Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | anders kon het immers niet - binnen de horizon van
2 Inl, 0,2 | en kan dat ook helemaal niet zijn. Sinds de Paasdag waarop
3 Inl, 0,3 | van het Avondland, mag ons niet blind maken voor de invloed
4 Inl, 0,4 | en zeer spoedig zou hij niet meer werkelijk als persoon
5 Inl, 0,4 | zij het in onduidelijke, niet doordachte vorm, te bezitten.
6 Inl, 0,5 | evangelie aan allen die haar nog niet kennen, mee te delen. ~Aansluitend
7 Inl, 0,5 | behaald werden, mogen echter niet leiden tot een voorbijzien
8 Inl, 0,5 | zienswijzen te ontwikkelen, die niet ingaan op de radicale vraag
9 Inl, 0,5 | bij moderne mensen, en dat niet alleen bij enkele filosofen,
10 Inl, 0,6 | opgedragen; daarvan kunnen wij niet afzien, zonder het ambt
11 Inl, 0,6 | concentreren. Want men kan niet ontkennen, dat onze tijd
12 Inl, 0,6 | herwinnen. Daarom heb ik niet alleen de behoefte gevoeld,
13 I, 1,7 | zij de mens aanbiedt komt niet uit haar eigen denken voort,
14 I, 1,8 | ontkenning van alle kennis die niet voortkwam uit de natuurlijke
15 I, 1,9 | tweevoudige orde van kennis, niet alleen onderscheiden in
16 I, 1,9 | verborgen zijn en die, als ze niet door God geopenbaard waren,
17 I, 1,9 | door God geopenbaard waren, niet bekend zouden kunnen worden.” 7
18 I, 1,12 | zonder welke wij onszelf niet zouden kunnen begrijpen. ~
19 I, 1,12 | gekomen waarheid is aldus niet meer opgesloten in een nauw
20 I, 2,13 | 13. Men mag niettemin niet vergeten dat de openbaring
21 I, 2,13 | mens geschonken en door hem niet opeisbare waarheid voegt
22 I, 2,13 | geloof is de vrijheid dus niet simpelweg aanwezig: ze is
23 I, 2,13 | vrijheid verwerkelijkt zich niet in beslissingen tegen God.
24 I, 2,13 | verwezen en waarvan zij niet kan afzien zonder dat zij
25 I, 2,13 | juist gezegd heeft: “Je ziet niet, je begrijpt niet, maar
26 I, 2,13 | Je ziet niet, je begrijpt niet, maar het geloof bevestigt
27 I, 2,13 | waarheid zich uiterlijk niet van de algemene opinies.
28 I, 2,13 | geloofskennis heft het mysterie dus niet op: ze maakt het alleen
29 I, 2,14 | referentiepunt waarvan de mens niet kan afzien, als hij ertoe
30 I, 2,14 | van God, dat het verstand niet volledig kan doorgronden,
31 I, 2,14 | verdrijven, opdat zij mijn geest niet zouden bezighouden en mij
32 I, 2,14 | steeds? (...) O Heer, U bent niet alleen het grootste dat
33 I, 2,14 | cogitari possit) (...) Als U niet zo was, zou men zich iets
34 I, 2,15 | Ik u vandaag geef, zijn niet te zwaar voor u en zij liggen
35 I, 2,15 | zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. Ze zijn
36 I, 2,15 | buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel en u hoeft niet
37 I, 2,15 | niet in de hemel en u hoeft niet te zeggen: ‘Wie zal naar
38 I, 2,15 | kunnen volbrengen?’ Ze zijn niet overzee en u hoeft niet
39 I, 2,15 | niet overzee en u hoeft niet te zeggen: ‘Wie zal de zee
40 I, 2,15 | homine habitat veritas“ [Ga niet naar buiten, keer tot jezelf
41 I, 2,15 | openbaring ons laat kennen, is niet de rijpe vrucht of het hoogtepunt
42 II, 1,16 | feit dat in deze teksten niet alleen het geloof van Israël
43 II, 1,16 | haar verschijnselen zeker niet het resultaat van abstractie,
44 II, 1,16 | afzijdig blijft. Het grijpt niet in om de autonomie van het
45 II, 1,16 | geloof laten zich daarom niet scheiden zonder dat het
46 II, 1,18 | dat men zich op deze weg niet mag begeven met de hoogmoed
47 II, 1,18 | maar is in werkelijkheid niet in staat, de blik te concentreren
48 II, 1,19 | de Schepper van alles, niet kan kennen, dan ligt dat
49 II, 1,19 | kan kennen, dan ligt dat niet zozeer aan het ontbreken
50 II, 1,20 | verstand gewaardeerd, maar niet overgewaardeerd. Want alles
51 II, 2,21 | volgens het Oude Testament niet alleen op zorgvuldige waarneming
52 II, 2,21 | onderzoek was voor de schrijver niet vrij van de moeite die de
53 II, 2,21 | echter ondanks de beproeving niet verslagen. De kracht om
54 II, 2,22 | uit schijnt te stijgen: niet alleen dat het vanaf het
55 II, 2,22 | kritisch over kan denken, niet meer verbannen is naar de
56 II, 2,22 | is duidelijk: de mens was niet in staat om uit zichzelf
57 II, 2,22 | ogen van de rede waren nu niet meer in staat helder te
58 II, 2,23 | de wijsheid van de wereld niet tot dwaasheid gemaakt?” (
59 II, 2,23 | God wil verwezenlijken, is niet langer de wijsheid van de
60 II, 2,23 | maar de H. Paulus aarzelt niet om te benadrukken: “Wanner
61 II, 2,23 | 2Kor 12, 10). De mens kan niet begrijpen, hoe de dood bron
62 II, 2,23 | 28). De apostel schroomt niet om de radicaalste taal die
63 II, 2,23 | liefde dat het kruis omvat, niet elimineren; in plaats daarvan
64 II, 2,23 | geven, waarnaar zij zoekt. Niet de wijsheid van de woorden,
65 III, 1,24 | zouden vinden; Hij is immers niet ver van ieder van ons” (
66 III, 1,25 | zichtbare schepping dat niet alleen in staat is om te
67 III, 1,25 | zichtbaar is. De mens kan niet oprecht ongeïnteresseerd
68 III, 1,25 | mensheid hebben bevorderd. ~Niet minder belangrijk dan het
69 III, 1,25 | zonder vrijheid bestaat niet... Als er voor de mens het
70 III, 1,25 | de waarden vindt de mens niet door zich in zichzelf op
71 III, 1,26 | hopen op een voortbestaan of niet. Niet zonder reden heeft
72 III, 1,26 | een voortbestaan of niet. Niet zonder reden heeft het wijsgerige
73 III, 1,27 | en absolute waarheid of niet. Op zich blijkt iedere waarheid,
74 III, 1,27 | maar ze bevredigen hem niet. Er komt voor allen een
75 III, 1,27 | ze, of ze het toegeven of niet, de behoefte hebben om hun
76 III, 1,27 | een zekerheid brengt die niet meer onderworpen is aan
77 III, 2,28 | de waarheid is inderdaad niet altijd zo doorzichtig en
78 III, 2,29 | in. De mens zou helemaal niet beginnen iets te zoeken,
79 III, 2,29 | antwoord te vinden, en geeft niet op bij mislukkingen. Hij
80 III, 2,29 | oorspronkelijke ingeving niet voor nutteloos alleen omdat
81 III, 2,29 | alleen omdat hij het doel niet bereikt heeft; veeleer zal
82 III, 2,29 | terecht, zeggen dat hij nog niet het adequate antwoord heeft
83 III, 2,29 | heeft, dat zij zich in wezen niet onderscheiden van de antwoorden
84 III, 2,29 | hebben gekregen. Zeker bezit niet iedere waarheid die verkregen
85 III, 2,30 | duidelijk stellen dat zij zich niet alleen beperken tot de soms
86 III, 2,31 | 31. De mens is niet geschapen om alleen te leven.
87 III, 2,31 | verschillende tradities, waarvan hij niet alleen de taal en de culturele
88 III, 2,31 | worden, en getest. Dat belet niet, dat na deze overgangsfase
89 III, 2,32 | tussen personen inhoudt en niet slechts de persoonlijke
90 III, 2,32 | betrekking gezochte waarheden niet primair van empirische of
91 III, 2,32 | van de mens ligt namelijk niet alleen in het zich eigen
92 III, 2,32 | tussenmenselijke vertrouwen, toch niet zonder relatie met de waarheid:
93 III, 2,33 | waarheid. Dit zoeken is niet alleen voor de toe-eigening
94 III, 2,33 | waarheden bestemd; de mens zoekt niet alleen voor elk van zijn
95 III, 2,33 | essentiële waarheid wordt niet alleen langs rationele weg
96 III, 2,33 | expressieve akten. ~Men mag niet vergeten dat ook het verstand
97 III, 2,34 | Jezus Christus openbaart, is niet in tegenspraak met de waarheden
98 III, 2,34(29) | Vaticanum II drukte zich niet anders uit; het neemt zelfs
99 IV, 1,36 | christenen het in hun toespraken niet laten bij een verwijzing
100 IV, 1,36 | ook de Griekse religie, niet anders dan de meeste kosmische
101 IV, 1,36 | beginselen, stelden zij zich niet meer met de oude mythen
102 IV, 1,37 | natuurmachten van de wereld, niet op Christus” (2,8). De woorden
103 IV, 1,38 | doopsel. Dat wil echter niet zeggen dat zij de opgave
104 IV, 1,38 | wijsbegeerte is voor de Alexandrijn niet de voltooiing of de versterking
105 IV, 1,38 | zij de waarheid weliswaar niet effectiever, maar omdat
106 IV, 1,40 | regelmatig bezochte wijsgeren niet konden brengen. De reden
107 IV, 1,40 | bevolen werd te geloven wat niet bewezen werd - of het nu
108 IV, 1,40 | wel te bewijzen was, maar niet voor ieder, of überhaupt
109 IV, 1,40 | voor ieder, of überhaupt niet te bewijzen was - terwijl
110 IV, 1,41 | wijsgerige scholen. Dat betekent niet dat ze de inhoud van hun
111 IV, 1,41 | Tot ontmoeting kwam het niet alleen op het niveau van
112 IV, 1,41 | Kerkvaders ontzagen zich echter niet, tegenover de wijsgeren
113 IV, 1,41 | overeenstemmingen vertroebelde in hen niet de erkenning van de verschillen. ~
114 IV, 1,42 | voorrang van het geloof niet in concurrentie met het
115 IV, 1,42 | eigen is. Dit is er namelijk niet toe geroepen, een oordeel
116 IV, 1,42 | ongeschikt is, ook helemaal niet toe in staat zijn. Veeleer
117 IV, 1,42 | moet toegeven dat hij nog niet alles heeft gedaan wat in
118 IV, 1,42 | ook al kan zijn intellect niet doordringen tot de zijnswijze
119 IV, 1,42 | ofschoon men met de rede niet zó tot dat wezen kan doordringen
120 IV, 1,42 | grondslag van zijn zekerheid niet in het minst aan het wankelen.
121 IV, 1,42(42) | U te zien; en ik heb nog niet gedaan waarvoor ik geschapen
122 IV, 2,43 | weg komt de H. Thomas toe, niet alleen om de inhoud van
123 IV, 2,43 | redenering: ze kunnen elkaar dus niet tegenspreken. 44 ~Nog fundamenteler
124 IV, 2,43 | vreest derhalve het verstand niet, maar zoekt het en vertrouwt
125 IV, 2,43 | waarde van zijn rationaliteit niet vergeten: ja, hij kon in
126 IV, 2,43 | denkoefening”; het verstand wordt niet afgeschaft noch vernederd
127 IV, 2,44 | Doctor Angelicus echter niet de aanwezigheid van twee
128 IV, 2,44 | filosofie van het ‘zijn’ en niet louter van de ‘schijn’. ~
129 IV, 3,46 | rationaliteit. Zij ontzagen zich niet, zich als nieuwe religies
130 IV, 3,46 | positivistische denkwijze, die zich niet alleen verwijdert van iedere
131 IV, 3,46 | hebben, het risico lopen dat niet langer de mens en het geheel
132 IV, 3,46 | vooruitgang zien, schijnen niet alleen toe te geven aan
133 IV, 3,47 | 47. Anderzijds mag men niet vergeten dat in de moderne
134 IV, 3,47 | vormen van rationaliteit zijn niet op de beschouwing van de
135 IV, 3,47 | zijn wilsbeschikkingen. Niet alleen leiden de vruchten
136 IV, 3,47 | tegen hem zou kunnen keren, niet alles natuurlijk, zelfs
137 IV, 3,47 | alles natuurlijk, zelfs niet het meeste, maar precies
138 IV, 3,47 | waardigheid van het verstand, dat niet langer is toegerust, het
139 IV, 3,48 | zoeken. Dat neemt echter niet weg dat de hedendaagse verhouding
140 V, 1,49 | methoden; anders zou er niet de garantie zijn dat zij
141 V, 1,49 | proces. Een wijsbegeerte die niet in het licht van het verstand
142 V, 1,49 | methoden te werk zou gaan, zou niet erg behulpzaam zijn. Ten
143 V, 1,49 | moderne wijsgerige denken niet zelden is geraakt. Het is
144 V, 1,50 | opvattingen uitoefenen, die niet overeenstemmen met de christelijke
145 V, 1,51 | onderscheiding mag echter niet in eerste instantie negatief
146 V, 1,51 | dringender gevraagd: een zeker niet eenvoudige onderscheiding:
147 V, 1,51 | onderzoek aan, zichzelf niet de weg te versperren die
148 V, 1,52 | leergezag van de Kerk heeft niet pas in de jongste tijd ingegrepen,
149 V, 1,52 | opvattingen besloten liggen; 57 niet te vergeten de meer systematische
150 V, 1,52 | filosofieën van hun kant niet afgleden op wegen die verkeerd
151 V, 1,53 | tweevoudige orde van kennis, niet alleen onderscheiden in
152 V, 1,53 | God echter kan zichzelf niet verloochenen, noch (kan)
153 V, 1,54 | atheïstische communisme mag niet vergeten worden. 67 ~Later
154 V, 1,54 | duidelijk, dat deze opvattingen niet door theologen zijn bewerkt
155 V, 1,54 | dat dergelijke dwalingen niet eenvoudigweg verworpen,
156 V, 1,54 | weg afdwalende opvattingen niet negeren of veronachtzamen.
157 V, 1,54 | kennen, zowel omdat ziektes niet adequaat genezen kunnen
158 V, 1,54 | worden als zij van te voren niet goed gekend waren, alsook
159 V, 1,54 | waardevolle bijdrage die niet in vergetelheid mag raken. ~
160 V, 1,55 | nieuwigheden voordoen. Het gaat niet alleen meer om kwesties
161 V, 1,55 | überhaupt in God te geloven, niet erkent. Een tegenwoordig
162 V, 1,55(72) | Hem geopenbaarde waar is, niet vanwege de door het natuurlijke
163 V, 1,55(72) | conclusie: “daarom is het niet alleen aan alle gelovige
164 V, 1,55 | De Heilige Schrift is dus niet het enige referentiepunt
165 V, 1,55 | Men mag voorts het gevaar niet onderschatten dat schuilt
166 V, 1,56 | wordt uit overeenstemming en niet uit harmonie van de rede
167 V, 1,56 | zich bij hun filosoferen niet al te bescheiden doelen
168 V, 1,56 | wegen te ontdekken, mogen niet verloren gaan! Het is het
169 V, 2,59 | neo-Thomistische vernieuwing was echter niet het enige teken van een
170 V, 2,60 | kader van deze encycliek niet vergeten, dat een heel hoofdstuk
171 V, 2,61 | voorschriften van het leergezag niet steeds zijn opgevolgd met
172 V, 2,61 | een geringere waardering niet alleen van de scholastieke
173 V, 2,61 | toe te passen, mag echter niet als een onuitgesproken machtiging
174 V, 2,61 | inculturatie van het geloof niet vergeten. Vooral het leven
175 V, 2,62 | priesterkandidaten. Het is niet toevallig dat het curriculum
176 V, 2,63 | denken te stimuleren dat niet vijandig staat tegenover
177 VI, 1,64 | zijn ontwikkeld. Ik heb niet de wens om theologen bepaalde
178 VI, 1,64 | te bevelen, aangezien dat niet de bevoegdheid is van het
179 VI, 1,64 | het geopenbaarde Woord, niet zonder het wijsgerig onderzoek
180 VI, 1,65 | en functies van de taal. Niet minder belangrijk is de
181 VI, 1,65 | de theoloog gevraagd om niet alleen de begrippen en termen
182 VI, 1,66 | waarheid uit doordat hij niet alleen de logische en begripsstructuur
183 VI, 1,66 | ware God en ware mens is, niet aanschouwelijk te maken
184 VI, 1,67 | geschenk van God, ook als het niet op het verstand steunt,
185 VI, 1,67 | het verstand steunt, zeker niet daarvan afzien; tegelijkertijd
186 VI, 1,67 | ontdekken die het alleen niet zou kunnen bereiken”. 91 ~
187 VI, 1,69 | de huidige situatie zich niet zozeer van de wijsbegeerte
188 VI, 1,69 | mogelijk maakt; ze mag echter niet de noodzakelijke toepassing
189 VI, 1,69 | onderstrepen, is de plicht om niet bij het concrete, afzonderlijke
190 VI, 1,69 | zien. Bovendien mag men niet vergeten dat de bijzondere
191 VI, 1,69 | culturen te leren kennen, “niet wat de mensen denken, maar
192 VI, 1,69 | objectieve waarheid is”. 93 Niet de verschillende menselijke
193 VI, 1,70 | speciale, zij het noodgedwongen niet uitputtende, beschouwing
194 VI, 1,70 | aanbod voor allen: ze is niet meer tot de eigen aard van
195 VI, 1,70 | onuitgesproken, maar daarom niet minder reëel - een verwijzing
196 VI, 1,71 | in Jeruzalem: “Zijn dat niet allemaal Gallileeërs, die
197 VI, 1,71 | belet de ontvangers echter niet, hun culturele eigenheid
198 VI, 1,71 | openbaring. Het evangelie staat niet in tegenstelling tot deze
199 VI, 1,71 | vormen aan te nemen die niet bij haar passen. Integendeel,
200 VI, 1,72 | maar dit betekent helemaal niet dat andere benaderingen
201 VI, 1,72 | waarmee zij voordien nog niet in aanraking was geweest,
202 VI, 1,72 | was geweest, mag zij zich niet losmaken van wat zij zich
203 VI, 1,72 | bijzonderheid en oorspronkelijkheid niet te verwisselen met het idee
204 VI, 1,73 | beter te verstaan. Het is niet zo maar een kwestie van
205 VI, 1,73 | waarvan ze uit zichzelf niet eens zou kunnen vermoeden
206 VI, 1,74 | kunnen worden. Dit geldt niet alleen voor de kerkvaders,
207 VI, 1,74 | citeren van dezen heb ik niet de bedoeling om alle visies
208 VI, 2,75 | later in streken die nog niet waren aangeraakt door het
209 VI, 2,75 | dat de genade de natuur niet vernietigt maar haar vervolmaakt:
210 VI, 2,75 | verwelkomt wat geopenbaard is, niet, maar vervolmaakt die. ~
211 VI, 2,75 | eist voor de wijsbegeerte niet alleen een gewettigde autonomie
212 VI, 2,75 | denken die zoals blijkt, niet legitiem is. Door de waarheid
213 VI, 2,76 | geoorloofd, maar hij mag niet verkeerd begrepen worden:
214 VI, 2,76 | geloof. Hij verwijst dus niet eenvoudigweg naar een filosofie
215 VI, 2,76 | onderzoek naar streefden om niet in tegenspraak met het geloof
216 VI, 2,76 | wijsgerige denken, die zich niet zouden hebben voorgedaan
217 VI, 2,76 | ofschoon ze daarvoor natuurlijk niet ontoegankelijk zijn, misschien
218 VI, 2,76 | christelijke openbaring. Niet toevallig is zij het fundament
219 VI, 2,76 | geworden; want ze hebben niet geprobeerd, de geloofswaarheden
220 VI, 2,76 | hedendaagse wijsbegeerte niet zou bestaan zonder deze
221 VI, 2,77 | aanspraken te bevestigen. Het was niet toevallig dat de Kerkvaders
222 VI, 2,77 | werd. Deze titel bedoelde niet een slaafse onderwerping
223 VI, 2,78 | heeft voorgesteld. Dit was niet om in specifiek filosofische
224 VI, 2,79 | in het besef dat het zich niet kan verheffen tot absolute
225 VI, 2,79 | het denken verbindt en dat niet afwijst. Opnieuw zijn het
226 VI, 2,79 | gelooft.(...) Als het geloof niet denkt, is het niets”. 95
227 VI, 2,79 | zonder instemming gelooft men niet echt.” 96 ~
228 VII, 1,80 | werkelijkheid die wij ervaren, niet het absolute is: ze is noch
229 VII, 1,80 | geschapen wereld zichzelf niet voldoende is, leidt iedere
230 VII, 1,80 | het menselijk bestaan te niet doen. ~Ook het probleem
231 VII, 1,80 | leert dat dergelijk kwaad niet van een of ander gebrek
232 VII, 1,81 | transcendente. Een wijsbegeerte die niet langer de vraag naar de
233 VII, 1,81 | Door dat te doen zal zij niet alleen de beslissende kritische
234 VII, 1,81 | waarden. Als deze technologie niet wordt geordend naar iets
235 VII, 1,81 | omvattende betekenis ontkent zou niet alleen slecht berekend zijn
236 VII, 1,82 | zou deze wijsheidsfunctie niet verricht kunnen worden door
237 VII, 1,82 | authentieke kennis was, d.w.z.. niet alleen gericht op bijzondere
238 VII, 1,82 | Vaticanum II: “De rede is niet beperkt tot de verschijnselen
239 VII, 1,82 | weer konden geven. Men kan niet zeggen dat de katholieke
240 VII, 1,82 | nog te vervolmaken kennis niet loochent. Dit geldt ook
241 VII, 1,83 | Goed, God zelf. Ik wil hier niet spreken over metafysica
242 VII, 1,83 | begrepen mag de metafysica niet als alternatief voor de
243 VII, 1,83 | maar dit “mysterie” zou niet geopenbaard kunnen worden,
244 VII, 1,83 | en de theologie zou het niet op enigerlei wijze begrijpbaar
245 VII, 1,83 | metafysische horizon zou niet in staat zijn, om verder
246 VII, 1,84 | ontdekken. We kunnen toch niet anders dan in een dergelijk
247 VII, 1,84 | onderdrukken zij de rede niet alleen, maar zetten ze ook
248 VII, 1,84 | dat is waar, maar daarom niet minder betekenisvol. 103
249 VII, 1,84 | betekenisvol. 103 Ware dit niet zo, dan zou het woord van
250 VII, 1,84 | woord is in menselijke taal, niet in staat zijn iets over
251 VII, 1,84 | interpretatie van dit woord kan ons niet slechts voortdurend verwijzen
252 VII, 1,85 | eenheid. Hoe zou de Kerk hier niet bezorgd over kunnen zijn?
253 VII, 1,85 | direct oplegt, en zij kunnen niet weglopen voor de plicht
254 VII, 1,85 | beroep op de traditie is niet louter een herinnering aan
255 VII, 1,85 | tot de traditie en dat het niet aan ons is om er naar eigen
256 VII, 1,85 | mate ook voor de theologie. Niet alleen omdat de theologie
257 VII, 1,86 | lopen daarom het gevaar, niet in staat te zijn om het
258 VII, 1,86 | die misschien vals zijn of niet ‘to the point’. Een extreme
259 VII, 1,86 | dergelijke manipulatie draagt niet bij aan het zoeken naar
260 VII, 1,86 | waarheid en oefent het verstand niet, theologisch noch wijsgerig,
261 VII, 1,87 | historicisten, is misschien niet waar in een andere. Zo wordt
262 VII, 1,87 | heden. Men mag daarentegen niet vergeten dat, zelfs wanneer
263 VII, 1,88 | technologische vooruitgang. De niet te ontkennen triomf van
264 VII, 1,88 | irrationele of imaginaire. Niet minder teleurstellend is
265 VII, 1,88 | benadert, die, als ze al niet genegeerd worden, onderworpen
266 VII, 1,88 | menselijk denken, dat zich niet langer bezighoudt met de
267 VII, 1,89 | 89. Niet minder gevaarlijk is het
268 VII, 1,89 | opvatting van democratie die niet gefundeerd is op enige referentie
269 VII, 1,89 | handeling toelaatbaar is of niet wordt beslist bij parlementaire
270 VII, 1,90 | identiteit. Want men mag niet over het hoofd zien, dat
271 VII, 1,90(106)| vrijheid, en alle vrijheid die niet de bodem raakt van de waarheid
272 VII, 1,91 | deze denkrichtingen was het niet mijn bedoeling om een compleet
273 VII, 1,91 | postulaten die men voor niet discutabel hield, voor een
274 VII, 1,91 | van geluk en vrijheid zag, niet standhouden, zodat een van
275 VII, 2,92 | Zou men in dit verband niet denken aan de woorden van
276 VII, 2,92(109)| naar wat de apostelen “nu niet kunnen verdragen”, is noodzakelijk
277 VII, 2,92(109)| leiden in de volle waarheid” niet alleen verbonden is met
278 VII, 2,94 | betreft, is hun waarheid zeker niet beperkt tot de vertelling
279 VII, 2,95 | woord van God richt zich niet tot één apart volk of tot
280 VII, 2,96(112)| duidelijk dat de Kerk zich niet kan binden aan een willekeurig,
281 VII, 2,96(112)| het dogma te komen, berust niet op een zo bouwvallige fundering.
282 VII, 2,96(112)| door de Kerk. Daarom is het niet verbazend dat enkele van
283 VII, 2,96(112)| de oecumenische Concilies niet alleen gebruikt zijn, maar
284 VII, 2,96 | verwoord, bewaren. 113 ware dit niet het geval, dan zouden de
285 VII, 2,96 | en de natuurwetenschappen niet met elkaar kunnen communiceren
286 VII, 2,96 | waarde van veel concepten niet uit dat hun betekenis vaak
287 VII, 2,96(113)| soorten ervan) de waarheid niet op bepaalde wijze zouden
288 VII, 2,98 | veranderd; het geweten wordt niet meer in zijn oorspronkelijke
289 VII, 2,99 | die op een andere manier niet te bereiken valt, aangezien
290 VII, 2,99 | catechese wordt meegedeeld niet een verzameling begripswaarheden
291 Slot, 0,100 | wijsbegeerte een machtige, zij het niet altijd meteen duidelijke,
292 Slot, 0,101 | filosofie zal in de theologie niet de opvatting van een enkele
293 Slot, 0,103 | verklaard. 125 Terwijl ik niet moe word op de urgentie
294 Slot, 0,104 | dialoog met hen die ons geloof niet delen. De filosofische beweging
295 Slot, 0,104 | openbaring verkondigt, nog niet begrijpt. Dit terrein van
296 Slot, 0,104 | terwijl ze hun Bron nog niet erkennen, noch hen die tegenstanders
297 Slot, 0,105 | aspecten, of deze nu wel of niet in harmonie is met het woord
298 Slot, 0,105 | intelligentie zonder deemoed, studie niet geschraagd door goddelijke
299 Slot, 0,105 | kerkelijke faculteiten, mag niet veronachtzaamd worden. 130
|