1-500 | 501-1000 | 1001-1018
Chapter, Paragraph, Number
501 V, 1,52 | karakteriseerde krachtig en positief het filosofische
502 V, 1,52 | onderzoek van vele gelovigen en vormt ook vandaag nog een
503 V, 1,52 | referentiepunt voor een correct en consequent christelijk denken
504 V, 1,53 | van verstandelijke kennis en dus uiteindelijk wijsgerige
505 V, 1,53 | in een synthese plechtig en opnieuw bevestigde, onderstreepte
506 V, 1,53 | onderstreepte hoe onscheidbaar en tegelijkertijd onafhankelijk
507 V, 1,53 | elkaar natuurlijke Godskennis en openbaring, verstand en
508 V, 1,53 | en openbaring, verstand en geloof zijn. Het concilie
509 V, 1,53 | bestaan van God, de oorsprong en het doel van alle dingen, 63
510 V, 1,53 | doel van alle dingen, 63 en sloot met de reeds geciteerde
511 V, 1,53 | onderscheid tussen geloofsgeheimen en wijsgerige ontdekkingen
512 V, 1,53 | wijsgerige ontdekkingen en de transcendentie en prioriteit
513 V, 1,53 | ontdekkingen en de transcendentie en prioriteit van de eerste
514 V, 1,53 | waarheid te onderstrepen en daarmee ook de positieve
515 V, 1,53 | voor de geloofskennis kan en moet leveren: “Maar ook
516 V, 1,53 | divergentie zijn tussen geloof en verstand: want dezelfde
517 V, 1,53 | die de geheimen openbaart en het geloof meedeelt, heeft
518 V, 1,54 | op het thema teruggekomen en heeft gewaarschuwd voor
519 V, 1,54 | fenomenalistische, agnostische en immanentistische aard ten
520 V, 1,54 | de marxistische filosofie en het atheïstische communisme
521 V, 1,54 | evolutionisme, existentialisme en historicisme. Hij stelde
522 V, 1,54 | door theologen zijn bewerkt en voorgelegd, aangezien zij
523 V, 1,54 | de katholieke theologen en filosofen, op wie de zware
524 V, 1,54 | taak rust, de goddelijke en menselijke waarheid te beschermen
525 V, 1,54 | menselijke waarheid te beschermen en haar in de harten van de
526 V, 1,54 | preciezer te bespreken en te evalueren.” 69 ~Tenslotte
527 V, 1,54 | overnemen van opvattingen en methoden uit het marxisme
528 V, 1,54 | het verleden herhaaldelijk en op verschillende manieren
529 V, 1,55 | die in de gangbare taal en cultuur wel ingang gevonden
530 V, 1,55 | de verstandelijke kennis en het filosofisch debat voor
531 V, 1,55 | ertoe neigt om de lezing en uitleg van de heilige Schrift
532 V, 1,55 | Schrift te vereenzelvigen en aldus de kerkelijke leer
533 V, 1,55(72) | deugd, waardoor wij gesteund en geholpen door de genade
534 V, 1,55(72) | Dei Filius, III: DS 3008, en can. 3,2: DS 3032. Anderzijds
535 V, 1,55 | De Heilige Overlevering en de Heilige Schrift vormen
536 V, 1,55 | Overlevering, de Heilige Schrift en het Leergezag van de Kerk,
537 V, 1,55 | van slechts één methode, en daarbij de noodzaak van
538 V, 1,55 | van de wijsgerige traditie en voor het opgeven van de
539 V, 1,56 | wantrouwen jegens universele en absolute uitspraken, vooral
540 V, 1,56 | wordt uit overeenstemming en niet uit harmonie van de
541 V, 1,56 | dat men moeilijk volledige en ultieme betekenis van het
542 V, 1,56 | betekenis vindt, de christelijke en ook niet-christelijke filosofen
543 V, 1,56 | van het menselijk verstand en zich bij hun filosoferen
544 V, 1,56 | de uiteindelijke waarheid en de wens, haar te zoeken,
545 V, 1,56 | mogelijk isolement te treden en voor alles wat mooi, goed
546 V, 1,56 | voor alles wat mooi, goed en waar is, iets te riskeren.
547 V, 1,56 | het geloof tot overtuigde en overtuigende advocaat van
548 V, 2,57 | meer dan enkel de dwalingen en afwijkingen van de wijsgerige
549 V, 2,57 | wijsgerige denken onderstreept en ook concreet laten zien,
550 V, 2,57 | de verhouding van geloof en rede op en ontwikkelde haar
551 V, 2,57 | verhouding van geloof en rede op en ontwikkelde haar verder
552 V, 2,57 | bijdrage aan het geloof en aan de theologische wetenschap
553 V, 2,57 | staat beide hun rechten toe en beschermt hun waardigheid.” 79 ~
554 V, 2,58 | denken van de H. Thomas en andere scholastieke schrijvers
555 V, 2,58 | goeddeels onbekend was geweest; en er kwamen nu nieuwe Thomistische
556 V, 2,58 | de toenmalige wijsgerige en theologische problemen.
557 V, 2,58 | deze eeuw, aan wier denken en studies Vaticanum II veel
558 V, 2,59 | 59. De Thomistische en neo-Thomistische vernieuwing
559 V, 2,59 | vóór de oproep van Paus Leo en parallel daarmee waren talrijke
560 V, 2,59 | de jongere denkrichtingen en daarbij volgens hun eigen
561 V, 2,59 | werken van grote invloed en blijvende waarde hadden
562 V, 2,59 | het transcendente opende; en tenslotte waren er ook die
563 V, 2,59 | in de eenheid van geloof en rede levend wilden houden. ~
564 V, 2,60 | zijn kant een zeer rijke en vruchtbare doctrine met
565 V, 2,60 | van bijbelse antropologie en daarmee ook een inspiratiebron
566 V, 2,60 | persoon. Zijn waardigheid en heerschappij over de rest
567 V, 2,60 | schepping worden uitgelegd en het transcendente vermogen
568 V, 2,60 | waardigheid van de persoon en zijn vrijheid, precies uitgelegd. 81
569 V, 2,60 | het mysterie van de Vader en zijn liefde de mens ten
570 V, 2,60 | ten volle zien wie hij is en onthult Hij hem de sublieme
571 V, 2,60 | krijgen tot een degelijke en samenhangende kennisneming
572 V, 2,60 | kennisneming van de mens, de wereld en van God. Daarbij ondervinden
573 V, 2,60 | voorschriften zijn herhaald en ontwikkeld in een aantal
574 V, 2,60 | van de hedendaagse wereld en de oorzaken van allerlei
575 V, 2,61 | Doctor Angelicus benadrukte en vasthield aan de bestudering
576 V, 2,61 | schrijven. Met verwondering en spijt moet ik vaststellen
577 V, 2,61 | concentreert op detailkwesties en deelproblemen, soms zelfs
578 V, 2,61 | wetenschappen eigen te maken en ze, waar nodig, in hun onderzoek
579 V, 2,61 | in de pastorale vorming en in de praeparatio fidei
580 V, 2,61 | aan het licht gebracht: en dit vormt een echte culturele
581 V, 2,61 | naar boven zal laten komen en de noodzakelijke band zal
582 V, 2,62 | de filosofie fundamenteel en onmisbaar is voor de structuur
583 V, 2,62 | van de theologiestudies en voor de vorming van priesterkandidaten.
584 V, 2,62 | harmonie tussen theologisch en filosofisch onderricht naar
585 V, 2,62 | beïnvloedde, bevorderde en verwerkelijkte veel van
586 V, 2,62 | tegenover het moderne denken en de moderne cultuur, die
587 V, 2,62 | een zinvolle filosofische en theologische vorming worden
588 V, 2,63 | precies te onderscheiden en een wijsgerig denken te
589 V, 2,63 | taak om enkele beginselen en referentiepunten te presenteren
590 V, 2,63 | om weer een harmonieuze en effectieve relatie tussen
591 V, 2,63 | relatie tussen wijsbegeerte en godgeleerdheid te kunnen
592 V, 2,63 | kent, moet onderhouden, en zo ja: wat voor een. ~
593 VI | Wisselwerking Tussen Theologie En Filosofie~
594 VI, 1 | De Kennis Van Het Geloof En De Postulaten Van De Wijsgerige
595 VI, 1,64 | iedere mens, op elk moment en op iedere plaats ter wereld;
596 VI, 1,64 | iedere plaats ter wereld; en de mens is van nature wijsgeer.
597 VI, 1,64 | sommige van haar procedures en in de uitvoering van haar
598 VI, 1,65 | beginsel: de auditus fidei en de intellectus fidei. Met
599 VI, 1,65 | Traditie, de Heilige Schrift en het levende Leergezag van
600 VI, 1,65 | van de opbouw van kennis en persoonlijke communicatie,
601 VI, 1,65 | de verschillende vormen en functies van de taal. Niet
602 VI, 1,65 | uitspraken van het Leergezag en de leer van de grote meesters
603 VI, 1,65 | die dikwijls begrippen en denkvormen overnemen van
604 VI, 1,65 | niet alleen de begrippen en termen die de Kerk gebruikt
605 VI, 1,65 | gebruikt in haar denken en in de ontwikkeling van haar
606 VI, 1,65 | kennen, die deze begrippen en termen hebben beïnvloed,
607 VI, 1,65 | hebben beïnvloed, om correcte en consistente interpretaties
608 VI, 1,66 | niet alleen de logische en begripsstructuur van de
609 VI, 1,66 | Kerk is gekaderd, maar ook en vooral door de heilsbetekenis
610 VI, 1,66 | uitspraken voor het individu en voor de mensheid, in het
611 VI, 1,66 | persoon van Jezus Christus en in zijn paasmysterie haar
612 VI, 1,66 | mysterie van de drie-ene God en van het heilsplan, zowel
613 VI, 1,66 | behulp van uitdrukkingen en begrippen die geformuleerd
614 VI, 1,66 | geformuleerd zijn op kritische en algemeen te communiceren
615 VI, 1,66 | wereld, de relatie tussen God en de mens, de identiteit van
616 VI, 1,66 | van Christus, die ware God en ware mens is, niet aanschouwelijk
617 VI, 1,66 | zich een natuurlijke, ware en consistente kennis van de
618 VI, 1,66 | geschapen dingen, van de wereld en van de mens moet verwerven,
619 VI, 1,66 | te drukken in begrippen en in de vorm van de redenering.
620 VI, 1,66 | van de mens, van de wereld en, radicaler, van het zijn. ~
621 VI, 1,67 | bekommeren om het rechtvaardigen en het verklaren van de relatie
622 VI, 1,67 | relatie tussen het geloof en het filosofische denken.
623 VI, 1,67 | opnieuw naar voren gebracht en er de aandacht op gevestigd,
624 VI, 1,67 | langs filosofische weg. En de aanvaarding van de openbaring
625 VI, 1,67 | bestuderen van de openbaring en haar geloofwaardigheid,
626 VI, 1,67 | menselijke taal om uitdrukkelijk en naar waarheid ook te spreken
627 VI, 1,67 | zonder de eigen beginselen en hun autonomie ook maar in
628 VI, 1,67 | bestaat tussen het geloof en zijn fundamentele eis om
629 VI, 1,67(90) | dat hij eraan wil geven, en naar dat wat hem na de dood
630 VI, 1,68 | geloven tot een vrijheid en verantwoordelijkheid die
631 VI, 1,68 | Niettemin bieden het evangelie en de geschriften van de apostelen
632 VI, 1,68 | precieze leerstellingen en geboden. Om ze toe te passen
633 VI, 1,68 | levensomstandigheden van het individu en van de samenleving, moet
634 VI, 1,68 | staat zijn zijn geweten en zijn denkkracht tot het
635 VI, 1,68 | op de menselijke natuur en samenleving alsook op de
636 VI, 1,69 | bedienen, zoals de geschiedenis en vooral de natuurwetenschappen,
637 VI, 1,69 | de relatie tussen geloof en cultuur, de opvatting dat
638 VI, 1,69 | een filosofie van Griekse en Eurocentrische oorsprong.
639 VI, 1,69 | typisch wijsgerige, kritische en algemene geldigheid nastrevende
640 VI, 1,69 | geval te blijven staan, en daarmee de voornaamste taak
641 VI, 1,70 | proces van de ontmoeting en confrontatie met de culturen
642 VI, 1,70 | universaliteit van de verkondiging en de hindernissen die uit
643 VI, 1,70 | waren, door Christus Jezus, en wel door zijn bloed, dichtbij
644 VI, 1,70 | verenigde de beide delen (joden en heidenen), en haalde door
645 VI, 1,70 | delen (joden en heidenen), en haalde door zijn sterven
646 VI, 1,70 | van een volk, zijn taal en zijn gebruiken beperkt,
647 VI, 1,70 | Van verschillende plaatsen en tradities zijn allen er
648 VI, 1,70 | de scheidingsmuren omlaag en voltrekt de vereniging op
649 VI, 1,70 | medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God” (Ef
650 VI, 1,70 | mens voor het universele en het transcendente. Daarom
651 VI, 1,70 | van de wijsheidsteksten en de leer van de H. Paulus
652 VI, 1,71 | verbinding staan met de mensen en hun geschiedenis, delen
653 VI, 1,71 | Dientengevolge kan men veranderingen en vooruitgang constateren
654 VI, 1,71 | ontmoetingen van mensen en de uitwisseling van hun
655 VI, 1,71 | door het delen van waarden, en hun levenskracht en bloei
656 VI, 1,71 | waarden, en hun levenskracht en bloei danken zij aan het
657 VI, 1,71 | cultuur, is ervan afhankelijk en beïnvloedt haar. Hij is
658 VI, 1,71 | haar. Hij is tegelijk kind en vader van de cultuur waarin
659 VI, 1,71 | openheid voor het mysterie en zijn onuitputtelijk verlangen
660 VI, 1,71 | op voltooiing is gericht, en laat het doorschijnen. Je
661 VI, 1,71 | cultuur van hun omgeving en draagt er van haar kant
662 VI, 1,71 | door God in de geschiedenis en in de cultuur van een volk
663 VI, 1,71 | moedertaal horen: Parthen, Meden en Elamieten, bewoners van
664 VI, 1,71 | bewoners van Mesopotamië, Judea en Cappadocië, van Pontus en
665 VI, 1,71 | en Cappadocië, van Pontus en de provincie Asia, van Phrygië
666 VI, 1,71 | provincie Asia, van Phrygië en Pamphylië, van Egypte en
667 VI, 1,71 | en Pamphylië, van Egypte en het gebied van Lybië naar
668 VI, 1,71 | Romeinen die hier zijn, joden en proselieten, Kretenzers
669 VI, 1,71 | proselieten, Kretenzers en Arabieren, we horen hen
670 VI, 1,71 | ontzeggen wat haar toebehoort en haar dwingen uiterlijke
671 VI, 1,71 | gelovige uitdraagt in de wereld en in de culturen, is een echte
672 VI, 1,71 | zonde ingevoerde wanorde en tegelijk een oproep tot
673 VI, 1,72 | zeer oude godsdienstige en wijsgerige tradities. Daaronder
674 VI, 1,72 | van de kluisters van tijd en ruimte. De dynamiek van
675 VI, 1,72 | langs de wegen van de tijd en de geschiedenis. Dit criterium
676 VI, 1,72 | denken op bijzonderheid en oorspronkelijkheid niet
677 VI, 1,72 | inkapselen in haar anders-zijn en zich sterk maken in haar
678 VI, 1,73 | relatie tussen theologie en wijsbegeerte het beste beschreven
679 VI, 1,73 | als een cirkel. De bron en het startpunt van de theologie
680 VI, 1,73 | beide polen van Gods woord en een beter begrip daarvan,
681 VI, 1,73 | leiding geboden krijgt en gewaarschuwd wordt voor
682 VI, 1,73 | de geopenbaarde Waarheid en tenslotte van de pure, eenvoudige
683 VI, 1,73 | wijsbegeerte, omdat de rede nieuwe en onvermoede horizonten ontdekt. ~
684 VI, 1,74 | onderscheidden als grote filosofen en ons geschriftren hebben
685 VI, 1,74 | Gregorius van Nazianze en de H.Augustinus vermelding
686 VI, 1,74 | Augustinus vermelding verdienen, en de middeleeuwse leraren
687 VI, 1,74 | Anselmus, St. Bonaventura en St. Thomas van Aquino. We
688 VI, 1,74 | relatie tussen de wijsbegeerte en het woord van God in het
689 VI, 1,74 | Maritain, Étienne Gilson en Edith Stein, en, in een
690 VI, 1,74 | Étienne Gilson en Edith Stein, en, in een oosterse context,
691 VI, 1,74 | Florensky, Petr Chaadev en Vladimir N. Lossky. Zeker
692 VI, 1,74 | namen genoemd kunnen worden: en bij het citeren van dezen
693 VI, 1,74 | Het is te hopen dat er nu en in de toekomst mensen zullen
694 VI, 1,74 | deze grootse wijsgerige en theologische traditie voortzetten
695 VI, 2,75 | de relatie tussen geloof en wijsbegeerte, kun je verschillende
696 VI, 2,75 | geboorte van de Verlosser, en later in streken die nog
697 VI, 2,75 | gehoorzaamt aan haar eigen wetten en alleen de krachten van de
698 VI, 2,75 | menselijk verstand, gesteund en versterkt worden. Als een
699 VI, 2,75 | van wijsgerige begrippen en argumenten. Argumenteren
700 VI, 2,75 | van het geloof, die rede en wil insluit, vernietigt
701 VI, 2,76 | St. Paulus, de Kerkvaders en, dichter bij onze tijd,
702 VI, 2,76 | wijsgeren zoals Pascal en Kierkegaard hebben deze
703 VI, 2,76 | problemen van het kwaad en het lijden, aan de identiteit
704 VI, 2,76 | van een persoonlijke God en aan de vraag naar de zin
705 VI, 2,76 | de openbaring laat helder en duidelijk enkele waarheden
706 VI, 2,76 | is de notie van een vrije en persoonlijke God die de
707 VI, 2,76 | waardigheid, de gelijkheid en de vrijheid van de mensen
708 VI, 2,76 | bovennatuurlijke roeping van de mens en ook de erfzonde. Dat zijn
709 VI, 2,76 | erkennen dat er waarheid en rationaliteit zijn die ver
710 VI, 2,76 | geloofswaarheden te begrijpen en te duiden vanuit de openbaring.
711 VI, 2,76 | gewerkt op hun eigen terrein en met hun eigen puur rationele
712 VI, 2,76 | goed deel van de moderne en hedendaagse wijsbegeerte
713 VI, 2,77 | het geloof veronderstelt en vereist de theologie bij
714 VI, 2,77 | een verstand dat gevormd en onderwezen is om met begrippen
715 VI, 2,77 | onderwezen is om met begrippen en argumenten te werken. Bovendien
716 VI, 2,77 | gesprekspartner, om de begrijpbaarheid en de universele waarheid van
717 VI, 2,77 | toevallig dat de Kerkvaders en de middeleeuwse theologen
718 VI, 2,77 | Het was om haar onmisbare en edele bijdrage dat de wijsbegeerte
719 VI, 2,77 | tussen de twee wetenschappen en de onmogelijkheid van hun
720 VI, 2,77 | onbewust filosofie te bedrijven en zich op te sluiten in denkstructuren
721 VI, 2,77 | rechtstreeks onder het leergezag en zijn toetsing, vanwege de
722 VI, 2,78 | St. Thomas heeft geprezen en hem als leider en voorbeeld
723 VI, 2,78 | geprezen en hem als leider en voorbeeld voor de theologiestudie
724 VI, 2,78 | opvattingen te eisen. Het was en is ook thans de bedoeling
725 VI, 2,78 | hebben de eisen van de rede en de kracht van het geloof
726 VI, 2,79 | aangeven die de theologie - en, nog fundamenteler, het
727 VI, 2,79 | aan het wijsgerige denken en aan hedendaagse wijsgeren.
728 VI, 2,79 | eigen wetten gehoorzamen en gebaseerd zijn op haar eigen
729 VI, 2,79 | rede bij haar ontdekkingen en in haar legitieme autonomie
730 VI, 2,79 | kan verheffen tot absolute en exclusieve waarde, nooit
731 VI, 2,79 | vermogen om bevraagd te worden en vragen te stellen, mogen
732 VI, 2,79 | van het licht aan het zijn en zal zij dus de weg van het
733 VI, 2,79 | wordt het ware ontmoetings- en vergelijkingspunt tussen
734 VI, 2,79 | vergelijkingspunt tussen het wijsgerige en het theologische denken
735 VI, 2,79 | daarom hopen dat theologen en filosofen zich zullen laten
736 VI, 2,79 | waar het christelijk geloof en de menselijke culturen elkaar
737 VI, 2,79 | begrip tussen gelovigen en niet-gelovigen. Ze zal gelovigen
738 VI, 2,79 | overtuiging dat de diepte en de authenticiteit van het
739 VI, 2,79 | met het denken verbindt en dat niet afwijst. Opnieuw
740 VI, 2,79 | denkers: wie gelooft, denkt, en wie denkt, gelooft.(...)
741 VI, 2,79 | denkt, is het niets”. 95 En verder: “Als er geen instemming
742 VII | Hoofdstuk VII~Actuele Eisen En Opgaven~
743 VII, 1,80 | elementen, die ons een mensbeeld en een visie op de wereld bieden
744 VII, 1,80 | zijn zijn, zijn vrijheid en de onsterfelijkheid van
745 VII, 1,80 | zoektocht naar de harmonie en de zin van het menselijk
746 VII, 1,80 | van het leven aan de orde en onthult zijn antwoord door
747 VII, 1,80 | relativisme, materialisme en pantheïsme. ~De fundamentele
748 VII, 1,80 | gevonden, is dat de wereld en het menselijk leven een
749 VII, 1,80 | leven een betekenis hebben en uitzien naar hun vervulling,
750 VII, 1,80 | bestaan, de geschapen wereld en God zelf te begrijpen. De
751 VII, 1,80 | intiemste essentie van God en van de mens worden begrijpbaar:
752 VII, 1,80 | Woord worden de goddelijke en de menselijke natuur ieder
753 VII, 1,80 | eigen autonomie bewaard, en tegelijk openbaart zich
754 VII, 1,81 | gestempelde opvattingen over leven en wereld zijn zo talrijk geworden,
755 VII, 1,81 | zoeken naar een zin moeilijk en vaak vruchteloos. Nog dramatischer
756 VII, 1,81 | maalstroom van gegevens en feiten waarin we leven en
757 VII, 1,81 | en feiten waarin we leven en die het eigenlijke weefsel
758 VII, 1,81 | verschillende manieren van zien en beoordelen met betrekking
759 VII, 1,81 | betrekking tot de wereld en het leven van de mens, maken
760 VII, 1,81 | een toestand van scepsis en onverschilligheid, of op
761 VII, 1,81 | zoektocht naar de uiterste en omvattende zin van het leven.
762 VII, 1,81 | zijn die de grondslagen en de grenzen van de verschillende
763 VII, 1,81 | van de menselijke kennis en actie, en ze leiden naar
764 VII, 1,81 | menselijke kennis en actie, en ze leiden naar een uiteindelijke
765 VII, 1,81 | uiteindelijke bestemming en betekenis. ~Deze wijsheidsdimensie
766 VII, 1,81 | vraagt om een vernieuwd en aangescherpt gevoel voor
767 VII, 1,81 | inhumaan kunnen blijken en zelfs een potentiële vernietigster
768 VII, 1,81 | uiteindelijke bestemming van de mens en verschaft een harmoniserende
769 VII, 1,81 | mogelijkheid van een uiteindelijke en omvattende betekenis ontkent
770 VII, 1,82 | wijsbegeerte die zelf geen ware en authentieke kennis was,
771 VII, 1,82 | alleen gericht op bijzondere en ondergeschikte aspecten
772 VII, 1,82 | utilitaire - maar op zijn totale en definitieve waarheid, op
773 VII, 1,82 | gedeeltelijk verduisterd en verzwakt is.” 100 ~Een radicaal
774 VII, 1,82 | schuldig aan dubbelzinnigheid en leugenachtigheid, de heldere
775 VII, 1,82 | leugenachtigheid, de heldere en eenvoudige waarheid kan
776 VII, 1,82 | kan bevatten. De Bijbel, en het Nieuwe Testament in
777 VII, 1,82 | bijzonder, bevat teksten en verklaringen die een waarlijk
778 VII, 1,82 | verklaringen tracht te begrijpen en uit te leggen, heeft de
779 VII, 1,83 | te bereiken, iets ultiems en fundamenteels. Dit postulaat
780 VII, 1,83 | gelijkelijk voor wijsheids- en analytische kennis; en in
781 VII, 1,83 | wijsheids- en analytische kennis; en in het bijzonder dient het
782 VII, 1,83 | bevestigen dat de werkelijkheid en de waarheid boven het feitelijke
783 VII, 1,83 | waarheid boven het feitelijke en het empirische uitstijgen.
784 VII, 1,83 | erkennen, deze transcendente en metafysische dimensie werkelijk,
785 VII, 1,83 | werkelijk, zij het op onvolkomen en analoge wijze, te kennen.
786 VII, 1,83 | ontmoeting met het zijn en dus met het metafysisch
787 VII, 1,83 | verwijzing naar het absolute en transcendente ontdekt, opent
788 VII, 1,83 | innerlijkheid van de mens en zijn spiritualiteit uitdrukt
789 VII, 1,83 | spiritualiteit uitdrukt en verduidelijkt, moet het
790 VII, 1,83 | denken het geestelijke midden en het dragende fundament bereiken.
791 VII, 1,83 | boven de menselijke ervaring en zelfs diens denken; maar
792 VII, 1,83 | geopenbaard kunnen worden, en de theologie zou het niet
793 VII, 1,83 | onmogelijk maken, de universele en transcendente waarde van
794 VII, 1,83 | wijsbegeerte in haar greep heeft, en om aldus verschillende in
795 VII, 1,84 | hermeneutische wetenschappen en in de taalanalyse. De resultaten
796 VII, 1,84 | structuur van ons denken en spreken blootleggen en de
797 VII, 1,84 | denken en spreken blootleggen en de betekenis die de taal
798 VII, 1,84 | de werkelijkheid begrepen en verwoord wordt, zonder verder
799 VII, 1,84 | staat is om de goddelijke en transcendente werkelijkheid
800 VII, 1,84 | menselijke noties over God en over hetgeen God waarschijnlijk
801 VII, 1,85 | generaties onophoudelijk leren en wat ook het Tweede Vaticaans
802 VII, 1,85 | Concilie bekrachtigd heeft, en wil met alle duidelijkheid
803 VII, 1,85 | te komen tot een uniforme en organische visie op de wetenschap.
804 VII, 1,85 | benadering van de waarheid en een daaruit volgende verbrokkeling
805 VII, 1,85 | wijsheidstaak direct oplegt, en zij kunnen niet weglopen
806 VII, 1,85 | basis van deze postulaten en in organische continuïteit
807 VII, 1,85 | Ouden, via de Kerkvaders en de meesters van de Scholastiek
808 VII, 1,85 | van de Scholastiek loopt en die de fundamentele resultaten
809 VII, 1,85 | resultaten van het moderne en hedendaagse denken insluit.
810 VII, 1,85 | innemen in deze traditie en er hun inspiratie uit kunnen
811 VII, 1,85 | behoren tot de traditie en dat het niet aan ons is
812 VII, 1,85 | oorspronkelijke, nieuwe en constructieve wijze van
813 VII, 1,85 | boven de grenzen van tijd en ruimte uit kan stijgen. ~
814 VII, 1,86 | hedendaagse wijsbegeerte en de wijsbegeerte die is ontwikkeld
815 VII, 1,86 | dwalingen aan te stippen en de daaruit volgende risico’
816 VII, 1,86 | hun onderzoek, onderwijs en argumentatie, zelfs in de
817 VII, 1,86 | zoeken naar de waarheid en oefent het verstand niet,
818 VII, 1,86 | zijn argumenten ernstig en wetenschappelijk te formuleren.
819 VII, 1,86 | formuleren. De consequente en grondige studie van wijsgerige
820 VII, 1,86 | specifieke terminologie en de context waarin ze ontstonden,
821 VII, 1,86 | eclecticisme te overwinnen en maakt het mogelijk ze te
822 VII, 1,87 | in zijn eigen historische en culturele context. De grondstelling
823 VII, 1,87 | voor een bepaalde periode en een bepaald historisch doel.
824 VII, 1,87 | grootste deel achterhaald en zonder betekenis voor het
825 VII, 1,87 | zin gebonden is aan tijd en cultuur, de waarheid of
826 VII, 1,87 | geval kan worden vastgesteld en als zodanig geëvalueerd,
827 VII, 1,87 | ondanks de afstand in tijd en ruimte. ~
828 VII, 1,88 | positieve wetenschappen; en het verwijst godsdienstige,
829 VII, 1,88 | theologische, ethische en esthetische kennis naar
830 VII, 1,88 | opgang in het positivisme en neo-positivisme, die metafysische
831 VII, 1,88 | producten van de emoties en dat kennis van het zijn
832 VII, 1,88 | vrij te maken voor pure en eenvoudige feitelijkheid.
833 VII, 1,88 | wetenschappelijk onderzoek en van de hedendaagse technologie
834 VII, 1,88 | in verschillende culturen en de radicale veranderingen
835 VII, 1,88 | vanaf het begin van de tijd. En aangezien zij geen ruimte
836 VII, 1,89 | grote ethische dilemma’s en de existentiële analyses
837 VII, 1,89 | de betekenis van lijden en offer uitsluit. ~
838 VII, 1,90 | is van alle grondslagen en de loochening van alle objectieve
839 VII, 1,90 | strijdig is met de eisen en de inhoud van het woord
840 VII, 1,90 | de humaniteit van de mens en van zijn identiteit. Want
841 VII, 1,90 | met de objectieve waarheid en daarmee met de eigenlijke
842 VII, 1,90 | van het gelaat te wissen, en hem zo te brengen tot ofwel
843 VII, 1,90 | vrij te maken. Waarheid en vrijheid gaan ofwel samen
844 VII, 1,90(106)| zullen de waarheid kennen, en de waarheid zal jullie vrijmaken” (
845 VII, 1,90(106)| tegelijkertijd een fundamentele eis en een waarschuwing in: de
846 VII, 1,90(106)| een authentieke vrijheid; en de waarschuwing alle schijn-vrijheid
847 VII, 1,90(106)| vermijden, alle oppervlakkige en eenzijdige vrijheid, en
848 VII, 1,90(106)| en eenzijdige vrijheid, en alle vrijheid die niet de
849 VII, 1,90(106)| van de waarheid over mens en wereld. Ook vandaag, na
850 VII, 1,90(106)| in zijn geest, zijn hart en zijn geweten beperkt, vermindert
851 VII, 1,90(106)| geweten beperkt, vermindert en als het ware tot in de wortels
852 VII, 1,91 | tot één uniforme visie. En zeker wil ik benadrukken
853 VII, 1,91 | affectieve dimensies van kennis en de existentiële benadering
854 VII, 1,91 | factoren die, wijdverbreid en machtig als ze zijn, hebben
855 VII, 1,91 | zien dat ze belangrijke en blijvende veranderingen
856 VII, 1,91 | naar esthetische, sociale en technologische verschijnselen.
857 VII, 1,91 | genoemd soms positief is en soms negatief, alsook omdat
858 VII, 1,91 | onherroepelijk voorbij, en moet de mens thans leren
859 VII, 1,91 | zin, waar alles voorlopig en vergankelijk is. In hun
860 VII, 1,91 | noodzakelijke onderscheidingen en trekken zij ook de geloofszekerheden
861 VII, 1,91 | verstand als bron van geluk en vrijheid zag, niet standhouden,
862 VII, 1,91 | dankzij de wetenschappelijke en technische vooruitgang de
863 VII, 1,91 | leeft, die uit zichzelf en volledig zijn lot in eigen
864 VII, 2,92 | culturen op een samenhangende en begripsmatig heldere wijze.
865 VII, 2,92 | christelijke, katholieke en apostolische godsdienst
866 VII, 2,92 | apostolische godsdienst liefhebben, en dat deze leer op een bredere
867 VII, 2,92 | deze leer op een bredere en diepere wijze bekend wordt;
868 VII, 2,92 | afzonderlijk beter onderwezen en gevormd worden; het is nodig
869 VII, 2,92 | het is nodig dat de zekere en onveranderlijke leer, waaraan
870 VII, 2,92 | dient te houden, verdiept en gepresenteerd wordt op een
871 VII, 2,92 | in het geloof zelf woont” en dat het eigenlijke object
872 VII, 2,92 | namelijk de levende God en zijn in Jezus Christus geopenbaarde
873 VII, 2,92 | de waarheid weer gekend en tot uitdrukking wordt gebracht.
874 VII, 2,92 | filosofie leidt, aanspoort en doet groeien (vgl. Ef 4,
875 VII, 2,92 | voorwaarde voor een oprechte en authentieke dialoog tussen
876 VII, 2,92 | onenigheden te overwinnen en gezamenlijk de weg in te
877 VII, 2,92(109)| Degene die zal “onderwijzen” en “in herinnering brengen”,
878 VII, 2,92(109)| ontlediging door zijn lijden en dood aan het kruis, dat
879 VII, 2,92(109)| alles wat Christus ‘deed en leerde’ (Hand.1,1). Want
880 VII, 2,92(109)| wordt daarom bereikt in en door het geloof: en dit
881 VII, 2,92(109)| bereikt in en door het geloof: en dit is het werk van de Geest
882 VII, 2,92(109)| van de Geest der waarheid en het resultaat van zijn activiteit
883 VII, 2,92(109)| Leider van de mens zijn en het Licht van de menselijke
884 VII, 2,93 | begrip van de openbaring en de inhoud van het geloof
885 VII, 2,93 | Gods Zoon: zijn menswording en het consequent op zich nemen
886 VII, 2,93 | op zich nemen van lijden en dood, een mysterie dat zal
887 VII, 2,93 | zijn glorierijke opstanding en verheffing aan de rechterhand
888 VII, 2,93 | om zijn Kerk te stichten en te bezielen. Tegen deze
889 VII, 2,93 | onhoudbaar schijnt dat lijden en dood de liefde kunnen uitdrukken
890 VII, 2,93 | de teksten fundamenteel en dringend geboden; allereerst
891 VII, 2,94 | verhouding tussen betekenis en waarheid. Zoals iedere andere
892 VII, 2,94 | betekenis over die opgepakt en uitgelegd moet worden. Nu
893 VII, 2,94 | vraag stellen, wat de diepe en onvervalste waarheid is,
894 VII, 2,94 | Wat de bijbelse teksten en in het bijzonder de evangelies
895 VII, 2,94 | ligt in hun betekenis in en voor de heilsgeschiedenis.
896 VII, 2,94 | de betrekking tussen feit en betekenis, een betrekking
897 VII, 2,95 | weerspiegelen, een onveranderlijke en definitieve waarheid. Dit
898 VII, 2,95 | hoe iemand de absoluutheid en de universaliteit van de
899 VII, 2,95 | onvermijdelijke historische en culturele afhankelijkheid
900 VII, 2,95 | historische omstandigheden en toevalligheden waarin de
901 VII, 2,95 | beperkt worden tot tijd en cultuur: ze wordt binnen
902 VII, 2,96 | in verschillende tijden en culturen. Niettemin, de
903 VII, 2,96 | doorheen de ontwikkeling en de veelheid van culturen
904 VII, 2,96 | universele kenniswaarde houden en daarmee de waarheid van
905 VII, 2,96(112)| enigszins tot een begrijpen en bevatten van het dogma te
906 VII, 2,96(112)| het berust op beginselen en begrippen die afgeleid zijn
907 VII, 2,96(112)| afgeleid zijn uit de ware en juiste kennis van de geschapen
908 VII, 2,96 | dan zouden de wijsbegeerte en de natuurwetenschappen niet
909 VII, 2,96 | degene, waarin ze bedacht en uitgewerkt werden. Het hermeneutische
910 VII, 2,96 | begrippentaal te verdiepen, en wegen voor te stellen die
911 VII, 2,96(113)| deze blijft altijd waar en constant in de Kerk, zelfs
912 VII, 2,97 | maar een nog delicatere en meer eisende taak is het
913 VII, 2,97 | waren, is reeds afgewezen en verworpen; 114 niettemin
914 VII, 2,97 | vervallen tot een ongeschikt en gereduceerd schema, dat
915 VII, 2,97 | opnieuw aan te pakken - en dit in harmonie met de eisen
916 VII, 2,97 | in harmonie met de eisen en inzichten van de gehele
917 VII, 2,97 | ontologische, oorzakelijke en communicatieve structuren.
918 VII, 2,97 | structuren. Ze is sterk en bestendig omdat ze steunt
919 VII, 2,97 | zelf, die een volledige en omvattende openheid voor
920 VII, 2,97 | die bestaat tussen geloof en metafysische rationaliteit. ~
921 VII, 2,98 | uitdagingen op sociaal, economisch en wetenschappelijk gebied
922 VII, 2,98 | bepaalde situatie toe te passen en zo een oordeel te vellen
923 VII, 2,98 | vellen over het juiste, hier en nu te kiezen gedrag; men
924 VII, 2,98 | om de criteria voor goed en kwaad autonoom vast te leggen
925 VII, 2,98 | autonoom vast te leggen en dienovereenkomstig te handelen.
926 VII, 2,98 | gebied van de moraal, helder en duidelijk onderstreept.
927 VII, 2,98 | gewenste ethiek impliceert en veronderstelt een wijsgerige
928 VII, 2,98 | wijsgerige antropologie en een metafysica van het goede.
929 VII, 2,98 | christelijke heiligheid en met de beoefening van de
930 VII, 2,98 | beoefening van de menselijke en bovennatuurlijke deugden,
931 VII, 2,98 | staat zijn zeer passend en doelmatig de verschillende
932 VII, 2,98 | verdediging van het leven en het milieu. ~
933 VII, 2,99 | in haar volledigheid118, en ook het verband van die
934 VII, 2,99 | unieke verbinding van leer en leven die op een andere
935 VII, 2,99 | betrekking tussen waarheid en leven, tussen gebeurtenis
936 VII, 2,99 | leven, tussen gebeurtenis en doctrinaire waarheid, en
937 VII, 2,99 | en doctrinaire waarheid, en bovenal tussen transcendente
938 VII, 2,99 | tussen transcendente waarheid en menselijk begrijpbare taal
939 VII, 2,99 | tussen de theologische vakken en de resultaten die door de
940 VII, 2,99 | blijken voor de communicatie en het diepere begrip van de
941 Slot, 0,100 | de relatie tussen geloof en wijsbegeerte opnieuw te
942 Slot, 0,100 | ontwikkeling van de cultuur en zijn invloed op persoonlijke
943 Slot, 0,100 | invloed op persoonlijke en sociale gedragspatronen
944 Slot, 0,100 | waarnemen. Ook op de theologie en haar disciplines oefent
945 Slot, 0,100 | redenen heb ik het gepast en nodig geoordeeld de waarde
946 Slot, 0,100 | van overtuigd dat geloof en verstand “elkaar wederzijds
947 Slot, 0,100 | scheppende kritiek bieden en een stimulans om de zoektocht
948 Slot, 0,101 | ontmoeting tussen wijsbegeerte en theologie en de uitwisseling
949 Slot, 0,101 | wijsbegeerte en theologie en de uitwisseling van hun
950 Slot, 0,101 | zij is met een openheid en oorspronkelijkheid die het
951 Slot, 0,101 | openbaring gevonden wordt; en dit was zeker van voordeel
952 Slot, 0,101 | omwille van het welzijn en de vooruitgang van het denken
953 Slot, 0,101 | enkele persoon, die, hoe diep en rijk ze ook mag zijn, altijd
954 Slot, 0,101 | van de kerkelijkheid123 en op de traditie van het Godsvolk
955 Slot, 0,101 | haar veelheid aan kennis en culturen in de eenheid van
956 Slot, 0,102 | terugkomt op de betekenis en de ware dimensies van het
957 Slot, 0,102 | verlangen naar de uiteindelijke en definitieve zin van het
958 Slot, 0,102 | komt ook de menselijke en vermenselijkende betekenis
959 Slot, 0,102 | toevertrouwt aan het evangelie en zich openstelt voor God. ~
960 Slot, 0,103 | dimensies van het ware, goede en schone, waarheen het woord
961 Slot, 0,103 | betreffen vooral de streken en culturen van oude christelijke
962 Slot, 0,103 | beschouwen als een fundamentele en originele bijdrage op de
963 Slot, 0,104 | enige terrein voor begrip en dialoog met hen die ons
964 Slot, 0,104 | tijd vraagt de aandachtige en competente inzet van gelovige
965 Slot, 0,104 | verwachtingen, openingen en probleemstellingen van dit
966 Slot, 0,104 | in het licht van de rede en volgens haar wetten argumenteert,
967 Slot, 0,104 | ontwikkelen die ook begrijpbaar en waarneembaar zal zijn voor
968 Slot, 0,104 | Dit terrein van begrip en dialoog is tegenwoordig
969 Slot, 0,104 | de problemen van milieu en vrede, of aan het samenleven
970 Slot, 0,104 | het samenleven van rassen en culturen - een mogelijke
971 Slot, 0,104 | gelovigen van andere religies en met allen, aan wie de vernieuwing
972 Slot, 0,104 | voor de waarheid gevoerd en met alle nodige prudentie,
973 Slot, 0,104 | tegenstanders van de Kerk zijn en haar op allerlei manieren
974 Slot, 0,104 | steun zijn voor die ware en tegelijkertijd wereldwijde
975 Slot, 0,105 | implicaties van het woord van God en zeker in hun werk de hele
976 Slot, 0,105 | werk de hele speculatieve en praktische breedte van de
977 Slot, 0,105 | band tussen theologische en wijsgerige wijsheid is een
978 Slot, 0,105 | ten volle te herontdekken en te verwoorden, om zó tot
979 Slot, 0,105 | om zó tot een kritische en veeleisende dialoog te komen
980 Slot, 0,105 | grote meester van denken en spiritualiteit, St. Bonaventura,
981 Slot, 0,105 | aan de mensen van vandaag en, meer nog, van hen die zich
982 Slot, 0,105 | aan theologische studie en onderwijs. Ze moeten zich
983 Slot, 0,105 | Concilie heeft vastgelegd129 en van latere wetgeving, die
984 Slot, 0,105 | spreken over de dringende en bindende verplichting, waaraan
985 Slot, 0,105 | de christelijke traditie en de noodzakelijke onderscheiding
986 Slot, 0,105 | actuele behoeften van Kerk en wereld. ~
987 Slot, 0,106 | zich ook tot de filosofen, en tot alle docenten in de
988 Slot, 0,106 | dimensies van echte wijsheid en ook metafysische waarheid
989 Slot, 0,106 | voortkomen uit het woord van God en dat zij de kracht hebben,
990 Slot, 0,106 | altijd richten op de waarheid en op het goede dat het ware
991 Slot, 0,106 | de filosofen met aandacht en sympathie; zij kunnen er
992 Slot, 0,106 | het geloof, nog zekerder en scherpzinniger wordt. ~Tenslotte
993 Slot, 0,106 | verschaffen van het totale heelal en van de ongelooflijk rijke
994 Slot, 0,106 | diversiteit van zijn levende en levenloze onderdelen met
995 Slot, 0,106 | met hun complexe atomaire en moleculaire structuren.
996 Slot, 0,106 | Wanneer ik mijn bewondering en bemoediging uitspreek voor
997 Slot, 0,106 | inspanningen door te gaan en daarbij steeds binnen die
998 Slot, 0,106 | natuurwetenschappelijke en technologische resultaten
999 Slot, 0,106 | hand gaan met de wijsgerige en zedelijke waarden. Deze
1000 Slot, 0,106 | vormen de karakteristieke en onmisbare uitdrukking van
1-500 | 501-1000 | 1001-1018 |