Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
hervinden 1
herwinnen 5
herwonnen 1
het 1527
heten 2
hetgeen 6
hetwelk 1
Frequency    [«  »]
-----
3157 de
1784 van
1527 het
1018 en
749 in
598 een
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

het

1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1527

     Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | 1. Zowel in het Oosten alsook in het Avondland 2 Inl, 0,1 | in het Oosten alsook in het Avondland kan men een weg 3 Inl, 0,1 | mate tot de ontmoeting en het gesprek met de waarheid 4 Inl, 0,1 | weg die zich - anders kon het immers niet - binnen de 5 Inl, 0,1 | binnen de horizon van het zelfbewustzijn van de menselijke 6 Inl, 0,1 | opdoken, die de gang van het menselijke bestaan karakteriseren: 7 Inl, 0,1 | ga ik heen? Waarom is er het kwade? Wat zal er na dit 8 Inl, 0,1 | van Plato en Aristoteles. Het zijn vragen die hun gemeenschappelijke 9 Inl, 0,1 | in de ziel beroert: van het antwoord op deze vragen 10 Inl, 0,1 | inderdaad de richting af die het bestaan zal stempelen. ~ 11 Inl, 0,2 | de laatste waarheid over het leven van de mens als geschenk 12 Inl, 0,2 | de Weg, de Waarheid en het Levenis (Joh 14,6). Onder 13 Inl, 0,2 | gemeenschap tot deelhebster aan het gemeenschappelijke streven 14 Inl, 0,2 | zekerheden; dit echter in het besef dat iedere verworven 15 Inl, 0,3 | de vraag naar de zin van het leven te stellen en het 16 Inl, 0,3 | het leven te stellen en het antwoord daarop te ontwerpen; 17 Inl, 0,3 | Griekse afleiding betekent het woord filosofieliefde 18 Inl, 0,3 | liefde voor de wijsheid”. Het ontstaan en de ontwikkeling 19 Inl, 0,3 | diverse vormen zien dat het streven naar de waarheid 20 Inl, 0,3 | natuur van de mens hoort. Het is een eigenschap die zijn 21 Inl, 0,3 | leeft, elkaar aanvullen. Het feit dat de wijsbegeerte 22 Inl, 0,3 | ontwikkeling van de culturen van het Avondland, mag ons niet 23 Inl, 0,3 | rijpheid te komen. Hoezeer dat het geval is bewijst de omstandigheid 24 Inl, 0,3 | inspireren bij de regeling van het maatschappelijk leven. ~ 25 Inl, 0,4 | nodig. Aangespoord door het streven de laatste waarheid 26 Inl, 0,4 | de laatste waarheid over het bestaan te ontdekken, probeert 27 Inl, 0,4 | persoon kunnen bestaan. ~Het aan de menselijke geest 28 Inl, 0,4 | stroming gelijk te stellen met het complete wijsgerige denken. 29 Inl, 0,4 | filosofisch systeem, ook als het zonder enige instrumentalisering 30 Inl, 0,4 | erkend, voorrang geven aan het wijsgerige denken waaruit 31 Inl, 0,4 | wijsgerige denken waaruit het voortkomt en dat het loyaal 32 Inl, 0,4 | waaruit het voortkomt en dat het loyaal moet dienen. ~Zo 33 Inl, 0,4 | loyaal moet dienen. ~Zo is het mogelijk om ondanks de veranderingen 34 Inl, 0,4 | die in de geschiedenis van het denken steeds aanwezig zijn. 35 Inl, 0,4 | vermogen om God, de waarheid en het goede te kennen; verder 36 Inl, 0,4 | is, deze beginselen, zij het in onduidelijke, niet doordachte 37 Inl, 0,4 | algemene beginselen van het zijn te vatten en te formuleren 38 Inl, 0,5 | doelen te bereiken, die het menselijk bestaan steeds 39 Inl, 0,5 | als onontbeerlijke hulp om het begrip van het geloof te 40 Inl, 0,5 | onontbeerlijke hulp om het begrip van het geloof te verdiepen en om 41 Inl, 0,5 | verdiepen en om de waarheid van het evangelie aan allen die 42 Inl, 0,5 | dat vooral in onze tijd het zoeken naar de laatste waarheid 43 Inl, 0,5 | de taal..., in zekere zin het totaal van de kennis werd 44 Inl, 0,5 | tot een voorbijzien aan het feit dat dezelfde rede, 45 Inl, 0,5 | beheerst moet worden. Zo kwam het dat de rede, in plaats van 46 Inl, 0,5 | blik omhoog te heffen om het avontuur aan te gaan, tot 47 Inl, 0,5 | gaan, tot de waarheid van het zijn te komen. De moderne 48 Inl, 0,5 | wijsbegeerte heeft de vraag naar het zijn verwaarloosd en haar 49 Inl, 0,5 | tenslotte ertoe leidden dat het wijsgerige zoeken terechtkwam 50 Inl, 0,5 | wijsgerige zoeken terechtkwam in het drijfzand van een algemeen 51 Inl, 0,5 | pluraliteit van stellingnames in het denken heeft plaatsgemaakt 52 Inl, 0,5 | verbreide symptomen van het huidige gebrek aan vertrouwen 53 Inl, 0,5 | beneden beweegt. Terwijl het wijsgerig denken er enerzijds 54 Inl, 0,5 | om op de weg te komen die het steeds dichter bij de menselijke 55 Inl, 0,5 | uitdrukkingsvormen brengt, werkt het er anderzijds aan om existentiële, 56 Inl, 0,5 | vraag naar de waarheid van het leven als persoon, van het 57 Inl, 0,5 | het leven als persoon, van het zijn en van God. Dientengevolge 58 Inl, 0,5 | wijdverbreid wantrouwen tegenover het geweldige menselijke vermogen 59 Inl, 0,5 | zin en de grondoorzaak van het menselijke, persoonlijke 60 Inl, 0,6 | Kerk nu de noodzaak van het nadenken over de waarheid 61 Inl, 0,6 | zowel tot de medebroeders in het bisschopsambt te wenden, 62 Inl, 0,6 | en filosofen, wier taak het onderzoek naar de verschillende 63 Inl, 0,6 | die de liefde voor haar in het hart draagt, de juiste weg 64 Inl, 0,6 | initiatief is voor mij vooral het door het Tweede Vaticaans 65 Inl, 0,6 | voor mij vooral het door het Tweede Vaticaans Concilie 66 Inl, 0,6 | wij niet afzien, zonder het ambt dat wij hebben ontvangen, 67 Inl, 0,6 | die in de huidige context het risico lopen vervalst of 68 Inl, 0,6 | ontkend te worden4. Met het voorliggende schrijven wil 69 Inl, 0,6 | daarbij de aandacht juist op het thema waarheid en op haar 70 Inl, 0,6 | grondslag in relatie tot het geloof concentreren. Want 71 Inl, 0,6 | afhangt, blootstelt aan het gevoel dat ze zonder echte 72 Inl, 0,6 | aan een fundament, waarop het bestaan van ieder afzonderlijk 73 Inl, 0,6 | vaststellen hoe versnipperd het aanbod is, dat het vergankelijke 74 Inl, 0,6 | versnipperd het aanbod is, dat het vergankelijke tot waarde 75 Inl, 0,6 | tot de ware betekenis van het bestaan wordt weggemoffeld. 76 Inl, 0,6 | wordt weggemoffeld. Zo komt het dat velen hun leven voortslepen 77 Inl, 0,6 | Dat hangt ook samen met het feit dat degenen wier roeping 78 Inl, 0,6 | dat degenen wier roeping het was om de vrucht van hun 79 Inl, 0,6 | boven de inspanning van het geduldige zoeken naar wat 80 Inl, 0,6 | heeft om vorm te geven aan het denken en aan de cultuur 81 Inl, 0,6 | door steeds te wijzen op het zoeken naar de waarheid, 82 Inl, 0,6 | de behoefte gevoeld, maar het ook als mijn plicht beschouwd, 83 Inl, 0,6 | mensheid op de drempel van het derde millennium van de 84 Inl, 0,6 | voor de verwezenlijking van het heilsplan, waarin haar geschiedenis 85 I, 1,7 | 7. Aan al het denken van de Kerk ligt 86 I, 1,7 | denken van de Kerk ligt het besef ten grondslag, dat 87 I, 1,7 | eigen denken voort, al was het nog zo verheven, maar uit 88 I, 1,7 | nog zo verheven, maar uit het gelovig luisteren naar Gods 89 I, 1,7 | vgl. 1Thess 2,13). Aan het begin van ons leven als 90 I, 1,7 | een unieke ontmoeting, die het openbaar worden van een 91 I, 1,7 | Zichzelf te openbaren en het geheim van zijn wil bekend 92 I, 1,7 | de mensen door Christus, het vleesgeworden Woord, in 93 I, 1,7 | natuur5. Daarbij gaat het om een volledig onverschuldigd 94 I, 1,8 | constitutie Dei Filius van het Eerste Vaticaans Concilie 95 I, 1,8 | inachtneming van de door het Concilie van Trente voorgelegde 96 I, 1,8 | Vaticanum II de tocht van het geloofsinzicht, intelligentia 97 I, 1,8 | eeuwen voortgezet, terwijl het nadacht over de Openbaring 98 I, 1,8 | nadacht over de Openbaring in het licht van de bijbelse leer 99 I, 1,8 | hadden de nadruk gelegd op het bovennatuurlijke karakter 100 I, 1,8 | wijdverbreide valse stellingen tegen het geloof naar voren werd gebracht, 101 I, 1,8 | natuurlijke vermogens van het verstand. Deze situatie 102 I, 1,8 | verstand. Deze situatie had het Concilie verplicht tot de 103 I, 1,8 | er buiten de kennis van het menselijke verstand dat 104 I, 1,8 | bestaat, die eigen is aan het geloof. Deze kennis is de 105 I, 1,8 | een waarheid die stoelt op het feit van de zich openbarende 106 I, 1,8(6) | Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei Filius, 107 I, 1,9 | 9. Het Eerste Vaticaans Concilie 108 I, 1,9 | we in de ene kennen door het natuurlijke verstand, in 109 I, 1,9 | verstand, in de andere door het goddelijk geloof; ten aanzien 110 I, 1,9 | geloof; ten aanzien van het object, omdat er naast die 111 I, 1,9 | er naast die dingen die het natuurlijke verstand kan 112 I, 1,9 | zouden kunnen worden.” 7 Het geloof, dat stoelt op Gods 113 I, 1,9 | en beweegt zich alleen in het licht van de rede. De wijsbegeerte 114 I, 1,9 | wetenschappen dwalen rond door het gebied van het natuurlijke 115 I, 1,9 | rond door het gebied van het natuurlijke verstand, terwijl 116 I, 1,9 | natuurlijke verstand, terwijl het geloof, door God verlicht 117 I, 1,10 | Jezus gericht en daarbij het heilskarakter van Gods openbaring 118 I, 1,10 | de werken verkondigen en het geheim dat daarin vervat 119 I, 1,10 | dat daarin vervat ligt in het licht stellen. Door deze 120 I, 1,11 | na die gebeurtenis zie ik het als mijn plicht, nadrukkelijk 121 I, 1,11 | voren te brengen, datin het christendom aan de tijd 122 I, 1,11 | Want in de tijd treedt het hele werk van de schepping 123 I, 1,11 | schepping en de verlossing aan het licht; bovenal wordt zichtbaar, 124 I, 1,11 | ze is eens voor altijd in het mysterie van Jezus van Nazareth 125 I, 1,11 | profeten, heeft Godnu op het einde der tijden tot ons 126 I, 1,11 | heeft zijn Zoon gezonden, het eeuwige Woord namelijk dat 127 I, 1,11 | mensen zou wonen en hun het meest innige van God zou 128 I, 1,11 | 18). Jezus Christus dus, het vlees geworden Woord, als ‘ 129 I, 1,11 | Joh 3, 34), en volbrengt het heilswerk dat de Vader Hem 130 I, 1,11 | geschiedenis wordt zo voor het volk van God een weg die 131 I, 1,11 | geopenbaarde waarheid dankzij het onophoudelijke werken van 132 I, 1,12 | ons in hetgeen voor ons het vertrouwdste is en gemakkelijk 133 I, 1,12 | gemakkelijk verifieerbaar, omdat het om onze dagelijkse omgeving 134 I, 1,12 | had kunnen voorstellen: het eeuwige treedt binnen in 135 I, 1,12 | treedt binnen in de tijd, het geheel verbergt zich in 136 I, 1,12 | iedere vrouw, die haar als het absoluut ware Woord wil 137 I, 1,12 | ware Woord wil aannemen, om het bestaan zin te geven. Nu 138 I, 1,12 | zijn verrijzenis heeft Hij het goddelijk leven geschonken, 139 I, 1,12 | over zijn leven en over het lot der geschiedenis aangeboden: “ 140 I, 1,12 | geschiedenis aangeboden: “Alleen in het mysterie van het mens geworden 141 I, 1,12 | Alleen in het mysterie van het mens geworden Woord licht 142 I, 1,12 | mens geworden Woord licht het mysterie van de mens op12, 143 I, 1,12 | Buiten dit zicht blijft het geheim van de menselijke 144 I, 1,12 | raadsel. Waar anders dan in het licht, dat afstraalt van 145 I, 1,12 | licht, dat afstraalt van het lijden, de dood en de opstanding 146 I, 1,12 | van Christus, zou de mens het antwoord kunnen zoeken op 147 I, 1,12 | kwesties als die van de pijn, het lijden van onschuldigen 148 I, 2 | Het verstand vóór het mysterie~ 149 I, 2 | Het verstand vóór het mysterie~ 150 I, 2,13 | openbaarde Jezus door zijn leven het aanschijn van de Vader, 151 I, 2,13 | is steeds getekend door het fragmentarische en beperkte 152 I, 2,13 | van ons begrijpen. Alleen het geloof staat het ons toe 153 I, 2,13 | Alleen het geloof staat het ons toe in de intimiteit 154 I, 2,13 | toe in de intimiteit van het mysterie binnen te gaan, 155 I, 2,13 | te gaan, op een wijze die het ons mogelijk maakt het samenhangend 156 I, 2,13 | die het ons mogelijk maakt het samenhangend te vatten. 157 I, 2,13 | samenhangend te vatten. Het concilie leert, dataan 158 I, 2,13 | God de gehoorzaamheid van het geloof betracht moet worden14. 159 I, 2,13 | fundamentele waarheid van het christendom. Daarin heet 160 I, 2,13 | christendom. Daarin heet het vooral dat het geloof een 161 I, 2,13 | Daarin heet het vooral dat het geloof een gehoorzaam antwoord 162 I, 2,13 | zich laat kennen, is in het gezag van zijn absolute 163 I, 2,13 | wat Hij openbaart. Door het geloof geeft de mens zijn 164 I, 2,13 | opeisbare waarheid voegt zich in het kader van de interpersoonlijke 165 I, 2,13 | interpersoonlijke communicatie. Ze zet het verstand ertoe aan, zich 166 I, 2,13 | Rede en wil zetten tot het uiterste hun geestelijke 167 I, 2,13 | geestelijke natuur in, om aan het subject de voltrekking van 168 I, 2,13 | zin beleefd wordt15. In het geloof is de vrijheid dus 169 I, 2,13 | aanwezig: ze is vereist. Ja, het geloof maakt het ieder mogelijk 170 I, 2,13 | vereist. Ja, het geloof maakt het ieder mogelijk zijn vrijheid 171 I, 2,13 | gezien kunnen worden? In het geloof voltrekt de mens 172 I, 2,13 | van zijn bestaan; hier is het dat de vrijheid de zekerheid 173 I, 2,13 | openbaring aanwezige tekens komen het verstand, dat het geheim 174 I, 2,13 | komen het verstand, dat het geheim tracht te verstaan, 175 I, 2,13 | de waarheid te zoeken en het de rede mogelijk te maken 176 I, 2,13 | mogelijk te maken ook binnen het mysterie zelfstandig op 177 I, 2,13 | Ze geven enerzijds aan het verstand groter gewicht, 178 I, 2,13 | groter gewicht, omdat zij het mogelijk maken dat het verstand 179 I, 2,13 | zij het mogelijk maken dat het verstand met de middelen 180 I, 2,13 | verstand met de middelen die het ten dienste staan, waarop 181 I, 2,13 | ten dienste staan, waarop het terecht trots is, het geheim 182 I, 2,13 | waarop het terecht trots is, het geheim van binnenuit doorgrondt; 183 I, 2,13 | anderzijds zijn de tekens voor het verstand een aansporing 184 I, 2,13 | in zekere zin gewezen op het sacramentele karakter van 185 I, 2,13 | van de openbaring en in het bijzonder op het teken van 186 I, 2,13 | openbaring en in het bijzonder op het teken van de eucharistie, 187 I, 2,13 | werkelijkheid en haar betekenis het mogelijk maakt, de diepte 188 I, 2,13 | mogelijk maakt, de diepte van het mysterie te bevatten. Christus 189 I, 2,13 | je begrijpt niet, maar het geloof bevestigt je voorbij 190 I, 2,13 | verschijnt is een teken: het verbergt in het mysterie 191 I, 2,13 | een teken: het verbergt in het mysterie verheven werkelijkheden”. 16 192 I, 2,13(15) | Het Eerste Vaticaans Concilie, 193 I, 2,13(15) | Vaticaans Concilie, waarnaar het citaat hierboven verwijst, 194 I, 2,13(15) | geloofsgehoorzaamheid de inzet van het verstand en de wil vraagt: “ 195 I, 2,13(15) | waarheid, zijn wij verplicht in het geloof aan de zich openbarende 196 I, 2,13(15) | volle gehoorzaamheid van het verstand en van de wil te 197 I, 2,13(15) | Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei Filius, 198 I, 2,13 | blijft de eucharistie onder het gewone brood.” 17 ~De geloofskennis 199 I, 2,13(16) | Sequentie op het Feest van het Allerheiligste 200 I, 2,13(16) | Sequentie op het Feest van het Allerheiligste Lichaam en 201 I, 2,13 | De geloofskennis heft het mysterie dus niet op: ze 202 I, 2,13 | mysterie dus niet op: ze maakt het alleen inzichtelijker en 203 I, 2,13 | inzichtelijker en openbaart het als een voor het leven van 204 I, 2,13 | openbaart het als een voor het leven van de mens wezenlijk 205 I, 2,13 | juist in de openbaring van het geheim van de Vader en van 206 I, 2,13 | namelijk deel te hebben aan het geheim van het drievuldige 207 I, 2,13 | hebben aan het geheim van het drievuldige leven van God. 19 ~ 208 I, 2,14 | Concilies legt ook voor het filosofische kennen een 209 I, 2,14 | als hij ertoe wil komen het geheim van zijn bestaan 210 I, 2,14 | kennis voortdurend naar het mysterie van God, dat het 211 I, 2,14 | het mysterie van God, dat het verstand niet volledig kan 212 I, 2,14 | haar bijzondere plaats die het haar mogelijk maakt te onderzoeken 213 I, 2,14 | door haar eindigheid voor het oneindige mysterie van God. ~ 214 I, 2,14 | en laatste waarheid, die het menselijk verstand ertoe 215 I, 2,14 | op dit probleem, scheen het soms alsof ik datgene, waarnaar 216 I, 2,14 | andere keer echter gleed het volledig weg uit mijn denken; 217 I, 2,14 | tot ik tenslotte de hoop, het ooit te kunnen vinden, verloor 218 I, 2,14 | kunnen vinden, verloor en het zoeken naar iets dat zich 219 I, 2,14 | Heer, U bent niet alleen het grootste dat men kan denken ( 220 I, 2,15 | Nazareth ontmoeten, maakt het iedereen mogelijk het ‘mysterie’ 221 I, 2,15 | maakt het iedereen mogelijk hetmysterievan het eigen 222 I, 2,15 | mogelijk het ‘mysterievan het eigen leven aan te nemen, 223 I, 2,15 | diepste de autonomie van het schepsel en zijn vrijheid, 224 I, 2,15 | zijn vrijheid, verplicht het echter in naam van de waarheid, 225 I, 2,15 | zich open te stellen voor het transcendente. Hier bereikt 226 I, 2,15 | en begrijpt men volledig het woord van de Heer: “Dan 227 I, 2,15 | mogelijkheid die God biedt om het oorspronkelijke plan van 228 I, 2,15 | verlangt naar kennis van het ware wordt, inzoverre hij 229 I, 2,15 | waarheid gaat. De woorden uit het boek Deuteronomium kan men 230 I, 2,15 | kunnen volbrengen?” Nee, het woord is dichtbij u, in 231 I, 2,15 | mond en in uw hart. U kunt het dus volbrengen.” (30, 11- 232 I, 2,15 | keer tot jezelf terug. In het binnenste van de mens woont 233 I, 2,15 | woont de waarheid]. 21 ~In het licht van deze beschouwingen 234 I, 2,15 | niet de rijpe vrucht of het hoogtepunt van een door 235 I, 2,15 | hoogtepunt van een door het verstand ontwikkeld denken. 236 I, 2,15 | iets onverschuldigds, wekt het denken op en verlangt om 237 I, 2,15 | met oprecht hart zoeken. Het laatste doel van het menselijke 238 I, 2,15 | zoeken. Het laatste doel van het menselijke bestaan als persoon 239 I, 2,15 | theologie. Beide tonen ons, zij het met verschillende middelen 240 I, 2,15 | 11), die tenslotte, zoals het geloof ons zegt, uitkomt 241 II, 1,16 | daarvan. Wat indruk maakt bij het zonder vooringenomenheid 242 II, 1,16 | van deze bladzijden, is het feit dat in deze teksten 243 II, 1,16 | deze teksten niet alleen het geloof van Israël vervat 244 II, 1,16 | weer ten leven geroepen. ~Het is geen toeval dat de heilige 245 II, 1,16 | intrek neemt op een plek waar het goed is. Hij plaatst zijn 246 II, 1,16 | mensen verenigt. Dankzij het denkvermogen is aan allen, 247 II, 1,16 | gegeven omte putten uit het diepe water” van de kennis. ( 248 II, 1,16 | kennis. (vgl. Spr 20,5). In het oude Israël was het kennen 249 II, 1,16 | In het oude Israël was het kennen van de wereld en 250 II, 1,16 | verschijnselen zeker niet het resultaat van abstractie, 251 II, 1,16 | wisselende wederwaardigheden van het volk zijn werkelijkheden, 252 II, 1,16 | die met de middelen van het verstand beschouwd, ontleed 253 II, 1,16 | worden, zonder dat echter het geloof bij dit proces ooit 254 II, 1,16 | proces ooit afzijdig blijft. Het grijpt niet in om de autonomie 255 II, 1,16 | niet in om de autonomie van het verstand teniet te doen 256 II, 1,16 | beperken, maar alleen om het voor de mens begrijpelijk 257 II, 1,16 | tegelijkertijd bekent tot het geloof in de in haar werkende 258 II, 1,16 | de in haar werkende God. Het geloof scherpt de inwendige 259 II, 1,16 | de inwendige blik doordat het de rede opent voor de ontdekking 260 II, 1,16 | gebeurtenissen. Een zin uit het Boek der Spreuken is in 261 II, 1,16 | samenhang veelbetekenend: “Het hart van de mens bedenkt 262 II, 1,16 | kunnen zeggen dat de mens met het licht van het verstand zijn 263 II, 1,16 | de mens met het licht van het verstand zijn weg kan kennen, 264 II, 1,16 | hart zijn zoeken kadert in het raam van het geloof. Verstand 265 II, 1,16 | zoeken kadert in het raam van het geloof. Verstand en geloof 266 II, 1,16 | niet scheiden zonder dat het voor de mens onmogelijk 267 II, 1,17 | Er is dus geen reden voor het bestaan van een soort concurrentiestrijd 268 II, 1,17 | tussen verstand en geloof.: het een bevat het ander, en 269 II, 1,17 | en geloof.: het een bevat het ander, en beide hebben hun 270 II, 1,17 | verwezenlijken. Opnieuw is het het Boek der Spreuken dat 271 II, 1,17 | verwezenlijken. Opnieuw is het het Boek der Spreuken dat ons 272 II, 1,17 | richting wijst met de uitroep: “Het is Gods eer, een zaak te 273 II, 1,17 | de eer van de koning is het, een zaak uit te zoeken” ( 274 II, 1,17 | bevindt zich de volheid van het mysterie, en dat maakt zijn 275 II, 1,17 | eer uit; aan de mens is het, met zijn verstand te zoeken 276 II, 1,17 | aantal! Wilde ik ze tellen, het zouden er meer zijn dan 277 II, 1,17 | zouden er meer zijn dan het zand. Zou ik aan het einde 278 II, 1,17 | dan het zand. Zou ik aan het einde komen, dan zou ik 279 II, 1,17 | U zijn” (Ps 139, 17-18). Het streven naar kennis is zo 280 II, 1,17 | dergelijke dynamische kracht, dat het hart van de mens ondanks 281 II, 1,17 | gene zijde bevindt, omdat het weet dat daar het bevredigende 282 II, 1,17 | omdat het weet dat daar het bevredigende antwoord op 283 II, 1,18 | met zijn reflecties voor het verstand de weg naar het 284 II, 1,18 | het verstand de weg naar het mysterie open te leggen. 285 II, 1,18 | In Gods openbaring kon het de diepten peilen van alles 286 II, 1,18 | diepten peilen van alles wat het met het verstand tevergeefs 287 II, 1,18 | peilen van alles wat het met het verstand tevergeefs trachtte 288 II, 1,18 | diepste vorm van kennis heeft het uitverkoren volk begrepen 289 II, 1,18 | uitverkoren volk begrepen dat het verstand enkele grondregels 290 II, 1,18 | verhelderen. De eerste is dat het kennen van de mens een weg 291 II, 1,18 | de tweede komt voort uit het besef dat men zich op deze 292 II, 1,18 | steunt op de “vreze Gods”: het verstand moet Gods soevereine 293 II, 1,18 | zijn zorgende liefde bij het besturen van de wereld erkennen. ~ 294 II, 1,18 | regels afwijkt loopt hij het gevaar van mislukking en 295 II, 1,18 | dwaasheid een bedreiging van het leven in. Want de dwaas 296 II, 1,19 | 19. Hoofdstuk 13 van het Boek der Wijsheid bevat 297 II, 1,19 | opbouw van de wereld en het werken der elementen, (...) 298 II, 1,19 | voren. Terwijl de schrijver het Griekse wijsgerige denken 299 II, 1,19 | erkend, die bestaat uit het wonderbaarlijke “boek van 300 II, 1,19 | ligt dat niet zozeer aan het ontbreken van een passend 301 II, 1,20 | 20. In dit licht wordt het verstand gewaardeerd, maar 302 II, 1,20 | overgewaardeerd. Want alles wat het bereikt, kan wel waar zijn, 303 II, 1,20 | inhoud wordt geplaatst in het wijdere perspectief van 304 II, 1,20 | wijdere perspectief van het geloof: “De Heer leidt de 305 II, 1,20 | begrijpen?” (Spr 20,24). Volgens het Oude Testament bevrijdt 306 II, 1,20 | Oude Testament bevrijdt het geloof dus de rede omdat 307 II, 1,20 | geloof dus de rede omdat het haar mogelijk maakt haar 308 II, 1,20 | consequent te bereiken en het in die hoogste orde een 309 II, 1,20 | woord: de mens komt door het verstand tot de waarheid, 310 II, 1,20 | omdat hij tegelijk met het geloof de diepe zin van 311 II, 1,20 | diepe zin van alles, en in het bijzonder de zin van zijn 312 II, 1,20 | schrijver de vrees voor God met het begin van de ware kennis: “ 313 II, 1,20 | De vrees voor de Heer is het begin van de kennis” (Spr 314 II, 2,21 | 21. Kennis berust volgens het Oude Testament niet alleen 315 II, 2,21 | voortdurende relatie met het geloof en met de inhoud 316 II, 2,21 | de uitdagingen, waarvoor het uitverkoren volk zich geplaatst 317 II, 2,21 | geplaatst zag en waarop het heeft geantwoord. Bij het 318 II, 2,21 | het heeft geantwoord. Bij het nadenken over deze situatie 319 II, 2,21 | relatie met zichzelf, met het volk, met de wereld, met 320 II, 2,21 | met God. Deze opening voor het mysterie, die tot hem kwam 321 II, 2,21 | verstand liet binnengaan in het rijk van het oneindige, 322 II, 2,21 | binnengaan in het rijk van het oneindige, waardoor hij 323 II, 2,21 | kreeg. De inspanning van het onderzoek was voor de schrijver 324 II, 2,21 | confrontatie met de grenzen van het verstand kost. Dat blijkt 325 II, 2,21 | bijvoorbeeld uit de woorden waarmee het Boek der Spreuken de toestand 326 II, 2,21 | steeds en overal gericht op het schone, goede en ware. ~ 327 II, 2,22 | heilige Paulus helpt ons in het eerste hoofdstuk van zijn 328 II, 2,22 | redenering in de taal van het volk en brengt daarmee een 329 II, 2,22 | de schepselen geeft Hij het verstand de intuïtie van 330 II, 2,22 | godheid’ (vgl. Rom 1,20). Het menselijk verstand krijgt 331 II, 2,22 | menselijk verstand krijgt dus het vermogen toegekend dat welhaast 332 II, 2,22 | stijgen: niet alleen dat het vanaf het moment waarop 333 II, 2,22 | niet alleen dat het vanaf het moment waarop het er kritisch 334 II, 2,22 | vanaf het moment waarop het er kritisch over kan denken, 335 II, 2,22 | zintuiglijke kennis; ook door het redeneren over de zintuiglijke 336 II, 2,22 | zintuiglijke waarnemingen kan het doordringen tot de oorzaak, 337 II, 2,22 | tot de oorzaak, die aan het begin van elke zintuiglijk 338 II, 2,22 | in de belangrijke tekst het metafysische vermogen van 339 II, 2,22 | is ervan overtuigd dat in het oorspronkelijke scheppingsplan 340 II, 2,22 | oorspronkelijke scheppingsplan het vermogen van de mens voorzien 341 II, 2,22 | Schepper-God verloren gegaan. Het boek Genesis beschrijft 342 II, 2,22 | toestand van de mens, wanneer het vertelt dat God hem in de 343 II, 2,22 | kwaadstond (Gen 2,17). Het symbool is duidelijk: de 344 II, 2,22 | en vrouw mee en brachten het verstand wonden toe, die 345 II, 2,22 | waarheid zouden belemmeren. Het menselijke vermogen om de 346 II, 2,22 | de waarheid is. Weer is het de apostel die uiteenzet, 347 II, 2,22 | in staat helder te zien: het verstand werd steeds meer 348 II, 2,22 | de heilsgebeurtenis, die het verstand uit zijn zwakheid 349 II, 2,22 | bevrijdde van de boeien waarin het zichzelf had gevangen. ~ 350 II, 2,23 | diepgaande onderscheiding. In het Nieuwe Testament, vooral 351 II, 2,23 | komt één feit duidelijk aan het licht: de tegenstelling 352 II, 2,23 | adequaat weer te geven. ~Het begin van de eerste brief 353 II, 2,23 | waarop iedere poging van het verstand stukloopt om met 354 II, 2,23 | te geven voor de zin van het bestaan. Het ware knooppunt 355 II, 2,23 | de zin van het bestaan. Het ware knooppunt dat de wijsbegeerte 356 II, 2,23 | dood van Jezus Christus aan het kruis. Want hier is iedere 357 II, 2,23 | Want hier is iedere poging, het heilsplan van de Vader te 358 II, 2,23 | is een bewuste stap naar het aanvaarden van iets volledig 359 II, 2,23 | nieuws nodig: “God heeft het dwaze in de wereld uitgekozen 360 II, 2,23 | schande te maken (...) En het nederige in de wereld en 361 II, 2,23 | nederige in de wereld en het verachte heeft God uitgekozen: 362 II, 2,23 | dat voor de onthulling van het geheim van zijn heilsplan 363 II, 2,23 | heilsplan uitgekozen, wat het verstand beschouwt als ‘ 364 II, 2,23 | zijn tijd bereikt Paulus het hoogtepunt van zijn leer 365 II, 2,23 | aanwendden, te gebruiken, om het wezen van de onverschuldigde 366 II, 2,23 | te drukken, die zich in het kruis van Jezus Christus 367 II, 2,23 | geopenbaard. De rede kan het geheim van de liefde dat 368 II, 2,23 | geheim van de liefde dat het kruis omvat, niet elimineren; 369 II, 2,23 | elimineren; in plaats daarvan kan het kruis de rede het laatste 370 II, 2,23 | daarvan kan het kruis de rede het laatste antwoord geven, 371 II, 2,23 | wijsheid van de woorden, maar het woord van de wijsheid biedt 372 II, 2,23 | waarheid en daarmee van het heil. ~De wijsheid van het 373 II, 2,23 | het heil. ~De wijsheid van het kruis overwint zo elke culturele 374 II, 2,23 | stellen, en verplicht tot het zich openstellen voor de 375 II, 2,23 | en wat een voordeel haalt het eruit, wanneer het zich 376 II, 2,23 | haalt het eruit, wanneer het zich eraan overgeeft. De 377 II, 2,23 | kan zich met de hulp van het geloof openstellen om de ‘ 378 II, 2,23 | openstellen om dedwaasheidvan het kruis te aanvaarden als 379 III, 1,24 | zijn aandacht, en hij nam het tegelijk als aanleiding 380 III, 1,24 | met de verkondiging van het Kerygma. En zo sprak hij: “ 381 III, 1,24 | ik ook een altaar aan met het opschrift: Aan de onbekende 382 III, 1,24 | god. Welnu, wat u zonder het te kennen vereert, dat kom 383 III, 1,24 | één mens heeft Hij heel het mensenvolk gemaakt om overal 384 III, 1,24 | schat heeft gekoesterd: het streven en het zoeken naar 385 III, 1,24 | gekoesterd: het streven en het zoeken naar God is diep 386 III, 1,24 | zoeken naar God is diep in het mensenhart gezaaid. Daaraan 387 III, 1,24 | Goede-Vrijdagsliturgie, wanneer ze ons in het gebed voor alle niet-gelovenden 388 III, 1,24 | diep verlangen naar U in het hart gestort, dat ze pas 389 III, 1,24 | hij wil; hij begint met het vermogen, zich boven het 390 III, 1,24 | het vermogen, zich boven het toevallige te verheffen, 391 III, 1,24 | toevallige te verheffen, om naar het oneindige te koersen. De 392 III, 1,25 | verlangen is de waarheid. Zelfs het leven van alledag laat zien 393 III, 1,25 | te ontdekken hoe, boven het alleen maar gehoorde woord 394 III, 1,25 | waarheid zijn. De mens is het enige wezen in de hele zichtbare 395 III, 1,25 | veel onderzoeken, vooral op het gebied van de natuurwetenschappen, 396 III, 1,25 | Niet minder belangrijk dan het onderzoek op theoretisch 397 III, 1,25 | op theoretisch gebied is het praktische. Want door zijn 398 III, 1,25 | volmaaktheid. Ook in dit geval gaat het om de waarheid. Deze overtuiging 399 III, 1,25 | niet... Als er voor de mens het recht bestaat op zijn weg 400 III, 1,25 | waarheid vast te houden.” 25 ~Het is dus nodig dat de aanvaarde 401 III, 1,25 | nodig dat de aanvaarde en in het eigen leven gevolgde waarden 402 III, 1,26 | vorm van een vraag: heeft het leven een zin? Waarheen 403 III, 1,26 | een zin? Waarheen leidt het? Op het eerste gezicht zou 404 III, 1,26 | Waarheen leidt het? Op het eerste gezicht zou het bestaan 405 III, 1,26 | Op het eerste gezicht zou het bestaan van de mens als 406 III, 1,26 | hoeft er geen wijsgeren van het ongerijmde bij te halen, 407 III, 1,26 | de provocerende vragen in het boek Job, om aan de zin 408 III, 1,26 | boek Job, om aan de zin van het leven te twijfelen. De dagelijkse 409 III, 1,26 | eigen en andermans leed, het zien van zoveel feiten die 410 III, 1,26 | van zoveel feiten die in het licht van de waarheid onverklaarbaar 411 III, 1,26 | van ons bestaan, buiten het feit dát we bestaan, de 412 III, 1,26 | dit verontrustende feit is het zoeken naar een volledig 413 III, 1,26 | Hij wil weten, of de dood het definitieve einde van zijn 414 III, 1,26 | Niet zonder reden heeft het wijsgerige denken zijn beslissende 415 III, 1,26 | dood van Socrates, en is het meer dan tweeduizend jaar 416 III, 1,26 | lang daardoor getekend. Het is dus absoluut geen toeval 417 III, 1,26 | absoluut geen toeval dat in het licht van het feit van de 418 III, 1,26 | toeval dat in het licht van het feit van de dood de filosofen 419 III, 1,26 | de vraag naar de zin van het leven en de onsterfelijkheid, 420 III, 1,27 | deze vragen ontlopen. Van het antwoord daarop hangt een 421 III, 1,27 | van de zoektocht af: of het mogelijk is, te komen tot 422 III, 1,27 | moment waarop ze, of ze het toegeven of niet, de behoefte 423 III, 1,27 | denksystemen en -scholen in het leven te roepen. Maar boven 424 III, 1,27 | probeert te geven: daarbij gaat het om persoonlijke overtuigingen 425 III, 1,27 | men zich toevertrouwt aan het gezag van een leraar. Uit 426 III, 2,28 | 28. Het zoeken naar de waarheid 427 III, 2,28 | aangeboren beperktheid van het verstand en de onbestendigheid 428 III, 2,28 | en de onbestendigheid van het hart vertroebelen vaak de 429 III, 2,28 | de waarheid onderdrukken. Het komt voor dat de mens, zodra 430 III, 2,29 | 29. Het is ondenkbaar dat een zoeken 431 III, 2,29 | vergeefs zou kunnen zijn. Het vermogen om naar de waarheid 432 III, 2,29 | onbereikbaar hield. ~Alleen het uitzicht, tot een antwoord 433 III, 2,29 | precies dat normaliter in het wetenschappelijk onderzoek. 434 III, 2,29 | volgend, zich wijdt aan het zoeken naar de logische 435 III, 2,29 | vertrouwt hij er vanaf het begin op, een antwoord te 436 III, 2,29 | nutteloos alleen omdat hij het doel niet bereikt heeft; 437 III, 2,29 | zeggen dat hij nog niet het adequate antwoord heeft 438 III, 2,29 | moet ook gezegd worden van het zoeken naar de waarheid 439 III, 2,29 | zoeken naar de waarheid op het gebied van de laatste vragen. 440 III, 2,29 | gebied van de laatste vragen. Het verlangen naar de waarheid 441 III, 2,29 | is zo diep geworteld in het mensenhart, dat daarvan 442 III, 2,29 | dat daarvan afstand nemen het bestaan zou bedreigen. Het 443 III, 2,29 | het bestaan zou bedreigen. Het is tenslotte voldoende het 444 III, 2,29 | Het is tenslotte voldoende het dagelijks leven te bezien 445 III, 2,29 | tegelijk in zijn hart minstens het ontwerp van de bijbehorende 446 III, 2,29 | bijbehorende antwoorden koestert. Het zijn antwoorden van welker 447 III, 2,29 | wordt, dezelfde waarde. Door het totaal aan behaalde resultaten 448 III, 2,29 | resultaten wordt echter het vermogen van de mens, fundamenteel 449 III, 2,30 | 30. Het is misschien nuttig om deze 450 III, 2,30 | vormen van de waarheid in het vervolg kort te vermelden. 451 III, 2,30 | vervolg kort te vermelden. Het talrijkste zijn die vormen 452 III, 2,30 | bevestigd worden. Daarbij gaat het om de waarheidsorde van 453 III, 2,30 | om de waarheidsorde van het dagelijks leven en van het 454 III, 2,30 | het dagelijks leven en van het wetenschappelijk onderzoek. 455 III, 2,31 | de bijzondere inzet van het kritische denken in twijfel 456 III, 2,31 | worden. Desondanks zijn in het leven van de mens de simpelweg 457 III, 2,31 | wetenschappelijke resultaten, waar het moderne leven op steunt, 458 III, 2,31 | ook degene die leeft van het geloof. ~ 459 III, 2,32 | 32. In het geloof vertrouwt ieder zich 460 III, 2,32 | die zich langzaamaan door het persoonlijk gewonnen inzicht 461 III, 2,32 | vervolmaken; anderzijds blijkt het geloof vaak menselijk rijker 462 III, 2,32 | dan pure evidentie, omdat het een relatie tussen personen 463 III, 2,32 | persoonlijke kenvermogens, maar ook het diepergaande vermogen in 464 III, 2,32 | diepergaande vermogen in het spel brengt, zich aan andere 465 III, 2,32 | namelijk niet alleen in het zich eigen maken van de 466 III, 2,32 | tegelijkertijd is de kennis door het geloof, die steunt op het 467 III, 2,32 | het geloof, die steunt op het tussenmenselijke vertrouwen, 468 III, 2,32 | gedachten gaan onmiddellijk naar het getuigenis van de martelaren. 469 III, 2,32 | getuige van de waarheid over het bestaan. Hij weet, dat hij 470 III, 2,32 | zekerheid kunnen beroven. Noch het lijden noch de gewelddadige 471 III, 2,32 | ons tot de dag van vandaag het getuigenis van de martelaren, 472 III, 2,32 | getuigenis van de martelaren, het wekt instemming op, vindt 473 III, 2,33 | elk van zijn beslissingen het ware goede. Zijn zoektocht 474 III, 2,33 | staat moet zijn, de zin van het leven te verklaren; het 475 III, 2,33 | het leven te verklaren; het gaat dus om een zoeken dat 476 III, 2,33 | een zoeken dat alleen in het absolute antwoord kan vinden. 28 477 III, 2,33 | Dankzij de vermogens die in het denken vervat liggen is 478 III, 2,33 | waarheid kunnen garanderen. Het vermogen en de beslissing 479 III, 2,33 | mag niet vergeten dat ook het verstand bij zijn zoeken 480 III, 2,33 | wantrouwen, dat soms om het speculatieve onderzoek hangt, 481 III, 2,33 | vriendschap als een van de voor het juiste filosoferen passendste 482 III, 2,33 | kaders voorstelden. ~Uit het tot nog toe gestelde komt 483 III, 2,33 | zich kan toevertrouwen. Het christelijk geloof komt 484 III, 2,33 | mogelijkheid te bieden, het doel van dit zoeken verwerkelijkt 485 III, 2,33 | te zien. Door bij de mens het stadium van het gewone geloven 486 III, 2,33 | de mens het stadium van het gewone geloven te overwinnen, 487 III, 2,33 | geloven te overwinnen, leidt het hem binnen in de genade-orde, 488 III, 2,33 | genade-orde, die hem laat delen in het geheim van Christus, waarin 489 III, 2,33 | die de waarheid is, erkent het geloof aldus de laatste 490 III, 2,33(28) | vragen draagt iedere mens in het diepst van zijn hart, zoals 491 III, 2,33(28) | diepst van zijn hart, zoals het dichterlijke genie van alle 492 III, 2,33(28) | urgentie, een oorzaak van het bestaan te vinden, voor 493 III, 2,33(28) | perioden evenzogoed als voor het leven van alledag. In deze 494 III, 2,33(28) | diepe rationaliteit van het menselijk bestaan bevestigd, 495 III, 2,33(28) | bestaan bevestigd, want het verstand en de wil van de 496 III, 2,33(28) | zoeken die in staat is aan het leven een volle betekenis 497 III, 2,33(28) | natuur: dientengevolge is het antwoord erop de maatstaf 498 III, 2,33(28) | zijn bestaan beheerst. In het bijzonder wanneer men bij 499 III, 2,33(28) | bijzonder wanneer men bij het zoeken naar het laatste, 500 III, 2,33(28) | men bij het zoeken naar het laatste, alomvattende antwoord


1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1527

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License