Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2 | 2. De Kerk is geen vreemdeling
2 Inl, 0,6 | openlijk de waarheid” (2 Kor 4,2) te verkondigen,
3 Inl, 0,6 | openlijk de waarheid” (2 Kor 4,2) te verkondigen, als tot
4 I, 1,7 | in God zelf heeft (vgl. 2 Kor 4, 1-2). De kennis die
5 I, 1,7 | zelf heeft (vgl. 2 Kor 4, 1-2). De kennis die zij de mens
6 I, 1,7 | Gods woord (vgl. 1Thess 2,13). Aan het begin van ons
7 I, 1,7 | onthuld geheim (vgl.1Kor 2,7; Rom 16,25-26) markeert: “
8 I, 1,7(5) | Openbaring Dei Verbum, nr. 2. ~
9 I, 1,10(8) | Openbaring Dei Verbum, nr.2. ~
10 I, 1,11 | vooruitlopen. (vgl. Hebr 1, 2). ~De waarheid, die God
11 I, 1,11 | door de Zoon’ (Hebr 1, 1-2). Want Hij heeft zijn Zoon
12 I, 2,13(19) | Openbaring Dei Verbum, nr.2. ~
13 II, 2,22 | goed en kwaad” stond (Gen 2,17). Het symbool is duidelijk:
14 III, 2,30(27) | Religies Nostra Aetate, nr. 2. ~
15 III, 2,33(28) | 19 oktober 1983), nrs. 1-2: Insegnamenti VI, 2 (1983),
16 III, 2,33(28) | nrs. 1-2: Insegnamenti VI, 2 (1983), 814-815. ~
17 III, 2,34(29) | 1979): Insegnamenti, II, 2 (1979), 1111-1112. ~
18 IV, 1,36 | mens (vgl. Rom 1,19-21; 2,14-15; Hand 14,14-16). Omdat
19 IV, 1,37 | wereld, niet op Christus” (2,8). De woorden van de apostel
20 IV, 1,38(36) | Ibid., VI, 7, 55, 1-2: PG 9, 277. ~
21 IV, 2,43(45) | Summa Theologiae, I, 1, 8 ad 2: “cum enim gratia non tollat
22 IV, 2,43(46) | 1990): Insegnamenti, XIII, 2 (1990), 770-771. ~
23 IV, 2,44(49) | Ibid., II, II , 45, 1 ad 2; vgl. ook II, II, 45, 2. ~
24 IV, 2,44(49) | 2; vgl. ook II, II, 45, 2. ~
25 V, 1,51 | verborgen zijn (vgl. Kol 2,3); daarom grijpt zij in
26 V, 1,53(63) | Filius, II: DS 3004; canon 2, 1: DS 3026. ~
27 V, 1,55(72) | III: DS 3008, en can. 3,2: DS 3032. Anderzijds verklaarde
28 V, 2,60(84) | 1979): Insegnamenti II, 2 (1979), 1177-1189; toespraak
29 V, 2,60(84) | 1980): Insegnamenti III, 2 (1980), 604-615; toespraak
30 VI, 1,66(89) | Theologiae, II, II, 5, 3 ad 2. ~
31 VI, 1,70 | de vijandschap omlaag” (2, 13-14). ~Met deze tekst
32 VI, 1,70 | huisgenoten van God” (Ef 2,19). ~In zo’n eenvoudige
33 VI, 1,71 | daden verkondigen” (Hand 2, 7-11). De verkondiging
34 VI, 2,79(95) | Praedestione Sanctorum, 2, 5: PL 44, 963. ~
35 VII, 2,97(115)| nr. 6: Insegnamenti II, 2 (1979) 1183-1185. ~
36 VII, 2,99 | kennen (vgl. Hand 4,12; 1Tm 2,4-6). ~In dit verband is
|