1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1784
Chapter, Paragraph, Number
1501 VII, 1,91 | denkers aangeduid als de tijd van de “postmoderniteit”. Vaak
1502 VII, 1,91 | wijst de term op de opkomst van een complex van nieuwe factoren
1503 VII, 1,91 | opkomst van een complex van nieuwe factoren die, wijdverbreid
1504 VII, 1,91 | over de delicate kwestie van de scheiding van de verschillende
1505 VII, 1,91 | kwestie van de scheiding van de verschillende historische
1506 VII, 1,91 | aandacht. ~Volgens sommigen van hen is de tijd van zekerheden
1507 VII, 1,91 | sommigen van hen is de tijd van zekerheden onherroepelijk
1508 VII, 1,91 | leven binnen een horizon van totale afwezigheid van zin,
1509 VII, 1,91 | horizon van totale afwezigheid van zin, waar alles voorlopig
1510 VII, 1,91 | verschrikkelijke ervaring van het kwaad die onze tijd
1511 VII, 1,91 | Tegenover de dramatiek van deze ervaring kon het rationalistische
1512 VII, 1,91 | voortschrijdende overwinning van het verstand als bron van
1513 VII, 1,91 | van het verstand als bron van geluk en vrijheid zag, niet
1514 VII, 1,91 | niet standhouden, zodat een van de ergste bedreigingen aan
1515 VII, 1,91 | bedreigingen aan het einde van deze eeuw de bekoring van
1516 VII, 1,91 | van deze eeuw de bekoring van de wanhoop is. ~Niettemin
1517 VII, 2,92 | 92. Wat het begrip van de openbaring betreft heeft
1518 VII, 2,92 | antwoorden op de vragen van verschillende culturen,
1519 VII, 2,92 | culturen, om dan de inhoud van het geloof te bemiddelen
1520 VII, 2,92 | destijds oplegde: vernieuwing van haar methoden met het oog
1521 VII, 2,92 | niet denken aan de woorden van Paus Johannes XXIII bij
1522 VII, 2,92 | Johannes XXIII bij de opening van het concilie? Hij zei toen: “
1523 VII, 2,92 | aan de levende verwachting van hen die waarlijk de christelijke,
1524 VII, 2,92 | overeenkomt met de behoeften van onze tijd”. 107 ~Anderzijds
1525 VII, 2,92 | dat het eigenlijke object van zijn arbeid “de Waarheid,
1526 VII, 2,92(107) | Toespraak bij de opening van het Concilie (11 oktober
1527 VII, 2,92 | wijsbegeerte uit. De veelheid van problemen die zich tegenwoordig
1528 VII, 2,92 | volgen die alleen de Geest van de opgestane Heer kent. 109 ~
1529 VII, 2,92(108) | over de Kerkelijke Roeping van de Theoloog Donum veritatis (
1530 VII, 2,92 | gegeven de actuele taak van de theologie. ~
1531 VII, 2,92(109) | de Vertrooster, de Geest van de waarheid, als Degene
1532 VII, 2,92(109) | getuigenis zal afleggen” van Hem. Nu zegt Hij: “Hij zal
1533 VII, 2,92(109) | binnenleidt in de werkelijkheid van het geopenbaarde mysterie.
1534 VII, 2,92(109) | geloof: en dit is het werk van de Geest der waarheid en
1535 VII, 2,92(109) | waarheid en het resultaat van zijn activiteit in de mens.
1536 VII, 2,92(109) | hierbij de hoogste Leider van de mens zijn en het Licht
1537 VII, 2,92(109) | de mens zijn en het Licht van de menselijke geest’: nr.
1538 VII, 2,93 | theologie nastreeft is begrip van de openbaring en de inhoud
1539 VII, 2,93 | openbaring en de inhoud van het geloof te verschaffen.
1540 VII, 2,93 | Het feitelijke middelpunt van haar reflectie zal daarom
1541 VII, 2,93 | zal daarom de beschouwing van het mysterie van de drie-ene
1542 VII, 2,93 | beschouwing van het mysterie van de drie-ene God zijn. Daar
1543 VII, 2,93 | nadenkt over het mysterie van de incarnatie van Gods Zoon:
1544 VII, 2,93 | mysterie van de incarnatie van Gods Zoon: zijn menswording
1545 VII, 2,93 | consequent op zich nemen van lijden en dood, een mysterie
1546 VII, 2,93 | verheffing aan de rechterhand van Vader; vandaar zal Hij de
1547 VII, 2,93 | achtergrond zal de eerste opgave van de theologie zijn: het begrijpen
1548 VII, 2,93 | theologie zijn: het begrijpen van de kenosis van God, een
1549 VII, 2,93 | begrijpen van de kenosis van God, een waarlijk groot
1550 VII, 2,93 | een zorgvuldige analyse van de teksten fundamenteel
1551 VII, 2,93 | waarin de levende traditie van de Kerk zich uitdrukt. In
1552 VII, 2,93 | kunnen vinden zonder de hulp van de filosofie. ~
1553 VII, 2,94 | menselijke taal de taal van God, die door de wonderbare “
1554 VII, 2,94 | mede-nederdaling” die de logica van de menswording weerspiegelt,
1555 VII, 2,94 | moet zich dus bij de uitleg van de bronnen van de openbaring
1556 VII, 2,94 | de uitleg van de bronnen van de openbaring de vraag stellen,
1557 VII, 2,94 | zij het binnen de grenzen van de taal. ~Wat de bijbelse
1558 VII, 2,94 | beperkt tot de vertelling van eenvoudige, historische
1559 VII, 2,94 | gebeurtenissen of de onthulling van neutrale feiten, zoals het
1560 VII, 2,94 | deze teksten berichten van gebeurtenissen waarvan de
1561 VII, 2,94 | voortdurende lezing door de Kerk van deze teksten door de eeuwen
1562 VII, 2,94 | betrekking die de specifieke zin van de geschiedenis vormt, ook
1563 VII, 2,94(111) | de Historische Waarheid van de Evangelies : AAS 56 (
1564 VII, 2,95 | 95. Het woord van God richt zich niet tot
1565 VII, 2,95 | terwijl ze soms de cultuur van de periode waarin ze werden
1566 VII, 2,95 | absoluutheid en de universaliteit van de waarheid kan verzoenen
1567 VII, 2,95 | culturele afhankelijkheid van de formules die deze waarheid
1568 VII, 2,95 | uitdrukken. De standpunten van het historicisme zijn, zoals
1569 VII, 2,95 | onhoudbaar. Maar de toepassing van een hermeneutiek die openstaat
1570 VII, 2,95 | openstaat voor de aanspraak van de metafysica kan laten
1571 VII, 2,95 | zien hoe het mogelijk is om van de historische omstandigheden
1572 VII, 2,95 | is in staat om met behulp van zijn beperkte historische
1573 VII, 2,96 | Dit te zien is een glimp van de oplossing van een ander
1574 VII, 2,96 | een glimp van de oplossing van een ander probleem: dat
1575 VII, 2,96 | een ander probleem: dat van de blijvende geldigheid
1576 VII, 2,96 | de blijvende geldigheid van de in de concilie-definities
1577 VII, 2,96 | Niettemin, de geschiedenis van het denken laat zien dat
1578 VII, 2,96 | ontwikkeling en de veelheid van culturen hun universele
1579 VII, 2,96 | houden en daarmee de waarheid van de zinnen waarin zij wordt
1580 VII, 2,96(112) | een begrijpen en bevatten van het dogma te komen, berust
1581 VII, 2,96(112) | de ware en juiste kennis van de geschapen dingen: in
1582 VII, 2,96(112) | geschapen dingen: in dit proces van afleiding van deze kennis
1583 VII, 2,96(112) | dit proces van afleiding van deze kennis gaf de goddelijke
1584 VII, 2,96(112) | niet verbazend dat enkele van deze begrippen door de oecumenische
1585 VII, 2,96 | culturen die zijn verschillend van degene, waarin ze bedacht
1586 VII, 2,96 | sluit de objectieve waarde van veel concepten niet uit
1587 VII, 2,96 | rekenen om het verstaan van de betrekking tussen begrippentaal
1588 VII, 2,96 | leiden tot een juist verstaan van die betrekking. ~
1589 VII, 2,96(113) | Wat de betekenis van de dogmatische formules
1590 VII, 2,96(113) | Verklaring ter Verdediging van de Katholieke Leer over
1591 VII, 2,97 | De juiste interpretatie van de bronnen is een belangrijke
1592 VII, 2,97 | eisende taak is het verstaan van de geopenbaarde waarheid,
1593 VII, 2,97 | respectievelijk het proces van de intellectus fidei. De
1594 VII, 2,97 | aangegeven, vraagt de bijdrage van de filosofie van het zijn,
1595 VII, 2,97 | bijdrage van de filosofie van het zijn, die het vooral
1596 VII, 2,97 | dogmatische pragmatisme van het begin van deze eeuw,
1597 VII, 2,97 | pragmatisme van het begin van deze eeuw, volgens hetwelk
1598 VII, 2,97 | die eenzijdig uitging ‘van onderen’ zoals men tegenwoordig
1599 VII, 2,97 | uitsluitend naar het voorbeeld van burgerlijke maatschappijen
1600 VII, 2,97 | opgebouwd, zouden het gevaar van een dergelijke reductie
1601 VII, 2,97 | intellectus fidei de hele rijkdom van de theologische traditie
1602 VII, 2,97 | moet hij zich bedienen van de filosofie van het zijn.
1603 VII, 2,97 | bedienen van de filosofie van het zijn. Deze filosofie
1604 VII, 2,97 | het zijn. Deze filosofie van het zijn zal in staat moeten
1605 VII, 2,97 | moeten zijn het probleem van het zijn opnieuw aan te
1606 VII, 2,97 | met de eisen en inzichten van de gehele filosofische traditie,
1607 VII, 2,97 | inclusief de filosofie van recentere tijden, zonder
1608 VII, 2,97 | in het steriel herhalen van verouderde schemata. De
1609 VII, 2,97 | verouderde schemata. De filosofie van het zijn is binnen het kader
1610 VII, 2,97 | zijn is binnen het kader van de christelijke metafysische
1611 VII, 2,97(114) | Vgl. Congregatie van het H. Officie, Decreet
1612 VII, 2,98 | Deze overwegingen zijn ook van toepassing op de moraaltheologie.
1613 VII, 2,98 | betrekking heeft op het handelen van de gelovigen. Ten aanzien
1614 VII, 2,98 | de gelovigen. Ten aanzien van de uitdagingen op sociaal,
1615 VII, 2,98 | gebied is het morele geweten van de mens gedesoriënteerd.
1616 VII, 2,98 | ik geschreven, dat veel van de problemen van de hedendaagse
1617 VII, 2,98 | dat veel van de problemen van de hedendaagse wereld voortkomen
1618 VII, 2,98 | waarheid”. “Nadat de idee van een voor het menselijk verstand
1619 VII, 2,98 | onvermijdelijk ook het begrip van het geweten veranderd; het
1620 VII, 2,98 | zeggen als een handeling van het inzicht van de persoon
1621 VII, 2,98 | handeling van het inzicht van de persoon wiens taak het
1622 VII, 2,98 | is, om de algemene kennis van het goede op een bepaalde
1623 VII, 2,98 | kwam ertoe, aan het geweten van het individu het voorrecht
1624 VII, 2,98 | ziet met zijn waarheid, die van de waarheid van de anderen
1625 VII, 2,98 | waarheid, die van de waarheid van de anderen verschillend
1626 VII, 2,98 | waarheid toekomt op het gebied van de moraal, helder en duidelijk
1627 VII, 2,98 | onderstreept. Wat het merendeel van de dringendste ethische
1628 VII, 2,98 | betreft verlangt deze waarheid van de kant van de moraaltheologie
1629 VII, 2,98 | deze waarheid van de kant van de moraaltheologie een attente
1630 VII, 2,98 | zijn wortels in het woord van God. Om deze opdracht te
1631 VII, 2,98 | de waarheid zich bedienen van een filosofische ethiek
1632 VII, 2,98 | gericht is op de waarheid van het goede; een ethiek dus,
1633 VII, 2,98 | antropologie en een metafysica van het goede. Wanneer de moraaltheologie
1634 VII, 2,98 | heiligheid en met de beoefening van de menselijke en bovennatuurlijke
1635 VII, 2,98 | rechtvaardigheid, gezin, de verdediging van het leven en het milieu. ~
1636 VII, 2,99 | staat allereerst in dienst van de geloofsverkondigingen
1637 VII, 2,99 | de geloofsverkondigingen van de catechese. 117 Verkondiging
1638 VII, 2,99 | bekering, door de bekendmaking van de waarheid van Christus,
1639 VII, 2,99 | bekendmaking van de waarheid van Christus, die haar hoogtepunt
1640 VII, 2,99 | het mogelijk om de volheid van de waarheid die redt, te
1641 VII, 2,99 | implicaties heeft die in het licht van het geloof verdiept moeten
1642 VII, 2,99 | draagt bij aan de vorming van de persoon. Als een manier
1643 VII, 2,99 | persoon. Als een manier van taal-communicatie moet de
1644 VII, 2,99 | moet de catechese de leer van de Kerk presenteren in haar
1645 VII, 2,99(117) | over de Kerkelijke Roeping van de Theoloog Donum Veritatis (
1646 VII, 2,99 | volledigheid118, en ook het verband van die leer met het leven van
1647 VII, 2,99 | van die leer met het leven van de gelovigen. 119 Het resultaat
1648 VII, 2,99 | is een unieke verbinding van leer en leven die op een
1649 VII, 2,99 | begripswaarheden is, maar het mysterie van de levende God. 120 ~Het
1650 VII, 2,99 | communicatie en het diepere begrip van de waarheid. ~
1651 Slot, 0,100 | honderd jaar na de publicatie van de encycliek Aeterni Patris
1652 Slot, 0,100 | encycliek Aeterni Patris van Leo XIII, waarnaar ik op
1653 Slot, 0,100 | behoefte gevoeld om het thema van de relatie tussen geloof
1654 Slot, 0,100 | systematische wijze. Het belang van het wijsgerige denken in
1655 Slot, 0,100 | denken in de ontwikkeling van de cultuur en zijn invloed
1656 Slot, 0,100 | nodig geoordeeld de waarde van de filosofie voor het begrijpen
1657 Slot, 0,100 | filosofie voor het begrijpen van het geloof, alsook de grenzen
1658 Slot, 0,100 | wanneer zij de waarheden van de Openbaring negeert of
1659 Slot, 0,100 | Kerk blijft er ten diepste van overtuigd dat geloof en
1660 Slot, 0,101 | 101. Een overzicht van de geschiedenis van het
1661 Slot, 0,101 | overzicht van de geschiedenis van het denken, speciaal in
1662 Slot, 0,101 | theologie en de uitwisseling van hun respectieve inzichten
1663 Slot, 0,101 | bijgedragen aan de vooruitgang van de mensheid. Begiftigd als
1664 Slot, 0,101 | wordt; en dit was zeker van voordeel voor de wijsbegeerte
1665 Slot, 0,101 | geroepen is. ~In het licht van deze constatering beschouw
1666 Slot, 0,101 | het - zoals ik de opgave van de theologie, haar ware
1667 Slot, 0,101 | onderstrepen dat omwille van het welzijn en de vooruitgang
1668 Slot, 0,101 | welzijn en de vooruitgang van het denken ook de wijsbegeerte
1669 Slot, 0,101 | theologie niet de opvatting van een enkele persoon, die,
1670 Slot, 0,101 | vinden, maar de rijkdom van een gemeenschappelijke reflectie.
1671 Slot, 0,101 | wezenlijk op het zegelmerk van de kerkelijkheid123 en op
1672 Slot, 0,101 | kerkelijkheid123 en op de traditie van het Godsvolk met haar veelheid
1673 Slot, 0,101 | en culturen in de eenheid van het geloof. ~
1674 Slot, 0,101(123)| Niemand kan van de theologie als het ware
1675 Slot, 0,101(123)| een eenvoudige verzameling van zijn eigen persoonlijke
1676 Slot, 0,101(123)| maar iedereen moet er zich van bewust zijn dat hij in hechte
1677 Slot, 0,101(123)| vereniging is met de zending van het onderricht van de waarheid,
1678 Slot, 0,101(123)| zending van het onderricht van de waarheid, waarvoor de
1679 Slot, 0,102 | betekenis en de ware dimensies van het wijsgerige denken, bevordert
1680 Slot, 0,102 | tegelijkertijd zowel de verdediging van de menselijke waardigheid
1681 Slot, 0,102 | als ook de verkondiging van de boodschap die het evangelie
1682 Slot, 0,102 | voorbereiding op de uitvoering van deze taken dringender noodzakelijk
1683 Slot, 0,102 | leiden naar de ontdekking van zowel hun vermogen om de
1684 Slot, 0,102 | waarheid te kennen124 als van hun verlangen naar de uiteindelijke
1685 Slot, 0,102 | uiteindelijke en definitieve zin van het leven. In het licht
1686 Slot, 0,102 | het leven. In het licht van deze diepe behoeften, die
1687 Slot, 0,102 | vermenselijkende betekenis van Gods woord duidelijker naar
1688 Slot, 0,102 | boven. Door de bemiddeling van een wijsbegeerte die ook
1689 Slot, 0,102 | wijsheid is, zal de mens van vandaag gaan beseffen dat
1690 Slot, 0,103 | de spiegel die de cultuur van een volk weerkaatst. Een
1691 Slot, 0,103 | tot die ‘evangelisering van de cultuur’ die Paulus VI
1692 Slot, 0,103 | cultuur’ die Paulus VI tot een van de hoofddoelen van de evangelisering
1693 Slot, 0,103 | tot een van de hoofddoelen van de evangelisering heeft
1694 Slot, 0,103 | moe word op de urgentie van een nieuwe evangelisatie
1695 Slot, 0,103 | filosofen op, de dimensies van het ware, goede en schone,
1696 Slot, 0,103 | vooral de streken en culturen van oude christelijke traditie.
1697 Slot, 0,103 | originele bijdrage op de weg van de nieuwe evangelisatie. ~
1698 Slot, 0,104 | De filosofische beweging van de huidige tijd vraagt de
1699 Slot, 0,104 | aandachtige en competente inzet van gelovige filosofen, die
1700 Slot, 0,104 | openingen en probleemstellingen van dit ogenblik in de geschiedenis
1701 Slot, 0,104 | christelijke filosofie in het licht van de rede en volgens haar
1702 Slot, 0,104 | toenemende begrip dat het woord van God haar schenkt, kan zij
1703 Slot, 0,104 | niet begrijpt. Dit terrein van begrip en dialoog is tegenwoordig
1704 Slot, 0,104 | men denke aan de problemen van milieu en vrede, of aan
1705 Slot, 0,104 | vrede, of aan het samenleven van rassen en culturen - een
1706 Slot, 0,104 | duidelijke, eerlijke samenwerken van de christenen met de gelovigen
1707 Slot, 0,104 | christenen met de gelovigen van andere religies en met allen,
1708 Slot, 0,104 | aan wie de vernieuwing van de mensheid ter harte gaat,
1709 Slot, 0,104 | hen die de hoge waarden van de humaniteit koesteren,
1710 Slot, 0,104 | noch hen die tegenstanders van de Kerk zijn en haar op
1711 Slot, 0,104 | wijsbegeerte waarin iets van de waarheid van Christus,
1712 Slot, 0,104 | waarin iets van de waarheid van Christus, het enige definitieve
1713 Slot, 0,104 | antwoord op de problemen van de mens, 127 aan het licht
1714 Slot, 0,104(126)| over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium et spes,
1715 Slot, 0,105 | de wijsgerige implicaties van het woord van God en zeker
1716 Slot, 0,105 | implicaties van het woord van God en zeker in hun werk
1717 Slot, 0,105 | speculatieve en praktische breedte van de wetenschap der theologie
1718 Slot, 0,105 | wijsgerige wijsheid is een van de meest originele schatten
1719 Slot, 0,105 | schatten bij de verdieping van de geopenbaarde waarheid.
1720 Slot, 0,105 | de metafysische dimensie van de waarheid ten volle te
1721 Slot, 0,105 | harmonie is met het woord van God. Laten de theologen
1722 Slot, 0,105 | zich de woorden herinneren van die grote meester van denken
1723 Slot, 0,105 | herinneren van die grote meester van denken en spiritualiteit,
1724 Slot, 0,105 | onderzoek zonder de prikkel van de verwondering, schranderheid
1725 Slot, 0,105 | werkzaamheid gescheiden van godsdienstigheid, leren
1726 Slot, 0,105 | wijsgerige voorbereiding van hen die het evangelie zullen
1727 Slot, 0,105 | verkondigen aan de mensen van vandaag en, meer nog, van
1728 Slot, 0,105 | van vandaag en, meer nog, van hen die zich zullen wijden
1729 Slot, 0,105 | uit te voeren in het licht van de voorschriften die het
1730 Slot, 0,105 | Concilie heeft vastgelegd129 en van latere wetgeving, die duidelijk
1731 Slot, 0,105 | echte, diepe communicatie van de geloofswaarheden. De
1732 Slot, 0,105 | een adequate voorbereiding van hen die belast zijn met
1733 Slot, 0,105 | systematische behandeling van de grote erfenis van de
1734 Slot, 0,105 | behandeling van de grote erfenis van de christelijke traditie
1735 Slot, 0,105 | onderscheiding in het licht van de actuele behoeften van
1736 Slot, 0,105 | van de actuele behoeften van Kerk en wereld. ~
1737 Slot, 0,106 | vraag hen, in het licht van een blijvend geldige wijsgerige
1738 Slot, 0,106 | moed te hebben de dimensies van echte wijsheid en ook metafysische
1739 Slot, 0,106 | ook metafysische waarheid van het wijsgerige denken te
1740 Slot, 0,106 | voortkomen uit het woord van God en dat zij de kracht
1741 Slot, 0,106 | argumentatie bij de beantwoording van deze vragen toe te passen.
1742 Slot, 0,106 | Kerk volgt het onderzoek van de filosofen met aandacht
1743 Slot, 0,106 | zij kunnen er dus zeker van zijn dat de Kerk de legitieme
1744 Slot, 0,106 | legitieme zelfstandigheid van hun wetenschap altijd zal
1745 Slot, 0,106 | werkzaam zijn op het gebied van de wijsbegeerte: zij moeten
1746 Slot, 0,106 | verschillende terreinen van de menselijke activiteit
1747 Slot, 0,106 | groeiende kennis verschaffen van het totale heelal en van
1748 Slot, 0,106 | van het totale heelal en van de ongelooflijk rijke diversiteit
1749 Slot, 0,106 | ongelooflijk rijke diversiteit van zijn levende en levenloze
1750 Slot, 0,106 | voor deze moedige pioniers van het wetenschappelijk onderzoek,
1751 Slot, 0,106 | steeds binnen die horizon van wijsheid te blijven, waarbinnen
1752 Slot, 0,106 | en onmisbare uitdrukking van de menselijke persoon. De
1753 Slot, 0,106 | wetenschapper is er zich zeer wel van bewust, dat “het zoeken
1754 Slot, 0,106 | begrensde werkelijkheid van de wereld of van de mens
1755 Slot, 0,106 | werkelijkheid van de wereld of van de mens betreft, nooit ten
1756 Slot, 0,106(131)| Toespraak tot de Universiteit van Krakow bij de 600ste verjaardag
1757 Slot, 0,106(131)| bij de 600ste verjaardag van de Jagiellonica Universiteit (
1758 Slot, 0,107 | die Christus in het geheim van zijn liefde gered heeft,
1759 Slot, 0,107 | hebben hem er door misleiding van overtuigd, dat hij zijn
1760 Slot, 0,107 | Dat zal nooit de grootheid van de mens kunnen uitmaken.
1761 Slot, 0,107 | waarheid door in de schaduw van de wijsheid zijn woning
1762 Slot, 0,107 | Pas binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen,
1763 Slot, 0,108 | geldt haar die het gebed van de Kerk aanroept als Zetel
1764 Slot, 0,108 | Kerk aanroept als Zetel van Wijsheid, en wier leven
1765 Slot, 0,108 | parabel is die mijn overweging van deze bladzijden kan verlichten.
1766 Slot, 0,108 | bespeuren tussen de roeping van de zalige Maagd Maria en
1767 Slot, 0,108 | Maagd Maria en de roeping van echte wijsbegeerte. Zoals
1768 Slot, 0,108 | vlees zou worden en een van ons, zo wordt ook de wijsbegeerte
1769 Slot, 0,108 | theologie, als het begrip van het geloof, vruchtbaar en
1770 Slot, 0,108 | zij instemde met het woord van Gabriël, niets van haar
1771 Slot, 0,108 | woord van Gabriël, niets van haar ware vrijheid en menselijkheid
1772 Slot, 0,108 | wijsgerige denken niets van zijn autonomie, wanneer
1773 Slot, 0,108 | luistert naar de oproepen van het evangelie. Dit was een
1774 Slot, 0,108 | die de heilige monniken van de christelijke oudheid
1775 Slot, 0,108 | noemden: “geestelijke tafel van het geloof” 132. In haar
1776 Slot, 0,108 | zagen zij een lichtend beeld van de ware wijsbegeerte en
1777 Slot, 0,108 | wijsbegeerte en ze waren overtuigd van de noodzaak om te philosophari
1778 Slot, 0,108 | veilig en uiteindelijke doel van alle ware kennis, vrij worden
1779 Slot, 0,108 | ware kennis, vrij worden van iedere hindernis door de
1780 Slot, 0,108 | hindernis door de voorspraak van degene die, door het leven
1781 Slot, 0,108 | 14 september, het feest van de Kruisverheffing, in het
1782 Slot, 0,108 | jaar 1998, het twintigste van mijn pontificaat. ~Johannes
1783 Slot, 0,108(132)| Pseudo-Epiphanius, Homilie ter ere van de heilige Maria, Moeder
1784 Slot, 0,108(132)| de heilige Maria, Moeder van God: PG 43, 493.
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1784 |