1-500 | 501-749
Chapter, Paragraph, Number
501 VI, 1,69 | die we onder andere reeds in de leer van het Concilie
502 VI, 1,69 | de natuurwetenschappen is in veel gevallen nuttig, omdat
503 VI, 1,69 | mogelijk maakt om zowel in de verschillende levensopvattingen
504 VI, 1,69 | levensopvattingen alsook in de culturen te leren kennen, “
505 VI, 1,69(92) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
506 VI, 1,70 | het geloof zijn gekomen. In het licht van de volheid
507 VI, 1,70 | belofte van God wordt nu in Christus tot een aanbod
508 VI, 1,70 | tradities zijn allen er in Christus toe geroepen, aan
509 VI, 1,70 | huisgenoten van God” (Ef 2,19). ~In zo’n eenvoudige zin wordt
510 VI, 1,70 | culturen hun wortels diep in de menselijke natuur hebben,
511 VI, 1,70 | naar Gods zelf-openbaring in de natuur, zoals we eerder
512 VI, 1,70(94) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
513 VI, 1,71 | 71. Omdat de culturen in nauwe verbinding staan met
514 VI, 1,71 | cultuur waarin hij is ingebed. In elk van zijn uitingen draagt
515 VI, 1,71 | cultuur de mogelijkheid in zich draagt om de goddelijke
516 VI, 1,71 | vormen. De christenen brengen in iedere cultuur de door God
517 VI, 1,71 | iedere cultuur de door God in de geschiedenis en in de
518 VI, 1,71 | God in de geschiedenis en in de cultuur van een volk
519 VI, 1,71 | waarheid van God. Zo plant in de loop van de eeuwen de
520 VI, 1,71 | waren op die Pinksterdag in Jeruzalem: “Zijn dat niet
521 VI, 1,71 | kan ieder van ons hen dan in zijn moedertaal horen: Parthen,
522 VI, 1,71 | Arabieren, we horen hen in onze talen Gods grote daden
523 VI, 1,71 | verkondiging van het evangelie in de verschillende culturen
524 VI, 1,71 | tot zijn volle ontplooiing in de waarheid wordt begunstigd. ~
525 VI, 1,71 | Het evangelie staat niet in tegenstelling tot deze of
526 VI, 1,71 | gene cultuur, alsof het in de ontmoeting daarmee haar
527 VI, 1,71 | die de gelovige uitdraagt in de wereld en in de culturen,
528 VI, 1,71 | uitdraagt in de wereld en in de culturen, is een echte
529 VI, 1,72 | benaderingen uitgesloten waren. In onze tegenwoordige tijd,
530 VI, 1,72 | het evangelie geleidelijk in aanraking komt met culturen
531 VI, 1,72 | als die waarmee de Kerk in de eerste eeuwen geconfronteerd
532 VI, 1,72 | India een bijzondere plaats in. Een geweldige geestelijke
533 VI, 1,72 | van vandaag, vooral die in India, heeft de opgave om
534 VI, 1,72 | wiens eerste behoeften in de verschillende culturen
535 VI, 1,72 | Kerk met grote culturen in contact treedt, waarmee
536 VI, 1,72 | waarmee zij voordien nog niet in aanraking was geweest, mag
537 VI, 1,72 | gemaakt door de inculturatie in het Grieks-Latijnse denken.
538 VI, 1,72 | oosterse culturen. Zij zal in dit erfgoed nieuwe aanwijzingen
539 VI, 1,72 | nieuwe aanwijzingen vinden om in een vruchtbare dialoog te
540 VI, 1,72 | traditie zich moeten inkapselen in haar anders-zijn en zich
541 VI, 1,72 | anders-zijn en zich sterk maken in haar tegenstelling tot de
542 VI, 1,73 | 73. In het licht van deze beschouwingen
543 VI, 1,73 | van God zijn, geopenbaard in de geschiedenis, terwijl
544 VI, 1,73 | haar denkvermogen gebruikt in het zoeken naar de waarheid,
545 VI, 1,73 | zoeken naar de waarheid, in een beweging die gaat van
546 VI, 1,74 | wijsbegeerte en het woord van God in het moedige onderzoek dat
547 VI, 1,74 | ik met vreugde vermeldt, in een westerse context, figuren
548 VI, 1,74 | Gilson en Edith Stein, en, in een oosterse context, eminente
549 VI, 1,74 | is te hopen dat er nu en in de toekomst mensen zullen
550 VI, 2,75 | christendom onderscheiden. In de eerste plaats is er een
551 VI, 2,75 | innam toe zij gestalte kreeg in de geschiedenis vóór de
552 VI, 2,75 | van de Verlosser, en later in streken die nog niet waren
553 VI, 2,76 | speculeren dat vervat is in een dynamische vereniging
554 VI, 2,76 | wijsgeren is ontwikkeld die er in hun onderzoek naar streefden
555 VI, 2,76 | onderzoek naar streefden om niet in tegenspraak met het geloof
556 VI, 2,76 | Het eerste is subjectief, in de zin dat het geloof de
557 VI, 2,76 | van het wijsgerige denken, in het bijzonder voor de filosofie
558 VI, 2,76 | van de zonde, zoals die in het licht van het geloof
559 VI, 2,76 | vermelden, die zo centraal staat in de christelijke openbaring.
560 VI, 2,76 | teleurstellende feit dat veel denkers in de laatste eeuwen de christelijke
561 VI, 2,77 | positie neemt de wijsbegeerte in, wanneer de theologie zelf
562 VI, 2,77 | werk van de kritische rede in het licht van het geloof
563 VI, 2,77 | Hij werd eerder gebruikt in de zin waarmee Aristoteles
564 VI, 2,77 | bedrijven en zich op te sluiten in denkstructuren die ongeschikt
565 VI, 2,77 | filosofen het geval is. Zowel in het ene als in het andere
566 VI, 2,77 | is. Zowel in het ene als in het andere geval zou het
567 VI, 2,77 | zodra zij met de theologie in verbinding treedt. ~
568 VI, 2,78 | 78. In het licht van deze beschouwingen
569 VI, 2,78 | voorgesteld. Dit was niet om in specifiek filosofische kwesties
570 VI, 2,78 | filosofische kwesties een standpunt in te nemen noch om instemming
571 VI, 2,78 | waarheid zoeken, is. Want in zijn denken hebben de eisen
572 VI, 2,78 | ooit gekomen is, omdat hij in staat was de radicale nieuwheid
573 VI, 2,79 | mij heeft geleerd, wil ik in dit laatste deel enkele
574 VI, 2,79 | bij haar ontdekkingen en in haar legitieme autonomie
575 VI, 2,79 | zal echter het verstand in het besef dat het zich niet
576 VI, 2,79 | het theologische denken in hun wederzijdse relatie.
577 VI, 2,79 | filosofie zal oprijzen die in harmonie is met het woord
578 VII, 1,80 | Heilige Schrift bevat zowel in impliciete als in expliciete
579 VII, 1,80 | zowel in impliciete als in expliciete vorm een aantal
580 VII, 1,80 | bewust van de rijkdom die in de heilige boeken vervat
581 VII, 1,80 | vorm van het kwaad - wordt in de Bijbel behandeld, hetgeen
582 VII, 1,80 | van een of ander gebrek in de materie afkomstig is,
583 VII, 1,80 | verduidelijkt kunnen worden; in elk geval blijkt daaruit
584 VII, 1,80 | overtuiging van de ‘filosofie’ die in de bijbel wordt gevonden,
585 VII, 1,80 | hun vervulling, die komt in Jezus Christus. Het mysterie
586 VII, 1,80 | mens worden begrijpbaar: in het mysterie van het mensgeworden
587 VII, 1,80 | menselijke natuur ieder in hun eigen autonomie bewaard,
588 VII, 1,80 | band, die ze onvermengd in wederkerige betrekking zet. 97 ~
589 VII, 1,81 | is het dat veel mensen, in de maalstroom van gegevens
590 VII, 1,81 | hartstocht voor de waarheid. ~Om in harmonie te zijn met het
591 VII, 1,81 | Dit eerste vereiste draagt in feite ten zeerste bij aan
592 VII, 1,81 | stimuleren van de wijsbegeerte om in het reine te komen met haar
593 VII, 1,81 | uitleg van alles wat hij doet in de wereld. Daarom nodigt
594 VII, 1,81 | wijsbegeerte uit om mee te doen in het zoeken naar een natuurlijke
595 VII, 1,82(99) | 1; H. Bonaventura, Coll. in Hex., 3, 8, 1. ~
596 VII, 1,82 | verkenning van de rijkdom die in het woord van God te vinden
597 VII, 1,82 | en het Nieuwe Testament in het bijzonder, bevat teksten
598 VII, 1,82(100) | Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
599 VII, 1,83 | zijn, dat wil zeggen: die in staat is boven de empirische
600 VII, 1,83 | en analytische kennis; en in het bijzonder dient het
601 VII, 1,83 | zijn diepste grond heeft in het Hoogste Goed, God zelf.
602 VII, 1,83 | spreken over metafysica in de zin van een speciale
603 VII, 1,83 | werkelijkheid voor hem: in waarheid, in schoonheid,
604 VII, 1,83 | werkelijkheid voor hem: in waarheid, in schoonheid, in zedelijke
605 VII, 1,83 | waarheid, in schoonheid, in zedelijke waarden, in andere
606 VII, 1,83 | schoonheid, in zedelijke waarden, in andere personen, in het
607 VII, 1,83 | waarden, in andere personen, in het zijn zelf, in God. We
608 VII, 1,83 | personen, in het zijn zelf, in God. We treffen een grote
609 VII, 1,83 | metafysische horizon zou niet in staat zijn, om verder te
610 VII, 1,83 | delen van de wijsbegeerte in haar greep heeft, en om
611 VII, 1,83 | en om aldus verschillende in onze samenleving wijdverbreide
612 VII, 1,84 | de huidige ontwikkelingen in de hermeneutische wetenschappen
613 VII, 1,84 | hermeneutische wetenschappen en in de taalanalyse. De resultaten
614 VII, 1,84 | kunnen toch niet anders dan in een dergelijk denkraam de
615 VII, 1,84 | dat de taal van de mens in staat is om de goddelijke
616 VII, 1,84 | altijd een goddelijk woord is in menselijke taal, niet in
617 VII, 1,84 | in menselijke taal, niet in staat zijn iets over God
618 VII, 1,85 | uitdrukking brengen, dat de mens in staat is, te komen tot een
619 VII, 1,85 | christelijke denken moet opnemen in het volgende millennium
620 VII, 1,85 | basis van deze postulaten en in organische continuïteit
621 VII, 1,85 | hun plaats kunnen innemen in deze traditie en er hun
622 VII, 1,85 | wetenschap kunnen respecteren. ~In de huidige situatie is het
623 VII, 1,85 | te beschikken. Juist door in de traditie geworteld te
624 VII, 1,85 | zijn, zullen we vandaag in staat zijn om voor de toekomst
625 VII, 1,85 | ontwikkelen. Hetzelfde appèl geldt in hoge mate ook voor de theologie.
626 VII, 1,85 | maar ook omdat zij daardoor in staat moet zijn om zowel
627 VII, 1,86 | wijsbegeerte die is ontwikkeld in de christelijke traditie,
628 VII, 1,86 | af te wenden dat schuilt in sommige denkrichtingen die
629 VII, 1,86 | om -zij het kort- daarop in te gaan, teneinde hun dwalingen
630 VII, 1,86 | onderwijs en argumentatie, zelfs in de theologie, ertoe neigen
631 VII, 1,86 | daarom het gevaar, niet in staat te zijn om het waarheidsgehalte
632 VII, 1,86 | eclecticisme komt ook voor in het retorische misbruik
633 VII, 1,86 | mogelijk ze te integreren in de theologische argumentatie
634 VII, 1,87 | maar kan ook opvattingen in zich bergen die typisch
635 VII, 1,87 | het nodig die te plaatsen in zijn eigen historische en
636 VII, 1,87 | ware ontkend. Wat waar was in een bepaalde periode, beweren
637 VII, 1,87 | is misschien niet waar in een andere. Zo wordt voor
638 VII, 1,87 | wanneer een formulering in zekere zin gebonden is aan
639 VII, 1,87 | waarheid of de valsheid ervan in elk geval kan worden vastgesteld
640 VII, 1,87 | geëvalueerd, ondanks de afstand in tijd en ruimte. ~
641 VII, 1,88 | rijk van de pure fantasie. In het verleden maakte dezelfde
642 VII, 1,88 | dezelfde gedachte opgang in het positivisme en neo-positivisme,
643 VII, 1,88 | kennisleer heeft deze opvatting in diskrediet gebracht, maar
644 VII, 1,88 | nu zien we haar herleven in de nieuwe vermomming van
645 VII, 1,88 | lijkt, gegeven zijn ingang in verschillende culturen en
646 VII, 1,89 | denken zijn aanzienlijk. In het bijzonder is er een
647 VII, 1,89 | hiervan zijn duidelijk: in de praktijk worden de grote
648 VII, 1,90 | vrijheid gaan ofwel samen hand in hand of gaan beide ellendig
649 VII, 1,90(106) | In dezelfde zin schreef ik
650 VII, 1,90(106) | dezelfde zin schreef ik in mijn eerste encycliek als
651 VII, 1,90(106) | eis en een waarschuwing in: de eis van oprechtheid
652 VII, 1,90(106) | van alles wat de vrijheid in zijn geest, zijn hart en
653 VII, 1,90(106) | vermindert en als het ware tot in de wortels vernielt”: Encycliek
654 VII, 1,91 | postmoderniteit”. Vaak gebruikt in heel verschillende contexten,
655 VII, 1,91 | voorlopig en vergankelijk is. In hun vernietigende kritiek
656 VII, 1,91 | ook de geloofszekerheden in twijfel. ~Dit nihilisme
657 VII, 1,91 | vindt een soort bevestiging in de verschrikkelijke ervaring
658 VII, 1,91 | rationalistische optimisme, dat in de geschiedenis de voortschrijdende
659 VII, 1,91 | zichzelf en volledig zijn lot in eigen hand neemt. ~
660 VII, 2,92 | evangelisering. Zou men in dit verband niet denken
661 VII, 2,92 | stellen met een verblijf in tussenstadia. De theoloog
662 VII, 2,92 | overeenkomt met de dynamiek die in het geloof zelf woont” en
663 VII, 2,92 | namelijk de levende God en zijn in Jezus Christus geopenbaarde
664 VII, 2,92 | is. 108 ~Deze taak, die in eerste instantie de theologie
665 VII, 2,92 | overwinnen en gezamenlijk de weg in te slaan naar de hele, ongedeelde
666 VII, 2,92(109) | In de encycliek Dominum et
667 VII, 2,92(109) | die zal “onderwijzen” en “in herinnering brengen”, als
668 VII, 2,92(109) | zegt Hij: “Hij zal u leiden in de volle waarheid”. Dit “
669 VII, 2,92(109) | volle waarheid”. Dit “leiden in de volle waarheid”, dat
670 VII, 2,92(109) | duidelijk dat dit “leiden in de volle waarheid” niet
671 VII, 2,92(109) | dat de mens binnenleidt in de werkelijkheid van het
672 VII, 2,92(109) | geopenbaarde mysterie. Het ‘leiden in de volle waarheid’ wordt
673 VII, 2,92(109) | waarheid’ wordt daarom bereikt in en door het geloof: en dit
674 VII, 2,92(109) | resultaat van zijn activiteit in de mens. De heilige Geest
675 VII, 2,93 | mysterie dat zal uitmonden in zijn glorierijke opstanding
676 VII, 2,93 | van de Kerk zich uitdrukt. In samenhang hiermee doen zich
677 VII, 2,94 | Wat de bijbelse teksten en in het bijzonder de evangelies
678 VII, 2,94 | historische gebeuren ligt: ze ligt in hun betekenis in en voor
679 VII, 2,94 | ze ligt in hun betekenis in en voor de heilsgeschiedenis.
680 VII, 2,94 | wordt volledig uitgewerkt in de voortdurende lezing door
681 VII, 2,95 | tot een specifieke periode in de geschiedenis. Zo ook
682 VII, 2,95 | omstandigheden uitstijgt. ~De mens is in staat om met behulp van
683 VII, 2,96 | blijvende geldigheid van de in de concilie-definities gebruikte
684 VII, 2,96 | heeft dit probleem aangevat in zijn encycliek Humani generis. 112 ~
685 VII, 2,96 | betekenis die woorden aannemen in verschillende tijden en
686 VII, 2,96(112) | de katholieke theologen in overeenstemming in eeuwenlange
687 VII, 2,96(112) | theologen in overeenstemming in eeuwenlange arbeid is opgesteld,
688 VII, 2,96(112) | van de geschapen dingen: in dit proces van afleiding
689 VII, 2,96(113) | altijd waar en constant in de Kerk, zelfs wanneer zij
690 VII, 2,96(113) | kunnen bieden, die haar in zekere zin zouden deformeren
691 VII, 2,97 | functioneel te verstaan. In dit geval zou men vervallen
692 VII, 2,97 | filosofie van het zijn zal in staat moeten zijn het probleem
693 VII, 2,97 | opnieuw aan te pakken - en dit in harmonie met de eisen en
694 VII, 2,97 | tijden, zonder te vervallen in het steriel herhalen van
695 VII, 2,97 | de werkelijkheid beziet in haar ontologische, oorzakelijke
696 VII, 2,97 | tot vervulling brengt. 115 In de theologie, die haar beginselen
697 VII, 2,98 | de mens gedesoriënteerd. In de encycliek Veritatis splendor
698 VII, 2,98 | geweten wordt niet meer in zijn oorspronkelijke staat
699 VII, 2,98 | anderen verschillend is”. 116 ~In de hele encycliek heb ik
700 VII, 2,98 | kan wijzen op zijn wortels in het woord van God. Om deze
701 VII, 2,98 | bovennatuurlijke deugden, zal zij in staat zijn zeer passend
702 VII, 2,99 | 99. Het theologische werk in de Kerk staat allereerst
703 VII, 2,99 | de Kerk staat allereerst in dienst van de geloofsverkondigingen
704 VII, 2,99 | haar hoogtepunt bereikt in zijn Paasmysterie; want
705 VII, 2,99 | Paasmysterie; want alleen in Christus is het mogelijk
706 VII, 2,99 | Hand 4,12; 1Tm 2,4-6). ~In dit verband is het goed
707 VII, 2,99 | filosofische implicaties heeft die in het licht van het geloof
708 VII, 2,99 | verdiept moeten worden. De in de catechese doorgegeven
709 VII, 2,99 | van de Kerk presenteren in haar volledigheid118, en
710 VII, 2,99 | valt, aangezien dat wat in de catechese wordt meegedeeld
711 Slot, 0,100 | van het wijsgerige denken in de ontwikkeling van de cultuur
712 Slot, 0,101 | van het denken, speciaal in het Westen, laat duidelijk
713 Slot, 0,101 | de radicale nieuwheid die in Gods openbaring gevonden
714 Slot, 0,101 | het verstand geroepen is. ~In het licht van deze constatering
715 Slot, 0,101 | herwinnen. De filosofie zal in de theologie niet de opvatting
716 Slot, 0,101 | veelheid aan kennis en culturen in de eenheid van het geloof. ~
717 Slot, 0,101(123)| van bewust zijn dat hij in hechte vereniging is met
718 Slot, 0,102 | definitieve zin van het leven. In het licht van deze diepe
719 Slot, 0,102 | die God heeft geschreven in de menselijke natuur, komt
720 Slot, 0,103 | theologische aanspraken, ontplooit in harmonie met het geloof,
721 Slot, 0,104 | gelovige filosofen, die in staat zijn de verwachtingen,
722 Slot, 0,104 | probleemstellingen van dit ogenblik in de geschiedenis te vatten.
723 Slot, 0,104 | de christelijke filosofie in het licht van de rede en
724 Slot, 0,104 | mogelijke oplossing vinden in het duidelijke, eerlijke
725 Slot, 0,104(126)| Constitutie over de Kerk in de Wereld van Vandaag Gaudium
726 Slot, 0,105 | het woord van God en zeker in hun werk de hele speculatieve
727 Slot, 0,105 | wetenschap der theologie in beschouwing nemen. Ik wens
728 Slot, 0,105 | de filosofische traditie in al haar aspecten, of deze
729 Slot, 0,105 | of deze nu wel of niet in harmonie is met het woord
730 Slot, 0,105 | spiritualiteit, St. Bonaventura, die in de inleiding tot zijn Itinerarium
731 Slot, 0,105 | zijn Itinerarium Mentis in Deum de lezer uitnodigt
732 Slot, 0,105 | om hun werk uit te voeren in het licht van de voorschriften
733 Slot, 0,105 | belast zijn met het onderwijs in de theologie, zowel aan
734 Slot, 0,105 | noodzakelijke onderscheiding in het licht van de actuele
735 Slot, 0,106 | filosofen, en tot alle docenten in de filosofie; ik vraag hen,
736 Slot, 0,106 | filosofie; ik vraag hen, in het licht van een blijvend
737 Slot, 0,106 | die de mensheid bijzonder in de tegenwoordige tijd zo
738 Slot, 0,106 | wetenschap altijd zal hoogachten. In het bijzonder wil ik de
739 Slot, 0,106 | hebben afgelegd is vooral in deze eeuw gestoten op doelen,
740 Slot, 0,106 | onderzoek, aan wie de mensheid in hoge mate haar huidige ontwikkeling
741 Slot, 0,106 | technologische resultaten hand in hand gaan met de wijsgerige
742 Slot, 0,107 | om de mens, die Christus in het geheim van zijn liefde
743 Slot, 0,107 | beslissing zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw
744 Slot, 0,107 | voegen in de waarheid door in de schaduw van de wijsheid
745 Slot, 0,107 | hoe zijn vrijheid zich in de volle zin ontplooit en
746 Slot, 0,108 | tafel van het geloof” 132. In haar zagen zij een lichtend
747 Slot, 0,108 | noodzaak om te philosophari in Maria. ~Moge Maria, de Zetel
748 Slot, 0,108 | schenken aan de Waarheid en die in haar hart te bewaren, haar
749 Slot, 0,108 | van de Kruisverheffing, in het jaar 1998, het twintigste
1-500 | 501-749 |