Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | aldus zelf een deel van ons leven. Op de architraaf
2 Inl, 0,1 | zichzelf kent. Overigens toont ons een eerste blik op de geschiedenis
3 Inl, 0,3 | culturen van het Avondland, mag ons niet blind maken voor de
4 Inl, 0,4 | mensheid kan zien; net alsof we ons voor een impliciete wijsbegeerte
5 Inl, 0,6 | is dus een taak die aan ons bisschoppen is opgedragen;
6 I, 1,7 | 2,13). Aan het begin van ons leven als gelovigen staat
7 I, 1,10 | deze openbaring verschijnt ons in Christus, die tegelijk
8 I, 1,11 | het einde der tijden tot ons gesproken door de Zoon’ (
9 I, 1,12 | vaststellen. Hij bereikt ons in hetgeen voor ons het
10 I, 1,12 | bereikt ons in hetgeen voor ons het vertrouwdste is en gemakkelijk
11 I, 1,12 | menswording van God laat ons de eeuwige en definitieve
12 I, 2,13 | fragmentarische en beperkte van ons begrijpen. Alleen het geloof
13 I, 2,13 | Alleen het geloof staat het ons toe in de intimiteit van
14 I, 2,13 | gaan, op een wijze die het ons mogelijk maakt het samenhangend
15 I, 2,13 | zelf vernietigt. ~Er wordt ons in zekere zin gewezen op
16 I, 2,14 | Bij deze overdenking komt ons een van de spiritueelste
17 I, 2,15 | de hemel gaan om ze voor ons te halen en ze ons te laten
18 I, 2,15 | voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij
19 I, 2,15 | zee oversteken om ze voor ons te halen en ze ons te laten
20 I, 2,15 | voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat wij
21 I, 2,15 | waarheid, die de openbaring ons laat kennen, is niet de
22 I, 2,15 | de theologie. Beide tonen ons, zij het met verschillende
23 I, 2,15 | tenslotte, zoals het geloof ons zegt, uitkomt in de volle
24 II, 1,17 | het Boek der Spreuken dat ons in deze richting wijst met
25 II, 2,22 | De heilige Paulus helpt ons in het eerste hoofdstuk
26 II, 2,23 | Wat een uitdaging voor ons verstand, en wat een voordeel
27 III, 1,24 | immers niet ver van ieder van ons” (Hand 17, 26-27). ~De apostel
28 III, 1,24 | Goede-Vrijdagsliturgie, wanneer ze ons in het gebed voor alle niet-gelovenden
29 III, 1,26 | absoluut zekere waarheid van ons bestaan, buiten het feit
30 III, 2,29 | te stellen dat ieder van ons de kwellende last van enkele
31 III, 2,32 | ontdekt. Daarom fascineert ons tot de dag van vandaag het
32 III, 2,32 | Tenslotte roept de martelaar bij ons een diep vertrouwen op,
33 III, 2,34 | Deze ‘waarheid’, die God ons in Jezus Christus openbaart,
34 III, 2,35 | Deze verhouding nodigt ons uit tot een dubbele overweging,
35 VI, 1,66 | goddelijke waarheid, “die ons in de door de leer der Kerk
36 VI, 1,71 | spreken. Hoe kan ieder van ons hen dan in zijn moedertaal
37 VI, 1,74 | onderscheidden als grote filosofen en ons geschriftren hebben nagelaten
38 VI, 2,79 | Opnieuw zijn het de Vaders die ons dit leren: “Geloven is niets
39 VII, 1,80 | een aantal elementen, die ons een mensbeeld en een visie
40 VII, 1,80 | Bijbel behandeld, hetgeen ons leert dat dergelijk kwaad
41 VII, 1,84 | aangezien zij de structuur van ons denken en spreken blootleggen
42 VII, 1,84 | interpretatie van dit woord kan ons niet slechts voortdurend
43 VII, 1,84 | interpretatie na de andere, zonder ons ooit te brengen tot een
44 VII, 1,84 | hetgeen God waarschijnlijk van ons denkt. ~
45 VII, 1,85 | traditie en dat het niet aan ons is om er naar eigen goeddunken
46 VII, 1,91 | zeker wil ik benadrukken dat ons erfgoed aan kennis inderdaad
47 Slot, 0,104| begrip en dialoog met hen die ons geloof niet delen. De filosofische
48 Slot, 0,106| natuurwetenschappers, die ons door hun onderzoeken een
49 Slot, 0,106| gestoten op doelen, die ons nog steeds verbazen. Wanneer
50 Slot, 0,108| vlees zou worden en een van ons, zo wordt ook de wijsbegeerte
|