen die uit de diversiteit van de culturen
2045 VI, 1,70 | die uit de diversiteit van de culturen ontstonden, te
2046 VI, 1,70 | erkennen. Een passage uit de brief van de heilige Paulus
2047 VI, 1,70 | passage uit de brief van de heilige Paulus aan de christenen
2048 VI, 1,70 | van de heilige Paulus aan de christenen van Efeze biedt
2049 VI, 1,70 | hulp om te begrijpen hoe de eerste gemeente met dit
2050 VI, 1,70 | dit probleem is omgegaan. De apostel schrijft: “Nu echter
2051 VI, 1,70 | onze vrede. Hij verenigde de beide delen (joden en heidenen),
2052 VI, 1,70 | haalde door zijn sterven de scheidingswand van de vijandschap
2053 VI, 1,70 | sterven de scheidingswand van de vijandschap omlaag” (2,
2054 VI, 1,70 | overweging zich uit naar de verandering die bij de heidenen
2055 VI, 1,70 | naar de verandering die bij de heidenen is opgetreden,
2056 VI, 1,70 | gekomen. In het licht van de volheid van het door Christus
2057 VI, 1,70 | Christus volbrachte heil vallen de scheidingsmuren tussen de
2058 VI, 1,70 | de scheidingsmuren tussen de verschillende culturen.
2059 VI, 1,70 | verschillende culturen. De belofte van God wordt nu
2060 VI, 1,70 | allen: ze is niet meer tot de eigen aard van een volk,
2061 VI, 1,70 | Christus toe geroepen, aan de eenheid van de familie van
2062 VI, 1,70 | geroepen, aan de eenheid van de familie van Gods kinderen
2063 VI, 1,70 | dichtbij gekomen’. Jezus haalt de scheidingsmuren omlaag en
2064 VI, 1,70 | scheidingsmuren omlaag en voltrekt de vereniging op een unieke,
2065 VI, 1,70 | unieke, verheven manier door de deelname aan zijn mysterie.
2066 VI, 1,70 | eenheid is zo diep, dat de Kerk met de H. Paulus kan
2067 VI, 1,70 | zo diep, dat de Kerk met de H. Paulus kan zeggen: “Jullie
2068 VI, 1,70 | burgerrecht, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten
2069 VI, 1,70 | geweldige waarheid beschreven: de ontmoeting van het geloof
2070 VI, 1,70 | ontmoeting van het geloof met de verschillende culturen heeft
2071 VI, 1,70 | werkelijkheid doen ontstaan. Wanneer de culturen hun wortels diep
2072 VI, 1,70 | culturen hun wortels diep in de menselijke natuur hebben,
2073 VI, 1,70 | hebben, getuigen zij van de typische openheid van de
2074 VI, 1,70 | de typische openheid van de mens voor het universele
2075 VI, 1,70 | wijzen van toenadering tot de waarheid; ze blijken zonder
2076 VI, 1,70 | zonder twijfel nuttig voor de mens die ze wijzen op waarden
2077 VI, 1,70 | menselijker kunnen maken. 94 Waar de culturen zich beroepen op
2078 VI, 1,70 | culturen zich beroepen op de waarden van de antieke overleveringen,
2079 VI, 1,70 | beroepen op de waarden van de antieke overleveringen,
2080 VI, 1,70 | Gods zelf-openbaring in de natuur, zoals we eerder
2081 VI, 1,70 | natuur, zoals we eerder bij de bespreking van de wijsheidsteksten
2082 VI, 1,70 | eerder bij de bespreking van de wijsheidsteksten en de leer
2083 VI, 1,70 | van de wijsheidsteksten en de leer van de H. Paulus hebben
2084 VI, 1,70 | wijsheidsteksten en de leer van de H. Paulus hebben gezien. ~
2085 VI, 1,70(94) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag
2086 VI, 1,70(94) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
2087 VI, 1,71 | 71. Omdat de culturen in nauwe verbinding
2088 VI, 1,71 | nauwe verbinding staan met de mensen en hun geschiedenis,
2089 VI, 1,71 | constateren die voortkomen uit de onderlinge ontmoetingen
2090 VI, 1,71 | ontmoetingen van mensen en de uitwisseling van hun levenswijzen.
2091 VI, 1,71 | vermogen, open te blijven voor de opname van het nieuwe. Welke
2092 VI, 1,71 | tegelijk kind en vader van de cultuur waarin hij is ingebed.
2093 VI, 1,71 | draagt hij iets wat hem boven de schepping uittilt: zijn
2094 VI, 1,71 | Je kunt dus zeggen dat de cultuur de mogelijkheid
2095 VI, 1,71 | dus zeggen dat de cultuur de mogelijkheid in zich draagt
2096 VI, 1,71 | mogelijkheid in zich draagt om de goddelijke openbaring aan
2097 VI, 1,71 | openbaring aan te nemen. ~De wijze waarop de christenen
2098 VI, 1,71 | nemen. ~De wijze waarop de christenen het geloof (be-)
2099 VI, 1,71 | leven is ook doordrongen van de cultuur van hun omgeving
2100 VI, 1,71 | beetje die cultuur te vormen. De christenen brengen in iedere
2101 VI, 1,71 | brengen in iedere cultuur de door God in de geschiedenis
2102 VI, 1,71 | iedere cultuur de door God in de geschiedenis en in de cultuur
2103 VI, 1,71 | in de geschiedenis en in de cultuur van een volk geopenbaarde,
2104 VI, 1,71 | waarheid van God. Zo plant in de loop van de eeuwen de gebeurtenis
2105 VI, 1,71 | Zo plant in de loop van de eeuwen de gebeurtenis zich
2106 VI, 1,71 | in de loop van de eeuwen de gebeurtenis zich steeds
2107 VI, 1,71 | voort, getuigen waarvan de pelgrims waren op die Pinksterdag
2108 VI, 1,71 | Cappadocië, van Pontus en de provincie Asia, van Phrygië
2109 VI, 1,71 | Lybië naar Cyrene toe, ook de Romeinen die hier zijn,
2110 VI, 1,71 | verkondigen” (Hand 2, 7-11). De verkondiging van het evangelie
2111 VI, 1,71 | verkondiging van het evangelie in de verschillende culturen vraagt
2112 VI, 1,71 | verschillende culturen vraagt van de afzonderlijke ontvangers
2113 VI, 1,71 | aan het geloof; ze belet de ontvangers echter niet,
2114 VI, 1,71 | cultuur kan opnemen, waardoor de verdere ontwikkeling van
2115 VI, 1,71 | zijn volle ontplooiing in de waarheid wordt begunstigd. ~
2116 VI, 1,71 | gene cultuur, alsof het in de ontmoeting daarmee haar
2117 VI, 1,71 | haar passen. Integendeel, de verkondiging die de gelovige
2118 VI, 1,71 | Integendeel, de verkondiging die de gelovige uitdraagt in de
2119 VI, 1,71 | de gelovige uitdraagt in de wereld en in de culturen,
2120 VI, 1,71 | uitdraagt in de wereld en in de culturen, is een echte vorm
2121 VI, 1,71 | bevrijding van elke door de zonde ingevoerde wanorde
2122 VI, 1,71 | tegelijk een oproep tot de volle waarheid. Bij deze
2123 VI, 1,71 | Bij deze ontmoeting wordt de culturen niets ontzegd:
2124 VI, 1,71 | stellen voor het nieuwe dat de waarheid van het evangelie
2125 VI, 1,72 | 72. Bij de verkondiging van het evangelie
2126 VI, 1,72 | het christendom allereerst de Griekse wijsbegeerte; maar
2127 VI, 1,72 | problemen voor, als die waarmee de Kerk in de eerste eeuwen
2128 VI, 1,72 | als die waarmee de Kerk in de eerste eeuwen geconfronteerd
2129 VI, 1,72 | gedachten gaan spontaan naar de landen van het Oosten, die
2130 VI, 1,72 | waarde heeft doordat zij de geest bevrijdt van de kluisters
2131 VI, 1,72 | zij de geest bevrijdt van de kluisters van tijd en ruimte.
2132 VI, 1,72 | kluisters van tijd en ruimte. De dynamiek van dit zoeken
2133 VI, 1,72 | metafysische systemen. ~De christen van vandaag, vooral
2134 VI, 1,72 | vooral die in India, heeft de opgave om uit dit rijke
2135 VI, 1,72 | om uit dit rijke erfgoed de elementen te nemen die met
2136 VI, 1,72 | onderscheiding, waartoe de concilieverklaring Nostra
2137 VI, 1,72 | hanteren. Het eerste is de universaliteit van de menselijke
2138 VI, 1,72 | is de universaliteit van de menselijke geest, wiens
2139 VI, 1,72 | wiens eerste behoeften in de verschillende culturen hetzelfde
2140 VI, 1,72 | eerste, is aldus: wanneer de Kerk met grote culturen
2141 VI, 1,72 | eigen heeft gemaakt door de inculturatie in het Grieks-Latijnse
2142 VI, 1,72 | die zijn Kerk leidt langs de wegen van de tijd en de
2143 VI, 1,72 | leidt langs de wegen van de tijd en de geschiedenis.
2144 VI, 1,72 | de wegen van de tijd en de geschiedenis. Dit criterium
2145 VI, 1,72 | criterium geldt overigens voor de Kerk van ieder tijdperk,
2146 VI, 1,72 | ieder tijdperk, ook voor de Kerk van morgen, die zich
2147 VI, 1,72 | door verworvenheden uit de huidige toenadering tot
2148 VI, 1,72 | huidige toenadering tot de oosterse culturen. Zij zal
2149 VI, 1,72 | treden met die culturen, die de mensheid op haar weg naar
2150 VI, 1,72 | mensheid op haar weg naar de toekomst tot bloeien kunnen
2151 VI, 1,72 | derde moet men ervoor waken, de gewettigde aanspraak van
2152 VI, 1,72 | in haar tegenstelling tot de andere tradities; dat zou
2153 VI, 1,72 | tradities; dat zou het wezen van de mens tegenspreken. ~
2154 VI, 1,73 | van deze beschouwingen kan de relatie tussen theologie
2155 VI, 1,73 | beschreven worden als een cirkel. De bron en het startpunt van
2156 VI, 1,73 | bron en het startpunt van de theologie moet altijd het
2157 VI, 1,73 | God zijn, geopenbaard in de geschiedenis, terwijl haar
2158 VI, 1,73 | het menselijke zoeken naar de waarheid - d.w.z. filosofie
2159 VI, 1,73 | vooral van belang is, is dat de rede van de gelovige haar
2160 VI, 1,73 | belang is, is dat de rede van de gelovige haar denkvermogen
2161 VI, 1,73 | gebruikt in het zoeken naar de waarheid, in een beweging
2162 VI, 1,73 | begrip daarvan. Het is alsof de rede, die zich beweegt tussen
2163 VI, 1,73 | die zich beweegt tussen de beide polen van Gods woord
2164 VI, 1,73 | die haar doen afdwalen van de geopenbaarde Waarheid en
2165 VI, 1,73 | Waarheid en tenslotte van de pure, eenvoudige waarheid.
2166 VI, 1,73 | van God verrijkt tenslotte de wijsbegeerte, omdat de rede
2167 VI, 1,73 | tenslotte de wijsbegeerte, omdat de rede nieuwe en onvermoede
2168 VI, 1,74 | 74. De vruchtbaarheid van deze
2169 VI, 1,74 | relatie wordt bevestigd door de ervaring van grote christelijke
2170 VI, 1,74 | met recht op één lijn met de meesters van de antieke
2171 VI, 1,74 | lijn met de meesters van de antieke wijsbegeerte gesteld
2172 VI, 1,74 | Dit geldt niet alleen voor de kerkvaders, onder wie tenminste
2173 VI, 1,74 | kerkvaders, onder wie tenminste de H. Gregorius van Nazianze
2174 VI, 1,74 | Gregorius van Nazianze en de H.Augustinus vermelding
2175 VI, 1,74 | vermelding verdienen, en de middeleeuwse leraren met
2176 VI, 1,74 | middeleeuwse leraren met de grote driester van St. Anselmus,
2177 VI, 1,74 | vruchtbare relatie tussen de wijsbegeerte en het woord
2178 VI, 1,74 | citeren van dezen heb ik niet de bedoeling om alle visies
2179 VI, 1,74 | methode van onderzoek die uit de confrontatie met de geloofsgegevens
2180 VI, 1,74 | uit de confrontatie met de geloofsgegevens opmerkelijke
2181 VI, 1,74 | is zeker: aandacht voor de geestelijke tocht van deze
2182 VI, 1,74 | aan zowel het zoeken naar de waarheid als aan de poging
2183 VI, 1,74 | naar de waarheid als aan de poging om de resultaten
2184 VI, 1,74 | waarheid als aan de poging om de resultaten van dat zoeken
2185 VI, 1,74 | dat zoeken ten dienste van de mensheid te stellen. Het
2186 VI, 1,74 | te hopen dat er nu en in de toekomst mensen zullen zijn
2187 VI, 1,74 | voortzetten voor het welzijn van de Kerk én van de mensheid ~
2188 VI, 1,74 | welzijn van de Kerk én van de mensheid ~
2189 VI, 2 | De verschillende posities van
2190 VI, 2 | verschillende posities van de wijsbegeerte~
2191 VI, 2,75 | deze korte beschrijving van de geschiedenis van de relatie
2192 VI, 2,75 | van de geschiedenis van de relatie tussen geloof en
2193 VI, 2,75 | christendom onderscheiden. In de eerste plaats is er een
2194 VI, 2,75 | volkomen onafhankelijk is van de Openbaring van het evangelie:
2195 VI, 2,75 | van het evangelie: dit is de positie die de wijsbegeerte
2196 VI, 2,75 | evangelie: dit is de positie die de wijsbegeerte innam toe zij
2197 VI, 2,75 | toe zij gestalte kreeg in de geschiedenis vóór de geboorte
2198 VI, 2,75 | in de geschiedenis vóór de geboorte van de Verlosser,
2199 VI, 2,75 | geschiedenis vóór de geboorte van de Verlosser, en later in streken
2200 VI, 2,75 | het legitieme streven van de wijsbegeerte om een autonome
2201 VI, 2,75 | haar eigen wetten en alleen de krachten van de rede gebruikt.
2202 VI, 2,75 | en alleen de krachten van de rede gebruikt. Dit streven
2203 VI, 2,75 | ernstig belemmerd wordt door de aangeboren zwakheid van
2204 VI, 2,75 | worden. Als een zoeken naar de waarheid binnen de natuurlijke
2205 VI, 2,75 | naar de waarheid binnen de natuurlijke orde staat de
2206 VI, 2,75 | de natuurlijke orde staat de onderneming van de wijsbegeerte -
2207 VI, 2,75 | staat de onderneming van de wijsbegeerte -althans impliciet -
2208 VI, 2,75 | bovennatuurlijke. ~Bovendien; de aanspraak op een juiste
2209 VI, 2,75 | gerespecteerd worden, ook wanneer de theologische redenering
2210 VI, 2,75 | criteria garandeert dan ook dat de bereikte resultaten algemeen
2211 VI, 2,75 | bevestigt ook het beginsel dat de genade de natuur niet vernietigt
2212 VI, 2,75 | het beginsel dat de genade de natuur niet vernietigt maar
2213 VI, 2,75 | vernietigt maar haar vervolmaakt: de instemming van het geloof,
2214 VI, 2,75 | wil insluit, vernietigt de vrije wil van iedere gelovige
2215 VI, 2,75 | benadering afgewezen wordt door de theorie van de zogenaamde ‘
2216 VI, 2,75 | wordt door de theorie van de zogenaamde ‘afgescheiden’
2217 VI, 2,75 | Deze theorie eist voor de wijsbegeerte niet alleen
2218 VI, 2,75 | niet legitiem is. Door de waarheid die aangeboden
2219 VI, 2,75 | die aangeboden wordt door de goddelijke openbaring af
2220 VI, 2,75 | openbaring af te wijzen, schaadt de wijsbegeerte slechts zichzelf,
2221 VI, 2,75 | omdat ze voor zichzelf de toegang tot een diepere
2222 VI, 2,75 | tot een diepere kennis van de waarheid verspert. ~
2223 VI, 2,76 | Een tweede positie die de wijsbegeerte inneemt wordt
2224 VI, 2,76 | filosofie. Op zichzelf is de term geoorloofd, maar hij
2225 VI, 2,76 | officiële filosofie van de Kerk is, aangezien het geloof
2226 VI, 2,76 | zodanig geen filosofie is. De term tracht eerder een christelijke
2227 VI, 2,76 | met het geloof te komen. De term christelijke wijsbegeerte
2228 VI, 2,76 | hebben voorgedaan zonder de directe of onrechtstreekse
2229 VI, 2,76 | eerste is subjectief, in de zin dat het geloof de rede
2230 VI, 2,76 | in de zin dat het geloof de rede zuivert. Als goddelijke
2231 VI, 2,76 | deugd bevrijdt het geloof de rede van de aanmatiging,
2232 VI, 2,76 | bevrijdt het geloof de rede van de aanmatiging, de typische
2233 VI, 2,76 | rede van de aanmatiging, de typische bekoring van de
2234 VI, 2,76 | de typische bekoring van de wijsgeer. St. Paulus, de
2235 VI, 2,76 | de wijsgeer. St. Paulus, de Kerkvaders en, dichter bij
2236 VI, 2,76 | hebben deze aanmatiging aan de kaak gesteld. Met de deemoed
2237 VI, 2,76 | aan de kaak gesteld. Met de deemoed verwerft de filosoof
2238 VI, 2,76 | Met de deemoed verwerft de filosoof ook de moed om
2239 VI, 2,76 | verwerft de filosoof ook de moed om kwesties aan te
2240 VI, 2,76 | te pakken die hij zonder de gegevens van de Openbaring
2241 VI, 2,76 | hij zonder de gegevens van de Openbaring moeilijk kan
2242 VI, 2,76 | Men denke bijvoorbeeld aan de problemen van het kwaad
2243 VI, 2,76 | kwaad en het lijden, aan de identiteit van een persoonlijke
2244 VI, 2,76 | persoonlijke God en aan de vraag naar de zin van het
2245 VI, 2,76 | God en aan de vraag naar de zin van het leven, of, directer,
2246 VI, 2,76 | leven, of, directer, aan de radicale metafysische vraag: “
2247 VI, 2,76 | het objectieve aspect, dat de inhouden betreft: de openbaring
2248 VI, 2,76 | dat de inhouden betreft: de openbaring laat helder en
2249 VI, 2,76 | Onder deze waarheden is de notie van een vrije en persoonlijke
2250 VI, 2,76 | en persoonlijke God die de Schepper is van de wereld,
2251 VI, 2,76 | God die de Schepper is van de wereld, een waarheid die
2252 VI, 2,76 | cruciaal is geweest voor de ontwikkeling van het wijsgerige
2253 VI, 2,76 | denken, in het bijzonder voor de filosofie van het zijn.
2254 VI, 2,76 | van het zijn. Er is ook de werkelijkheid van de zonde,
2255 VI, 2,76 | ook de werkelijkheid van de zonde, zoals die in het
2256 VI, 2,76 | van het kwaad te vinden. De notie van de persoon als
2257 VI, 2,76 | te vinden. De notie van de persoon als een geestelijk
2258 VI, 2,76 | bijdrage van het geloof: de christelijke boodschap van
2259 VI, 2,76 | christelijke boodschap van de waardigheid, de gelijkheid
2260 VI, 2,76 | boodschap van de waardigheid, de gelijkheid en de vrijheid
2261 VI, 2,76 | waardigheid, de gelijkheid en de vrijheid van de mensen heeft
2262 VI, 2,76 | gelijkheid en de vrijheid van de mensen heeft zeker het moderne
2263 VI, 2,76 | onze tijd staat, kan men de ontdekking van de betekenis
2264 VI, 2,76 | kan men de ontdekking van de betekenis voor de wijsbegeerte
2265 VI, 2,76 | ontdekking van de betekenis voor de wijsbegeerte van de historische
2266 VI, 2,76 | voor de wijsbegeerte van de historische gebeurtenis
2267 VI, 2,76 | die zo centraal staat in de christelijke openbaring.
2268 VI, 2,76 | van een wijsbegeerte van de geschiedenis geworden die
2269 VI, 2,76 | een nieuw hoofdstuk van de menselijke zoektocht naar
2270 VI, 2,76 | menselijke zoektocht naar de waarheid. ~Tot de objectieve
2271 VI, 2,76 | zoektocht naar de waarheid. ~Tot de objectieve elementen van
2272 VI, 2,76 | objectieve elementen van de christelijke filosofie hoort
2273 VI, 2,76 | christelijke filosofie hoort ook de behoefte om de rationaliteit
2274 VI, 2,76 | hoort ook de behoefte om de rationaliteit van bepaalde
2275 VI, 2,76 | rationaliteit van bepaalde door de heilige Schrift uitgesproken
2276 VI, 2,76 | waarheden te onderzoeken, zoals de mogelijkheid van een bovennatuurlijke
2277 VI, 2,76 | bovennatuurlijke roeping van de mens en ook de erfzonde.
2278 VI, 2,76 | roeping van de mens en ook de erfzonde. Dat zijn opgaven
2279 VI, 2,76 | erfzonde. Dat zijn opgaven die de rede ertoe uitdagen te erkennen
2280 VI, 2,76 | rationaliteit zijn die ver buiten de kaders liggen waarbinnen
2281 VI, 2,76 | over deze inhouden zijn de filosofen geen theologen
2282 VI, 2,76 | hebben niet geprobeerd, de geloofswaarheden te begrijpen
2283 VI, 2,76 | begrijpen en te duiden vanuit de openbaring. Ze hebben steeds
2284 VI, 2,76 | naar nieuwe aspecten van de waarheid. Men zou kunnen
2285 VI, 2,76 | zeggen dat een goed deel van de moderne en hedendaagse wijsbegeerte
2286 VI, 2,76 | feit dat veel denkers in de laatste eeuwen de christelijke
2287 VI, 2,76 | denkers in de laatste eeuwen de christelijke orthodoxie
2288 VI, 2,77 | belangrijke positie neemt de wijsbegeerte in, wanneer
2289 VI, 2,77 | wijsbegeerte in, wanneer de theologie zelf haar hulp
2290 VI, 2,77 | Theologie heeft immers altijd de bijdrage van de wijsbegeerte
2291 VI, 2,77 | immers altijd de bijdrage van de wijsbegeerte nodig gehad,
2292 VI, 2,77 | ook nu. Als een werk van de kritische rede in het licht
2293 VI, 2,77 | veronderstelt en vereist de theologie bij al haar onderzoek
2294 VI, 2,77 | werken. Bovendien heeft de theologie de filosofie nodig
2295 VI, 2,77 | Bovendien heeft de theologie de filosofie nodig als gesprekspartner,
2296 VI, 2,77 | als gesprekspartner, om de begrijpbaarheid en de universele
2297 VI, 2,77 | om de begrijpbaarheid en de universele waarheid van
2298 VI, 2,77 | Het was niet toevallig dat de Kerkvaders en de middeleeuwse
2299 VI, 2,77 | toevallig dat de Kerkvaders en de middeleeuwse theologen niet-christelijke
2300 VI, 2,77 | historische feit bevestigt de waarde van de autonomie
2301 VI, 2,77 | bevestigt de waarde van de autonomie van de wijsbegeerte
2302 VI, 2,77 | waarde van de autonomie van de wijsbegeerte die bewaard
2303 VI, 2,77 | wijsbegeerte die bewaard blijft als de theologie haar hulp inroept;
2304 VI, 2,77 | welke diepe veranderingen de wijsbegeerte zelf moet ondergaan. ~
2305 VI, 2,77 | onmisbare en edele bijdrage dat de wijsbegeerte vanaf de patristische
2306 VI, 2,77 | dat de wijsbegeerte vanaf de patristische periode ancilla
2307 VI, 2,77 | slaafse onderwerping van de filosofie aan te geven of
2308 VI, 2,77 | functionele rol ten opzichte van de theologie. Hij werd eerder
2309 VI, 2,77 | werd eerder gebruikt in de zin waarmee Aristoteles
2310 VI, 2,77 | waarmee Aristoteles over de experimentele wetenschappen
2311 VI, 2,77 | gesproken als “dienaressen” van de “prima philosophia”. De
2312 VI, 2,77 | de “prima philosophia”. De term kan tegenwoordig bezwaarlijk
2313 VI, 2,77 | gegeven het beginsel van de autonomie waarnaar we verwezen
2314 VI, 2,77 | hebben, maar hij heeft door de geschiedenis heen de noodzaak
2315 VI, 2,77 | door de geschiedenis heen de noodzaak laten zien van
2316 VI, 2,77 | noodzaak laten zien van de verbinding tussen de twee
2317 VI, 2,77 | van de verbinding tussen de twee wetenschappen en de
2318 VI, 2,77 | de twee wetenschappen en de onmogelijkheid van hun scheiding. ~
2319 VI, 2,77 | scheiding. ~Zouden theologen de hulp van de wijsbegeerte
2320 VI, 2,77 | Zouden theologen de hulp van de wijsbegeerte weigeren, dan
2321 VI, 2,77 | begrijpen van het geloof.. Als de filosoof van zijn kant elk
2322 VI, 2,77 | zijn kant elk contact met de theologie zou uitsluiten
2323 VI, 2,77 | verplicht zijn zelfstandig de inhoud van het geloof meester
2324 VI, 2,77 | van een vernietiging van de grondbeginselen van de autonomie
2325 VI, 2,77 | van de grondbeginselen van de autonomie zich voordoen,
2326 VI, 2,77 | gegarandeerd wil zien. ~Wanneer de filosofie deze positie inneemt
2327 VI, 2,77 | inneemt komt zij, net als de theologie, meer rechtstreeks
2328 VI, 2,77 | en zijn toetsing, vanwege de implicaties die zij heeft
2329 VI, 2,77 | heeft voor het begrip van de openbaring, zoals ik al
2330 VI, 2,77 | heb uitgelegd. Want uit de geloofswaarheden komen bepaalde
2331 VI, 2,77 | bepaalde postulaten voort, die de wijsbegeerte moet respecteren
2332 VI, 2,77 | respecteren zodra zij met de theologie in verbinding
2333 VI, 2,78 | leergezag herhaaldelijk de verdiensten van het denken
2334 VI, 2,78 | leider en voorbeeld voor de theologiestudie heeft voorgesteld.
2335 VI, 2,78 | Het was en is ook thans de bedoeling van het leergezag,
2336 VI, 2,78 | leergezag, te laten zien dat de H. Thomas een authentiek
2337 VI, 2,78 | voorbeeld voor allen die naar de waarheid zoeken, is. Want
2338 VI, 2,78 | Want in zijn denken hebben de eisen van de rede en de
2339 VI, 2,78 | denken hebben de eisen van de rede en de kracht van het
2340 VI, 2,78 | de eisen van de rede en de kracht van het geloof de
2341 VI, 2,78 | de kracht van het geloof de meest verheven synthese
2342 VI, 2,78 | omdat hij in staat was de radicale nieuwheid die door
2343 VI, 2,78 | radicale nieuwheid die door de Openbaring was gebracht,
2344 VI, 2,78 | te verdedigen zonder ooit de eigen weg van de rede te
2345 VI, 2,78 | zonder ooit de eigen weg van de rede te vernederen. ~
2346 VI, 2,79 | enkele eisen aangeven die de theologie - en, nog fundamenteler,
2347 VI, 2,79 | ik al heb opgemerkt, moet de wijsbegeerte aan haar eigen
2348 VI, 2,79 | op haar eigen beginselen; de waarheid echter kan slechts
2349 VI, 2,79 | echter kan slechts één zijn. De openbaring met haar inhouden
2350 VI, 2,79 | haar inhouden zal nooit de rede bij haar ontdekkingen
2351 VI, 2,79 | stellen, mogen verliezen. Door de glans die afstraalt van
2352 VI, 2,79 | subsistente Zijn zelf biedt de geopenbaarde waarheid de
2353 VI, 2,79 | de geopenbaarde waarheid de volheid van het licht aan
2354 VI, 2,79 | het zijn en zal zij dus de weg van het wijsgerig onderzoek
2355 VI, 2,79 | verlichten. Om kort te gaan, de christelijke Openbaring
2356 VI, 2,79 | leiden door het gezag van de waarheid alleen, zodat er
2357 VI, 2,79 | het christelijk geloof en de menselijke culturen elkaar
2358 VI, 2,79 | gelovigen helpen leiden tot de sterkere overtuiging dat
2359 VI, 2,79 | sterkere overtuiging dat de diepte en de authenticiteit
2360 VI, 2,79 | overtuiging dat de diepte en de authenticiteit van het geloof
2361 VI, 2,79 | afwijst. Opnieuw zijn het de Vaders die ons dit leren: “
2362 VI, 2,79(95) | H. Augustinus, De Praedestione Sanctorum,
2363 VI, 2,79(96) | Idem, De Fide, Spe et Caritate, 7:
2364 VII, 1 | De Onvermijdelijke Eisen Van
2365 VII, 1,80 | 80. De Heilige Schrift bevat zowel
2366 VII, 1,80 | mensbeeld en een visie op de wereld bieden van uitzonderlijke
2367 VII, 1,80 | uitzonderlijke filosofische kracht. De christenen werden zich langzamerhand
2368 VII, 1,80 | langzamerhand bewust van de rijkdom die in de heilige
2369 VII, 1,80 | bewust van de rijkdom die in de heilige boeken vervat lag.
2370 VII, 1,80 | die pagina’s spreekt, dat de werkelijkheid die wij ervaren,
2371 VII, 1,80 | zichzelf voort. Slechts God is de Absolute. Uit de pagina’
2372 VII, 1,80 | God is de Absolute. Uit de pagina’s van de bijbel spreekt
2373 VII, 1,80 | Absolute. Uit de pagina’s van de bijbel spreekt bovendien
2374 VII, 1,80 | spreekt bovendien een kijk op de mens als imago Dei, beeld
2375 VII, 1,80 | zijn zijn, zijn vrijheid en de onsterfelijkheid van zijn
2376 VII, 1,80 | van zijn ziel bevat. Omdat de geschapen wereld zichzelf
2377 VII, 1,80 | illusie van autonomie, die de essentiële afhankelijkheid
2378 VII, 1,80 | ieder schepsel, inclusief de mens, voor God staat, tot
2379 VII, 1,80 | staat, tot conflicten die de rationele zoektocht naar
2380 VII, 1,80 | rationele zoektocht naar de harmonie en de zin van het
2381 VII, 1,80 | zoektocht naar de harmonie en de zin van het menselijk bestaan
2382 VII, 1,80 | van het zedelijk kwaad - de meest tragische vorm van
2383 VII, 1,80 | van het kwaad - wordt in de Bijbel behandeld, hetgeen
2384 VII, 1,80 | van een of ander gebrek in de materie afkomstig is, maar
2385 VII, 1,80 | die is toegebracht door de ongeordende uitoefening
2386 VII, 1,80 | ongeordende uitoefening van de menselijke vrijheid. Tenslotte
2387 VII, 1,80 | van God het probleem van de zin van het leven aan de
2388 VII, 1,80 | de zin van het leven aan de orde en onthult zijn antwoord
2389 VII, 1,80 | onthult zijn antwoord door de mens te wijzen op Jezus
2390 VII, 1,80 | mensgeworden Woord van God, die de volmaakte verwerkelijking
2391 VII, 1,80 | aspecten zouden door lezing van de heilige teksten verduidelijkt
2392 VII, 1,80 | elk geval blijkt daaruit de afwijzing van iedere vorm
2393 VII, 1,80 | materialisme en pantheïsme. ~De fundamentele overtuiging
2394 VII, 1,80 | fundamentele overtuiging van de ‘filosofie’ die in de bijbel
2395 VII, 1,80 | van de ‘filosofie’ die in de bijbel wordt gevonden, is
2396 VII, 1,80 | bijbel wordt gevonden, is dat de wereld en het menselijk
2397 VII, 1,80 | Christus. Het mysterie van de menswording zal altijd het
2398 VII, 1,80 | van het menselijk bestaan, de geschapen wereld en God
2399 VII, 1,80 | en God zelf te begrijpen. De uitdaging van dit mysterie
2400 VII, 1,80 | van dit mysterie drijft de wijsbegeerte naar haar grenzen,
2401 VII, 1,80 | naar haar grenzen, omdat de rede wordt opgeroepen, zich
2402 VII, 1,80 | logica eigen te maken die de muren neerhaalt waarachter
2403 VII, 1,80 | Eerst hier echter bereikt de zin van het bestaan zijn
2404 VII, 1,80 | bestaan zijn hoogtepunt. Want de intiemste essentie van God
2405 VII, 1,80 | essentie van God en van de mens worden begrijpbaar:
2406 VII, 1,80 | mensgeworden Woord worden de goddelijke en de menselijke
2407 VII, 1,80 | worden de goddelijke en de menselijke natuur ieder
2408 VII, 1,80 | tegelijk openbaart zich de unieke band, die ze onvermengd
2409 VII, 1,81 | vaststellen dat een van de belangrijkste aspecten van
2410 VII, 1,81 | van onze huidige situatie de ‘zinscrisis’ is. De dikwijls
2411 VII, 1,81 | situatie de ‘zinscrisis’ is. De dikwijls wetenschappelijk
2412 VII, 1,81 | hoe het verschijnsel van de fragmentatie van de kennis
2413 VII, 1,81 | van de fragmentatie van de kennis om zich heen grijpt.
2414 VII, 1,81 | het dat veel mensen, in de maalstroom van gegevens
2415 VII, 1,81 | om over “zin” te praten. De meerderheid van de theorieën
2416 VII, 1,81 | praten. De meerderheid van de theorieën die als om strijd
2417 VII, 1,81 | antwoord geven, respectievelijk de verschillende manieren van
2418 VII, 1,81 | beoordelen met betrekking tot de wereld en het leven van
2419 VII, 1,81 | wereld en het leven van de mens, maken deze twijfel
2420 VII, 1,81 | dikwijls een tweeduidig denken de menselijke geest binnen,
2421 VII, 1,81 | die is opgesloten binnen de grenzen van haar eigen immanentie
2422 VII, 1,81 | wijsbegeerte die niet langer de vraag naar de zin van het
2423 VII, 1,81 | niet langer de vraag naar de zin van het leven stelt
2424 VII, 1,81 | het ernstige risico lopen de rede te herleiden tot louter
2425 VII, 1,81 | werkelijke hartstocht voor de waarheid. ~Om in harmonie
2426 VII, 1,81 | met het woord van God moet de filosofie allereerst haar
2427 VII, 1,81 | als een zoektocht naar de uiterste en omvattende zin
2428 VII, 1,81 | bij aan het stimuleren van de wijsbegeerte om in het reine
2429 VII, 1,81 | doen zal zij niet alleen de beslissende kritische factor
2430 VII, 1,81 | kritische factor zijn die de grondslagen en de grenzen
2431 VII, 1,81 | zijn die de grondslagen en de grenzen van de verschillende
2432 VII, 1,81 | grondslagen en de grenzen van de verschillende gebieden van
2433 VII, 1,81 | uiteindelijke raamwerk van de eenheid van de menselijke
2434 VII, 1,81 | raamwerk van de eenheid van de menselijke kennis en actie,
2435 VII, 1,81 | tegenwoordig te meer nodig, omdat de reusachtige uitbreiding
2436 VII, 1,81 | reusachtige uitbreiding van de technische capaciteit van
2437 VII, 1,81 | technische capaciteit van de mens vraagt om een vernieuwd
2438 VII, 1,81 | aangescherpt gevoel voor de laatste waarden. Als deze
2439 VII, 1,81 | woord van God openbaart de uiteindelijke bestemming
2440 VII, 1,81 | uiteindelijke bestemming van de mens en verschaft een harmoniserende
2441 VII, 1,81 | van alles wat hij doet in de wereld. Daarom nodigt het
2442 VII, 1,81 | wereld. Daarom nodigt het de wijsbegeerte uit om mee
2443 VII, 1,81 | zin, die overeenkomt met de religieuze impuls die iedere
2444 VII, 1,81 | eigen is. Een filosofie die de mogelijkheid van een uiteindelijke
2445 VII, 1,82 | ondergeschikte aspecten van de werkelijkheid - functionele,
2446 VII, 1,82 | een tweede vereiste: dat de wijsbegeerte het menselijke
2447 VII, 1,82 | het menselijke vermogen om de waarheid te kennen verifieert,
2448 VII, 1,82 | et intellectus waarnaar de scholastieke geleerden verwijzen. 99
2449 VII, 1,82 | herbevestigd door Vaticanum II: “De rede is niet beperkt tot
2450 VII, 1,82 | rede is niet beperkt tot de verschijnselen alleen. Ze
2451 VII, 1,82 | Ze kan met ware zekerheid de geestelijke diepere structuren
2452 VII, 1,82 | geestelijke diepere structuren van de werkelijkheid zelf bereiken,
2453 VII, 1,82 | ofschoon als gevolg van de zonde die zekerheid gedeeltelijk
2454 VII, 1,82 | ongeschikt zijn om te helpen bij de diepere verkenning van de
2455 VII, 1,82 | de diepere verkenning van de rijkdom die in het woord
2456 VII, 1,82 | woord van God te vinden is. De heilige Schrift neemt altijd
2457 VII, 1,82 | dubbelzinnigheid en leugenachtigheid, de heldere en eenvoudige waarheid
2458 VII, 1,82 | eenvoudige waarheid kan bevatten. De Bijbel, en het Nieuwe Testament
2459 VII, 1,82 | ontologische draagwijdte hebben. De geïnspireerde schrijvers
2460 VII, 1,82 | verklaringen formuleren, d.w.z. die de objectieve werkelijkheid
2461 VII, 1,82 | Men kan niet zeggen dat de katholieke traditie dwaalde
2462 VII, 1,82 | en uit te leggen, heeft de theologie daarom de bijdrage
2463 VII, 1,82 | heeft de theologie daarom de bijdrage nodig van een filosofie
2464 VII, 1,82 | nodig van een filosofie die de mogelijkheid van een objectief
2465 VII, 1,82 | loochent. Dit geldt ook voor de oordelen van het zedelijk
2466 VII, 1,82 | zedelijk geweten, waarvan de heilige Schrift aanneemt
2467 VII, 1,82(100) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag
2468 VII, 1,82(100) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
2469 VII, 1,83 | 83. De beide reeds genoemde postulaten
2470 VII, 1,83 | zeggen: die in staat is boven de empirische gegevens uit
2471 VII, 1,83 | om bij haar zoeken naar de waarheid iets absoluuts
2472 VII, 1,83 | spreken over metafysica in de zin van een speciale school
2473 VII, 1,83 | wil alleen bevestigen dat de werkelijkheid en de waarheid
2474 VII, 1,83 | dat de werkelijkheid en de waarheid boven het feitelijke
2475 VII, 1,83 | wil ik het vermogen van de mens erkennen, deze transcendente
2476 VII, 1,83 | kennen. Zo begrepen mag de metafysica niet als alternatief
2477 VII, 1,83 | niet als alternatief voor de antropologie beschouwd worden,
2478 VII, 1,83 | worden, aangezien het juist de metafysica is die het mogelijk
2479 VII, 1,83 | maakt om het begrip van de menselijke waardigheid een
2480 VII, 1,83 | een speciale manier vormt de persoon een bevoorrechte
2481 VII, 1,83 | bevoorrechte plaat voor de ontmoeting met het zijn
2482 VII, 1,83 | metafysisch onderzoek. ~Waar de mens ook maar een verwijzing
2483 VII, 1,83 | transcendente ontdekt, opent zich de metafysische dimensie van
2484 VII, 1,83 | metafysische dimensie van de werkelijkheid voor hem:
2485 VII, 1,83 | einde van dit millennium, de overgang te voltrekken van
2486 VII, 1,83 | onmogelijk halt houden bij de ervaring alleen; ook als
2487 VII, 1,83 | ervaring alleen; ook als deze de innerlijkheid van de mens
2488 VII, 1,83 | deze de innerlijkheid van de mens en zijn spiritualiteit
2489 VII, 1,83 | om bij het begrijpen van de openbaring als middelares
2490 VII, 1,83 | aan wat uitstijgt boven de menselijke ervaring en zelfs
2491 VII, 1,83 | geopenbaard kunnen worden, en de theologie zou het niet op
2492 VII, 1,83 | begrijpbaar kunnen maken102, als de menselijke kennis strikt
2493 VII, 1,83 | kennis strikt beperkt was tot de wereld van de zintuiglijke
2494 VII, 1,83 | beperkt was tot de wereld van de zintuiglijke waarneming.
2495 VII, 1,83 | waarneming. Aldus speelt de metafysica een essentiële
2496 VII, 1,83 | zijn, om verder te gaan dan de analyse van de religieuze
2497 VII, 1,83 | gaan dan de analyse van de religieuze ervaring; bovendien
2498 VII, 1,83 | ervaring; bovendien zou zij het de intellectus fidei onmogelijk
2499 VII, 1,83 | fidei onmogelijk maken, de universele en transcendente
2500 VII, 1,83 | transcendente waarde van de geopenbaarde waarheid omvattend
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157 |