Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
impliciet 4
impliciete 2
impuls 4
in 749
inachtneming 1
inbrengen 1
incarnatie 1
Frequency    [«  »]
1784 van
1527 het
1018 en
749 in
598 een
589 die
588 te
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

in

1-500 | 501-749

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | 1. Zowel in het Oosten alsook in het 2 Inl, 0,1 | Zowel in het Oosten alsook in het Avondland kan men een 3 Inl, 0,1 | men een weg traceren, die in de loop van de eeuwen de 4 Inl, 0,1 | van de eeuwen de mensheid in toenemende mate tot de ontmoeting 5 Inl, 0,1 | leert hij zichzelf kennen in zijn onvergelijkelijkheid, 6 Inl, 0,1 | de oudheid duidelijk dat in verscheidene streken van 7 Inl, 0,1 | Deze vragen bevinden zich in de heilige geschriften van 8 Inl, 0,1 | Israël, maar ze duiken ook op in de Veda’s en ook in de Avesta; 9 Inl, 0,1 | ook op in de Veda’s en ook in de Avesta; we vinden ze 10 Inl, 0,1 | de Avesta; we vinden ze in de geschriften van Confucius 11 Inl, 0,1 | Confucius en Lao-Tse alsook in de verkondiging van Tirthankara 12 Inl, 0,1 | Boeddha. Ze verschijnen ook in de gedichten van Homerus 13 Inl, 0,1 | gedichten van Homerus en in de tragedies van Euripides 14 Inl, 0,1 | Euripides en Sophocles, alsook in de wijsgerige traktaten 15 Inl, 0,1 | gemeenschappelijke oorsprong hebben in de zoektocht naar zin, die 16 Inl, 0,1 | sedert de vroegste tijden in de ziel beroert: van het 17 Inl, 0,2(1) | In mijn eerste encycliek Redemptor 18 Inl, 0,2(1) | Hem de goddelijke waarheid in de Kerk. De verantwoordelijkheid 19 Inl, 0,2(1) | beter toegankelijk te maken in haar volle heilskracht, 20 Inl, 0,2(1) | heilskracht, haar schittering, in haar diepte en eenvoud tegelijk”; 21 Inl, 0,2 | verworven zekerheden; dit echter in het besef dat iedere verworven 22 Inl, 0,2 | volledige waarheid, die in de laatste openbaring van 23 Inl, 0,2 | onthuld: “Thans kijken wij in een spiegel en zien slechts 24 Inl, 0,2(2) | Constitutie over de Kerk in de wereld van vandaag Gaudium 25 Inl, 0,3 | mogelijkheden om de vooruitgang in de kennis van de waarheid 26 Inl, 0,3 | wijsbegeerte valt inderdaad juist in de tijd toen de mens begonnen 27 Inl, 0,3 | verschillende wijzen en in diverse vormen zien dat 28 Inl, 0,3 | te vragen, ook wanneer de in de loop der tijd gegeven 29 Inl, 0,3 | gegeven antwoorden zich voegen in een perspectief dat duidelijk 30 Inl, 0,3 | rijkdom naar streeft, zich ook in puur wijsgerige vormen uit 31 Inl, 0,3 | omstandigheid dat een tot in onze dagen aanwezige grondvorm 32 Inl, 0,3 | kennis zelfs aanwijsbaar is in de postulaten die de verschillende 33 Inl, 0,4 | kennis te verwerven, die hem in staat stelt zichzelf beter 34 Inl, 0,4 | begrijpen en vooruit te komen in zijn zelfverwerkelijking. 35 Inl, 0,4 | deel is van de wereld en in betrekking met anderen staat, 36 Inl, 0,4 | verbazing zou de mens vervallen in de monotonie van de herhaling 37 Inl, 0,4 | Dankzij dit proces werden in verschillende culturele 38 Inl, 0,4 | culturele omstandigheden en in verschillende perioden resultaten 39 Inl, 0,4 | geleid. Daardoor was men in de loop van de geschiedenis 40 Inl, 0,4 | denken. Heel duidelijk treedt in deze gevallen echter een 41 Inl, 0,4 | enige instrumentalisering in zijn volheid wordt erkend, 42 Inl, 0,4 | inzichten te erkennen, die in de geschiedenis van het 43 Inl, 0,4 | deze beginselen, zij het in onduidelijke, niet doordachte 44 Inl, 0,4 | moeten zijn. Wanneer de rede in staat is, de eerste en algemene 45 Inl, 0,5 | erkennen. Want zij ziet in de wijsbegeerte de weg om 46 Inl, 0,5 | de waarneming, dat vooral in onze tijd het zoeken naar 47 Inl, 0,5 | geschiedenis, de taal..., in zekere zin het totaal van 48 Inl, 0,5 | berustende criteria beoordeeld, in de valse overtuiging dat 49 Inl, 0,5 | Zo kwam het dat de rede, in plaats van de menselijke 50 Inl, 0,5 | gebogen en steeds minder in staat was, de blik omhoog 51 Inl, 0,5 | op de kennis van de mens. In plaats van gebruik te maken 52 Inl, 0,5 | wijsgerige zoeken terechtkwam in het drijfzand van een algemeen 53 Inl, 0,5 | een algemeen scepticisme. In de jongste tijd hebben verschillende 54 Inl, 0,5 | pluraliteit van stellingnames in het denken heeft plaatsgemaakt 55 Inl, 0,5 | huidige gebrek aan vertrouwen in de waarheid. Ook sommige 56 Inl, 0,5 | opvatting dat de waarheid in verschillende, ja zelfs 57 Inl, 0,5 | wijsgerig denken er enerzijds in geslaagd is om op de weg 58 Inl, 0,6 | zowel tot de medebroeders in het bisschopsambt te wenden, 59 Inl, 0,6 | ik wil hen laten delen in enige overwegingen met betrekking 60 Inl, 0,6 | die de liefde voor haar in het hart draagt, de juiste 61 Inl, 0,6 | om haar te bereiken en om in haar rust te vinden in zijn 62 Inl, 0,6 | om in haar rust te vinden in zijn inspanningen, en geestelijke 63 Inl, 0,6 | weer echt vertrouwen geven in zijn kenvermogens en aan 64 Inl, 0,6 | overwegingen te formuleren. In de encycliek Veritatis Splendor 65 Inl, 0,6 | van de katholieken leer in herinneringgebracht, “ 66 Inl, 0,6 | herinneringgebracht, “die in de huidige context het risico 67 Inl, 0,6 | waarheid en op haar grondslag in relatie tot het geloof concentreren. 68 Inl, 0,6 | de vrucht van hun denken in culturele vormen uit te 69 I, 1,7 | boodschap die haar oorsprong in God zelf heeft (vgl. 2 Kor 70 I, 1,7 | 26) markeert: “God heeft in zijn goedheid en wijsheid 71 I, 1,7 | het vleesgeworden Woord, in de heilige Geest toegang 72 I, 1,8 | nadacht over de Openbaring in het licht van de bijbelse 73 I, 1,9 | niet alleen onderscheiden in hun vertrekpunt, maar ook 74 I, 1,9 | hun vertrekpunt, maar ook in hun object. Ten aanzien 75 I, 1,9 | aanzien van de bron, omdat we in de ene kennen door het natuurlijke 76 I, 1,9 | het natuurlijke verstand, in de andere door het goddelijk 77 I, 1,9 | geheimen voorgelegd worden die in God verborgen zijn en die, 78 I, 1,9 | en beweegt zich alleen in het licht van de rede. De 79 I, 1,9 | God verlicht en geleid, in de heilsboodschap devolheid 80 I, 1,9 | Joh 1,14) erkent, die God in de geschiedenis definitief 81 I, 1,9(7) | DS 3015; ook geciteerd in Tweede Vaticaans Oecumenisch 82 I, 1,9(7) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium 83 I, 1,10 | heilskarakter van Gods openbaring in de geschiedenis aangegeven: “ 84 I, 1,10 | zodat de werken, door God in de heilsgeschiedenis verricht, 85 I, 1,10 | geheim dat daarin vervat ligt in het licht stellen. Door 86 I, 1,10 | openbaring verschijnt ons in Christus, die tegelijk de 87 I, 1,11 | is de openbaring ingebed in tijd en geschiedenis. Ja, 88 I, 1,11 | Jezus Christus geschiedt in devolheid van de tijd” ( 89 I, 1,11 | naar voren te brengen, datin het christendom aan de tijd 90 I, 1,11 | betekenistoekomt. 9 Want in de tijd treedt het hele 91 I, 1,11 | gegeven, is daarom ingebed in tijd en geschiedenis. En 92 I, 1,11 | En ze is eens voor altijd in het mysterie van Jezus van 93 I, 1,11 | vaststelt: “De Kerk streeft in de loop der eeuwen onafgebroken 94 I, 1,11 | goddelijke waarheid, totdat in haar Gods woorden in vervulling 95 I, 1,11 | totdat in haar Gods woorden in vervulling gaan”. 11 ~ 96 I, 1,12 | vaststellen. Hij bereikt ons in hetgeen voor ons het vertrouwdste 97 I, 1,12 | het eeuwige treedt binnen in de tijd, het geheel verbergt 98 I, 1,12 | het geheel verbergt zich in een fragment, God neemt 99 I, 1,12 | gedaante van een mens aan. De in de openbaring van Christus 100 I, 1,12 | aldus niet meer opgesloten in een nauw begrensd territoriaal 101 I, 1,12 | geven. Nu hebben alle mensen in Christus toegang tot de 102 I, 1,12 | geschiedenis aangeboden: “Alleen in het mysterie van het mens 103 I, 1,12 | raadsel. Waar anders dan in het licht, dat afstraalt 104 I, 2,13 | geloof staat het ons toe in de intimiteit van het mysterie 105 I, 2,13 | veronderstelt echter, dat Deze in zijn godheid, transcendentie 106 I, 2,13 | die zich laat kennen, is in het gezag van zijn absolute 107 I, 2,13 | opeisbare waarheid voegt zich in het kader van de interpersoonlijke 108 I, 2,13 | uiterste hun geestelijke natuur in, om aan het subject de voltrekking 109 I, 2,13 | de persoonlijke vrijheid in de volle zin beleefd wordt15. 110 I, 2,13 | volle zin beleefd wordt15. In het geloof is de vrijheid 111 I, 2,13 | verwerkelijkt zich niet in beslissingen tegen God. 112 I, 2,13 | vrijheid gezien kunnen worden? In het geloof voltrekt de mens 113 I, 2,13 | waarheid bereikt en besluit in haar te leven. ~Ook de in 114 I, 2,13 | in haar te leven. ~Ook de in de openbaring aanwezige 115 I, 2,13 | zij dragen, te begrijpen. In die tekens is dus reeds 116 I, 2,13 | vernietigt. ~Er wordt ons in zekere zin gewezen op het 117 I, 2,13 | karakter van de openbaring en in het bijzonder op het teken 118 I, 2,13 | te bevatten. Christus is in de eucharistie waarlijk 119 I, 2,13 | een teken: het verbergt in het mysterie verheven werkelijkheden”. 16 120 I, 2,13(15) | waarheid, zijn wij verplicht in het geloof aan de zich openbarende 121 I, 2,13 | Heer (...) openbaart juist in de openbaring van het geheim 122 I, 2,13(18) | Constitutie over de Kerk in de Moderne Wereld Gaudium 123 I, 2,14 | doorgronden, maar alleen in geloof ontvangen en aannemen. 124 I, 2,14 | zonder verzuim alles wat in zijn macht stond heeft gedaan. 125 I, 2,14 | theologie: de heilige Anselmus. In zijn Proslogion schrijft 126 I, 2,15 | christelijke openbaring, die wij in Jezus van Nazareth ontmoeten, 127 I, 2,15 | vrijheid, verplicht het echter in naam van de waarheid, zich 128 I, 2,15 | wordt, inzoverre hij nog in staat is de blik boven zichzelf 129 I, 2,15 | uw bereik. Ze zijn niet in de hemel en u hoeft niet 130 I, 2,15 | het woord is dichtbij u, in uw mond en in uw hart. U 131 I, 2,15 | dichtbij u, in uw mond en in uw hart. U kunt het dus 132 I, 2,15 | gedachte: “Noli foras ire, in te ipsum redi. In interiore 133 I, 2,15 | foras ire, in te ipsum redi. In interiore homine habitat 134 I, 2,15 | keer tot jezelf terug. In het binnenste van de mens 135 I, 2,15 | woont de waarheid]. 21 ~In het licht van deze beschouwingen 136 I, 2,15 | geopenbaarde waarheid is de in onze geschiedenis gelegde 137 I, 2,15 | voorbehouden aan hen die in Hem geloven of Hem met oprecht 138 I, 2,15 | geloof ons zegt, uitkomt in de volle en eeuwigdurende 139 II, 1,16 | verstandskennis, wordt reeds in de heilige Schrift met verbazend 140 II, 1,16 | bladzijden, is het feit dat in deze teksten niet alleen 141 II, 1,16 | de wegen van de wijsheid in zijn hart overdenkt en haar 142 II, 1,16 | kampeert en zijn tentpin in haar muren slaat; die zijn 143 II, 1,16 | kennis. (vgl. Spr 20,5). In het oude Israël was het 144 II, 1,16 | oorspronkelijke bijdrage laten vloeien in de grote zee van de kennisleer. ~ 145 II, 1,16 | bijbeltekst kenmerkt ligt in de overtuiging dat er tussen 146 II, 1,16 | blijft. Het grijpt niet in om de autonomie van het 147 II, 1,16 | maken, dat de God van Israël in deze gebeurtenissen zichtbaar 148 II, 1,16 | tegelijkertijd bekent tot het geloof in de in haar werkende God. 149 II, 1,16 | bekent tot het geloof in de in haar werkende God. Het geloof 150 II, 1,16 | aanwezigheid van de Voorzienigheid in de stroom der gebeurtenissen. 151 II, 1,16 | het Boek der Spreuken is in deze samenhang veelbetekenend: “ 152 II, 1,16 | hart zijn zoeken kadert in het raam van het geloof. 153 II, 1,17 | Boek der Spreuken dat ons in deze richting wijst met 154 II, 1,17 | 9). God en de mens zijn in hun respectieve werelden 155 II, 1,17 | hun respectieve werelden in een unieke relatie gesteld. 156 II, 1,17 | unieke relatie gesteld. In God heeft alles zijn oorsprong, 157 II, 1,17 | heeft alles zijn oorsprong, in Hem bevindt zich de volheid 158 II, 1,18 | kunnen dus zeggen, dat Israël in staat was, met zijn reflecties 159 II, 1,18 | mysterie open te leggen. In Gods openbaring kon het 160 II, 1,18 | verstand enkele grondregels in acht moet nemen om zijn 161 II, 1,18 | mislukking en komt hij tenslotte in de toestand van dedwaas”. 162 II, 1,18 | bedreiging van het leven in. Want de dwaas maakt zich 163 II, 1,18 | veel dingen weet, maar is in werkelijkheid niet in staat, 164 II, 1,18 | is in werkelijkheid niet in staat, de blik te concentreren 165 II, 1,19 | laat kennen door de natuur. In de Oudheid viel de studie 166 II, 1,19 | dat de mens met zijn rede in staat is, “de opbouw van 167 II, 1,19 | begrijpen (Wijsh 7,17. 19-20), in één woord, dat hij in staat 168 II, 1,19 | in één woord, dat hij in staat is te filosoferen, 169 II, 1,19 | denken oppakt, waarnaar hij in deze context klaarblijkelijk 170 II, 1,20 | 20. In dit licht wordt het verstand 171 II, 1,20 | zijn inhoud wordt geplaatst in het wijdere perspectief 172 II, 1,20 | consequent te bereiken en het in die hoogste orde een plaats 173 II, 1,20 | alles zijn betekenis krijgt. In één woord: de mens komt 174 II, 1,20 | diepe zin van alles, en in het bijzonder de zin van 175 II, 2,21 | begrijpen kan voorzover hijin relatie staat’: in relatie 176 II, 2,21 | hij ‘in relatie staat’: in relatie met zichzelf, met 177 II, 2,21 | verstand liet binnengaan in het rijk van het oneindige, 178 II, 2,22 | heilige Paulus helpt ons in het eerste hoofdstuk van 179 II, 2,22 | overweging van de wijsheidsboeken in hun diepte beter te waarderen. 180 II, 2,22 | een wijsgerige redenering in de taal van het volk en 181 II, 2,22 | waarneembare werkelijkheid staat. In wijsgerige vaktaal zouden 182 II, 2,22 | zouden we kunnen zeggen, dat in de belangrijke tekst het 183 II, 2,22 | apostel is ervan overtuigd dat in het oorspronkelijke scheppingsplan 184 II, 2,22 | het vertelt dat God hem in de hof van Eden plaatste, 185 II, 2,22 | de hof van Eden plaatste, in welks middende boom van 186 II, 2,22 | duidelijk: de mens was niet in staat om uit zichzelf te 187 II, 2,22 | God komende kennis konden. In hun oer-ongehoorzaamheid 188 II, 2,22 | rede waren nu niet meer in staat helder te zien: het 189 II, 2,23 | diepgaande onderscheiding. In het Nieuwe Testament, vooral 190 II, 2,23 | Nieuwe Testament, vooral in de brieven van de H. Paulus, 191 II, 2,23 | wijsheid van deze werelden de in Jezus Christus geopenbaarde 192 II, 2,23 | denkschema’s, die geenszins in staat zijn, haar adequaat 193 II, 2,23 | schriftgeleerde? Waar een woordvoerder in deze wereld? Heeft God de 194 II, 2,23 | nodig: “God heeft het dwaze in de wereld uitgekozen om 195 II, 2,23 | maken (...) En het nederige in de wereld en het verachte 196 II, 2,23 | menselijke wijsheid weigert in haar zwakheid de voorwaarde 197 II, 2,23 | wil uitdrukken: “God heeft in de wereld dat wat niets 198 II, 2,23 | radicaalste taal die de wijsgeren in hun beschouwingen over God 199 II, 2,23 | uit te drukken, die zich in het kruis van Jezus Christus 200 II, 2,23 | omvat, niet elimineren; in plaats daarvan kan het kruis 201 II, 2,23 | wijsbegeerte die reeds uit zichzelf in staat is de onophoudelijke 202 II, 2,23 | terwijl ze haar vasthouden in de ondiepten van hun systeem. 203 II, 2,23 | geloof en wijsbegeerte stoot in de verkondiging van de gekruisigde 204 II, 2,23 | de klip kan ze uitmonden in de oneindige zee van de 205 III, 1,24 | evangelist Lucas vertelt in de Handelingen van de Apostelen, 206 III, 1,24 | zoeken naar God is diep in het mensenhart gezaaid. 207 III, 1,24 | Goede-Vrijdagsliturgie, wanneer ze ons in het gebed voor alle niet-gelovenden 208 III, 1,24 | zo diep verlangen naar U in het hart gestort, dat ze 209 III, 1,24 | verschillende manieren, in verschillende tijden bewezen 210 III, 1,24 | verschillende tijden bewezen dat hij in staat is, aan dit diepste 211 III, 1,25 | gehoorde woord uit, de dingen in waarheid zijn. De mens is 212 III, 1,25 | mens is het enige wezen in de hele zichtbare schepping 213 III, 1,25 | schepping dat niet alleen in staat is om te weten, maar 214 III, 1,25 | daarom stelt hij belang in de feitelijke waarheid van 215 III, 1,25 | oprecht ongeïnteresseerd zijn in de waarheid van zijn kennis. 216 III, 1,25 | natuurwetenschappen, die in de laatste eeuwen zulke 217 III, 1,25 | weg van de gelukzaligheid in en streeft hij naar volmaaktheid. 218 III, 1,25 | hij naar volmaaktheid. Ook in dit geval gaat het om de 219 III, 1,25 | Deze overtuiging heb ik in de encycliek Veritatis Splendor 220 III, 1,25 | nodig dat de aanvaarde en in het eigen leven gevolgde 221 III, 1,25 | vindt de mens niet door zich in zichzelf op te sluiten, 222 III, 1,25 | stellen om ze ook aan te nemen in de dimensies die boven hem 223 III, 1,26 | bij de mens aanvankelijk in de vorm van een vraag: heeft 224 III, 1,26 | of de provocerende vragen in het boek Job, om aan de 225 III, 1,26 | zien van zoveel feiten die in het licht van de waarheid 226 III, 1,26 | absoluut geen toeval dat in het licht van het feit van 227 III, 1,27 | hun bestaan te verankeren in een als definitief erkende 228 III, 1,27 | twijfel. De filosofen hebben in de loop der eeuwen geprobeerd 229 III, 1,27 | denksystemen en -scholen in het leven te roepen. Maar 230 III, 2,29 | dat zo diep geworteld is in de menselijke natuur volledig 231 III, 2,29 | reeds een eerste antwoord in. De mens zou helemaal niet 232 III, 2,29 | gebeurt precies dat normaliter in het wetenschappelijk onderzoek. 233 III, 2,29 | waarheid is zo diep geworteld in het mensenhart, dat daarvan 234 III, 2,29 | enkele existentiële vragen in zich draagt en tegelijk 235 III, 2,29 | zich draagt en tegelijk in zijn hart minstens het ontwerp 236 III, 2,29 | ervaring heeft, dat zij zich in wezen niet onderscheiden 237 III, 2,30 | verschillende vormen van de waarheid in het vervolg kort te vermelden. 238 III, 2,30 | religieuze waarheden, die in zekere mate ook geworteld 239 III, 2,30 | mate ook geworteld zijn in de wijsbegeerte, en die 240 III, 2,30 | verschillende godsdiensten in hun tradities als antwoord 241 III, 2,30 | gezegd heb, is iedere mens in zekere zin filosoof met 242 III, 2,30 | de zin van zijn bestaan: in dit licht duidt hij zijn 243 III, 2,30 | wijsgerig-religieuze waarheden tot de in Jezus Christus geopenbaarde 244 III, 2,31 | wordt geboren en groeit op in een gezin, om later met 245 III, 2,31 | bevindt hij zich dus ingevoegd in verschillende tradities, 246 III, 2,31 | van het kritische denken in twijfel getrokken kunnen 247 III, 2,31 | worden. Desondanks zijn in het leven van de mens de 248 III, 2,31 | onderzoek verwerft. Wie zou wel in staat zijn, de ontelbare 249 III, 2,31 | kunnen controleren, die dag in dag uit, uit alle delen 250 III, 2,32 | 32. In het geloof vertrouwt ieder 251 III, 2,32 | het diepergaande vermogen in het spel brengt, zich aan 252 III, 2,32 | Onderstreept zij, dat de in deze tussenmenselijke betrekking 253 III, 2,32 | ligt namelijk niet alleen in het zich eigen maken van 254 III, 2,32 | van de waarheid, maar ook in een levende betrekking van 255 III, 2,32 | trouw tegenover de ander. In deze vertrouwvolle zelfgave 256 III, 2,32 | bestaan. Hij weet, dat hij in de ontmoeting met Jezus 257 III, 2,32 | waarheid te herroepen, die hij in de ontmoeting met Christus 258 III, 2,32 | woord vertrouwt: men ontdekt in hen heel duidelijk een liefde, 259 III, 2,32 | spreekt over hetgeen hij in zijn binnenste reeds als 260 III, 2,33 | van dit probleem verder in elkaar schuiven tot een 261 III, 2,33 | waarheid aan gene zijde, die in staat moet zijn, de zin 262 III, 2,33 | om een zoeken dat alleen in het absolute antwoord kan 263 III, 2,33 | Dankzij de vermogens die in het denken vervat liggen 264 III, 2,33 | vervat liggen is de mens in staat, een dergelijke waarheid 265 III, 2,33 | overwinnen, leidt het hem binnen in de genade-orde, die hem 266 III, 2,33 | genade-orde, die hem laat delen in het geheim van Christus, 267 III, 2,33 | drie-ene God geschonken wordt. In Jezus Christus, die de waarheid 268 III, 2,33(28) | vragen draagt iedere mens in het diepst van zijn hart, 269 III, 2,33(28) | voor het leven van alledag. In deze vragen wordt de diepe 270 III, 2,33(28) | worden hier geactiveerd om in vrijheid naar een oplossing 271 III, 2,33(28) | oplossing te zoeken die in staat is aan het leven een 272 III, 2,33(28) | hij zijn bestaan beheerst. In het bijzonder wanneer men 273 III, 2,34 | waarheid’, die God ons in Jezus Christus openbaart, 274 III, 2,34 | Christus openbaart, is niet in tegenspraak met de waarheden 275 III, 2,34 | integendeel tot de waarheid in haar volheid. De eenheid 276 III, 2,34 | verstand, dat wordt uitgedrukt in het non-contradictie-beginsel. 277 III, 2,34 | personele vereenzelviging in Christus, waarop de apostel 278 III, 2,34 | apostel doelt: “De waarheid is in Christus” (vgl. Ef 4,21; 279 III, 2,34 | vleesgeworden Woord, dat in zijn hele Persoon de Vader 280 III, 2,34(29) | beschikkingen’, zoals hij schreef in zijn brief aan P. Benedetto 281 III, 2,34(29) | het de zedelijke normen in acht neemt, nooit echt tegengesteld 282 III, 2,34(29) | geloof hebben hun oorsprong in dezelfde God” (Gaudium et 283 III, 2,34(29) | en bijstaat, doordat Hij in de diepte van zijn geest 284 III, 2,34 | Christus gevonden worden: want in Hem openbaart devolle 285 III, 2,34 | 14-16) van dat wezen dat in Hem en door Hem geschapen 286 III, 2,34 | geschapen is en dat daarom in Hem zijn voltooiing vindt ( 287 III, 2,35 | tegelijk een waarheid is, die in het licht van de rede moet 288 III, 2,35 | moet worden begrepen. Eerst in deze dubbele betekenis is 289 III, 2,35 | tussen geloof en wijsbegeerte in de loop van de geschiedenis. 290 IV, 1 | Belangrijke Stappen In De Ontmoeting Van Geloof 291 IV, 1,36 | erover, dat de H. Paulus in Athenemet enkele epicureïsche 292 IV, 1,36 | de eerste christenen het in hun toespraken niet laten 293 IV, 1,36 | natuurlijke kennis echter in de heidense religie tot 294 IV, 1,36 | oorsprong van de goden en, in hen, van het heelal te begrijpen, 295 IV, 1,36 | vonden hun eerste uitdrukking in de dichtkunst. De theogonieën 296 IV, 1,36 | ze wilden aan hun geloof in de godheid een rationele 297 IV, 1,37 | schrijvers van de eerste eeuwen, in het bijzonder de H. Irenaeus 298 IV, 1,38 | verkondiging van de opgestane Heer in een persoonlijke ontmoeting, 299 IV, 1,38 | moeten we elders zoeken. In werkelijkheid bood de ontmoeting 300 IV, 1,38 | voorkwam als een verre en in zeker opzicht achterhaalde 301 IV, 1,38 | God te komen, moeten allen in staat zijn deze weg te kunnen 302 IV, 1,38 | hij duidelijk en beslist, in het christendomde enige 303 IV, 1,38 | verdediging van het geloof:: “In zichzelf volmaakt en zonder 304 IV, 1,39 | 39. In de geschiedenis van deze 305 IV, 1,39 | haar Griekse oorsprong. In de Aristotelische wijsbegeerte 306 IV, 1,39 | goden, kreeg daarentegen in het licht van de christelijke 307 IV, 1,39 | over God wil formuleren. In zijn ontwikkeling maakte 308 IV, 1,39 | geschiedenis leert dat het in de theologie overgenomen 309 IV, 1,40 | Bijzondere vermelding verdienen in dit kersteningswerk van 310 IV, 1,40 | verschillende wijsgerige scholen in contact gekomen, maar ze 311 IV, 1,40 | van het christelijk geloof in zijn blikveld kwam, had 312 IV, 1,40 | heiligheid van leven, was hij ook in staat in zijn werken een 313 IV, 1,40 | leven, was hij ook in staat in zijn werken een grote hoeveelheid 314 IV, 1,40 | grote hoeveelheid materiaal in te brengen, dat, door terug 315 IV, 1,41 | het Avondland hebben dus in verschillende vormen verbindingen 316 IV, 1,41 | wijsbegeerte; ze zagen het in zijn geheel, in zijn positieve 317 IV, 1,41 | zagen het in zijn geheel, in zijn positieve aspecten 318 IV, 1,41 | positieve aspecten evengoed als in zijn begrenzingen. Ze waren 319 IV, 1,41 | omzetting van de geloofsinhoud in wijsgerige categorieën. 320 IV, 1,41 | propaedeutisch aankondigde in het denken van de grote 321 IV, 1,41 | de andere; ze vond plaats in het hart en was ontmoeting 322 IV, 1,41 | nature onbewust nastreefde, in de Persoon van het vleesgeworden 323 IV, 1,41 | overeenstemmingen vertroebelde in hen niet de erkenning van 324 IV, 1,41(41) | studie van de Kerkvaders in de priesteropleiding (10 325 IV, 1,42 | 42. In de scholastieke wijsbegeerte 326 IV, 1,42 | voorrang van het geloof niet in concurrentie met het zoeken 327 IV, 1,42 | is, ook helemaal niet toe in staat zijn. Veeleer is het 328 IV, 1,42 | die steeds meer ontbrandt in liefde voor dat wat hij 329 IV, 1,42 | niet alles heeft gedaan wat in zijn verlangen lag: “Ad 330 IV, 1,42 | van zijn zekerheid niet in het minst aan het wankelen. 331 IV, 2,43 | vanwege de betrekking die hij in de dialoog met het Arabische 332 IV, 2,43 | van zijn tijd kon leggen. In een tijdperk waarin de christelijke 333 IV, 2,43 | niet vergeten: ja, hij kon in de diepte gaan en de zin 334 IV, 2,43 | geloofsinhouden komt men in ieder geval door vrije beslissing 335 IV, 2,43 | juist beoefend moet worden. In deze samenhang zou ik willen 336 IV, 2,43 | Thomas bezat ongetwijfeld in de hoogste mate de moed 337 IV, 2,43 | het christelijke denken in als een pionier op de nieuwe 338 IV, 2,44 | Geest en die binnenleidt in de kennis van de goddelijke 339 IV, 2,44 | eigen aard van de wijsheid in haar enge relatie met het 340 IV, 2,44 | leergezag van de Kerk heeft in hem de hartstocht voor de 341 IV, 2,44(50) | zin van de Ambrosiaster , In Prima Cor 12, 3: PL 17, 342 IV, 2,44 | waarheid richtte, kon hij in zijn realisme haar objectiviteit 343 IV, 3,45 | kennisvormen langzamerhand echter in een onzalige scheiding. 344 IV, 3,45 | betrekkingen met het verstand in diskrediet te brengen. Wat 345 IV, 3,45 | vormen van speculatief denken in staat was, werd tenslotte 346 IV, 3,45 | het geloof gescheiden en in zijn plaats tredende verstandskennis. ~ 347 IV, 3,46 | radicaliseringen zijn bekend en vooral in de geschiedenis van het 348 IV, 3,46 | een goed deel ontwikkeld in een geleidelijke afwending 349 IV, 3,46 | duidelijke tegenposities. In de vorige eeuw heeft deze 350 IV, 3,46 | opstanding van Jezus Christus in rationeel te vatten dialectische 351 IV, 3,46 | keerden zich verschillende in filosofische termen uitgedrukte 352 IV, 3,46 | het geheel van zijn leven in het middelpunt van hun interesse 353 IV, 3,46 | op, dat het zoeken doel in zichzelf is, zonder enige 354 IV, 3,47 | mag men niet vergeten dat in de moderne cultuur de rol 355 IV, 3,47 | menselijke kennis; ze is zelfs in bepaald opzicht in een volledige 356 IV, 3,47 | zelfs in bepaald opzicht in een volledige bijrol gedrongen. 357 IV, 3,47 | verabsoluteren, heb ik reeds in mijn eerste encycliek aangegeven, 358 IV, 3,47 | zich, tenminste ten dele, in een bepaalde loop van hun 359 IV, 3,47 | huidige menselijke bestaan in zijn breedste en meest universele 360 IV, 3,47 | dimensie. Het doet de mens in groeiende angst leven Hij 361 IV, 3,47 | praktisch nut. Dat resulteerde in een verduistering van de 362 IV, 3,48 | aandachtige beschouwing ook in het wijsgerig denken van 363 IV, 3,48 | soms waardevolle aanzetten in hun denken zijn te zien 364 IV, 3,48 | zijn bijvoorbeeld te vinden in de grondige analyses over 365 IV, 3,48 | ernstige oproep zijn om in zichzelf de echte zin van 366 IV, 3,48 | bleef, sloeg het zijwegen in, die het gevaar inhouden 367 IV, 3,48 | respectievelijk bijgeloof. In dezelfde mate zal een verstand 368 IV, 3,48 | eenheid herstellen die hen in staat stelt om in harmonie 369 IV, 3,48 | die hen in staat stelt om in harmonie met hun natuur 370 V | Tussenkomsten Van Het Leergezag In Wijsgerige Aangelegenheden~ 371 V, 1,49 | deze terughoudendheid ligt in het feit dat de wijsbegeerte, 372 V, 1,49 | wijsbegeerte, ook wanneer ze in relatie treedt met de theologie, 373 V, 1,49 | Een wijsbegeerte die niet in het licht van het verstand 374 V, 1,49 | de waarheid en bovendien in zichzelf is toegerust met 375 V, 1,49 | zien op welke dwaalwegen en in welke dwalingen vooral het 376 V, 1,49 | bevoegdheid van het leergezag om in te grijpen, om de lacunes 377 V, 1,49 | geloof van het Godsvolk in verwarring brengen, zeer 378 V, 1,50 | leergezag kan en moet daarom in het licht van het geloof 379 V, 1,50 | geloof opgelegd worden. In de loop van de ontwikkeling 380 V, 1,50 | plicht om te laten zien wat in een wijsgerig systeem onverenigbaar 381 V, 1,51 | onderscheiding mag echter niet in eerste instantie negatief 382 V, 1,51 | bemiddeling uit te sluiten of in te perken. Integendeel, 383 V, 1,51 | hun denken zich voltrekt. In het bijzonder moet in het 384 V, 1,51 | voltrekt. In het bijzonder moet in het oog gehouden worden 385 V, 1,51 | betrekking van de mens met God. ~In de huidige tijd is, gezien 386 V, 1,51 | kritische onderscheiding in het licht van het geloof 387 V, 1,51 | problematischer blijken om in de afzonderlijke filosofische 388 V, 1,51 | van wijsheid en kennisin Christus verborgen zijn ( 389 V, 1,51 | 2,3); daarom grijpt zij in en spoort het wijsgerig 390 V, 1,52 | van de Kerk heeft niet pas in de jongste tijd ingegrepen, 391 V, 1,52 | te maken. Als voorbeelden in de loop van de eeuwen mogen 392 V, 1,52 | bijgelovige esoteriek, die in astrologische opvattingen 393 V, 1,52 | dan is dat daarom, omdat in die tijd nogal wat katholieken 394 V, 1,52 | iets toeschreven wat alleen in het licht van het geloof 395 V, 1,52 | inhouden van dit debat werden in de dogmatische constitutie 396 V, 1,52 | tussen rede en geloof. De in die tekst vervatte leer 397 V, 1,53 | gelovigen had voorgehouden in een synthese plechtig en 398 V, 1,53 | niet alleen onderscheiden in hun vertrekpunt, maar ook 399 V, 1,53 | hun vertrekpunt, maar ook in hun object.” 64 Het onderscheid 400 V, 1,53 | het geloof meedeelt, heeft in de menselijke geest het 401 V, 1,53(64) | IV: DS 3015, geciteerd in Tweede Vaticaans Oecumenisch 402 V, 1,53(64) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium 403 V, 1,54 | 54. Ook in onze eeuw is het leergezag 404 V, 1,54 | rationalistische bekoring. In dit scenario horen de interventies 405 V, 1,54 | XII zijn stem, toen hij in de encycliek Humani generis 406 V, 1,54 | voor verkeerde verklaringen in samenhang met de opvattingen 407 V, 1,54 | waarheid te beschermen en haar in de harten van de mensen 408 V, 1,54 | alsook omdat soms zelfs in valse opinies een korreltje 409 V, 1,54 | Congregatie voor de Geloofsleer in de vervulling van haar bijzondere 410 V, 1,54 | haar bijzondere opdracht in de dienst van het universele 411 V, 1,54 | Het leergezag heeft dus in het verleden herhaaldelijk 412 V, 1,54 | waardevolle bijdrage die niet in vergetelheid mag raken. ~ 413 V, 1,55 | Wanneer we de huidige situatie in ogenschouw nemen, zien we 414 V, 1,55 | maar om opvattingen die in de samenleving zo wijd verbreid 415 V, 1,55 | wijd verbreid zijn, dat ze in zekere mate tot een gemeenschappelijke 416 V, 1,55 | kennis of haar structuren. ~In de theologie zelf duiken 417 V, 1,55 | bekoringen van vroeger op. In enkele hedendaagse theologieën 418 V, 1,55 | beïnvloeden door uitspraken die in de gangbare taal en cultuur 419 V, 1,55 | een gevaarlijk terugvallen in het fideïsme voor, dat de 420 V, 1,55 | mogelijkheid om überhaupt in God te geloven, niet erkent. 421 V, 1,55 | het Woord van God zowel in de heilige Teksten alsook 422 V, 1,55 | de heilige Teksten alsook in de Overlevering aanwezig 423 V, 1,55(72) | Vaticanum II heeft in even duidelijke als gebiedende 424 V, 1,55(72) | Concilie dat de rede nooitin staat is (deze mysteries) 425 V, 1,55 | met zijn herders, blijvend in de leer van de apostelen.” 74 426 V, 1,55 | onderschatten dat schuilt in de opzet om de waarheid 427 V, 1,55 | de noodzaak van exegese in ruimere zin te negeren, 428 V, 1,56 | objectieve werkelijkheid. In een wereld die verdeeld 429 V, 1,56 | een wereld die verdeeld is in zoveel specialismen is het 430 V, 1,56 | Niettemin kan ik slechts, in het licht van het geloof 431 V, 1,56 | licht van het geloof dat in Jezus Christus deze laatste 432 V, 1,56 | aanmoedigen, vertrouwen te stellen in de capaciteiten van het 433 V, 2,57 | laten zien, welke wegen in te slaan. In deze zin zette 434 V, 2,57 | welke wegen in te slaan. In deze zin zette Paus Leo 435 V, 2,57 | pauselijke document dat in zijn geheel aan de wijsbegeerte 436 V, 2,57 | hebben veel van de inzichten in die tekst zowel uit praktisch 437 V, 2,58 | studies bloeiden, resulterend in een herontdekking van de 438 V, 2,58 | Thomistische overlevering in in de discussie over de 439 V, 2,58 | Thomistische overlevering in in de discussie over de toenmalige 440 V, 2,58 | wijsbegeerte. Zo stond de Kerk in de loop van de 20ste eeuw 441 V, 2,58 | beschikking, die gevormd waren in de school van de Doctor 442 V, 2,59 | van het wijsgerig denken in de christelijk geïnspireerde 443 V, 2,59 | zodanig profiel, dat zij in niets onderdeden voor de 444 V, 2,59 | behandeling van het geloof in het licht van een hernieuwd 445 V, 2,59 | van het christelijk denken in de eenheid van geloof en 446 V, 2,60 | wijsbegeerte. ik kan bijzonder in het kader van deze encycliek 447 V, 2,60 | probleem van het atheïsme komt in Gaudium et spes naar voren; 448 V, 2,60 | passage vormt. Ik heb haar in mijn encycliek Redemptor 449 V, 2,60 | wordt eerst echt verhelderd in het mysterie van het mensgeworden 450 V, 2,60 | het christelijk onderricht in zijn totaliteit: “De wijsgerige 451 V, 2,60 | zijn herhaald en ontwikkeld in een aantal andere documenten 452 V, 2,60 | voor hen die zich eens, in hun pastorale leven, zullen 453 V, 2,61 | katholieke scholen kon men in de jaren die onmiddellijk 454 V, 2,61 | maken en ze, waar nodig, in hun onderzoek correct toe 455 V, 2,61 | geïnterpreteerd worden, de filosofie in de pastorale vorming en 456 V, 2,61 | de pastorale vorming en in de praeparatio fidei alleen 457 V, 2,61 | praeparatio fidei alleen maar in de marge te behandelen of 458 V, 2,61 | traditionele gebruiken moet hand in hand gaan met wijsgerig 459 V, 2,61(85) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium 460 V, 2,62 | van Lateranen87, wortelt in de ervaring die in de middeleeuwen 461 V, 2,62 | wortelt in de ervaring die in de middeleeuwen rijpte, 462 V, 2,62 | geleid tot ernstige hiaten in zowel de priestervorming 463 V, 2,62 | vorming worden overwonnen, die in de Kerk nooit verloren mag 464 V, 2,63 | sterke interesse van de Kerk in de wijsbegeerte te benadrukken; 465 V, 2,63 | godgeleerdheid te kunnen opbouwen. In het licht van deze beginselen 466 VI, 1,64 | het verstaan van dit Woord in het licht van geloof, moet 467 VI, 1,64 | geloof, moet van haar kant in relatie treden, in sommige 468 VI, 1,64 | kant in relatie treden, in sommige van haar procedures 469 VI, 1,64 | sommige van haar procedures en in de uitvoering van haar specifieke 470 VI, 1,64 | bijzondere taken van de theologie in herinnering te brengen, 471 VI, 1,65 | wetenschap van het geloof in het licht van een tweevoudig 472 VI, 1,65 | geleidelijk aan heeft ontvouwen in de Heilige Traditie, de 473 VI, 1,65 | specifiek bij aan de theologie in de voorbereiding op een 474 VI, 1,65 | bepaalde wijsgerige traditie. In dit geval wordt van de theoloog 475 VI, 1,65 | termen die de Kerk gebruikt in haar denken en in de ontwikkeling 476 VI, 1,65 | gebruikt in haar denken en in de ontwikkeling van haar 477 VI, 1,66 | goddelijke waarheid, “die ons in de door de leer der Kerk 478 VI, 1,66 | gepresenteerd”, 89 een eigen, in haar logica zo consequente 479 VI, 1,66 | individu en voor de mensheid, in het licht te stellen. Van 480 VI, 1,66 | de heilsgeschiedenis, die in de persoon van Jezus Christus 481 VI, 1,66 | persoon van Jezus Christus en in zijn paasmysterie haar hoogtepunt 482 VI, 1,66 | theologie moet van haar kant in staat zijn, de universele 483 VI, 1,66 | vertellende manier alsook vooral in de vorm van de redenering 484 VI, 1,66 | scheppende werken van God in de wereld, de relatie tussen 485 VI, 1,66 | die gedefinieerd worden in het kader van de filosofische 486 VI, 1,66 | verstand van de gelovige moet in staat zijn deze kennis uit 487 VI, 1,66 | deze kennis uit te drukken in begrippen en in de vorm 488 VI, 1,66 | drukken in begrippen en in de vorm van de redenering. 489 VI, 1,67 | theologie moeten laten zien dat in het licht van de kennis 490 VI, 1,67 | en hun autonomie ook maar in het geringste aan te tasten. 90 ~ 491 VI, 1,67 | presenteren door een verstand dat in staat is in volle vrijheid 492 VI, 1,67 | verstand dat in staat is in volle vrijheid zijn toestemming 493 VI, 1,68 | moraaltheologie heeft misschien in nog grotere mate de bijdrage 494 VI, 1,68 | wijsbegeerte nodig. Want in het nieuwe verbond is het 495 VI, 1,68 | voorschriften geregeld dan in het oude verbond. Het leven 496 VI, 1,68 | oude verbond. Het leven in de Heilige Geest brengt 497 VI, 1,68 | samenleving, moet de christen in staat zijn zijn geweten 498 VI, 1,68 | denkkracht tot het uiterste in te zetten. Dat wil, met 499 VI, 1,69 | inbrengen dat de theoloog in de huidige situatie zich 500 VI, 1,69 | traditionele wijsheidsvormen in plaats van een filosofie


1-500 | 501-749

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License