1-500 | 501-598
Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | in het Avondland kan men een weg traceren, die in de
2 Inl, 0,1 | de waarheid geleid heeft. Een weg die zich - anders kon
3 Inl, 0,1 | voordoet, wordt aldus zelf een deel van ons leven. Op de
4 Inl, 0,1 | jezelf!” - als getuigenis van een fundamentele waarheid die
5 Inl, 0,1 | kent. Overigens toont ons een eerste blik op de geschiedenis
6 Inl, 0,2 | aan te bieden heeft, is er een die haar verantwoordelijkheid
7 Inl, 0,2 | waarheid steeds slechts een etappe is op de weg naar
8 Inl, 0,2 | onthuld: “Thans kijken wij in een spiegel en zien slechts
9 Inl, 0,3 | ontwerpen; zo vormt zij een van de voornaamste opgaven
10 Inl, 0,3 | van de mens hoort. Het is een eigenschap die zijn verstand
11 Inl, 0,3 | antwoorden zich voegen in een perspectief dat duidelijk
12 Inl, 0,3 | feit dat de wijsbegeerte een sterke invloed had op de
13 Inl, 0,3 | bewijst de omstandigheid dat een tot in onze dagen aanwezige
14 Inl, 0,4 | schuilgaan. Daarom blijkt een verklarende uiteenzetting
15 Inl, 0,4 | tot de ontwikkeling van een vorm van streng denken en
16 Inl, 0,4 | inhoud, tot de opbouw van een systematische kennis. Dankzij
17 Inl, 0,4 | in deze gevallen echter een zekere “wijsgerige hoogmoed”
18 Inl, 0,4 | vooruitgang van de kennis een kern van filosofische inzichten
19 Inl, 0,4 | aanwezig zijn. Men denke, om een enkel voorbeeld te noemen,
20 Inl, 0,4 | onderscheiden denkrichtingen een geheel van kennis bestaat,
21 Inl, 0,4 | bestaat, waarin men zoiets als een geestelijk erfgoed van de
22 Inl, 0,4 | zien; net alsof we ons voor een impliciete wijsbegeerte
23 Inl, 0,4 | door allen gedeeld wordt, een soort referentiepunt van
24 Inl, 0,4 | ontwikkelen, dan mag zij een ‘rechte rede’ of, zoals
25 Inl, 0,5 | geconcentreerd. Daaruit heeft een met steeds meer vragen belaste
26 Inl, 0,5 | mogen echter niet leiden tot een voorbijzien aan het feit
27 Inl, 0,5 | terechtkwam in het drijfzand van een algemeen scepticisme. In
28 Inl, 0,5 | zekerheid had verworven. Een gewettigde pluraliteit van
29 Inl, 0,5 | heeft plaatsgemaakt voor een indifferent pluralisme,
30 Inl, 0,5 | gelijkwaardig zijn. Dat is een van de meest verbreide symptomen
31 Inl, 0,5 | Men heeft de indruk van een beweging die zich als een
32 Inl, 0,5 | een beweging die zich als een golf naar boven en naar
33 Inl, 0,5 | filosofen, houdingen van een wijdverbreid wantrouwen
34 Inl, 0,6 | Getuigen van de waarheid is dus een taak die aan ons bisschoppen
35 Inl, 0,6 | ontvangen, te verwaarlozen. Door een nieuwe bekrachtiging van
36 Inl, 0,6 | kenvermogens en aan de wijsbegeerte een uitdaging bieden opdat zij
37 Inl, 0,6 | herkrijgen en ontplooien kan. Nog een ander motief noopte mij
38 Inl, 0,6 | referentiepunten zijn. De behoefte aan een fundament, waarop het bestaan
39 I, 1,7 | zij de draagster is van een boodschap die haar oorsprong
40 I, 1,7 | leven als gelovigen staat een unieke ontmoeting, die het
41 I, 1,7 | het openbaar worden van een eeuwig verborgen, maar nu
42 I, 1,7 | Daarbij gaat het om een volledig onverschuldigd
43 I, 1,8 | 8. Met een bijna woordelijke overname
44 I, 1,8 | Schepper kan ontdekken, een kennis bestaat, die eigen
45 I, 1,8 | kennis is de uitdrukking van een waarheid die stoelt op het
46 I, 1,8 | zich openbarende God zelf, een waarheid die zeker is, omdat
47 I, 1,9 | overbodig maken. “Er bestaat een tweevoudige orde van kennis,
48 I, 1,9 | geniet, is inderdaad van een andere orde dan de wijsgerige
49 I, 1,11 | christendom aan de tijd een fundamentele betekenis”
50 I, 1,11 | zo voor het volk van God een weg die moet worden gegaan,
51 I, 1,12 | geheel verbergt zich in een fragment, God neemt de gedaante
52 I, 1,12 | God neemt de gedaante van een mens aan. De in de openbaring
53 I, 1,12 | niet meer opgesloten in een nauw begrensd territoriaal
54 I, 1,12 | van de menselijke persoon een onoplosbaar raadsel. Waar
55 I, 2,13 | mysterie binnen te gaan, op een wijze die het ons mogelijk
56 I, 2,13 | uitspraak wordt gewezen op een fundamentele waarheid van
57 I, 2,13 | het vooral dat het geloof een gehoorzaam antwoord aan
58 I, 2,13 | Kerk steeds beschouwd als een fundamenteel beslissingsmoment,
59 I, 2,13 | subject de voltrekking van een akt mogelijk te maken waarin
60 I, 2,13 | zelfverwerkelijking mogelijk maakt, als een geloofwaardige toepassing
61 I, 2,13 | tekens voor het verstand een aansporing om verder te
62 I, 2,13 | die tekens is dus reeds een verborgen waarheid aanwezig,
63 I, 2,13 | Wat daar verschijnt is een teken: het verbergt in het
64 I, 2,13 | inzichtelijker en openbaart het als een voor het leven van de mens
65 I, 2,14 | het filosofische kennen een horizon van echte vernieuwing
66 I, 2,14 | brengt binnen de geschiedenis een referentiepunt waarvan de
67 I, 2,14 | binnen onze geschiedenis een universele en laatste waarheid,
68 I, 2,14 | deze overdenking komt ons een van de spiritueelste en
69 I, 2,14 | mensengeschiedenis te hulp, een referentiepunt voor zowel
70 I, 2,14 | zocht, reeds kon vatten; een andere keer echter gleed
71 I, 2,14 | Maar wat ben ik armzalige, een van Eva’s zonen, ver van
72 I, 2,15 | mens tussen de druk van een immanentistische denkwijze
73 I, 2,15 | denkwijze en de beperkingen van een technocratische logica;
74 I, 2,15 | deze beschouwingen komt een eerste conclusie naar boven:
75 I, 2,15 | vrucht of het hoogtepunt van een door het verstand ontwikkeld
76 II, 1,16 | en culturen. Als volgens een bijzonder plan laten Egypte
77 II, 1,16 | innerlijke intuïties van een unieke diepte, weer ten
78 II, 1,16 | op weg gaat en haar als een speurder nazit en op de
79 II, 1,16 | en zijn intrek neemt op een plek waar het goed is. Hij
80 II, 1,16 | de hartenwens naar kennis een kenmerk dat alle mensen
81 II, 1,16 | verstands- en geloofskennis een diepe, onscheidbare eenheid
82 II, 1,16 | stroom der gebeurtenissen. Een zin uit het Boek der Spreuken
83 II, 1,16 | einde gaan, wanneer hij met een juist gestemd hart zijn
84 II, 1,17 | reden voor het bestaan van een soort concurrentiestrijd
85 II, 1,17 | verstand en geloof.: het een bevat het ander, en beide
86 II, 1,17 | uitroep: “Het is Gods eer, een zaak te verhullen, maar
87 II, 1,17 | eer van de koning is het, een zaak uit te zoeken” (Spr
88 II, 1,17 | respectieve werelden in een unieke relatie gesteld.
89 II, 1,17 | daarin bestaat zijn adel. Een ander steentje voor dit
90 II, 1,17 | groot en is verbonden met een dergelijke dynamische kracht,
91 II, 1,18 | dat het kennen van de mens een weg is die geen stilstand
92 II, 1,18 | persoonlijke verwerving; een derde regel steunt op de “
93 II, 1,18 | de bijbel houdt dwaasheid een bedreiging van het leven
94 II, 1,18 | zichzelf en zijn omgeving een juiste houding aan te nemen.
95 II, 1,19 | te filosoferen, zet hij een zeer opmerkelijke stap naar
96 II, 1,19 | Wijsh 13,5). Er wordt dus een eerste trede van de goddelijke
97 II, 1,19 | zozeer aan het ontbreken van een passend middel als wel aan
98 II, 1,20 | het in die hoogste orde een plaats te geven waar alles
99 II, 2,21 | maar veronderstelt ook een voortdurende relatie met
100 II, 2,21 | tenslotte voor hem de bron van een ware kennis die zijn verstand
101 II, 2,22 | waarderen. De apostel ontwikkelt een wijsgerige redenering in
102 II, 2,22 | het volk en brengt daarmee een diepe waarheid tot uitdrukking:
103 II, 2,22 | maar moest zich beroepen op een hoger beginsel. Verblinding
104 II, 2,23 | wijsbegeerte verlangt daarom een diepgaande onderscheiding.
105 II, 2,23 | puur menselijke redenering een bevredigende verklaring
106 II, 2,23 | mislukken gedoemd. “Waar is een wijze? Waar een schriftgeleerde?
107 II, 2,23 | Waar is een wijze? Waar een schriftgeleerde? Waar een
108 II, 2,23 | een schriftgeleerde? Waar een woordvoerder in deze wereld?
109 II, 2,23 | mens voldoende, maar er is een bewuste stap naar het aanvaarden
110 II, 2,23 | zij de draagster is. Wat een uitdaging voor ons verstand,
111 II, 2,23 | voor ons verstand, en wat een voordeel haalt het eruit,
112 III, 1,24 | als aanleiding om daarmee een gemeenschappelijke basis
113 III, 1,24 | bezichtigde, trof ik ook een altaar aan met het opschrift:
114 III, 1,24 | 27). ~De apostel brengt een waarheid naar voren die
115 III, 1,24 | voren die de Kerk steeds als een schat heeft gekoesterd:
116 III, 1,24 | eeuwige God, U hebt de mensen een zo diep verlangen naar U
117 III, 1,24 | vinden”. 22 Er bestaat dus een weg die de mens kan gaan
118 III, 1,24 | zoeken (...) uitdrukt. Op een speciale manier heeft de
119 III, 1,25 | opgeleverd en die daarmee een echte vooruitgang van de
120 III, 1,25 | boven hem uitgaan. Dat is een wezenlijke voorwaarde, opdat
121 III, 1,25 | worden en kan groeien als een volwassen, rijpe persoon. ~
122 III, 1,26 | aanvankelijk in de vorm van een vraag: heeft het leven een
123 III, 1,26 | een vraag: heeft het leven een zin? Waarheen leidt het?
124 III, 1,26 | volstaan om onontkoombaar een zo dramatische vraag als
125 III, 1,26 | feit is het zoeken naar een volledig antwoord onontkoombaar.
126 III, 1,26 | reikt; of hij mag hopen op een voortbestaan of niet. Niet
127 III, 1,27 | het antwoord daarop hangt een beslissende etappe van de
128 III, 1,27 | mogelijk is, te komen tot een universele en absolute waarheid
129 III, 1,27 | zoekt de mens echter naar een absolutum dat aan heel zijn
130 III, 1,27 | woorden: hij zoekt naar een definitieve verklaring,
131 III, 1,27 | definitieve verklaring, naar een hoogste waarde, waarboven
132 III, 1,27 | niet. Er komt voor allen een moment waarop ze, of ze
133 III, 1,27 | bestaan te verankeren in een als definitief erkende waarheid,
134 III, 1,27 | definitief erkende waarheid, die een zekerheid brengt die niet
135 III, 1,27 | toevertrouwt aan het gezag van een leraar. Uit elk van deze
136 III, 2,28 | de mens, zodra hij maar een glimp van de waarheid heeft
137 III, 2,29 | 29. Het is ondenkbaar dat een zoeken dat zo diep geworteld
138 III, 2,29 | stellen houdt namelijk reeds een eerste antwoord in. De mens
139 III, 2,29 | Alleen het uitzicht, tot een antwoord te kunnen komen,
140 III, 2,29 | wetenschappelijk onderzoek. Wanneer een wetenschapper, zijn intuïtie
141 III, 2,29 | verifieerbare verklaring van een bepaald verschijnsel, vertrouwt
142 III, 2,29 | hij er vanaf het begin op, een antwoord te vinden, en geeft
143 III, 2,30 | wetenschappelijk onderzoek. Op een ander niveau moet men de
144 III, 2,30 | inricht. Hij vormt zich op de een of andere manier een alomvattende
145 III, 2,30 | de een of andere manier een alomvattende visie en een
146 III, 2,30 | een alomvattende visie en een antwoord op de vraag naar
147 III, 2,30 | beantwoorden, moeten we nog een verder gegeven van de wijsbegeerte
148 III, 2,31 | geboren en groeit op in een gezin, om later met zijn
149 III, 2,31 | vorming ontvangt, maar ook een veelvoud aan waarheden,
150 III, 2,31 | hebben verzameld? De mens, een wezen dat naar de waarheid
151 III, 2,32 | verworven kennis. Daarin is een betekenisvolle spanning
152 III, 2,32 | schijnt de geloofskennis een onvolmaakte kennisvorm,
153 III, 2,32 | pure evidentie, omdat het een relatie tussen personen
154 III, 2,32 | vertrouwen, doordat men een vastere en innige verbinding
155 III, 2,32 | de waarheid, maar ook in een levende betrekking van zelfgave
156 III, 2,32 | ontdekt in hen heel duidelijk een liefde, die geen lange redeneringen
157 III, 2,32 | roept de martelaar bij ons een diep vertrouwen op, omdat
158 III, 2,33 | verder in elkaar schuiven tot een geheel. De mens zoekt van
159 III, 2,33 | Zijn zoektocht streeft naar een waarheid aan gene zijde,
160 III, 2,33 | verklaren; het gaat dus om een zoeken dat alleen in het
161 III, 2,33 | liggen is de mens in staat, een dergelijke waarheid te ontmoeten
162 III, 2,33 | zichzelf en zijn leven aan een andere mens toe te vertrouwen,
163 III, 2,33 | en oprechte vriendschap. Een klimaat van verdenking en
164 III, 2,33 | die de vriendschap als een van de voor het juiste filosoferen
165 III, 2,33 | de mens zich bevindt op een naar menselijke maat eindeloze
166 III, 2,33 | waarheid en de zoektocht naar een persoon aan wie hij zich
167 III, 2,33(28) | Dit is een thema dat ik al lang behandel
168 III, 2,33(28) | volkeren bewijst, dat als een profetie van de mensheid
169 III, 2,33(28) | uitdrukking van de urgentie, een oorzaak van het bestaan
170 III, 2,33(28) | geactiveerd om in vrijheid naar een oplossing te zoeken die
171 III, 2,33(28) | in staat is aan het leven een volle betekenis te geven.
172 III, 2,34 | van de waarheid is reeds een fundamenteel postulaat van
173 III, 2,34 | de heilsgeschiedenis is. Een en dezelfde God, die de
174 III, 2,35 | beschouwingen moeten we nu een rechtstreeks onderzoek doen
175 III, 2,35 | verhouding nodigt ons uit tot een dubbele overweging, omdat
176 III, 2,35 | openbaring voortkomt, tegelijk een waarheid is, die in het
177 IV, 1,36 | toespraken niet laten bij een verwijzing naar “Mozes en
178 IV, 1,36 | de heidense religie tot een afgodendienst was verworden (
179 IV, 1,36 | vormen, dat was inderdaad een van de grootste inspanningen
180 IV, 1,36 | hun geloof in de godheid een rationele basis geven. ~
181 IV, 1,36 | rationele basis geven. ~Zo werd een weg ingeslagen die, uitgaande
182 IV, 1,36 | overleveringen, uitkwam op een ontwikkeling die overeenkwam
183 IV, 1,36 | basis begonnen de Kerkvaders een vruchtbare dialoog met de
184 IV, 1,37 | wijsbegeerte gemakkelijk met een kennis van hogere, esoterische
185 IV, 1,37 | Tertullianus, van hun kant reeds een voorbehoud tegen een culturele
186 IV, 1,37 | reeds een voorbehoud tegen een culturele opvatting die
187 IV, 1,38 | eerste christenen eerder een storing dan een kans toe.
188 IV, 1,38 | christenen eerder een storing dan een kans toe. Voor hen was de
189 IV, 1,38 | van de opgestane Heer in een persoonlijke ontmoeting,
190 IV, 1,38 | innerlijke omkering en tot een vraag om het doopsel. Dat
191 IV, 1,38 | ontmoeting met het evangelie een dermate bevredigend antwoord
192 IV, 1,38 | de wijsgeren voorkwam als een verre en in zeker opzicht
193 IV, 1,38 | toegang tot de waarheid een goed is, dat het mogelijk
194 IV, 1,38 | leidt. ~Als pionier van een positieve ontmoeting met
195 IV, 1,38 | christelijk geloof34 en een wegbereiding van het evangelie35.
196 IV, 1,38 | wijsbegeerte uit; zij is een streven van de ziel, zowel
197 IV, 1,39 | de eerste keer zoiets als een christelijke theologie uit.
198 IV, 1,39 | Wat voordiende duidde op een algemene leer over de goden,
199 IV, 1,39 | christelijke openbaring een heel nieuwe betekenis, omdat
200 IV, 1,40 | was - terwijl de anderen een vermetele belofte van kennis
201 IV, 1,40 | levensgeschiedenis en steunend op een wonderlijke heiligheid van
202 IV, 1,40 | in staat in zijn werken een grote hoeveelheid materiaal
203 IV, 1,41 | Academie en de Kerk?” 40 is een duidelijke aanwijzing voor
204 IV, 1,41 | voor het transcendente. Een gelouterd en oprecht verstand
205 IV, 1,41 | reflectie, en schiep daarmee een solide basis voor de waarneming
206 IV, 1,42 | namelijk niet toe geroepen, een oordeel over de geloofsinhoud
207 IV, 1,42 | Veeleer is het zijn taak, een zin te vinden, redenen te
208 IV, 1,42 | allen mogelijk maken tot een zeker begrijpen van de geloofsinhoud
209 IV, 1,42 | de waarheid, streeft naar een vorm van kennis die steeds
210 IV, 1,42 | van rationele overweging een heel zekere waarneming bereikt
211 IV, 1,42 | aan het wankelen. Want als een eerdere rationele beschouwing
212 IV, 2,43 | 43. Een heel bijzonder plaats op
213 IV, 2,43 | zijn tijd kon leggen. In een tijdperk waarin de christelijke
214 IV, 2,43 | verklaren. Want het geloof is een soort “denkoefening”; het
215 IV, 2,43 | christelijke denken in als een pionier op de nieuwe weg
216 IV, 2,44 | de wijsheid echter maakt een oordeel mogelijk volgens
217 IV, 2,44(50) | I-II, 109, 1 ad 1, dat een weerklank is van de bekende
218 IV, 3,45 | ofschoon zij vasthielden aan een organische verbinding tussen
219 IV, 3,45 | langzamerhand echter in een onzalige scheiding. Als
220 IV, 3,45 | scheiding. Als gevolg van een overheersende geest van
221 IV, 3,45 | radicaler, tot men feitelijk bij een gescheiden en tegenover
222 IV, 3,45 | hoorde onder andere ook een groeiende argwaan jegens
223 IV, 3,45 | begonnen zich te bekennen tot een algemeen, sceptisch en agnostisch
224 IV, 3,45 | verwerkelijkt als diepe eenheid, die een kennis voortbracht die tot
225 IV, 3,45 | systemen die stonden voor een van het geloof gescheiden
226 IV, 3,46 | overdrijving zeggen, voor een goed deel ontwikkeld in
227 IV, 3,46 | goed deel ontwikkeld in een geleidelijke afwending van
228 IV, 3,46 | termen uitgedrukte vormen van een atheïstisch humanisme, die
229 IV, 3,46 | systemen en daarmee tot een trauma voor de mensheid. ~
230 IV, 3,46 | wetenschappelijk onderzoek groeide een positivistische denkwijze,
231 IV, 3,46 | vooral elke verwijzing naar een metafysische en morele visie
232 IV, 3,46 | alleen toe te geven aan een logica die op de markt is
233 IV, 3,46 | het bestaan alleen maar een gelegenheid voor indrukken
234 IV, 3,47 | geleidelijk ineengeschrompeld tot een van de vele gebieden van
235 IV, 3,47 | zelfs in bepaald opzicht in een volledige bijrol gedrongen.
236 IV, 3,47 | tenminste ten dele, in een bepaalde loop van hun gevolgen
237 IV, 3,47 | precies dat waarin de mens een aanzienlijk deel van zijn
238 IV, 3,47 | nut. Dat resulteerde in een verduistering van de echte
239 IV, 3,48 | dus constateren, dat er een voortgaande scheiding is
240 IV, 3,48 | die bijgedragen hebben aan een vergroting van de afstand
241 IV, 3,48 | dood kan voor iedere denker een ernstige oproep zijn om
242 IV, 3,48 | verhouding van geloof en rede een subtiel onderzoek vereist
243 IV, 3,48 | universeel aanbod meer is. Het is een illusie te menen dat het
244 IV, 3,48 | overtuigingskracht bezit tegenover een zwakke rede: integendeel,
245 IV, 3,48 | bijgeloof. In dezelfde mate zal een verstand dat geen rijp geloof
246 V, 1,49 | wijsbegeerte, noch geeft zij aan een of andere bijzondere filosofie
247 V, 1,49 | de waarheid streeft met een door het verstand geleid
248 V, 1,49 | verstand geleid proces. Een wijsbegeerte die niet in
249 V, 1,49 | noodzakelijke middelen. Een wijsbegeerte die zich hiervan
250 V, 1,49 | grijpen, om de lacunes van een falend filosofisch betoog
251 V, 1,50 | om te laten zien wat in een wijsgerig systeem onverenigbaar
252 V, 1,50 | bij de uitoefening van een deemoedige maar onvermoeibare
253 V, 1,51 | bovendien het werk zijn van een door de zonde aangetast
254 V, 1,51 | begrippen en argumenten een kritische onderscheiding
255 V, 1,51 | te dringender gevraagd: een zeker niet eenvoudige onderscheiding:
256 V, 1,52 | waarmee voor het eerst een oecumenisch concilie, namelijk
257 V, 1,52 | en vormt ook vandaag nog een normatief referentiepunt
258 V, 1,52 | normatief referentiepunt voor een correct en consequent christelijk
259 V, 1,53 | gelovigen had voorgehouden in een synthese plechtig en opnieuw
260 V, 1,53 | afkondiging: “Er bestaat een tweevoudige orde van kennis,
261 V, 1,53 | verstand, toch kan er nooit een echte divergentie zijn tussen
262 V, 1,54 | soms zelfs in valse opinies een korreltje waarheid verborgen
263 V, 1,54 | wijzen op het gevaar dat een onkritisch overnemen van
264 V, 1,54 | gepresteerd hebben vormt een waardevolle bijdrage die
265 V, 1,55 | dat ze in zekere mate tot een gemeenschappelijke wijze
266 V, 1,55 | bijvoorbeeld de laatste tijd een zeker rationalisme een weg,
267 V, 1,55 | tijd een zeker rationalisme een weg, vooral wanneer meningen
268 V, 1,55 | grondslag zijn. 72 ~Ook komt een gevaarlijk terugvallen in
269 V, 1,55 | te geloven, niet erkent. Een tegenwoordig wijdverbreid
270 V, 1,55(72) | belijdenis van de katholieke Kerk een bovennatuurlijke deugd,
271 V, 1,55 | hermeneutische methoden een filosofische opvatting ten
272 V, 1,55 | heeft gewaarschuwd voor een dergelijke verwaarlozing
273 V, 1,56 | zijn tenslotte tekenen van een wijdverbreid wantrouwen
274 V, 1,56 | objectieve werkelijkheid. In een wereld die verdeeld is in
275 V, 2,57 | de grondbeginselen voor een echte vernieuwing van het
276 V, 2,57 | encycliek Aeterni Patris een stap van werkelijk historische
277 V, 2,57 | dat het wijsgerige denken een fundamentele bijdrage aan
278 V, 2,57 | wetenschap is. 78 Na meer dan een eeuw hebben veel van de
279 V, 2,58 | scholastieke schrijvers kregen een nieuwe impuls. Historische
280 V, 2,58 | bloeiden, resulterend in een herontdekking van de rijkdom
281 V, 2,58 | de loop van de 20ste eeuw een sterke groep denkers ter
282 V, 2,59 | niet het enige teken van een nieuwe opname van het wijsgerig
283 V, 2,59 | syntheses hadden ontwikkeld van een zodanig profiel, dat zij
284 V, 2,59 | kennistheoretische grondslagen voor een nieuwe behandeling van het
285 V, 2,59 | geloof in het licht van een hernieuwd verstaan van het
286 V, 2,59 | geweten; nog anderen schiepen een wijsbegeerte die, uitgaande
287 V, 2,60 | presenteerde van zijn kant een zeer rijke en vruchtbare
288 V, 2,60 | encycliek niet vergeten, dat een heel hoofdstuk van de constitutie
289 V, 2,60 | Gaudium et spes tegelijkertijd een samenvatting van bijbelse
290 V, 2,60 | antropologie en daarmee ook een inspiratiebron voor de wijsbegeerte
291 V, 2,60 | dat de studenten vooral een handreiking krijgen tot
292 V, 2,60 | handreiking krijgen tot een degelijke en samenhangende
293 V, 2,60 | herhaald en ontwikkeld in een aantal andere documenten
294 V, 2,60 | documenten van het leergezag om een solide wijsgerige vorming
295 V, 2,60 | moeten begrijpen, om daarop een passend antwoord te geven. 84 ~
296 V, 2,61 | 61. Als van tijd tot tijd een tussenkomst over dit thema
297 V, 2,61 | het concilie dienaangaande een zeker verval constateren,
298 V, 2,61 | verval constateren, dat aan een geringere waardering niet
299 V, 2,61 | wantrouwen tegen de rede, dat een groot deel van de hedendaagse
300 V, 2,61 | wetenschappelijk onderzoek voor een diepere kennis van het mysterie
301 V, 2,61 | passen, mag echter niet als een onuitgesproken machtiging
302 V, 2,61 | hoogontwikkelde denkvormen, een gamma van uitdrukkingen
303 V, 2,61 | licht gebracht: en dit vormt een echte culturele rijkdom
304 V, 2,61 | met wijsgerig onderzoek, een onderzoek dat de positieve
305 V, 2,62 | wordt voorafgegaan door een tijd van speciale studie
306 V, 2,62 | rijpte, toen het belang van een constructieve harmonie tussen
307 V, 2,62 | filosofie, zij het indirect. Een tekenend voorbeeld hiervan
308 V, 2,62 | deze moeilijkheden door een zinvolle filosofische en
309 V, 2,63 | precies te onderscheiden en een wijsgerig denken te stimuleren
310 V, 2,63 | noodzakelijk acht om weer een harmonieuze en effectieve
311 V, 2,63 | testen, of de theologie een relatie tot de verschillende
312 V, 2,63 | onderhouden, en zo ja: wat voor een. ~
313 VI, 1,65 | Theologie is opgebouwd als een wetenschap van het geloof
314 VI, 1,65 | geloof in het licht van een tweevoudig methodologisch
315 VI, 1,65 | theologie in de voorbereiding op een correcte auditus fidei met
316 VI, 1,65 | bijdrage van de filosofie aan een meer coherent begrip van
317 VI, 1,65 | denkvormen overnemen van een bepaalde wijsgerige traditie.
318 VI, 1,66 | wordt gepresenteerd”, 89 een eigen, in haar logica zo
319 VI, 1,66 | rationaliteit bezit, dat zij een echt weten vormt. De intellectus
320 VI, 1,66 | verstand van de gelovige zich een natuurlijke, ware en consistente
321 VI, 1,66 | veronderstelt daarom impliciet een op de objectieve waarheid
322 VI, 1,67 | gebracht, het bestaan van een werkelijk op het geloof
323 VI, 1,67 | moeten laten zien dat er een innerlijke verenigbaarheid
324 VI, 1,67 | zich te presenteren door een verstand dat in staat is
325 VI, 1,67 | Zo zal het geloof “aan een verstand dat oprecht naar
326 VI, 1,68 | brengt hen die geloven tot een vrijheid en verantwoordelijkheid
327 VI, 1,68 | algemene beginselen van een christelijke levenswijze
328 VI, 1,68 | moraaltheologie moet zich bedienen van een juiste filosofische visie,
329 VI, 1,68 | algemene beginselen van een morele beslissing. ~
330 VI, 1,69 | huldigen, als gevolg van een toegenomen gevoeligheid
331 VI, 1,69 | wijsheidsvormen in plaats van een filosofie van Griekse en
332 VI, 1,69 | loochenen, uitgaande van een valse voorstelling van het
333 VI, 1,69 | gevallen nuttig, omdat zij een completere kennis van het
334 VI, 1,69 | noodzakelijke toepassing van een typisch wijsgerige, kritische
335 VI, 1,69 | trouwens bevorderd wordt door een vruchtbare uitwisseling
336 VI, 1,70 | met de culturen verdient een speciale, zij het noodgedwongen
337 VI, 1,70 | confrontatie met de culturen is een ervaring die de Kerk vanaf
338 VI, 1,70 | ontstonden, te erkennen. Een passage uit de brief van
339 VI, 1,70 | christenen van Efeze biedt een goede hulp om te begrijpen
340 VI, 1,70 | wordt nu in Christus tot een aanbod voor allen: ze is
341 VI, 1,70 | meer tot de eigen aard van een volk, zijn taal en zijn
342 VI, 1,70 | beperkt, maar wordt als een schat waar ieder vrij uit
343 VI, 1,70 | staat beide volkeren toe, ‘een’ te worden. Zij die ‘veraf’
344 VI, 1,70 | voltrekt de vereniging op een unieke, verheven manier
345 VI, 1,70 | zo’n eenvoudige zin wordt een geweldige waarheid beschreven:
346 VI, 1,70 | culturen heeft inderdaad een nieuwe werkelijkheid doen
347 VI, 1,70 | daarom niet minder reëel - een verwijzing naar Gods zelf-openbaring
348 VI, 1,71 | mens is vervlochten met een cultuur, is ervan afhankelijk
349 VI, 1,71 | cultuur het merkteken van een spanning die op voltooiing
350 VI, 1,71 | geschiedenis en in de cultuur van een volk geopenbaarde, onveranderlijke
351 VI, 1,71 | gedoopten zich kenmerkt door een universaliteit die iedere
352 VI, 1,71 | wereld en in de culturen, is een echte vorm van bevrijding
353 VI, 1,71 | ingevoerde wanorde en tegelijk een oproep tot de volle waarheid.
354 VI, 1,72 | tradities. Daaronder neemt India een bijzondere plaats in. Een
355 VI, 1,72 | een bijzondere plaats in. Een geweldige geestelijke impuls
356 VI, 1,72 | denken ertoe, te zoeken naar een ervaring, die absolute waarde
357 VI, 1,72 | verenigbaar zijn, zodat het tot een verrijking van het christelijke
358 VI, 1,72 | Aetate aanzet, moet hij een rij criteria hanteren. Het
359 VI, 1,72 | Grieks-Latijnse denken. Afzien van een dergelijk erfgoed zou het
360 VI, 1,72 | aanwijzingen vinden om in een vruchtbare dialoog te treden
361 VI, 1,72 | verwisselen met het idee als zou een culturele traditie zich
362 VI, 1,73 | beste beschreven worden als een cirkel. De bron en het startpunt
363 VI, 1,73 | verstaan. Het is niet zo maar een kwestie van theologische
364 VI, 1,73 | dat begrip of element uit een filosofische structuur gebruikt;
365 VI, 1,73 | zoeken naar de waarheid, in een beweging die gaat van het
366 VI, 1,73 | van het woord van God naar een beter begrip daarvan. Het
367 VI, 1,73 | polen van Gods woord en een beter begrip daarvan, leiding
368 VI, 1,74 | met vreugde vermeldt, in een westerse context, figuren
369 VI, 1,74 | Gilson en Edith Stein, en, in een oosterse context, eminente
370 VI, 1,74 | voorbeelden te geven van een wijsgerige methode van onderzoek
371 VI, 2,75 | In de eerste plaats is er een wijsbegeerte die volkomen
372 VI, 2,75 | streven van de wijsbegeerte om een autonome onderneming te
373 VI, 2,75 | en versterkt worden. Als een zoeken naar de waarheid
374 VI, 2,75 | Bovendien; de aanspraak op een juiste autonomie van denken
375 VI, 2,75 | wijsbegeerte niet alleen een gewettigde autonomie op,
376 VI, 2,75 | gewettigde autonomie op, maar een autarkie van denken die
377 VI, 2,75 | zichzelf de toegang tot een diepere kennis van de waarheid
378 VI, 2,76 | 76. Een tweede positie die de wijsbegeerte
379 VI, 2,76 | geenszins te suggereren dat er een officiële filosofie van
380 VI, 2,76 | is. De term tracht eerder een christelijke manier van
381 VI, 2,76 | filosoferen aan te duiden, een filosofisch speculeren dat
382 VI, 2,76 | speculeren dat vervat is in een dynamische vereniging met
383 VI, 2,76 | dus niet eenvoudigweg naar een filosofie die door christelijke
384 VI, 2,76 | lijden, aan de identiteit van een persoonlijke God en aan
385 VI, 2,76 | waarheden is de notie van een vrije en persoonlijke God
386 VI, 2,76 | Schepper is van de wereld, een waarheid die zo cruciaal
387 VI, 2,76 | verschijnt, dat helpt om een adequate wijsgerige formulering
388 VI, 2,76 | notie van de persoon als een geestelijk wezen is een
389 VI, 2,76 | een geestelijk wezen is een andere specifieke bijdrage
390 VI, 2,76 | is zij het fundament van een wijsbegeerte van de geschiedenis
391 VI, 2,76 | die zich presenteert als een nieuw hoofdstuk van de menselijke
392 VI, 2,76 | zoals de mogelijkheid van een bovennatuurlijke roeping
393 VI, 2,76 | Men zou kunnen zeggen dat een goed deel van de moderne
394 VI, 2,77 | 77. Een andere belangrijke positie
395 VI, 2,77 | nodig gehad, ook nu. Als een werk van de kritische rede
396 VI, 2,77 | theologie bij al haar onderzoek een verstand dat gevormd en
397 VI, 2,77 | Deze titel bedoelde niet een slaafse onderwerping van
398 VI, 2,77 | filosofie aan te geven of een puur functionele rol ten
399 VI, 2,77 | geval zou het gevaar van een vernietiging van de grondbeginselen
400 VI, 2,78 | specifiek filosofische kwesties een standpunt in te nemen noch
401 VI, 2,78 | laten zien dat de H. Thomas een authentiek voorbeeld voor
402 VI, 2,79 | waarheid alleen, zodat er een filosofie zal oprijzen die
403 VI, 2,79 | het woord van God. Zulk een filosofie zal een plaats
404 VI, 2,79 | Zulk een filosofie zal een plaats zijn waar het christelijk
405 VI, 2,79 | elkaar kunnen ontmoeten, een plaats van begrip tussen
406 VII, 1,80 | impliciete als in expliciete vorm een aantal elementen, die ons
407 VII, 1,80 | aantal elementen, die ons een mensbeeld en een visie op
408 VII, 1,80 | die ons een mensbeeld en een visie op de wereld bieden
409 VII, 1,80 | bijbel spreekt bovendien een kijk op de mens als imago
410 VII, 1,80 | dergelijk kwaad niet van een of ander gebrek in de materie
411 VII, 1,80 | materie afkomstig is, maar een wonde is die is toegebracht
412 VII, 1,80 | wereld en het menselijk leven een betekenis hebben en uitzien
413 VII, 1,80 | rede wordt opgeroepen, zich een logica eigen te maken die
414 VII, 1,81 | We moeten vaststellen dat een van de belangrijkste aspecten
415 VII, 1,81 | dát maakt het zoeken naar een zin moeilijk en vaak vruchteloos.
416 VII, 1,81 | theorieën die als om strijd een antwoord geven, respectievelijk
417 VII, 1,81 | gemakkelijk kan uitlopen op een toestand van scepsis en
418 VII, 1,81 | daarvan dringt dikwijls een tweeduidig denken de menselijke
419 VII, 1,81 | geest binnen, dat leidt tot een steeds diepere ‘introvertheid’
420 VII, 1,81 | referentie aan het transcendente. Een wijsbegeerte die niet langer
421 VII, 1,81 | wijsheidsdimensie hervinden, als een zoektocht naar de uiterste
422 VII, 1,81 | actie, en ze leiden naar een uiteindelijke bestemming
423 VII, 1,81 | capaciteit van de mens vraagt om een vernieuwd en aangescherpt
424 VII, 1,81 | naar iets dat groter is dan een puur nuttigheidsdoel, dan
425 VII, 1,81 | kunnen blijken en zelfs een potentiële vernietigster
426 VII, 1,81 | van de mens en verschaft een harmoniserende uitleg van
427 VII, 1,81 | doen in het zoeken naar een natuurlijke fundering van
428 VII, 1,81 | mens als persoon eigen is. Een filosofie die de mogelijkheid
429 VII, 1,81 | die de mogelijkheid van een uiteindelijke en omvattende
430 VII, 1,82 | verricht kunnen worden door een wijsbegeerte die zelf geen
431 VII, 1,82 | kennisobject. Daarbij geldt een tweede vereiste: dat de
432 VII, 1,82 | verifieert, om te komen tot een kennis die objectieve waarheid
433 VII, 1,82 | verduisterd en verzwakt is.” 100 ~Een radicaal fenomenalistische
434 VII, 1,82 | teksten en verklaringen die een waarlijk ontologische draagwijdte
435 VII, 1,82 | daarom de bijdrage nodig van een filosofie die de mogelijkheid
436 VII, 1,82 | die de mogelijkheid van een objectief ware, zij het
437 VII, 1,83 | genoemde postulaten brengen een derde mee: er moet een wijsbegeerte
438 VII, 1,83 | brengen een derde mee: er moet een wijsbegeerte van echt metafysische
439 VII, 1,83 | metafysica in de zin van een speciale school of een bijzondere
440 VII, 1,83 | van een speciale school of een bijzondere denkrichting.
441 VII, 1,83 | de menselijke waardigheid een grondslag te geven. Op een
442 VII, 1,83 | een grondslag te geven. Op een speciale manier vormt de
443 VII, 1,83 | manier vormt de persoon een bevoorrechte plaat voor
444 VII, 1,83 | Waar de mens ook maar een verwijzing naar het absolute
445 VII, 1,83 | zelf, in God. We treffen een grote uitdaging aan het
446 VII, 1,83 | fenomeen naar fundament, een even noodzakelijke als dringend
447 VII, 1,83 | dragende fundament bereiken. Een wijsgerig denken dat elke
448 VII, 1,83 | Aldus speelt de metafysica een essentiële bemiddelende
449 VII, 1,83 | het theologisch onderzoek. Een theologie zonder een metafysische
450 VII, 1,83 | onderzoek. Een theologie zonder een metafysische horizon zou
451 VII, 1,84 | toch niet anders dan in een dergelijk denkraam de bevestiging
452 VII, 1,84 | woord van God, dat altijd een goddelijk woord is in menselijke
453 VII, 1,84 | ons ooit te brengen tot een uitspraak die eenvoudigweg
454 VII, 1,85 | in staat is, te komen tot een uniforme en organische visie
455 VII, 1,85 | op de wetenschap. Dit is een van de taken die het christelijke
456 VII, 1,85 | benadering van de waarheid en een daaruit volgende verbrokkeling
457 VII, 1,85 | vandaag ervan af, te komen tot een innerlijke eenheid. Hoe
458 VII, 1,85 | die wijsgeren die vandaag een antwoord willen geven op
459 VII, 1,85 | rol van deze traditie bij een juiste benadering van de
460 VII, 1,85 | traditie is niet louter een herinnering aan het verleden;
461 VII, 1,85 | veeleer de erkenning van een culturele erfenis die aan
462 VII, 1,85 | zijn om voor de toekomst een oorspronkelijke, nieuwe
463 VII, 1,86 | beklemtonen van de noodzaak van een nauwe blijvende betrekking
464 VII, 1,86 | samenhang, hun plaats binnen een systeem of hun historische
465 VII, 1,86 | het waarheidsgehalte van een bepaalde doctrine te onderscheiden
466 VII, 1,86 | of niet ‘to the point’. Een extreme vorm van eclecticisme
467 VII, 1,86 | theologen zich soms overgeven. Een dergelijke manipulatie draagt
468 VII, 1,86 | theologische argumentatie op een wijze die aangepast is aan
469 VII, 1,87 | 87. Eclecticisme is een methodische dwaling, maar
470 VII, 1,87 | voor het historicisme. Om een doctrine uit het verleden
471 VII, 1,87 | daarentegen dat de waarheid van een filosofie bepaald wordt
472 VII, 1,87 | van haar geschiktheid voor een bepaalde periode en een
473 VII, 1,87 | een bepaalde periode en een bepaald historisch doel.
474 VII, 1,87 | ontkend. Wat waar was in een bepaalde periode, beweren
475 VII, 1,87 | is misschien niet waar in een andere. Zo wordt voor hen
476 VII, 1,87 | het denken weinig meer dan een archeologische vindplaats,
477 VII, 1,87 | vergeten dat, zelfs wanneer een formulering in zekere zin
478 VII, 1,88 | 88. Een andere bedreiging waarmee
479 VII, 1,88 | hebben ertoe bijgedragen een sciëntistische visie te
480 VII, 1,89 | gevaarlijk is het pragmatisme, een geesteshouding die bij het
481 VII, 1,89 | In het bijzonder is er een groeiende steun voor een
482 VII, 1,89 | een groeiende steun voor een opvatting van democratie
483 VII, 1,89 | onveranderlijke waarden: of een handeling toelaatbaar is
484 VII, 1,89 | ondergeschikt aan beslissingen die een voor een genomen worden
485 VII, 1,89 | beslissingen die een voor een genomen worden door institutionele
486 VII, 1,89 | ernstig gecompromitteerd door een een-dimensio-nale visie
487 VII, 1,89 | een-dimensio-nale visie op de mens, een visie die de grote ethische
488 VII, 1,90 | leiden van hun kant tot een meer algemene opvatting
489 VII, 1,90 | zo te brengen tot ofwel een vernietigende zucht naar
490 VII, 1,90 | vernietigende zucht naar macht ofwel een eenzaamheid zonder hoop.
491 VII, 1,90 | eenmaal ontzegd is, is het een illusie te trachten hen
492 VII, 1,90(106) | woorden houden tegelijkertijd een fundamentele eis en een
493 VII, 1,90(106) | een fundamentele eis en een waarschuwing in: de eis
494 VII, 1,90(106) | waarheid als voorwaarde voor een authentieke vrijheid; en
495 VII, 1,91 | het niet mijn bedoeling om een compleet beeld te geven
496 VII, 1,91 | rationalistische argumentatie, een reactie uitgelokt die, met
497 VII, 1,91 | niet discutabel hield, voor een radicaal verlies hebben
498 VII, 1,91 | de term op de opkomst van een complex van nieuwe factoren
499 VII, 1,91 | werd eerst gebruikt met een verwijzing naar esthetische,
500 VII, 1,91 | thans leren te leven binnen een horizon van totale afwezigheid
1-500 | 501-598 |