Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | Veda’s en ook in de Avesta; we vinden ze in de geschriften
2 Inl, 0,4 | mensheid kan zien; net alsof we ons voor een impliciete
3 Inl, 0,6 | de geloofswaarheid kunnen we aan de mens van onze tijd
4 I, 1,9 | aanzien van de bron, omdat we in de ene kennen door het
5 I, 1,12 | aldus tot de plaats waar we Gods handelen voor de mensheid
6 II, 1,18 | 18. We kunnen dus zeggen, dat Israël
7 II, 2,22 | wijsgerige vaktaal zouden we kunnen zeggen, dat in de
8 III, 1,26| bestaan, buiten het feit dát we bestaan, de onvermijdelijkheid
9 III, 2,30| te beantwoorden, moeten we nog een verder gegeven van
10 III, 2,32| maakt, wat ook wij, als we de kracht daartoe zouden
11 III, 2,33| 33. Zo zien we dat de delen van dit probleem
12 III, 2,35| algemene beschouwingen moeten we nu een rechtstreeks onderzoek
13 III, 2,35| kennen precies te bepalen. We bezien dus allereerst de
14 IV, 1,37 | schijnen uiterst actueel, als we ze betrekken op de verschillende
15 IV, 1,38 | onverschilligheid moeten we elders zoeken. In werkelijkheid
16 V, 1,50 | bisschoppen hebben, wanneer we deze onderscheiding toepassen,
17 V, 1,55 | 55. Wanneer we de huidige situatie in ogenschouw
18 V, 1,55 | in ogenschouw nemen, zien we dat de problemen van toen
19 VI, 1,69 | geciteerde opvattingen, die we onder andere reeds in de
20 VI, 1,70 | zelf-openbaring in de natuur, zoals we eerder bij de bespreking
21 VI, 1,71 | Kretenzers en Arabieren, we horen hen in onze talen
22 VI, 1,74 | en St. Thomas van Aquino. We zien dezelfde vruchtbare
23 VI, 2,75 | aangeraakt door het Evangelie. We zien hier het legitieme
24 VI, 2,77 | van de autonomie waarnaar we verwezen hebben, maar hij
25 VII, 1,81| 81. We moeten vaststellen dat een
26 VII, 1,81| zo talrijk geworden, dat we werkelijk beleven hoe het
27 VII, 1,81| gegevens en feiten waarin we leven en die het eigenlijke
28 VII, 1,83| in het zijn zelf, in God. We treffen een grote uitdaging
29 VII, 1,83| noodzakelijke als dringend stap. We kunnen onmogelijk halt houden
30 VII, 1,84| nog duidelijker wanneer we stilstaan bij de huidige
31 VII, 1,84| essentie ervan kan ontdekken. We kunnen toch niet anders
32 VII, 1,85| geworteld te zijn, zullen we vandaag in staat zijn om
33 VII, 1,88| diskrediet gebracht, maar nu zien we haar herleven in de nieuwe
34 VII, 1,91| verschillende terreinen. We hoeven alleen maar de logica
35 VII, 2,92| ongedeelde waarheid, terwijl we die paden volgen die alleen
36 VII, 2,96| speculatie zeer dienstig zijn. We mogen dan ook hopen dat
|