Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
dichter 3
dichterlijke 1
dichtkunst 1
die 589
dienaangaande 1
dienaar 1
dienaressen 1
Frequency    [«  »]
1018 en
749 in
598 een
589 die
588 te
488 zijn
454 is
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

die

1-500 | 501-589

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | kan men een weg traceren, die in de loop van de eeuwen 2 Inl, 0,1 | waarheid geleid heeft. Een weg die zich - anders kon het immers 3 Inl, 0,1 | een fundamentele waarheid die als minste regel door iedere 4 Inl, 0,1 | mens moet worden aangenomen die zich binnen de schepping 5 Inl, 0,1 | dezelfde grondvragen opdoken, die de gang van het menselijke 6 Inl, 0,1 | Aristoteles. Het zijn vragen die hun gemeenschappelijke oorsprong 7 Inl, 0,1 | in de zoektocht naar zin, die de mens sedert de vroegste 8 Inl, 0,1 | inderdaad de richting af die het bestaan zal stempelen. ~ 9 Inl, 0,2 | de verschillende diensten die zij de mensheid aan te bieden 10 Inl, 0,2 | bieden heeft, is er een die haar verantwoordelijkheid 11 Inl, 0,2 | etappe is op de weg naar die volledige waarheid, die 12 Inl, 0,2 | die volledige waarheid, die in de laatste openbaring 13 Inl, 0,3 | blinkt de filosofie uit, die er onmiddellijk toe bijdraagt 14 Inl, 0,3 | hoort. Het is een eigenschap die zijn verstand is aangeboren, 15 Inl, 0,3 | blind maken voor de invloed die ze op de bestaansvoorstellingen 16 Inl, 0,3 | zijn eigen oer-wijsheid die er als echte culturele rijkdom 17 Inl, 0,3 | aanwijsbaar is in de postulaten die de verschillende nationale 18 Inl, 0,4 | ontdekken, probeert de mens die universele kennis te verwerven, 19 Inl, 0,4 | universele kennis te verwerven, die hem in staat stelt zichzelf 20 Inl, 0,4 | komt voort uit de verbazing die bij hem opkomt door de beschouwing 21 Inl, 0,4 | betrekking met anderen staat, die op hem lijken en wier lot 22 Inl, 0,4 | deelt. Hier begint de weg die hem dan zal leiden tot de 23 Inl, 0,4 | perioden resultaten behaald die tot de uitwerking van echte 24 Inl, 0,4 | wijsgerige hoogmoedop, die er aanspraak op maakt de 25 Inl, 0,4 | filosofische inzichten te erkennen, die in de geschiedenis van het 26 Inl, 0,4 | enkele morele principes die algemeen gedeeld worden. 27 Inl, 0,5 | rede om doelen te bereiken, die het menselijk bestaan steeds 28 Inl, 0,5 | waarheden te leren kennen, die de existentie van de mens 29 Inl, 0,5 | het evangelie aan allen die haar nog niet kennen, mee 30 Inl, 0,5 | denksystemen opgebouwd, die op de verschillende kennisterreinen 31 Inl, 0,5 | De positieve resultaten die behaald werden, mogen echter 32 Inl, 0,5 | tot de waarheid te richten die boven hem uitstijgt. Zonder 33 Inl, 0,5 | maken van de mogelijkheid die de mens heeft om de waarheid 34 Inl, 0,5 | en relativisme ontstaan, die tenslotte ertoe leidden 35 Inl, 0,5 | leerstellingen aan belang gewonnen, die zelfs die waarheden trachten 36 Inl, 0,5 | belang gewonnen, die zelfs die waarheden trachten te ontkrachten, 37 Inl, 0,5 | trachten te ontkrachten, die de mens als zekerheid had 38 Inl, 0,5 | indruk van een beweging die zich als een golf naar boven 39 Inl, 0,5 | is om op de weg te komen die het steeds dichter bij de 40 Inl, 0,5 | zienswijzen te ontwikkelen, die niet ingaan op de radicale 41 Inl, 0,6 | alsook tot alle mensen die op zoek zijn: ik wil hen 42 Inl, 0,6 | met betrekking tot de weg die tot de ware wijsheid voert, 43 Inl, 0,6 | wijsheid voert, opdat ieder die de liefde voor haar in het 44 Inl, 0,6 | waarheid is dus een taak die aan ons bisschoppen is opgedragen; 45 Inl, 0,6 | herinneringgebracht, “die in de huidige context het 46 Inl, 0,6 | voorliggende schrijven wil ik nu die gedachten verder ontwikkelen 47 Inl, 0,6 | leven. De wijsbegeerte, die de grote verantwoordelijkheid 48 Inl, 0,6 | geweldige mogelijkheden die zij heeft ontvangen, en 49 I, 1 | Jezus, Die De Vader Openbaart~ 50 I, 1,7 | draagster is van een boodschap die haar oorsprong in God zelf 51 I, 1,7 | 2 Kor 4, 1-2). De kennis die zij de mens aanbiedt komt 52 I, 1,7 | staat een unieke ontmoeting, die het openbaar worden van 53 I, 1,7 | laten kennen en de kennis die de mens van Hem heeft, brengt 54 I, 1,8 | rationalistische kritiek die destijds op grond van wijdverbreide 55 I, 1,8 | ontkenning van alle kennis die niet voortkwam uit de natuurlijke 56 I, 1,8 | ontdekken, een kennis bestaat, die eigen is aan het geloof. 57 I, 1,8 | uitdrukking van een waarheid die stoelt op het feit van de 58 I, 1,8 | openbarende God zelf, een waarheid die zeker is, omdat God noch 59 I, 1,9 | leert dus, dat de waarheid die verkregen is door wijsgerig 60 I, 1,9 | het object, omdat er naast die dingen die het natuurlijke 61 I, 1,9 | omdat er naast die dingen die het natuurlijke verstand 62 I, 1,9 | geheimen voorgelegd worden die in God verborgen zijn en 63 I, 1,9 | in God verborgen zijn en die, als ze niet door God geopenbaard 64 I, 1,9 | vgl. Joh 1,14) erkent, die God in de geschiedenis definitief 65 I, 1,10 | geschiedt door daden en woorden, die innerlijk met elkaar verbonden 66 I, 1,10 | leer en de werkelijkheden, die door de woorden worden betekend, 67 I, 1,10 | verschijnt ons in Christus, die tegelijk de middelaar en 68 I, 1,11 | 4). Tweeduizend jaren na die gebeurtenis zie ik het als 69 I, 1,11 | Hebr 1, 2). ~De waarheid, die God aan de mens over Zichzelf 70 I, 1,11 | Joh 5,36; 17,4). Hij dus die zegt: wie Mij ziet, ziet 71 I, 1,11 | het volk van God een weg die moet worden gegaan, zodat 72 I, 1,12 | voltrokken zien worden, die de menselijke geest zich 73 I, 1,12 | iedere man en iedere vrouw, die haar als het absoluut ware 74 I, 1,12 | dramatische kwesties als die van de pijn, het lijden 75 I, 2,13 | verkondigen13; maar de kennis die wij van dit aanschijn hebben, 76 I, 2,13 | binnen te gaan, op een wijze die het ons mogelijk maakt het 77 I, 2,13 | vrijheid erkend wordt. De God die zich laat kennen, is in 78 I, 2,13 | verstand met de middelen die het ten dienste staan, waarop 79 I, 2,13 | om de diepere betekenis die zij dragen, te begrijpen. 80 I, 2,13 | dragen, te begrijpen. In die tekens is dus reeds een 81 I, 2,14 | rede haar bijzondere plaats die het haar mogelijk maakt 82 I, 2,14 | universele en laatste waarheid, die het menselijk verstand ertoe 83 I, 2,14 | wilde opgeven. Wanneer ik die gedachten echter uit mij 84 I, 2,15 | christelijke openbaring, die wij in Jezus van Nazareth 85 I, 2,15 | de uiterste mogelijkheid die God biedt om het oorspronkelijke 86 I, 2,15 | terug te vinden. Aan de mens die verlangt naar kennis van 87 I, 2,15 | situatie toepassen: “De geboden die Ik u vandaag geef, zijn 88 I, 2,15 | naar boven: de waarheid, die de openbaring ons laat kennen, 89 I, 2,15 | geschiedenis gelegde voorsmaak van die uiteindelijke en definitieve 90 I, 2,15 | definitieve aanschouwing van God, die is voorbehouden aan hen 91 I, 2,15 | is voorbehouden aan hen die in Hem geloven of Hem met 92 I, 2,15 | weg ten leven’ (Ps 16,11), die tenslotte, zoals het geloof 93 II, 1,16 | worden op deze bladzijden, die zo rijk zijn aan innerlijke 94 II, 1,16 | schrijver de wijze mens, die hij zou willen beschrijven, 95 II, 1,16 | presenteert als degene die de waarheid bemint en die 96 II, 1,16 | die de waarheid bemint en die naar haar zoekt: “Gelukkig 97 II, 1,16 | zoekt: “Gelukkig de man die zich op de wijsheid toelegt 98 II, 1,16 | op de wijsheid toelegt en die eropuit is om inzicht te 99 II, 1,16 | is om inzicht te krijgen; die de wegen van de wijsheid 100 II, 1,16 | geheimen probeert te ontdekken; die op weg gaat en haar als 101 II, 1,16 | ligt waar zij heengaat; die door haar ramen gluurt en 102 II, 1,16 | deuren staat te luisteren; die dichtbij haar woning kampeert 103 II, 1,16 | tentpin in haar muren slaat; die zijn tent vlak naast haar 104 II, 1,16 | wijze van de moderne wereld die meer en meer ertoe neigt 105 II, 1,16 | bijdrage? De bijzonderheid die de bijbeltekst kenmerkt 106 II, 1,16 | volk zijn werkelijkheden, die met de middelen van het 107 II, 1,17 | naar de oneindige rijkdom, die zich aan gene zijde bevindt, 108 II, 1,18 | kennen van de mens een weg is die geen stilstand kent; de 109 II, 1,18 | met de hoogmoed van degene die meent dat alles de vrucht 110 II, 1,19 | enkele belangrijke teksten die verder licht werpen op dit 111 II, 1,19 | spreekt de schrijver over God, die zich ook laat kennen door 112 II, 1,19 | goddelijke openbaring erkend, die bestaat uit het wonderbaarlijke “ 113 II, 1,19 | boek leest met de middelen die aan zijn verstand eigen 114 II, 1,19 | als wel aan de hindernis die hem op de weg gelegd is 115 II, 1,20 | consequent te bereiken en het in die hoogste orde een plaats 116 II, 2,21 | opening voor het mysterie, die tot hem kwam door de openbaring, 117 II, 2,21 | bron van een ware kennis die zijn verstand liet binnengaan 118 II, 2,21 | niet vrij van de moeite die de confrontatie met de grenzen 119 II, 2,21 | van uitputting beschrijft die optrad bij de poging, de 120 II, 2,21 | geschapen. (vgl. Pr 1,13), die de opdracht heeft om ondanks 121 II, 2,22 | doordringen tot de oorzaak, die aan het begin van elke zintuiglijk 122 II, 2,22 | het verstand wonden toe, die van dan af de weg naar de 123 II, 2,22 | door de afwijzing van Hem die bron en oorsprong van de 124 II, 2,22 | Weer is het de apostel die uiteenzet, hoe door de zonde 125 II, 2,22 | was de heilsgebeurtenis, die het verstand uit zijn zwakheid 126 II, 2,23 | onze gewone denkschema’s, die geenszins in staat zijn, 127 II, 2,23 | leer en van de paradox, die hij wil uitdrukken: “God 128 II, 2,23 | niet om de radicaalste taal die de wijsgeren in hun beschouwingen 129 II, 2,23 | onverschuldigde liefde uit te drukken, die zich in het kruis van Jezus 130 II, 2,23 | zo elke culturele grens, die men haar wil stellen, en 131 II, 2,23 | overgeeft. De wijsbegeerte die reeds uit zichzelf in staat 132 II, 2,23 | de echte kritiek op hen die zichzelf wijsmaken dat zij 133 III, 1,24 | als Schepper, als degene die alles overstijgt en alles 134 III, 1,24 | een waarheid naar voren die de Kerk steeds als een schat 135 III, 1,24 | Er bestaat dus een weg die de mens kan gaan als hij 136 III, 1,25 | Ik heb velen ontmoet, die anderen wilden bedriegen, 137 III, 1,25 | bedriegen, maar niemand die bedrogen wilde worden”. 24 138 III, 1,25 | de natuurwetenschappen, die in de laatste eeuwen zulke 139 III, 1,25 | resultaten hebben opgeleverd en die daarmee een echte vooruitgang 140 III, 1,25 | te nemen in de dimensies die boven hem uitgaan. Dat is 141 III, 1,26 | het zien van zoveel feiten die in het licht van de waarheid 142 III, 1,26 | zo dramatische vraag als die naar de zin te stellen. 26 143 III, 1,27 | definitief erkende waarheid, die een zekerheid brengt die 144 III, 1,27 | die een zekerheid brengt die niet meer onderworpen is 145 III, 1,27 | leven te roepen. Maar boven die wijsgerige systemen uit 146 III, 2,28 | mens definiëren als degene die naar de waarheid zoekt. ~ 147 III, 2,29 | onderscheiden van de antwoorden die vele anderen hebben gekregen. 148 III, 2,29 | bezit niet iedere waarheid die verkregen wordt, dezelfde 149 III, 2,30 | vermelden. Het talrijkste zijn die vormen die berusten op evidentie 150 III, 2,30 | talrijkste zijn die vormen die berusten op evidentie of 151 III, 2,30 | berusten op evidentie of die door proefneming bevestigd 152 III, 2,30 | de religieuze waarheden, die in zekere mate ook geworteld 153 III, 2,30 | zijn in de wijsbegeerte, en die de verschillende godsdiensten 154 III, 2,31 | waarheden veel talrijker dan die welke hij door persoonlijk 155 III, 2,31 | informatie kunnen controleren, die dag in dag uit, uit alle 156 III, 2,31 | de wereld binnenkomt en die toch als fundamenteel waar 157 III, 2,31 | zoekt, is dus ook degene die leeft van het geloof. ~ 158 III, 2,32 | onvolmaakte kennisvorm, die zich langzaamaan door het 159 III, 2,32 | kennis door het geloof, die steunt op het tussenmenselijke 160 III, 2,32 | zich toe aan de waarheid die de ander hem verkondigt. ~ 161 III, 2,32 | de waarheid te herroepen, die hij in de ontmoeting met 162 III, 2,32 | heel duidelijk een liefde, die geen lange redeneringen 163 III, 2,33 | waarheid aan gene zijde, die in staat moet zijn, de zin 164 III, 2,33 | Dankzij de vermogens die in het denken vervat liggen 165 III, 2,33 | verlaat op andere personen, die de zekerheid en echtheid 166 III, 2,33 | van de antieke wijsgeren, die de vriendschap als een van 167 III, 2,33 | binnen in de genade-orde, die hem laat delen in het geheim 168 III, 2,33 | wordt. In Jezus Christus, die de waarheid is, erkent het 169 III, 2,33 | aldus de laatste oproep die aan de mensheid wordt gericht, 170 III, 2,33(28) | de ernstige vraag stelt, die de mens pas werkelijk tot 171 III, 2,33(28) | een oplossing te zoeken die in staat is aan het leven 172 III, 2,34 | 34. Dezewaarheid’, die God ons in Jezus Christus 173 III, 2,34 | is. Een en dezelfde God, die de begrijpelijkheid en de 174 III, 2,34 | garandeert, is identiek met God die zich als Vader van onze 175 III, 2,34(29) | dat de beide waarheden, die van het geloof en die van 176 III, 2,34(29) | waarheden, die van het geloof en die van de wetenschap, elkaar 177 III, 2,34(29) | aanwezigheid van de Schepper die hem aanspoort, zijn intuïties 178 III, 2,35 | overweging, omdat de waarheid die uit de openbaring voortkomt, 179 III, 2,35 | tegelijk een waarheid is, die in het licht van de rede 180 IV, 1,36 | exegetische analyse van die rede die de apostel op de 181 IV, 1,36 | exegetische analyse van die rede die de apostel op de Areopaag 182 IV, 1,36 | denken van de wijsgeren die van begin af tegen de mythen 183 IV, 1,36 | mysterieculten noties hadden verwoord die meer respect toonden voor 184 IV, 1,36 | de grootste inspanningen die de wijsgeren van het klassieke 185 IV, 1,36 | werd een weg ingeslagen die, uitgaande van de verschillende 186 IV, 1,36 | uitkwam op een ontwikkeling die overeenkwam met de eisen 187 IV, 1,37 | voorzichtige houding melden die andere elementen van de 188 IV, 1,37 | hogere, esoterische aard, die slechts aan enkele volmaakten 189 IV, 1,37 | wijsbegeerte en valse leer, die enkel steunen op menselijke 190 IV, 1,37 | menselijke overlevering en die zich beroepen op de natuurmachten 191 IV, 1,37 | vormen van de esoteriek die tegenwoordig ook bij sommige 192 IV, 1,37 | ook bij sommige gelovigen, die de benodigde kritische zin 193 IV, 1,37 | een culturele opvatting die eiste dat de waarheid van 194 IV, 1,38 | persoonlijke ontmoeting, die de gesprekspartners zou 195 IV, 1,38 | Integendeel: de kritiek van Celsus die de christenen ervan beticht, “ 196 IV, 1,38 | Wijsgeren noemen wij dan hen, die verlangen koesteren naar 197 IV, 1,38 | koesteren naar de Wijsheid die alle dingen geschapen heeft 198 IV, 1,39 | Onder de eerste voorbeelden die men kan ontmoeten is Origenes 199 IV, 1,39 | van de gelovige aanduidde die de ware leer over God wil 200 IV, 1,40 | kwam, had hij de kracht om die radicale bekering te voltrekken 201 IV, 1,40 | absurde mythen moest geloven die nooit te bewijzen waren38. 202 IV, 1,40 | wilden weten van de weg die daarheen leidt: het vleesgeworden 203 IV, 1,40 | theologisch denken blijven, die het Avondland kende. gesterkt 204 IV, 1,41 | verschillen te erkennen, die deze met betrekking tot 205 IV, 1,42 | vinden, redenen te ontdekken, die het allen mogelijk maken 206 IV, 1,42 | naar een vorm van kennis die steeds meer ontbrandt in 207 IV, 1,42 | Want ik meen, dat iemand die iets onbegrijpelijks onderzoekt, 208 IV, 2,43 | ook vanwege de betrekking die hij in de dialoog met het 209 IV, 2,43 | verdienste dat hij de harmonie die tussen rede en geloof bestaat, 210 IV, 2,43 | erkent Thomas dat de natuur, die object van de wijsbegeerte 211 IV, 2,43 | en van zijn begrenzingen die het gevolg zijn van de ongehoorzaamheid 212 IV, 2,43 | rationaliteit van iemand die de versmelting van het christendom 213 IV, 2,43 | de kern van de oplossing die hij met zijn geniale profetische 214 IV, 2,44 | ook zijn visie op de rol die de heilige Geest speelt 215 IV, 2,44 | Aquinaat de voorrang van die wijsheid aan, die gave is 216 IV, 2,44 | voorrang van die wijsheid aan, die gave is van de heilige Geest 217 IV, 2,44 | van de heilige Geest en die binnenleidt in de kennis 218 IV, 2,44 | het geloof: “De wijsheid, die tot de gaven van de heilige 219 IV, 2,44 | hoort, onderscheidt zich van die (schranderheid), die tot 220 IV, 2,44 | van die (schranderheid), die tot de deugden van het verstand 221 IV, 2,44 | namelijk door de studie: die eerste daarentegenkomt 222 IV, 2,44 | waarheid.” 49 ~De voorrang die hij aan deze wijsheid toekent 223 IV, 2,44 | vergeten: de wijsgerige, die steunt op het vermogen van 224 IV, 2,44 | onderzoeken, en de theologische die berust op de openbaring 225 IV, 2,44 | berust op de openbaring en die de geloofsinhouden onderzoekt, 226 IV, 2,44 | waarheid bleef, “toppen die de menselijke intelligentie 227 IV, 3,45 | Thomas waren de eersten die, ofschoon zij vasthielden 228 IV, 3,45 | nodige autonomie toekenden, die ze nodig hebben om zich 229 IV, 3,45 | verwerkelijkt als diepe eenheid, die een kennis voortbracht die 230 IV, 3,45 | die een kennis voortbracht die tot de hoogste vormen van 231 IV, 3,45 | tenslotte vernietigd door die systemen die stonden voor 232 IV, 3,45 | vernietigd door die systemen die stonden voor een van het 233 IV, 3,46 | een atheïstisch humanisme, die het geloof presenteerden 234 IV, 3,46 | geschapen voor doelstellingen die op politiek-maatschappelijk 235 IV, 3,46 | positivistische denkwijze, die zich niet alleen verwijdert 236 IV, 3,46 | christelijke wereldbeschouwing maar die ook en vooral elke verwijzing 237 IV, 3,46 | bepaalde wetenschappers, die geen zedelijk referentiepunt 238 IV, 3,46 | Meer nog: enkelen van hen, die de mogelijkheden van technologische 239 IV, 3,46 | te geven aan een logica die op de markt is gebaseerd, 240 IV, 3,46 | staat aan het begin van die wijdverbreide geesteshouding, 241 IV, 3,47 | zijn hand en nog meer door die van zijn geestesarbeid en 242 IV, 3,48 | wijsgerig denken van hen die bijgedragen hebben aan een 243 IV, 3,48 | hun denken zijn te zien die, als ze met juist gestemde 244 IV, 3,48 | sloeg het zijwegen in, die het gevaar inhouden dat 245 IV, 3,48 | diepe eenheid herstellen die hen in staat stelt om in 246 V, 1,49 | proces. Een wijsbegeerte die niet in het licht van het 247 V, 1,49 | oorsprong van de autonomie die de filosofie geniet, te 248 V, 1,49 | middelen. Een wijsbegeerte die zich hiervan bewust is als 249 V, 1,49 | theorieën verspreid worden, die doordat ze de eenvoud en 250 V, 1,50 | opvattingen uitoefenen, die niet overeenstemmen met 251 V, 1,50 | tegelijkertijd de eisen te formuleren die aan de wijsbegeerte, vanuit 252 V, 1,50 | maar onvermoeibare dienst, die iedere filosoof zou moeten 253 V, 1,51 | niet de weg te versperren die leidt tot de kennis van 254 V, 1,52 | verklaringen tegen de theorieën die de prae-existentie van de 255 V, 1,52 | en bijgelovige esoteriek, die in astrologische opvattingen 256 V, 1,52 | is dat daarom, omdat in die tijd nogal wat katholieken 257 V, 1,52 | kant niet afgleden op wegen die verkeerd en negatief waren. 258 V, 1,52 | tussen rede en geloof. De in die tekst vervatte leer karakteriseerde 259 V, 1,53 | Vaticaans Concilie dat de leer die het gewone leergezag voortdurend 260 V, 1,53 | ook de positieve bijdrage die de verstandelijke voor de 261 V, 1,53 | verstand: want dezelfde God die de geheimen openbaart en 262 V, 1,54 | interventies van Paus Pius X, die vaststelde, dat aan het 263 V, 1,54 | lagen. 66 Ook de betekenis die toekwam aan de katholieke 264 V, 1,54 | een waardevolle bijdrage die niet in vergetelheid mag 265 V, 1,55 | alleen meer om kwesties die afzonderlijke personen of 266 V, 1,55 | betreffen, maar om opvattingen die in de samenleving zo wijd 267 V, 1,55 | vooral wanneer meningen die men filosofisch goed gefundeerd 268 V, 1,55 | beïnvloeden door uitspraken die in de gangbare taal en cultuur 269 V, 1,55 | ingang gevonden hebben, maar die zonder voldoende rationele 270 V, 1,55 | kerkelijke leer te ondergraven, die het Tweede Vaticaans Concilie 271 V, 1,55(72) | zich openbarende God zelf, die noch zichzelf misleiden, 272 V, 1,55(72) | doorgronden als de waarheden, die haar eigenlijke (kennis-) 273 V, 1,55(72) | zij zijn streng verplicht die als dwalingen te beschouwen, 274 V, 1,55(72) | dwalingen te beschouwen, die de bedrieglijke schijn van 275 V, 1,55 | heilige Schat van Gods Woord die aan de Kerk is overgelaten. 276 V, 1,55 | het Leergezag van de Kerk, die de heilige Geest zo heeft 277 V, 1,55 | zin te negeren, terwijl die toch de volle betekenis 278 V, 1,55 | met de hele Kerk. Allen die zich aan de bijbelstudie 279 V, 1,55 | opvatting ten grondslag ligt: die moet vóór haar toepassing 280 V, 1,56 | uitspraken, vooral bij hen die denken dat de waarheid geboren 281 V, 1,56 | werkelijkheid. In een wereld die verdeeld is in zoveel specialismen 282 V, 1,56 | millennium is, dat dàt de weg is die men moet inslaan: de hartstocht 283 V, 2,57 | voor het leven van de Kerk. Die tekst was tot vandaag het 284 V, 2,57 | veel van de inzichten in die tekst zowel uit praktisch 285 V, 2,58 | 58. De gelukkige gevolgen die die pauselijke oproep had, 286 V, 2,58 | De gelukkige gevolgen die die pauselijke oproep had, zijn 287 V, 2,58 | denkers ter beschikking, die gevormd waren in de school 288 V, 2,59 | katholieke filosofen opgetreden, die aangeknoopt hadden bij de 289 V, 2,59 | voortgebracht. Daaronder enkele die syntheses hadden ontwikkeld 290 V, 2,59 | schiepen een wijsbegeerte die, uitgaande van de analyse 291 V, 2,59 | en tenslotte waren er ook die de eisen van het geloof 292 V, 2,59 | speculatie voortgebracht, die de geweldige traditie van 293 V, 2,60 | de wijsbegeerte vormt. Op die bladzijden gaat het om de 294 V, 2,60 | worden de dwalingen van die wijsgerige opvatting, vooral 295 V, 2,60 | zeker ook de formulering, die het hoogtepunt van deze 296 V, 2,60 | de voorafbeelding van Hem die komen zou, Christus de Heer. 297 V, 2,60 | het gaat om aanbevelingen die zich verder laten uitbreiden 298 V, 2,60 | garanderen, vooral voor hen die zich voorbereiden op de 299 V, 2,60 | vorming onderstreept voor hen die zich eens, in hun pastorale 300 V, 2,61 | scholen kon men in de jaren die onmiddellijk volgden op 301 V, 2,62 | wortelt in de ervaring die in de middeleeuwen rijpte, 302 V, 2,62 | Metaphysicae van Francisco Suárez, die zelf op de Lutherse universiteiten 303 V, 2,62 | denken en de moderne cultuur, die ertoe geleid heeft dat men 304 V, 2,62 | vorming worden overwonnen, die in de Kerk nooit verloren 305 V, 2,63 | gaat om de nauwe banden die de theologische arbeid verbinden 306 V, 2,63 | referentiepunten te presenteren die ik noodzakelijk acht om 307 V, 2,63 | systemen of opvattingen die de hedendaagse wereld kent, 308 VI, 1,64 | taken, met de filosofieën die door de eeuwen heen zijn 309 VI, 1,64 | herinnering te brengen, die, krachtens het wezen van 310 VI, 1,65 | openbaring eigen, zoals die zich geleidelijk aan heeft 311 VI, 1,65 | meesters van de theologie, die dikwijls begrippen en denkvormen 312 VI, 1,65 | alleen de begrippen en termen die de Kerk gebruikt in haar 313 VI, 1,65 | systemen ten diepste te kennen, die deze begrippen en termen 314 VI, 1,66 | de goddelijke waarheid, “die ons in de door de leer der 315 VI, 1,66 | van de heilsgeschiedenis, die in de persoon van Jezus 316 VI, 1,66 | uitdrukkingen en begrippen die geformuleerd zijn op kritische 317 VI, 1,66 | identiteit van Christus, die ware God en ware mens is, 318 VI, 1,66 | enzovoorts toegepast worden, die gedefinieerd worden in het 319 VI, 1,66 | de mens moet verwerven, die ook voorwerp van de goddelijke 320 VI, 1,67 | gevestigd, dat er waarheden zijn die langs natuurlijke weg kenbaar 321 VI, 1,67 | waarheden aan het licht komen die het verstand reeds op zijn 322 VI, 1,67 | voorbereidende weg te erkennen die kan uitlopen op het aanvaarden 323 VI, 1,67 | horizonten te ontdekken die het alleen niet zou kunnen 324 VI, 1,68 | Heilige Geest brengt hen die geloven tot een vrijheid 325 VI, 1,68 | en verantwoordelijkheid die uitgaan boven de wet zelf. 326 VI, 1,69 | geciteerde opvattingen, die we onder andere reeds in 327 VI, 1,69 | reflectie doen vergeten, die, trouwens bevorderd wordt 328 VI, 1,69 | voornaamste taak te verwaarlozen, die erin bestaat het universele 329 VI, 1,70 | culturen is een ervaring die de Kerk vanaf het begin 330 VI, 1,70 | verkondiging en de hindernissen die uit de diversiteit van de 331 VI, 1,70 | Nu echter zijn jullie, die eens veraf waren, door Christus 332 VI, 1,70 | uit naar de verandering die bij de heidenen is opgetreden, 333 VI, 1,70 | heidenen is opgetreden, die eens tot het geloof zijn 334 VI, 1,70 | toe, ‘eente worden. Zij dieverafwaren, zijn dankzij 335 VI, 1,70 | twijfel nuttig voor de mens die ze wijzen op waarden die 336 VI, 1,70 | die ze wijzen op waarden die zijn bestaan steeds menselijker 337 VI, 1,71 | dezelfde dynamische krachten die het menselijk leven laat 338 VI, 1,71 | vooruitgang constateren die voortkomen uit de onderlinge 339 VI, 1,71 | merkteken van een spanning die op voltooiing is gericht, 340 VI, 1,71 | toe bij, beetje bij beetje die cultuur te vormen. De christenen 341 VI, 1,71 | waarvan de pelgrims waren op die Pinksterdag in Jeruzalem: “ 342 VI, 1,71 | niet allemaal Gallileeërs, die hier spreken. Hoe kan ieder 343 VI, 1,71 | Cyrene toe, ook de Romeinen die hier zijn, joden en proselieten, 344 VI, 1,71 | door een universaliteit die iedere cultuur kan opnemen, 345 VI, 1,71 | uiterlijke vormen aan te nemen die niet bij haar passen. Integendeel, 346 VI, 1,71 | Integendeel, de verkondiging die de gelovige uitdraagt in 347 VI, 1,72 | aanraking komt met culturen die zich tot nu toe buiten het 348 VI, 1,72 | dezelfde problemen voor, als die waarmee de Kerk in de eerste 349 VI, 1,72 | de landen van het Oosten, die zo rijk zijn aan zeer oude 350 VI, 1,72 | zoeken naar een ervaring, die absolute waarde heeft doordat 351 VI, 1,72 | christen van vandaag, vooral die in India, heeft de opgave 352 VI, 1,72 | erfgoed de elementen te nemen die met zijn geloof verenigbaar 353 VI, 1,72 | Voorzienigheid doorkruisen, die zijn Kerk leidt langs de 354 VI, 1,72 | voor de Kerk van morgen, die zich verrijkt zal voelen 355 VI, 1,72 | vruchtbare dialoog te treden met die culturen, die de mensheid 356 VI, 1,72 | treden met die culturen, die de mensheid op haar weg 357 VI, 1,73 | waarheid - d.w.z. filosofie die zich aan haar eigen regels 358 VI, 1,73 | theologische redenering die dit of dat begrip of element 359 VI, 1,73 | waarheid, in een beweging die gaat van het woord van God 360 VI, 1,73 | daarvan. Het is alsof de rede, die zich beweegt tussen de beide 361 VI, 1,73 | gewaarschuwd wordt voor wegen die haar doen afdwalen van de 362 VI, 1,73 | kunnen vermoeden dat ze die kon inslaan. Deze cirkelvormige 363 VI, 1,74 | christelijke theologen, die zich ook onderscheidden 364 VI, 1,74 | wijsgerige methode van onderzoek die uit de confrontatie met 365 VI, 1,74 | toekomst mensen zullen zijn die deze grootse wijsgerige 366 VI, 2,75 | plaats is er een wijsbegeerte die volkomen onafhankelijk is 367 VI, 2,75 | evangelie: dit is de positie die de wijsbegeerte innam toe 368 VI, 2,75 | Verlosser, en later in streken die nog niet waren aangeraakt 369 VI, 2,75 | autonome onderneming te zijn, die gehoorzaamt aan haar eigen 370 VI, 2,75 | instemming van het geloof, die rede en wil insluit, vernietigt 371 VI, 2,75 | wil van iedere gelovige die ten diepste verwelkomt wat 372 VI, 2,75 | niet, maar vervolmaakt die. ~Het is duidelijk dat deze 373 VI, 2,75 | afgescheiden’ filosofie die door sommige moderne filosofen 374 VI, 2,75 | een autarkie van denken die zoals blijkt, niet legitiem 375 VI, 2,75 | legitiem is. Door de waarheid die aangeboden wordt door de 376 VI, 2,76 | 76. Een tweede positie die de wijsbegeerte inneemt 377 VI, 2,76 | eenvoudigweg naar een filosofie die door christelijke wijsgeren 378 VI, 2,76 | wijsgeren is ontwikkeld die er in hun onderzoek naar 379 VI, 2,76 | christelijke wijsbegeerte omvat die belangrijke ontwikkelingen 380 VI, 2,76 | van het wijsgerige denken, die zich niet zouden hebben 381 VI, 2,76 | om kwesties aan te pakken die hij zonder de gegevens van 382 VI, 2,76 | duidelijk enkele waarheden zien die door het verstand, ofschoon 383 VI, 2,76 | vrije en persoonlijke God die de Schepper is van de wereld, 384 VI, 2,76 | de wereld, een waarheid die zo cruciaal is geweest voor 385 VI, 2,76 | werkelijkheid van de zonde, zoals die in het licht van het geloof 386 VI, 2,76 | historische gebeurtenis vermelden, die zo centraal staat in de 387 VI, 2,76 | de geschiedenis geworden die zich presenteert als een 388 VI, 2,76 | erfzonde. Dat zijn opgaven die de rede ertoe uitdagen te 389 VI, 2,76 | waarheid en rationaliteit zijn die ver buiten de kaders liggen 390 VI, 2,77 | autonomie van de wijsbegeerte die bewaard blijft als de theologie 391 VI, 2,77 | sluiten in denkstructuren die ongeschikt zijn voor het 392 VI, 2,77 | autonomie zich voordoen, die elke wetenschap terecht 393 VI, 2,77 | vanwege de implicaties die zij heeft voor het begrip 394 VI, 2,77 | bepaalde postulaten voort, die de wijsbegeerte moet respecteren 395 VI, 2,78 | authentiek voorbeeld voor allen die naar de waarheid zoeken, 396 VI, 2,78 | was de radicale nieuwheid die door de Openbaring was gebracht, 397 VI, 2,79 | deel enkele eisen aangeven die de theologie - en, nog fundamenteler, 398 VI, 2,79 | verliezen. Door de glans die afstraalt van het subsistente 399 VI, 2,79 | een filosofie zal oprijzen die in harmonie is met het woord 400 VI, 2,79 | Opnieuw zijn het de Vaders die ons dit leren: “Geloven 401 VII, 1,80 | vorm een aantal elementen, die ons een mensbeeld en een 402 VII, 1,80 | langzamerhand bewust van de rijkdom die in de heilige boeken vervat 403 VII, 1,80 | heilige boeken vervat lag. Uit die paginas spreekt, dat de 404 VII, 1,80 | spreekt, dat de werkelijkheid die wij ervaren, niet het absolute 405 VII, 1,80 | imago Dei, beeld van God, die precieze aanwijzingen over 406 VII, 1,80 | iedere illusie van autonomie, die de essentiële afhankelijkheid 407 VII, 1,80 | God staat, tot conflicten die de rationele zoektocht naar 408 VII, 1,80 | afkomstig is, maar een wonde is die is toegebracht door de ongeordende 409 VII, 1,80 | mensgeworden Woord van God, die de volmaakte verwerkelijking 410 VII, 1,80 | overtuiging van defilosofiedie in de bijbel wordt gevonden, 411 VII, 1,80 | uitzien naar hun vervulling, die komt in Jezus Christus. 412 VII, 1,80 | een logica eigen te maken die de muren neerhaalt waarachter 413 VII, 1,80 | openbaart zich de unieke band, die ze onvermengd in wederkerige 414 VII, 1,81 | feiten waarin we leven en die het eigenlijke weefsel van 415 VII, 1,81 | meerderheid van de theorieën die als om strijd een antwoord 416 VII, 1,81 | diepere ‘introvertheid’ die is opgesloten binnen de 417 VII, 1,81 | transcendente. Een wijsbegeerte die niet langer de vraag naar 418 VII, 1,81 | beslissende kritische factor zijn die de grondslagen en de grenzen 419 VII, 1,81 | fundering van deze zin, die overeenkomt met de religieuze 420 VII, 1,81 | met de religieuze impuls die iedere mens als persoon 421 VII, 1,81 | eigen is. Een filosofie die de mogelijkheid van een 422 VII, 1,82 | worden door een wijsbegeerte die zelf geen ware en authentieke 423 VII, 1,82 | te komen tot een kennis die objectieve waarheid kan 424 VII, 1,82 | bereiken door middel van die adaequatio rei et intellectus 425 VII, 1,82 | als gevolg van de zonde die zekerheid gedeeltelijk verduisterd 426 VII, 1,82 | verkenning van de rijkdom die in het woord van God te 427 VII, 1,82 | teksten en verklaringen die een waarlijk ontologische 428 VII, 1,82 | verklaringen formuleren, d.w.z. die de objectieve werkelijkheid 429 VII, 1,82 | nodig van een filosofie die de mogelijkheid van een 430 VII, 1,83 | draagwijdte zijn, dat wil zeggen: die in staat is boven de empirische 431 VII, 1,83 | het juist de metafysica is die het mogelijk maakt om het 432 VII, 1,83 | crisissituatie te overwinnen die tegenwoordig grote delen 433 VII, 1,84 | blootleggen en de betekenis die de taal heeft. Maar sommige 434 VII, 1,84 | Maar sommige wetenschappers die op deze gebieden werken 435 VII, 1,84 | brengen tot een uitspraak die eenvoudigweg waar is; anders 436 VII, 1,85 | van bewust dat deze eisen die het woord van God aan de 437 VII, 1,85 | schijnen voor veel mensen die betrokken zijn bij het huidige 438 VII, 1,85 | Dit is een van de taken die het christelijke denken 439 VII, 1,85 | ondernemen. ~Ik geloof dat die wijsgeren die vandaag een 440 VII, 1,85 | geloof dat die wijsgeren die vandaag een antwoord willen 441 VII, 1,85 | willen geven op de eisen die het woord van God aan het 442 VII, 1,85 | met de grootse traditie die, te beginnen bij de Ouden, 443 VII, 1,85 | de Scholastiek loopt en die de fundamentele resultaten 444 VII, 1,85 | van een culturele erfenis die aan de hele mensheid behoort. 445 VII, 1,85 | theologische overlevering die de voorbije tijden gestempeld 446 VII, 1,85 | wijsgerige traditie te herwinnen, die door haar authentieke wijsheid 447 VII, 1,86 | wijsbegeerte en de wijsbegeerte die is ontwikkeld in de christelijke 448 VII, 1,86 | in sommige denkrichtingen die tegenwoordig sterk verbreid 449 VII, 1,86 | benadering bedoeld wordt van hen die bij hun onderzoek, onderwijs 450 VII, 1,86 | te maken van losse ideeën die uit verschillende filosofieën 451 VII, 1,86 | onderscheiden van elementen eruit die misschien vals zijn of niet ‘ 452 VII, 1,86 | argumentatie op een wijze die aangepast is aan de opdracht. ~ 453 VII, 1,87 | opvattingen in zich bergen die typisch zijn voor het historicisme. 454 VII, 1,87 | te verstaan is het nodig die te plaatsen in zijn eigen 455 VII, 1,88 | toe te geven, anders dan die van de positieve wetenschappen; 456 VII, 1,88 | positivisme en neo-positivisme, die metafysische uitspraken 457 VII, 1,88 | sciëntistische visie te propageren die nu grenzeloos lijkt, gegeven 458 VII, 1,88 | de radicale veranderingen die het heeft veroorzaakt. ~ 459 VII, 1,88 | de wijsbegeerte benadert, die, als ze al niet genegeerd 460 VII, 1,88 | onderworpen worden aan analyses die gebaseerd zijn op oppervlakkige 461 VII, 1,88 | eschatologische problemen die de mens, als animal rationale, 462 VII, 1,88 | ruimte laat voor kritiek die het ethische oordeel biedt, 463 VII, 1,89 | pragmatisme, een geesteshouding die bij het maken van haar keuzes, 464 VII, 1,89 | theoretische beschouwingen oordelen die op ethische principes zijn 465 VII, 1,89 | opvatting van democratie die niet gefundeerd is op enige 466 VII, 1,89 | ondergeschikt aan beslissingen die een voor een genomen worden 467 VII, 1,89 | visie op de mens, een visie die de grote ethische dilemma’ 468 VII, 1,90 | meer algemene opvatting die tegenwoordig voor veel filosofieën 469 VII, 1,90 | tegenwoordig voor veel filosofieën die de zin van het zijn hebben 470 VII, 1,90 | nihilistische interpretatie, die tegelijkertijd de verwerping 471 VII, 1,90(106)| vrijheid, en alle vrijheid die niet de bodem raakt van 472 VII, 1,90(106)| jaar, is Christus Degene die de mens de vrijheid brengt 473 VII, 1,90(106)| mens de vrijheid brengt die gegrondvest is op de waarheid; 474 VII, 1,90(106)| gegrondvest is op de waarheid; Hij die de mens bevrijdt van alles 475 VII, 1,91 | staat van de wijsbegeerte die hoe dan ook moeilijk terug 476 VII, 1,91 | argumentatie, een reactie uitgelokt die, met betrekking tot postulaten 477 VII, 1,91 | betrekking tot postulaten die men voor niet discutabel 478 VII, 1,91 | complex van nieuwe factoren die, wijdverbreid en machtig 479 VII, 1,91 | duidelijk: de denkstromingen die postmodern willen heten 480 VII, 1,91 | verschrikkelijke ervaring van het kwaad die onze tijd heeft getekend. 481 VII, 1,91 | mens als demiurg leeft, die uit zichzelf en volledig 482 VII, 2,92 | geloof te bemiddelen voor die culturen op een samenhangende 483 VII, 2,92 | de verplichting nakomen, die Vaticanum II haar destijds 484 VII, 2,92 | levende verwachting van hen die waarlijk de christelijke, 485 VII, 2,92 | gepresenteerd wordt op een wijze die overeenkomt met de behoeften 486 VII, 2,92 | op de laatste waarheid, die haar met de openbaring wordt 487 VII, 2,92 | overeenkomt met de dynamiek die in het geloof zelf woont” 488 VII, 2,92 | heilsplanis. 108 ~Deze taak, die in eerste instantie de theologie 489 VII, 2,92 | De veelheid van problemen die zich tegenwoordig opdringen, 490 VII, 2,92 | wordt gebracht. De Waarheid, die Christus is, legt zichzelf 491 VII, 2,92 | een universele autoriteit die zowel de theologie alsook 492 VII, 2,92 | ongedeelde waarheid, terwijl we die paden volgen die alleen 493 VII, 2,92 | terwijl we die paden volgen die alleen de Geest van de opgestane 494 VII, 2,92 | specifieke vorm aangeven die de roep om eenheid thans 495 VII, 2,92(109)| de waarheid, als Degene die zal “onderwijzen” enin 496 VII, 2,92(109)| herinnering brengen”, als Degene diegetuigenis zal afleggen” 497 VII, 2,93 | liefde kunnen uitdrukken die zich wegschenkt, zonder 498 VII, 2,93 | allereerst de schriftteksten, dan die teksten waarin de levende 499 VII, 2,94 | tekst brengen de bronnen die de theologie interpreteert 500 VII, 2,94 | allereerst een betekenis over die opgepakt en uitgelegd moet


1-500 | 501-589

Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License