Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2 | te verkondigen dat Jezus Christus “de Weg, de Waarheid en
2 Inl, 0,2(1) | deze profetische taak van Christus en krachtens diezelfde taak
3 Inl, 0,6 | de Openbaring van Jezus Christus, wil de Kerk nu de noodzaak
4 I, 1,7 | 1,9): dat de mensen door Christus, het vleesgeworden Woord,
5 I, 1,9 | definitief door zijn Zoon Jezus Christus heeft geopenbaard (vgl.
6 I, 1,10 | openbaring verschijnt ons in Christus, die tegelijk de middelaar
7 I, 1,11 | de menswording van Jezus Christus geschiedt in de “volheid
8 I, 1,11 | vgl. Joh 1,1-18). Jezus Christus dus, het vlees geworden
9 I, 1,12 | De in de openbaring van Christus tot uitdrukking gekomen
10 I, 1,12 | Nu hebben alle mensen in Christus toegang tot de Vader; door
11 I, 1,12 | dood en de opstanding van Christus, zou de mens het antwoord
12 I, 2,13 | het mysterie te bevatten. Christus is in de eucharistie waarlijk
13 I, 2,13 | Pascal bij: “Zoals Jezus Christus onder de mensen onherkend
14 I, 2,13(16) | Allerheiligste Lichaam en Bloed van Christus. ~
15 I, 2,13 | de mens wezenlijk feit: “Christus de Heer (...) openbaart
16 II, 2,22 | van zichzelf. De komst van Christus was de heilsgebeurtenis,
17 II, 2,23 | deze wereld” en de in Jezus Christus geopenbaarde wijsheid van
18 II, 2,23 | uitdaagt is de dood van Jezus Christus aan het kruis. Want hier
19 II, 2,23 | zich in het kruis van Jezus Christus heeft geopenbaard. De rede
20 II, 2,23 | gekruisigde en opgestane Christus op de klip waarop ze schipbreuk
21 III, 2,30 | waarheden tot de in Jezus Christus geopenbaarde waarheid. Alvorens
22 III, 2,32 | de ontmoeting met Jezus Christus de waarheid over zijn leven
23 III, 2,32 | hij in de ontmoeting met Christus heeft ontdekt. Daarom fascineert
24 III, 2,33 | delen in het geheim van Christus, waarin hem de ware en adequate
25 III, 2,33 | geschonken wordt. In Jezus Christus, die de waarheid is, erkent
26 III, 2,34 | waarheid’, die God ons in Jezus Christus openbaart, is niet in tegenspraak
27 III, 2,34 | Vader van onze Heer Jezus Christus openbaart. Deze eenheid
28 III, 2,34 | personele vereenzelviging in Christus, waarop de apostel doelt: “
29 III, 2,34 | doelt: “De waarheid is in Christus” (vgl. Ef 4,21; Kol 1, 15-
30 III, 2,34 | 17,23), kan alleen door Christus gevonden worden: want in
31 IV, 1,36 | begrip van de God van Jezus Christus. ~
32 IV, 1,37 | natuurmachten van de wereld, niet op Christus” (2,8). De woorden van de
33 IV, 1,38 | de openbaring van Jezus Christus, leidt. ~Als pionier van
34 IV, 3,46 | en opstanding van Jezus Christus in rationeel te vatten dialectische
35 V, 1,50(55) | Constitutie over de Kerk van Christus Pastor Aeternus: DS 3070; .
36 V, 1,51 | van wijsheid en kennis” in Christus verborgen zijn (vgl. Kol
37 V, 1,54 | buiten de schaapsstal van Christus”; 68 hij voegde er echter
38 V, 1,56 | het geloof dat in Jezus Christus deze laatste betekenis vindt,
39 V, 2,60 | voorafbeelding van Hem die komen zou, Christus de Heer. Als de nieuwe Adam
40 V, 2,60 | Als de nieuwe Adam doet Christus juist door de openbaring
41 VI, 1,66 | in de persoon van Jezus Christus en in zijn paasmysterie
42 VI, 1,66 | mens, de identiteit van Christus, die ware God en ware mens
43 VI, 1,70 | heeft beleefd. Het gebod van Christus aan de leerlingen om overal
44 VI, 1,70 | die eens veraf waren, door Christus Jezus, en wel door zijn
45 VI, 1,70 | de volheid van het door Christus volbrachte heil vallen de
46 VI, 1,70 | belofte van God wordt nu in Christus tot een aanbod voor allen:
47 VI, 1,70 | tradities zijn allen er in Christus toe geroepen, aan de eenheid
48 VI, 1,70 | kinderen deel te hebben. Christus staat beide volkeren toe, ‘
49 VII, 1,80 | mens te wijzen op Jezus Christus, het mensgeworden Woord
50 VII, 1,80 | vervulling, die komt in Jezus Christus. Het mysterie van de menswording
51 VII, 1,82 | uitspraken over het zijn van Christus zelf. Wanneer zij deze verklaringen
52 VII, 1,90(106)| na tweeduizend jaar, is Christus Degene die de mens de vrijheid
53 VII, 2,92 | levende God en zijn in Jezus Christus geopenbaarde heilsplan”
54 VII, 2,92 | gebracht. De Waarheid, die Christus is, legt zichzelf op als
55 VII, 2,92(109)| noodzakelijk verbonden met Christus’ ontlediging door zijn lijden
56 VII, 2,92(109)| maar ook met alles wat Christus ‘deed en leerde’ (Hand.1,
57 VII, 2,99 | bekendmaking van de waarheid van Christus, die haar hoogtepunt bereikt
58 VII, 2,99 | Paasmysterie; want alleen in Christus is het mogelijk om de volheid
59 Slot, 0,104 | iets van de waarheid van Christus, het enige definitieve antwoord
60 Slot, 0,107 | bekommeren om de mens, die Christus in het geheim van zijn liefde
|