Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
valse 7
valsheid 1
valt 3
van 1784
vanaf 9
vandaag 26
vandaan 1
Frequency    [«  »]
-----
-----
3157 de
1784 van
1527 het
1018 en
749 in
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

van

1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1784

     Chapter, Paragraph, Number
1001 V, 2,62 | door het Vijfde Concilie van Lateranen87, wortelt in 1002 V, 2,62 | rijpte, toen het belang van een constructieve harmonie 1003 V, 2,62 | boven kwam. Deze ordening van de studie beïnvloedde, bevorderde 1004 V, 2,62 | bevorderde en verwerkelijkte veel van de ontwikkeling van de moderne 1005 V, 2,62 | veel van de ontwikkeling van de moderne filosofie, zij 1006 V, 2,62 | voorbeeld hiervan is de invloed van de Disputationes Metaphysicae 1007 V, 2,62 | Disputationes Metaphysicae van Francisco Suárez, die zelf 1008 V, 2,62 | Lutherse universiteiten van Duitsland hun weg vonden. 1009 V, 2,62 | Omgekeerd heeft de ontmanteling van deze methode geleid tot 1010 V, 2,62 | geleid heeft dat men zich van iedere vorm van dialoog 1011 V, 2,62 | men zich van iedere vorm van dialoog onthoudt of juist 1012 V, 2,62(87) | Vijfde Oecumenisch Concilie van Lateranen, Bulle Apostolici 1013 V, 2,63 | encycliek de sterke interesse van de Kerk in de wijsbegeerte 1014 V, 2,63 | kunnen opbouwen. In het licht van deze beginselen zal het 1015 VI, 1 | De Kennis Van Het Geloof En De Postulaten 1016 VI, 1 | Geloof En De Postulaten Van De Wijsgerige Rede~ 1017 VI, 1,64 | 64. Het woord van God wordt gericht aan iedere 1018 VI, 1,64 | ter wereld; en de mens is van nature wijsgeer. De theologie, 1019 VI, 1,64 | wetenschappelijke uitwerking van het verstaan van dit Woord 1020 VI, 1,64 | uitwerking van het verstaan van dit Woord in het licht van 1021 VI, 1,64 | van dit Woord in het licht van geloof, moet van haar kant 1022 VI, 1,64 | het licht van geloof, moet van haar kant in relatie treden, 1023 VI, 1,64 | relatie treden, in sommige van haar procedures en in de 1024 VI, 1,64 | procedures en in de uitvoering van haar specifieke taken, met 1025 VI, 1,64 | dat niet de bevoegdheid is van het leergezag, maar om enkele 1026 VI, 1,64 | enkele bijzondere taken van de theologie in herinnering 1027 VI, 1,64 | die, krachtens het wezen van het geopenbaarde Woord, 1028 VI, 1,65 | opgebouwd als een wetenschap van het geloof in het licht 1029 VI, 1,65 | het geloof in het licht van een tweevoudig methodologisch 1030 VI, 1,65 | theologie zich de inhoud van de openbaring eigen, zoals 1031 VI, 1,65 | en het levende Leergezag van de Kerk. 88 Met de tweede 1032 VI, 1,65 | op de specifieke vragen van het denken. ~De filosofie 1033 VI, 1,65 | auditus fidei met haar studie van de opbouw van kennis en 1034 VI, 1,65 | haar studie van de opbouw van kennis en persoonlijke communicatie, 1035 VI, 1,65 | verschillende vormen en functies van de taal. Niet minder belangrijk 1036 VI, 1,65 | belangrijk is de bijdrage van de filosofie aan een meer 1037 VI, 1,65 | een meer coherent begrip van de Traditie van de Kerk, 1038 VI, 1,65 | coherent begrip van de Traditie van de Kerk, de uitspraken van 1039 VI, 1,65 | van de Kerk, de uitspraken van het Leergezag en de leer 1040 VI, 1,65 | het Leergezag en de leer van de grote meesters van de 1041 VI, 1,65 | leer van de grote meesters van de theologie, die dikwijls 1042 VI, 1,65 | en denkvormen overnemen van een bepaalde wijsgerige 1043 VI, 1,65 | traditie. In dit geval wordt van de theoloog gevraagd om 1044 VI, 1,65 | denken en in de ontwikkeling van haar leer, uit te leggen, 1045 VI, 1,66 | logische en begripsstructuur van de proposities opneemt, 1046 VI, 1,66 | opneemt, waarin de leer van de Kerk is gekaderd, maar 1047 VI, 1,66 | vooral door de heilsbetekenis van deze uitspraken voor het 1048 VI, 1,66 | in het licht te stellen. Van het geheel van deze uitspraken 1049 VI, 1,66 | stellen. Van het geheel van deze uitspraken komt de 1050 VI, 1,66 | komt de gelovige tot kennis van de heilsgeschiedenis, die 1051 VI, 1,66 | heilsgeschiedenis, die in de persoon van Jezus Christus en in zijn 1052 VI, 1,66 | dogmatische theologie moet van haar kant in staat zijn, 1053 VI, 1,66 | de universele betekenis van het mysterie van de drie-ene 1054 VI, 1,66 | betekenis van het mysterie van de drie-ene God en van het 1055 VI, 1,66 | mysterie van de drie-ene God en van het heilsplan, zowel op 1056 VI, 1,66 | alsook vooral in de vorm van de redenering te presenteren. 1057 VI, 1,66 | woorden doen met behulp van uitdrukkingen en begrippen 1058 VI, 1,66 | Want zonder de bijdrage van de wijsbegeerte zouden theologische 1059 VI, 1,66 | Drie-eenheid, het scheppende werken van God in de wereld, de relatie 1060 VI, 1,66 | en de mens, de identiteit van Christus, die ware God en 1061 VI, 1,66 | voor verschillende themata van de moraaltheologie, waar 1062 VI, 1,66 | gedefinieerd worden in het kader van de filosofische ethiek. ~ 1063 VI, 1,66 | Vandaar dat het verstand van de gelovige zich een natuurlijke, 1064 VI, 1,66 | ware en consistente kennis van de geschapen dingen, van 1065 VI, 1,66 | van de geschapen dingen, van de wereld en van de mens 1066 VI, 1,66 | dingen, van de wereld en van de mens moet verwerven, 1067 VI, 1,66 | verwerven, die ook voorwerp van de goddelijke openbaring 1068 VI, 1,66 | meer nog: het verstand van de gelovige moet in staat 1069 VI, 1,66 | begrippen en in de vorm van de redenering. De speculatieve 1070 VI, 1,66 | waarheid gefundeerde filosofie van de mens, van de wereld en, 1071 VI, 1,66 | gefundeerde filosofie van de mens, van de wereld en, radicaler, 1072 VI, 1,66 | de wereld en, radicaler, van het zijn. ~ 1073 VI, 1,66(89) | H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, 1074 VI, 1,67 | zich vanwege het karakter van deze theologische discipline, 1075 VI, 1,67 | rechtvaardigen en het verklaren van de relatie tussen het geloof 1076 VI, 1,67 | filosofische weg. En de aanvaarding van de openbaring van God veronderstelt 1077 VI, 1,67 | aanvaarding van de openbaring van God veronderstelt noodzakelijkerwijs 1078 VI, 1,67 | noodzakelijkerwijs kennis van deze waarheden. Bij het 1079 VI, 1,67 | waarheden. Bij het bestuderen van de openbaring en haar geloofwaardigheid, 1080 VI, 1,67 | laten zien dat in het licht van de kennis door het geloof 1081 VI, 1,67 | ze stuurt naar de rijkdom van het geopenbaarde geheim 1082 VI, 1,67 | Godskennis, aan de mogelijkheid van het onderscheiden van de 1083 VI, 1,67 | mogelijkheid van het onderscheiden van de goddelijke openbaring 1084 VI, 1,67 | de goddelijke openbaring van andere verschijnselen of 1085 VI, 1,67 | verschijnselen of aan de erkenning van haar geloofwaardigheid, 1086 VI, 1,67 | geloofwaardigheid, aan het vermogen van de menselijke taal om uitdrukkelijk 1087 VI, 1,67 | waarheid ook te spreken van datgene dat boven iedere 1088 VI, 1,67 | ertoe gebracht, het bestaan van een werkelijk op het geloof 1089 VI, 1,67 | uitlopen op het aanvaarden van de openbaring zonder de 1090 VI, 1,67 | het geloof als geschenk van God, ook als het niet op 1091 VI, 1,67 | voor het verstand nodig om van het geloof gebruik te maken 1092 VI, 1,67(90) | vragen stelt naar de zin van het leven, naar het doel 1093 VI, 1,67(90) | bij de 125ste verjaardag van de publicatie van “Dei Filius” ( 1094 VI, 1,67(90) | verjaardag van de publicatie vanDei Filius” (30 september 1095 VI, 1,68 | grotere mate de bijdrage van de wijsbegeerte nodig. Want 1096 VI, 1,68 | evangelie en de geschriften van de apostelen zowel algemene 1097 VI, 1,68 | zowel algemene beginselen van een christelijke levenswijze 1098 VI, 1,68 | bijzondere levensomstandigheden van het individu en van de samenleving, 1099 VI, 1,68 | levensomstandigheden van het individu en van de samenleving, moet de 1100 VI, 1,68 | moraaltheologie moet zich bedienen van een juiste filosofische 1101 VI, 1,68 | op de algemene beginselen van een morele beslissing. ~ 1102 VI, 1,69 | situatie zich niet zozeer van de wijsbegeerte als wel 1103 VI, 1,69 | de wijsbegeerte als wel van de hulp van andere vormen 1104 VI, 1,69 | wijsbegeerte als wel van de hulp van andere vormen van menselijke 1105 VI, 1,69 | de hulp van andere vormen van menselijke kennis zou moeten 1106 VI, 1,69 | daarentegen huldigen, als gevolg van een toegenomen gevoeligheid 1107 VI, 1,69 | wijsheidsvormen in plaats van een filosofie van Griekse 1108 VI, 1,69 | plaats van een filosofie van Griekse en Eurocentrische 1109 VI, 1,69 | anderen loochenen, uitgaande van een valse voorstelling van 1110 VI, 1,69 | van een valse voorstelling van het pluralisme van de culturen, 1111 VI, 1,69 | voorstelling van het pluralisme van de culturen, eenvoudigweg 1112 VI, 1,69 | eenvoudigweg de universele waarden van het door de Kerk ontvangen 1113 VI, 1,69 | andere reeds in de leer van het Concilie tegenkomen, 92 1114 VI, 1,69 | zij een completere kennis van het onderzoeksobject mogelijk 1115 VI, 1,69 | noodzakelijke toepassing van een typisch wijsgerige, 1116 VI, 1,69 | het universele karakter van de geloofsinhoud te laten 1117 VI, 1,69 | dat de bijzondere bijdrage van het wijsgerige denken het 1118 VI, 1,69(92) | over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium et spes, 1119 VI, 1,69(92) | de Missionaire Activiteit van de Kerk Ad gentes, nr.22. ~ 1120 VI, 1,69(93) | H. Thomas van Aquino, De Caelo, 1, 22. ~ 1121 VI, 1,70 | 70. Het thema van de relatie met de culturen 1122 VI, 1,70 | theologisch gebied. Het proces van de ontmoeting en confrontatie 1123 VI, 1,70 | de Kerk vanaf het begin van de verkondiging van het 1124 VI, 1,70 | begin van de verkondiging van het evangelie heeft beleefd. 1125 VI, 1,70 | heeft beleefd. Het gebod van Christus aan de leerlingen 1126 VI, 1,70 | toe om de universaliteit van de verkondiging en de hindernissen 1127 VI, 1,70 | hindernissen die uit de diversiteit van de culturen ontstonden, 1128 VI, 1,70 | Een passage uit de brief van de heilige Paulus aan de 1129 VI, 1,70 | Paulus aan de christenen van Efeze biedt een goede hulp 1130 VI, 1,70 | sterven de scheidingswand van de vijandschap omlaag” ( 1131 VI, 1,70 | zijn gekomen. In het licht van de volheid van het door 1132 VI, 1,70 | het licht van de volheid van het door Christus volbrachte 1133 VI, 1,70 | verschillende culturen. De belofte van God wordt nu in Christus 1134 VI, 1,70 | niet meer tot de eigen aard van een volk, zijn taal en zijn 1135 VI, 1,70 | kan, tot allen uitgebreid. Van verschillende plaatsen en 1136 VI, 1,70 | geroepen, aan de eenheid van de familie van Gods kinderen 1137 VI, 1,70 | de eenheid van de familie van Gods kinderen deel te hebben. 1138 VI, 1,70 | burgerrecht, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten 1139 VI, 1,70 | heiligen en huisgenoten van God” (Ef 2,19). ~In zon 1140 VI, 1,70 | beschreven: de ontmoeting van het geloof met de verschillende 1141 VI, 1,70 | natuur hebben, getuigen zij van de typische openheid van 1142 VI, 1,70 | van de typische openheid van de mens voor het universele 1143 VI, 1,70 | zij verschillende wijzen van toenadering tot de waarheid; 1144 VI, 1,70 | zich beroepen op de waarden van de antieke overleveringen, 1145 VI, 1,70 | eerder bij de bespreking van de wijsheidsteksten en de 1146 VI, 1,70 | wijsheidsteksten en de leer van de H. Paulus hebben gezien. ~ 1147 VI, 1,70(94) | over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium et spes, 1148 VI, 1,71 | onderlinge ontmoetingen van mensen en de uitwisseling 1149 VI, 1,71 | mensen en de uitwisseling van hun levenswijzen. Culturen 1150 VI, 1,71 | worden gevoed door het delen van waarden, en hun levenskracht 1151 VI, 1,71 | te blijven voor de opname van het nieuwe. Welke verklaring 1152 VI, 1,71 | is tegelijk kind en vader van de cultuur waarin hij is 1153 VI, 1,71 | waarin hij is ingebed. In elk van zijn uitingen draagt hij 1154 VI, 1,71 | iedere cultuur het merkteken van een spanning die op voltooiing 1155 VI, 1,71 | leven is ook doordrongen van de cultuur van hun omgeving 1156 VI, 1,71 | doordrongen van de cultuur van hun omgeving en draagt er 1157 VI, 1,71 | hun omgeving en draagt er van haar kant toe bij, beetje 1158 VI, 1,71 | geschiedenis en in de cultuur van een volk geopenbaarde, onveranderlijke 1159 VI, 1,71 | onveranderlijke waarheid van God. Zo plant in de loop 1160 VI, 1,71 | God. Zo plant in de loop van de eeuwen de gebeurtenis 1161 VI, 1,71 | hier spreken. Hoe kan ieder van ons hen dan in zijn moedertaal 1162 VI, 1,71 | Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië, Judea en Cappadocië, 1163 VI, 1,71 | Mesopotamië, Judea en Cappadocië, van Pontus en de provincie Asia, 1164 VI, 1,71 | Pontus en de provincie Asia, van Phrygië en Pamphylië, van 1165 VI, 1,71 | van Phrygië en Pamphylië, van Egypte en het gebied van 1166 VI, 1,71 | van Egypte en het gebied van Lybië naar Cyrene toe, ook 1167 VI, 1,71 | 7-11). De verkondiging van het evangelie in de verschillende 1168 VI, 1,71 | verschillende culturen vraagt van de afzonderlijke ontvangers 1169 VI, 1,71 | de verdere ontwikkeling van wat impliciet aanwezig is 1170 VI, 1,71 | culturen, is een echte vorm van bevrijding van elke door 1171 VI, 1,71 | echte vorm van bevrijding van elke door de zonde ingevoerde 1172 VI, 1,71 | het nieuwe dat de waarheid van het evangelie bevat, om 1173 VI, 1,72 | 72. Bij de verkondiging van het evangelie ontmoette 1174 VI, 1,72 | buiten het verbreidingsgebied van het christendom bevonden, 1175 VI, 1,72 | spontaan naar de landen van het Oosten, die zo rijk 1176 VI, 1,72 | doordat zij de geest bevrijdt van de kluisters van tijd en 1177 VI, 1,72 | bevrijdt van de kluisters van tijd en ruimte. De dynamiek 1178 VI, 1,72 | tijd en ruimte. De dynamiek van dit zoeken naar bevrijding 1179 VI, 1,72 | metafysische systemen. ~De christen van vandaag, vooral die in India, 1180 VI, 1,72 | zodat het tot een verrijking van het christelijke denken 1181 VI, 1,72 | denken komt. Voor dit werk van onderscheiding, waartoe 1182 VI, 1,72 | eerste is de universaliteit van de menselijke geest, wiens 1183 VI, 1,72 | mag zij zich niet losmaken van wat zij zich eigen heeft 1184 VI, 1,72 | Grieks-Latijnse denken. Afzien van een dergelijk erfgoed zou 1185 VI, 1,72 | dergelijk erfgoed zou het plan van Gods Voorzienigheid doorkruisen, 1186 VI, 1,72 | Kerk leidt langs de wegen van de tijd en de geschiedenis. 1187 VI, 1,72 | geldt overigens voor de Kerk van ieder tijdperk, ook voor 1188 VI, 1,72 | tijdperk, ook voor de Kerk van morgen, die zich verrijkt 1189 VI, 1,72 | de gewettigde aanspraak van het Indiase denken op bijzonderheid 1190 VI, 1,72 | tradities; dat zou het wezen van de mens tegenspreken. ~ 1191 VI, 1,73 | 73. In het licht van deze beschouwingen kan de 1192 VI, 1,73 | De bron en het startpunt van de theologie moet altijd 1193 VI, 1,73 | theologie moet altijd het woord van God zijn, geopenbaard in 1194 VI, 1,73 | uiteindelijke doel het begrijpen van dat woord zal zijn, dat 1195 VI, 1,73 | Omdat anderzijds het woord van God Waarheid is (vgl. Joh 1196 VI, 1,73 | niet zo maar een kwestie van theologische redenering 1197 VI, 1,73 | structuur gebruikt; wat vooral van belang is, is dat de rede 1198 VI, 1,73 | belang is, is dat de rede van de gelovige haar denkvermogen 1199 VI, 1,73 | in een beweging die gaat van het woord van God naar een 1200 VI, 1,73 | beweging die gaat van het woord van God naar een beter begrip 1201 VI, 1,73 | beweegt tussen de beide polen van Gods woord en een beter 1202 VI, 1,73 | wegen die haar doen afdwalen van de geopenbaarde Waarheid 1203 VI, 1,73 | geopenbaarde Waarheid en tenslotte van de pure, eenvoudige waarheid. 1204 VI, 1,73 | cirkelvormige relatie met het woord van God verrijkt tenslotte de 1205 VI, 1,74 | 74. De vruchtbaarheid van deze relatie wordt bevestigd 1206 VI, 1,74 | bevestigd door de ervaring van grote christelijke theologen, 1207 VI, 1,74 | geschriftren hebben nagelaten van zo hoge speculatieve waarde 1208 VI, 1,74 | één lijn met de meesters van de antieke wijsbegeerte 1209 VI, 1,74 | tenminste de H. Gregorius van Nazianze en de H.Augustinus 1210 VI, 1,74 | leraren met de grote driester van St. Anselmus, St. Bonaventura 1211 VI, 1,74 | Bonaventura en St. Thomas van Aquino. We zien dezelfde 1212 VI, 1,74 | wijsbegeerte en het woord van God in het moedige onderzoek 1213 VI, 1,74 | worden: en bij het citeren van dezen heb ik niet de bedoeling 1214 VI, 1,74 | sprekende voorbeelden te geven van een wijsgerige methode van 1215 VI, 1,74 | van een wijsgerige methode van onderzoek die uit de confrontatie 1216 VI, 1,74 | voor de geestelijke tocht van deze meesters kan alleen 1217 VI, 1,74 | poging om de resultaten van dat zoeken ten dienste van 1218 VI, 1,74 | van dat zoeken ten dienste van de mensheid te stellen. 1219 VI, 1,74 | voortzetten voor het welzijn van de Kerk én van de mensheid ~ 1220 VI, 1,74 | het welzijn van de Kerk én van de mensheid ~ 1221 VI, 2 | De verschillende posities van de wijsbegeerte~ 1222 VI, 2,75 | deze korte beschrijving van de geschiedenis van de relatie 1223 VI, 2,75 | beschrijving van de geschiedenis van de relatie tussen geloof 1224 VI, 2,75 | filosofische posities ten opzichte van het christendom onderscheiden. 1225 VI, 2,75 | volkomen onafhankelijk is van de Openbaring van het evangelie: 1226 VI, 2,75 | onafhankelijk is van de Openbaring van het evangelie: dit is de 1227 VI, 2,75 | geschiedenis vóór de geboorte van de Verlosser, en later in 1228 VI, 2,75 | hier het legitieme streven van de wijsbegeerte om een autonome 1229 VI, 2,75 | wetten en alleen de krachten van de rede gebruikt. Dit streven 1230 VI, 2,75 | door de aangeboren zwakheid van het menselijk verstand, 1231 VI, 2,75 | orde staat de onderneming van de wijsbegeerte -althans 1232 VI, 2,75 | op een juiste autonomie van denken moet gerespecteerd 1233 VI, 2,75 | redenering gebruik maakt van wijsgerige begrippen en 1234 VI, 2,75 | vervolmaakt: de instemming van het geloof, die rede en 1235 VI, 2,75 | vernietigt de vrije wil van iedere gelovige die ten 1236 VI, 2,75 | afgewezen wordt door de theorie van de zogenaamde ‘afgescheiden’ 1237 VI, 2,75 | autonomie op, maar een autarkie van denken die zoals blijkt, 1238 VI, 2,75 | toegang tot een diepere kennis van de waarheid verspert. ~ 1239 VI, 2,76 | een officiële filosofie van de Kerk is, aangezien het 1240 VI, 2,76 | een christelijke manier van filosoferen aan te duiden, 1241 VI, 2,76 | belangrijke ontwikkelingen van het wijsgerige denken, die 1242 VI, 2,76 | onrechtstreekse bijdrage van het christelijk geloof, ~ 1243 VI, 2,76 | bevrijdt het geloof de rede van de aanmatiging, de typische 1244 VI, 2,76 | aanmatiging, de typische bekoring van de wijsgeer. St. Paulus, 1245 VI, 2,76 | die hij zonder de gegevens van de Openbaring moeilijk kan 1246 VI, 2,76 | bijvoorbeeld aan de problemen van het kwaad en het lijden, 1247 VI, 2,76 | lijden, aan de identiteit van een persoonlijke God en 1248 VI, 2,76 | aan de vraag naar de zin van het leven, of, directer, 1249 VI, 2,76 | deze waarheden is de notie van een vrije en persoonlijke 1250 VI, 2,76 | persoonlijke God die de Schepper is van de wereld, een waarheid 1251 VI, 2,76 | geweest voor de ontwikkeling van het wijsgerige denken, in 1252 VI, 2,76 | bijzonder voor de filosofie van het zijn. Er is ook de werkelijkheid 1253 VI, 2,76 | is ook de werkelijkheid van de zonde, zoals die in het 1254 VI, 2,76 | zoals die in het licht van het geloof verschijnt, dat 1255 VI, 2,76 | adequate wijsgerige formulering van het probleem van het kwaad 1256 VI, 2,76 | formulering van het probleem van het kwaad te vinden. De 1257 VI, 2,76 | kwaad te vinden. De notie van de persoon als een geestelijk 1258 VI, 2,76 | andere specifieke bijdrage van het geloof: de christelijke 1259 VI, 2,76 | de christelijke boodschap van de waardigheid, de gelijkheid 1260 VI, 2,76 | gelijkheid en de vrijheid van de mensen heeft zeker het 1261 VI, 2,76 | staat, kan men de ontdekking van de betekenis voor de wijsbegeerte 1262 VI, 2,76 | betekenis voor de wijsbegeerte van de historische gebeurtenis 1263 VI, 2,76 | toevallig is zij het fundament van een wijsbegeerte van de 1264 VI, 2,76 | fundament van een wijsbegeerte van de geschiedenis geworden 1265 VI, 2,76 | als een nieuw hoofdstuk van de menselijke zoektocht 1266 VI, 2,76 | de objectieve elementen van de christelijke filosofie 1267 VI, 2,76 | behoefte om de rationaliteit van bepaalde door de heilige 1268 VI, 2,76 | onderzoeken, zoals de mogelijkheid van een bovennatuurlijke roeping 1269 VI, 2,76 | bovennatuurlijke roeping van de mens en ook de erfzonde. 1270 VI, 2,76 | breiden feitelijk het bereik van het rationele uit. ~Bij 1271 VI, 2,76 | uitgebreid naar nieuwe aspecten van de waarheid. Men zou kunnen 1272 VI, 2,76 | zeggen dat een goed deel van de moderne en hedendaagse 1273 VI, 2,76 | bestaan zonder deze stimulus van het woord van God. Deze 1274 VI, 2,76 | deze stimulus van het woord van God. Deze conclusie blijft 1275 VI, 2,77 | immers altijd de bijdrage van de wijsbegeerte nodig gehad, 1276 VI, 2,77 | gehad, ook nu. Als een werk van de kritische rede in het 1277 VI, 2,77 | kritische rede in het licht van het geloof veronderstelt 1278 VI, 2,77 | en de universele waarheid van haar aanspraken te bevestigen. 1279 VI, 2,77 | feit bevestigt de waarde van de autonomie van de wijsbegeerte 1280 VI, 2,77 | waarde van de autonomie van de wijsbegeerte die bewaard 1281 VI, 2,77 | een slaafse onderwerping van de filosofie aan te geven 1282 VI, 2,77 | functionele rol ten opzichte van de theologie. Hij werd eerder 1283 VI, 2,77 | gesproken als “dienaressen” van deprima philosophia”. 1284 VI, 2,77 | worden, gegeven het beginsel van de autonomie waarnaar we 1285 VI, 2,77 | heen de noodzaak laten zien van de verbinding tussen de 1286 VI, 2,77 | wetenschappen en de onmogelijkheid van hun scheiding. ~Zouden theologen 1287 VI, 2,77 | Zouden theologen de hulp van de wijsbegeerte weigeren, 1288 VI, 2,77 | zijn voor het begrijpen van het geloof.. Als de filosoof 1289 VI, 2,77 | geloof.. Als de filosoof van zijn kant elk contact met 1290 VI, 2,77 | zijn zelfstandig de inhoud van het geloof meester te worden, 1291 VI, 2,77 | andere geval zou het gevaar van een vernietiging van de 1292 VI, 2,77 | gevaar van een vernietiging van de grondbeginselen van de 1293 VI, 2,77 | vernietiging van de grondbeginselen van de autonomie zich voordoen, 1294 VI, 2,77 | zij heeft voor het begrip van de openbaring, zoals ik 1295 VI, 2,78 | 78. In het licht van deze beschouwingen wordt 1296 VI, 2,78 | herhaaldelijk de verdiensten van het denken van St. Thomas 1297 VI, 2,78 | verdiensten van het denken van St. Thomas heeft geprezen 1298 VI, 2,78 | is ook thans de bedoeling van het leergezag, te laten 1299 VI, 2,78 | zijn denken hebben de eisen van de rede en de kracht van 1300 VI, 2,78 | van de rede en de kracht van het geloof de meest verheven 1301 VI, 2,78 | zonder ooit de eigen weg van de rede te vernederen. ~ 1302 VI, 2,79 | fundamenteler, het woord van God zelf - vandaag stellen 1303 VI, 2,79 | Door de glans die afstraalt van het subsistente Zijn zelf 1304 VI, 2,79 | geopenbaarde waarheid de volheid van het licht aan het zijn en 1305 VI, 2,79 | zijn en zal zij dus de weg van het wijsgerig onderzoek 1306 VI, 2,79 | laten leiden door het gezag van de waarheid alleen, zodat 1307 VI, 2,79 | harmonie is met het woord van God. Zulk een filosofie 1308 VI, 2,79 | kunnen ontmoeten, een plaats van begrip tussen gelovigen 1309 VI, 2,79 | diepte en de authenticiteit van het geloof toenemen wanneer 1310 VII, 1 | De Onvermijdelijke Eisen Van Het Woord Van God~ 1311 VII, 1 | Onvermijdelijke Eisen Van Het Woord Van God~ 1312 VII, 1,80 | visie op de wereld bieden van uitzonderlijke filosofische 1313 VII, 1,80 | zich langzamerhand bewust van de rijkdom die in de heilige 1314 VII, 1,80 | Absolute. Uit de paginas van de bijbel spreekt bovendien 1315 VII, 1,80 | mens als imago Dei, beeld van God, die precieze aanwijzingen 1316 VII, 1,80 | vrijheid en de onsterfelijkheid van zijn ziel bevat. Omdat de 1317 VII, 1,80 | is, leidt iedere illusie van autonomie, die de essentiële 1318 VII, 1,80 | naar de harmonie en de zin van het menselijk bestaan te 1319 VII, 1,80 | doen. ~Ook het probleem van het zedelijk kwaad - de 1320 VII, 1,80 | de meest tragische vorm van het kwaad - wordt in de 1321 VII, 1,80 | dat dergelijk kwaad niet van een of ander gebrek in de 1322 VII, 1,80 | ongeordende uitoefening van de menselijke vrijheid. 1323 VII, 1,80 | Tenslotte stelt het woord van God het probleem van de 1324 VII, 1,80 | woord van God het probleem van de zin van het leven aan 1325 VII, 1,80 | het probleem van de zin van het leven aan de orde en 1326 VII, 1,80 | het mensgeworden Woord van God, die de volmaakte verwerkelijking 1327 VII, 1,80 | volmaakte verwerkelijking is van het menselijk bestaan. Andere 1328 VII, 1,80 | aspecten zouden door lezing van de heilige teksten verduidelijkt 1329 VII, 1,80 | blijkt daaruit de afwijzing van iedere vorm van relativisme, 1330 VII, 1,80 | afwijzing van iedere vorm van relativisme, materialisme 1331 VII, 1,80 | fundamentele overtuiging van defilosofiedie in de 1332 VII, 1,80 | Jezus Christus. Het mysterie van de menswording zal altijd 1333 VII, 1,80 | referentiepunt blijven om het raadsel van het menselijk bestaan, de 1334 VII, 1,80 | begrijpen. De uitdaging van dit mysterie drijft de wijsbegeerte 1335 VII, 1,80 | hier echter bereikt de zin van het bestaan zijn hoogtepunt. 1336 VII, 1,80 | Want de intiemste essentie van God en van de mens worden 1337 VII, 1,80 | intiemste essentie van God en van de mens worden begrijpbaar: 1338 VII, 1,80 | begrijpbaar: in het mysterie van het mensgeworden Woord worden 1339 VII, 1,80(97) | Vgl. Oecumenisch Concilie van Chalcedon, Symbolum, Definitio: 1340 VII, 1,81 | moeten vaststellen dat een van de belangrijkste aspecten 1341 VII, 1,81 | de belangrijkste aspecten van onze huidige situatie de ‘ 1342 VII, 1,81 | beleven hoe het verschijnsel van de fragmentatie van de kennis 1343 VII, 1,81 | verschijnsel van de fragmentatie van de kennis om zich heen grijpt. 1344 VII, 1,81 | mensen, in de maalstroom van gegevens en feiten waarin 1345 VII, 1,81 | die het eigenlijke weefsel van het leven schijnen te vormen, 1346 VII, 1,81 | te praten. De meerderheid van de theorieën die als om 1347 VII, 1,81 | de verschillende manieren van zien en beoordelen met betrekking 1348 VII, 1,81 | tot de wereld en het leven van de mens, maken deze twijfel 1349 VII, 1,81 | uitlopen op een toestand van scepsis en onverschilligheid, 1350 VII, 1,81 | op verschillende vormen van nihilisme. ~Als gevolg daarvan 1351 VII, 1,81 | opgesloten binnen de grenzen van haar eigen immanentie zonder 1352 VII, 1,81 | immanentie zonder enige vorm van referentie aan het transcendente. 1353 VII, 1,81 | langer de vraag naar de zin van het leven stelt zou het 1354 VII, 1,81 | harmonie te zijn met het woord van God moet de filosofie allereerst 1355 VII, 1,81 | uiterste en omvattende zin van het leven. Dit eerste vereiste 1356 VII, 1,81 | zeerste bij aan het stimuleren van de wijsbegeerte om in het 1357 VII, 1,81 | grondslagen en de grenzen van de verschillende gebieden 1358 VII, 1,81 | de verschillende gebieden van wetenschappelijke kennis 1359 VII, 1,81 | als uiteindelijke raamwerk van de eenheid van de menselijke 1360 VII, 1,81 | raamwerk van de eenheid van de menselijke kennis en 1361 VII, 1,81 | reusachtige uitbreiding van de technische capaciteit 1362 VII, 1,81 | de technische capaciteit van de mens vraagt om een vernieuwd 1363 VII, 1,81 | potentiële vernietigster van het menselijk ras worden. 98 ~ 1364 VII, 1,81 | ras worden. 98 ~Het woord van God openbaart de uiteindelijke 1365 VII, 1,81 | uiteindelijke bestemming van de mens en verschaft een 1366 VII, 1,81 | een harmoniserende uitleg van alles wat hij doet in de 1367 VII, 1,81 | een natuurlijke fundering van deze zin, die overeenkomt 1368 VII, 1,81 | filosofie die de mogelijkheid van een uiteindelijke en omvattende 1369 VII, 1,82 | ondergeschikte aspecten van de werkelijkheid - functionele, 1370 VII, 1,82 | waarheid, op het zijn zelf van het kennisobject. Daarbij 1371 VII, 1,82 | kan bereiken door middel van die adaequatio rei et intellectus 1372 VII, 1,82 | geestelijke diepere structuren van de werkelijkheid zelf bereiken, 1373 VII, 1,82 | bereiken, ofschoon als gevolg van de zonde die zekerheid gedeeltelijk 1374 VII, 1,82(99) | bijvoorbeeld H. Thomas van Aquino, Summa Theologiae, 1375 VII, 1,82 | bij de diepere verkenning van de rijkdom die in het woord 1376 VII, 1,82 | rijkdom die in het woord van God te vinden is. De heilige 1377 VII, 1,82 | toen zij bepaalde teksten van St. Jan of St. Paulus begreep 1378 VII, 1,82 | uitspraken over het zijn van Christus zelf. Wanneer zij 1379 VII, 1,82 | daarom de bijdrage nodig van een filosofie die de mogelijkheid 1380 VII, 1,82 | filosofie die de mogelijkheid van een objectief ware, zij 1381 VII, 1,82 | geldt ook voor de oordelen van het zedelijk geweten, waarvan 1382 VII, 1,82(100) | over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium et spes, 1383 VII, 1,83 | er moet een wijsbegeerte van echt metafysische draagwijdte 1384 VII, 1,83 | over metafysica in de zin van een speciale school of een 1385 VII, 1,83 | Bovendien wil ik het vermogen van de mens erkennen, deze transcendente 1386 VII, 1,83 | mogelijk maakt om het begrip van de menselijke waardigheid 1387 VII, 1,83 | de metafysische dimensie van de werkelijkheid voor hem: 1388 VII, 1,83 | uitdaging aan het einde van dit millennium, de overgang 1389 VII, 1,83 | de overgang te voltrekken van fenomeen naar fundament, 1390 VII, 1,83 | als deze de innerlijkheid van de mens en zijn spiritualiteit 1391 VII, 1,83 | zijn om bij het begrijpen van de openbaring als middelares 1392 VII, 1,83 | functioneren. Het woord van God refereert voortdurend 1393 VII, 1,83 | beperkt was tot de wereld van de zintuiglijke waarneming. 1394 VII, 1,83 | verder te gaan dan de analyse van de religieuze ervaring; 1395 VII, 1,83 | en transcendente waarde van de geopenbaarde waarheid 1396 VII, 1,83 | tegenwoordig grote delen van de wijsbegeerte in haar 1397 VII, 1,84 | 84. De betekenis van de metafysica wordt nog 1398 VII, 1,84 | taalanalyse. De resultaten van dergelijke studies kunnen 1399 VII, 1,84 | aangezien zij de structuur van ons denken en spreken blootleggen 1400 VII, 1,84 | denkraam de bevestiging zien van onze huidige vertrouwenscrisis 1401 VII, 1,84 | vertrouwenscrisis ten aanzien van de macht van de rede? Als 1402 VII, 1,84 | ten aanzien van de macht van de rede? Als deze standpunten, 1403 VII, 1,84 | deze standpunten, op basis van aprioristische opvattingen, 1404 VII, 1,84 | veronderstelt duidelijk dat de taal van de mens in staat is om de 1405 VII, 1,84 | niet zo, dan zou het woord van God, dat altijd een goddelijk 1406 VII, 1,84 | zeggen. De interpretatie van dit woord kan ons niet slechts 1407 VII, 1,84 | anders zou er geen openbaring van God zijn, maar alleen de 1408 VII, 1,84 | maar alleen de uitdrukking van menselijke noties over God 1409 VII, 1,84 | hetgeen God waarschijnlijk van ons denkt. ~ 1410 VII, 1,84(103) | Vierde Oecumenisch Concilie van Lateranen, De Errore Abbatis 1411 VII, 1,85 | 85. Ik ben me er wel van bewust dat deze eisen die 1412 VII, 1,85 | deze eisen die het woord van God aan de wijsbegeerte 1413 VII, 1,85 | de wetenschap. Dit is een van de taken die het christelijke 1414 VII, 1,85 | het volgende millennium van het christelijke tijdvak. 1415 VII, 1,85 | tijdvak. De fragmentarisering van de kennis, met haar versplinterde 1416 VII, 1,85 | versplinterde benadering van de waarheid en een daaruit 1417 VII, 1,85 | daaruit volgende verbrokkeling van de zin, houdt de mens van 1418 VII, 1,85 | van de zin, houdt de mens van vandaag ervan af, te komen 1419 VII, 1,85 | op de eisen die het woord van God aan het menselijk denken 1420 VII, 1,85 | moeten ontwikkelen op basis van deze postulaten en in organische 1421 VII, 1,85 | Kerkvaders en de meesters van de Scholastiek loopt en 1422 VII, 1,85 | fundamentele resultaten van het moderne en hedendaagse 1423 VII, 1,85 | ze zeker de autonomie-eis van de wetenschap kunnen respecteren. ~ 1424 VII, 1,85 | herontdekking bevorderen van de bepalende rol van deze 1425 VII, 1,85 | bevorderen van de bepalende rol van deze traditie bij een juiste 1426 VII, 1,85 | bij een juiste benadering van de kennis. Het beroep op 1427 VII, 1,85 | vormt veeleer de erkenning van een culturele erfenis die 1428 VII, 1,85 | nieuwe en constructieve wijze van denken te ontwikkelen. Hetzelfde 1429 VII, 1,85 | theologie de levende Traditie van de Kerk als haar oorspronkelijke 1430 VII, 1,85 | wijsheid boven de grenzen van tijd en ruimte uit kan stijgen. ~ 1431 VII, 1,86 | 86. Dit beklemtonen van de noodzaak van een nauwe 1432 VII, 1,86 | beklemtonen van de noodzaak van een nauwe blijvende betrekking 1433 VII, 1,86 | benadering bedoeld wordt van hen die bij hun onderzoek, 1434 VII, 1,86 | neigen om gebruik te maken van losse ideeën die uit verschillende 1435 VII, 1,86 | om het waarheidsgehalte van een bepaalde doctrine te 1436 VII, 1,86 | doctrine te onderscheiden van elementen eruit die misschien 1437 VII, 1,86 | point’. Een extreme vorm van eclecticisme komt ook voor 1438 VII, 1,86 | het retorische misbruik van wijsgerige termen waaraan 1439 VII, 1,86 | consequente en grondige studie van wijsgerige doctrines, hun 1440 VII, 1,86 | eraan mee om het gevaar van eclecticisme te overwinnen 1441 VII, 1,87 | context. De grondstelling van het historicisme luidt daarentegen 1442 VII, 1,87 | daarentegen dat de waarheid van een filosofie bepaald wordt 1443 VII, 1,87 | filosofie bepaald wordt op basis van haar geschiktheid voor een 1444 VII, 1,87 | impliciet, de blijvende waarde van het ware ontkend. Wat waar 1445 VII, 1,87 | voor hen de geschiedenis van het denken weinig meer dan 1446 VII, 1,87 | vindplaats, nuttig om opvattingen van vroeger te illustreren, 1447 VII, 1,88 | opvatting weigert de waarde van kennisvormen toe te geven, 1448 VII, 1,88 | te geven, anders dan die van de positieve wetenschappen; 1449 VII, 1,88 | esthetische kennis naar het rijk van de pure fantasie. In het 1450 VII, 1,88 | in de nieuwe vermomming van sciëntisme, dat waarden 1451 VII, 1,88 | afdoet als louter producten van de emoties en dat kennis 1452 VII, 1,88 | de emoties en dat kennis van het zijn verwerpt om de 1453 VII, 1,88 | voorbereiden alle aspecten van het menselijk leven te beheersen 1454 VII, 1,88 | niet te ontkennen triomf van het wetenschappelijk onderzoek 1455 VII, 1,88 | wetenschappelijk onderzoek en van de hedendaagse technologie 1456 VII, 1,88 | maken heeft met de kwestie van de zin van het leven naar 1457 VII, 1,88 | met de kwestie van de zin van het leven naar het rijk 1458 VII, 1,88 | het leven naar het rijk van het irrationele of imaginaire. 1459 VII, 1,88 | de andere grote problemen van de wijsbegeerte benadert, 1460 VII, 1,88 | Dit leidt tot de verarming van het menselijk denken, dat 1461 VII, 1,88 | opgeworpen vanaf het begin van de tijd. En aangezien zij 1462 VII, 1,89 | geesteshouding die bij het maken van haar keuzes, theoretische 1463 VII, 1,89 | praktische consequenties van deze wijze van denken zijn 1464 VII, 1,89 | consequenties van deze wijze van denken zijn aanzienlijk. 1465 VII, 1,89 | steun voor een opvatting van democratie die niet gefundeerd 1466 VII, 1,89 | de existentiële analyses van de betekenis van lijden 1467 VII, 1,89 | analyses van de betekenis van lijden en offer uitsluit. ~ 1468 VII, 1,90 | onderzochte visies leiden van hun kant tot een meer algemene 1469 VII, 1,90 | veel filosofieën die de zin van het zijn hebben verworpen, 1470 VII, 1,90 | tegelijkertijd de verwerping is van alle grondslagen en de loochening 1471 VII, 1,90 | grondslagen en de loochening van alle objectieve waarheid. 1472 VII, 1,90 | objectieve waarheid. Helemaal los van het feit dat het strijdig 1473 VII, 1,90 | met de eisen en de inhoud van het woord van God, is nihilisme 1474 VII, 1,90 | de inhoud van het woord van God, is nihilisme de ontkenning 1475 VII, 1,90 | nihilisme de ontkenning van de humaniteit van de mens 1476 VII, 1,90 | ontkenning van de humaniteit van de mens en van zijn identiteit. 1477 VII, 1,90 | humaniteit van de mens en van zijn identiteit. Want men 1478 VII, 1,90 | dat de veronachtzaming van het zijn onvermijdelijk 1479 VII, 1,90 | onvermijdelijk leidt tot verlies van contact met de objectieve 1480 VII, 1,90 | met de eigenlijke basis van de menselijke waardigheid. 1481 VII, 1,90 | op zijn beurt mogelijk om van de mens de trekken van zijn 1482 VII, 1,90 | om van de mens de trekken van zijn gelijkenis met God 1483 VII, 1,90 | zijn gelijkenis met God van het gelaat te wissen, en 1484 VII, 1,90(106) | waarschuwing in: de eis van oprechtheid tegenover de 1485 VII, 1,90(106) | die niet de bodem raakt van de waarheid over mens en 1486 VII, 1,90(106) | Hij die de mens bevrijdt van alles wat de vrijheid in 1487 VII, 1,91 | 91. Bij de bespreking van deze denkrichtingen was 1488 VII, 1,91 | compleet beeld te geven van de huidige staat van de 1489 VII, 1,91 | geven van de huidige staat van de wijsbegeerte die hoe 1490 VII, 1,91 | epistemologie, de filosofie van de natuur, de antropologie, 1491 VII, 1,91 | diepgravender analyses van de affectieve dimensies 1492 VII, 1,91 | de affectieve dimensies van kennis en de existentiële 1493 VII, 1,91 | existentiële benadering van de analyse van de vrijheid. 1494 VII, 1,91 | benadering van de analyse van de vrijheid. Sinds de vorige 1495 VII, 1,91 | heeft echter de bevestiging van het principe van de immanentie, 1496 VII, 1,91 | bevestiging van het principe van de immanentie, het hart 1497 VII, 1,91 | de immanentie, het hart van de rationalistische argumentatie, 1498 VII, 1,91 | onvruchtbaarheid aantoonde van het postulaat van de absolute 1499 VII, 1,91 | aantoonde van het postulaat van de absolute zelfbevestiging 1500 VII, 1,91 | absolute zelfbevestiging van de rede. ~Onze tijd is door


1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1784

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License