Chapter, Paragraph, Number
1 I, 2,14 | nog steeds? (...) O Heer, U bent niet alleen het grootste
2 I, 2,14 | maius cogitari nequit), maar U bent groter dan alles wat
3 I, 2,14 | cogitari possit) (...) Als U niet zo was, zou men zich
4 I, 2,14 | men zich iets groters dan U kunnen voorstellen, maar
5 I, 2,15 | woord van de Heer: “Dan zult u de waarheid kennen, en de
6 I, 2,15 | kennen, en de waarheid zal u vrijmaken” (Joh 8,32). ~
7 I, 2,15 | toepassen: “De geboden die Ik u vandaag geef, zijn niet
8 I, 2,15 | zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten
9 I, 2,15 | zijn niet in de hemel en u hoeft niet te zeggen: ‘Wie
10 I, 2,15 | Ze zijn niet overzee en u hoeft niet te zeggen: ‘Wie
11 I, 2,15 | Nee, het woord is dichtbij u, in uw mond en in uw hart.
12 I, 2,15 | in uw mond en in uw hart. U kunt het dus volbrengen.” (
13 II, 1,17 | dan zou ik nog steeds bij U zijn” (Ps 139, 17-18). Het
14 II, 2 | Verwerf u wijsheid, verwerf u inzicht” (
15 II, 2 | Verwerf u wijsheid, verwerf u inzicht” (Spr 4,5)~
16 III, 1,24 | Atheners, aan alles zie ik dat u buitengewoon godsdienstig
17 III, 1,24 | onbekende god. Welnu, wat u zonder het te kennen vereert,
18 III, 1,24 | kennen vereert, dat kom ik u verkondigen” (Hand 17,22-
19 III, 1,24 | Almachtige, eeuwige God, U hebt de mensen een zo diep
20 III, 1,24 | een zo diep verlangen naar U in het hart gestort, dat
21 III, 1,24 | vrede hebben, wanneer ze U vinden”. 22 Er bestaat dus
22 IV, 1,37 | waarschuwt: “Past op, dat niemand u verleidt met zijn wijsbegeerte
23 IV, 1,42(42) | 226. “Ik ben geschapen om U te zien; en ik heb nog niet
24 VII, 2,92(109)| Hem. Nu zegt Hij: “Hij zal u leiden in de volle waarheid”.
|