Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,6 | die op zoek zijn: ik wil hen laten delen in enige overwegingen
2 I, 1,10 | Joh 15, 14-15) en gaat met hen om (vgl. Bar 3, 38), om
3 I, 1,10 | om (vgl. Bar 3, 38), om hen uit te nodigen tot de gemeenschap
4 I, 1,10 | de gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen. Deze
5 I, 2,15 | die is voorbehouden aan hen die in Hem geloven of Hem
6 II, 2,23 | als de echte kritiek op hen die zichzelf wijsmaken dat
7 III, 2,32 | en innige verbinding met hen aangaat. ~Onderstreept zij,
8 III, 2,32 | vertrouwt: men ontdekt in hen heel duidelijk een liefde,
9 IV, 1,36 | oorsprong van de goden en, in hen, van het heelal te begrijpen,
10 IV, 1,37 | bijvoorbeeld de gnosis, bij hen opriepen. Als praktische
11 IV, 1,38 | storing dan een kans toe. Voor hen was de eerste, dringende
12 IV, 1,38 | Wijsgeren noemen wij dan hen, die verlangen koesteren
13 IV, 1,39 | Celsus gedane aanvallen en hen te pareren, neemt Origenes
14 IV, 1,41 | overeenstemmingen vertroebelde in hen niet de erkenning van de
15 IV, 3,46 | staat. Meer nog: enkelen van hen, die de mogelijkheden van
16 IV, 3,48 | het wijsgerig denken van hen die bijgedragen hebben aan
17 IV, 3,48 | diepe eenheid herstellen die hen in staat stelt om in harmonie
18 V, 1,51 | onderscheiden van wat bij hen verkeerd of gevaarlijk is.
19 V, 1,56 | absolute uitspraken, vooral bij hen die denken dat de waarheid
20 V, 2,60 | garanderen, vooral voor hen die zich voorbereiden op
21 V, 2,60 | vorming onderstreept voor hen die zich eens, in hun pastorale
22 VI, 1,68 | de Heilige Geest brengt hen die geloven tot een vrijheid
23 VI, 1,71 | spreken. Hoe kan ieder van ons hen dan in zijn moedertaal horen:
24 VI, 1,71 | Kretenzers en Arabieren, we horen hen in onze talen Gods grote
25 VII, 1,86 | benadering bedoeld wordt van hen die bij hun onderzoek, onderwijs
26 VII, 1,87 | een andere. Zo wordt voor hen de geschiedenis van het
27 VII, 1,90 | een illusie te trachten hen vrij te maken. Waarheid
28 VII, 1,91 | aandacht. ~Volgens sommigen van hen is de tijd van zekerheden
29 VII, 2,92 | levende verwachting van hen die waarlijk de christelijke,
30 Slot, 0,104| voor begrip en dialoog met hen die ons geloof niet delen.
31 Slot, 0,104| onzerzijds niemand uit, noch hen die de hoge waarden van
32 Slot, 0,104| nog niet erkennen, noch hen die tegenstanders van de
33 Slot, 0,105| beschouwing nemen. Ik wens hen te danken voor hun dienst
34 Slot, 0,105| waarheid. Daarom spoor ik hen aan de metafysische dimensie
35 Slot, 0,105| Mijn gedachten zijn ook bij hen die verantwoordelijk zijn
36 Slot, 0,105| wijsgerige voorbereiding van hen die het evangelie zullen
37 Slot, 0,105| vandaag en, meer nog, van hen die zich zullen wijden aan
38 Slot, 0,105| adequate voorbereiding van hen die belast zijn met het
39 Slot, 0,106| in de filosofie; ik vraag hen, in het licht van een blijvend
40 Slot, 0,106| denken te herwinnen. Ik vraag hen open te staan voor de indringende
41 Slot, 0,106| tegelijkertijd ertoe verplicht, hen op te roepen met hun inspanningen
|