Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,3| wijsbegeerte een sterke invloed had op de vorming en ontwikkeling
2 Inl, 0,5| die de mens als zekerheid had verworven. Een gewettigde
3 I, 1,8 | verstand. Deze situatie had het Concilie verplicht tot
4 I, 1,12| vanuit zichzelf niets eens had kunnen voorstellen: het
5 I, 1,12| geschonken, dat de eerste Adam had afgewezen (vgl. Rom 5, 12-
6 II, 2,22| boeien waarin het zichzelf had gevangen. ~
7 IV, 1,36| de apostel op de Areopaag had gehouden, heeft herhaalde
8 IV, 1,38| waarheid. Het christendom had na het neerhalen van de
9 IV, 1,38| waarheidszoeken bij de Ouden had, werd met beslistheid overwonnen:
10 IV, 1,38| na zijn bekering bewaard had, stelde hij duidelijk en
11 IV, 1,40| geloof in zijn blikveld kwam, had hij de kracht om die radicale
12 IV, 2,43| filosofie herontdekten, had hij de grote verdienste
13 IV, 2,44| menselijke intelligentie nooit had kunnen denken”. 51 Hij mag
14 IV, 3,45| patristische en middeleeuwse denken had bedacht en verwerkelijkt
15 V, 1,51| het leergezag de bedoeling had ieder mogelijke bemiddeling
16 V, 1,53| voortdurend aan de gelovigen had voorgehouden in een synthese
17 V, 2,58| die die pauselijke oproep had, zijn bekend. De onderzoekingen
18 VI, 1,67| denken. Reeds Vaticanum I had de Paulijnse leer (vgl.
19 VI, 2,77| experimentele wetenschappen had gesproken als “dienaressen”
|