Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | karakteriseren: Wie ben ik? Waar kom ik vandaan en waar ga
2 Inl, 0,1 | Waar kom ik vandaan en waar ga ik heen? Waarom is er
3 Inl, 0,6 | afgrond, zonder te weten waar ze eigenlijk heen gaan.
4 I, 1,12 | wordt aldus tot de plaats waar we Gods handelen voor de
5 I, 1,12 | een onoplosbaar raadsel. Waar anders dan in het licht,
6 I, 2,13 | teken van de eucharistie, waar de onlosmakelijke eenheid
7 I, 2,14 | Waarheen ging mijn neiging en waar ben ik terechtgekomen? Waar
8 I, 2,14 | waar ben ik terechtgekomen? Waar streefde ik naar en wat
9 II, 1,16 | nazit en op de loer ligt waar zij heengaat; die door haar
10 II, 1,16 | intrek neemt op een plek waar het goed is. Hij plaatst
11 II, 1,20 | wat het bereikt, kan wel waar zijn, maar krijgt pas zijn
12 II, 1,20 | orde een plaats te geven waar alles zijn betekenis krijgt.
13 II, 2,23 | tot mislukken gedoemd. “Waar is een wijze? Waar een schriftgeleerde?
14 II, 2,23 | gedoemd. “Waar is een wijze? Waar een schriftgeleerde? Waar
15 II, 2,23 | Waar een schriftgeleerde? Waar een woordvoerder in deze
16 II, 2,23 | wordt er de ruimte zichtbaar waar beide elkaar kunnen ontmoeten. ~
17 III, 1,25 | eigen leven gevolgde waarden waar zijn, omdat alleen ware
18 III, 1,27 | waarheid is, universeel. Wat waar is, moet voor allen en voor
19 III, 1,27 | voor allen en voor altijd waar zijn. Buiten deze universaliteit
20 III, 1,27 | of om levensprogramma’s, waar men zich toevertrouwt aan
21 III, 2,31 | wetenschappelijke resultaten, waar het moderne leven op steunt,
22 III, 2,31 | die toch als fundamenteel waar wordt aangenomen?: Wie zou
23 III, 2,32 | zijn binnenste reeds als waar heeft beluisterd en sinds
24 IV, 1,39 | heeft doorgemaakt, vooral waar het begrippen als onsterfelijkheid
25 IV, 1,42 | het verstand ontdekken, waar de voltooiing van zijn tocht
26 IV, 2,44 | Hij zocht haar overal, waar ze zich kon tonen, en maakte
27 IV, 3,47 | eerste encycliek aangegeven, waar ik schreef: “De hedendaagse
28 V, 1,55(72) | het door Hem geopenbaarde waar is, niet vanwege de door
29 V, 1,56 | alles wat mooi, goed en waar is, iets te riskeren. Zo
30 V, 2,61 | wetenschappen eigen te maken en ze, waar nodig, in hun onderzoek
31 VI, 1,66 | van de moraaltheologie, waar heel duidelijk begrippen
32 VI, 1,69 | tegenkomen, 92 zijn gedeeltelijk waar. De verwijzing naar de natuurwetenschappen
33 VI, 1,70 | maar wordt als een schat waar ieder vrij uit putten kan,
34 VI, 1,70 | menselijker kunnen maken. 94 Waar de culturen zich beroepen
35 VI, 2,79 | filosofie zal een plaats zijn waar het christelijk geloof en
36 VII, 1,82 | aanneemt dat ze objectief waar kunnen zijn. 101 ~
37 VII, 1,83 | metafysisch onderzoek. ~Waar de mens ook maar een verwijzing
38 VII, 1,84 | verwoorden - analoog, dat is waar, maar daarom niet minder
39 VII, 1,84 | uitspraak die eenvoudigweg waar is; anders zou er geen openbaring
40 VII, 1,87 | van het ware ontkend. Wat waar was in een bepaalde periode,
41 VII, 1,87 | historicisten, is misschien niet waar in een andere. Zo wordt
42 VII, 1,91 | totale afwezigheid van zin, waar alles voorlopig en vergankelijk
43 VII, 1,91 | is. ~Niettemin blijft het waar dat een zekere positivistische
44 VII, 2,96(113)| betreft, deze blijft altijd waar en constant in de Kerk,
|