Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
neutrale 1
newman 1
niemand 6
niet 299
niet-christelijke 3
niet-gelovenden 1
niet-gelovigen 2
Frequency    [«  »]
488 zijn
454 is
429 dat
299 niet
299 waarheid
297 op
272 aan
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

niet

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | anders kon het immers niet - binnen de horizon van 2 Inl, 0,2 | en kan dat ook helemaal niet zijn. Sinds de Paasdag waarop 3 Inl, 0,3 | van het Avondland, mag ons niet blind maken voor de invloed 4 Inl, 0,4 | en zeer spoedig zou hij niet meer werkelijk als persoon 5 Inl, 0,4 | zij het in onduidelijke, niet doordachte vorm, te bezitten. 6 Inl, 0,5 | evangelie aan allen die haar nog niet kennen, mee te delen. ~Aansluitend 7 Inl, 0,5 | behaald werden, mogen echter niet leiden tot een voorbijzien 8 Inl, 0,5 | zienswijzen te ontwikkelen, die niet ingaan op de radicale vraag 9 Inl, 0,5 | bij moderne mensen, en dat niet alleen bij enkele filosofen, 10 Inl, 0,6 | opgedragen; daarvan kunnen wij niet afzien, zonder het ambt 11 Inl, 0,6 | concentreren. Want men kan niet ontkennen, dat onze tijd 12 Inl, 0,6 | herwinnen. Daarom heb ik niet alleen de behoefte gevoeld, 13 I, 1,7 | zij de mens aanbiedt komt niet uit haar eigen denken voort, 14 I, 1,8 | ontkenning van alle kennis die niet voortkwam uit de natuurlijke 15 I, 1,9 | tweevoudige orde van kennis, niet alleen onderscheiden in 16 I, 1,9 | verborgen zijn en die, als ze niet door God geopenbaard waren, 17 I, 1,9 | door God geopenbaard waren, niet bekend zouden kunnen worden.” 7 18 I, 1,12 | zonder welke wij onszelf niet zouden kunnen begrijpen. ~ 19 I, 1,12 | gekomen waarheid is aldus niet meer opgesloten in een nauw 20 I, 2,13 | 13. Men mag niettemin niet vergeten dat de openbaring 21 I, 2,13 | mens geschonken en door hem niet opeisbare waarheid voegt 22 I, 2,13 | geloof is de vrijheid dus niet simpelweg aanwezig: ze is 23 I, 2,13 | vrijheid verwerkelijkt zich niet in beslissingen tegen God. 24 I, 2,13 | verwezen en waarvan zij niet kan afzien zonder dat zij 25 I, 2,13 | juist gezegd heeft: “Je ziet niet, je begrijpt niet, maar 26 I, 2,13 | Je ziet niet, je begrijpt niet, maar het geloof bevestigt 27 I, 2,13 | waarheid zich uiterlijk niet van de algemene opinies. 28 I, 2,13 | geloofskennis heft het mysterie dus niet op: ze maakt het alleen 29 I, 2,14 | referentiepunt waarvan de mens niet kan afzien, als hij ertoe 30 I, 2,14 | van God, dat het verstand niet volledig kan doorgronden, 31 I, 2,14 | verdrijven, opdat zij mijn geest niet zouden bezighouden en mij 32 I, 2,14 | steeds? (...) O Heer, U bent niet alleen het grootste dat 33 I, 2,14 | cogitari possit) (...) Als U niet zo was, zou men zich iets 34 I, 2,15 | Ik u vandaag geef, zijn niet te zwaar voor u en zij liggen 35 I, 2,15 | zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. Ze zijn 36 I, 2,15 | buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel en u hoeft niet 37 I, 2,15 | niet in de hemel en u hoeft niet te zeggen: ‘Wie zal naar 38 I, 2,15 | kunnen volbrengen?’ Ze zijn niet overzee en u hoeft niet 39 I, 2,15 | niet overzee en u hoeft niet te zeggen: ‘Wie zal de zee 40 I, 2,15 | homine habitat veritas“ [Ga niet naar buiten, keer tot jezelf 41 I, 2,15 | openbaring ons laat kennen, is niet de rijpe vrucht of het hoogtepunt 42 II, 1,16 | feit dat in deze teksten niet alleen het geloof van Israël 43 II, 1,16 | haar verschijnselen zeker niet het resultaat van abstractie, 44 II, 1,16 | afzijdig blijft. Het grijpt niet in om de autonomie van het 45 II, 1,16 | geloof laten zich daarom niet scheiden zonder dat het 46 II, 1,18 | dat men zich op deze weg niet mag begeven met de hoogmoed 47 II, 1,18 | maar is in werkelijkheid niet in staat, de blik te concentreren 48 II, 1,19 | de Schepper van alles, niet kan kennen, dan ligt dat 49 II, 1,19 | kan kennen, dan ligt dat niet zozeer aan het ontbreken 50 II, 1,20 | verstand gewaardeerd, maar niet overgewaardeerd. Want alles 51 II, 2,21 | volgens het Oude Testament niet alleen op zorgvuldige waarneming 52 II, 2,21 | onderzoek was voor de schrijver niet vrij van de moeite die de 53 II, 2,21 | echter ondanks de beproeving niet verslagen. De kracht om 54 II, 2,22 | uit schijnt te stijgen: niet alleen dat het vanaf het 55 II, 2,22 | kritisch over kan denken, niet meer verbannen is naar de 56 II, 2,22 | is duidelijk: de mens was niet in staat om uit zichzelf 57 II, 2,22 | ogen van de rede waren nu niet meer in staat helder te 58 II, 2,23 | de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid gemaakt?” ( 59 II, 2,23 | God wil verwezenlijken, is niet langer de wijsheid van de 60 II, 2,23 | maar de H. Paulus aarzelt niet om te benadrukken: “Wanner 61 II, 2,23 | 2Kor 12, 10). De mens kan niet begrijpen, hoe de dood bron 62 II, 2,23 | 28). De apostel schroomt niet om de radicaalste taal die 63 II, 2,23 | liefde dat het kruis omvat, niet elimineren; in plaats daarvan 64 II, 2,23 | geven, waarnaar zij zoekt. Niet de wijsheid van de woorden, 65 III, 1,24 | zouden vinden; Hij is immers niet ver van ieder van ons” ( 66 III, 1,25 | zichtbare schepping dat niet alleen in staat is om te 67 III, 1,25 | zichtbaar is. De mens kan niet oprecht ongeïnteresseerd 68 III, 1,25 | mensheid hebben bevorderd. ~Niet minder belangrijk dan het 69 III, 1,25 | zonder vrijheid bestaat niet... Als er voor de mens het 70 III, 1,25 | de waarden vindt de mens niet door zich in zichzelf op 71 III, 1,26 | hopen op een voortbestaan of niet. Niet zonder reden heeft 72 III, 1,26 | een voortbestaan of niet. Niet zonder reden heeft het wijsgerige 73 III, 1,27 | en absolute waarheid of niet. Op zich blijkt iedere waarheid, 74 III, 1,27 | maar ze bevredigen hem niet. Er komt voor allen een 75 III, 1,27 | ze, of ze het toegeven of niet, de behoefte hebben om hun 76 III, 1,27 | een zekerheid brengt die niet meer onderworpen is aan 77 III, 2,28 | de waarheid is inderdaad niet altijd zo doorzichtig en 78 III, 2,29 | in. De mens zou helemaal niet beginnen iets te zoeken, 79 III, 2,29 | antwoord te vinden, en geeft niet op bij mislukkingen. Hij 80 III, 2,29 | oorspronkelijke ingeving niet voor nutteloos alleen omdat 81 III, 2,29 | alleen omdat hij het doel niet bereikt heeft; veeleer zal 82 III, 2,29 | terecht, zeggen dat hij nog niet het adequate antwoord heeft 83 III, 2,29 | heeft, dat zij zich in wezen niet onderscheiden van de antwoorden 84 III, 2,29 | hebben gekregen. Zeker bezit niet iedere waarheid die verkregen 85 III, 2,30 | duidelijk stellen dat zij zich niet alleen beperken tot de soms 86 III, 2,31 | 31. De mens is niet geschapen om alleen te leven. 87 III, 2,31 | verschillende tradities, waarvan hij niet alleen de taal en de culturele 88 III, 2,31 | worden, en getest. Dat belet niet, dat na deze overgangsfase 89 III, 2,32 | tussen personen inhoudt en niet slechts de persoonlijke 90 III, 2,32 | betrekking gezochte waarheden niet primair van empirische of 91 III, 2,32 | van de mens ligt namelijk niet alleen in het zich eigen 92 III, 2,32 | tussenmenselijke vertrouwen, toch niet zonder relatie met de waarheid: 93 III, 2,33 | waarheid. Dit zoeken is niet alleen voor de toe-eigening 94 III, 2,33 | waarheden bestemd; de mens zoekt niet alleen voor elk van zijn 95 III, 2,33 | essentiële waarheid wordt niet alleen langs rationele weg 96 III, 2,33 | expressieve akten. ~Men mag niet vergeten dat ook het verstand 97 III, 2,34 | Jezus Christus openbaart, is niet in tegenspraak met de waarheden 98 III, 2,34(29) | Vaticanum II drukte zich niet anders uit; het neemt zelfs 99 IV, 1,36 | christenen het in hun toespraken niet laten bij een verwijzing 100 IV, 1,36 | ook de Griekse religie, niet anders dan de meeste kosmische 101 IV, 1,36 | beginselen, stelden zij zich niet meer met de oude mythen 102 IV, 1,37 | natuurmachten van de wereld, niet op Christus” (2,8). De woorden 103 IV, 1,38 | doopsel. Dat wil echter niet zeggen dat zij de opgave 104 IV, 1,38 | wijsbegeerte is voor de Alexandrijn niet de voltooiing of de versterking 105 IV, 1,38 | zij de waarheid weliswaar niet effectiever, maar omdat 106 IV, 1,40 | regelmatig bezochte wijsgeren niet konden brengen. De reden 107 IV, 1,40 | bevolen werd te geloven wat niet bewezen werd - of het nu 108 IV, 1,40 | wel te bewijzen was, maar niet voor ieder, of überhaupt 109 IV, 1,40 | voor ieder, of überhaupt niet te bewijzen was - terwijl 110 IV, 1,41 | wijsgerige scholen. Dat betekent niet dat ze de inhoud van hun 111 IV, 1,41 | Tot ontmoeting kwam het niet alleen op het niveau van 112 IV, 1,41 | Kerkvaders ontzagen zich echter niet, tegenover de wijsgeren 113 IV, 1,41 | overeenstemmingen vertroebelde in hen niet de erkenning van de verschillen. ~ 114 IV, 1,42 | voorrang van het geloof niet in concurrentie met het 115 IV, 1,42 | eigen is. Dit is er namelijk niet toe geroepen, een oordeel 116 IV, 1,42 | ongeschikt is, ook helemaal niet toe in staat zijn. Veeleer 117 IV, 1,42 | moet toegeven dat hij nog niet alles heeft gedaan wat in 118 IV, 1,42 | ook al kan zijn intellect niet doordringen tot de zijnswijze 119 IV, 1,42 | ofschoon men met de rede niet tot dat wezen kan doordringen 120 IV, 1,42 | grondslag van zijn zekerheid niet in het minst aan het wankelen. 121 IV, 1,42(42) | U te zien; en ik heb nog niet gedaan waarvoor ik geschapen 122 IV, 2,43 | weg komt de H. Thomas toe, niet alleen om de inhoud van 123 IV, 2,43 | redenering: ze kunnen elkaar dus niet tegenspreken. 44 ~Nog fundamenteler 124 IV, 2,43 | vreest derhalve het verstand niet, maar zoekt het en vertrouwt 125 IV, 2,43 | waarde van zijn rationaliteit niet vergeten: ja, hij kon in 126 IV, 2,43 | denkoefening”; het verstand wordt niet afgeschaft noch vernederd 127 IV, 2,44 | Doctor Angelicus echter niet de aanwezigheid van twee 128 IV, 2,44 | filosofie van hetzijnen niet louter van deschijn’. ~ 129 IV, 3,46 | rationaliteit. Zij ontzagen zich niet, zich als nieuwe religies 130 IV, 3,46 | positivistische denkwijze, die zich niet alleen verwijdert van iedere 131 IV, 3,46 | hebben, het risico lopen dat niet langer de mens en het geheel 132 IV, 3,46 | vooruitgang zien, schijnen niet alleen toe te geven aan 133 IV, 3,47 | 47. Anderzijds mag men niet vergeten dat in de moderne 134 IV, 3,47 | vormen van rationaliteit zijn niet op de beschouwing van de 135 IV, 3,47 | zijn wilsbeschikkingen. Niet alleen leiden de vruchten 136 IV, 3,47 | tegen hem zou kunnen keren, niet alles natuurlijk, zelfs 137 IV, 3,47 | alles natuurlijk, zelfs niet het meeste, maar precies 138 IV, 3,47 | waardigheid van het verstand, dat niet langer is toegerust, het 139 IV, 3,48 | zoeken. Dat neemt echter niet weg dat de hedendaagse verhouding 140 V, 1,49 | methoden; anders zou er niet de garantie zijn dat zij 141 V, 1,49 | proces. Een wijsbegeerte die niet in het licht van het verstand 142 V, 1,49 | methoden te werk zou gaan, zou niet erg behulpzaam zijn. Ten 143 V, 1,49 | moderne wijsgerige denken niet zelden is geraakt. Het is 144 V, 1,50 | opvattingen uitoefenen, die niet overeenstemmen met de christelijke 145 V, 1,51 | onderscheiding mag echter niet in eerste instantie negatief 146 V, 1,51 | dringender gevraagd: een zeker niet eenvoudige onderscheiding: 147 V, 1,51 | onderzoek aan, zichzelf niet de weg te versperren die 148 V, 1,52 | leergezag van de Kerk heeft niet pas in de jongste tijd ingegrepen, 149 V, 1,52 | opvattingen besloten liggen; 57 niet te vergeten de meer systematische 150 V, 1,52 | filosofieën van hun kant niet afgleden op wegen die verkeerd 151 V, 1,53 | tweevoudige orde van kennis, niet alleen onderscheiden in 152 V, 1,53 | God echter kan zichzelf niet verloochenen, noch (kan) 153 V, 1,54 | atheïstische communisme mag niet vergeten worden. 67 ~Later 154 V, 1,54 | duidelijk, dat deze opvattingen niet door theologen zijn bewerkt 155 V, 1,54 | dat dergelijke dwalingen niet eenvoudigweg verworpen, 156 V, 1,54 | weg afdwalende opvattingen niet negeren of veronachtzamen. 157 V, 1,54 | kennen, zowel omdat ziektes niet adequaat genezen kunnen 158 V, 1,54 | worden als zij van te voren niet goed gekend waren, alsook 159 V, 1,54 | waardevolle bijdrage die niet in vergetelheid mag raken. ~ 160 V, 1,55 | nieuwigheden voordoen. Het gaat niet alleen meer om kwesties 161 V, 1,55 | überhaupt in God te geloven, niet erkent. Een tegenwoordig 162 V, 1,55(72) | Hem geopenbaarde waar is, niet vanwege de door het natuurlijke 163 V, 1,55(72) | conclusie: “daarom is het niet alleen aan alle gelovige 164 V, 1,55 | De Heilige Schrift is dus niet het enige referentiepunt 165 V, 1,55 | Men mag voorts het gevaar niet onderschatten dat schuilt 166 V, 1,56 | wordt uit overeenstemming en niet uit harmonie van de rede 167 V, 1,56 | zich bij hun filosoferen niet al te bescheiden doelen 168 V, 1,56 | wegen te ontdekken, mogen niet verloren gaan! Het is het 169 V, 2,59 | neo-Thomistische vernieuwing was echter niet het enige teken van een 170 V, 2,60 | kader van deze encycliek niet vergeten, dat een heel hoofdstuk 171 V, 2,61 | voorschriften van het leergezag niet steeds zijn opgevolgd met 172 V, 2,61 | een geringere waardering niet alleen van de scholastieke 173 V, 2,61 | toe te passen, mag echter niet als een onuitgesproken machtiging 174 V, 2,61 | inculturatie van het geloof niet vergeten. Vooral het leven 175 V, 2,62 | priesterkandidaten. Het is niet toevallig dat het curriculum 176 V, 2,63 | denken te stimuleren dat niet vijandig staat tegenover 177 VI, 1,64 | zijn ontwikkeld. Ik heb niet de wens om theologen bepaalde 178 VI, 1,64 | te bevelen, aangezien dat niet de bevoegdheid is van het 179 VI, 1,64 | het geopenbaarde Woord, niet zonder het wijsgerig onderzoek 180 VI, 1,65 | en functies van de taal. Niet minder belangrijk is de 181 VI, 1,65 | de theoloog gevraagd om niet alleen de begrippen en termen 182 VI, 1,66 | waarheid uit doordat hij niet alleen de logische en begripsstructuur 183 VI, 1,66 | ware God en ware mens is, niet aanschouwelijk te maken 184 VI, 1,67 | geschenk van God, ook als het niet op het verstand steunt, 185 VI, 1,67 | het verstand steunt, zeker niet daarvan afzien; tegelijkertijd 186 VI, 1,67 | ontdekken die het alleen niet zou kunnen bereiken”. 91 ~ 187 VI, 1,69 | de huidige situatie zich niet zozeer van de wijsbegeerte 188 VI, 1,69 | mogelijk maakt; ze mag echter niet de noodzakelijke toepassing 189 VI, 1,69 | onderstrepen, is de plicht om niet bij het concrete, afzonderlijke 190 VI, 1,69 | zien. Bovendien mag men niet vergeten dat de bijzondere 191 VI, 1,69 | culturen te leren kennen, “niet wat de mensen denken, maar 192 VI, 1,69 | objectieve waarheid is”. 93 Niet de verschillende menselijke 193 VI, 1,70 | speciale, zij het noodgedwongen niet uitputtende, beschouwing 194 VI, 1,70 | aanbod voor allen: ze is niet meer tot de eigen aard van 195 VI, 1,70 | onuitgesproken, maar daarom niet minder reëel - een verwijzing 196 VI, 1,71 | in Jeruzalem: “Zijn dat niet allemaal Gallileeërs, die 197 VI, 1,71 | belet de ontvangers echter niet, hun culturele eigenheid 198 VI, 1,71 | openbaring. Het evangelie staat niet in tegenstelling tot deze 199 VI, 1,71 | vormen aan te nemen die niet bij haar passen. Integendeel, 200 VI, 1,72 | maar dit betekent helemaal niet dat andere benaderingen 201 VI, 1,72 | waarmee zij voordien nog niet in aanraking was geweest, 202 VI, 1,72 | was geweest, mag zij zich niet losmaken van wat zij zich 203 VI, 1,72 | bijzonderheid en oorspronkelijkheid niet te verwisselen met het idee 204 VI, 1,73 | beter te verstaan. Het is niet zo maar een kwestie van 205 VI, 1,73 | waarvan ze uit zichzelf niet eens zou kunnen vermoeden 206 VI, 1,74 | kunnen worden. Dit geldt niet alleen voor de kerkvaders, 207 VI, 1,74 | citeren van dezen heb ik niet de bedoeling om alle visies 208 VI, 2,75 | later in streken die nog niet waren aangeraakt door het 209 VI, 2,75 | dat de genade de natuur niet vernietigt maar haar vervolmaakt: 210 VI, 2,75 | verwelkomt wat geopenbaard is, niet, maar vervolmaakt die. ~ 211 VI, 2,75 | eist voor de wijsbegeerte niet alleen een gewettigde autonomie 212 VI, 2,75 | denken die zoals blijkt, niet legitiem is. Door de waarheid 213 VI, 2,76 | geoorloofd, maar hij mag niet verkeerd begrepen worden: 214 VI, 2,76 | geloof. Hij verwijst dus niet eenvoudigweg naar een filosofie 215 VI, 2,76 | onderzoek naar streefden om niet in tegenspraak met het geloof 216 VI, 2,76 | wijsgerige denken, die zich niet zouden hebben voorgedaan 217 VI, 2,76 | ofschoon ze daarvoor natuurlijk niet ontoegankelijk zijn, misschien 218 VI, 2,76 | christelijke openbaring. Niet toevallig is zij het fundament 219 VI, 2,76 | geworden; want ze hebben niet geprobeerd, de geloofswaarheden 220 VI, 2,76 | hedendaagse wijsbegeerte niet zou bestaan zonder deze 221 VI, 2,77 | aanspraken te bevestigen. Het was niet toevallig dat de Kerkvaders 222 VI, 2,77 | werd. Deze titel bedoelde niet een slaafse onderwerping 223 VI, 2,78 | heeft voorgesteld. Dit was niet om in specifiek filosofische 224 VI, 2,79 | in het besef dat het zich niet kan verheffen tot absolute 225 VI, 2,79 | het denken verbindt en dat niet afwijst. Opnieuw zijn het 226 VI, 2,79 | gelooft.(...) Als het geloof niet denkt, is het niets”. 95 227 VI, 2,79 | zonder instemming gelooft men niet echt.” 96 ~ 228 VII, 1,80 | werkelijkheid die wij ervaren, niet het absolute is: ze is noch 229 VII, 1,80 | geschapen wereld zichzelf niet voldoende is, leidt iedere 230 VII, 1,80 | het menselijk bestaan te niet doen. ~Ook het probleem 231 VII, 1,80 | leert dat dergelijk kwaad niet van een of ander gebrek 232 VII, 1,81 | transcendente. Een wijsbegeerte die niet langer de vraag naar de 233 VII, 1,81 | Door dat te doen zal zij niet alleen de beslissende kritische 234 VII, 1,81 | waarden. Als deze technologie niet wordt geordend naar iets 235 VII, 1,81 | omvattende betekenis ontkent zou niet alleen slecht berekend zijn 236 VII, 1,82 | zou deze wijsheidsfunctie niet verricht kunnen worden door 237 VII, 1,82 | authentieke kennis was, d.w.z.. niet alleen gericht op bijzondere 238 VII, 1,82 | Vaticanum II: “De rede is niet beperkt tot de verschijnselen 239 VII, 1,82 | weer konden geven. Men kan niet zeggen dat de katholieke 240 VII, 1,82 | nog te vervolmaken kennis niet loochent. Dit geldt ook 241 VII, 1,83 | Goed, God zelf. Ik wil hier niet spreken over metafysica 242 VII, 1,83 | begrepen mag de metafysica niet als alternatief voor de 243 VII, 1,83 | maar ditmysteriezou niet geopenbaard kunnen worden, 244 VII, 1,83 | en de theologie zou het niet op enigerlei wijze begrijpbaar 245 VII, 1,83 | metafysische horizon zou niet in staat zijn, om verder 246 VII, 1,84 | ontdekken. We kunnen toch niet anders dan in een dergelijk 247 VII, 1,84 | onderdrukken zij de rede niet alleen, maar zetten ze ook 248 VII, 1,84 | dat is waar, maar daarom niet minder betekenisvol. 103 249 VII, 1,84 | betekenisvol. 103 Ware dit niet zo, dan zou het woord van 250 VII, 1,84 | woord is in menselijke taal, niet in staat zijn iets over 251 VII, 1,84 | interpretatie van dit woord kan ons niet slechts voortdurend verwijzen 252 VII, 1,85 | eenheid. Hoe zou de Kerk hier niet bezorgd over kunnen zijn? 253 VII, 1,85 | direct oplegt, en zij kunnen niet weglopen voor de plicht 254 VII, 1,85 | beroep op de traditie is niet louter een herinnering aan 255 VII, 1,85 | tot de traditie en dat het niet aan ons is om er naar eigen 256 VII, 1,85 | mate ook voor de theologie. Niet alleen omdat de theologie 257 VII, 1,86 | lopen daarom het gevaar, niet in staat te zijn om het 258 VII, 1,86 | die misschien vals zijn of niet ‘to the point’. Een extreme 259 VII, 1,86 | dergelijke manipulatie draagt niet bij aan het zoeken naar 260 VII, 1,86 | waarheid en oefent het verstand niet, theologisch noch wijsgerig, 261 VII, 1,87 | historicisten, is misschien niet waar in een andere. Zo wordt 262 VII, 1,87 | heden. Men mag daarentegen niet vergeten dat, zelfs wanneer 263 VII, 1,88 | technologische vooruitgang. De niet te ontkennen triomf van 264 VII, 1,88 | irrationele of imaginaire. Niet minder teleurstellend is 265 VII, 1,88 | benadert, die, als ze al niet genegeerd worden, onderworpen 266 VII, 1,88 | menselijk denken, dat zich niet langer bezighoudt met de 267 VII, 1,89 | 89. Niet minder gevaarlijk is het 268 VII, 1,89 | opvatting van democratie die niet gefundeerd is op enige referentie 269 VII, 1,89 | handeling toelaatbaar is of niet wordt beslist bij parlementaire 270 VII, 1,90 | identiteit. Want men mag niet over het hoofd zien, dat 271 VII, 1,90(106)| vrijheid, en alle vrijheid die niet de bodem raakt van de waarheid 272 VII, 1,91 | deze denkrichtingen was het niet mijn bedoeling om een compleet 273 VII, 1,91 | postulaten die men voor niet discutabel hield, voor een 274 VII, 1,91 | van geluk en vrijheid zag, niet standhouden, zodat een van 275 VII, 2,92 | Zou men in dit verband niet denken aan de woorden van 276 VII, 2,92(109)| naar wat de apostelennu niet kunnen verdragen”, is noodzakelijk 277 VII, 2,92(109)| leiden in de volle waarheidniet alleen verbonden is met 278 VII, 2,94 | betreft, is hun waarheid zeker niet beperkt tot de vertelling 279 VII, 2,95 | woord van God richt zich niet tot één apart volk of tot 280 VII, 2,96(112)| duidelijk dat de Kerk zich niet kan binden aan een willekeurig, 281 VII, 2,96(112)| het dogma te komen, berust niet op een zo bouwvallige fundering. 282 VII, 2,96(112)| door de Kerk. Daarom is het niet verbazend dat enkele van 283 VII, 2,96(112)| de oecumenische Concilies niet alleen gebruikt zijn, maar 284 VII, 2,96 | verwoord, bewaren. 113 ware dit niet het geval, dan zouden de 285 VII, 2,96 | en de natuurwetenschappen niet met elkaar kunnen communiceren 286 VII, 2,96 | waarde van veel concepten niet uit dat hun betekenis vaak 287 VII, 2,96(113)| soorten ervan) de waarheid niet op bepaalde wijze zouden 288 VII, 2,98 | veranderd; het geweten wordt niet meer in zijn oorspronkelijke 289 VII, 2,99 | die op een andere manier niet te bereiken valt, aangezien 290 VII, 2,99 | catechese wordt meegedeeld niet een verzameling begripswaarheden 291 Slot, 0,100 | wijsbegeerte een machtige, zij het niet altijd meteen duidelijke, 292 Slot, 0,101 | filosofie zal in de theologie niet de opvatting van een enkele 293 Slot, 0,103 | verklaard. 125 Terwijl ik niet moe word op de urgentie 294 Slot, 0,104 | dialoog met hen die ons geloof niet delen. De filosofische beweging 295 Slot, 0,104 | openbaring verkondigt, nog niet begrijpt. Dit terrein van 296 Slot, 0,104 | terwijl ze hun Bron nog niet erkennen, noch hen die tegenstanders 297 Slot, 0,105 | aspecten, of deze nu wel of niet in harmonie is met het woord 298 Slot, 0,105 | intelligentie zonder deemoed, studie niet geschraagd door goddelijke 299 Slot, 0,105 | kerkelijke faculteiten, mag niet veronachtzaamd worden. 130


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License