Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2(1) | In mijn eerste encycliek Redemptor
2 Inl, 0,5 | soortgelijke initiatieven van mijn voorgangers wil ook ik daarom
3 Inl, 0,6 | gevoeld, maar het ook als mijn plicht beschouwd, mij over
4 I, 1,11 | gebeurtenis zie ik het als mijn plicht, nadrukkelijk naar
5 I, 2,14 | Terwijl ik dikwijls vol ijver mijn gedachten richtte op dit
6 I, 2,14 | gleed het volledig weg uit mijn denken; tot ik tenslotte
7 I, 2,14 | wilde verdrijven, opdat zij mijn geest niet zouden bezighouden
8 I, 2,14 | mij gelukt? Waarheen ging mijn neiging en waar ben ik terechtgekomen?
9 III, 2,32 | feit te illustreren! Maar mijn gedachten gaan onmiddellijk
10 IV, 2,43 | ik willen aanhalen, wat mijn voorganger, de Dienaar Gods
11 IV, 3,47 | verabsoluteren, heb ik reeds in mijn eerste encycliek aangegeven,
12 V, 1,54 | wijsbegeerte. Alles wat mijn eerwaarde voorgangers daartoe
13 V, 2,60 | passage vormt. Ik heb haar in mijn encycliek Redemptor hominis
14 V, 2,60 | vaste referentiepunten van mijn leven: “Inderdaad, het mysterie
15 V, 2,63 | tegenover het geloof. Het is mijn taak om enkele beginselen
16 VI, 1,72 | eeuwen geconfronteerd werd. ~Mijn gedachten gaan spontaan
17 VII, 1,90(106)| dezelfde zin schreef ik in mijn eerste encycliek als commentaar
18 VII, 1,91 | denkrichtingen was het niet mijn bedoeling om een compleet
19 VII, 2,96 | gebruikte begrippentaal. Reeds mijn eerwaarde voorganger Pius
20 Slot, 0,101 | herstellen, beklemtoond heb - als mijn plicht de noodzaak te onderstrepen
21 Slot, 0,105 | allemaal tekortschiet. 128 ~Mijn gedachten zijn ook bij hen
22 Slot, 0,106 | 106. Mijn appèl richt zich ook tot
23 Slot, 0,106 | steeds verbazen. Wanneer ik mijn bewondering en bemoediging
24 Slot, 0,108 | 108. Mijn laatste gedachte geldt haar
25 Slot, 0,108 | een echte parabel is die mijn overweging van deze bladzijden
26 Slot, 0,108 | 1998, het twintigste van mijn pontificaat. ~Johannes Paulus
|