Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | indringender de vraag naar de betekenis van de dingen en van zijn
2 Inl, 0,3 | verstand is aangeboren, naar de betekenis van de dingen te vragen,
3 Inl, 0,6 | om te komen tot de ware betekenis van het bestaan wordt weggemoffeld.
4 I, 1,11 | de tijd een fundamentele betekenis” toekomt. 9 Want in de tijd
5 I, 2,13 | stellen en haar diepere betekenis aan te nemen. Daarom is
6 I, 2,13 | van tekens, om de diepere betekenis die zij dragen, te begrijpen.
7 I, 2,13 | de werkelijkheid en haar betekenis het mogelijk maakt, de diepte
8 II, 1,20 | maar krijgt pas zijn volle betekenis als zijn inhoud wordt geplaatst
9 II, 1,20 | te geven waar alles zijn betekenis krijgt. In één woord: de
10 III, 2,33(28) | aan het leven een volle betekenis te geven. Deze vragen vormen
11 III, 2,35 | begrepen. Eerst in deze dubbele betekenis is het namelijk mogelijk
12 IV, 1,39 | openbaring een heel nieuwe betekenis, omdat theologie van nu
13 V, 1,54 | grondslag lagen. 66 Ook de betekenis die toekwam aan de katholieke
14 V, 1,55 | het fideïsme voor, dat de betekenis van de verstandelijke kennis
15 V, 1,55 | terwijl die toch de volle betekenis van de teksten laat vinden,
16 V, 1,56 | moeilijk volledige en ultieme betekenis van het leven kan erkennen,
17 V, 1,56 | Jezus Christus deze laatste betekenis vindt, de christelijke en
18 V, 2,57 | pedagogisch oogpunt niets aan betekenis ingeboet; dat geldt op de
19 V, 2,60 | uitgelegd. 81 Diepe wijsgerige betekenis bezit zeker ook de formulering,
20 VI, 1,66 | staat zijn, de universele betekenis van het mysterie van de
21 VI, 1,67 | deze waarheden hun volste betekenis doordat zij ze stuurt naar
22 VI, 2,76 | men de ontdekking van de betekenis voor de wijsbegeerte van
23 VII, 1,80 | het menselijk leven een betekenis hebben en uitzien naar hun
24 VII, 1,81 | uiteindelijke bestemming en betekenis. ~Deze wijsheidsdimensie
25 VII, 1,81 | uiteindelijke en omvattende betekenis ontkent zou niet alleen
26 VII, 1,84 | 84. De betekenis van de metafysica wordt
27 VII, 1,84 | spreken blootleggen en de betekenis die de taal heeft. Maar
28 VII, 1,87 | deel achterhaald en zonder betekenis voor het heden. Men mag
29 VII, 1,89 | existentiële analyses van de betekenis van lijden en offer uitsluit. ~
30 VII, 2,94 | vormt de verhouding tussen betekenis en waarheid. Zoals iedere
31 VII, 2,94 | interpreteert allereerst een betekenis over die opgepakt en uitgelegd
32 VII, 2,94 | worden. Nu presenteert die betekenis zich als de waarheid over
33 VII, 2,94 | gebeuren ligt: ze ligt in hun betekenis in en voor de heilsgeschiedenis.
34 VII, 2,94 | lezing die hun oorspronkelijk betekenis intact laat. Er bestaat
35 VII, 2,94 | betrekking tussen feit en betekenis, een betrekking die de specifieke
36 VII, 2,96 | rekening moet houden met de betekenis die woorden aannemen in
37 VII, 2,96 | concepten niet uit dat hun betekenis vaak onvolmaakt is. Daarom
38 VII, 2,96(113)| Wat de betekenis van de dogmatische formules
39 Slot, 0,102 | steeds weer terugkomt op de betekenis en de ware dimensies van
40 Slot, 0,102 | menselijke en vermenselijkende betekenis van Gods woord duidelijker
|