Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
ire 1
irenaeus 1
irrationele 2
is 454
isolement 1
israël 5
israëliet 1
Frequency    [«  »]
589 die
588 te
488 zijn
454 is
429 dat
299 niet
299 waarheid
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

is

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | waar ga ik heen? Waarom is er het kwade? Wat zal er 2 Inl, 0,2 | 2. De Kerk is geen vreemdeling op deze 3 Inl, 0,2 | geschenk heeft ontvangen, is zij tot pelgrim op de straten 4 Inl, 0,2 | de Waarheid en het Levenis (Joh 14,6). Onder de verschillende 5 Inl, 0,2 | mensheid aan te bieden heeft, is er een die haar verantwoordelijkheid 6 Inl, 0,2 | steeds slechts een etappe is op de weg naar die volledige 7 Inl, 0,3 | tijd toen de mens begonnen is, vragen te stellen over 8 Inl, 0,3 | natuur van de mens hoort. Het is een eigenschap die zijn 9 Inl, 0,3 | eigenschap die zijn verstand is aangeboren, naar de betekenis 10 Inl, 0,3 | komen. Hoezeer dat het geval is bewijst de omstandigheid 11 Inl, 0,3 | kennis zelfs aanwijsbaar is in de postulaten die de 12 Inl, 0,4 | hij ontdekt dat hij deel is van de wereld en in betrekking 13 Inl, 0,4 | loyaal moet dienen. ~Zo is het mogelijk om ondanks 14 Inl, 0,4 | iedereen zich ervan bewust is, deze beginselen, zij het 15 Inl, 0,4 | Wanneer de rede in staat is, de eerste en algemene beginselen 16 Inl, 0,5 | ook altijd toe geroepen is, zich tot de waarheid te 17 Inl, 0,5 | gelijkwaardig zijn. Dat is een van de meest verbreide 18 Inl, 0,5 | optreedt. Binnen dit raam is alles teruggebracht tot 19 Inl, 0,5 | er enerzijds in geslaagd is om op de weg te komen die 20 Inl, 0,5 | deze vragen te krijgen, is dus verdwenen. ~ 21 Inl, 0,6 | aspecten van de waarheid is, alsook tot alle mensen 22 Inl, 0,6 | drang tot dit initiatief is voor mij vooral het door 23 Inl, 0,6 | Getuigen van de waarheid is dus een taak die aan ons 24 Inl, 0,6 | die aan ons bisschoppen is opgedragen; daarvan kunnen 25 Inl, 0,6 | hoe versnipperd het aanbod is, dat het vergankelijke tot 26 Inl, 0,6 | naar wat de moeite waard is om te leven. De wijsbegeerte, 27 Inl, 0,6 | waarin haar geschiedenis is ingebed. ~ 28 I, 1,7 | grondslag, dat zij de draagster is van een boodschap die haar 29 I, 1,8 | kennis bestaat, die eigen is aan het geloof. Deze kennis 30 I, 1,8 | het geloof. Deze kennis is de uitdrukking van een waarheid 31 I, 1,8 | een waarheid die zeker is, omdat God noch bedriegt, 32 I, 1,9 | de waarheid die verkregen is door wijsgerig denken en 33 I, 1,9 | hulp van de genade geniet, is inderdaad van een andere 34 I, 1,10 | van de gehele openbaring is, de meest innerlijke waarheid”. 8 ~ 35 I, 1,11 | 11. Zo is de openbaring ingebed in 36 I, 1,11 | zijn leven heeft gegeven, is daarom ingebed in tijd en 37 I, 1,11 | tijd en geschiedenis. En ze is eens voor altijd in het 38 I, 1,12 | voor ons het vertrouwdste is en gemakkelijk verifieerbaar, 39 I, 1,12 | uitdrukking gekomen waarheid is aldus niet meer opgesloten 40 I, 2,13 | aanschijn van de Vader, want Hij is immers gekomenom Gods 41 I, 2,13 | van dit aanschijn hebben, is steeds getekend door het 42 I, 2,13 | gehoorzaam antwoord aan God is. Dat veronderstelt echter, 43 I, 2,13 | God die zich laat kennen, is in het gezag van zijn absolute 44 I, 2,13 | betekenis aan te nemen. Daarom is de akt, waarmee men zich 45 I, 2,13 | waarin de hele persoon is betrokken. Rede en wil zetten 46 I, 2,13 | beleefd wordt15. In het geloof is de vrijheid dus niet simpelweg 47 I, 2,13 | niet simpelweg aanwezig: ze is vereist. Ja, het geloof 48 I, 2,13 | akt van zijn bestaan; hier is het dat de vrijheid de zekerheid 49 I, 2,13 | waarop het terecht trots is, het geheim van binnenuit 50 I, 2,13 | begrijpen. In die tekens is dus reeds een verborgen 51 I, 2,13 | mysterie te bevatten. Christus is in de eucharistie waarlijk 52 I, 2,13 | natuur. Wat daar verschijnt is een teken: het verbergt 53 I, 2,13(15) | mens volledig afhankelijk is van God als zijn Schepper 54 I, 2,13(15) | rede geheel onderworpen is aan de ongeschapen waarheid, 55 I, 2,13 | onder de mensen onherkend is gebleven, zo onderscheidt 56 I, 2,14 | begonnen te ondernemen, en wat is mij gelukt? Waarheen ging 57 I, 2,14 | kunnen voorstellen, maar dat is onmogelijk.” 20 ~ 58 I, 2,15 | christelijke openbaring is de ware leidstér voor de 59 I, 2,15 | technocratische logica; zij is de uiterste mogelijkheid 60 I, 2,15 | met de schepping begonnen is, volledig terug te vinden. 61 I, 2,15 | inzoverre hij nog in staat is de blik boven zichzelf en 62 I, 2,15 | volbrengen?” Nee, het woord is dichtbij u, in uw mond en 63 I, 2,15 | openbaring ons laat kennen, is niet de rijpe vrucht of 64 I, 2,15 | Deze geopenbaarde waarheid is de in onze geschiedenis 65 I, 2,15 | aanschouwing van God, die is voorbehouden aan hen die 66 I, 2,15 | menselijke bestaan als persoon is dus studieobject van zowel 67 II, 1,16 | 16. Hoe diep de samenhang is tussen geloofs- en verstandskennis, 68 II, 1,16 | lezen van deze bladzijden, is het feit dat in deze teksten 69 II, 1,16 | geloof van Israël vervat is, maar ook de rijkdom van 70 II, 1,16 | ten leven geroepen. ~Het is geen toeval dat de heilige 71 II, 1,16 | wijsheid toelegt en die eropuit is om inzicht te krijgen; die 72 II, 1,16 | op een plek waar het goed is. Hij plaatst zijn kinderen 73 II, 1,16 | 20-27) ~Zoals men ziet is voor de geïnspireerde schrijver 74 II, 1,16 | Dankzij het denkvermogen is aan allen, gelovigen en 75 II, 1,16 | uit het Boek der Spreuken is in deze samenhang veelbetekenend: “ 76 II, 1,17 | 17. Er is dus geen reden voor het 77 II, 1,17 | verwezenlijken. Opnieuw is het het Boek der Spreuken 78 II, 1,17 | wijst met de uitroep: “Het is Gods eer, een zaak te verhullen, 79 II, 1,17 | maar de eer van de koning is het, een zaak uit te zoeken” ( 80 II, 1,17 | zijn eer uit; aan de mens is het, met zijn verstand te 81 II, 1,17 | gedachten, hoe geweldig is hun aantal! Wilde ik ze 82 II, 1,17 | Het streven naar kennis is zo groot en is verbonden 83 II, 1,17 | naar kennis is zo groot en is verbonden met een dergelijke 84 II, 1,18 | te verhelderen. De eerste is dat het kennen van de mens 85 II, 1,18 | kennen van de mens een weg is die geen stilstand kent; 86 II, 1,18 | meent dat alles de vrucht is van persoonlijke verwerving; 87 II, 1,18 | hij veel dingen weet, maar is in werkelijkheid niet in 88 II, 1,18 | ver gaat, te beweren: “Er is geen God” (vgl. Ps 14,1), 89 II, 1,18 | ontoereikend zijn weten is en hoe ver hij af staat 90 II, 1,19 | mens met zijn rede in staat is, “de opbouw van de wereld 91 II, 1,19 | woord, dat hij in staat is te filosoferen, zet hij 92 II, 1,19 | die hem op de weg gelegd is door zijn vrije wil en zijn 93 II, 1,20 | De vrees voor de Heer is het begin van de kennis” ( 94 II, 2,21 | Spr 30,1-6). De gelovige is echter ondanks de beproeving 95 II, 2,22 | denken, niet meer verbannen is naar de zintuiglijke kennis; 96 II, 2,22 | wordt bevestigd. De apostel is ervan overtuigd dat in het 97 II, 2,22 | worden van zijn Schepper, is dit gemakkelijke opstijgen 98 II, 2,22 | Gen 2,17). Het symbool is duidelijk: de mens was niet 99 II, 2,22 | oorsprong van de waarheid is. Weer is het de apostel 100 II, 2,22 | van de waarheid is. Weer is het de apostel die uiteenzet, 101 II, 2,23 | gekruisigde Zoon van God is de historische gebeurtenis 102 II, 2,23 | de wijsbegeerte uitdaagt is de dood van Jezus Christus 103 II, 2,23 | aan het kruis. Want hier is iedere poging, het heilsplan 104 II, 2,23 | mislukken gedoemd. “Waar is een wijze? Waar een schriftgeleerde? 105 II, 2,23 | God wil verwezenlijken, is niet langer de wijsheid 106 II, 2,23 | mens voldoende, maar er is een bewuste stap naar het 107 II, 2,23 | uitgekozen: dat wat niets is, omdat wat iets is te vernietigen” ( 108 II, 2,23 | niets is, omdat wat iets is te vernietigen” (1Kor 1, 109 II, 2,23 | de wereld dat wat niets is, uitgekozen om dat wat iets 110 II, 2,23 | uitgekozen om dat wat iets is te vernietigen” (1Kor 1, 111 II, 2,23 | waarvan zij de draagster is. Wat een uitdaging voor 112 II, 2,23 | reeds uit zichzelf in staat is de onophoudelijke zelfoverstijging 113 III, 1,24 | tastenderwijs zouden vinden; Hij is immers niet ver van ieder 114 III, 1,24 | streven en het zoeken naar God is diep in het mensenhart gezaaid. 115 III, 1,24 | bewezen dat hij in staat is, aan dit diepste verlangen 116 III, 1,25 | voorwerp van dit verlangen is de waarheid. Zelfs het leven 117 III, 1,25 | iedereen erin geïnteresseerd is te ontdekken hoe, boven 118 III, 1,25 | in waarheid zijn. De mens is het enige wezen in de hele 119 III, 1,25 | dat niet alleen in staat is om te weten, maar ook weet 120 III, 1,25 | hetgeen voor hem zichtbaar is. De mens kan niet oprecht 121 III, 1,25 | hij ontdekt dat zij vals is, verwerpt hij haar; wanneer 122 III, 1,25 | waarheid ervan kan vaststellen, is hij tevreden. Dat is de 123 III, 1,25 | vaststellen, is hij tevreden. Dat is de leer van de H. Augustinus, 124 III, 1,25 | onderzoek op theoretisch gebied is het praktische. Want door 125 III, 1,25 | vast te houden.” 25 ~Het is dus nodig dat de aanvaarde 126 III, 1,25 | die boven hem uitgaan. Dat is een wezenlijke voorwaarde, 127 III, 1,26 | onvermijdelijkheid van onze dood is. Gegeven dit verontrustende 128 III, 1,26 | dit verontrustende feit is het zoeken naar een volledig 129 III, 1,26 | definitieve einde van zijn bestaan is, óf of er nog iets is dat 130 III, 1,26 | bestaan is, óf of er nog iets is dat over de dood heen reikt; 131 III, 1,26 | de dood van Socrates, en is het meer dan tweeduizend 132 III, 1,26 | lang daardoor getekend. Het is dus absoluut geen toeval 133 III, 1,27 | zoektocht af: of het mogelijk is, te komen tot een universele 134 III, 1,27 | als ze werkelijk waarheid is, universeel. Wat waar is, 135 III, 1,27 | is, universeel. Wat waar is, moet voor allen en voor 136 III, 1,27 | die niet meer onderworpen is aan de twijfel. De filosofen 137 III, 2,28 | zoeken naar de waarheid is inderdaad niet altijd zo 138 III, 2,28 | wegvlucht, omdat hij bang is voor haar eisen. Desondanks 139 III, 2,29 | 29. Het is ondenkbaar dat een zoeken 140 III, 2,29 | zoeken dat zo diep geworteld is in de menselijke natuur 141 III, 2,29 | verlangen naar de waarheid is zo diep geworteld in het 142 III, 2,29 | bestaan zou bedreigen. Het is tenslotte voldoende het 143 III, 2,29 | men ook daarom overtuigd is, omdat men de ervaring heeft, 144 III, 2,30 | 30. Het is misschien nuttig om deze 145 III, 2,30 | Zoals ik al gezegd heb, is iedere mens in zekere zin 146 III, 2,31 | 31. De mens is niet geschapen om alleen 147 III, 2,31 | naar de waarheid zoekt, is dus ook degene die leeft 148 III, 2,32 | verworven kennis. Daarin is een betekenisvolle spanning 149 III, 2,32 | van de persoon: wat hij is en wat hij van zijn innerlijk 150 III, 2,32 | veiligheid. tegelijkertijd is de kennis door het geloof, 151 III, 2,32 | martelaren. De martelaar is inderdaad de betrouwbaarste 152 III, 2,32 | gehoor en navolging. Dat is de reden waarom men op hun 153 III, 2,33 | de waarheid. Dit zoeken is niet alleen voor de toe-eigening 154 III, 2,33 | het denken vervat liggen is de mens in staat, een dergelijke 155 III, 2,33 | verstand bij zijn zoeken is aangewezen op de ondersteuning 156 III, 2,33 | Christus, die de waarheid is, erkent het geloof aldus 157 III, 2,33(28) | Dit is een thema dat ik al lang 158 III, 2,33(28) | gelegenheden gesproken heb. “‘Wat is de mens en waartoe dient 159 III, 2,33(28) | en waartoe dient hij? Wat is goed aan hem en wat slecht?’ ( 160 III, 2,33(28) | oplossing te zoeken die in staat is aan het leven een volle 161 III, 2,33(28) | menselijke natuur: dientengevolge is het antwoord erop de maatstaf 162 III, 2,33(28) | met rede begiftigd wezen is. Zij komt voort uit het 163 III, 2,34 | Jezus Christus openbaart, is niet in tegenspraak met 164 III, 2,34 | eenheid van de waarheid is reeds een fundamenteel postulaat 165 III, 2,34 | van de heilsgeschiedenis is. Een en dezelfde God, die 166 III, 2,34 | fundeert en garandeert, is identiek met God die zich 167 III, 2,34 | apostel doelt: “De waarheid is in Christus” (vgl. Ef 4, 168 III, 2,34 | 4,21; Kol 1, 15-20). Hij is het eeuwige Woord, waarin 169 III, 2,34 | waarin alles geschapen is, en tegelijk is hij het 170 III, 2,34 | geschapen is, en tegelijk is hij het vleesgeworden Woord, 171 III, 2,34 | Hem en door Hem geschapen is en dat daarom in Hem zijn 172 III, 2,35 | voortkomt, tegelijk een waarheid is, die in het licht van de 173 III, 2,35 | in deze dubbele betekenis is het namelijk mogelijk de 174 IV, 1,38 | tot de waarheid een goed is, dat het mogelijk maakt 175 IV, 1,38 | de wijsbegeerte uit; zij is een streven van de ziel, 176 IV, 1,38 | zuiverheid van het leven; ze is de wijsheid vriendelijk 177 IV, 1,38 | de Griekse wijsbegeerte is voor de Alexandrijn niet 178 IV, 1,38 | christelijke waarheid; haar opgave is veeleer de verdediging van 179 IV, 1,38 | behoefte aan enige afwerking is de leer van de Verlosser, 180 IV, 1,38 | goddelijke kracht en wijsheid is. Wanneer nu de Griekse wijsheid 181 IV, 1,39 | voorbeelden die men kan ontmoeten is Origenes zeker uitnemend. 182 IV, 1,41 | Academie en de Kerk?” 40 is een duidelijke aanwijzing 183 IV, 1,41 | denken bereiken. Daarom is het onrechtvaardig en oppervlakkig 184 IV, 1,42 | aartsbisschop van Kantelberg is de voorrang van het geloof 185 IV, 1,42 | dat aan het verstand eigen is. Dit is er namelijk niet 186 IV, 1,42 | het verstand eigen is. Dit is er namelijk niet toe geroepen, 187 IV, 1,42 | het daarvoor ongeschikt is, ook helemaal niet toe in 188 IV, 1,42 | toe in staat zijn. Veeleer is het zijn taak, een zin te 189 IV, 1,42 | zijn vermogen steeds groter is dan wat het daadwerkelijk 190 IV, 1,42 | zijnswijze ervan (...) Want is er iets dat zo onbegrijpelijk 191 IV, 1,42 | onbegrijpelijk en onuitsprekelijk is als dat wat boven alles 192 IV, 1,42 | als dat wat boven alles is? Als dus dat wat men tot 193 IV, 1,42 | van de nodige argumenten is vastgesteld, ofschoon men 194 IV, 1,42 | heeft (...) onbegrijpelijk is (rationabiliter comprehendit 195 IV, 2,43 | object van de wijsbegeerte is, kan bijdragen tot het begrip 196 IV, 2,43 | verklaren. Want het geloof is een soort “denkoefening”; 197 IV, 2,43 | geweten. 46 ~Om deze reden is de H. Thomas terecht door 198 IV, 2,44 | die wijsheid aan, die gave is van de heilige Geest en 199 IV, 2,44 | Jacobus het uitdrukt. Zo is ze ook anders dan het geloof. 200 IV, 2,44 | waarheid zo aan, zoals ze is: de gave van de wijsheid 201 IV, 2,44(50) | ad 1, dat een weerklank is van de bekende zin van de 202 IV, 2,44(50) | ware, wie het ook zegt, is van de heilige Geest”. ~ 203 IV, 2,44 | erkennen. Zijn filosofie is waarlijk de filosofie van 204 IV, 3,46 | vallen. Het gevolg daarvan is dat bepaalde wetenschappers, 205 IV, 3,46 | een logica die op de markt is gebaseerd, maar ook aan 206 IV, 3,46 | crisis van het rationalisme is tenslotte het nihilisme 207 IV, 3,46 | zoeken doel in zichzelf is, zonder enige hoop of mogelijkheid, 208 IV, 3,46 | de nihilistische uitleg is het bestaan alleen maar 209 IV, 3,46 | vergankelijk en voorlopig is. ~ 210 IV, 3,47 | wijsbegeerte zelf veranderd is. Van wijsheid en universele 211 IV, 3,47 | wijsheid en universele kennis is zij geleidelijk ineengeschrompeld 212 IV, 3,47 | van menselijke kennis; ze is zelfs in bepaald opzicht 213 IV, 3,47 | filosofische kennis bijzaak is. Deze vormen van rationaliteit 214 IV, 3,47 | macht. ~Hoe gevaarlijk het is deze weg te verabsoluteren, 215 IV, 3,47 | gevolgen tegen de mens zelf, al is het dan soms onrechtstreeks. 216 IV, 3,47 | verstand, dat niet langer is toegerust, het ware te kennen 217 IV, 3,48 | een voortgaande scheiding is tussen geloof en wijsgerige 218 IV, 3,48 | en wijsgerige rede. Wel is het juist, dat bij aandachtige 219 IV, 3,48 | geen universeel aanbod meer is. Het is een illusie te menen 220 IV, 3,48 | universeel aanbod meer is. Het is een illusie te menen dat 221 V, 1,49 | behulpzaam zijn. Ten diepste is de oorsprong van de autonomie 222 V, 1,49 | zijn wezen georiënteerd is op de waarheid en bovendien 223 V, 1,49 | en bovendien in zichzelf is toegerust met de voor het 224 V, 1,49 | die zich hiervan bewust is als van haar grondwet, moet 225 V, 1,49 | wijsgerige denken niet zelden is geraakt. Het is noch de 226 V, 1,49 | niet zelden is geraakt. Het is noch de taak, noch de bevoegdheid 227 V, 1,49 | betoog aan te vullen. Het is daarentegen zijn plicht 228 V, 1,50 | christelijke leer55. Het is vooral de opgave van het 229 V, 1,51 | worden dat de waarheid één is ofschoon haar formuleringen 230 V, 1,51 | God. ~In de huidige tijd is, gezien de verbreiding van 231 V, 1,51 | historische grenzen moeilijk is, dan kan het soms nog problematischer 232 V, 1,51 | hen verkeerd of gevaarlijk is. De Kerk weet echter dat 233 V, 1,52 | vaker heeft doen horen, dan is dat daarom, omdat in die 234 V, 1,52 | licht van het geloof kenbaar is. De positieve inhouden van 235 V, 1,54 | 54. Ook in onze eeuw is het leergezag herhaaldelijk 236 V, 1,55 | Van verschillende kanten is daaromtrent sprake van het ‘ 237 V, 1,55 | deze fideïstische tendens is het ‘biblicisme’ dat ertoe 238 V, 1,55 | de Overlevering aanwezig is73, gaat het met nadruk verder: “ 239 V, 1,55(72) | Dit geloof echter (...) is volgens de belijdenis van 240 V, 1,55(72) | door Hem geopenbaarde waar is, niet vanwege de door het 241 V, 1,55(72) | de rede nooitin staat is (deze mysteries) precies 242 V, 1,55(72) | praktische conclusie: “daarom is het niet alleen aan alle 243 V, 1,55 | Gods Woord die aan de Kerk is overgelaten. Vol aanhankelijkheid 244 V, 1,55 | De Heilige Schrift is dus niet het enige referentiepunt 245 V, 1,56 | een wereld die verdeeld is in zoveel specialismen is 246 V, 1,56 | is in zoveel specialismen is het zeer begrijpelijk dat 247 V, 1,56 | einde lopende millennium is, dat dàt de weg is die men 248 V, 1,56 | millennium is, dat dàt de weg is die men moet inslaan: de 249 V, 1,56 | niet verloren gaan! Het is het geloof dat het verstand 250 V, 1,56 | alles wat mooi, goed en waar is, iets te riskeren. Zo wordt 251 V, 2,57 | theologische wetenschap is. 78 Na meer dan een eeuw 252 V, 2,60 | mens ten volle zien wie hij is en onthult Hij hem de sublieme 253 V, 2,61 | tussenkomst over dit thema nodig is gebleken - waarbij men ook 254 V, 2,61 | wijsbegeerte als zodanig, is toe te schrijven. Met verwondering 255 V, 2,61 | tot de ‘menswetenschappen’ is ontstaan. Vaticanum II heeft 256 V, 2,62 | fundamenteel en onmisbaar is voor de structuur van de 257 V, 2,62 | priesterkandidaten. Het is niet toevallig dat het curriculum 258 V, 2,62 | tekenend voorbeeld hiervan is de invloed van de Disputationes 259 V, 2,63 | tegenover het geloof. Het is mijn taak om enkele beginselen 260 VI, 1,64 | plaats ter wereld; en de mens is van nature wijsgeer. De 261 VI, 1,64 | dat niet de bevoegdheid is van het leergezag, maar 262 VI, 1,65 | 65. Theologie is opgebouwd als een wetenschap 263 VI, 1,65 | Niet minder belangrijk is de bijdrage van de filosofie 264 VI, 1,66 | waarin de leer van de Kerk is gekaderd, maar ook en vooral 265 VI, 1,66 | die ware God en ware mens is, niet aanschouwelijk te 266 VI, 1,67 | rekenschap over het geloof is (vgl. 1Petr 3, 15), moeten 267 VI, 1,67 | een verstand dat in staat is in volle vrijheid zijn toestemming 268 VI, 1,68 | Want in het nieuwe verbond is het menselijk leven veel 269 VI, 1,69 | naar de natuurwetenschappen is in veel gevallen nuttig, 270 VI, 1,69 | zou willen onderstrepen, is de plicht om niet bij het 271 VI, 1,69 | wat de objectieve waarheid is”. 93 Niet de verschillende 272 VI, 1,70 | confrontatie met de culturen is een ervaring die de Kerk 273 VI, 1,70 | gemeente met dit probleem is omgegaan. De apostel schrijft: “ 274 VI, 1,70 | dichtbij gekomen. Want Hij is onze vrede. Hij verenigde 275 VI, 1,70 | verandering die bij de heidenen is opgetreden, die eens tot 276 VI, 1,70 | een aanbod voor allen: ze is niet meer tot de eigen aard 277 VI, 1,70 | zijn mysterie. Deze eenheid is zo diep, dat de Kerk met 278 VI, 1,71 | nieuwe. Welke verklaring is er voor deze dynamische 279 VI, 1,71 | dynamische krachten? Iedere mens is vervlochten met een cultuur, 280 VI, 1,71 | vervlochten met een cultuur, is ervan afhankelijk en beïnvloedt 281 VI, 1,71 | en beïnvloedt haar. Hij is tegelijk kind en vader van 282 VI, 1,71 | van de cultuur waarin hij is ingebed. In elk van zijn 283 VI, 1,71 | spanning die op voltooiing is gericht, en laat het doorschijnen. 284 VI, 1,71 | christenen het geloof (be-)leven is ook doordrongen van de cultuur 285 VI, 1,71 | van wat impliciet aanwezig is tot zijn volle ontplooiing 286 VI, 1,71 | wereld en in de culturen, is een echte vorm van bevrijding 287 VI, 1,72 | criteria hanteren. Het eerste is de universaliteit van de 288 VI, 1,72 | voortkomt uit het eerste, is aldus: wanneer de Kerk met 289 VI, 1,73 | het woord van God Waarheid is (vgl. Joh 17,17), kan het 290 VI, 1,73 | woord beter te verstaan. Het is niet zo maar een kwestie 291 VI, 1,73 | gebruikt; wat vooral van belang is, is dat de rede van de gelovige 292 VI, 1,73 | wat vooral van belang is, is dat de rede van de gelovige 293 VI, 1,73 | beter begrip daarvan. Het is alsof de rede, die zich 294 VI, 1,74 | voordelen heeft geput. Eén ding is zeker: aandacht voor de 295 VI, 1,74 | mensheid te stellen. Het is te hopen dat er nu en in 296 VI, 2,75 | onderscheiden. In de eerste plaats is er een wijsbegeerte die 297 VI, 2,75 | die volkomen onafhankelijk is van de Openbaring van het 298 VI, 2,75 | Openbaring van het evangelie: dit is de positie die de wijsbegeerte 299 VI, 2,75 | verwelkomt wat geopenbaard is, niet, maar vervolmaakt 300 VI, 2,75 | maar vervolmaakt die. ~Het is duidelijk dat deze legitieme 301 VI, 2,75 | zoals blijkt, niet legitiem is. Door de waarheid die aangeboden 302 VI, 2,76 | christelijke filosofie. Op zichzelf is de term geoorloofd, maar 303 VI, 2,76 | officiële filosofie van de Kerk is, aangezien het geloof als 304 VI, 2,76 | als zodanig geen filosofie is. De term tracht eerder een 305 VI, 2,76 | filosofisch speculeren dat vervat is in een dynamische vereniging 306 VI, 2,76 | door christelijke wijsgeren is ontwikkeld die er in hun 307 VI, 2,76 | twee aspecten. Het eerste is subjectief, in de zin dat 308 VI, 2,76 | metafysische vraag: “Waarom is er iets?” ~Daarnaast staat 309 VI, 2,76 | overgelaten. Onder deze waarheden is de notie van een vrije en 310 VI, 2,76 | persoonlijke God die de Schepper is van de wereld, een waarheid 311 VI, 2,76 | waarheid die zo cruciaal is geweest voor de ontwikkeling 312 VI, 2,76 | filosofie van het zijn. Er is ook de werkelijkheid van 313 VI, 2,76 | als een geestelijk wezen is een andere specifieke bijdrage 314 VI, 2,76 | openbaring. Niet toevallig is zij het fundament van een 315 VI, 2,77 | dat gevormd en onderwezen is om met begrippen en argumenten 316 VI, 2,77 | moderne filosofen het geval is. Zowel in het ene als in 317 VI, 2,78 | opvattingen te eisen. Het was en is ook thans de bedoeling van 318 VI, 2,78 | naar de waarheid zoeken, is. Want in zijn denken hebben 319 VI, 2,78 | menselijk denken ooit gekomen is, omdat hij in staat was 320 VI, 2,79 | oprijzen die in harmonie is met het woord van God. Zulk 321 VI, 2,79 | ons dit leren: “Geloven is niets anders dan denken 322 VI, 2,79 | Als het geloof niet denkt, is het niets”. 95 En verder: “ 323 VI, 2,79 | Als er geen instemming is, is er geen geloof, want 324 VI, 2,79 | Als er geen instemming is, is er geen geloof, want zonder 325 VII, 1,80 | ervaren, niet het absolute is: ze is noch ongeschapen, 326 VII, 1,80 | niet het absolute is: ze is noch ongeschapen, noch brengt 327 VII, 1,80 | zichzelf voort. Slechts God is de Absolute. Uit de pagina’ 328 VII, 1,80 | zichzelf niet voldoende is, leidt iedere illusie van 329 VII, 1,80 | in de materie afkomstig is, maar een wonde is die is 330 VII, 1,80 | afkomstig is, maar een wonde is die is toegebracht door 331 VII, 1,80 | is, maar een wonde is die is toegebracht door de ongeordende 332 VII, 1,80 | volmaakte verwerkelijking is van het menselijk bestaan. 333 VII, 1,80 | de bijbel wordt gevonden, is dat de wereld en het menselijk 334 VII, 1,81 | situatie de ‘zinscrisis’ is. De dikwijls wetenschappelijk 335 VII, 1,81 | vruchteloos. Nog dramatischer is het dat veel mensen, in 336 VII, 1,81 | diepere ‘introvertheid’ die is opgesloten binnen de grenzen 337 VII, 1,81 | Deze wijsheidsdimensie is tegenwoordig te meer nodig, 338 VII, 1,81 | geordend naar iets dat groter is dan een puur nuttigheidsdoel, 339 VII, 1,81 | iedere mens als persoon eigen is. Een filosofie die de mogelijkheid 340 VII, 1,82 | door Vaticanum II: “De rede is niet beperkt tot de verschijnselen 341 VII, 1,82 | verduisterd en verzwakt is.” 100 ~Een radicaal fenomenalistische 342 VII, 1,82 | woord van God te vinden is. De heilige Schrift neemt 343 VII, 1,82 | dat het individu, ook al is het schuldig aan dubbelzinnigheid 344 VII, 1,83 | wil zeggen: die in staat is boven de empirische gegevens 345 VII, 1,83 | het juist de metafysica is die het mogelijk maakt om 346 VII, 1,83 | element onderstreep, dan is dat omdat ik ervan overtuigd 347 VII, 1,83 | dat dit de te nemen weg is om de crisissituatie te 348 VII, 1,84 | taal van de mens in staat is om de goddelijke en transcendente 349 VII, 1,84 | verwoorden - analoog, dat is waar, maar daarom niet minder 350 VII, 1,84 | altijd een goddelijk woord is in menselijke taal, niet 351 VII, 1,84 | uitspraak die eenvoudigweg waar is; anders zou er geen openbaring 352 VII, 1,85 | brengen, dat de mens in staat is, te komen tot een uniforme 353 VII, 1,85 | visie op de wetenschap. Dit is een van de taken die het 354 VII, 1,85 | bezorgd over kunnen zijn? Het is het evangelie dat aan de 355 VII, 1,85 | In de huidige situatie is het daarom zeer betekenisvol 356 VII, 1,85 | Het beroep op de traditie is niet louter een herinnering 357 VII, 1,85 | en dat het niet aan ons is om er naar eigen goeddunken 358 VII, 1,86 | wijsbegeerte en de wijsbegeerte die is ontwikkeld in de christelijke 359 VII, 1,86 | de christelijke traditie, is bedoeld om het gevaar af 360 VII, 1,86 | Ik denk dat het gepast is om -zij het kort- daarop 361 VII, 1,86 | een wijze die aangepast is aan de opdracht. ~ 362 VII, 1,87 | 87. Eclecticisme is een methodische dwaling, 363 VII, 1,87 | verleden juist te verstaan is het nodig die te plaatsen 364 VII, 1,87 | beweren historicisten, is misschien niet waar in een 365 VII, 1,87 | formulering in zekere zin gebonden is aan tijd en cultuur, de 366 VII, 1,88 | rekening gehouden moet worden is het sciëntisme. Deze wijsgerige 367 VII, 1,88 | Niet minder teleurstellend is de wijze waarop het de andere 368 VII, 1,88 | ethische oordeel biedt, is de sciëntistische mentaliteit 369 VII, 1,88 | iets technisch mogelijk is, het daarom ook moreel toelaatbaar 370 VII, 1,88 | daarom ook moreel toelaatbaar is. ~ 371 VII, 1,89 | Niet minder gevaarlijk is het pragmatisme, een geesteshouding 372 VII, 1,89 | aanzienlijk. In het bijzonder is er een groeiende steun voor 373 VII, 1,89 | democratie die niet gefundeerd is op enige referentie aan 374 VII, 1,89 | een handeling toelaatbaar is of niet wordt beslist bij 375 VII, 1,90 | tegelijkertijd de verwerping is van alle grondslagen en 376 VII, 1,90 | het feit dat het strijdig is met de eisen en de inhoud 377 VII, 1,90 | inhoud van het woord van God, is nihilisme de ontkenning 378 VII, 1,90 | de mensen eenmaal ontzegd is, is het een illusie te trachten 379 VII, 1,90 | mensen eenmaal ontzegd is, is het een illusie te trachten 380 VII, 1,90(106) | vandaag, na tweeduizend jaar, is Christus Degene die de mens 381 VII, 1,90(106) | vrijheid brengt die gegrondvest is op de waarheid; Hij die 382 VII, 1,91 | erfgoed aan kennis inderdaad is verrijkt op verschillende 383 VII, 1,91 | van de rede. ~Onze tijd is door sommige denkers aangeduid 384 VII, 1,91 | wijsgerige veld, maar hij is wat tweeduidig gebleven, 385 VII, 1,91 | wordt genoemd soms positief is en soms negatief, alsook 386 VII, 1,91 | nog geen overeenstemming is over de delicate kwestie 387 VII, 1,91 | historische tijdvakken. Eén ding is echter duidelijk: de denkstromingen 388 VII, 1,91 | Volgens sommigen van hen is de tijd van zekerheden onherroepelijk 389 VII, 1,91 | voorlopig en vergankelijk is. In hun vernietigende kritiek 390 VII, 1,91 | bekoring van de wanhoop is. ~Niettemin blijft het waar 391 VII, 2,92 | concilie? Hij zei toen: “Het is nodig dat men tegemoet komt 392 VII, 2,92 | wijze bekend wordt; het is nodig dat de mensen afzonderlijk 393 VII, 2,92 | onderwezen en gevormd worden; het is nodig dat de zekere en onveranderlijke 394 VII, 2,92 | geopenbaarde heilsplanis. 108 ~Deze taak, die in 395 VII, 2,92 | De Waarheid, die Christus is, legt zichzelf op als een 396 VII, 2,92 | geldige waarheid te kennen is geenszins een aanmoediging 397 VII, 2,92 | intolerantie; integendeel, het is de essentiële voorwaarde 398 VII, 2,92 | personen. Alleen op deze basis is het mogelijk om de scheidende 399 VII, 2,92(109) | niet kunnen verdragen”, is noodzakelijk verbonden met 400 VII, 2,92(109) | waarheidniet alleen verbonden is met het scandalum Crucis, 401 VII, 2,92(109) | aangezien het het geloof is dat de mens binnenleidt 402 VII, 2,92(109) | door het geloof: en dit is het werk van de Geest der 403 VII, 2,93 | dat de theologie nastreeft is begrip van de openbaring 404 VII, 2,93 | Vanuit dit perspectief is een zorgvuldige analyse 405 VII, 2,94 | en onvervalste waarheid is, die de teksten willen meedelen, 406 VII, 2,94 | bijzonder de evangelies betreft, is hun waarheid zeker niet 407 VII, 2,95 | laten zien hoe het mogelijk is om van de historische omstandigheden 408 VII, 2,95 | omstandigheden uitstijgt. ~De mens is in staat om met behulp van 409 VII, 2,96 | 96. Dit te zien is een glimp van de oplossing 410 VII, 2,96 | Humani generis. 112 ~Het is een ingewikkeld probleem 411 VII, 2,96(112) | Het is duidelijk dat de Kerk zich 412 VII, 2,96(112) | overeenstemming in eeuwenlange arbeid is opgesteld, om enigszins 413 VII, 2,96(112) | geest, door de Kerk. Daarom is het niet verbazend dat enkele 414 VII, 2,96(112) | vastgelegd, zodat het verkeerd is om daarvan afstand te nemen”: 415 VII, 2,96 | probleem bestaat, zeker; maar is oplosbaar. Bovendien sluit 416 VII, 2,96 | betekenis vaak onvolmaakt is. Daarom kan wijsgerige speculatie 417 VII, 2,97 | interpretatie van de bronnen is een belangrijke opgave voor 418 VII, 2,97 | delicatere en meer eisende taak is het verstaan van de geopenbaarde 419 VII, 2,97 | maar gedragsregels waren, is reeds afgewezen en verworpen; 114 420 VII, 2,97 | burgerlijke maatschappijen is opgebouwd, zouden het gevaar 421 VII, 2,97 | De filosofie van het zijn is binnen het kader van de 422 VII, 2,97 | communicatieve structuren. Ze is sterk en bestendig omdat 423 VII, 2,98 | de moraaltheologie. Het is zeker zo dringend nodig 424 VII, 2,98 | wetenschappelijk gebied is het morele geweten van de 425 VII, 2,98 | goede verloren was gegaan, is onvermijdelijk ook het begrip 426 VII, 2,98 | de persoon wiens taak het is, om de algemene kennis van 427 VII, 2,98 | te handelen. Deze visie is niets anders dan een individualistische 428 VII, 2,98 | de anderen verschillend is”. 116 ~In de hele encycliek 429 VII, 2,98 | filosofische ethiek die gericht is op de waarheid van het goede; 430 VII, 2,98 | subjectivistisch noch utilitaristisch is. De gewenste ethiek impliceert 431 VII, 2,98 | noodzakelijkerwijze verbonden is met de christelijke heiligheid 432 VII, 2,98 | waarvoor zij competent is: de vrede, sociale rechtvaardigheid, 433 VII, 2,99 | Verkondiging of kerygma is een oproep tot bekering, 434 VII, 2,99 | want alleen in Christus is het mogelijk om de volheid 435 VII, 2,99 | 2,4-6). ~In dit verband is het goed te begrijpen waarom 436 VII, 2,99 | gelovigen. 119 Het resultaat is een unieke verbinding van 437 VII, 2,99 | verzameling begripswaarheden is, maar het mysterie van de 438 Slot, 0,101 | mensheid. Begiftigd als zij is met een openheid en oorspronkelijkheid 439 Slot, 0,101 | verdieping het verstand geroepen is. ~In het licht van deze 440 Slot, 0,101(123)| hij in hechte vereniging is met de zending van het onderricht 441 Slot, 0,101(123)| de Kerk verantwoordelijk is”: Johannes Paulus II, encycliek 442 Slot, 0,102 | het evangelie bevat. Er is vandaag geen voorbereiding 443 Slot, 0,102 | wijsbegeerte die ook ware wijsheid is, zal de mens van vandaag 444 Slot, 0,103 | 103. Wijsbegeerte is bovendien de spiegel die 445 Slot, 0,104 | Het filosofische denken is vaak het enige terrein voor 446 Slot, 0,104 | terrein van begrip en dialoog is tegenwoordig des te belangrijker, 447 Slot, 0,105 | theologische en wijsgerige wijsheid is een van de meest originele 448 Slot, 0,105 | wel of niet in harmonie is met het woord van God. Laten 449 Slot, 0,106 | die zij hebben afgelegd is vooral in deze eeuw gestoten 450 Slot, 0,106 | persoon. De wetenschapper is er zich zeer wel van bewust, 451 Slot, 0,107 | zijn absoluut eigen heer is, die autonoom over zijn 452 Slot, 0,107 | ontplooit en dat hij geroepen is tot liefde en kennis. Daarin 453 Slot, 0,108 | leven een echte parabel is die mijn overweging van 454 Slot, 0,108 | kan verlichten. Want er is een diepe harmonie te bespeuren


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License