Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,5 | waardiger maken, wel erkennen. Want zij ziet in de wijsbegeerte
2 Inl, 0,6 | het geloof concentreren. Want men kan niet ontkennen,
3 I, 1,9 | dan de wijsgerige kennis. Want deze steunt op de zintuiglijke
4 I, 1,11 | fundamentele betekenis” toekomt. 9 Want in de tijd treedt het hele
5 I, 1,11 | de Zoon’ (Hebr 1, 1-2). Want Hij heeft zijn Zoon gezonden,
6 I, 2,13 | aanschijn van de Vader, want Hij is immers gekomen “om
7 II, 1,18 | bedreiging van het leven in. Want de dwaas maakt zich wijs,
8 II, 1,19 | Schepper terug kan komen: “Want uit de grootheid en schoonheid
9 II, 1,20 | maar niet overgewaardeerd. Want alles wat het bereikt, kan
10 II, 2,22 | tot kennis van God komen. Want door de schepselen geeft
11 II, 2,23 | Christus aan het kruis. Want hier is iedere poging, het
12 III, 1,25 | gebied is het praktische. Want door zijn morele handelen
13 III, 2,28 | mijdt, altijd zijn bestaan. Want nooit zou hij zijn leven
14 III, 2,33(28) | menselijk bestaan bevestigd, want het verstand en de wil van
15 III, 2,33(28) | zich voor het religieuze. Want de religiositeit vormt de
16 III, 2,34 | Christus gevonden worden: want in Hem openbaart de “volle
17 IV, 1,38 | wegbereiding van het evangelie35. Want “naar deze wijsheid gaat
18 IV, 1,42 | voltooiing van zijn tocht ligt: “Want ik meen, dat iemand die
19 IV, 1,42 | de zijnswijze ervan (...) Want is er iets dat zo onbegrijpelijk
20 IV, 1,42 | minst aan het wankelen. Want als een eerdere rationele
21 IV, 2,43 | redelijkheid nader verklaren. Want het geloof is een soort “
22 IV, 2,44 | ook anders dan het geloof. Want het geloof neemt de goddelijke
23 V, 1,50 | haar geloof kan blijken. Want veel wijsgerige inhouden,
24 V, 1,51 | eenvoudige onderscheiding: want als reeds het kennen van
25 V, 1,53 | tussen geloof en verstand: want dezelfde God die de geheimen
26 V, 1,55 | referentiepunt voor de Kerk. Want het “hoogste richtsnoer
27 VI, 1,66 | algemeen te communiceren wijze. Want zonder de bijdrage van de
28 VI, 1,68 | van de wijsbegeerte nodig. Want in het nieuwe verbond is
29 VI, 1,70 | bloed, dichtbij gekomen. Want Hij is onze vrede. Hij verenigde
30 VI, 2,76 | geen theologen geworden; want ze hebben niet geprobeerd,
31 VI, 2,77 | zoals ik al heb uitgelegd. Want uit de geloofswaarheden
32 VI, 2,78 | de waarheid zoeken, is. Want in zijn denken hebben de
33 VI, 2,79 | instemming is, is er geen geloof, want zonder instemming gelooft
34 VII, 1,80 | bestaan zijn hoogtepunt. Want de intiemste essentie van
35 VII, 1,84 | ook zichzelf buitenspel. Want het geloof veronderstelt
36 VII, 1,90 | en van zijn identiteit. Want men mag niet over het hoofd
37 VII, 2,92 | zij een dubbele opgave. Want enerzijds moet zij de verplichting
38 VII, 2,92(109)| deed en leerde’ (Hand.1,1). Want het mysterium Christi als
39 VII, 2,96(112)| zo bouwvallige fundering. Want het berust op beginselen
40 VII, 2,99 | bereikt in zijn Paasmysterie; want alleen in Christus is het
41 Slot, 0,101 | gemeenschappelijke reflectie. Want de theologie steunt bij
42 Slot, 0,108 | bladzijden kan verlichten. Want er is een diepe harmonie
|