1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157
Chapter, Paragraph, Number
2501 VII, 1,83 | ervan overtuigd ben dat dit de te nemen weg is om de crisissituatie
2502 VII, 1,83 | dit de te nemen weg is om de crisissituatie te overwinnen
2503 VII, 1,83 | tegenwoordig grote delen van de wijsbegeerte in haar greep
2504 VII, 1,84 | 84. De betekenis van de metafysica
2505 VII, 1,84 | 84. De betekenis van de metafysica wordt nog duidelijker
2506 VII, 1,84 | wanneer we stilstaan bij de huidige ontwikkelingen in
2507 VII, 1,84 | huidige ontwikkelingen in de hermeneutische wetenschappen
2508 VII, 1,84 | hermeneutische wetenschappen en in de taalanalyse. De resultaten
2509 VII, 1,84 | wetenschappen en in de taalanalyse. De resultaten van dergelijke
2510 VII, 1,84 | geloofsbegrip, aangezien zij de structuur van ons denken
2511 VII, 1,84 | en spreken blootleggen en de betekenis die de taal heeft.
2512 VII, 1,84 | blootleggen en de betekenis die de taal heeft. Maar sommige
2513 VII, 1,84 | ertoe om stil te staan bij de vraag, hoe de werkelijkheid
2514 VII, 1,84 | staan bij de vraag, hoe de werkelijkheid begrepen en
2515 VII, 1,84 | verder te gaan om te zien of de rede de essentie ervan kan
2516 VII, 1,84 | gaan om te zien of de rede de essentie ervan kan ontdekken.
2517 VII, 1,84 | in een dergelijk denkraam de bevestiging zien van onze
2518 VII, 1,84 | vertrouwenscrisis ten aanzien van de macht van de rede? Als deze
2519 VII, 1,84 | aanzien van de macht van de rede? Als deze standpunten,
2520 VII, 1,84 | opvattingen, ertoe neigen de geloofsinhouden te verduisteren
2521 VII, 1,84 | ontkennen, dan onderdrukken zij de rede niet alleen, maar zetten
2522 VII, 1,84 | veronderstelt duidelijk dat de taal van de mens in staat
2523 VII, 1,84 | duidelijk dat de taal van de mens in staat is om de goddelijke
2524 VII, 1,84 | van de mens in staat is om de goddelijke en transcendente
2525 VII, 1,84 | iets over God te zeggen. De interpretatie van dit woord
2526 VII, 1,84 | voortdurend verwijzen naar de ene interpretatie na de
2527 VII, 1,84 | de ene interpretatie na de andere, zonder ons ooit
2528 VII, 1,84 | van God zijn, maar alleen de uitdrukking van menselijke
2529 VII, 1,84(103) | Concilie van Lateranen, De Errore Abbatis Joachim,
2530 VII, 1,85 | die het woord van God aan de wijsbegeerte stelt, moeilijk
2531 VII, 1,85 | onderzoek. Daarom herneem ik wat de pausen sedert generaties
2532 VII, 1,85 | wil met alle duidelijkheid de overtuiging tot uitdrukking
2533 VII, 1,85 | uitdrukking brengen, dat de mens in staat is, te komen
2534 VII, 1,85 | uniforme en organische visie op de wetenschap. Dit is een van
2535 VII, 1,85 | wetenschap. Dit is een van de taken die het christelijke
2536 VII, 1,85 | het christelijke tijdvak. De fragmentarisering van de
2537 VII, 1,85 | De fragmentarisering van de kennis, met haar versplinterde
2538 VII, 1,85 | versplinterde benadering van de waarheid en een daaruit
2539 VII, 1,85 | volgende verbrokkeling van de zin, houdt de mens van vandaag
2540 VII, 1,85 | verbrokkeling van de zin, houdt de mens van vandaag ervan af,
2541 VII, 1,85 | innerlijke eenheid. Hoe zou de Kerk hier niet bezorgd over
2542 VII, 1,85 | is het evangelie dat aan de herders deze wijsheidstaak
2543 VII, 1,85 | kunnen niet weglopen voor de plicht om dat te ondernemen. ~
2544 VII, 1,85 | antwoord willen geven op de eisen die het woord van
2545 VII, 1,85 | organische continuïteit met de grootse traditie die, te
2546 VII, 1,85 | traditie die, te beginnen bij de Ouden, via de Kerkvaders
2547 VII, 1,85 | beginnen bij de Ouden, via de Kerkvaders en de meesters
2548 VII, 1,85 | Ouden, via de Kerkvaders en de meesters van de Scholastiek
2549 VII, 1,85 | Kerkvaders en de meesters van de Scholastiek loopt en die
2550 VII, 1,85 | Scholastiek loopt en die de fundamentele resultaten
2551 VII, 1,85 | hedendaagse denken insluit. Als de filosofen hun plaats kunnen
2552 VII, 1,85 | putten, zullen ze zeker de autonomie-eis van de wetenschap
2553 VII, 1,85 | zeker de autonomie-eis van de wetenschap kunnen respecteren. ~
2554 VII, 1,85 | kunnen respecteren. ~In de huidige situatie is het
2555 VII, 1,85 | betekenisvol dat enkele filosofen de herontdekking bevorderen
2556 VII, 1,85 | herontdekking bevorderen van de bepalende rol van deze traditie
2557 VII, 1,85 | een juiste benadering van de kennis. Het beroep op de
2558 VII, 1,85 | de kennis. Het beroep op de traditie is niet louter
2559 VII, 1,85 | verleden; het vormt veeleer de erkenning van een culturele
2560 VII, 1,85 | culturele erfenis die aan de hele mensheid behoort. Er
2561 VII, 1,85 | worden dat wij behoren tot de traditie en dat het niet
2562 VII, 1,85 | beschikken. Juist door in de traditie geworteld te zijn,
2563 VII, 1,85 | vandaag in staat zijn om voor de toekomst een oorspronkelijke,
2564 VII, 1,85 | geldt in hoge mate ook voor de theologie. Niet alleen omdat
2565 VII, 1,85 | theologie. Niet alleen omdat de theologie de levende Traditie
2566 VII, 1,85 | alleen omdat de theologie de levende Traditie van de
2567 VII, 1,85 | de levende Traditie van de Kerk als haar oorspronkelijke
2568 VII, 1,85 | staat moet zijn om zowel de diepe theologische overlevering
2569 VII, 1,85 | theologische overlevering die de voorbije tijden gestempeld
2570 VII, 1,85 | gestempeld heeft, alsook de ononderbroken wijsgerige
2571 VII, 1,85 | authentieke wijsheid boven de grenzen van tijd en ruimte
2572 VII, 1,85(104) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei
2573 VII, 1,85(104) | Verbum, nr. 24; Decreet over de Priesteropleiding Optatam
2574 VII, 1,86 | 86. Dit beklemtonen van de noodzaak van een nauwe blijvende
2575 VII, 1,86 | blijvende betrekking tussen de hedendaagse wijsbegeerte
2576 VII, 1,86 | hedendaagse wijsbegeerte en de wijsbegeerte die is ontwikkeld
2577 VII, 1,86 | wijsbegeerte die is ontwikkeld in de christelijke traditie, is
2578 VII, 1,86 | dwalingen aan te stippen en de daaruit volgende risico’
2579 VII, 1,86 | voor het wijsgerige werk. ~De eerste draagt de naam eclecticisme,
2580 VII, 1,86 | werk. ~De eerste draagt de naam eclecticisme, waarmee
2581 VII, 1,86 | naam eclecticisme, waarmee de benadering bedoeld wordt
2582 VII, 1,86 | en argumentatie, zelfs in de theologie, ertoe neigen
2583 VII, 1,86 | bij aan het zoeken naar de waarheid en oefent het verstand
2584 VII, 1,86 | wetenschappelijk te formuleren. De consequente en grondige
2585 VII, 1,86 | specifieke terminologie en de context waarin ze ontstonden,
2586 VII, 1,86 | mogelijk ze te integreren in de theologische argumentatie
2587 VII, 1,86 | wijze die aangepast is aan de opdracht. ~
2588 VII, 1,87 | historische en culturele context. De grondstelling van het historicisme
2589 VII, 1,87 | historicisme luidt daarentegen dat de waarheid van een filosofie
2590 VII, 1,87 | wordt, tenminste impliciet, de blijvende waarde van het
2591 VII, 1,87 | andere. Zo wordt voor hen de geschiedenis van het denken
2592 VII, 1,87 | is aan tijd en cultuur, de waarheid of de valsheid
2593 VII, 1,87 | cultuur, de waarheid of de valsheid ervan in elk geval
2594 VII, 1,87 | zodanig geëvalueerd, ondanks de afstand in tijd en ruimte. ~
2595 VII, 1,88 | wijsgerige opvatting weigert de waarde van kennisvormen
2596 VII, 1,88 | geven, anders dan die van de positieve wetenschappen;
2597 VII, 1,88 | kennis naar het rijk van de pure fantasie. In het verleden
2598 VII, 1,88 | uitspraken betekenisloos achtten. De kritische kennisleer heeft
2599 VII, 1,88 | zien we haar herleven in de nieuwe vermomming van sciëntisme,
2600 VII, 1,88 | als louter producten van de emoties en dat kennis van
2601 VII, 1,88 | van het zijn verwerpt om de weg vrij te maken voor pure
2602 VII, 1,88 | eenvoudige feitelijkheid. Zo zou de wetenschap zich erop voorbereiden
2603 VII, 1,88 | technologische vooruitgang. De niet te ontkennen triomf
2604 VII, 1,88 | wetenschappelijk onderzoek en van de hedendaagse technologie
2605 VII, 1,88 | verschillende culturen en de radicale veranderingen die
2606 VII, 1,88 | alles wat te maken heeft met de kwestie van de zin van het
2607 VII, 1,88 | heeft met de kwestie van de zin van het leven naar het
2608 VII, 1,88 | minder teleurstellend is de wijze waarop het de andere
2609 VII, 1,88 | teleurstellend is de wijze waarop het de andere grote problemen van
2610 VII, 1,88 | andere grote problemen van de wijsbegeerte benadert, die,
2611 VII, 1,88 | grondslag. Dit leidt tot de verarming van het menselijk
2612 VII, 1,88 | niet langer bezighoudt met de eschatologische problemen
2613 VII, 1,88 | eschatologische problemen die de mens, als animal rationale,
2614 VII, 1,88 | opgeworpen vanaf het begin van de tijd. En aangezien zij geen
2615 VII, 1,88 | ethische oordeel biedt, is de sciëntistische mentaliteit
2616 VII, 1,89 | gevestigd, buitensluit. De praktische consequenties
2617 VII, 1,89 | parlementaire meerderheid. 105 De consequenties hiervan zijn
2618 VII, 1,89 | hiervan zijn duidelijk: in de praktijk worden de grote
2619 VII, 1,89 | duidelijk: in de praktijk worden de grote morele beslissingen
2620 VII, 1,89 | organen. Bovendien wordt de antropologie zelf ernstig
2621 VII, 1,89 | een-dimensio-nale visie op de mens, een visie die de grote
2622 VII, 1,89 | op de mens, een visie die de grote ethische dilemma’s
2623 VII, 1,89 | grote ethische dilemma’s en de existentiële analyses van
2624 VII, 1,89 | existentiële analyses van de betekenis van lijden en
2625 VII, 1,90 | 90. De tot nog toe onderzochte
2626 VII, 1,90 | voor veel filosofieën die de zin van het zijn hebben
2627 VII, 1,90 | het zijn hebben verworpen, de horizon schijnt te vormen.
2628 VII, 1,90 | schijnt te vormen. Ik bedoel de nihilistische interpretatie,
2629 VII, 1,90 | interpretatie, die tegelijkertijd de verwerping is van alle grondslagen
2630 VII, 1,90 | van alle grondslagen en de loochening van alle objectieve
2631 VII, 1,90 | dat het strijdig is met de eisen en de inhoud van het
2632 VII, 1,90 | strijdig is met de eisen en de inhoud van het woord van
2633 VII, 1,90 | woord van God, is nihilisme de ontkenning van de humaniteit
2634 VII, 1,90 | nihilisme de ontkenning van de humaniteit van de mens en
2635 VII, 1,90 | ontkenning van de humaniteit van de mens en van zijn identiteit.
2636 VII, 1,90 | over het hoofd zien, dat de veronachtzaming van het
2637 VII, 1,90 | verlies van contact met de objectieve waarheid en daarmee
2638 VII, 1,90 | waarheid en daarmee met de eigenlijke basis van de
2639 VII, 1,90 | de eigenlijke basis van de menselijke waardigheid.
2640 VII, 1,90 | zijn beurt mogelijk om van de mens de trekken van zijn
2641 VII, 1,90 | mogelijk om van de mens de trekken van zijn gelijkenis
2642 VII, 1,90 | eenzaamheid zonder hoop. Als de waarheid aan de mensen eenmaal
2643 VII, 1,90 | hoop. Als de waarheid aan de mensen eenmaal ontzegd is,
2644 VII, 1,90(106) | Jansevangelie: “Jullie zullen de waarheid kennen, en de waarheid
2645 VII, 1,90(106) | zullen de waarheid kennen, en de waarheid zal jullie vrijmaken” (
2646 VII, 1,90(106) | en een waarschuwing in: de eis van oprechtheid tegenover
2647 VII, 1,90(106) | van oprechtheid tegenover de waarheid als voorwaarde
2648 VII, 1,90(106) | authentieke vrijheid; en de waarschuwing alle schijn-vrijheid
2649 VII, 1,90(106) | en alle vrijheid die niet de bodem raakt van de waarheid
2650 VII, 1,90(106) | niet de bodem raakt van de waarheid over mens en wereld.
2651 VII, 1,90(106) | is Christus Degene die de mens de vrijheid brengt
2652 VII, 1,90(106) | Christus Degene die de mens de vrijheid brengt die gegrondvest
2653 VII, 1,90(106) | brengt die gegrondvest is op de waarheid; Hij die de mens
2654 VII, 1,90(106) | op de waarheid; Hij die de mens bevrijdt van alles
2655 VII, 1,90(106) | mens bevrijdt van alles wat de vrijheid in zijn geest,
2656 VII, 1,90(106) | vermindert en als het ware tot in de wortels vernielt”: Encycliek
2657 VII, 1,91 | 91. Bij de bespreking van deze denkrichtingen
2658 VII, 1,91 | compleet beeld te geven van de huidige staat van de wijsbegeerte
2659 VII, 1,91 | van de huidige staat van de wijsbegeerte die hoe dan
2660 VII, 1,91 | terreinen. We hoeven alleen maar de logica te vermelden, de
2661 VII, 1,91 | de logica te vermelden, de taalfilosofie, de epistemologie,
2662 VII, 1,91 | vermelden, de taalfilosofie, de epistemologie, de filosofie
2663 VII, 1,91 | taalfilosofie, de epistemologie, de filosofie van de natuur,
2664 VII, 1,91 | epistemologie, de filosofie van de natuur, de antropologie,
2665 VII, 1,91 | filosofie van de natuur, de antropologie, diepgravender
2666 VII, 1,91 | diepgravender analyses van de affectieve dimensies van
2667 VII, 1,91 | dimensies van kennis en de existentiële benadering
2668 VII, 1,91 | existentiële benadering van de analyse van de vrijheid.
2669 VII, 1,91 | benadering van de analyse van de vrijheid. Sinds de vorige
2670 VII, 1,91 | analyse van de vrijheid. Sinds de vorige eeuw heeft echter
2671 VII, 1,91 | vorige eeuw heeft echter de bevestiging van het principe
2672 VII, 1,91 | bevestiging van het principe van de immanentie, het hart van
2673 VII, 1,91 | immanentie, het hart van de rationalistische argumentatie,
2674 VII, 1,91 | stromingen ontstaan, terwijl de kritiek de onvruchtbaarheid
2675 VII, 1,91 | ontstaan, terwijl de kritiek de onvruchtbaarheid aantoonde
2676 VII, 1,91 | aantoonde van het postulaat van de absolute zelfbevestiging
2677 VII, 1,91 | absolute zelfbevestiging van de rede. ~Onze tijd is door
2678 VII, 1,91 | sommige denkers aangeduid als de tijd van de “postmoderniteit”.
2679 VII, 1,91 | aangeduid als de tijd van de “postmoderniteit”. Vaak
2680 VII, 1,91 | verschillende contexten, wijst de term op de opkomst van een
2681 VII, 1,91 | contexten, wijst de term op de opkomst van een complex
2682 VII, 1,91 | veranderingen teweeg kunnen brengen. De term werd eerst gebruikt
2683 VII, 1,91 | overeenstemming is over de delicate kwestie van de
2684 VII, 1,91 | de delicate kwestie van de scheiding van de verschillende
2685 VII, 1,91 | kwestie van de scheiding van de verschillende historische
2686 VII, 1,91 | ding is echter duidelijk: de denkstromingen die postmodern
2687 VII, 1,91 | postmodern willen heten verdienen de nodige aandacht. ~Volgens
2688 VII, 1,91 | Volgens sommigen van hen is de tijd van zekerheden onherroepelijk
2689 VII, 1,91 | onherroepelijk voorbij, en moet de mens thans leren te leven
2690 VII, 1,91 | verschillende schrijvers de noodzakelijke onderscheidingen
2691 VII, 1,91 | onderscheidingen en trekken zij ook de geloofszekerheden in twijfel. ~
2692 VII, 1,91 | een soort bevestiging in de verschrikkelijke ervaring
2693 VII, 1,91 | heeft getekend. Tegenover de dramatiek van deze ervaring
2694 VII, 1,91 | rationalistische optimisme, dat in de geschiedenis de voortschrijdende
2695 VII, 1,91 | dat in de geschiedenis de voortschrijdende overwinning
2696 VII, 1,91 | standhouden, zodat een van de ergste bedreigingen aan
2697 VII, 1,91 | het einde van deze eeuw de bekoring van de wanhoop
2698 VII, 1,91 | deze eeuw de bekoring van de wanhoop is. ~Niettemin blijft
2699 VII, 1,91 | geesteshouding nog steeds de illusie voedt dat dankzij
2700 VII, 1,91 | illusie voedt dat dankzij de wetenschappelijke en technische
2701 VII, 1,91 | en technische vooruitgang de mens als demiurg leeft,
2702 VII, 2 | Actuele taken voor de theologie~
2703 VII, 2,92 | 92. Wat het begrip van de openbaring betreft heeft
2704 VII, 2,92 | openbaring betreft heeft de theologie altijd op verschillende
2705 VII, 2,92 | momenten moeten antwoorden op de vragen van verschillende
2706 VII, 2,92 | verschillende culturen, om dan de inhoud van het geloof te
2707 VII, 2,92 | Want enerzijds moet zij de verplichting nakomen, die
2708 VII, 2,92 | effectievere dienst aan de evangelisering. Zou men
2709 VII, 2,92 | verband niet denken aan de woorden van Paus Johannes
2710 VII, 2,92 | Paus Johannes XXIII bij de opening van het concilie?
2711 VII, 2,92 | dat men tegemoet komt aan de levende verwachting van
2712 VII, 2,92 | verwachting van hen die waarlijk de christelijke, katholieke
2713 VII, 2,92 | wordt; het is nodig dat de mensen afzonderlijk beter
2714 VII, 2,92 | worden; het is nodig dat de zekere en onveranderlijke
2715 VII, 2,92 | wijze die overeenkomt met de behoeften van onze tijd”. 107 ~
2716 VII, 2,92 | tijd”. 107 ~Anderzijds moet de theologie de ogen richten
2717 VII, 2,92 | Anderzijds moet de theologie de ogen richten op de laatste
2718 VII, 2,92 | theologie de ogen richten op de laatste waarheid, die haar
2719 VII, 2,92 | laatste waarheid, die haar met de openbaring wordt toevertrouwd,
2720 VII, 2,92 | verblijf in tussenstadia. De theoloog doet er goed aan
2721 VII, 2,92 | arbeid “overeenkomt met de dynamiek die in het geloof
2722 VII, 2,92 | object van zijn arbeid “de Waarheid, namelijk de levende
2723 VII, 2,92 | arbeid “de Waarheid, namelijk de levende God en zijn in Jezus
2724 VII, 2,92(107) | Toespraak bij de opening van het Concilie (
2725 VII, 2,92 | die in eerste instantie de theologie aangaat, daagt
2726 VII, 2,92 | aangaat, daagt tegelijkertijd de wijsbegeerte uit. De veelheid
2727 VII, 2,92 | tegelijkertijd de wijsbegeerte uit. De veelheid van problemen die
2728 VII, 2,92 | doorgevoerde arbeid, opdat de waarheid weer gekend en
2729 VII, 2,92 | uitdrukking wordt gebracht. De Waarheid, die Christus is,
2730 VII, 2,92 | universele autoriteit die zowel de theologie alsook de filosofie
2731 VII, 2,92 | zowel de theologie alsook de filosofie leidt, aanspoort
2732 VII, 2,92 | intolerantie; integendeel, het is de essentiële voorwaarde voor
2733 VII, 2,92 | basis is het mogelijk om de scheidende onenigheden te
2734 VII, 2,92 | overwinnen en gezamenlijk de weg in te slaan naar de
2735 VII, 2,92 | de weg in te slaan naar de hele, ongedeelde waarheid,
2736 VII, 2,92 | paden volgen die alleen de Geest van de opgestane Heer
2737 VII, 2,92 | die alleen de Geest van de opgestane Heer kent. 109 ~
2738 VII, 2,92(108) | Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie
2739 VII, 2,92(108) | Geloofsleer, Instructie over de Kerkelijke Roeping van de
2740 VII, 2,92(108) | de Kerkelijke Roeping van de Theoloog Donum veritatis (
2741 VII, 2,92 | Op dit punt wil ik de specifieke vorm aangeven
2742 VII, 2,92 | specifieke vorm aangeven die de roep om eenheid thans aanneemt,
2743 VII, 2,92 | thans aanneemt, gegeven de actuele taak van de theologie. ~
2744 VII, 2,92 | gegeven de actuele taak van de theologie. ~
2745 VII, 2,92(109) | In de encycliek Dominum et Vivificantem,
2746 VII, 2,92(109) | 12-13: ‘Jezus presenteert de Vertrooster, de Geest van
2747 VII, 2,92(109) | presenteert de Vertrooster, de Geest van de waarheid, als
2748 VII, 2,92(109) | Vertrooster, de Geest van de waarheid, als Degene die
2749 VII, 2,92(109) | Hij: “Hij zal u leiden in de volle waarheid”. Dit “leiden
2750 VII, 2,92(109) | waarheid”. Dit “leiden in de volle waarheid”, dat verwijst
2751 VII, 2,92(109) | dat verwijst naar wat de apostelen “nu niet kunnen
2752 VII, 2,92(109) | duidelijk dat dit “leiden in de volle waarheid” niet alleen
2753 VII, 2,92(109) | aangezien het het geloof is dat de mens binnenleidt in de werkelijkheid
2754 VII, 2,92(109) | dat de mens binnenleidt in de werkelijkheid van het geopenbaarde
2755 VII, 2,92(109) | mysterie. Het ‘leiden in de volle waarheid’ wordt daarom
2756 VII, 2,92(109) | en dit is het werk van de Geest der waarheid en het
2757 VII, 2,92(109) | resultaat van zijn activiteit in de mens. De heilige Geest moet
2758 VII, 2,92(109) | zijn activiteit in de mens. De heilige Geest moet hierbij
2759 VII, 2,92(109) | heilige Geest moet hierbij de hoogste Leider van de mens
2760 VII, 2,92(109) | hierbij de hoogste Leider van de mens zijn en het Licht van
2761 VII, 2,92(109) | mens zijn en het Licht van de menselijke geest’: nr. 6,
2762 VII, 2,93 | 93. Het hoofddoel dat de theologie nastreeft is begrip
2763 VII, 2,93 | nastreeft is begrip van de openbaring en de inhoud
2764 VII, 2,93 | begrip van de openbaring en de inhoud van het geloof te
2765 VII, 2,93 | haar reflectie zal daarom de beschouwing van het mysterie
2766 VII, 2,93 | beschouwing van het mysterie van de drie-ene God zijn. Daar
2767 VII, 2,93 | nadenkt over het mysterie van de incarnatie van Gods Zoon:
2768 VII, 2,93 | opstanding en verheffing aan de rechterhand van Vader; vandaar
2769 VII, 2,93 | van Vader; vandaar zal Hij de Geest der waarheid uitzenden,
2770 VII, 2,93 | Tegen deze achtergrond zal de eerste opgave van de theologie
2771 VII, 2,93 | zal de eerste opgave van de theologie zijn: het begrijpen
2772 VII, 2,93 | zijn: het begrijpen van de kenosis van God, een waarlijk
2773 VII, 2,93 | waarlijk groot geheim voor de menselijke geest, voor wie
2774 VII, 2,93 | schijnt dat lijden en dood de liefde kunnen uitdrukken
2775 VII, 2,93 | zorgvuldige analyse van de teksten fundamenteel en
2776 VII, 2,93 | dringend geboden; allereerst de schriftteksten, dan die
2777 VII, 2,93 | dan die teksten waarin de levende traditie van de
2778 VII, 2,93 | de levende traditie van de Kerk zich uitdrukt. In samenhang
2779 VII, 2,93 | zal kunnen vinden zonder de hulp van de filosofie. ~
2780 VII, 2,93 | vinden zonder de hulp van de filosofie. ~
2781 VII, 2,94 | problematisch aspect vormt de verhouding tussen betekenis
2782 VII, 2,94 | iedere andere tekst brengen de bronnen die de theologie
2783 VII, 2,94 | tekst brengen de bronnen die de theologie interpreteert
2784 VII, 2,94 | presenteert die betekenis zich als de waarheid over God, die door
2785 VII, 2,94 | die door God zelf middels de heilige tekst meegedeeld
2786 VII, 2,94 | meegedeeld wordt. Zo belichaamt de menselijke taal de taal
2787 VII, 2,94 | belichaamt de menselijke taal de taal van God, die door de
2788 VII, 2,94 | de taal van God, die door de wonderbare “mede-nederdaling”
2789 VII, 2,94 | wonderbare “mede-nederdaling” die de logica van de menswording
2790 VII, 2,94 | mede-nederdaling” die de logica van de menswording weerspiegelt,
2791 VII, 2,94 | zijn waarheid meedeelt. 110 De theoloog moet zich dus bij
2792 VII, 2,94 | theoloog moet zich dus bij de uitleg van de bronnen van
2793 VII, 2,94 | zich dus bij de uitleg van de bronnen van de openbaring
2794 VII, 2,94 | uitleg van de bronnen van de openbaring de vraag stellen,
2795 VII, 2,94 | bronnen van de openbaring de vraag stellen, wat de diepe
2796 VII, 2,94 | openbaring de vraag stellen, wat de diepe en onvervalste waarheid
2797 VII, 2,94 | onvervalste waarheid is, die de teksten willen meedelen,
2798 VII, 2,94 | meedelen, zij het binnen de grenzen van de taal. ~Wat
2799 VII, 2,94 | het binnen de grenzen van de taal. ~Wat de bijbelse teksten
2800 VII, 2,94 | grenzen van de taal. ~Wat de bijbelse teksten en in het
2801 VII, 2,94 | teksten en in het bijzonder de evangelies betreft, is hun
2802 VII, 2,94 | waarheid zeker niet beperkt tot de vertelling van eenvoudige,
2803 VII, 2,94 | historische gebeurtenissen of de onthulling van neutrale
2804 VII, 2,94(110) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring Dei
2805 VII, 2,94 | van gebeurtenissen waarvan de waarheid achter het gewone
2806 VII, 2,94 | hun betekenis in en voor de heilsgeschiedenis. Deze
2807 VII, 2,94 | wordt volledig uitgewerkt in de voortdurende lezing door
2808 VII, 2,94 | voortdurende lezing door de Kerk van deze teksten door
2809 VII, 2,94 | Kerk van deze teksten door de eeuwen heen, een lezing
2810 VII, 2,94 | een dringende behoefte om de betrekking tussen feit en
2811 VII, 2,94 | betekenis, een betrekking die de specifieke zin van de geschiedenis
2812 VII, 2,94 | die de specifieke zin van de geschiedenis vormt, ook
2813 VII, 2,94(111) | Bijbelcommissie, Instructie over de Historische Waarheid van
2814 VII, 2,94(111) | Historische Waarheid van de Evangelies : AAS 56 (1964),
2815 VII, 2,95 | een specifieke periode in de geschiedenis. Zo ook formuleren
2816 VII, 2,95 | verklaringen, terwijl ze soms de cultuur van de periode waarin
2817 VII, 2,95 | terwijl ze soms de cultuur van de periode waarin ze werden
2818 VII, 2,95 | definitieve waarheid. Dit werpt de vraag op hoe iemand de absoluutheid
2819 VII, 2,95 | werpt de vraag op hoe iemand de absoluutheid en de universaliteit
2820 VII, 2,95 | iemand de absoluutheid en de universaliteit van de waarheid
2821 VII, 2,95 | en de universaliteit van de waarheid kan verzoenen met
2822 VII, 2,95 | waarheid kan verzoenen met de onvermijdelijke historische
2823 VII, 2,95 | culturele afhankelijkheid van de formules die deze waarheid
2824 VII, 2,95 | deze waarheid uitdrukken. De standpunten van het historicisme
2825 VII, 2,95 | eerder zei, onhoudbaar. Maar de toepassing van een hermeneutiek
2826 VII, 2,95 | hermeneutiek die openstaat voor de aanspraak van de metafysica
2827 VII, 2,95 | openstaat voor de aanspraak van de metafysica kan laten zien
2828 VII, 2,95 | hoe het mogelijk is om van de historische omstandigheden
2829 VII, 2,95 | en toevalligheden waarin de teksten zich ontwikkelden
2830 VII, 2,95 | teksten zich ontwikkelden naar de waarheid die zij uitdrukken
2831 VII, 2,95 | omstandigheden uitstijgt. ~De mens is in staat om met
2832 VII, 2,95 | verschijnsel taal uitgaan. De waarheid kan nooit beperkt
2833 VII, 2,95 | cultuur: ze wordt binnen de geschiedenis gekend maar
2834 VII, 2,95 | gekend maar ze stijgt boven de geschiedenis uit. ~
2835 VII, 2,96 | te zien is een glimp van de oplossing van een ander
2836 VII, 2,96 | ander probleem: dat van de blijvende geldigheid van
2837 VII, 2,96 | blijvende geldigheid van de in de concilie-definities
2838 VII, 2,96 | blijvende geldigheid van de in de concilie-definities gebruikte
2839 VII, 2,96 | rekening moet houden met de betekenis die woorden aannemen
2840 VII, 2,96 | en culturen. Niettemin, de geschiedenis van het denken
2841 VII, 2,96 | grondbegrippen doorheen de ontwikkeling en de veelheid
2842 VII, 2,96 | doorheen de ontwikkeling en de veelheid van culturen hun
2843 VII, 2,96 | kenniswaarde houden en daarmee de waarheid van de zinnen waarin
2844 VII, 2,96 | daarmee de waarheid van de zinnen waarin zij wordt
2845 VII, 2,96(112) | Het is duidelijk dat de Kerk zich niet kan binden
2846 VII, 2,96(112) | wijsgerig systeem; maar wat door de katholieke theologen in
2847 VII, 2,96(112) | begrippen die afgeleid zijn uit de ware en juiste kennis van
2848 VII, 2,96(112) | ware en juiste kennis van de geschapen dingen: in dit
2849 VII, 2,96(112) | afleiding van deze kennis gaf de goddelijke openbaring als
2850 VII, 2,96(112) | een ster verlichting aan de menselijke geest, door de
2851 VII, 2,96(112) | de menselijke geest, door de Kerk. Daarom is het niet
2852 VII, 2,96(112) | van deze begrippen door de oecumenische Concilies niet
2853 VII, 2,96 | niet het geval, dan zouden de wijsbegeerte en de natuurwetenschappen
2854 VII, 2,96 | zouden de wijsbegeerte en de natuurwetenschappen niet
2855 VII, 2,96 | oplosbaar. Bovendien sluit de objectieve waarde van veel
2856 VII, 2,96 | mogen dan ook hopen dat de filosofie het zich tot een
2857 VII, 2,96 | rekenen om het verstaan van de betrekking tussen begrippentaal
2858 VII, 2,96(113) | Wat de betekenis van de dogmatische
2859 VII, 2,96(113) | Wat de betekenis van de dogmatische formules betreft,
2860 VII, 2,96(113) | altijd waar en constant in de Kerk, zelfs wanneer zij
2861 VII, 2,96(113) | helderheid of verder ontwikkeld. De gelovigen moeten daarom
2862 VII, 2,96(113) | moeten daarom allereerst de opvatting vermijden dat
2863 VII, 2,96(113) | bepaalde soorten ervan) de waarheid niet op bepaalde
2864 VII, 2,96(113) | veranderen”: K. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring
2865 VII, 2,96(113) | Verklaring ter Verdediging van de Katholieke Leer over de
2866 VII, 2,96(113) | de Katholieke Leer over de Kerk Mysterium Ecclesiae (
2867 VII, 2,97 | 97. De juiste interpretatie van
2868 VII, 2,97 | juiste interpretatie van de bronnen is een belangrijke
2869 VII, 2,97 | belangrijke opgave voor de theologie; maar een nog
2870 VII, 2,97 | taak is het verstaan van de geopenbaarde waarheid, respectievelijk
2871 VII, 2,97 | respectievelijk het proces van de intellectus fidei. De intellectus
2872 VII, 2,97 | van de intellectus fidei. De intellectus fidei, zo heb
2873 VII, 2,97 | heb ik aangegeven, vraagt de bijdrage van de filosofie
2874 VII, 2,97 | vraagt de bijdrage van de filosofie van het zijn,
2875 VII, 2,97 | het zijn, die het vooral de dogmatische theologie mogelijk
2876 VII, 2,97 | deze eeuw, volgens hetwelk de geloofswaarheden alleen
2877 VII, 2,97 | niettemin blijft steeds de bekoring bestaan, deze waarheden
2878 VII, 2,97 | gereduceerd schema, dat de speculatieve helderheid
2879 VII, 2,97 | nauwelijks kunnen vermijden. ~Als de intellectus fidei de hele
2880 VII, 2,97 | Als de intellectus fidei de hele rijkdom van de theologische
2881 VII, 2,97 | fidei de hele rijkdom van de theologische traditie wil
2882 VII, 2,97 | moet hij zich bedienen van de filosofie van het zijn.
2883 VII, 2,97 | en dit in harmonie met de eisen en inzichten van de
2884 VII, 2,97 | de eisen en inzichten van de gehele filosofische traditie,
2885 VII, 2,97 | filosofische traditie, inclusief de filosofie van recentere
2886 VII, 2,97 | van verouderde schemata. De filosofie van het zijn is
2887 VII, 2,97 | is binnen het kader van de christelijke metafysische
2888 VII, 2,97 | dynamische filosofie die de werkelijkheid beziet in
2889 VII, 2,97 | bestendig omdat ze steunt op de zijnsakt zelf, die een volledige
2890 VII, 2,97 | omvattende openheid voor de werkelijkheid als geheel
2891 VII, 2,97 | vervulling brengt. 115 In de theologie, die haar beginselen
2892 VII, 2,97 | beginselen ontvangt uit de openbaring als nieuwe kennisbron,
2893 VII, 2,97 | perspectief bevestigd door de intieme relatie die bestaat
2894 VII, 2,98 | zijn ook van toepassing op de moraaltheologie. Het is
2895 VII, 2,98 | zeker zo dringend nodig dat de wijsbegeerte wordt herontdekt
2896 VII, 2,98 | heeft op het handelen van de gelovigen. Ten aanzien van
2897 VII, 2,98 | gelovigen. Ten aanzien van de uitdagingen op sociaal,
2898 VII, 2,98 | is het morele geweten van de mens gedesoriënteerd. In
2899 VII, 2,98 | mens gedesoriënteerd. In de encycliek Veritatis splendor
2900 VII, 2,98 | geschreven, dat veel van de problemen van de hedendaagse
2901 VII, 2,98 | veel van de problemen van de hedendaagse wereld voortkomen
2902 VII, 2,98 | uit een “crisis omtrent de waarheid”. “Nadat de idee
2903 VII, 2,98 | omtrent de waarheid”. “Nadat de idee van een voor het menselijk
2904 VII, 2,98 | handeling van het inzicht van de persoon wiens taak het is,
2905 VII, 2,98 | persoon wiens taak het is, om de algemene kennis van het
2906 VII, 2,98 | voorrecht te verlenen om de criteria voor goed en kwaad
2907 VII, 2,98 | met zijn waarheid, die van de waarheid van de anderen
2908 VII, 2,98 | die van de waarheid van de anderen verschillend is”. 116 ~
2909 VII, 2,98 | verschillend is”. 116 ~In de hele encycliek heb ik de
2910 VII, 2,98 | de hele encycliek heb ik de fundamentele rol die aan
2911 VII, 2,98 | fundamentele rol die aan de waarheid toekomt op het
2912 VII, 2,98 | toekomt op het gebied van de moraal, helder en duidelijk
2913 VII, 2,98 | onderstreept. Wat het merendeel van de dringendste ethische problemen
2914 VII, 2,98 | verlangt deze waarheid van de kant van de moraaltheologie
2915 VII, 2,98 | waarheid van de kant van de moraaltheologie een attente
2916 VII, 2,98 | te kunnen vervullen, moet de waarheid zich bedienen van
2917 VII, 2,98 | ethiek die gericht is op de waarheid van het goede;
2918 VII, 2,98 | noch utilitaristisch is. De gewenste ethiek impliceert
2919 VII, 2,98 | metafysica van het goede. Wanneer de moraaltheologie deze organische
2920 VII, 2,98 | noodzakelijkerwijze verbonden is met de christelijke heiligheid
2921 VII, 2,98 | christelijke heiligheid en met de beoefening van de menselijke
2922 VII, 2,98 | en met de beoefening van de menselijke en bovennatuurlijke
2923 VII, 2,98 | zeer passend en doelmatig de verschillende problemen
2924 VII, 2,98 | waarvoor zij competent is: de vrede, sociale rechtvaardigheid,
2925 VII, 2,98 | rechtvaardigheid, gezin, de verdediging van het leven
2926 VII, 2,99 | Het theologische werk in de Kerk staat allereerst in
2927 VII, 2,99 | allereerst in dienst van de geloofsverkondigingen van
2928 VII, 2,99 | geloofsverkondigingen van de catechese. 117 Verkondiging
2929 VII, 2,99 | oproep tot bekering, door de bekendmaking van de waarheid
2930 VII, 2,99 | door de bekendmaking van de waarheid van Christus, die
2931 VII, 2,99 | Christus is het mogelijk om de volheid van de waarheid
2932 VII, 2,99 | mogelijk om de volheid van de waarheid die redt, te kennen (
2933 VII, 2,99 | begrijpen waarom behalve aan de theologie ook aan de verwijzing
2934 VII, 2,99 | aan de theologie ook aan de verwijzing naar de catechese
2935 VII, 2,99 | ook aan de verwijzing naar de catechese groot belang toekomt,
2936 VII, 2,99 | belang toekomt, aangezien de catechese filosofische implicaties
2937 VII, 2,99 | verdiept moeten worden. De in de catechese doorgegeven
2938 VII, 2,99 | verdiept moeten worden. De in de catechese doorgegeven leer
2939 VII, 2,99 | doorgegeven leer draagt bij aan de vorming van de persoon.
2940 VII, 2,99 | draagt bij aan de vorming van de persoon. Als een manier
2941 VII, 2,99 | van taal-communicatie moet de catechese de leer van de
2942 VII, 2,99 | taal-communicatie moet de catechese de leer van de Kerk presenteren
2943 VII, 2,99 | de catechese de leer van de Kerk presenteren in haar
2944 VII, 2,99(117) | 1302-1303; Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie
2945 VII, 2,99(117) | Geloofsleer, Instructie over de Kerkelijke Roeping van de
2946 VII, 2,99(117) | de Kerkelijke Roeping van de Theoloog Donum Veritatis (
2947 VII, 2,99 | die leer met het leven van de gelovigen. 119 Het resultaat
2948 VII, 2,99 | valt, aangezien dat wat in de catechese wordt meegedeeld
2949 VII, 2,99 | is, maar het mysterie van de levende God. 120 ~Het wijsgerig
2950 VII, 2,99 | er veel toe bijdragen dat de betrekking tussen waarheid
2951 VII, 2,99 | taal wordt verhelderd. 121 De wisselwerking die ontstaat
2952 VII, 2,99 | wisselwerking die ontstaat tussen de theologische vakken en de
2953 VII, 2,99 | de theologische vakken en de resultaten die door de verschillende
2954 VII, 2,99 | en de resultaten die door de verschillende wijsgerige
2955 VII, 2,99 | vruchtbaar blijken voor de communicatie en het diepere
2956 VII, 2,99 | en het diepere begrip van de waarheid. ~
2957 Slot, 0,100 | Meer dan honderd jaar na de publicatie van de encycliek
2958 Slot, 0,100 | jaar na de publicatie van de encycliek Aeterni Patris
2959 Slot, 0,100 | vaak heb verwezen, heb ik de behoefte gevoeld om het
2960 Slot, 0,100 | gevoeld om het thema van de relatie tussen geloof en
2961 Slot, 0,100 | het wijsgerige denken in de ontwikkeling van de cultuur
2962 Slot, 0,100 | denken in de ontwikkeling van de cultuur en zijn invloed
2963 Slot, 0,100 | iedereen waarnemen. Ook op de theologie en haar disciplines
2964 Slot, 0,100 | haar disciplines oefent de wijsbegeerte een machtige,
2965 Slot, 0,100 | gepast en nodig geoordeeld de waarde van de filosofie
2966 Slot, 0,100 | geoordeeld de waarde van de filosofie voor het begrijpen
2967 Slot, 0,100 | begrijpen van het geloof, alsook de grenzen die de filosofie
2968 Slot, 0,100 | geloof, alsook de grenzen die de filosofie tegenkomt wanneer
2969 Slot, 0,100 | filosofie tegenkomt wanneer zij de waarheden van de Openbaring
2970 Slot, 0,100 | wanneer zij de waarheden van de Openbaring negeert of verwerpt,
2971 Slot, 0,100 | verwerpt, te benadrukken. De Kerk blijft er ten diepste
2972 Slot, 0,100 | bieden en een stimulans om de zoektocht naar een beter
2973 Slot, 0,101 | 101. Een overzicht van de geschiedenis van het denken,
2974 Slot, 0,101 | laat duidelijk zien dat de ontmoeting tussen wijsbegeerte
2975 Slot, 0,101 | wijsbegeerte en theologie en de uitwisseling van hun respectieve
2976 Slot, 0,101 | rijkelijk hebben bijgedragen aan de vooruitgang van de mensheid.
2977 Slot, 0,101 | bijgedragen aan de vooruitgang van de mensheid. Begiftigd als
2978 Slot, 0,101 | geloofswetenschap te dienen, heeft de theologie zeker de rede
2979 Slot, 0,101 | heeft de theologie zeker de rede uitgedaagd om open
2980 Slot, 0,101 | om open te blijven voor de radicale nieuwheid die in
2981 Slot, 0,101 | zeker van voordeel voor de wijsbegeerte die beleefd
2982 Slot, 0,101 | beschouw ik het - zoals ik de opgave van de theologie,
2983 Slot, 0,101 | zoals ik de opgave van de theologie, haar ware verhouding
2984 Slot, 0,101 | haar ware verhouding met de wijsbegeerte te herstellen,
2985 Slot, 0,101 | beklemtoond heb - als mijn plicht de noodzaak te onderstrepen
2986 Slot, 0,101 | omwille van het welzijn en de vooruitgang van het denken
2987 Slot, 0,101 | vooruitgang van het denken ook de wijsbegeerte haar betrekking
2988 Slot, 0,101 | wijsbegeerte haar betrekking met de theologie moet herwinnen.
2989 Slot, 0,101 | theologie moet herwinnen. De filosofie zal in de theologie
2990 Slot, 0,101 | herwinnen. De filosofie zal in de theologie niet de opvatting
2991 Slot, 0,101 | zal in de theologie niet de opvatting van een enkele
2992 Slot, 0,101 | ook mag zijn, altijd ook de eigen beperkte perspectieven
2993 Slot, 0,101 | het individu vinden, maar de rijkdom van een gemeenschappelijke
2994 Slot, 0,101 | gemeenschappelijke reflectie. Want de theologie steunt bij haar
2995 Slot, 0,101 | bij haar onderzoek naar de waarheid wezenlijk op het
2996 Slot, 0,101 | wezenlijk op het zegelmerk van de kerkelijkheid123 en op de
2997 Slot, 0,101 | de kerkelijkheid123 en op de traditie van het Godsvolk
2998 Slot, 0,101 | aan kennis en culturen in de eenheid van het geloof. ~
2999 Slot, 0,101(123)| Niemand kan van de theologie als het ware een
3000 Slot, 0,101(123)| hechte vereniging is met de zending van het onderricht
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-2000 | 2001-2500 | 2501-3000 | 3001-3157 |