1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1527
Chapter, Paragraph, Number
501 III, 2,33(28) | top en opent zij zich voor het religieuze. Want de religiositeit
502 III, 2,33(28) | menselijke persoon, omdat zij het hoogtepunt van zijn natuur
503 III, 2,33(28) | wezen is. Zij komt voort uit het diepe verlangen van de mens
504 III, 2,33(28) | persoonlijke zoeken naar het goddelijke”: Algemene Audiëntie (
505 III, 2,34 | waarheden waartoe men door het filosoferen komt. De beide
506 III, 2,34 | fundamenteel postulaat van het menselijk verstand, dat
507 III, 2,34 | dat wordt uitgedrukt in het non-contradictie-beginsel.
508 III, 2,34 | 21; Kol 1, 15-20). Hij is het eeuwige Woord, waarin alles
509 III, 2,34 | geschapen is, en tegelijk is hij het vleesgeworden Woord, dat
510 III, 2,34(29) | beide waarheden, die van het geloof en die van de wetenschap,
511 III, 2,34(29) | gelijkelijk voortkomen uit het goddelijk Woord, de eerste
512 III, 2,34(29) | drukte zich niet anders uit; het neemt zelfs dezelfde uitdrukkingswijze
513 III, 2,34(29) | uitdrukkingswijze over, wanneer het leert: “Het methodisch onderzoek
514 III, 2,34(29) | over, wanneer het leert: “Het methodisch onderzoek zal,
515 III, 2,34(29) | alle kennisterreinen, als het de zedelijke normen in acht
516 III, 2,34(29) | echt tegengesteld zijn aan het geloof: de werkelijkheid
517 III, 2,34(29) | werkelijkheid van de wereld en van het geloof hebben hun oorsprong
518 III, 2,34 | Joh 1,14.18). 30 Dat wat het menselijk verstand zoekt, “
519 III, 2,34 | verstand zoekt, “zonder het te kennen” (Hand 17,23),
520 III, 2,35 | een waarheid is, die in het licht van de rede moet worden
521 III, 2,35 | deze dubbele betekenis is het namelijk mogelijk de juiste
522 III, 2,35 | geopenbaarde waarheid tot het wijsgerige kennen precies
523 IV, 1,36 | 36. Volgens het getuigenis van de Handelingen
524 IV, 1,36 | wijsgerige stromingen. Zo bericht het boek erover, dat de H. Paulus
525 IV, 1,36 | vooral stoïcijnse aard, aan het licht gebracht. Dat was
526 IV, 1,36 | konden de eerste christenen het in hun toespraken niet laten
527 IV, 1,36 | Godskennis en op de stem van het morele geweten van iedere
528 IV, 1,36 | 21-32), hield de apostel het voor verstandiger, zijn
529 IV, 1,36 | rede te vervlechten met het denken van de wijsgeren
530 IV, 1,36 | inspanningen die de wijsgeren van het klassieke denken zich getroost
531 IV, 1,36 | de goden en, in hen, van het heelal te begrijpen, vonden
532 IV, 1,36 | theogonieën zijn tot nu toe het eerste getuigenis van deze
533 IV, 1,36 | deze zoektocht van de mens. Het was de taak van de vaders
534 IV, 1,36 | van de universele rede. Het doel dat deze ontwikkeling
535 IV, 1,36 | ontwikkeling nastreefde was het kritische bewustzijn van
536 IV, 1,36 | datgene waaraan men geloofde. Het eerste positieve resultaat
537 IV, 1,36 | resultaat van deze weg was het concept van de ‘godheid’ (
538 IV, 1,36 | voor de verkondiging en het begrip van de God van Jezus
539 IV, 1,37 | missen, om zich heen grijpen. Het voorbeeld van de H. Paulus
540 IV, 1,37 | van de eerste eeuwen, in het bijzonder de H. Irenaeus
541 IV, 1,38 | 38. De ontmoeting van het christendom met de wijsbegeerte
542 IV, 1,38 | bezigheid van de wijsgeren en het bezoek van hun scholen scheen
543 IV, 1,38 | omkering en tot een vraag om het doopsel. Dat wil echter
544 IV, 1,38 | zeggen dat zij de opgave om het geloofsbegrip en zijn motieven
545 IV, 1,38 | werkelijkheid bood de ontmoeting met het evangelie een dermate bevredigend
546 IV, 1,38 | onbeantwoorde vragen naar de zin van het leven, dat hun de omgang
547 IV, 1,38 | denkt aan de bijdrage van het christendom aan de bevestiging
548 IV, 1,38 | toegang tot de waarheid. Het christendom had na het neerhalen
549 IV, 1,38 | Het christendom had na het neerhalen van de barrières
550 IV, 1,38 | stand en geslacht, vanaf het begin de gelijkheid van
551 IV, 1,38 | van deze opvatting betrof het thema waarheid. Het elitaire
552 IV, 1,38 | betrof het thema waarheid. Het elitaire karakter dat het
553 IV, 1,38 | Het elitaire karakter dat het waarheidszoeken bij de Ouden
554 IV, 1,38 | waarheid een goed is, dat het mogelijk maakt om bij God
555 IV, 1,38 | ingeslagen worden, als hij naar het laatste doel, dat wil zeggen
556 IV, 1,38 | positieve ontmoeting met het wijsgerige denken - zij
557 IV, 1,38 | wijsgerige denken - zij het met voorzichtige onderscheiding -
558 IV, 1,38 | duidelijk en beslist, in het christendom “de enige zekere
559 IV, 1,38 | noemde Clemens van Alexandrië het evangelie “de ware wijsbegeerte” 33
560 IV, 1,38 | voorbereidend onderwijs voor het christelijk geloof34 en
561 IV, 1,38 | en een wegbereiding van het evangelie35. Want “naar
562 IV, 1,38 | naar deze wijsheid gaat het verlangen van de wijsbegeerte
563 IV, 1,38 | van de ziel, zowel naar het vermogen tot het juiste
564 IV, 1,38 | zowel naar het vermogen tot het juiste denken alsook naar
565 IV, 1,38 | alsook naar de zuiverheid van het leven; ze is de wijsheid
566 IV, 1,38 | veeleer de verdediging van het geloof:: “In zichzelf volmaakt
567 IV, 1,39 | de kritische overname van het wijsgerige denken door de
568 IV, 1,39 | neemt tal van elementen uit het Platoonse denken over en
569 IV, 1,39 | betekent de uitdrukking het voornaamste deel en het
570 IV, 1,39 | het voornaamste deel en het eigenlijke hoogtepunt van
571 IV, 1,39 | eigenlijke hoogtepunt van het wijsgerig betoog. Wat voordiende
572 IV, 1,39 | goden, kreeg daarentegen in het licht van de christelijke
573 IV, 1,39 | omdat theologie van nu af het nadenken van de gelovige
574 IV, 1,39 | De geschiedenis leert dat het in de theologie overgenomen
575 IV, 1,39 | doorgemaakt, vooral waar het begrippen als onsterfelijkheid
576 IV, 1,39 | de mens en oorsprong van het kwaad betreft. ~
577 IV, 1,40 | dit kersteningswerk van het Platoonse en neo-Platoonse
578 IV, 1,40 | Augustinus. De grote geleerde van het Avondland was met verschillende
579 IV, 1,40 | Toen dan de waarheid van het christelijk geloof in zijn
580 IV, 1,40 | wat niet bewezen werd - of het nu wel te bewijzen was,
581 IV, 1,40 | refereerde, maakte Augustinus het verwijt dat zij weliswaar
582 IV, 1,40 | verwijt dat zij weliswaar het na te streven doel kenden,
583 IV, 1,40 | weg die daarheen leidt: het vleesgeworden Woord. 39
584 IV, 1,40 | vleesgeworden Woord. 39 Het lukte de bisschop van Hippo
585 IV, 1,40 | eerste grote synthese van het wijsgerige en theologische
586 IV, 1,40 | waarin de stromingen van het Griekse en Latijnse denken
587 IV, 1,40 | eenheid van kennis, waarvan het bijbelse denken uitgangspunt
588 IV, 1,40 | theologisch denken blijven, die het Avondland kende. gesterkt
589 IV, 1,41 | 41. De kerkvaders van het Oosten en van het Avondland
590 IV, 1,41 | kerkvaders van het Oosten en van het Avondland hebben dus in
591 IV, 1,41 | duidelijke aanwijzing voor het kritische bewustzijn waarmee
592 IV, 1,41 | christelijke denkers vanaf het begin omgingen met het probleem
593 IV, 1,41 | vanaf het begin omgingen met het probleem van de verhouding
594 IV, 1,41 | en wijsbegeerte; ze zagen het in zijn geheel, in zijn
595 IV, 1,41 | Juist omdat ze de inhoud van het geloof intensief beleefden,
596 IV, 1,41 | denken bereiken. Daarom is het onrechtvaardig en oppervlakkig
597 IV, 1,41 | heel wat meer gepresteerd. Het lukte hun namelijk om volledig
598 IV, 1,41 | propaedeutisch aankondigde in het denken van de grote antieke
599 IV, 1,41 | de taak te laten zien hoe het van uitwendige boeien bevrijde
600 IV, 1,41 | wijze open te stellen voor het transcendente. Een gelouterd
601 IV, 1,41 | basis voor de waarneming van het zijn, het transcendente
602 IV, 1,41 | waarneming van het zijn, het transcendente en het absolute. ~
603 IV, 1,41 | zijn, het transcendente en het absolute. ~Precies hierin
604 IV, 1,41 | Precies hierin schuilt het door de Kerkvaders volbrachte
605 IV, 1,41 | nieuwe. Ze erkenden volledig het voor het absolute openstaande
606 IV, 1,41 | erkenden volledig het voor het absolute openstaande verstand
607 IV, 1,41 | openbaring. Tot ontmoeting kwam het niet alleen op het niveau
608 IV, 1,41 | kwam het niet alleen op het niveau van culturen, waarvan
609 IV, 1,41 | andere; ze vond plaats in het hart en was ontmoeting tussen
610 IV, 1,41 | en was ontmoeting tussen het schepsel en zijn Schepper.
611 IV, 1,41 | schepsel en zijn Schepper. Het verstand kon, doordat het
612 IV, 1,41 | Het verstand kon, doordat het uitging boven het doel dat
613 IV, 1,41 | doordat het uitging boven het doel dat het van nature
614 IV, 1,41 | uitging boven het doel dat het van nature onbewust nastreefde,
615 IV, 1,41 | nastreefde, in de Persoon van het vleesgeworden Woord komen
616 IV, 1,41 | vleesgeworden Woord komen tot het hoogste goed en de hoogste
617 IV, 1,41 | openbaring lieten zien. Het besef van de overeenstemmingen
618 IV, 1,42 | Canterbury) de rol van het filosofisch geschoolde verstand
619 IV, 1,42 | Kantelberg is de voorrang van het geloof niet in concurrentie
620 IV, 1,42 | niet in concurrentie met het zoeken dat aan het verstand
621 IV, 1,42 | concurrentie met het zoeken dat aan het verstand eigen is. Dit is
622 IV, 1,42 | geloofsinhoud te formuleren; het zou er, omdat het daarvoor
623 IV, 1,42 | formuleren; het zou er, omdat het daarvoor ongeschikt is,
624 IV, 1,42 | in staat zijn. Veeleer is het zijn taak, een zin te vinden,
625 IV, 1,42 | redenen te ontdekken, die het allen mogelijk maken tot
626 IV, 1,42 | H. Anselmus onderstreept het feit dat de rede moet zoeken
627 IV, 1,42 | propter quod factus sum” 42. Het streven naar waarheid drijft
628 IV, 1,42 | streven naar waarheid drijft het verstand er dus toe om steeds
629 IV, 1,42 | steeds verder te gaan; ja, het wordt stilaan overweldigd
630 IV, 1,42 | stilaan overweldigd door het besef dat zijn vermogen
631 IV, 1,42 | steeds groter is dan wat het daadwerkelijk bereikt. Op
632 IV, 1,42 | Op dit punt echter kan het verstand ontdekken, waar
633 IV, 1,42 | wat men tot nog toe over het hoogste wezen heeft bediscussieerd,
634 IV, 1,42 | kan doordringen dat men het ook met woorden kan verklaren,
635 IV, 1,42 | van zijn zekerheid niet in het minst aan het wankelen.
636 IV, 1,42 | zekerheid niet in het minst aan het wankelen. Want als een eerdere
637 IV, 1,42 | wordt nog eens bevestigd: het geloof verlangt dat zijn
638 IV, 1,42 | zijn object met de hulp van het verstand begrepen wordt;
639 IV, 1,42 | verstand begrepen wordt; het verstand erkent op het hoogtepunt
640 IV, 1,42 | het verstand erkent op het hoogtepunt van zijn zoektocht
641 IV, 1,42 | zijn zoektocht dat, wat het verstand aanbiedt, als noodzakelijk. ~
642 IV, 2 | blijvende nieuwheid van het denken van de H. Thomas
643 IV, 2,43 | die hij in de dialoog met het Arabische en Joodse denken
644 IV, 2,43 | voorgrond heeft geplaatst. Het licht van het verstand en
645 IV, 2,43 | geplaatst. Het licht van het verstand en het licht van
646 IV, 2,43 | licht van het verstand en het licht van het geloof komen
647 IV, 2,43 | verstand en het licht van het geloof komen beide van God,
648 IV, 2,43 | wijsbegeerte is, kan bijdragen tot het begrip van de goddelijke
649 IV, 2,43 | de goddelijke openbaring. Het geloof vreest derhalve het
650 IV, 2,43 | Het geloof vreest derhalve het verstand niet, maar zoekt
651 IV, 2,43 | verstand niet, maar zoekt het en vertrouwt erop. Zoals
652 IV, 2,43 | veronderstelt en voltooit het geloof het verstand. Verlicht
653 IV, 2,43 | veronderstelt en voltooit het geloof het verstand. Verlicht door
654 IV, 2,43 | verstand. Verlicht door het geloof wordt dit bevrijd
655 IV, 2,43 | van zijn begrenzingen die het gevolg zijn van de ongehoorzaamheid
656 IV, 2,43 | ongehoorzaamheid der zonde en vindt het de nodige kracht om zich
657 IV, 2,43 | verheffen tot de kennis van het mysterie van de drie-ene
658 IV, 2,43 | met hoeveel nadruk hij ook het bovennatuurlijke karakter
659 IV, 2,43 | bovennatuurlijke karakter van het geloof onderstreepte, de
660 IV, 2,43 | redelijkheid nader verklaren. Want het geloof is een soort “denkoefening”;
661 IV, 2,43 | een soort “denkoefening”; het verstand wordt niet afgeschaft
662 IV, 2,43 | door vrije beslissing en het eigen geweten. 46 ~Om deze
663 IV, 2,43 | steeds als leermeester van het denken gepresenteerd en
664 IV, 2,43 | iemand die de versmelting van het christendom met de wereldse
665 IV, 2,43 | daarom de geschiedenis van het christelijke denken in als
666 IV, 2,43 | van de universele cultuur. Het centrale punt, ja de kern
667 IV, 2,43 | profetische scherpzinnigheid voor het probleem van de nieuwe tegenstelling
668 IV, 2,43 | wereld en de radicaliteit van het evangelie; daarmee onttrok
669 IV, 2,43(46) | Toespraak tot de deelnemers aan het Negende Internationale Thomistische
670 IV, 2,44 | heilige Geest speelt bij het laten rijpen van menselijke
671 IV, 2,44 | werkelijkheden. Zijn theologie maakt het mogelijk, de eigen aard
672 IV, 2,44 | in haar enge relatie met het geloof en met de Godskennis
673 IV, 2,44 | connaturaliteit); zij veronderstelt het geloof en formuleert tenslotte
674 IV, 2,44 | basis van de waarheid van het geloof: “De wijsheid, die
675 IV, 2,44 | die tot de deugden van het verstand hoort. Deze laatste
676 IV, 2,44 | boven’, zoals de H. Jacobus het uitdrukt. Zo is ze ook anders
677 IV, 2,44 | Zo is ze ook anders dan het geloof. Want het geloof
678 IV, 2,44 | anders dan het geloof. Want het geloof neemt de goddelijke
679 IV, 2,44 | wijsgerige, die steunt op het vermogen van het verstand
680 IV, 2,44 | steunt op het vermogen van het verstand om binnen de aangeboren
681 IV, 2,44 | onderzoekt, waardoor zij aan het mysterie van God zelf raakt. ~
682 IV, 2,44 | universaliteit zeer inzichtelijk. Het leergezag van de Kerk heeft
683 IV, 2,44 | denken bereikte juist omdat het altijd binnen de horizon
684 IV, 2,44(50) | Cor 12, 3: PL 17, 258: “Al het ware, wie het ook zegt,
685 IV, 2,44(50) | 258: “Al het ware, wie het ook zegt, is van de heilige
686 IV, 2,44 | waarlijk de filosofie van het ‘zijn’ en niet louter van
687 IV, 3 | Het drama van de scheiding van
688 IV, 3,45 | late Middeleeuwen verkeerde het legitieme onderscheid tussen
689 IV, 3,45 | groeiende argwaan jegens het verstand. Sommigen begonnen
690 IV, 3,45 | agnostisch wantrouwen, ofwel om het geloof meer ruimte te gunnen
691 IV, 3,45 | mogelijke betrekkingen met het verstand in diskrediet te
692 IV, 3,45 | diskrediet te brengen. Wat het patristische en middeleeuwse
693 IV, 3,45 | die stonden voor een van het geloof gescheiden en in
694 IV, 3,46 | vooral in de geschiedenis van het Avondland duidelijk zichtbaar.
695 IV, 3,46 | Avondland duidelijk zichtbaar. Het moderne wijsgerige denken
696 IV, 3,46 | afwending van de openbaring, tot het tenslotte uitkwam bij duidelijke
697 IV, 3,46 | Enkele vertegenwoordigers van het idealisme hebben op de meest
698 IV, 3,46 | verschillende manieren geprobeerd het geloof en zijn inhouden,
699 IV, 3,46 | zijn inhouden, ja zelfs het mysterie van dood en opstanding
700 IV, 3,46 | atheïstisch humanisme, die het geloof presenteerden als
701 IV, 3,46 | presenteren; daarmee was het uitgangspunt geschapen voor
702 IV, 3,46 | trauma voor de mensheid. ~Op het gebied van het wetenschappelijk
703 IV, 3,46 | mensheid. ~Op het gebied van het wetenschappelijk onderzoek
704 IV, 3,46 | visie heeft laten vallen. Het gevolg daarvan is dat bepaalde
705 IV, 3,46 | zedelijk referentiepunt hebben, het risico lopen dat niet langer
706 IV, 3,46 | dat niet langer de mens en het geheel van zijn leven in
707 IV, 3,46 | geheel van zijn leven in het middelpunt van hun interesse
708 IV, 3,46 | gevolg van de crisis van het rationalisme is tenslotte
709 IV, 3,46 | rationalisme is tenslotte het nihilisme verschenen. Als
710 IV, 3,46 | verschenen. Als filosofie van het niets slaagt het erin zijn
711 IV, 3,46 | filosofie van het niets slaagt het erin zijn fascinatie op
712 IV, 3,46 | stellen theorieën op, dat het zoeken doel in zichzelf
713 IV, 3,46 | enige hoop of mogelijkheid, het doel van de waarheid ooit
714 IV, 3,46 | nihilistische uitleg is het bestaan alleen maar een
715 IV, 3,46 | indrukken en ervaringen, waarin het vluchtige voorrang heeft.
716 IV, 3,46 | vluchtige voorrang heeft. Het nihilisme staat aan het
717 IV, 3,46 | Het nihilisme staat aan het begin van die wijdverbreide
718 IV, 3,47 | beschouwing van de waarheid en het zoeken naar het uiteindelijke
719 IV, 3,47 | waarheid en het zoeken naar het uiteindelijke doel en de
720 IV, 3,47 | uiteindelijke doel en de zin van het leven gericht, maar, als ‘
721 IV, 3,47 | actueel of potentieel op het dienen van utilitaristische
722 IV, 3,47 | utilitaristische doelen, het genot of de macht. ~Hoe
723 IV, 3,47 | de macht. ~Hoe gevaarlijk het is deze weg te verabsoluteren,
724 IV, 3,47 | tegen de mens zelf, al is het dan soms onrechtstreeks.
725 IV, 3,47 | hem gericht. Dit schijnt het belangrijkste hoofdstuk
726 IV, 3,47 | belangrijkste hoofdstuk te zijn van het drama van het huidige menselijke
727 IV, 3,47 | te zijn van het drama van het huidige menselijke bestaan
728 IV, 3,47 | meest universele dimensie. Het doet de mens in groeiende
729 IV, 3,47 | alles natuurlijk, zelfs niet het meeste, maar precies dat
730 IV, 3,47 | hebben enkele filosofen het opgegeven de waarheid omwille
731 IV, 3,47 | hun enige doel genomen: het bereiken van subjectieve
732 IV, 3,47 | de echte waardigheid van het verstand, dat niet langer
733 IV, 3,47 | niet langer is toegerust, het ware te kennen en naar het
734 IV, 3,47 | het ware te kennen en naar het absolute te zoeken. ~
735 IV, 3,48 | wijsgerige rede. Wel is het juist, dat bij aandachtige
736 IV, 3,48 | aandachtige beschouwing ook in het wijsgerig denken van hen
737 IV, 3,48 | tijd en geschiedenis; ook het thema dood kan voor iedere
738 IV, 3,48 | verarmd en verzwakt. Toen het verstand zonder de bijdrage
739 IV, 3,48 | openbaring bleef, sloeg het zijwegen in, die het gevaar
740 IV, 3,48 | sloeg het zijwegen in, die het gevaar inhouden dat het
741 IV, 3,48 | het gevaar inhouden dat het zijn einddoel uit het oog
742 IV, 3,48 | dat het zijn einddoel uit het oog verliest. Het geloof
743 IV, 3,48 | einddoel uit het oog verliest. Het geloof waaraan het verstand
744 IV, 3,48 | verliest. Het geloof waaraan het verstand ontbreekt, heeft
745 IV, 3,48 | ervaring en loopt daarmee het risico dat het geen universeel
746 IV, 3,48 | loopt daarmee het risico dat het geen universeel aanbod meer
747 IV, 3,48 | universeel aanbod meer is. Het is een illusie te menen
748 IV, 3,48 | een illusie te menen dat het geloof grotere overtuigingskracht
749 IV, 3,48 | zwakke rede: integendeel, het loopt het grote gevaar te
750 IV, 3,48 | integendeel, het loopt het grote gevaar te verworden
751 IV, 3,48 | nieuwheid en de radicaliteit van het zijn. Daarom doe ik deze
752 IV, 3,48 | en, naar ik vertrouw, op het juiste moment, dat het geloof
753 IV, 3,48 | op het juiste moment, dat het geloof en de wijsbegeerte
754 IV, 3,48 | parrhesia (vrijmoedigheid) van het geloof moet opgewassen zijn
755 V | Hoofdstuk V~De Tussenkomsten Van Het Leergezag In Wijsgerige
756 V, 1 | Het Onderscheidingsvermogen
757 V, 1 | Onderscheidingsvermogen Van Het Leergezag Als Dienst Aan
758 V, 1,49 | terughoudendheid ligt in het feit dat de wijsbegeerte,
759 V, 1,49 | waarheid streeft met een door het verstand geleid proces.
760 V, 1,49 | wijsbegeerte die niet in het licht van het verstand volgens
761 V, 1,49 | die niet in het licht van het verstand volgens eigen beginselen
762 V, 1,49 | filosofie geniet, te kennen aan het feit dat het verstand naar
763 V, 1,49 | kennen aan het feit dat het verstand naar zijn wezen
764 V, 1,49 | is toegerust met de voor het bereiken daarvan noodzakelijke
765 V, 1,49 | in welke dwalingen vooral het moderne wijsgerige denken
766 V, 1,49 | niet zelden is geraakt. Het is noch de taak, noch de
767 V, 1,49 | noch de bevoegdheid van het leergezag om in te grijpen,
768 V, 1,49 | filosofisch betoog aan te vullen. Het is daarentegen zijn plicht
769 V, 1,49 | filosofische opvattingen het juiste begrip van het geopenbaarde
770 V, 1,49 | opvattingen het juiste begrip van het geopenbaarde bedreigen,
771 V, 1,49 | eenvoud en zuiverheid van het geloof van het Godsvolk
772 V, 1,49 | zuiverheid van het geloof van het Godsvolk in verwarring brengen,
773 V, 1,50 | 50. Het kerkelijk leergezag kan
774 V, 1,50 | leergezag kan en moet daarom in het licht van het geloof met
775 V, 1,50 | daarom in het licht van het geloof met gezag zijn taak
776 V, 1,50 | de christelijke leer55. Het is vooral de opgave van
777 V, 1,50 | is vooral de opgave van het leergezag om aan te geven
778 V, 1,50 | de wijsbegeerte, vanuit het aspect van het geloof opgelegd
779 V, 1,50 | wijsbegeerte, vanuit het aspect van het geloof opgelegd worden.
780 V, 1,50 | Ook dit pluralisme legt het leergezag de verantwoordelijkheid
781 V, 1,50 | steunen, met de aanspraken van het woord van God en het theologisch
782 V, 1,50 | van het woord van God en het theologisch onderzoek. ~
783 V, 1,50 | recta ratio, dat wil zeggen het verstand dat op de juiste
784 V, 1,50 | juiste wijze nadenkt over het ware. ~
785 V, 1,51 | negatief begrepen worden, alsof het leergezag de bedoeling had
786 V, 1,51 | zijn er vooral op gericht, het wijsgerige denken op te
787 V, 1,51 | denken zich voltrekt. In het bijzonder moet in het oog
788 V, 1,51 | In het bijzonder moet in het oog gehouden worden dat
789 V, 1,51 | ofschoon haar formuleringen het stempel van de geschiedenis
790 V, 1,51 | geschiedenis dragen en bovendien het werk zijn van een door de
791 V, 1,51 | kritische onderscheiding in het licht van het geloof des
792 V, 1,51 | onderscheiding in het licht van het geloof des te dringender
793 V, 1,51 | onderscheiding: want als reeds het kennen van de aangeboren
794 V, 1,51 | onvervreemdbare mogelijkheden van het verstand met hun inherente
795 V, 1,51 | grenzen moeilijk is, dan kan het soms nog problematischer
796 V, 1,51 | noties dat wat zij vanuit het standpunt van het geloof
797 V, 1,51 | vanuit het standpunt van het geloof aan geldigs en vruchtbaars
798 V, 1,51 | grijpt zij in en spoort het wijsgerig onderzoek aan,
799 V, 1,51 | leidt tot de kennis van het mysterie. ~
800 V, 1,52 | 52. Het leergezag van de Kerk heeft
801 V, 1,52 | teksten tegen enkele met het christelijk geloof onverenigbare
802 V, 1,52 | onverenigbare opvattingen van het Latijnse averroïsme. 58 ~
803 V, 1,52 | averroïsme. 58 ~Wanneer het leergezag zich sinds het
804 V, 1,52 | het leergezag zich sinds het midden van de vorige eeuw
805 V, 1,52 | tijd nogal wat katholieken het als hun taak zagen, de verschillende
806 V, 1,52 | verschillende stromingen van het moderne denken te confronteren
807 V, 1,52 | eigen filosofie. Hier werd het de plicht van het kerkelijk
808 V, 1,52 | Hier werd het de plicht van het kerkelijk leergezag ervoor
809 V, 1,52 | tegelijkertijd veroordeeld: enerzijds het fideïsme59 en het radicale
810 V, 1,52 | enerzijds het fideïsme59 en het radicale traditionalisme60
811 V, 1,52 | van de rede; anderzijds het rationalisme61 en het ontologisme62,
812 V, 1,52 | anderzijds het rationalisme61 en het ontologisme62, omdat zij
813 V, 1,52 | ontologisme62, omdat zij aan het natuurlijke verstand iets
814 V, 1,52 | toeschreven wat alleen in het licht van het geloof kenbaar
815 V, 1,52 | alleen in het licht van het geloof kenbaar is. De positieve
816 V, 1,52 | geformaliseerd, waarmee voor het eerst een oecumenisch concilie,
817 V, 1,52 | karakteriseerde krachtig en positief het filosofische onderzoek van
818 V, 1,52(62) | Heilige Congregatie van het Heilig Officie, Decreet
819 V, 1,53 | opvattingen hebben de oordelen van het leergezag zich beziggehouden
820 V, 1,53 | uiteindelijk wijsgerige kennis voor het geloofsinzicht. Het Eerste
821 V, 1,53 | voor het geloofsinzicht. Het Eerste Vaticaans Concilie
822 V, 1,53 | Concilie dat de leer die het gewone leergezag voortdurend
823 V, 1,53 | verstand en geloof zijn. Het concilie ging uit van het
824 V, 1,53 | Het concilie ging uit van het door de openbaring zelf
825 V, 1,53 | natuurlijke kenbaarheid van het bestaan van God, de oorsprong
826 V, 1,53 | van God, de oorsprong en het doel van alle dingen, 63
827 V, 1,53(63) | Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei Filius,
828 V, 1,53 | maar ook in hun object.” 64 Het onderscheid tussen geloofsgeheimen
829 V, 1,53 | bekrachtigd worden; anderzijds was het nodig om tegenover de bekoringen
830 V, 1,53 | tegenover de bekoringen van het fideïsme de eenheid van
831 V, 1,53 | leveren: “Maar ook al staat het geloof boven het verstand,
832 V, 1,53 | al staat het geloof boven het verstand, toch kan er nooit
833 V, 1,53 | de geheimen openbaart en het geloof meedeelt, heeft in
834 V, 1,53 | heeft in de menselijke geest het licht van het verstand gelegd;
835 V, 1,53 | menselijke geest het licht van het verstand gelegd; God echter
836 V, 1,53 | verloochenen, noch (kan) het ware het ware weerspreken.” 65 ~
837 V, 1,53 | verloochenen, noch (kan) het ware het ware weerspreken.” 65 ~
838 V, 1,53(65) | Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei Filius,
839 V, 1,54 | 54. Ook in onze eeuw is het leergezag herhaaldelijk
840 V, 1,54 | leergezag herhaaldelijk op het thema teruggekomen en heeft
841 V, 1,54 | die vaststelde, dat aan het modernisme filosofische
842 V, 1,54 | marxistische filosofie en het atheïstische communisme
843 V, 1,54 | opdracht in de dienst van het universele leergezag van
844 V, 1,54 | nadrukkelijk te wijzen op het gevaar dat een onkritisch
845 V, 1,54 | opvattingen en methoden uit het marxisme door enkele bevrijdingstheologen
846 V, 1,54 | bevrijdingstheologen met zich brengt. 71 ~Het leergezag heeft dus in het
847 V, 1,54 | Het leergezag heeft dus in het verleden herhaaldelijk en
848 V, 1,54 | gehanteerd ten aanzien van het terrein van de wijsbegeerte.
849 V, 1,55 | echter nieuwigheden voordoen. Het gaat niet alleen meer om
850 V, 1,55 | geldt bijvoorbeeld voor het radicale wantrouwen tegen
851 V, 1,55 | is daaromtrent sprake van het ‘einde van de metafysica’:
852 V, 1,55 | alleen aan de verklaring van het feitelijke wijdt of aan
853 V, 1,55 | acht, als normatief voor het theologisch onderzoek worden
854 V, 1,55 | gevaarlijk terugvallen in het fideïsme voor, dat de betekenis
855 V, 1,55 | verstandelijke kennis en het filosofisch debat voor het
856 V, 1,55 | het filosofisch debat voor het geloofsinzicht, ja voor
857 V, 1,55 | fideïstische tendens is het ‘biblicisme’ dat ertoe neigt
858 V, 1,55 | maken. Zo komt men ertoe het woord van God alleen met
859 V, 1,55 | leer te ondergraven, die het Tweede Vaticaans Concilie
860 V, 1,55 | Verbum erop gewezen heeft dat het Woord van God zowel in de
861 V, 1,55(72) | reeds veroordeeld, waarbij het enerzijds zei: “Dit geloof
862 V, 1,55(72) | genade van God geloven dat het door Hem geopenbaarde waar
863 V, 1,55(72) | is, niet vanwege de door het natuurlijke licht van de
864 V, 1,55(72) | de dingen, maar vanwege het gezag van de zich openbarende
865 V, 1,55(72) | 3032. Anderzijds verklaarde het Concilie dat de rede nooit “
866 V, 1,55(72) | IV: DS 3016. Daaruit trok het de praktische conclusie: “
867 V, 1,55(72) | praktische conclusie: “daarom is het niet alleen aan alle gelovige
868 V, 1,55 | Overlevering aanwezig is73, gaat het met nadruk verder: “De Heilige
869 V, 1,55 | aanhankelijkheid daaraan volhardt het hele heilige volk, verenigd
870 V, 1,55 | Heilige Schrift is dus niet het enige referentiepunt voor
871 V, 1,55 | referentiepunt voor de Kerk. Want het “hoogste richtsnoer van
872 V, 1,55 | Overlevering, de Heilige Schrift en het Leergezag van de Kerk, die
873 V, 1,55 | bestaan. 76 Men mag voorts het gevaar niet onderschatten
874 V, 1,55 | evenzeer te herkennen aan het geringe respect dat men
875 V, 1,55 | begrippenarsenaal zowel het geloofsverstaan alsook de
876 V, 1,55 | wijsgerige traditie en voor het opgeven van de overgeleverde
877 V, 1,56 | in zoveel specialismen is het zeer begrijpelijk dat men
878 V, 1,56 | en ultieme betekenis van het leven kan erkennen, waarnaar
879 V, 1,56 | Niettemin kan ik slechts, in het licht van het geloof dat
880 V, 1,56 | slechts, in het licht van het geloof dat in Jezus Christus
881 V, 1,56 | stellen in de capaciteiten van het menselijk verstand en zich
882 V, 1,56 | mogen niet verloren gaan! Het is het geloof dat het verstand
883 V, 1,56 | niet verloren gaan! Het is het geloof dat het verstand
884 V, 1,56 | gaan! Het is het geloof dat het verstand uitdaagt om uit
885 V, 1,56 | iets te riskeren. Zo wordt het geloof tot overtuigde en
886 V, 2,57 | 57. Het leergezag doet echter meer
887 V, 2,57 | Met dezelfde zorg heeft het de grondbeginselen voor
888 V, 2,57 | een echte vernieuwing van het wijsgerige denken onderstreept
889 V, 2,57 | historische draagwijdte voor het leven van de Kerk. Die tekst
890 V, 2,57 | Die tekst was tot vandaag het enige pauselijke document
891 V, 2,57 | verder door te laten zien dat het wijsgerige denken een fundamentele
892 V, 2,57 | fundamentele bijdrage aan het geloof en aan de theologische
893 V, 2,57 | wijsbegeerte van Sint Thomas. Het denken van de Doctor Angelicus
894 V, 2,57 | harmonieert met de eisen van het geloof. De paus schreef: “
895 V, 2,57 | wanneer St. Thomas zoals het hoort het geloof volledig
896 V, 2,57 | Thomas zoals het hoort het geloof volledig scheidt
897 V, 2,58 | De onderzoekingen naar het denken van de H. Thomas
898 V, 2,58 | herontdekking van de rijkdom van het middeleeuwse denken, dat
899 V, 2,58 | methode maakte de kennis van het werk van de H. Thomas grote
900 V, 2,59 | vernieuwing was echter niet het enige teken van een nieuwe
901 V, 2,59 | van een nieuwe opname van het wijsgerig denken in de christelijk
902 V, 2,59 | voor de grote systemen van het idealisme; weer anderen
903 V, 2,59 | een nieuwe behandeling van het geloof in het licht van
904 V, 2,59 | behandeling van het geloof in het licht van een hernieuwd
905 V, 2,59 | een hernieuwd verstaan van het morele geweten; nog anderen
906 V, 2,59 | uitgaande van de analyse van het binnenwereldse, de weg naar
907 V, 2,59 | binnenwereldse, de weg naar het transcendente opende; en
908 V, 2,59 | er ook die de eisen van het geloof trachtten te verenigen
909 V, 2,59 | trachtten te verenigen met het perspectief van de fenomenologische
910 V, 2,59 | de geweldige traditie van het christelijk denken in de
911 V, 2,60 | wijsbegeerte. ik kan bijzonder in het kader van deze encycliek
912 V, 2,60 | Op die bladzijden gaat het om de waarde van de naar
913 V, 2,60 | schepping worden uitgelegd en het transcendente vermogen van
914 V, 2,60 | zijn rede verklaard. 80 Ook het probleem van het atheïsme
915 V, 2,60 | Ook het probleem van het atheïsme komt in Gaudium
916 V, 2,60 | ook de formulering, die het hoogtepunt van deze passage
917 V, 2,60 | mijn leven: “Inderdaad, het mysterie van de mens wordt
918 V, 2,60 | eerst echt verhelderd in het mysterie van het mensgeworden
919 V, 2,60 | verhelderd in het mysterie van het mensgeworden Woord. Adam
920 V, 2,60 | juist door de openbaring van het mysterie van de Vader en
921 V, 2,60 | grootheid van zijn roeping.” 82 ~Het concilie heeft zich ook
922 V, 2,60 | priesterkandidaten zich moeten wijden; het gaat om aanbevelingen die
923 V, 2,60 | verder laten uitbreiden tot het christelijk onderricht in
924 V, 2,60 | ondervinden zij steun van het altijd weer geldende filosofische
925 V, 2,60 | aantal andere documenten van het leergezag om een solide
926 V, 2,60 | heb ik verschillende malen het belang van deze wijsgerige
927 V, 2,60(84) | St.Thomas: Toespraak tot het Internationale Pauselijke
928 V, 2,60(84) | toespraak tot de deelnemers aan het Achtste Internationale Thomistische
929 V, 2,60(84) | toespraak tot de deelnemers aan het Internationale Congres van
930 V, 2,60(84) | Internationale Congres van het Sint-Thomas-genootschap
931 V, 2,61 | omdat de voorschriften van het leergezag niet steeds zijn
932 V, 2,61 | onmiddellijk volgden op het concilie dienaangaande een
933 V, 2,61 | eerste plaats denke men aan het wantrouwen tegen de rede,
934 V, 2,61 | wijsbegeerte aan de dag legt door het metafysisch onderzoek naar
935 V, 2,61 | Daar komt bovendien nog het misverstand bij dat vooral
936 V, 2,61 | de positieve waarde van het wetenschappelijk onderzoek
937 V, 2,61 | voor een diepere kennis van het mysterie van de mens. 85
938 V, 2,61 | mysterie van de mens. 85 Het appèl aan de theologen om
939 V, 2,61 | voor de inculturatie van het geloof niet vergeten. Vooral
940 V, 2,61 | geloof niet vergeten. Vooral het leven van de jonge Kerken
941 V, 2,61 | uitdrukkingen van volkswijsheid aan het licht gebracht: en dit vormt
942 V, 2,61 | met de verkondiging van het evangelie. 86 ~
943 V, 2,62 | van priesterkandidaten. Het is niet toevallig dat het
944 V, 2,62 | Het is niet toevallig dat het curriculum van de theologiestudies
945 V, 2,62 | beslissing, bevestigd door het Vijfde Concilie van Lateranen87,
946 V, 2,62 | middeleeuwen rijpte, toen het belang van een constructieve
947 V, 2,62 | de moderne filosofie, zij het indirect. Een tekenend voorbeeld
948 V, 2,62 | zowel de priestervorming als het theologisch onderzoek. Men
949 V, 2,62 | onverschilligheid tegenover het moderne denken en de moderne
950 V, 2,63 | genoemde redenen scheen het mij dringend geboden, met
951 V, 2,63 | te benadrukken; immers, het gaat om de nauwe banden
952 V, 2,63 | waarheid. Daaruit ontstaat voor het leergezag de verplichting
953 V, 2,63 | vijandig staat tegenover het geloof. Het is mijn taak
954 V, 2,63 | staat tegenover het geloof. Het is mijn taak om enkele beginselen
955 V, 2,63 | godgeleerdheid te kunnen opbouwen. In het licht van deze beginselen
956 V, 2,63 | van deze beginselen zal het mogelijk zijn om met grotere
957 VI, 1 | De Kennis Van Het Geloof En De Postulaten
958 VI, 1,64 | 64. Het woord van God wordt gericht
959 VI, 1,64 | wetenschappelijke uitwerking van het verstaan van dit Woord in
960 VI, 1,64 | verstaan van dit Woord in het licht van geloof, moet van
961 VI, 1,64 | niet de bevoegdheid is van het leergezag, maar om enkele
962 VI, 1,64 | brengen, die, krachtens het wezen van het geopenbaarde
963 VI, 1,64 | krachtens het wezen van het geopenbaarde Woord, niet
964 VI, 1,64 | geopenbaarde Woord, niet zonder het wijsgerig onderzoek kunnen. ~
965 VI, 1,65 | opgebouwd als een wetenschap van het geloof in het licht van
966 VI, 1,65 | wetenschap van het geloof in het licht van een tweevoudig
967 VI, 1,65 | Traditie, de Heilige Schrift en het levende Leergezag van de
968 VI, 1,65 | de specifieke vragen van het denken. ~De filosofie draagt
969 VI, 1,65 | Kerk, de uitspraken van het Leergezag en de leer van
970 VI, 1,66 | van deze uitspraken voor het individu en voor de mensheid,
971 VI, 1,66 | en voor de mensheid, in het licht te stellen. Van het
972 VI, 1,66 | het licht te stellen. Van het geheel van deze uitspraken
973 VI, 1,66 | Door zijn instemming uit het geloof heeft hij aan dit
974 VI, 1,66 | universele betekenis van het mysterie van de drie-ene
975 VI, 1,66 | van de drie-ene God en van het heilsplan, zowel op vertellende
976 VI, 1,66 | inhouden, zoals bijvoorbeeld het spreken over God, de relaties
977 VI, 1,66 | binnen de Drie-eenheid, het scheppende werken van God
978 VI, 1,66 | die gedefinieerd worden in het kader van de filosofische
979 VI, 1,66 | filosofische ethiek. ~Vandaar dat het verstand van de gelovige
980 VI, 1,66 | openbaring zijn; meer nog: het verstand van de gelovige
981 VI, 1,66 | wereld en, radicaler, van het zijn. ~
982 VI, 1,67 | theologie zal zich vanwege het karakter van deze theologische
983 VI, 1,67 | opgave de rekenschap over het geloof is (vgl. 1Petr 3,
984 VI, 1,67 | 15), moeten bekommeren om het rechtvaardigen en het verklaren
985 VI, 1,67 | om het rechtvaardigen en het verklaren van de relatie
986 VI, 1,67 | verklaren van de relatie tussen het geloof en het filosofische
987 VI, 1,67 | relatie tussen het geloof en het filosofische denken. Reeds
988 VI, 1,67 | kenbaar zijn. Daarom zijn zij het ook langs filosofische weg.
989 VI, 1,67 | van deze waarheden. Bij het bestuderen van de openbaring
990 VI, 1,67 | moeten laten zien dat in het licht van de kennis door
991 VI, 1,67 | licht van de kennis door het geloof enkele waarheden
992 VI, 1,67 | geloof enkele waarheden aan het licht komen die het verstand
993 VI, 1,67 | aan het licht komen die het verstand reeds op zijn zelfstandige
994 VI, 1,67 | stuurt naar de rijkdom van het geopenbaarde geheim waarin
995 VI, 1,67 | aan de mogelijkheid van het onderscheiden van de goddelijke
996 VI, 1,67 | haar geloofwaardigheid, aan het vermogen van de menselijke
997 VI, 1,67 | de geest ertoe gebracht, het bestaan van een werkelijk
998 VI, 1,67 | bestaan van een werkelijk op het geloof voorbereidende weg
999 VI, 1,67 | erkennen die kan uitlopen op het aanvaarden van de openbaring
1000 VI, 1,67 | hun autonomie ook maar in het geringste aan te tasten. 90 ~
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1527 |