Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ziet 8
zij 144
zijde 2
zijn 488
zijnsakt 1
zijnswijze 1
zijwegen 1
Frequency    [«  »]
598 een
589 die
588 te
488 zijn
454 is
429 dat
299 niet
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

zijn

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | leert hij zichzelf kennen in zijn onvergelijkelijkheid, terwijl 2 Inl, 0,1 | betekenis van de dingen en van zijn eigen bestaan opkomt. Alles 3 Inl, 0,1 | Wat zal er na dit leven zijn? Deze vragen bevinden zich 4 Inl, 0,1 | Plato en Aristoteles. Het zijn vragen die hun gemeenschappelijke 5 Inl, 0,2 | kan dat ook helemaal niet zijn. Sinds de Paasdag waarop 6 Inl, 0,2(1) | hominis schreef ik: “Zo zijn wij deelachtig geworden 7 Inl, 0,3 | waarheid te bevorderen en zo zijn bestaan steeds menselijker 8 Inl, 0,3 | Het is een eigenschap die zijn verstand is aangeboren, 9 Inl, 0,3 | Ieder volk bezit immers zijn eigen oer-wijsheid die er 10 Inl, 0,4 | begrijpen en vooruit te komen in zijn zelfverwerkelijking. De 11 Inl, 0,4 | speculatief denken leidt door zijn wijsgerige werk tot de ontwikkeling 12 Inl, 0,4 | aanspraak op maakt de uit zijn eigen perspectief voortkomende, 13 Inl, 0,4 | enige instrumentalisering in zijn volheid wordt erkend, voorrang 14 Inl, 0,4 | het denken steeds aanwezig zijn. Men denke, om een enkel 15 Inl, 0,4 | verstandelijk begaafd subject en aan zijn vermogen om God, de waarheid 16 Inl, 0,4 | wijsgerige scholen moeten zijn. Wanneer de rede in staat 17 Inl, 0,4 | algemene beginselen van het zijn te vatten en te formuleren 18 Inl, 0,5 | van eigen goeddunken en zijn status als persoon wordt 19 Inl, 0,5 | tot de waarheid van het zijn te komen. De moderne wijsbegeerte 20 Inl, 0,5 | heeft de vraag naar het zijn verwaarloosd en haar zoeken 21 Inl, 0,5 | te accentueren. ~Daaruit zijn veel vormen van agnosticisme 22 Inl, 0,5 | stellingnames gelijkwaardig zijn. Dat is een van de meest 23 Inl, 0,5 | leven als persoon, van het zijn en van God. Dientengevolge 24 Inl, 0,5 | van God. Dientengevolge zijn bij moderne mensen, en dat 25 Inl, 0,6 | alle mensen die op zoek zijn: ik wil hen laten delen 26 Inl, 0,6 | in haar rust te vinden in zijn inspanningen, en geestelijke 27 Inl, 0,6 | en katholieke waarheidzijn3. Getuigen van de waarheid 28 Inl, 0,6 | echt vertrouwen geven in zijn kenvermogens en aan de wijsbegeerte 29 Inl, 0,6 | ontkennen, dat onze tijd met zijn snelle en ingrijpende veranderingen 30 Inl, 0,6 | zonder echte referentiepunten zijn. De behoefte aan een fundament, 31 I, 1,7 | markeert: “God heeft in zijn goedheid en wijsheid besloten, 32 I, 1,7 | openbaren en het geheim van zijn wil bekend te maken (vgl. 33 I, 1,7 | ware kennis over de zin van zijn eigen bestaan tot de voltooiing, 34 I, 1,7 | tot de voltooiing, waartoe zijn verstand kan komen. ~ 35 I, 1,8 | menselijke verstand dat krachtens zijn natuur de Schepper kan ontdekken, 36 I, 1,9 | worden die in God verborgen zijn en die, als ze niet door 37 I, 1,9 | geschiedenis definitief door zijn Zoon Jezus Christus heeft 38 I, 1,10 | 17) uit de overvloed van zijn liefde de mensen aan als 39 I, 1,10 | liefde de mensen aan als zijn vrienden (vgl. Ex 33,11; 40 I, 1,10 | innerlijk met elkaar verbonden zijn, zodat de werken, door God 41 I, 1,11 | mens over Zichzelf en over zijn leven heeft gegeven, is 42 I, 1,11 | 1, 1-2). Want Hij heeft zijn Zoon gezonden, het eeuwige 43 I, 1,11 | goddelijk getuigenis door geheel zijn tegenwoordigheid en verschijning”. 10 ~ 44 I, 1,12 | toegang tot de Vader; door zijn dood en zijn verrijzenis 45 I, 1,12 | Vader; door zijn dood en zijn verrijzenis heeft Hij het 46 I, 1,12 | de laatste waarheid over zijn leven en over het lot der 47 I, 2,13 | Zeker openbaarde Jezus door zijn leven het aanschijn van 48 I, 2,13 | veronderstelt echter, dat Deze in zijn godheid, transcendentie 49 I, 2,13 | kennen, is in het gezag van zijn absolute transcendentie 50 I, 2,13 | het geloof geeft de mens zijn instemming met dit goddelijk 51 I, 2,13 | maakt het ieder mogelijk zijn vrijheid zo goed mogelijk 52 I, 2,13 | meest betekenisvolle akt van zijn bestaan; hier is het dat 53 I, 2,13 | binnenuit doorgrondt; anderzijds zijn de tekens voor het verstand 54 I, 2,13 | Hij werkt en handelt door zijn Geest, maar zoals de H. 55 I, 2,13(15) | afhankelijk is van God als zijn Schepper en Heer, en de 56 I, 2,13(15) | de ongeschapen waarheid, zijn wij verplicht in het geloof 57 I, 2,13 | gebleven, zo onderscheidt zijn waarheid zich uiterlijk 58 I, 2,13 | geheim van de Vader en van zijn liefde, de mens zelf ten 59 I, 2,13 | mens en ontsluit voor hem zijn hoogste roeping18, namelijk 60 I, 2,14 | wil komen het geheim van zijn bestaan te begrijpen; anderzijds 61 I, 2,14 | spoort hem aan de ruimte van zijn kennis steeds uit te breiden, 62 I, 2,14 | zonder verzuim alles wat in zijn macht stond heeft gedaan. 63 I, 2,14 | de heilige Anselmus. In zijn Proslogion schrijft de bisschop 64 I, 2,15 | autonomie van het schepsel en zijn vrijheid, verplicht het 65 I, 2,15 | de blik boven zichzelf en zijn eigen plannen uit te verheffen, 66 I, 2,15 | natuurlijke verhouding tot zijn leven te herwinnen doordat 67 I, 2,15 | geboden die Ik u vandaag geef, zijn niet te zwaar voor u en 68 I, 2,15 | niet buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel en u hoeft 69 I, 2,15 | ze kunnen volbrengen?’ Ze zijn niet overzee en u hoeft 70 II, 1,16 | bladzijden, die zo rijk zijn aan innerlijke intuïties 71 II, 1,16 | wegen van de wijsheid in zijn hart overdenkt en haar geheimen 72 II, 1,16 | haar woning kampeert en zijn tentpin in haar muren slaat; 73 II, 1,16 | in haar muren slaat; die zijn tent vlak naast haar opzet 74 II, 1,16 | vlak naast haar opzet en zijn intrek neemt op een plek 75 II, 1,16 | het goed is. Hij plaatst zijn kinderen onder haar beschutting 76 II, 1,16 | begreep de goede Israëliet zijn kennis op de wijze van de 77 II, 1,16 | wederwaardigheden van het volk zijn werkelijkheden, die met 78 II, 1,16 | verstand teniet te doen of zijn speelruimte te beperken, 79 II, 1,16 | hart van de mens bedenkt zijn weg, maar de Heer leidt 80 II, 1,16 | weg, maar de Heer leidt zijn schreden” (Spr 16,9). Men 81 II, 1,16 | het licht van het verstand zijn weg kan kennen, maar hem 82 II, 1,16 | met een juist gestemd hart zijn zoeken kadert in het raam 83 II, 1,17 | Spr 16,9). God en de mens zijn in hun respectieve werelden 84 II, 1,17 | gesteld. In God heeft alles zijn oorsprong, in Hem bevindt 85 II, 1,17 | het mysterie, en dat maakt zijn eer uit; aan de mens is 86 II, 1,17 | aan de mens is het, met zijn verstand te zoeken naar 87 II, 1,17 | waarheid, en daarin bestaat zijn adel. Een ander steentje 88 II, 1,17 | hij bidt: “Hoe moeilijk zijn voor mij, o God, uw gedachten, 89 II, 1,17 | tellen, het zouden er meer zijn dan het zand. Zou ik aan 90 II, 1,17 | zou ik nog steeds bij U zijn” (Ps 139, 17-18). Het streven 91 II, 1,18 | Israël in staat was, met zijn reflecties voor het verstand 92 II, 1,18 | grondregels in acht moet nemen om zijn eigen aard beter te verhelderen. 93 II, 1,18 | transcendentie en tegelijkertijd zijn zorgende liefde bij het 94 II, 1,18 | belangrijke dingen. Dat belet hem, zijn verstand te ordenen (vgl. 95 II, 1,18 | en tegenover zichzelf en zijn omgeving een juiste houding 96 II, 1,18 | helder hoe ontoereikend zijn weten is en hoe ver hij 97 II, 1,19 | onderstreept dat de mens met zijn rede in staat is, “de opbouw 98 II, 1,19 | met de middelen die aan zijn verstand eigen zijn, dan 99 II, 1,19 | aan zijn verstand eigen zijn, dan kan hij tot kennis 100 II, 1,19 | komen. Wanneer de mens met zijn verstand God, de Schepper 101 II, 1,19 | op de weg gelegd is door zijn vrije wil en zijn zonden. ~ 102 II, 1,19 | is door zijn vrije wil en zijn zonden. ~ 103 II, 1,20 | het bereikt, kan wel waar zijn, maar krijgt pas zijn volle 104 II, 1,20 | waar zijn, maar krijgt pas zijn volle betekenis als zijn 105 II, 1,20 | zijn volle betekenis als zijn inhoud wordt geplaatst in 106 II, 1,20 | van ieder. Hoe zou de mens zijn weg kunnen begrijpen?” ( 107 II, 1,20 | plaats te geven waar alles zijn betekenis krijgt. In één 108 II, 1,20 | het bijzonder de zin van zijn eigen bestaan ontdekt. Terecht 109 II, 2,21 | van een ware kennis die zijn verstand liet binnengaan 110 II, 2,21 | verslagen. De kracht om zijn weg naar de waarheid te 111 II, 2,22 | het eerste hoofdstuk van zijn brief aan de Romeinen de 112 II, 2,22 | verstand de intuïtie van zijnmachten zijn ‘godheid’ ( 113 II, 2,22 | intuïtie van zijn ‘machten zijngodheid’ (vgl. Rom 1,20). 114 II, 2,22 | toegekend dat welhaast boven zijn natuurlijke grenzen uit 115 II, 2,22 | onafhankelijk wilde worden van zijn Schepper, is dit gemakkelijke 116 II, 2,22 | de mens ‘ijdel’ geworden zijn en hoe hun overwegingen 117 II, 2,22 | verkeerd georiënteerd gebleken zijn (vgl. Rom 1,21-22). ~De 118 II, 2,22 | heilsgebeurtenis, die het verstand uit zijn zwakheid verloste en bevrijdde 119 II, 2,23 | die geenszins in staat zijn, haar adequaat weer te geven. ~ 120 II, 2,23 | leven en liefde zou kunnen zijn, maar God heeft juist dat 121 II, 2,23 | onthulling van het geheim van zijn heilsplan uitgekozen, wat 122 II, 2,23 | taal van de wijsgeren van zijn tijd bereikt Paulus het 123 II, 2,23 | Paulus het hoogtepunt van zijn leer en van de paradox, 124 III, 1,24 | Apostelen, dat Paulus op zijn missiereizen naar Athene 125 III, 1,24 | afgoden. Eén altaar trok zijn aandacht, en hij nam het 126 III, 1,24 | brengt. Dan vervolgt hij zijn toespraak aldus: “Uit één 127 III, 1,24 | en ieder ander blijk van zijn creatieve verstand zijn 128 III, 1,24 | zijn creatieve verstand zijn geworden tot kanalen waarin 129 III, 1,24 | geworden tot kanalen waarin hij zijn verlangende zoeken (...) 130 III, 1,25 | uit, de dingen in waarheid zijn. De mens is het enige wezen 131 III, 1,25 | oprecht ongeïnteresseerd zijn in de waarheid van zijn 132 III, 1,25 | zijn in de waarheid van zijn kennis. Wanneer hij ontdekt 133 III, 1,25 | tussen echt en vals, door zijn oordeel te vormen over de 134 III, 1,25 | het praktische. Want door zijn morele handelen slaat de 135 III, 1,25 | hij handelt overeenkomstig zijn vrije en juist gestemde 136 III, 1,25 | mens het recht bestaat op zijn weg van zoeken naar waarheid 137 III, 1,25 | leven gevolgde waarden waar zijn, omdat alleen ware waarden 138 III, 1,25 | door de verwerkelijking van zijn natuur kunnen voltooien. 139 III, 1,26 | moet - de waarheid over zijn einde kennen. Hij wil weten, 140 III, 1,26 | het definitieve einde van zijn bestaan is, óf of er nog 141 III, 1,26 | heeft het wijsgerige denken zijn beslissende oriëntering 142 III, 1,27 | allen en voor altijd waar zijn. Buiten deze universaliteit 143 III, 1,27 | een absolutum dat aan heel zijn zoeken en speuren antwoord 144 III, 1,27 | verdere vragen of verwijzingen zijn of kunnen zijn. Hypothesen 145 III, 1,27 | verwijzingen zijn of kunnen zijn. Hypothesen kunnen de mens 146 III, 1,27 | wijsgerige systemen uit zijn er nog andere uitdrukkingsvormen, 147 III, 1,27 | uitdrukkingsvormen, waarin de mens zijnfilosofievorm probeert 148 III, 2,28 | als hij haar mijdt, altijd zijn bestaan. Want nooit zou 149 III, 2,28 | bestaan. Want nooit zou hij zijn leven kunnen bouwen op twijfel, 150 III, 2,29 | nutteloos en vergeefs zou kunnen zijn. Het vermogen om naar de 151 III, 2,29 | kan voor hem aanleiding zijn de eerste stap te zetten. 152 III, 2,29 | Wanneer een wetenschapper, zijn intuïtie volgend, zich wijdt 153 III, 2,29 | mislukkingen. Hij houdt zijn oorspronkelijke ingeving 154 III, 2,29 | zich draagt en tegelijk in zijn hart minstens het ontwerp 155 III, 2,29 | antwoorden koestert. Het zijn antwoorden van welker waarheid 156 III, 2,30 | vermelden. Het talrijkste zijn die vormen die berusten 157 III, 2,30 | speculatieve kracht van zijn verstand. Tenslotte zijn 158 III, 2,30 | zijn verstand. Tenslotte zijn er de religieuze waarheden, 159 III, 2,30 | zekere mate ook geworteld zijn in de wijsbegeerte, en die 160 III, 2,30 | zekere zin filosoof met zijn filosofische opvattingen, 161 III, 2,30 | opvattingen, waarmee hij zijn leven inricht. Hij vormt 162 III, 2,30 | de vraag naar de zin van zijn bestaan: in dit licht duidt 163 III, 2,30 | in dit licht duidt hij zijn persoonlijk lot en regelt 164 III, 2,30 | persoonlijk lot en regelt zijn gedrag. Hier zou hij zich 165 III, 2,31 | een gezin, om later met zijn werk deel uit te maken van 166 III, 2,31 | van de samenleving. Vanaf zijn geboorte bevindt hij zich 167 III, 2,31 | herwonnen” worden. Desondanks zijn in het leven van de mens 168 III, 2,31 | verwerft. Wie zou wel in staat zijn, de ontelbare wetenschappelijke 169 III, 2,32 | empirische of wijsgerige orde zijn. Gezocht wordt veeleer naar 170 III, 2,32 | wat hij is en wat hij van zijn innerlijk zichtbaar laat 171 III, 2,32 | Christus de waarheid over zijn leven heeft gevonden; niets 172 III, 2,32 | spreekt over hetgeen hij in zijn binnenste reeds als waar 173 III, 2,33 | niet alleen voor elk van zijn beslissingen het ware goede. 174 III, 2,33 | beslissingen het ware goede. Zijn zoektocht streeft naar een 175 III, 2,33 | zijde, die in staat moet zijn, de zin van het leven te 176 III, 2,33 | levensbelangrijke en voor zijn bestaan essentiële waarheid 177 III, 2,33 | beslissing om zichzelf en zijn leven aan een andere mens 178 III, 2,33 | dat ook het verstand bij zijn zoeken is aangewezen op 179 III, 2,33(28) | iedere mens in het diepst van zijn hart, zoals het dichterlijke 180 III, 2,33(28) | werkelijk tot mens maakt. Ze zijn uitdrukking van de urgentie, 181 III, 2,33(28) | te vinden, voor elk van zijn ogenblikken, voor de belangrijke 182 III, 2,33(28) | voor de diepte waarmee hij zijn bestaan beheerst. In het 183 III, 2,33(28) | omdat zij het hoogtepunt van zijn natuur als met rede begiftigd 184 III, 2,33(28) | en vormt de grondslag van zijn vrije en persoonlijke zoeken 185 III, 2,34 | vleesgeworden Woord, dat in zijn hele Persoon de Vader openbaart ( 186 III, 2,34(29) | beschikkingen’, zoals hij schreef in zijn brief aan P. Benedetto Castelli 187 III, 2,34(29) | nooit echt tegengesteld zijn aan het geloof: de werkelijkheid 188 III, 2,34(29) | nr.36). Galilei voelt bij zijn wetenschappelijk onderzoek 189 III, 2,34(29) | Schepper die hem aanspoort, zijn intuïties anticipeert en 190 III, 2,34(29) | doordat Hij in de diepte van zijn geest werkt.” Johannes Paulus 191 III, 2,34 | is en dat daarom in Hem zijn voltooiing vindt (vgl. Kol 192 IV, 1,36 | apostel het voor verstandiger, zijn rede te vervlechten met 193 IV, 1,36 | dichtkunst. De theogonieën zijn tot nu toe het eerste getuigenis 194 IV, 1,37 | dat niemand u verleidt met zijn wijsbegeerte en valse leer, 195 IV, 1,38 | om het geloofsbegrip en zijn motieven te verdiepen, veronachtzaamden. 196 IV, 1,38 | onbeschaafde en lompe” 31 mensen te zijn, blijkt ongegrond en onwaar 197 IV, 1,38 | blijkt ongegrond en onwaar te zijn. De verklaring voor hun 198 IV, 1,38 | komen, moeten allen in staat zijn deze weg te kunnen gaan. 199 IV, 1,38 | de waarheid te bereiken zijn talrijk; toch kan, aangezien 200 IV, 1,38 | genoemd worden: ofschoon hij zijn hoge achting voor de Griekse 201 IV, 1,38 | Griekse wijsbegeerte ook na zijn bekering bewaard had, stelde 202 IV, 1,39 | over God wil formuleren. In zijn ontwikkeling maakte dit 203 IV, 1,40 | het christelijk geloof in zijn blikveld kwam, had hij de 204 IV, 1,40 | Avondland kende. gesterkt door zijn persoonlijke levensgeschiedenis 205 IV, 1,40 | was hij ook in staat in zijn werken een grote hoeveelheid 206 IV, 1,41 | wijsbegeerte; ze zagen het in zijn geheel, in zijn positieve 207 IV, 1,41 | zagen het in zijn geheel, in zijn positieve aspecten evengoed 208 IV, 1,41 | aspecten evengoed als in zijn begrenzingen. Ze waren geen 209 IV, 1,41 | voor de waarneming van het zijn, het transcendente en het 210 IV, 1,41 | ontmoeting tussen het schepsel en zijn Schepper. Het verstand kon, 211 IV, 1,42 | helemaal niet toe in staat zijn. Veeleer is het zijn taak, 212 IV, 1,42 | staat zijn. Veeleer is het zijn taak, een zin te vinden, 213 IV, 1,42 | alles heeft gedaan wat in zijn verlangen lag: “Ad te videndum 214 IV, 1,42 | overweldigd door het besef dat zijn vermogen steeds groter is 215 IV, 1,42 | waar de voltooiing van zijn tocht ligt: “Want ik meen, 216 IV, 1,42 | werkelijkheid daarvan, ook al kan zijn intellect niet doordringen 217 IV, 1,42 | daarom de grondslag van zijn zekerheid niet in het minst 218 IV, 1,42 | het geloof verlangt dat zijn object met de hulp van het 219 IV, 1,42 | erkent op het hoogtepunt van zijn zoektocht dat, wat het verstand 220 IV, 2,43 | alleen om de inhoud van zijn leer, maar ook vanwege de 221 IV, 2,43 | Arabische en Joodse denken van zijn tijd kon leggen. In een 222 IV, 2,43 | komen beide van God, luidt zijn redenering: ze kunnen elkaar 223 IV, 2,43 | geloof wordt dit bevrijd van zijn broosheid en van zijn begrenzingen 224 IV, 2,43 | van zijn broosheid en van zijn begrenzingen die het gevolg 225 IV, 2,43 | begrenzingen die het gevolg zijn van de ongehoorzaamheid 226 IV, 2,43 | onderstreepte, de waarde van zijn rationaliteit niet vergeten: 227 IV, 2,43 | de oplossing die hij met zijn geniale profetische scherpzinnigheid 228 IV, 2,44 | van de H. Thomas hoort ook zijn visie op de rol die de heilige 229 IV, 2,44 | de eerste bladzijden van zijn Summa Theologiae48 geeft 230 IV, 2,44 | goddelijke werkelijkheden. Zijn theologie maakt het mogelijk, 231 IV, 2,44 | waarheid erkend en gewaardeerd; zijn denken bereikte juist omdat 232 IV, 2,44 | Omdat hij zonder voorbehoud zijn aandacht op de waarheid 233 IV, 2,44 | waarheid richtte, kon hij in zijn realisme haar objectiviteit 234 IV, 2,44 | objectiviteit erkennen. Zijn filosofie is waarlijk de 235 IV, 2,44 | waarlijk de filosofie van hetzijnen niet louter van de ‘ 236 IV, 3,45 | ofwel echter om elke van zijn maar mogelijke betrekkingen 237 IV, 3,45 | geloof gescheiden en in zijn plaats tredende verstandskennis. ~ 238 IV, 3,46 | opvallendste radicaliseringen zijn bekend en vooral in de geschiedenis 239 IV, 3,46 | geprobeerd het geloof en zijn inhouden, ja zelfs het mysterie 240 IV, 3,46 | de mens en het geheel van zijn leven in het middelpunt 241 IV, 3,46 | het niets slaagt het erin zijn fascinatie op onze tijdgenoten 242 IV, 3,46 | tijdgenoten over te brengen. Zijn aanhangers stellen theorieën 243 IV, 3,47 | bijrol gedrongen. Intussen zijn andere vormen van rationaliteit 244 IV, 3,47 | vormen van rationaliteit zijn niet op de beschouwing van 245 IV, 3,47 | resultaten van de arbeid van zijn hand en nog meer door die 246 IV, 3,47 | en nog meer door die van zijn geestesarbeid en van zijn 247 IV, 3,47 | zijn geestesarbeid en van zijn wilsbeschikkingen. Niet 248 IV, 3,47 | soms onrechtstreeks. Ze zijn feitelijk of mogelijkerwijs 249 IV, 3,47 | belangrijkste hoofdstuk te zijn van het drama van het huidige 250 IV, 3,47 | huidige menselijke bestaan in zijn breedste en meest universele 251 IV, 3,47 | een aanzienlijk deel van zijn creativiteit heeft geïnvesteerd.” 53 ~ 252 IV, 3,48 | aanzetten in hun denken zijn te zien die, als ze met 253 IV, 3,48 | ontdekken. Deze aanzetten zijn bijvoorbeeld te vinden in 254 IV, 3,48 | denker een ernstige oproep zijn om in zichzelf de echte 255 IV, 3,48 | zichzelf de echte zin van zijn bestaan te zoeken. Dat neemt 256 IV, 3,48 | omdat beide zonder de ander zijn verarmd en verzwakt. Toen 257 IV, 3,48 | gevaar inhouden dat het zijn einddoel uit het oog verliest. 258 IV, 3,48 | de radicaliteit van het zijn. Daarom doe ik deze sterke 259 IV, 3,48 | het geloof moet opgewassen zijn tegen de stoutmoedigheid 260 V, 1,49 | zou er niet de garantie zijn dat zij op de waarheid gericht 261 V, 1,49 | zou niet erg behulpzaam zijn. Ten diepste is de oorsprong 262 V, 1,49 | feit dat het verstand naar zijn wezen georiënteerd is op 263 V, 1,49 | vullen. Het is daarentegen zijn plicht om duidelijk en beslist 264 V, 1,50 | van het geloof met gezag zijn taak van kritische onderscheiding 265 V, 1,50 | conclusies onverenigbaar zijn met de geopenbaarde waarheid 266 V, 1,50 | van de wijsgerige kennis zijn bovendien verschillende 267 V, 1,50 | verantwoordelijkheid op om zijn oordeel uit te spreken over 268 V, 1,50 | zoals de themas God, mens, zijn vrijheid en zijn morele 269 V, 1,50 | mens, zijn vrijheid en zijn morele handelen, appelleren 270 V, 1,50 | getuigen van de waarheidte zijn, bij de uitoefening van 271 V, 1,51 | te perken. Integendeel, zijn interventies zijn er vooral 272 V, 1,51 | Integendeel, zijn interventies zijn er vooral op gericht, het 273 V, 1,51 | dragen en bovendien het werk zijn van een door de zonde aangetast 274 V, 1,51 | kennisin Christus verborgen zijn (vgl. Kol 2,3); daarom grijpt 275 V, 1,52 | eeuwen mogen hier genoemd zijn: de verklaringen tegen de 276 V, 1,53 | openbaring, verstand en geloof zijn. Het concilie ging uit van 277 V, 1,53 | nooit een echte divergentie zijn tussen geloof en verstand: 278 V, 1,54 | Later verhief Paus Pius XII zijn stem, toen hij in de encycliek 279 V, 1,54 | opvattingen niet door theologen zijn bewerkt en voorgelegd, aangezien 280 V, 1,55 | samenleving zo wijd verbreid zijn, dat ze in zekere mate tot 281 V, 1,55 | voldoende rationele grondslag zijn. 72 ~Ook komt een gevaarlijk 282 V, 1,55(72) | weet dat ze tegengesteld zijn aan de geloofsleer -vooral 283 V, 1,55(72) | wanneer ze door de Kerk zijn verworpen-, als legitieme 284 V, 1,55(72) | verdedigen, maar sterker nog, zij zijn streng verplicht die als 285 V, 1,55 | heilige volk, verenigd met zijn herders, blijvend in de 286 V, 1,55 | vormen van latent fideïsme zijn evenzeer te herkennen aan 287 V, 1,56 | 56. Er zijn tenslotte tekenen van een 288 V, 2,57 | zette Paus Leo XIII met zijn encycliek Aeterni Patris 289 V, 2,57 | pauselijke document dat in zijn geheel aan de wijsbegeerte 290 V, 2,57 | op de eerste plaats voor zijn vasthouden aan de onvergelijkelijke 291 V, 2,58 | die pauselijke oproep had, zijn bekend. De onderzoekingen 292 V, 2,58 | II veel te danken heeft, zijn kinderen van deze vernieuwing 293 V, 2,60 | Vaticanum II presenteerde van zijn kant een zeer rijke en vruchtbare 294 V, 2,60 | geschapen menselijke persoon. Zijn waardigheid en heerschappij 295 V, 2,60 | transcendente vermogen van zijn rede verklaard. 80 Ook het 296 V, 2,60 | waardigheid van de persoon en zijn vrijheid, precies uitgelegd. 81 297 V, 2,60 | mysterie van de Vader en zijn liefde de mens ten volle 298 V, 2,60 | de sublieme grootheid van zijn roeping.” 82 ~Het concilie 299 V, 2,60 | christelijk onderricht in zijn totaliteit: “De wijsgerige 300 V, 2,60 | Deze voorschriften zijn herhaald en ontwikkeld in 301 V, 2,61 | vasthield aan de bestudering van zijn denken - dan was dat omdat 302 V, 2,61 | het leergezag niet steeds zijn opgevolgd met de gewenste 303 V, 2,63 | beginselen zal het mogelijk zijn om met grotere helderheid 304 VI, 1,64 | die door de eeuwen heen zijn ontwikkeld. Ik heb niet 305 VI, 1,66 | van Jezus Christus en in zijn paasmysterie haar hoogtepunt 306 VI, 1,66 | haar hoogtepunt heeft. Door zijn instemming uit het geloof 307 VI, 1,66 | moet van haar kant in staat zijn, de universele betekenis 308 VI, 1,66 | begrippen die geformuleerd zijn op kritische en algemeen 309 VI, 1,66 | aanschouwelijk te maken zijn. Datzelfde geldt voor verschillende 310 VI, 1,66 | de goddelijke openbaring zijn; meer nog: het verstand 311 VI, 1,66 | de gelovige moet in staat zijn deze kennis uit te drukken 312 VI, 1,66 | wereld en, radicaler, van het zijn. ~ 313 VI, 1,67 | gevestigd, dat er waarheden zijn die langs natuurlijke weg 314 VI, 1,67 | natuurlijke weg kenbaar zijn. Daarom zijn zij het ook 315 VI, 1,67 | weg kenbaar zijn. Daarom zijn zij het ook langs filosofische 316 VI, 1,67 | die het verstand reeds op zijn zelfstandige zoektocht bereikt. 317 VI, 1,67 | bestaat tussen het geloof en zijn fundamentele eis om zich 318 VI, 1,67 | staat is in volle vrijheid zijn toestemming te geven. Zo 319 VI, 1,68 | moet de christen in staat zijn zijn geweten en zijn denkkracht 320 VI, 1,68 | de christen in staat zijn zijn geweten en zijn denkkracht 321 VI, 1,68 | staat zijn zijn geweten en zijn denkkracht tot het uiterste 322 VI, 1,69 | Concilie tegenkomen, 92 zijn gedeeltelijk waar. De verwijzing 323 VI, 1,69 | de theologie behulpzaam zijn. ~ 324 VI, 1,70 | apostel schrijft: “Nu echter zijn jullie, die eens veraf waren, 325 VI, 1,70 | Christus Jezus, en wel door zijn bloed, dichtbij gekomen. 326 VI, 1,70 | heidenen), en haalde door zijn sterven de scheidingswand 327 VI, 1,70 | die eens tot het geloof zijn gekomen. In het licht van 328 VI, 1,70 | eigen aard van een volk, zijn taal en zijn gebruiken beperkt, 329 VI, 1,70 | van een volk, zijn taal en zijn gebruiken beperkt, maar 330 VI, 1,70 | verschillende plaatsen en tradities zijn allen er in Christus toe 331 VI, 1,70 | Zij dieverafwaren, zijn dankzij het nieuwe dat het 332 VI, 1,70 | manier door de deelname aan zijn mysterie. Deze eenheid is 333 VI, 1,70 | Paulus kan zeggen: “Jullie zijn dus geen vreemden meer, 334 VI, 1,70 | ze wijzen op waarden die zijn bestaan steeds menselijker 335 VI, 1,71 | hij is ingebed. In elk van zijn uitingen draagt hij iets 336 VI, 1,71 | boven de schepping uittilt: zijn voortdurende openheid voor 337 VI, 1,71 | openheid voor het mysterie en zijn onuitputtelijk verlangen 338 VI, 1,71 | Pinksterdag in Jeruzalem: “Zijn dat niet allemaal Gallileeërs, 339 VI, 1,71 | ieder van ons hen dan in zijn moedertaal horen: Parthen, 340 VI, 1,71 | ook de Romeinen die hier zijn, joden en proselieten, Kretenzers 341 VI, 1,71 | impliciet aanwezig is tot zijn volle ontplooiing in de 342 VI, 1,72 | het christendom bevonden, zijn er nieuwe inculturatie-taken. 343 VI, 1,72 | het Oosten, die zo rijk zijn aan zeer oude godsdienstige 344 VI, 1,72 | elementen te nemen die met zijn geloof verenigbaar zijn, 345 VI, 1,72 | zijn geloof verenigbaar zijn, zodat het tot een verrijking 346 VI, 1,72 | verschillende culturen hetzelfde zijn. Het tweede, dat voortkomt 347 VI, 1,72 | Voorzienigheid doorkruisen, die zijn Kerk leidt langs de wegen 348 VI, 1,73 | altijd het woord van God zijn, geopenbaard in de geschiedenis, 349 VI, 1,73 | begrijpen van dat woord zal zijn, dat toeneemt met iedere 350 VI, 1,74 | de toekomst mensen zullen zijn die deze grootse wijsgerige 351 VI, 2,75 | autonome onderneming te zijn, die gehoorzaamt aan haar 352 VI, 2,75 | resultaten algemeen geldig zijn. Dit bevestigt ook het beginsel 353 VI, 2,76 | natuurlijk niet ontoegankelijk zijn, misschien nooit ontdekt 354 VI, 2,76 | misschien nooit ontdekt zouden zijn, als het aan zichzelf was 355 VI, 2,76 | voor de filosofie van het zijn. Er is ook de werkelijkheid 356 VI, 2,76 | en ook de erfzonde. Dat zijn opgaven die de rede ertoe 357 VI, 2,76 | waarheid en rationaliteit zijn die ver buiten de kaders 358 VI, 2,76 | waarbinnen ze normaliter zouden zijn begrensd. Deze themas breiden 359 VI, 2,76 | nadenken over deze inhouden zijn de filosofen geen theologen 360 VI, 2,77 | denkstructuren die ongeschikt zijn voor het begrijpen van het 361 VI, 2,77 | geloof.. Als de filosoof van zijn kant elk contact met de 362 VI, 2,77 | uitsluiten dan zou hij verplicht zijn zelfstandig de inhoud van 363 VI, 2,77 | rechtstreeks onder het leergezag en zijn toetsing, vanwege de implicaties 364 VI, 2,78 | waarheid zoeken, is. Want in zijn denken hebben de eisen van 365 VI, 2,79 | gehoorzamen en gebaseerd zijn op haar eigen beginselen; 366 VI, 2,79 | waarheid echter kan slechts één zijn. De openbaring met haar 367 VI, 2,79 | afstraalt van het subsistente Zijn zelf biedt de geopenbaarde 368 VI, 2,79 | volheid van het licht aan het zijn en zal zij dus de weg van 369 VI, 2,79 | filosofie zal een plaats zijn waar het christelijk geloof 370 VI, 2,79 | dat niet afwijst. Opnieuw zijn het de Vaders die ons dit 371 VI, 2,79 | instemming (...) Gelovigen zijn ook denkers: wie gelooft, 372 VII, 1,80 | precieze aanwijzingen over zijn zijn, zijn vrijheid en de 373 VII, 1,80 | precieze aanwijzingen over zijn zijn, zijn vrijheid en de onsterfelijkheid 374 VII, 1,80 | aanwijzingen over zijn zijn, zijn vrijheid en de onsterfelijkheid 375 VII, 1,80 | de onsterfelijkheid van zijn ziel bevat. Omdat de geschapen 376 VII, 1,80 | leven aan de orde en onthult zijn antwoord door de mens te 377 VII, 1,80 | bereikt de zin van het bestaan zijn hoogtepunt. Want de intiemste 378 VII, 1,81 | opvattingen over leven en wereld zijn zo talrijk geworden, dat 379 VII, 1,81 | waarheid. ~Om in harmonie te zijn met het woord van God moet 380 VII, 1,81 | beslissende kritische factor zijn die de grondslagen en de 381 VII, 1,81 | niet alleen slecht berekend zijn op haar taak, maar vals. ~ 382 VII, 1,82 | of utilitaire - maar op zijn totale en definitieve waarheid, 383 VII, 1,82 | definitieve waarheid, op het zijn zelf van het kennisobject. 384 VII, 1,82 | filosofie zou ongeschikt zijn om te helpen bij de diepere 385 VII, 1,82 | als uitspraken over het zijn van Christus zelf. Wanneer 386 VII, 1,82 | ze objectief waar kunnen zijn. 101 ~ 387 VII, 1,83 | metafysische draagwijdte zijn, dat wil zeggen: die in 388 VII, 1,83 | zedelijk goede te kennen, dat zijn diepste grond heeft in het 389 VII, 1,83 | voor de ontmoeting met het zijn en dus met het metafysisch 390 VII, 1,83 | andere personen, in het zijn zelf, in God. We treffen 391 VII, 1,83 | innerlijkheid van de mens en zijn spiritualiteit uitdrukt 392 VII, 1,83 | daarom volkomen ongeschikt zijn om bij het begrijpen van 393 VII, 1,83 | horizon zou niet in staat zijn, om verder te gaan dan de 394 VII, 1,84 | menselijke taal, niet in staat zijn iets over God te zeggen. 395 VII, 1,84 | geen openbaring van God zijn, maar alleen de uitdrukking 396 VII, 1,85 | veel mensen die betrokken zijn bij het huidige filosofisch 397 VII, 1,85 | niet bezorgd over kunnen zijn? Het is het evangelie dat 398 VII, 1,85 | de traditie geworteld te zijn, zullen we vandaag in staat 399 VII, 1,85 | zullen we vandaag in staat zijn om voor de toekomst een 400 VII, 1,85 | zij daardoor in staat moet zijn om zowel de diepe theologische 401 VII, 1,86 | tegenwoordig sterk verbreid zijn. Ik denk dat het gepast 402 VII, 1,86 | gevaar, niet in staat te zijn om het waarheidsgehalte 403 VII, 1,86 | eruit die misschien vals zijn of niet ‘to the point’. 404 VII, 1,86 | theologisch noch wijsgerig, om zijn argumenten ernstig en wetenschappelijk 405 VII, 1,87 | zich bergen die typisch zijn voor het historicisme. Om 406 VII, 1,87 | nodig die te plaatsen in zijn eigen historische en culturele 407 VII, 1,88 | emoties en dat kennis van het zijn verwerpt om de weg vrij 408 VII, 1,88 | grenzeloos lijkt, gegeven zijn ingang in verschillende 409 VII, 1,88 | aan analyses die gebaseerd zijn op oppervlakkige analogieën, 410 VII, 1,89 | die op ethische principes zijn gevestigd, buitensluit. 411 VII, 1,89 | van deze wijze van denken zijn aanzienlijk. In het bijzonder 412 VII, 1,89 | De consequenties hiervan zijn duidelijk: in de praktijk 413 VII, 1,90 | filosofieën die de zin van het zijn hebben verworpen, de horizon 414 VII, 1,90 | humaniteit van de mens en van zijn identiteit. Want men mag 415 VII, 1,90 | veronachtzaming van het zijn onvermijdelijk leidt tot 416 VII, 1,90 | waardigheid. Dit maakt het op zijn beurt mogelijk om van de 417 VII, 1,90 | van de mens de trekken van zijn gelijkenis met God van het 418 VII, 1,90(106) | alles wat de vrijheid in zijn geest, zijn hart en zijn 419 VII, 1,90(106) | vrijheid in zijn geest, zijn hart en zijn geweten beperkt, 420 VII, 1,90(106) | zijn geest, zijn hart en zijn geweten beperkt, vermindert 421 VII, 1,91 | moeilijk terug te brengen zou zijn tot één uniforme visie. 422 VII, 1,91 | hebben gezorgd. Op deze wijze zijn irrationele stromingen ontstaan, 423 VII, 1,91 | wijdverbreid en machtig als ze zijn, hebben laten zien dat ze 424 VII, 1,91 | uit zichzelf en volledig zijn lot in eigen hand neemt. ~ 425 VII, 2,92 | zich te herinneren, dat zijn arbeidovereenkomt met 426 VII, 2,92 | het eigenlijke object van zijn arbeidde Waarheid, namelijk 427 VII, 2,92 | namelijk de levende God en zijn in Jezus Christus geopenbaarde 428 VII, 2,92(109) | Christus’ ontlediging door zijn lijden en dood aan het kruis, 429 VII, 2,92(109) | waarheid en het resultaat van zijn activiteit in de mens. De 430 VII, 2,92(109) | hoogste Leider van de mens zijn en het Licht van de menselijke 431 VII, 2,93 | mysterie van de drie-ene God zijn. Daar heeft men toegang 432 VII, 2,93 | incarnatie van Gods Zoon: zijn menswording en het consequent 433 VII, 2,93 | mysterie dat zal uitmonden in zijn glorierijke opstanding en 434 VII, 2,93 | der waarheid uitzenden, om zijn Kerk te stichten en te bezielen. 435 VII, 2,93 | opgave van de theologie zijn: het begrijpen van de kenosis 436 VII, 2,94 | menswording weerspiegelt, zijn waarheid meedeelt. 110 De 437 VII, 2,95 | standpunten van het historicisme zijn, zoals ik eerder zei, onhoudbaar. 438 VII, 2,95 | staat om met behulp van zijn beperkte historische taal 439 VII, 2,96 | dit probleem aangevat in zijn encycliek Humani generis. 112 ~ 440 VII, 2,96(112) | en begrippen die afgeleid zijn uit de ware en juiste kennis 441 VII, 2,96(112) | Concilies niet alleen gebruikt zijn, maar zelfs vastgelegd, 442 VII, 2,96 | worden door culturen die zijn verschillend van degene, 443 VII, 2,96 | speculatie zeer dienstig zijn. We mogen dan ook hopen 444 VII, 2,97 | van de filosofie van het zijn, die het vooral de dogmatische 445 VII, 2,97 | van de filosofie van het zijn. Deze filosofie van het 446 VII, 2,97 | Deze filosofie van het zijn zal in staat moeten zijn 447 VII, 2,97 | zijn zal in staat moeten zijn het probleem van het zijn 448 VII, 2,97 | zijn het probleem van het zijn opnieuw aan te pakken - 449 VII, 2,97 | schemata. De filosofie van het zijn is binnen het kader van 450 VII, 2,98 | 98. Deze overwegingen zijn ook van toepassing op de 451 VII, 2,98 | geweten wordt niet meer in zijn oorspronkelijke staat gezien, 452 VII, 2,98 | geconfronteerd ziet met zijn waarheid, die van de waarheid 453 VII, 2,98 | reflectie, die kan wijzen op zijn wortels in het woord van 454 VII, 2,98 | deugden, zal zij in staat zijn zeer passend en doelmatig 455 VII, 2,99 | haar hoogtepunt bereikt in zijn Paasmysterie; want alleen 456 VII, 2,99 | verschillende wijsgerige stromingen zijn behaald, kan echt vruchtbaar 457 Slot, 0,100 | ontwikkeling van de cultuur en zijn invloed op persoonlijke 458 Slot, 0,101 | diep en rijk ze ook mag zijn, altijd ook de eigen beperkte 459 Slot, 0,101 | perspectieven vertoont die eigen zijn aan het individu vinden, 460 Slot, 0,101(123)| eenvoudige verzameling van zijn eigen persoonlijke ideeën 461 Slot, 0,101(123)| moet er zich van bewust zijn dat hij in hechte vereniging 462 Slot, 0,102 | vandaag gaan beseffen dat zijn menselijkheid des te meer 463 Slot, 0,104 | filosofen, die in staat zijn de verwachtingen, openingen 464 Slot, 0,104 | begrijpbaar en waarneembaar zal zijn voor degene die de volle 465 Slot, 0,104 | tegenstanders van de Kerk zijn en haar op allerlei manieren 466 Slot, 0,104 | zal een effectieve steun zijn voor die ware en tegelijkertijd 467 Slot, 0,105 | die in de inleiding tot zijn Itinerarium Mentis in Deum 468 Slot, 0,105 | tekortschiet. 128 ~Mijn gedachten zijn ook bij hen die verantwoordelijk 469 Slot, 0,105 | hen die verantwoordelijk zijn voor de priestervorming, 470 Slot, 0,105 | waaraan allen gehouden zijn, om bij te dragen tot een 471 Slot, 0,105 | voorbereiding van hen die belast zijn met het onderwijs in de 472 Slot, 0,106 | kunnen er dus zeker van zijn dat de Kerk de legitieme 473 Slot, 0,106 | bemoedigen, die werkzaam zijn op het gebied van de wijsbegeerte: 474 Slot, 0,106 | ongelooflijk rijke diversiteit van zijn levende en levenloze onderdelen 475 Slot, 0,107 | Christus in het geheim van zijn liefde gered heeft, en om 476 Slot, 0,107 | liefde gered heeft, en om zijn voortdurende zoeken naar 477 Slot, 0,107 | misleiding van overtuigd, dat hij zijn absoluut eigen heer is, 478 Slot, 0,107 | heer is, die autonoom over zijn lot en over zijn toekomst 479 Slot, 0,107 | autonoom over zijn lot en over zijn toekomst kan beslissen, 480 Slot, 0,107 | uitsluitend op zichzelf en zijn krachten vertrouwt. Dat 481 Slot, 0,107 | uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking zal alleen 482 Slot, 0,107 | zal alleen de beslissing zijn, zich te voegen in de waarheid 483 Slot, 0,107 | schaduw van de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin 484 Slot, 0,107 | waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn vrijheid zich in de volle 485 Slot, 0,107 | liefde en kennis. Daarin ligt zijn hoogste zelfverwerkelijking. ~ 486 Slot, 0,108 | vruchtbaar en creatief mag zijn. En juist zoals Maria, toe 487 Slot, 0,108 | wijsgerige denken niets van zijn autonomie, wanneer het luistert 488 Slot, 0,108 | Wijsheid, een veilige haven zijn voor allen die hun leven


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License