Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | ontmoeting en het gesprek met de waarheid geleid heeft. Een weg die
2 Inl, 0,1 | getuigenis van een fundamentele waarheid die als minste regel door
3 Inl, 0,2 | Paasdag waarop zij de laatste waarheid over het leven van de mens
4 Inl, 0,2 | Jezus Christus “de Weg, de Waarheid en het Leven” is (Joh 14,
5 Inl, 0,2 | blijken: de dienst aan de waarheid.1 Deze zending maakt enerzijds
6 Inl, 0,2 | mensheid volbrengt om de waarheid te bereiken2; anderzijds
7 Inl, 0,2(1) | samen met Hem de goddelijke waarheid in de Kerk. De verantwoordelijkheid
8 Inl, 0,2(1) | verantwoordelijkheid voor deze waarheid betekent ook, dat wij haar
9 Inl, 0,2 | besef dat iedere verworven waarheid steeds slechts een etappe
10 Inl, 0,2 | de weg naar die volledige waarheid, die in de laatste openbaring
11 Inl, 0,3 | vooruitgang in de kennis van de waarheid te bevorderen en zo zijn
12 Inl, 0,3 | dat het streven naar de waarheid tot de natuur van de mens
13 Inl, 0,4 | door het streven de laatste waarheid over het bestaan te ontdekken,
14 Inl, 0,4 | zijn vermogen om God, de waarheid en het goede te kennen;
15 Inl, 0,5 | geloof te verdiepen en om de waarheid van het evangelie aan allen
16 Inl, 0,5 | het zoeken naar de laatste waarheid vaak vertroebeld blijkt.
17 Inl, 0,5 | geroepen is, zich tot de waarheid te richten die boven hem
18 Inl, 0,5 | Zonder betrekking tot deze waarheid blijft ieder afhankelijk
19 Inl, 0,5 | menselijke oriëntatie op de waarheid zo goed mogelijk te verwoorden,
20 Inl, 0,5 | avontuur aan te gaan, tot de waarheid van het zijn te komen. De
21 Inl, 0,5 | die de mens heeft om de waarheid te kennen, gaf zij er de
22 Inl, 0,5 | gebrek aan vertrouwen in de waarheid. Ook sommige oosterse levensovertuigingen
23 Inl, 0,5 | ontzegt men namelijk aan de waarheid haar exclusieve karakter.
24 Inl, 0,5 | van de opvatting dat de waarheid in verschillende, ja zelfs
25 Inl, 0,5 | de radicale vraag naar de waarheid van het leven als persoon,
26 Inl, 0,6 | van het nadenken over de waarheid opnieuw bekrachtigen. Daarom
27 Inl, 0,6 | zending deel “openlijk de waarheid” (2 Kor 4,2) te verkondigen,
28 Inl, 0,6 | verschillende aspecten van de waarheid is, alsook tot alle mensen
29 Inl, 0,6 | goddelijke en katholieke waarheid” zijn3. Getuigen van de
30 Inl, 0,6 | zijn3. Getuigen van de waarheid is dus een taak die aan
31 Inl, 0,6 | aandacht juist op het thema waarheid en op haar grondslag in
32 Inl, 0,6 | drukken, de blik van de waarheid hebben afgewend en aan onmiddellijk
33 Inl, 0,6 | wijzen op het zoeken naar de waarheid, moet met alle kracht haar
34 I, 1,8 | is de uitdrukking van een waarheid die stoelt op het feit van
35 I, 1,8 | openbarende God zelf, een waarheid die zeker is, omdat God
36 I, 1,9 | Concilie leert dus, dat de waarheid die verkregen is door wijsgerig
37 I, 1,9 | door wijsgerig denken en de waarheid van de Openbaring noch zich
38 I, 1,9 | volheid van de genade en waarheid’ (vgl. Joh 1,14) erkent,
39 I, 1,10 | is, de meest innerlijke waarheid”. 8 ~
40 I, 1,11 | vooruitlopen. (vgl. Hebr 1, 2). ~De waarheid, die God aan de mens over
41 I, 1,11 | gegaan, zodat de geopenbaarde waarheid dankzij het onophoudelijke
42 I, 1,11 | volheid van de goddelijke waarheid, totdat in haar Gods woorden
43 I, 1,12 | tot uitdrukking gekomen waarheid is aldus niet meer opgesloten
44 I, 1,12 | wordt de mens de laatste waarheid over zijn leven en over
45 I, 2,13 | gewezen op een fundamentele waarheid van het christendom. Daarin
46 I, 2,13 | dat hij geheel en al de waarheid erkent van hetgeen geopenbaard
47 I, 2,13 | door hem niet opeisbare waarheid voegt zich in het kader
48 I, 2,13 | vrijheid de zekerheid van de waarheid bereikt en besluit in haar
49 I, 2,13 | ertoe om grondiger naar de waarheid te zoeken en het de rede
50 I, 2,13 | dus reeds een verborgen waarheid aanwezig, waarnaar de rede
51 I, 2,13(15) | onderworpen is aan de ongeschapen waarheid, zijn wij verplicht in het
52 I, 2,13 | gebleven, zo onderscheidt zijn waarheid zich uiterlijk niet van
53 I, 2,14 | een universele en laatste waarheid, die het menselijk verstand
54 I, 2,15 | 15. De waarheid van de christelijke openbaring,
55 I, 2,15 | het echter in naam van de waarheid, zich open te stellen voor
56 I, 2,15 | verhouding van vrijheid en waarheid haar hoogtepunt en begrijpt
57 I, 2,15 | de Heer: “Dan zult u de waarheid kennen, en de waarheid zal
58 I, 2,15 | de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken” (Joh 8,
59 I, 2,15 | doordat hij de weg van de waarheid gaat. De woorden uit het
60 I, 2,15 | binnenste van de mens woont de waarheid]. 21 ~In het licht van deze
61 I, 2,15 | conclusie naar boven: de waarheid, die de openbaring ons laat
62 I, 2,15 | aangenomen. Deze geopenbaarde waarheid is de in onze geschiedenis
63 II, 1,16 | presenteert als degene die de waarheid bemint en die naar haar
64 II, 1,17 | verstand te zoeken naar de waarheid, en daarin bestaat zijn
65 II, 1,18 | hij af staat van de volle waarheid over de dingen, hun oorsprong
66 II, 1,20 | door het verstand tot de waarheid, omdat hij tegelijk met
67 II, 2,21 | kracht om zijn weg naar de waarheid te vervolgen, put hij uit
68 II, 2,22 | brengt daarmee een diepe waarheid tot uitdrukking: door de
69 II, 2,22 | af de weg naar de volle waarheid zouden belemmeren. Het menselijke
70 II, 2,22 | menselijke vermogen om de waarheid te kennen werd sindsdien
71 II, 2,22 | bron en oorsprong van de waarheid is. Weer is het de apostel
72 II, 2,23 | Paulus als criterium van de waarheid en daarmee van het heil. ~
73 II, 2,23 | de universaliteit van de waarheid, waarvan zij de draagster
74 II, 2,23 | zelfoverstijging van de mens naar de waarheid, te erkennen, kan zich met
75 II, 2,23 | zichzelf wijsmaken dat zij de waarheid bezitten, terwijl ze haar
76 II, 2,23 | de oneindige zee van de waarheid. Hier blijkt duidelijk de
77 III, 1 | Op De Zoektocht Naar De Waarheid~
78 III, 1,24 | De apostel brengt een waarheid naar voren die de Kerk steeds
79 III, 1,25 | van dit verlangen is de waarheid. Zelfs het leven van alledag
80 III, 1,25 | woord uit, de dingen in waarheid zijn. De mens is het enige
81 III, 1,25 | belang in de feitelijke waarheid van hetgeen voor hem zichtbaar
82 III, 1,25 | ongeïnteresseerd zijn in de waarheid van zijn kennis. Wanneer
83 III, 1,25 | wanneer hij daarentegen de waarheid ervan kan vaststellen, is
84 III, 1,25 | dit geval gaat het om de waarheid. Deze overtuiging heb ik
85 III, 1,25 | zijn weg van zoeken naar waarheid gerespecteerd te worden,
86 III, 1,25 | morele verplichting om de waarheid te zoeken en de eenmaal
87 III, 1,25 | zoeken en de eenmaal erkende waarheid vast te houden.” 25 ~Het
88 III, 1,25 | natuur kunnen voltooien. Deze waarheid van de waarden vindt de
89 III, 1,26 | 26. De waarheid presenteert zich bij de
90 III, 1,26 | die in het licht van de waarheid onverklaarbaar lijken, volstaan
91 III, 1,26 | de eerste absoluut zekere waarheid van ons bestaan, buiten
92 III, 1,26 | Ieder wil - en moet - de waarheid over zijn einde kennen.
93 III, 1,27 | een universele en absolute waarheid of niet. Op zich blijkt
94 III, 1,27 | niet. Op zich blijkt iedere waarheid, ook deelwaarheid, als ze
95 III, 1,27 | deelwaarheid, als ze werkelijk waarheid is, universeel. Wat waar
96 III, 1,27 | een als definitief erkende waarheid, die een zekerheid brengt
97 III, 1,27 | der eeuwen geprobeerd zo’n waarheid te ontdekken en uit te drukken,
98 III, 1,27 | tot de zekerheid van de waarheid en haar absolute waarde. ~
99 III, 2 | verschillende gezichten van de waarheid van de mens~
100 III, 2,28 | 28. Het zoeken naar de waarheid is inderdaad niet altijd
101 III, 2,28 | andere belangen kunnen de waarheid onderdrukken. Het komt voor
102 III, 2,28 | hij maar een glimp van de waarheid heeft gezien, spoorslags
103 III, 2,28 | Desondanks beïnvloedt de waarheid, ook als hij haar mijdt,
104 III, 2,28 | definiëren als degene die naar de waarheid zoekt. ~
105 III, 2,29 | Het vermogen om naar de waarheid te zoeken en vragen te stellen
106 III, 2,29 | worden van het zoeken naar de waarheid op het gebied van de laatste
107 III, 2,29 | vragen. Het verlangen naar de waarheid is zo diep geworteld in
108 III, 2,29 | zijn antwoorden van welker waarheid men ook daarom overtuigd
109 III, 2,29 | Zeker bezit niet iedere waarheid die verkregen wordt, dezelfde
110 III, 2,29 | mens, fundamenteel tot de waarheid te komen, bevestigd. ~
111 III, 2,30 | verschillende vormen van de waarheid in het vervolg kort te vermelden.
112 III, 2,30 | Jezus Christus geopenbaarde waarheid. Alvorens deze vraag te
113 III, 2,31 | mens, een wezen dat naar de waarheid zoekt, is dus ook degene
114 III, 2,32 | veeleer naar de eigenlijke waarheid van de persoon: wat hij
115 III, 2,32 | abstracte kennis van de waarheid, maar ook in een levende
116 III, 2,32 | niet zonder relatie met de waarheid: de gelovige mens vertrouwt
117 III, 2,32 | vertrouwt zich toe aan de waarheid die de ander hem verkondigt. ~
118 III, 2,32 | betrouwbaarste getuige van de waarheid over het bestaan. Hij weet,
119 III, 2,32 | ontmoeting met Jezus Christus de waarheid over zijn leven heeft gevonden;
120 III, 2,32 | brengen, de instemming met de waarheid te herroepen, die hij in
121 III, 2,33 | zoekt van nature naar de waarheid. Dit zoeken is niet alleen
122 III, 2,33 | zoektocht streeft naar een waarheid aan gene zijde, die in staat
123 III, 2,33 | in staat, een dergelijke waarheid te ontmoeten en haar te
124 III, 2,33 | zijn bestaan essentiële waarheid wordt niet alleen langs
125 III, 2,33 | zekerheid en echtheid van de waarheid kunnen garanderen. Het vermogen
126 III, 2,33 | zoektocht: de zoektocht naar de waarheid en de zoektocht naar een
127 III, 2,33 | In Jezus Christus, die de waarheid is, erkent het geloof aldus
128 III, 2,33(28) | verlangen van de mens naar de waarheid en vormt de grondslag van
129 III, 2,34 | 34. Deze ‘waarheid’, die God ons in Jezus Christus
130 III, 2,34 | leiden integendeel tot de waarheid in haar volheid. De eenheid
131 III, 2,34 | volheid. De eenheid van de waarheid is reeds een fundamenteel
132 III, 2,34 | natuurlijke en geopenbaarde waarheid vindt haar levende en personele
133 III, 2,34 | waarop de apostel doelt: “De waarheid is in Christus” (vgl. Ef
134 III, 2,34 | Hem openbaart de “volle waarheid” zich (vgl. Joh 1, 14-16)
135 III, 2,35 | verhouding tussen geopenbaarde waarheid en wijsbegeerte. Deze verhouding
136 III, 2,35 | dubbele overweging, omdat de waarheid die uit de openbaring voortkomt,
137 III, 2,35 | voortkomt, tegelijk een waarheid is, die in het licht van
138 III, 2,35 | verhouding van de geopenbaarde waarheid tot het wijsgerige kennen
139 IV, 1,37 | opvatting die eiste dat de waarheid van de openbaring onderschikt
140 IV, 1,38 | recht op toegang tot de waarheid. Het christendom had na
141 IV, 1,38 | opvatting betrof het thema waarheid. Het elitaire karakter dat
142 IV, 1,38 | omdat de toegang tot de waarheid een goed is, dat het mogelijk
143 IV, 1,38 | kunnen gaan. De wegen om de waarheid te bereiken zijn talrijk;
144 IV, 1,38 | aangezien de christelijke waarheid heilswaarde bezit, elk van
145 IV, 1,38 | versterking van de christelijke waarheid; haar opgave is veeleer
146 IV, 1,38 | erbij komt, maakt zij de waarheid weliswaar niet effectiever,
147 IV, 1,38 | listige aanvallen tegen de waarheid afslaat, heeft men haar
148 IV, 1,40 | teleurgesteld. Toen dan de waarheid van het christelijk geloof
149 IV, 1,41 | hoogste goed en de hoogste waarheid. De Kerkvaders ontzagen
150 IV, 1,42 | kennis. Wie leeft voor de waarheid, streeft naar een vorm van
151 IV, 1,42 | sum” 42. Het streven naar waarheid drijft het verstand er dus
152 IV, 2,43 | hoogste mate de moed tot de waarheid, de vrijheid van geest,
153 IV, 2,44 | oordeel op basis van de waarheid van het geloof: “De wijsheid,
154 IV, 2,44 | geloof neemt de goddelijke waarheid zo aan, zoals ze is: de
155 IV, 2,44 | mogelijk volgens de goddelijke waarheid.” 49 ~De voorrang die hij
156 IV, 2,44 | Thomas onbaatzuchtig van de waarheid. Hij zocht haar overal,
157 IV, 2,44 | hem de hartstocht voor de waarheid erkend en gewaardeerd; zijn
158 IV, 2,44 | objectieve en transcendente waarheid bleef, “toppen die de menselijke
159 IV, 2,44 | met recht “Apostel van de waarheid” 52 genoemd worden. Omdat
160 IV, 2,44 | voorbehoud zijn aandacht op de waarheid richtte, kon hij in zijn
161 IV, 3,46 | mogelijkheid, het doel van de waarheid ooit te bereiken. Volgens
162 IV, 3,47 | op de beschouwing van de waarheid en het zoeken naar het uiteindelijke
163 IV, 3,47 | filosofen het opgegeven de waarheid omwille van haarzelf te
164 IV, 3,48 | helpen om de weg van de waarheid te ontdekken. Deze aanzetten
165 V, 1 | Leergezag Als Dienst Aan De Waarheid~
166 V, 1,49 | garantie zijn dat zij op de waarheid gericht blijft en naar de
167 V, 1,49 | gericht blijft en naar de waarheid streeft met een door het
168 V, 1,49 | wezen georiënteerd is op de waarheid en bovendien in zichzelf
169 V, 1,49 | inzichten van de geopenbaarde waarheid respecteren. ~Toch heeft
170 V, 1,50 | zijn met de geopenbaarde waarheid en tegelijkertijd de eisen
171 V, 1,50 | haar behoede geopenbaarde waarheid. Wij bisschoppen hebben,
172 V, 1,50 | opdracht, “getuigen van de waarheid” te zijn, bij de uitoefening
173 V, 1,51 | oog gehouden worden dat de waarheid één is ofschoon haar formuleringen
174 V, 1,51 | aanspraak op maken de totale waarheid te bevatten; dit geldt ook
175 V, 1,53 | fideïsme de eenheid van de waarheid te onderstrepen en daarmee
176 V, 1,54 | goddelijke en menselijke waarheid te beschermen en haar in
177 V, 1,54 | valse opinies een korreltje waarheid verborgen ligt, tenslotte
178 V, 1,55 | tot enig criterium van de waarheid te maken. Zo komt men ertoe
179 V, 1,55(72) | rede doorgronde intrinsieke waarheid van de dingen, maar vanwege
180 V, 1,55(72) | bedrieglijke schijn van waarheid uitstralen”: ibid., IV:
181 V, 1,55 | schuilt in de opzet om de waarheid van de heilige Schrift naar
182 V, 1,56 | bij hen die denken dat de waarheid geboren wordt uit overeenstemming
183 V, 1,56 | hartstocht voor de uiteindelijke waarheid en de wens, haar te zoeken,
184 V, 2,63 | wijsgerige zoektocht naar de waarheid. Daaruit ontstaat voor het
185 VI, 1,66 | worden dat de goddelijke waarheid, “die ons in de door de
186 VI, 1,66 | intellectus fidei legt deze waarheid uit doordat hij niet alleen
187 VI, 1,66 | impliciet een op de objectieve waarheid gefundeerde filosofie van
188 VI, 1,67 | om uitdrukkelijk en naar waarheid ook te spreken van datgene
189 VI, 1,67 | verstand dat oprecht naar de waarheid zoekt” volledig de weg kunnen
190 VI, 1,67(90) | oprechte zoeken naar de waarheid volledig de weg kan wijzen.”
191 VI, 1,69 | maar wat de objectieve waarheid is”. 93 Niet de verschillende
192 VI, 1,69 | meningen maar alleen de waarheid kan de theologie behulpzaam
193 VI, 1,70 | de door Hem geopenbaarde waarheid door te geven, bracht de
194 VI, 1,70 | zin wordt een geweldige waarheid beschreven: de ontmoeting
195 VI, 1,70 | wijzen van toenadering tot de waarheid; ze blijken zonder twijfel
196 VI, 1,71 | geopenbaarde, onveranderlijke waarheid van God. Zo plant in de
197 VI, 1,71 | volle ontplooiing in de waarheid wordt begunstigd. ~Dit betekent
198 VI, 1,71 | een oproep tot de volle waarheid. Bij deze ontmoeting wordt
199 VI, 1,71 | stellen voor het nieuwe dat de waarheid van het evangelie bevat,
200 VI, 1,73 | anderzijds het woord van God Waarheid is (vgl. Joh 17,17), kan
201 VI, 1,73 | menselijke zoeken naar de waarheid - d.w.z. filosofie die zich
202 VI, 1,73 | gebruikt in het zoeken naar de waarheid, in een beweging die gaat
203 VI, 1,73 | afdwalen van de geopenbaarde Waarheid en tenslotte van de pure,
204 VI, 1,73 | van de pure, eenvoudige waarheid. Ze wordt daarentegen aangespoord
205 VI, 1,74 | zowel het zoeken naar de waarheid als aan de poging om de
206 VI, 2,75 | Als een zoeken naar de waarheid binnen de natuurlijke orde
207 VI, 2,75 | niet legitiem is. Door de waarheid die aangeboden wordt door
208 VI, 2,75 | een diepere kennis van de waarheid verspert. ~
209 VI, 2,76 | Schepper is van de wereld, een waarheid die zo cruciaal is geweest
210 VI, 2,76 | menselijke zoektocht naar de waarheid. ~Tot de objectieve elementen
211 VI, 2,76 | uitdagen te erkennen dat er waarheid en rationaliteit zijn die
212 VI, 2,76 | naar nieuwe aspecten van de waarheid. Men zou kunnen zeggen dat
213 VI, 2,77 | begrijpbaarheid en de universele waarheid van haar aanspraken te bevestigen.
214 VI, 2,78 | voorbeeld voor allen die naar de waarheid zoeken, is. Want in zijn
215 VI, 2,79 | haar eigen beginselen; de waarheid echter kan slechts één zijn.
216 VI, 2,79 | zelf biedt de geopenbaarde waarheid de volheid van het licht
217 VI, 2,79 | leiden door het gezag van de waarheid alleen, zodat er een filosofie
218 VII, 1,81 | werkelijke hartstocht voor de waarheid. ~Om in harmonie te zijn
219 VII, 1,82 | zijn totale en definitieve waarheid, op het zijn zelf van het
220 VII, 1,82 | menselijke vermogen om de waarheid te kennen verifieert, om
221 VII, 1,82 | een kennis die objectieve waarheid kan bereiken door middel
222 VII, 1,82 | de heldere en eenvoudige waarheid kan bevatten. De Bijbel,
223 VII, 1,83 | bij haar zoeken naar de waarheid iets absoluuts te bereiken,
224 VII, 1,83 | dat de werkelijkheid en de waarheid boven het feitelijke en
225 VII, 1,83 | werkelijkheid voor hem: in waarheid, in schoonheid, in zedelijke
226 VII, 1,83 | waarde van de geopenbaarde waarheid omvattend uit te drukken. ~
227 VII, 1,85 | versplinterde benadering van de waarheid en een daaruit volgende
228 VII, 1,86 | bij aan het zoeken naar de waarheid en oefent het verstand niet,
229 VII, 1,87 | luidt daarentegen dat de waarheid van een filosofie bepaald
230 VII, 1,87 | aan tijd en cultuur, de waarheid of de valsheid ervan in
231 VII, 1,90 | loochening van alle objectieve waarheid. Helemaal los van het feit
232 VII, 1,90 | contact met de objectieve waarheid en daarmee met de eigenlijke
233 VII, 1,90 | eenzaamheid zonder hoop. Als de waarheid aan de mensen eenmaal ontzegd
234 VII, 1,90 | trachten hen vrij te maken. Waarheid en vrijheid gaan ofwel samen
235 VII, 1,90(106) | Jansevangelie: “Jullie zullen de waarheid kennen, en de waarheid zal
236 VII, 1,90(106) | de waarheid kennen, en de waarheid zal jullie vrijmaken” (8,
237 VII, 1,90(106) | oprechtheid tegenover de waarheid als voorwaarde voor een
238 VII, 1,90(106) | niet de bodem raakt van de waarheid over mens en wereld. Ook
239 VII, 1,90(106) | die gegrondvest is op de waarheid; Hij die de mens bevrijdt
240 VII, 2,92 | ogen richten op de laatste waarheid, die haar met de openbaring
241 VII, 2,92 | object van zijn arbeid “de Waarheid, namelijk de levende God
242 VII, 2,92 | doorgevoerde arbeid, opdat de waarheid weer gekend en tot uitdrukking
243 VII, 2,92 | uitdrukking wordt gebracht. De Waarheid, die Christus is, legt zichzelf
244 VII, 2,92 | achten een universeel geldige waarheid te kennen is geenszins een
245 VII, 2,92 | naar de hele, ongedeelde waarheid, terwijl we die paden volgen
246 VII, 2,92(109) | Vertrooster, de Geest van de waarheid, als Degene die zal “onderwijzen”
247 VII, 2,92(109) | zal u leiden in de volle waarheid”. Dit “leiden in de volle
248 VII, 2,92(109) | Dit “leiden in de volle waarheid”, dat verwijst naar wat
249 VII, 2,92(109) | dit “leiden in de volle waarheid” niet alleen verbonden is
250 VII, 2,92(109) | Het ‘leiden in de volle waarheid’ wordt daarom bereikt in
251 VII, 2,92(109) | het werk van de Geest der waarheid en het resultaat van zijn
252 VII, 2,93 | vandaar zal Hij de Geest der waarheid uitzenden, om zijn Kerk
253 VII, 2,94 | verhouding tussen betekenis en waarheid. Zoals iedere andere tekst
254 VII, 2,94 | die betekenis zich als de waarheid over God, die door God zelf
255 VII, 2,94 | menswording weerspiegelt, zijn waarheid meedeelt. 110 De theoloog
256 VII, 2,94 | de diepe en onvervalste waarheid is, die de teksten willen
257 VII, 2,94 | evangelies betreft, is hun waarheid zeker niet beperkt tot de
258 VII, 2,94 | gebeurtenissen waarvan de waarheid achter het gewone historische
259 VII, 2,94 | heilsgeschiedenis. Deze waarheid wordt volledig uitgewerkt
260 VII, 2,94(111) | Instructie over de Historische Waarheid van de Evangelies : AAS
261 VII, 2,95 | onveranderlijke en definitieve waarheid. Dit werpt de vraag op hoe
262 VII, 2,95 | de universaliteit van de waarheid kan verzoenen met de onvermijdelijke
263 VII, 2,95 | van de formules die deze waarheid uitdrukken. De standpunten
264 VII, 2,95 | zich ontwikkelden naar de waarheid die zij uitdrukken over
265 VII, 2,95 | uitdrukken over te gaan, een waarheid die boven die omstandigheden
266 VII, 2,95 | verschijnsel taal uitgaan. De waarheid kan nooit beperkt worden
267 VII, 2,96 | kenniswaarde houden en daarmee de waarheid van de zinnen waarin zij
268 VII, 2,96(113) | bepaalde soorten ervan) de waarheid niet op bepaalde wijze zouden
269 VII, 2,97 | verstaan van de geopenbaarde waarheid, respectievelijk het proces
270 VII, 2,98 | uit een “crisis omtrent de waarheid”. “Nadat de idee van een
271 VII, 2,98 | verstand kenbare universele waarheid over het goede verloren
272 VII, 2,98 | geconfronteerd ziet met zijn waarheid, die van de waarheid van
273 VII, 2,98 | zijn waarheid, die van de waarheid van de anderen verschillend
274 VII, 2,98 | fundamentele rol die aan de waarheid toekomt op het gebied van
275 VII, 2,98 | problemen betreft verlangt deze waarheid van de kant van de moraaltheologie
276 VII, 2,98 | kunnen vervullen, moet de waarheid zich bedienen van een filosofische
277 VII, 2,98 | ethiek die gericht is op de waarheid van het goede; een ethiek
278 VII, 2,99 | door de bekendmaking van de waarheid van Christus, die haar hoogtepunt
279 VII, 2,99 | mogelijk om de volheid van de waarheid die redt, te kennen (vgl.
280 VII, 2,99 | dat de betrekking tussen waarheid en leven, tussen gebeurtenis
281 VII, 2,99 | gebeurtenis en doctrinaire waarheid, en bovenal tussen transcendente
282 VII, 2,99 | bovenal tussen transcendente waarheid en menselijk begrijpbare
283 VII, 2,99 | het diepere begrip van de waarheid. ~
284 Slot, 0,101 | bij haar onderzoek naar de waarheid wezenlijk op het zegelmerk
285 Slot, 0,101(123)| van het onderricht van de waarheid, waarvoor de Kerk verantwoordelijk
286 Slot, 0,102 | zowel hun vermogen om de waarheid te kennen124 als van hun
287 Slot, 0,104 | voor degene die de volle waarheid, die de goddelijke openbaring
288 Slot, 0,104 | alleen uit liefde voor de waarheid gevoerd en met alle nodige
289 Slot, 0,104 | wijsbegeerte waarin iets van de waarheid van Christus, het enige
290 Slot, 0,105 | verdieping van de geopenbaarde waarheid. Daarom spoor ik hen aan
291 Slot, 0,105 | metafysische dimensie van de waarheid ten volle te herontdekken
292 Slot, 0,106 | wijsheid en ook metafysische waarheid van het wijsgerige denken
293 Slot, 0,106 | zich altijd richten op de waarheid en op het goede dat het
294 Slot, 0,106 | dat “het zoeken naar de waarheid, ook wanneer zij een begrensde
295 Slot, 0,107 | voortdurende zoeken naar waarheid en zin. Verschillende filosofische
296 Slot, 0,107 | zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw van de
297 Slot, 0,107 | binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn
298 Slot, 0,108 | het evangelie. Dit was een waarheid die de heilige monniken
299 Slot, 0,108 | leven te schenken aan de Waarheid en die in haar hart te bewaren,
|