Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
waardoor 5
waarheden 29
waarheen 3
waarheid 299
waarheidscriterium 1
waarheidsgehalte 1
waarheidsorde 1
Frequency    [«  »]
454 is
429 dat
299 niet
299 waarheid
297 op
272 aan
261 met
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

waarheid

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | ontmoeting en het gesprek met de waarheid geleid heeft. Een weg die 2 Inl, 0,1 | getuigenis van een fundamentele waarheid die als minste regel door 3 Inl, 0,2 | Paasdag waarop zij de laatste waarheid over het leven van de mens 4 Inl, 0,2 | Jezus Christusde Weg, de Waarheid en het Levenis (Joh 14, 5 Inl, 0,2 | blijken: de dienst aan de waarheid.1 Deze zending maakt enerzijds 6 Inl, 0,2 | mensheid volbrengt om de waarheid te bereiken2; anderzijds 7 Inl, 0,2(1) | samen met Hem de goddelijke waarheid in de Kerk. De verantwoordelijkheid 8 Inl, 0,2(1) | verantwoordelijkheid voor deze waarheid betekent ook, dat wij haar 9 Inl, 0,2 | besef dat iedere verworven waarheid steeds slechts een etappe 10 Inl, 0,2 | de weg naar die volledige waarheid, die in de laatste openbaring 11 Inl, 0,3 | vooruitgang in de kennis van de waarheid te bevorderen en zo zijn 12 Inl, 0,3 | dat het streven naar de waarheid tot de natuur van de mens 13 Inl, 0,4 | door het streven de laatste waarheid over het bestaan te ontdekken, 14 Inl, 0,4 | zijn vermogen om God, de waarheid en het goede te kennen; 15 Inl, 0,5 | geloof te verdiepen en om de waarheid van het evangelie aan allen 16 Inl, 0,5 | het zoeken naar de laatste waarheid vaak vertroebeld blijkt. 17 Inl, 0,5 | geroepen is, zich tot de waarheid te richten die boven hem 18 Inl, 0,5 | Zonder betrekking tot deze waarheid blijft ieder afhankelijk 19 Inl, 0,5 | menselijke oriëntatie op de waarheid zo goed mogelijk te verwoorden, 20 Inl, 0,5 | avontuur aan te gaan, tot de waarheid van het zijn te komen. De 21 Inl, 0,5 | die de mens heeft om de waarheid te kennen, gaf zij er de 22 Inl, 0,5 | gebrek aan vertrouwen in de waarheid. Ook sommige oosterse levensovertuigingen 23 Inl, 0,5 | ontzegt men namelijk aan de waarheid haar exclusieve karakter. 24 Inl, 0,5 | van de opvatting dat de waarheid in verschillende, ja zelfs 25 Inl, 0,5 | de radicale vraag naar de waarheid van het leven als persoon, 26 Inl, 0,6 | van het nadenken over de waarheid opnieuw bekrachtigen. Daarom 27 Inl, 0,6 | zending deel “openlijk de waarheid” (2 Kor 4,2) te verkondigen, 28 Inl, 0,6 | verschillende aspecten van de waarheid is, alsook tot alle mensen 29 Inl, 0,6 | goddelijke en katholieke waarheidzijn3. Getuigen van de 30 Inl, 0,6 | zijn3. Getuigen van de waarheid is dus een taak die aan 31 Inl, 0,6 | aandacht juist op het thema waarheid en op haar grondslag in 32 Inl, 0,6 | drukken, de blik van de waarheid hebben afgewend en aan onmiddellijk 33 Inl, 0,6 | wijzen op het zoeken naar de waarheid, moet met alle kracht haar 34 I, 1,8 | is de uitdrukking van een waarheid die stoelt op het feit van 35 I, 1,8 | openbarende God zelf, een waarheid die zeker is, omdat God 36 I, 1,9 | Concilie leert dus, dat de waarheid die verkregen is door wijsgerig 37 I, 1,9 | door wijsgerig denken en de waarheid van de Openbaring noch zich 38 I, 1,9 | volheid van de genade en waarheid’ (vgl. Joh 1,14) erkent, 39 I, 1,10 | is, de meest innerlijke waarheid”. 8 ~ 40 I, 1,11 | vooruitlopen. (vgl. Hebr 1, 2). ~De waarheid, die God aan de mens over 41 I, 1,11 | gegaan, zodat de geopenbaarde waarheid dankzij het onophoudelijke 42 I, 1,11 | volheid van de goddelijke waarheid, totdat in haar Gods woorden 43 I, 1,12 | tot uitdrukking gekomen waarheid is aldus niet meer opgesloten 44 I, 1,12 | wordt de mens de laatste waarheid over zijn leven en over 45 I, 2,13 | gewezen op een fundamentele waarheid van het christendom. Daarin 46 I, 2,13 | dat hij geheel en al de waarheid erkent van hetgeen geopenbaard 47 I, 2,13 | door hem niet opeisbare waarheid voegt zich in het kader 48 I, 2,13 | vrijheid de zekerheid van de waarheid bereikt en besluit in haar 49 I, 2,13 | ertoe om grondiger naar de waarheid te zoeken en het de rede 50 I, 2,13 | dus reeds een verborgen waarheid aanwezig, waarnaar de rede 51 I, 2,13(15) | onderworpen is aan de ongeschapen waarheid, zijn wij verplicht in het 52 I, 2,13 | gebleven, zo onderscheidt zijn waarheid zich uiterlijk niet van 53 I, 2,14 | een universele en laatste waarheid, die het menselijk verstand 54 I, 2,15 | 15. De waarheid van de christelijke openbaring, 55 I, 2,15 | het echter in naam van de waarheid, zich open te stellen voor 56 I, 2,15 | verhouding van vrijheid en waarheid haar hoogtepunt en begrijpt 57 I, 2,15 | de Heer: “Dan zult u de waarheid kennen, en de waarheid zal 58 I, 2,15 | de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken” (Joh 8, 59 I, 2,15 | doordat hij de weg van de waarheid gaat. De woorden uit het 60 I, 2,15 | binnenste van de mens woont de waarheid]. 21 ~In het licht van deze 61 I, 2,15 | conclusie naar boven: de waarheid, die de openbaring ons laat 62 I, 2,15 | aangenomen. Deze geopenbaarde waarheid is de in onze geschiedenis 63 II, 1,16 | presenteert als degene die de waarheid bemint en die naar haar 64 II, 1,17 | verstand te zoeken naar de waarheid, en daarin bestaat zijn 65 II, 1,18 | hij af staat van de volle waarheid over de dingen, hun oorsprong 66 II, 1,20 | door het verstand tot de waarheid, omdat hij tegelijk met 67 II, 2,21 | kracht om zijn weg naar de waarheid te vervolgen, put hij uit 68 II, 2,22 | brengt daarmee een diepe waarheid tot uitdrukking: door de 69 II, 2,22 | af de weg naar de volle waarheid zouden belemmeren. Het menselijke 70 II, 2,22 | menselijke vermogen om de waarheid te kennen werd sindsdien 71 II, 2,22 | bron en oorsprong van de waarheid is. Weer is het de apostel 72 II, 2,23 | Paulus als criterium van de waarheid en daarmee van het heil. ~ 73 II, 2,23 | de universaliteit van de waarheid, waarvan zij de draagster 74 II, 2,23 | zelfoverstijging van de mens naar de waarheid, te erkennen, kan zich met 75 II, 2,23 | zichzelf wijsmaken dat zij de waarheid bezitten, terwijl ze haar 76 II, 2,23 | de oneindige zee van de waarheid. Hier blijkt duidelijk de 77 III, 1 | Op De Zoektocht Naar De Waarheid~ 78 III, 1,24 | De apostel brengt een waarheid naar voren die de Kerk steeds 79 III, 1,25 | van dit verlangen is de waarheid. Zelfs het leven van alledag 80 III, 1,25 | woord uit, de dingen in waarheid zijn. De mens is het enige 81 III, 1,25 | belang in de feitelijke waarheid van hetgeen voor hem zichtbaar 82 III, 1,25 | ongeïnteresseerd zijn in de waarheid van zijn kennis. Wanneer 83 III, 1,25 | wanneer hij daarentegen de waarheid ervan kan vaststellen, is 84 III, 1,25 | dit geval gaat het om de waarheid. Deze overtuiging heb ik 85 III, 1,25 | zijn weg van zoeken naar waarheid gerespecteerd te worden, 86 III, 1,25 | morele verplichting om de waarheid te zoeken en de eenmaal 87 III, 1,25 | zoeken en de eenmaal erkende waarheid vast te houden.” 25 ~Het 88 III, 1,25 | natuur kunnen voltooien. Deze waarheid van de waarden vindt de 89 III, 1,26 | 26. De waarheid presenteert zich bij de 90 III, 1,26 | die in het licht van de waarheid onverklaarbaar lijken, volstaan 91 III, 1,26 | de eerste absoluut zekere waarheid van ons bestaan, buiten 92 III, 1,26 | Ieder wil - en moet - de waarheid over zijn einde kennen. 93 III, 1,27 | een universele en absolute waarheid of niet. Op zich blijkt 94 III, 1,27 | niet. Op zich blijkt iedere waarheid, ook deelwaarheid, als ze 95 III, 1,27 | deelwaarheid, als ze werkelijk waarheid is, universeel. Wat waar 96 III, 1,27 | een als definitief erkende waarheid, die een zekerheid brengt 97 III, 1,27 | der eeuwen geprobeerd zon waarheid te ontdekken en uit te drukken, 98 III, 1,27 | tot de zekerheid van de waarheid en haar absolute waarde. ~ 99 III, 2 | verschillende gezichten van de waarheid van de mens~ 100 III, 2,28 | 28. Het zoeken naar de waarheid is inderdaad niet altijd 101 III, 2,28 | andere belangen kunnen de waarheid onderdrukken. Het komt voor 102 III, 2,28 | hij maar een glimp van de waarheid heeft gezien, spoorslags 103 III, 2,28 | Desondanks beïnvloedt de waarheid, ook als hij haar mijdt, 104 III, 2,28 | definiëren als degene die naar de waarheid zoekt. ~ 105 III, 2,29 | Het vermogen om naar de waarheid te zoeken en vragen te stellen 106 III, 2,29 | worden van het zoeken naar de waarheid op het gebied van de laatste 107 III, 2,29 | vragen. Het verlangen naar de waarheid is zo diep geworteld in 108 III, 2,29 | zijn antwoorden van welker waarheid men ook daarom overtuigd 109 III, 2,29 | Zeker bezit niet iedere waarheid die verkregen wordt, dezelfde 110 III, 2,29 | mens, fundamenteel tot de waarheid te komen, bevestigd. ~ 111 III, 2,30 | verschillende vormen van de waarheid in het vervolg kort te vermelden. 112 III, 2,30 | Jezus Christus geopenbaarde waarheid. Alvorens deze vraag te 113 III, 2,31 | mens, een wezen dat naar de waarheid zoekt, is dus ook degene 114 III, 2,32 | veeleer naar de eigenlijke waarheid van de persoon: wat hij 115 III, 2,32 | abstracte kennis van de waarheid, maar ook in een levende 116 III, 2,32 | niet zonder relatie met de waarheid: de gelovige mens vertrouwt 117 III, 2,32 | vertrouwt zich toe aan de waarheid die de ander hem verkondigt. ~ 118 III, 2,32 | betrouwbaarste getuige van de waarheid over het bestaan. Hij weet, 119 III, 2,32 | ontmoeting met Jezus Christus de waarheid over zijn leven heeft gevonden; 120 III, 2,32 | brengen, de instemming met de waarheid te herroepen, die hij in 121 III, 2,33 | zoekt van nature naar de waarheid. Dit zoeken is niet alleen 122 III, 2,33 | zoektocht streeft naar een waarheid aan gene zijde, die in staat 123 III, 2,33 | in staat, een dergelijke waarheid te ontmoeten en haar te 124 III, 2,33 | zijn bestaan essentiële waarheid wordt niet alleen langs 125 III, 2,33 | zekerheid en echtheid van de waarheid kunnen garanderen. Het vermogen 126 III, 2,33 | zoektocht: de zoektocht naar de waarheid en de zoektocht naar een 127 III, 2,33 | In Jezus Christus, die de waarheid is, erkent het geloof aldus 128 III, 2,33(28) | verlangen van de mens naar de waarheid en vormt de grondslag van 129 III, 2,34 | 34. Dezewaarheid’, die God ons in Jezus Christus 130 III, 2,34 | leiden integendeel tot de waarheid in haar volheid. De eenheid 131 III, 2,34 | volheid. De eenheid van de waarheid is reeds een fundamenteel 132 III, 2,34 | natuurlijke en geopenbaarde waarheid vindt haar levende en personele 133 III, 2,34 | waarop de apostel doelt: “De waarheid is in Christus” (vgl. Ef 134 III, 2,34 | Hem openbaart devolle waarheidzich (vgl. Joh 1, 14-16) 135 III, 2,35 | verhouding tussen geopenbaarde waarheid en wijsbegeerte. Deze verhouding 136 III, 2,35 | dubbele overweging, omdat de waarheid die uit de openbaring voortkomt, 137 III, 2,35 | voortkomt, tegelijk een waarheid is, die in het licht van 138 III, 2,35 | verhouding van de geopenbaarde waarheid tot het wijsgerige kennen 139 IV, 1,37 | opvatting die eiste dat de waarheid van de openbaring onderschikt 140 IV, 1,38 | recht op toegang tot de waarheid. Het christendom had na 141 IV, 1,38 | opvatting betrof het thema waarheid. Het elitaire karakter dat 142 IV, 1,38 | omdat de toegang tot de waarheid een goed is, dat het mogelijk 143 IV, 1,38 | kunnen gaan. De wegen om de waarheid te bereiken zijn talrijk; 144 IV, 1,38 | aangezien de christelijke waarheid heilswaarde bezit, elk van 145 IV, 1,38 | versterking van de christelijke waarheid; haar opgave is veeleer 146 IV, 1,38 | erbij komt, maakt zij de waarheid weliswaar niet effectiever, 147 IV, 1,38 | listige aanvallen tegen de waarheid afslaat, heeft men haar 148 IV, 1,40 | teleurgesteld. Toen dan de waarheid van het christelijk geloof 149 IV, 1,41 | hoogste goed en de hoogste waarheid. De Kerkvaders ontzagen 150 IV, 1,42 | kennis. Wie leeft voor de waarheid, streeft naar een vorm van 151 IV, 1,42 | sum42. Het streven naar waarheid drijft het verstand er dus 152 IV, 2,43 | hoogste mate de moed tot de waarheid, de vrijheid van geest, 153 IV, 2,44 | oordeel op basis van de waarheid van het geloof: “De wijsheid, 154 IV, 2,44 | geloof neemt de goddelijke waarheid zo aan, zoals ze is: de 155 IV, 2,44 | mogelijk volgens de goddelijke waarheid.” 49 ~De voorrang die hij 156 IV, 2,44 | Thomas onbaatzuchtig van de waarheid. Hij zocht haar overal, 157 IV, 2,44 | hem de hartstocht voor de waarheid erkend en gewaardeerd; zijn 158 IV, 2,44 | objectieve en transcendente waarheid bleef, “toppen die de menselijke 159 IV, 2,44 | met rechtApostel van de waarheid52 genoemd worden. Omdat 160 IV, 2,44 | voorbehoud zijn aandacht op de waarheid richtte, kon hij in zijn 161 IV, 3,46 | mogelijkheid, het doel van de waarheid ooit te bereiken. Volgens 162 IV, 3,47 | op de beschouwing van de waarheid en het zoeken naar het uiteindelijke 163 IV, 3,47 | filosofen het opgegeven de waarheid omwille van haarzelf te 164 IV, 3,48 | helpen om de weg van de waarheid te ontdekken. Deze aanzetten 165 V, 1 | Leergezag Als Dienst Aan De Waarheid~ 166 V, 1,49 | garantie zijn dat zij op de waarheid gericht blijft en naar de 167 V, 1,49 | gericht blijft en naar de waarheid streeft met een door het 168 V, 1,49 | wezen georiënteerd is op de waarheid en bovendien in zichzelf 169 V, 1,49 | inzichten van de geopenbaarde waarheid respecteren. ~Toch heeft 170 V, 1,50 | zijn met de geopenbaarde waarheid en tegelijkertijd de eisen 171 V, 1,50 | haar behoede geopenbaarde waarheid. Wij bisschoppen hebben, 172 V, 1,50 | opdracht, “getuigen van de waarheidte zijn, bij de uitoefening 173 V, 1,51 | oog gehouden worden dat de waarheid één is ofschoon haar formuleringen 174 V, 1,51 | aanspraak op maken de totale waarheid te bevatten; dit geldt ook 175 V, 1,53 | fideïsme de eenheid van de waarheid te onderstrepen en daarmee 176 V, 1,54 | goddelijke en menselijke waarheid te beschermen en haar in 177 V, 1,54 | valse opinies een korreltje waarheid verborgen ligt, tenslotte 178 V, 1,55 | tot enig criterium van de waarheid te maken. Zo komt men ertoe 179 V, 1,55(72) | rede doorgronde intrinsieke waarheid van de dingen, maar vanwege 180 V, 1,55(72) | bedrieglijke schijn van waarheid uitstralen”: ibid., IV: 181 V, 1,55 | schuilt in de opzet om de waarheid van de heilige Schrift naar 182 V, 1,56 | bij hen die denken dat de waarheid geboren wordt uit overeenstemming 183 V, 1,56 | hartstocht voor de uiteindelijke waarheid en de wens, haar te zoeken, 184 V, 2,63 | wijsgerige zoektocht naar de waarheid. Daaruit ontstaat voor het 185 VI, 1,66 | worden dat de goddelijke waarheid, “die ons in de door de 186 VI, 1,66 | intellectus fidei legt deze waarheid uit doordat hij niet alleen 187 VI, 1,66 | impliciet een op de objectieve waarheid gefundeerde filosofie van 188 VI, 1,67 | om uitdrukkelijk en naar waarheid ook te spreken van datgene 189 VI, 1,67 | verstand dat oprecht naar de waarheid zoektvolledig de weg kunnen 190 VI, 1,67(90) | oprechte zoeken naar de waarheid volledig de weg kan wijzen.” 191 VI, 1,69 | maar wat de objectieve waarheid is”. 93 Niet de verschillende 192 VI, 1,69 | meningen maar alleen de waarheid kan de theologie behulpzaam 193 VI, 1,70 | de door Hem geopenbaarde waarheid door te geven, bracht de 194 VI, 1,70 | zin wordt een geweldige waarheid beschreven: de ontmoeting 195 VI, 1,70 | wijzen van toenadering tot de waarheid; ze blijken zonder twijfel 196 VI, 1,71 | geopenbaarde, onveranderlijke waarheid van God. Zo plant in de 197 VI, 1,71 | volle ontplooiing in de waarheid wordt begunstigd. ~Dit betekent 198 VI, 1,71 | een oproep tot de volle waarheid. Bij deze ontmoeting wordt 199 VI, 1,71 | stellen voor het nieuwe dat de waarheid van het evangelie bevat, 200 VI, 1,73 | anderzijds het woord van God Waarheid is (vgl. Joh 17,17), kan 201 VI, 1,73 | menselijke zoeken naar de waarheid - d.w.z. filosofie die zich 202 VI, 1,73 | gebruikt in het zoeken naar de waarheid, in een beweging die gaat 203 VI, 1,73 | afdwalen van de geopenbaarde Waarheid en tenslotte van de pure, 204 VI, 1,73 | van de pure, eenvoudige waarheid. Ze wordt daarentegen aangespoord 205 VI, 1,74 | zowel het zoeken naar de waarheid als aan de poging om de 206 VI, 2,75 | Als een zoeken naar de waarheid binnen de natuurlijke orde 207 VI, 2,75 | niet legitiem is. Door de waarheid die aangeboden wordt door 208 VI, 2,75 | een diepere kennis van de waarheid verspert. ~ 209 VI, 2,76 | Schepper is van de wereld, een waarheid die zo cruciaal is geweest 210 VI, 2,76 | menselijke zoektocht naar de waarheid. ~Tot de objectieve elementen 211 VI, 2,76 | uitdagen te erkennen dat er waarheid en rationaliteit zijn die 212 VI, 2,76 | naar nieuwe aspecten van de waarheid. Men zou kunnen zeggen dat 213 VI, 2,77 | begrijpbaarheid en de universele waarheid van haar aanspraken te bevestigen. 214 VI, 2,78 | voorbeeld voor allen die naar de waarheid zoeken, is. Want in zijn 215 VI, 2,79 | haar eigen beginselen; de waarheid echter kan slechts één zijn. 216 VI, 2,79 | zelf biedt de geopenbaarde waarheid de volheid van het licht 217 VI, 2,79 | leiden door het gezag van de waarheid alleen, zodat er een filosofie 218 VII, 1,81 | werkelijke hartstocht voor de waarheid. ~Om in harmonie te zijn 219 VII, 1,82 | zijn totale en definitieve waarheid, op het zijn zelf van het 220 VII, 1,82 | menselijke vermogen om de waarheid te kennen verifieert, om 221 VII, 1,82 | een kennis die objectieve waarheid kan bereiken door middel 222 VII, 1,82 | de heldere en eenvoudige waarheid kan bevatten. De Bijbel, 223 VII, 1,83 | bij haar zoeken naar de waarheid iets absoluuts te bereiken, 224 VII, 1,83 | dat de werkelijkheid en de waarheid boven het feitelijke en 225 VII, 1,83 | werkelijkheid voor hem: in waarheid, in schoonheid, in zedelijke 226 VII, 1,83 | waarde van de geopenbaarde waarheid omvattend uit te drukken. ~ 227 VII, 1,85 | versplinterde benadering van de waarheid en een daaruit volgende 228 VII, 1,86 | bij aan het zoeken naar de waarheid en oefent het verstand niet, 229 VII, 1,87 | luidt daarentegen dat de waarheid van een filosofie bepaald 230 VII, 1,87 | aan tijd en cultuur, de waarheid of de valsheid ervan in 231 VII, 1,90 | loochening van alle objectieve waarheid. Helemaal los van het feit 232 VII, 1,90 | contact met de objectieve waarheid en daarmee met de eigenlijke 233 VII, 1,90 | eenzaamheid zonder hoop. Als de waarheid aan de mensen eenmaal ontzegd 234 VII, 1,90 | trachten hen vrij te maken. Waarheid en vrijheid gaan ofwel samen 235 VII, 1,90(106) | Jansevangelie: “Jullie zullen de waarheid kennen, en de waarheid zal 236 VII, 1,90(106) | de waarheid kennen, en de waarheid zal jullie vrijmaken” (8, 237 VII, 1,90(106) | oprechtheid tegenover de waarheid als voorwaarde voor een 238 VII, 1,90(106) | niet de bodem raakt van de waarheid over mens en wereld. Ook 239 VII, 1,90(106) | die gegrondvest is op de waarheid; Hij die de mens bevrijdt 240 VII, 2,92 | ogen richten op de laatste waarheid, die haar met de openbaring 241 VII, 2,92 | object van zijn arbeidde Waarheid, namelijk de levende God 242 VII, 2,92 | doorgevoerde arbeid, opdat de waarheid weer gekend en tot uitdrukking 243 VII, 2,92 | uitdrukking wordt gebracht. De Waarheid, die Christus is, legt zichzelf 244 VII, 2,92 | achten een universeel geldige waarheid te kennen is geenszins een 245 VII, 2,92 | naar de hele, ongedeelde waarheid, terwijl we die paden volgen 246 VII, 2,92(109) | Vertrooster, de Geest van de waarheid, als Degene die zal “onderwijzen” 247 VII, 2,92(109) | zal u leiden in de volle waarheid”. Ditleiden in de volle 248 VII, 2,92(109) | Ditleiden in de volle waarheid”, dat verwijst naar wat 249 VII, 2,92(109) | ditleiden in de volle waarheidniet alleen verbonden is 250 VII, 2,92(109) | Hetleiden in de volle waarheidwordt daarom bereikt in 251 VII, 2,92(109) | het werk van de Geest der waarheid en het resultaat van zijn 252 VII, 2,93 | vandaar zal Hij de Geest der waarheid uitzenden, om zijn Kerk 253 VII, 2,94 | verhouding tussen betekenis en waarheid. Zoals iedere andere tekst 254 VII, 2,94 | die betekenis zich als de waarheid over God, die door God zelf 255 VII, 2,94 | menswording weerspiegelt, zijn waarheid meedeelt. 110 De theoloog 256 VII, 2,94 | de diepe en onvervalste waarheid is, die de teksten willen 257 VII, 2,94 | evangelies betreft, is hun waarheid zeker niet beperkt tot de 258 VII, 2,94 | gebeurtenissen waarvan de waarheid achter het gewone historische 259 VII, 2,94 | heilsgeschiedenis. Deze waarheid wordt volledig uitgewerkt 260 VII, 2,94(111) | Instructie over de Historische Waarheid van de Evangelies : AAS 261 VII, 2,95 | onveranderlijke en definitieve waarheid. Dit werpt de vraag op hoe 262 VII, 2,95 | de universaliteit van de waarheid kan verzoenen met de onvermijdelijke 263 VII, 2,95 | van de formules die deze waarheid uitdrukken. De standpunten 264 VII, 2,95 | zich ontwikkelden naar de waarheid die zij uitdrukken over 265 VII, 2,95 | uitdrukken over te gaan, een waarheid die boven die omstandigheden 266 VII, 2,95 | verschijnsel taal uitgaan. De waarheid kan nooit beperkt worden 267 VII, 2,96 | kenniswaarde houden en daarmee de waarheid van de zinnen waarin zij 268 VII, 2,96(113) | bepaalde soorten ervan) de waarheid niet op bepaalde wijze zouden 269 VII, 2,97 | verstaan van de geopenbaarde waarheid, respectievelijk het proces 270 VII, 2,98 | uit eencrisis omtrent de waarheid”. “Nadat de idee van een 271 VII, 2,98 | verstand kenbare universele waarheid over het goede verloren 272 VII, 2,98 | geconfronteerd ziet met zijn waarheid, die van de waarheid van 273 VII, 2,98 | zijn waarheid, die van de waarheid van de anderen verschillend 274 VII, 2,98 | fundamentele rol die aan de waarheid toekomt op het gebied van 275 VII, 2,98 | problemen betreft verlangt deze waarheid van de kant van de moraaltheologie 276 VII, 2,98 | kunnen vervullen, moet de waarheid zich bedienen van een filosofische 277 VII, 2,98 | ethiek die gericht is op de waarheid van het goede; een ethiek 278 VII, 2,99 | door de bekendmaking van de waarheid van Christus, die haar hoogtepunt 279 VII, 2,99 | mogelijk om de volheid van de waarheid die redt, te kennen (vgl. 280 VII, 2,99 | dat de betrekking tussen waarheid en leven, tussen gebeurtenis 281 VII, 2,99 | gebeurtenis en doctrinaire waarheid, en bovenal tussen transcendente 282 VII, 2,99 | bovenal tussen transcendente waarheid en menselijk begrijpbare 283 VII, 2,99 | het diepere begrip van de waarheid. ~ 284 Slot, 0,101 | bij haar onderzoek naar de waarheid wezenlijk op het zegelmerk 285 Slot, 0,101(123)| van het onderricht van de waarheid, waarvoor de Kerk verantwoordelijk 286 Slot, 0,102 | zowel hun vermogen om de waarheid te kennen124 als van hun 287 Slot, 0,104 | voor degene die de volle waarheid, die de goddelijke openbaring 288 Slot, 0,104 | alleen uit liefde voor de waarheid gevoerd en met alle nodige 289 Slot, 0,104 | wijsbegeerte waarin iets van de waarheid van Christus, het enige 290 Slot, 0,105 | verdieping van de geopenbaarde waarheid. Daarom spoor ik hen aan 291 Slot, 0,105 | metafysische dimensie van de waarheid ten volle te herontdekken 292 Slot, 0,106 | wijsheid en ook metafysische waarheid van het wijsgerige denken 293 Slot, 0,106 | zich altijd richten op de waarheid en op het goede dat het 294 Slot, 0,106 | dathet zoeken naar de waarheid, ook wanneer zij een begrensde 295 Slot, 0,107 | voortdurende zoeken naar waarheid en zin. Verschillende filosofische 296 Slot, 0,107 | zijn, zich te voegen in de waarheid door in de schaduw van de 297 Slot, 0,107 | binnen deze horizon van de waarheid zal hij begrijpen, hoe zijn 298 Slot, 0,108 | het evangelie. Dit was een waarheid die de heilige monniken 299 Slot, 0,108 | leven te schenken aan de Waarheid en die in haar hart te bewaren,


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License