Chapter, Paragraph, Number
1 II, 1,16 | dat geldt voor de Ionische wijsgeren of de Egyptische wijzen.
2 II, 2,23 | behulp van de taal van de wijsgeren van zijn tijd bereikt Paulus
3 II, 2,23 | radicaalste taal die de wijsgeren in hun beschouwingen over
4 III, 1,24| Athene kwam. De stad van de wijsgeren was vol beelden van verschillende
5 III, 1,26| lijken. Je hoeft er geen wijsgeren van het ongerijmde bij te
6 III, 2,33| veronachtzaamt de leer van de antieke wijsgeren, die de vriendschap als
7 IV, 1,36 | epicureïsche en stoïcijnse wijsgeren” discussieerde (17,18).
8 IV, 1,36 | vervlechten met het denken van de wijsgeren die van begin af tegen de
9 IV, 1,36 | grootste inspanningen die de wijsgeren van het klassieke denken
10 IV, 1,36 | vruchtbare dialoog met de antieke wijsgeren en baanden zo de weg voor
11 IV, 1,37 | de interpretatie van de wijsgeren. ~
12 IV, 1,38 | eenvoudig. De bezigheid van de wijsgeren en het bezoek van hun scholen
13 IV, 1,38 | dat hun de omgang met de wijsgeren voorkwam als een verre en
14 IV, 1,38 | haar deelachtig te worden. Wijsgeren noemen wij dan hen, die
15 IV, 1,40 | hem regelmatig bezochte wijsgeren niet konden brengen. De
16 IV, 1,41 | denken van de grote antieke wijsgeren. 41 Ze hadden, als gezegd,
17 IV, 1,41 | echter niet, tegenover de wijsgeren zowel de gemeenschappelijke
18 VI, 2,76 | filosofie die door christelijke wijsgeren is ontwikkeld die er in
19 VI, 2,76 | dichter bij onze tijd, wijsgeren zoals Pascal en Kierkegaard
20 VI, 2,79 | denken en aan hedendaagse wijsgeren. Zoals ik al heb opgemerkt,
21 VII, 1,85| ondernemen. ~Ik geloof dat die wijsgeren die vandaag een antwoord
|