1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1527
Chapter, Paragraph, Number
1001 VI, 1,67 | verenigbaarheid bestaat tussen het geloof en zijn fundamentele
1002 VI, 1,67 | toestemming te geven. Zo zal het geloof “aan een verstand
1003 VI, 1,67 | wijzen. Op deze wijze kan het geloof als geschenk van
1004 VI, 1,67 | geschenk van God, ook als het niet op het verstand steunt,
1005 VI, 1,67 | God, ook als het niet op het verstand steunt, zeker niet
1006 VI, 1,67 | afzien; tegelijkertijd blijkt het voor het verstand nodig
1007 VI, 1,67 | tegelijkertijd blijkt het voor het verstand nodig om van het
1008 VI, 1,67 | het verstand nodig om van het geloof gebruik te maken
1009 VI, 1,67 | horizonten te ontdekken die het alleen niet zou kunnen bereiken”. 91 ~
1010 VI, 1,67(90) | Het onderzoek naar de voorwaarden
1011 VI, 1,67(90) | vragen stelt naar de zin van het leven, naar het doel dat
1012 VI, 1,67(90) | zin van het leven, naar het doel dat hij eraan wil geven,
1013 VI, 1,67(90) | inleiding, opdat ook vandaag het geloof de rede bij haar
1014 VI, 1,67(90) | Brief aan de deelnemers aan het Internationale Congres voor
1015 VI, 1,68 | wijsbegeerte nodig. Want in het nieuwe verbond is het menselijk
1016 VI, 1,68 | in het nieuwe verbond is het menselijk leven veel minder
1017 VI, 1,68 | voorschriften geregeld dan in het oude verbond. Het leven
1018 VI, 1,68 | dan in het oude verbond. Het leven in de Heilige Geest
1019 VI, 1,68 | wet zelf. Niettemin bieden het evangelie en de geschriften
1020 VI, 1,68 | levensomstandigheden van het individu en van de samenleving,
1021 VI, 1,68 | geweten en zijn denkkracht tot het uiterste in te zetten. Dat
1022 VI, 1,69 | een valse voorstelling van het pluralisme van de culturen,
1023 VI, 1,69 | de universele waarden van het door de Kerk ontvangen wijsgerige
1024 VI, 1,69 | andere reeds in de leer van het Concilie tegenkomen, 92
1025 VI, 1,69 | een completere kennis van het onderzoeksobject mogelijk
1026 VI, 1,69 | is de plicht om niet bij het concrete, afzonderlijke
1027 VI, 1,69 | verwaarlozen, die erin bestaat het universele karakter van
1028 VI, 1,69 | bijzondere bijdrage van het wijsgerige denken het mogelijk
1029 VI, 1,69 | van het wijsgerige denken het mogelijk maakt om zowel
1030 VI, 1,70 | 70. Het thema van de relatie met
1031 VI, 1,70 | verdient een speciale, zij het noodgedwongen niet uitputtende,
1032 VI, 1,70 | als op theologisch gebied. Het proces van de ontmoeting
1033 VI, 1,70 | ervaring die de Kerk vanaf het begin van de verkondiging
1034 VI, 1,70 | van de verkondiging van het evangelie heeft beleefd.
1035 VI, 1,70 | evangelie heeft beleefd. Het gebod van Christus aan de
1036 VI, 1,70 | opgetreden, die eens tot het geloof zijn gekomen. In
1037 VI, 1,70 | geloof zijn gekomen. In het licht van de volheid van
1038 VI, 1,70 | licht van de volheid van het door Christus volbrachte
1039 VI, 1,70 | veraf’ waren, zijn dankzij het nieuwe dat het passmysterie
1040 VI, 1,70 | zijn dankzij het nieuwe dat het passmysterie bewerkte, ‘
1041 VI, 1,70 | beschreven: de ontmoeting van het geloof met de verschillende
1042 VI, 1,70 | openheid van de mens voor het universele en het transcendente.
1043 VI, 1,70 | mens voor het universele en het transcendente. Daarom vormen
1044 VI, 1,71 | dynamische krachten die het menselijk leven laat zien.
1045 VI, 1,71 | Culturen worden gevoed door het delen van waarden, en hun
1046 VI, 1,71 | en bloei danken zij aan het vermogen, open te blijven
1047 VI, 1,71 | blijven voor de opname van het nieuwe. Welke verklaring
1048 VI, 1,71 | voortdurende openheid voor het mysterie en zijn onuitputtelijk
1049 VI, 1,71 | Dientengevolge draagt iedere cultuur het merkteken van een spanning
1050 VI, 1,71 | voltooiing is gericht, en laat het doorschijnen. Je kunt dus
1051 VI, 1,71 | wijze waarop de christenen het geloof (be-)leven is ook
1052 VI, 1,71 | Pamphylië, van Egypte en het gebied van Lybië naar Cyrene
1053 VI, 1,71 | 11). De verkondiging van het evangelie in de verschillende
1054 VI, 1,71 | ontvangers vast te houden aan het geloof; ze belet de ontvangers
1055 VI, 1,71 | brengt geen spanning, omdat het volk der gedoopten zich
1056 VI, 1,71 | betrekking tot Gods openbaring. Het evangelie staat niet in
1057 VI, 1,71 | deze of gene cultuur, alsof het in de ontmoeting daarmee
1058 VI, 1,71 | zich open te stellen voor het nieuwe dat de waarheid van
1059 VI, 1,71 | nieuwe dat de waarheid van het evangelie bevat, om daaruit
1060 VI, 1,72 | Bij de verkondiging van het evangelie ontmoette het
1061 VI, 1,72 | het evangelie ontmoette het christendom allereerst de
1062 VI, 1,72 | tegenwoordige tijd, waarin het evangelie geleidelijk in
1063 VI, 1,72 | die zich tot nu toe buiten het verbreidingsgebied van het
1064 VI, 1,72 | het verbreidingsgebied van het christendom bevonden, zijn
1065 VI, 1,72 | spontaan naar de landen van het Oosten, die zo rijk zijn
1066 VI, 1,72 | geestelijke impuls leidt het Indiase denken ertoe, te
1067 VI, 1,72 | naar bevrijding verschaft het kader voor grote metafysische
1068 VI, 1,72 | verenigbaar zijn, zodat het tot een verrijking van het
1069 VI, 1,72 | het tot een verrijking van het christelijke denken komt.
1070 VI, 1,72 | een rij criteria hanteren. Het eerste is de universaliteit
1071 VI, 1,72 | culturen hetzelfde zijn. Het tweede, dat voortkomt uit
1072 VI, 1,72 | tweede, dat voortkomt uit het eerste, is aldus: wanneer
1073 VI, 1,72 | door de inculturatie in het Grieks-Latijnse denken.
1074 VI, 1,72 | een dergelijk erfgoed zou het plan van Gods Voorzienigheid
1075 VI, 1,72 | gewettigde aanspraak van het Indiase denken op bijzonderheid
1076 VI, 1,72 | niet te verwisselen met het idee als zou een culturele
1077 VI, 1,72 | andere tradities; dat zou het wezen van de mens tegenspreken. ~
1078 VI, 1,73 | 73. In het licht van deze beschouwingen
1079 VI, 1,73 | theologie en wijsbegeerte het beste beschreven worden
1080 VI, 1,73 | als een cirkel. De bron en het startpunt van de theologie
1081 VI, 1,73 | de theologie moet altijd het woord van God zijn, geopenbaard
1082 VI, 1,73 | haar uiteindelijke doel het begrijpen van dat woord
1083 VI, 1,73 | generatie. Omdat anderzijds het woord van God Waarheid is (
1084 VI, 1,73 | is (vgl. Joh 17,17), kan het menselijke zoeken naar de
1085 VI, 1,73 | woord beter te verstaan. Het is niet zo maar een kwestie
1086 VI, 1,73 | denkvermogen gebruikt in het zoeken naar de waarheid,
1087 VI, 1,73 | een beweging die gaat van het woord van God naar een beter
1088 VI, 1,73 | een beter begrip daarvan. Het is alsof de rede, die zich
1089 VI, 1,73 | cirkelvormige relatie met het woord van God verrijkt tenslotte
1090 VI, 1,74 | tussen de wijsbegeerte en het woord van God in het moedige
1091 VI, 1,74 | en het woord van God in het moedige onderzoek dat recentere
1092 VI, 1,74 | genoemd kunnen worden: en bij het citeren van dezen heb ik
1093 VI, 1,74 | gewicht geven aan zowel het zoeken naar de waarheid
1094 VI, 1,74 | de mensheid te stellen. Het is te hopen dat er nu en
1095 VI, 1,74 | traditie voortzetten voor het welzijn van de Kerk én van
1096 VI, 2,75 | posities ten opzichte van het christendom onderscheiden.
1097 VI, 2,75 | is van de Openbaring van het evangelie: dit is de positie
1098 VI, 2,75 | niet waren aangeraakt door het Evangelie. We zien hier
1099 VI, 2,75 | Evangelie. We zien hier het legitieme streven van de
1100 VI, 2,75 | Dit streven moet, hoewel het ernstig belemmerd wordt
1101 VI, 2,75 | aangeboren zwakheid van het menselijk verstand, gesteund
1102 VI, 2,75 | impliciet - altijd open voor het bovennatuurlijke. ~Bovendien;
1103 VI, 2,75 | zijn. Dit bevestigt ook het beginsel dat de genade de
1104 VI, 2,75 | vervolmaakt: de instemming van het geloof, die rede en wil
1105 VI, 2,75 | maar vervolmaakt die. ~Het is duidelijk dat deze legitieme
1106 VI, 2,76 | van de Kerk is, aangezien het geloof als zodanig geen
1107 VI, 2,76 | dynamische vereniging met het geloof. Hij verwijst dus
1108 VI, 2,76 | niet in tegenspraak met het geloof te komen. De term
1109 VI, 2,76 | belangrijke ontwikkelingen van het wijsgerige denken, die zich
1110 VI, 2,76 | onrechtstreekse bijdrage van het christelijk geloof, ~Daarom
1111 VI, 2,76 | wijsbegeerte twee aspecten. Het eerste is subjectief, in
1112 VI, 2,76 | subjectief, in de zin dat het geloof de rede zuivert.
1113 VI, 2,76 | goddelijke deugd bevrijdt het geloof de rede van de aanmatiging,
1114 VI, 2,76 | bijvoorbeeld aan de problemen van het kwaad en het lijden, aan
1115 VI, 2,76 | problemen van het kwaad en het lijden, aan de identiteit
1116 VI, 2,76 | de vraag naar de zin van het leven, of, directer, aan
1117 VI, 2,76 | iets?” ~Daarnaast staat het objectieve aspect, dat de
1118 VI, 2,76 | waarheden zien die door het verstand, ofschoon ze daarvoor
1119 VI, 2,76 | ontdekt zouden zijn, als het aan zichzelf was overgelaten.
1120 VI, 2,76 | voor de ontwikkeling van het wijsgerige denken, in het
1121 VI, 2,76 | het wijsgerige denken, in het bijzonder voor de filosofie
1122 VI, 2,76 | bijzonder voor de filosofie van het zijn. Er is ook de werkelijkheid
1123 VI, 2,76 | van de zonde, zoals die in het licht van het geloof verschijnt,
1124 VI, 2,76 | zoals die in het licht van het geloof verschijnt, dat helpt
1125 VI, 2,76 | wijsgerige formulering van het probleem van het kwaad te
1126 VI, 2,76 | formulering van het probleem van het kwaad te vinden. De notie
1127 VI, 2,76 | specifieke bijdrage van het geloof: de christelijke
1128 VI, 2,76 | van de mensen heeft zeker het moderne filosofische denken
1129 VI, 2,76 | openbaring. Niet toevallig is zij het fundament van een wijsbegeerte
1130 VI, 2,76 | thema’s breiden feitelijk het bereik van het rationele
1131 VI, 2,76 | feitelijk het bereik van het rationele uit. ~Bij het
1132 VI, 2,76 | het rationele uit. ~Bij het nadenken over deze inhouden
1133 VI, 2,76 | zonder deze stimulus van het woord van God. Deze conclusie
1134 VI, 2,76 | blijft belangrijk, ondanks het teleurstellende feit dat
1135 VI, 2,77 | van de kritische rede in het licht van het geloof veronderstelt
1136 VI, 2,77 | kritische rede in het licht van het geloof veronderstelt en
1137 VI, 2,77 | aanspraken te bevestigen. Het was niet toevallig dat de
1138 VI, 2,77 | haar hulp inroept; maar het laat ook zien welke diepe
1139 VI, 2,77 | wijsbegeerte zelf moet ondergaan. ~Het was om haar onmisbare en
1140 VI, 2,77 | gebruikt worden, gegeven het beginsel van de autonomie
1141 VI, 2,77 | weigeren, dan zouden ze het risico lopen, onbewust filosofie
1142 VI, 2,77 | die ongeschikt zijn voor het begrijpen van het geloof..
1143 VI, 2,77 | zijn voor het begrijpen van het geloof.. Als de filosoof
1144 VI, 2,77 | zelfstandig de inhoud van het geloof meester te worden,
1145 VI, 2,77 | enkele moderne filosofen het geval is. Zowel in het ene
1146 VI, 2,77 | filosofen het geval is. Zowel in het ene als in het andere geval
1147 VI, 2,77 | Zowel in het ene als in het andere geval zou het gevaar
1148 VI, 2,77 | in het andere geval zou het gevaar van een vernietiging
1149 VI, 2,77 | meer rechtstreeks onder het leergezag en zijn toetsing,
1150 VI, 2,77 | implicaties die zij heeft voor het begrip van de openbaring,
1151 VI, 2,78 | 78. In het licht van deze beschouwingen
1152 VI, 2,78 | deze beschouwingen wordt het wel begrijpelijk, waarom
1153 VI, 2,78 | wel begrijpelijk, waarom het leergezag herhaaldelijk
1154 VI, 2,78 | herhaaldelijk de verdiensten van het denken van St. Thomas heeft
1155 VI, 2,78 | bepaalde opvattingen te eisen. Het was en is ook thans de bedoeling
1156 VI, 2,78 | ook thans de bedoeling van het leergezag, te laten zien
1157 VI, 2,78 | de rede en de kracht van het geloof de meest verheven
1158 VI, 2,78 | synthese gevonden waartoe het menselijk denken ooit gekomen
1159 VI, 2,79 | verder uit te werken wat het leergezag vóór mij heeft
1160 VI, 2,79 | en, nog fundamenteler, het woord van God zelf - vandaag
1161 VI, 2,79 | zelf - vandaag stellen aan het wijsgerige denken en aan
1162 VI, 2,79 | onderdrukken; omgekeerd zal echter het verstand in het besef dat
1163 VI, 2,79 | zal echter het verstand in het besef dat het zich niet
1164 VI, 2,79 | verstand in het besef dat het zich niet kan verheffen
1165 VI, 2,79 | exclusieve waarde, nooit het vermogen om bevraagd te
1166 VI, 2,79 | glans die afstraalt van het subsistente Zijn zelf biedt
1167 VI, 2,79 | waarheid de volheid van het licht aan het zijn en zal
1168 VI, 2,79 | volheid van het licht aan het zijn en zal zij dus de weg
1169 VI, 2,79 | en zal zij dus de weg van het wijsgerig onderzoek verlichten.
1170 VI, 2,79 | christelijke Openbaring wordt het ware ontmoetings- en vergelijkingspunt
1171 VI, 2,79 | vergelijkingspunt tussen het wijsgerige en het theologische
1172 VI, 2,79 | tussen het wijsgerige en het theologische denken in hun
1173 VI, 2,79 | zullen laten leiden door het gezag van de waarheid alleen,
1174 VI, 2,79 | oprijzen die in harmonie is met het woord van God. Zulk een
1175 VI, 2,79 | zal een plaats zijn waar het christelijk geloof en de
1176 VI, 2,79 | en de authenticiteit van het geloof toenemen wanneer
1177 VI, 2,79 | geloof toenemen wanneer het zich met het denken verbindt
1178 VI, 2,79 | toenemen wanneer het zich met het denken verbindt en dat niet
1179 VI, 2,79 | niet afwijst. Opnieuw zijn het de Vaders die ons dit leren: “
1180 VI, 2,79 | denkt, gelooft.(...) Als het geloof niet denkt, is het
1181 VI, 2,79 | het geloof niet denkt, is het niets”. 95 En verder: “Als
1182 VII, 1 | Onvermijdelijke Eisen Van Het Woord Van God~
1183 VII, 1,80 | werkelijkheid die wij ervaren, niet het absolute is: ze is noch
1184 VII, 1,80 | essentiële afhankelijkheid uit het oog verliest, waarmee ieder
1185 VII, 1,80 | de harmonie en de zin van het menselijk bestaan te niet
1186 VII, 1,80 | bestaan te niet doen. ~Ook het probleem van het zedelijk
1187 VII, 1,80 | doen. ~Ook het probleem van het zedelijk kwaad - de meest
1188 VII, 1,80 | meest tragische vorm van het kwaad - wordt in de Bijbel
1189 VII, 1,80 | vrijheid. Tenslotte stelt het woord van God het probleem
1190 VII, 1,80 | stelt het woord van God het probleem van de zin van
1191 VII, 1,80 | probleem van de zin van het leven aan de orde en onthult
1192 VII, 1,80 | wijzen op Jezus Christus, het mensgeworden Woord van God,
1193 VII, 1,80 | volmaakte verwerkelijking is van het menselijk bestaan. Andere
1194 VII, 1,80 | gevonden, is dat de wereld en het menselijk leven een betekenis
1195 VII, 1,80 | komt in Jezus Christus. Het mysterie van de menswording
1196 VII, 1,80 | de menswording zal altijd het centrale referentiepunt
1197 VII, 1,80 | referentiepunt blijven om het raadsel van het menselijk
1198 VII, 1,80 | blijven om het raadsel van het menselijk bestaan, de geschapen
1199 VII, 1,80 | echter bereikt de zin van het bestaan zijn hoogtepunt.
1200 VII, 1,80 | mens worden begrijpbaar: in het mysterie van het mensgeworden
1201 VII, 1,80 | begrijpbaar: in het mysterie van het mensgeworden Woord worden
1202 VII, 1,81 | we werkelijk beleven hoe het verschijnsel van de fragmentatie
1203 VII, 1,81 | grijpt. Juist dát maakt het zoeken naar een zin moeilijk
1204 VII, 1,81 | vruchteloos. Nog dramatischer is het dat veel mensen, in de maalstroom
1205 VII, 1,81 | feiten waarin we leven en die het eigenlijke weefsel van het
1206 VII, 1,81 | het eigenlijke weefsel van het leven schijnen te vormen,
1207 VII, 1,81 | vormen, zich afvragen of het nog wel zin heeft om over “
1208 VII, 1,81 | betrekking tot de wereld en het leven van de mens, maken
1209 VII, 1,81 | vorm van referentie aan het transcendente. Een wijsbegeerte
1210 VII, 1,81 | de vraag naar de zin van het leven stelt zou het ernstige
1211 VII, 1,81 | van het leven stelt zou het ernstige risico lopen de
1212 VII, 1,81 | in harmonie te zijn met het woord van God moet de filosofie
1213 VII, 1,81 | uiterste en omvattende zin van het leven. Dit eerste vereiste
1214 VII, 1,81 | feite ten zeerste bij aan het stimuleren van de wijsbegeerte
1215 VII, 1,81 | van de wijsbegeerte om in het reine te komen met haar
1216 VII, 1,81 | potentiële vernietigster van het menselijk ras worden. 98 ~
1217 VII, 1,81 | menselijk ras worden. 98 ~Het woord van God openbaart
1218 VII, 1,81 | de wereld. Daarom nodigt het de wijsbegeerte uit om mee
1219 VII, 1,81 | wijsbegeerte uit om mee te doen in het zoeken naar een natuurlijke
1220 VII, 1,82 | definitieve waarheid, op het zijn zelf van het kennisobject.
1221 VII, 1,82 | waarheid, op het zijn zelf van het kennisobject. Daarbij geldt
1222 VII, 1,82 | vereiste: dat de wijsbegeerte het menselijke vermogen om de
1223 VII, 1,82 | Dit postulaat, eigen aan het geloof, werd uitdrukkelijk
1224 VII, 1,82 | verkenning van de rijkdom die in het woord van God te vinden
1225 VII, 1,82 | Schrift neemt altijd aan dat het individu, ook al is het
1226 VII, 1,82 | het individu, ook al is het schuldig aan dubbelzinnigheid
1227 VII, 1,82 | bevatten. De Bijbel, en het Nieuwe Testament in het
1228 VII, 1,82 | het Nieuwe Testament in het bijzonder, bevat teksten
1229 VII, 1,82 | begreep als uitspraken over het zijn van Christus zelf.
1230 VII, 1,82 | een objectief ware, zij het altijd nog te vervolmaken
1231 VII, 1,82 | ook voor de oordelen van het zedelijk geweten, waarvan
1232 VII, 1,83 | analytische kennis; en in het bijzonder dient het om het
1233 VII, 1,83 | en in het bijzonder dient het om het zedelijk goede te
1234 VII, 1,83 | het bijzonder dient het om het zedelijk goede te kennen,
1235 VII, 1,83 | zijn diepste grond heeft in het Hoogste Goed, God zelf.
1236 VII, 1,83 | werkelijkheid en de waarheid boven het feitelijke en het empirische
1237 VII, 1,83 | boven het feitelijke en het empirische uitstijgen. Bovendien
1238 VII, 1,83 | uitstijgen. Bovendien wil ik het vermogen van de mens erkennen,
1239 VII, 1,83 | dimensie werkelijk, zij het op onvolkomen en analoge
1240 VII, 1,83 | beschouwd worden, aangezien het juist de metafysica is die
1241 VII, 1,83 | juist de metafysica is die het mogelijk maakt om het begrip
1242 VII, 1,83 | die het mogelijk maakt om het begrip van de menselijke
1243 VII, 1,83 | plaat voor de ontmoeting met het zijn en dus met het metafysisch
1244 VII, 1,83 | met het zijn en dus met het metafysisch onderzoek. ~
1245 VII, 1,83 | maar een verwijzing naar het absolute en transcendente
1246 VII, 1,83 | in andere personen, in het zijn zelf, in God. We treffen
1247 VII, 1,83 | een grote uitdaging aan het einde van dit millennium,
1248 VII, 1,83 | uitdrukt en verduidelijkt, moet het speculatieve denken het
1249 VII, 1,83 | het speculatieve denken het geestelijke midden en het
1250 VII, 1,83 | het geestelijke midden en het dragende fundament bereiken.
1251 VII, 1,83 | volkomen ongeschikt zijn om bij het begrijpen van de openbaring
1252 VII, 1,83 | middelares te functioneren. Het woord van God refereert
1253 VII, 1,83 | worden, en de theologie zou het niet op enigerlei wijze
1254 VII, 1,83 | essentiële bemiddelende rol bij het theologisch onderzoek. Een
1255 VII, 1,83 | ervaring; bovendien zou zij het de intellectus fidei onmogelijk
1256 VII, 1,83 | drukken. ~Als ik zo sterk het metafysische element onderstreep,
1257 VII, 1,83(102) | Dogmatische Constitutie over het katholieke Geloof Dei Filius,
1258 VII, 1,84 | ten zeerste bijdragen aan het geloofsbegrip, aangezien
1259 VII, 1,84 | zichzelf buitenspel. Want het geloof veronderstelt duidelijk
1260 VII, 1,84 | Ware dit niet zo, dan zou het woord van God, dat altijd
1261 VII, 1,85 | bewust dat deze eisen die het woord van God aan de wijsbegeerte
1262 VII, 1,85 | mensen die betrokken zijn bij het huidige filosofisch onderzoek.
1263 VII, 1,85 | onophoudelijk leren en wat ook het Tweede Vaticaans Concilie
1264 VII, 1,85 | is een van de taken die het christelijke denken moet
1265 VII, 1,85 | christelijke denken moet opnemen in het volgende millennium van
1266 VII, 1,85 | volgende millennium van het christelijke tijdvak. De
1267 VII, 1,85 | bezorgd over kunnen zijn? Het is het evangelie dat aan
1268 VII, 1,85 | over kunnen zijn? Het is het evangelie dat aan de herders
1269 VII, 1,85 | willen geven op de eisen die het woord van God aan het menselijk
1270 VII, 1,85 | die het woord van God aan het menselijk denken stelt,
1271 VII, 1,85 | fundamentele resultaten van het moderne en hedendaagse denken
1272 VII, 1,85 | In de huidige situatie is het daarom zeer betekenisvol
1273 VII, 1,85 | benadering van de kennis. Het beroep op de traditie is
1274 VII, 1,85 | louter een herinnering aan het verleden; het vormt veeleer
1275 VII, 1,85 | herinnering aan het verleden; het vormt veeleer de erkenning
1276 VII, 1,85 | behoren tot de traditie en dat het niet aan ons is om er naar
1277 VII, 1,86 | traditie, is bedoeld om het gevaar af te wenden dat
1278 VII, 1,86 | verbreid zijn. Ik denk dat het gepast is om -zij het kort-
1279 VII, 1,86 | dat het gepast is om -zij het kort- daarop in te gaan,
1280 VII, 1,86 | daaruit volgende risico’s voor het wijsgerige werk. ~De eerste
1281 VII, 1,86 | context. Ze lopen daarom het gevaar, niet in staat te
1282 VII, 1,86 | niet in staat te zijn om het waarheidsgehalte van een
1283 VII, 1,86 | eclecticisme komt ook voor in het retorische misbruik van
1284 VII, 1,86 | manipulatie draagt niet bij aan het zoeken naar de waarheid
1285 VII, 1,86 | naar de waarheid en oefent het verstand niet, theologisch
1286 VII, 1,86 | ontstonden, helpt eraan mee om het gevaar van eclecticisme
1287 VII, 1,86 | eclecticisme te overwinnen en maakt het mogelijk ze te integreren
1288 VII, 1,87 | bergen die typisch zijn voor het historicisme. Om een doctrine
1289 VII, 1,87 | historicisme. Om een doctrine uit het verleden juist te verstaan
1290 VII, 1,87 | verleden juist te verstaan is het nodig die te plaatsen in
1291 VII, 1,87 | context. De grondstelling van het historicisme luidt daarentegen
1292 VII, 1,87 | de blijvende waarde van het ware ontkend. Wat waar was
1293 VII, 1,87 | hen de geschiedenis van het denken weinig meer dan een
1294 VII, 1,87 | te illustreren, maar voor het grootste deel achterhaald
1295 VII, 1,87 | en zonder betekenis voor het heden. Men mag daarentegen
1296 VII, 1,88 | gehouden moet worden is het sciëntisme. Deze wijsgerige
1297 VII, 1,88 | positieve wetenschappen; en het verwijst godsdienstige,
1298 VII, 1,88 | esthetische kennis naar het rijk van de pure fantasie.
1299 VII, 1,88 | van de pure fantasie. In het verleden maakte dezelfde
1300 VII, 1,88 | dezelfde gedachte opgang in het positivisme en neo-positivisme,
1301 VII, 1,88 | emoties en dat kennis van het zijn verwerpt om de weg
1302 VII, 1,88 | voorbereiden alle aspecten van het menselijk leven te beheersen
1303 VII, 1,88 | te ontkennen triomf van het wetenschappelijk onderzoek
1304 VII, 1,88 | radicale veranderingen die het heeft veroorzaakt. ~Helaas,
1305 VII, 1,88 | men vaststellen, verwijst het sciëntisme alles wat te
1306 VII, 1,88 | de kwestie van de zin van het leven naar het rijk van
1307 VII, 1,88 | de zin van het leven naar het rijk van het irrationele
1308 VII, 1,88 | leven naar het rijk van het irrationele of imaginaire.
1309 VII, 1,88 | teleurstellend is de wijze waarop het de andere grote problemen
1310 VII, 1,88 | leidt tot de verarming van het menselijk denken, dat zich
1311 VII, 1,88 | constant heeft opgeworpen vanaf het begin van de tijd. En aangezien
1312 VII, 1,88 | ruimte laat voor kritiek die het ethische oordeel biedt,
1313 VII, 1,88 | iets technisch mogelijk is, het daarom ook moreel toelaatbaar
1314 VII, 1,89 | Niet minder gevaarlijk is het pragmatisme, een geesteshouding
1315 VII, 1,89 | een geesteshouding die bij het maken van haar keuzes, theoretische
1316 VII, 1,89 | denken zijn aanzienlijk. In het bijzonder is er een groeiende
1317 VII, 1,90 | filosofieën die de zin van het zijn hebben verworpen, de
1318 VII, 1,90 | waarheid. Helemaal los van het feit dat het strijdig is
1319 VII, 1,90 | Helemaal los van het feit dat het strijdig is met de eisen
1320 VII, 1,90 | de eisen en de inhoud van het woord van God, is nihilisme
1321 VII, 1,90 | Want men mag niet over het hoofd zien, dat de veronachtzaming
1322 VII, 1,90 | dat de veronachtzaming van het zijn onvermijdelijk leidt
1323 VII, 1,90 | menselijke waardigheid. Dit maakt het op zijn beurt mogelijk om
1324 VII, 1,90 | zijn gelijkenis met God van het gelaat te wissen, en hem
1325 VII, 1,90 | mensen eenmaal ontzegd is, is het een illusie te trachten
1326 VII, 1,90(106) | encycliek als commentaar op het woord uit het St.-Jansevangelie: “
1327 VII, 1,90(106) | commentaar op het woord uit het St.-Jansevangelie: “Jullie
1328 VII, 1,90(106) | beperkt, vermindert en als het ware tot in de wortels vernielt”:
1329 VII, 1,91 | deze denkrichtingen was het niet mijn bedoeling om een
1330 VII, 1,91 | echter de bevestiging van het principe van de immanentie,
1331 VII, 1,91 | principe van de immanentie, het hart van de rationalistische
1332 VII, 1,91 | onvruchtbaarheid aantoonde van het postulaat van de absolute
1333 VII, 1,91 | werd hij overgeplant naar het wijsgerige veld, maar hij
1334 VII, 1,91 | tweeduidig gebleven, zowel omdat het oordeel over wat ‘postmodern’
1335 VII, 1,91 | verschrikkelijke ervaring van het kwaad die onze tijd heeft
1336 VII, 1,91 | dramatiek van deze ervaring kon het rationalistische optimisme,
1337 VII, 1,91 | voortschrijdende overwinning van het verstand als bron van geluk
1338 VII, 1,91 | ergste bedreigingen aan het einde van deze eeuw de bekoring
1339 VII, 1,91 | wanhoop is. ~Niettemin blijft het waar dat een zekere positivistische
1340 VII, 2,92 | 92. Wat het begrip van de openbaring
1341 VII, 2,92 | culturen, om dan de inhoud van het geloof te bemiddelen voor
1342 VII, 2,92 | vernieuwing van haar methoden met het oog op een effectievere
1343 VII, 2,92 | XXIII bij de opening van het concilie? Hij zei toen: “
1344 VII, 2,92 | concilie? Hij zei toen: “Het is nodig dat men tegemoet
1345 VII, 2,92 | diepere wijze bekend wordt; het is nodig dat de mensen afzonderlijk
1346 VII, 2,92 | onderwezen en gevormd worden; het is nodig dat de zekere en
1347 VII, 2,92 | overeenkomt met de dynamiek die in het geloof zelf woont” en dat
1348 VII, 2,92 | geloof zelf woont” en dat het eigenlijke object van zijn
1349 VII, 2,92(107) | Toespraak bij de opening van het Concilie (11 oktober 1962):
1350 VII, 2,92 | gemeenschappelijke, zij het ook met verschillende methoden
1351 VII, 2,92 | groeien (vgl. Ef 4,15). ~Het mogelijk achten een universeel
1352 VII, 2,92 | intolerantie; integendeel, het is de essentiële voorwaarde
1353 VII, 2,92 | Alleen op deze basis is het mogelijk om de scheidende
1354 VII, 2,92(109) | zijn lijden en dood aan het kruis, dat toen Hij deze
1355 VII, 2,92(109) | woorden sprak, juist op het punt stond te gebeuren.
1356 VII, 2,92(109) | te gebeuren. Later wordt het echter duidelijk dat dit “
1357 VII, 2,92(109) | alleen verbonden is met het scandalum Crucis, maar ook
1358 VII, 2,92(109) | leerde’ (Hand.1,1). Want het mysterium Christi als geheel
1359 VII, 2,92(109) | vraagt geloof, aangezien het het geloof is dat de mens
1360 VII, 2,92(109) | vraagt geloof, aangezien het het geloof is dat de mens binnenleidt
1361 VII, 2,92(109) | in de werkelijkheid van het geopenbaarde mysterie. Het ‘
1362 VII, 2,92(109) | het geopenbaarde mysterie. Het ‘leiden in de volle waarheid’
1363 VII, 2,92(109) | daarom bereikt in en door het geloof: en dit is het werk
1364 VII, 2,92(109) | door het geloof: en dit is het werk van de Geest der waarheid
1365 VII, 2,92(109) | de Geest der waarheid en het resultaat van zijn activiteit
1366 VII, 2,92(109) | Leider van de mens zijn en het Licht van de menselijke
1367 VII, 2,93 | 93. Het hoofddoel dat de theologie
1368 VII, 2,93 | openbaring en de inhoud van het geloof te verschaffen. Het
1369 VII, 2,93 | het geloof te verschaffen. Het feitelijke middelpunt van
1370 VII, 2,93 | daarom de beschouwing van het mysterie van de drie-ene
1371 VII, 2,93 | wanneer men nadenkt over het mysterie van de incarnatie
1372 VII, 2,93 | Zoon: zijn menswording en het consequent op zich nemen
1373 VII, 2,93 | opgave van de theologie zijn: het begrijpen van de kenosis
1374 VII, 2,93 | menselijke geest, voor wie het onhoudbaar schijnt dat lijden
1375 VII, 2,94 | teksten willen meedelen, zij het binnen de grenzen van de
1376 VII, 2,94 | de bijbelse teksten en in het bijzonder de evangelies
1377 VII, 2,94 | van neutrale feiten, zoals het historicistische positivisme
1378 VII, 2,94 | waarvan de waarheid achter het gewone historische gebeuren
1379 VII, 2,94 | geschiedenis vormt, ook vanuit het wijsgerige standpunt te
1380 VII, 2,95 | 95. Het woord van God richt zich
1381 VII, 2,95 | uitdrukken. De standpunten van het historicisme zijn, zoals
1382 VII, 2,95 | metafysica kan laten zien hoe het mogelijk is om van de historische
1383 VII, 2,95 | uitdrukking te brengen die boven het verschijnsel taal uitgaan.
1384 VII, 2,96 | encycliek Humani generis. 112 ~Het is een ingewikkeld probleem
1385 VII, 2,96 | Niettemin, de geschiedenis van het denken laat zien dat bepaalde
1386 VII, 2,96(112) | Het is duidelijk dat de Kerk
1387 VII, 2,96(112) | begrijpen en bevatten van het dogma te komen, berust niet
1388 VII, 2,96(112) | bouwvallige fundering. Want het berust op beginselen en
1389 VII, 2,96(112) | door de Kerk. Daarom is het niet verbazend dat enkele
1390 VII, 2,96(112) | zelfs vastgelegd, zodat het verkeerd is om daarvan afstand
1391 VII, 2,96 | bewaren. 113 ware dit niet het geval, dan zouden de wijsbegeerte
1392 VII, 2,96 | bedacht en uitgewerkt werden. Het hermeneutische probleem
1393 VII, 2,96 | ook hopen dat de filosofie het zich tot een bijzondere
1394 VII, 2,96 | bijzondere zorg zal rekenen om het verstaan van de betrekking
1395 VII, 2,97 | en meer eisende taak is het verstaan van de geopenbaarde
1396 VII, 2,97 | waarheid, respectievelijk het proces van de intellectus
1397 VII, 2,97 | bijdrage van de filosofie van het zijn, die het vooral de
1398 VII, 2,97 | filosofie van het zijn, die het vooral de dogmatische theologie
1399 VII, 2,97 | naar behoren uit te voeren. Het dogmatische pragmatisme
1400 VII, 2,97 | dogmatische pragmatisme van het begin van deze eeuw, volgens
1401 VII, 2,97 | ecclesiologie die uitsluitend naar het voorbeeld van burgerlijke
1402 VII, 2,97 | maatschappijen is opgebouwd, zouden het gevaar van een dergelijke
1403 VII, 2,97 | bedienen van de filosofie van het zijn. Deze filosofie van
1404 VII, 2,97 | zijn. Deze filosofie van het zijn zal in staat moeten
1405 VII, 2,97 | zal in staat moeten zijn het probleem van het zijn opnieuw
1406 VII, 2,97 | moeten zijn het probleem van het zijn opnieuw aan te pakken -
1407 VII, 2,97 | zonder te vervallen in het steriel herhalen van verouderde
1408 VII, 2,97 | schemata. De filosofie van het zijn is binnen het kader
1409 VII, 2,97 | filosofie van het zijn is binnen het kader van de christelijke
1410 VII, 2,97(114) | Vgl. Congregatie van het H. Officie, Decreet Lamentabili (
1411 VII, 2,97(115) | Paulus II, Toespraak tot het Pauselijk Atheneum “Angelicum” (
1412 VII, 2,98 | toepassing op de moraaltheologie. Het is zeker zo dringend nodig
1413 VII, 2,98 | wijsbegeerte wordt herontdekt voor het geloofsverstaan dat betrekking
1414 VII, 2,98 | dat betrekking heeft op het handelen van de gelovigen.
1415 VII, 2,98 | wetenschappelijk gebied is het morele geweten van de mens
1416 VII, 2,98 | Nadat de idee van een voor het menselijk verstand kenbare
1417 VII, 2,98 | universele waarheid over het goede verloren was gegaan,
1418 VII, 2,98 | gegaan, is onvermijdelijk ook het begrip van het geweten veranderd;
1419 VII, 2,98 | onvermijdelijk ook het begrip van het geweten veranderd; het geweten
1420 VII, 2,98 | van het geweten veranderd; het geweten wordt niet meer
1421 VII, 2,98 | zeggen als een handeling van het inzicht van de persoon wiens
1422 VII, 2,98 | van de persoon wiens taak het is, om de algemene kennis
1423 VII, 2,98 | om de algemene kennis van het goede op een bepaalde situatie
1424 VII, 2,98 | een oordeel te vellen over het juiste, hier en nu te kiezen
1425 VII, 2,98 | gedrag; men kwam ertoe, aan het geweten van het individu
1426 VII, 2,98 | ertoe, aan het geweten van het individu het voorrecht te
1427 VII, 2,98 | geweten van het individu het voorrecht te verlenen om
1428 VII, 2,98 | aan de waarheid toekomt op het gebied van de moraal, helder
1429 VII, 2,98 | duidelijk onderstreept. Wat het merendeel van de dringendste
1430 VII, 2,98 | wijzen op zijn wortels in het woord van God. Om deze opdracht
1431 VII, 2,98 | gericht is op de waarheid van het goede; een ethiek dus, die
1432 VII, 2,98 | antropologie en een metafysica van het goede. Wanneer de moraaltheologie
1433 VII, 2,98 | gezin, de verdediging van het leven en het milieu. ~
1434 VII, 2,98 | verdediging van het leven en het milieu. ~
1435 VII, 2,99 | 99. Het theologische werk in de
1436 VII, 2,99 | want alleen in Christus is het mogelijk om de volheid van
1437 VII, 2,99 | 4-6). ~In dit verband is het goed te begrijpen waarom
1438 VII, 2,99 | implicaties heeft die in het licht van het geloof verdiept
1439 VII, 2,99 | heeft die in het licht van het geloof verdiept moeten worden.
1440 VII, 2,99 | volledigheid118, en ook het verband van die leer met
1441 VII, 2,99 | verband van die leer met het leven van de gelovigen. 119
1442 VII, 2,99 | leven van de gelovigen. 119 Het resultaat is een unieke
1443 VII, 2,99 | begripswaarheden is, maar het mysterie van de levende
1444 VII, 2,99 | van de levende God. 120 ~Het wijsgerig onderzoek kan
1445 VII, 2,99 | voor de communicatie en het diepere begrip van de waarheid. ~
1446 Slot, 0,100 | ik de behoefte gevoeld om het thema van de relatie tussen
1447 Slot, 0,100 | meer systematische wijze. Het belang van het wijsgerige
1448 Slot, 0,100 | systematische wijze. Het belang van het wijsgerige denken in de
1449 Slot, 0,100 | wijsbegeerte een machtige, zij het niet altijd meteen duidelijke,
1450 Slot, 0,100 | Om deze redenen heb ik het gepast en nodig geoordeeld
1451 Slot, 0,100 | waarde van de filosofie voor het begrijpen van het geloof,
1452 Slot, 0,100 | filosofie voor het begrijpen van het geloof, alsook de grenzen
1453 Slot, 0,100 | wederzijds steunen” 122; het een beïnvloedt het ander
1454 Slot, 0,100 | het een beïnvloedt het ander doordat ze elkaar
1455 Slot, 0,100(122)| Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei Filius,
1456 Slot, 0,101 | van de geschiedenis van het denken, speciaal in het
1457 Slot, 0,101 | het denken, speciaal in het Westen, laat duidelijk zien
1458 Slot, 0,101 | en oorspronkelijkheid die het haar mogelijk maakt om als
1459 Slot, 0,101 | betekenissen, tot welker verdieping het verstand geroepen is. ~In
1460 Slot, 0,101 | verstand geroepen is. ~In het licht van deze constatering
1461 Slot, 0,101 | constatering beschouw ik het - zoals ik de opgave van
1462 Slot, 0,101 | onderstrepen dat omwille van het welzijn en de vooruitgang
1463 Slot, 0,101 | welzijn en de vooruitgang van het denken ook de wijsbegeerte
1464 Slot, 0,101 | vertoont die eigen zijn aan het individu vinden, maar de
1465 Slot, 0,101 | de waarheid wezenlijk op het zegelmerk van de kerkelijkheid123
1466 Slot, 0,101 | en op de traditie van het Godsvolk met haar veelheid
1467 Slot, 0,101 | culturen in de eenheid van het geloof. ~
1468 Slot, 0,101(123)| kan van de theologie als het ware een eenvoudige verzameling
1469 Slot, 0,101(123)| vereniging is met de zending van het onderricht van de waarheid,
1470 Slot, 0,102 | en de ware dimensies van het wijsgerige denken, bevordert
1471 Slot, 0,102 | verkondiging van de boodschap die het evangelie bevat. Er is vandaag
1472 Slot, 0,102 | uiteindelijke en definitieve zin van het leven. In het licht van
1473 Slot, 0,102 | definitieve zin van het leven. In het licht van deze diepe behoeften,
1474 Slot, 0,102 | zich meer toevertrouwt aan het evangelie en zich openstelt
1475 Slot, 0,103 | ontplooit in harmonie met het geloof, hoort tot die ‘evangelisering
1476 Slot, 0,103 | filosofen op, de dimensies van het ware, goede en schone, waarheen
1477 Slot, 0,103 | goede en schone, waarheen het woord Gods leidt, te verdiepen.
1478 Slot, 0,103 | naar de uitdagingen die het nieuwe millennium schijnt
1479 Slot, 0,104 | 104. Het filosofische denken is vaak
1480 Slot, 0,104 | filosofische denken is vaak het enige terrein voor begrip
1481 Slot, 0,104 | christelijke filosofie in het licht van de rede en volgens
1482 Slot, 0,104 | steeds laat leiden door het toenemende begrip dat het
1483 Slot, 0,104 | het toenemende begrip dat het woord van God haar schenkt,
1484 Slot, 0,104 | milieu en vrede, of aan het samenleven van rassen en
1485 Slot, 0,104 | mogelijke oplossing vinden in het duidelijke, eerlijke samenwerken
1486 Slot, 0,104 | geloof delen. Dat heeft het Tweede Vaticaans Concilie
1487 Slot, 0,104 | de waarheid van Christus, het enige definitieve antwoord
1488 Slot, 0,104 | problemen van de mens, 127 aan het licht komt, zal een effectieve
1489 Slot, 0,105 | wijsgerige implicaties van het woord van God en zeker in
1490 Slot, 0,105 | dialoog te komen met zowel het hedendaagse filosofische
1491 Slot, 0,105 | niet in harmonie is met het woord van God. Laten de
1492 Slot, 0,105 | verwondering, schranderheid zonder het vermogen, zich aan vreugde
1493 Slot, 0,105 | voorbereiding van hen die het evangelie zullen verkondigen
1494 Slot, 0,105 | hun werk uit te voeren in het licht van de voorschriften
1495 Slot, 0,105 | van de voorschriften die het Tweede Vaticaans Concilie
1496 Slot, 0,105 | hen die belast zijn met het onderwijs in de theologie,
1497 Slot, 0,105 | noodzakelijke onderscheiding in het licht van de actuele behoeften
1498 Slot, 0,106 | filosofie; ik vraag hen, in het licht van een blijvend geldige
1499 Slot, 0,106 | metafysische waarheid van het wijsgerige denken te herwinnen.
1500 Slot, 0,106 | vragen die voortkomen uit het woord van God en dat zij
1-500 | 501-1000 | 1001-1500 | 1501-1527 |