Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | een deel van ons leven. Op de architraaf van de tempel
2 Inl, 0,1 | toont ons een eerste blik op de geschiedenis van de oudheid
3 Inl, 0,1 | verschillende culturen, op hetzelfde ogenblik dezelfde
4 Inl, 0,1 | Israël, maar ze duiken ook op in de Veda’s en ook in de
5 Inl, 0,1 | beroert: van het antwoord op deze vragen hangt inderdaad
6 Inl, 0,2 | Kerk is geen vreemdeling op deze zoektocht en kan dat
7 Inl, 0,2 | ontvangen, is zij tot pelgrim op de straten van de wereld
8 Inl, 0,2 | haar verantwoordelijkheid op heel bijzondere wijze doet
9 Inl, 0,2 | zij haar de verplichting op, zich te bekommeren om de
10 Inl, 0,2 | steeds slechts een etappe is op de weg naar die volledige
11 Inl, 0,3 | doel van de dingen. Ze laat op verschillende wijzen en
12 Inl, 0,3 | wijsbegeerte een sterke invloed had op de vorming en ontwikkeling
13 Inl, 0,3 | maken voor de invloed die ze op de bestaansvoorstellingen
14 Inl, 0,4 | betrekking met anderen staat, die op hem lijken en wier lot hij
15 Inl, 0,4 | zekere “wijsgerige hoogmoed” op, die er aanspraak op maakt
16 Inl, 0,4 | hoogmoed” op, die er aanspraak op maakt de uit zijn eigen
17 Inl, 0,4 | impliciete wijsbegeerte bevinden, op grond waarvan iedereen zich
18 Inl, 0,4 | kennis zou, juist omdat zij op enigerlei wijze door allen
19 Inl, 0,4 | te formuleren en daarop op juiste wijze consequente,
20 Inl, 0,5 | ik daarom de blik richten op dit bijzondere werk van
21 Inl, 0,5 | verdienste dat zij de aandacht op de mens heeft geconcentreerd.
22 Inl, 0,5 | denksystemen opgebouwd, die op de verschillende kennisterreinen
23 Inl, 0,5 | pragmatische, ten diepste op empirische gegevens berustende
24 Inl, 0,5 | de menselijke oriëntatie op de waarheid zo goed mogelijk
25 Inl, 0,5 | haar zoeken geconcentreerd op de kennis van de mens. In
26 Inl, 0,5 | indifferent pluralisme, dat stoelt op de opvatting dat alle stellingnames
27 Inl, 0,5 | enerzijds in geslaagd is om op de weg te komen die het
28 Inl, 0,5 | ontwikkelen, die niet ingaan op de radicale vraag naar de
29 Inl, 0,5 | wijsbegeerte definitieve antwoorden op deze vragen te krijgen,
30 Inl, 0,6 | alsook tot alle mensen die op zoek zijn: ik wil hen laten
31 Inl, 0,6 | daarbij de aandacht juist op het thema waarheid en op
32 Inl, 0,6 | op het thema waarheid en op haar grondslag in relatie
33 Inl, 0,6 | cultuur door steeds te wijzen op het zoeken naar de waarheid,
34 Inl, 0,6 | spreken, opdat de mensheid op de drempel van het derde
35 I, 1,8 | hadden de nadruk gelegd op het bovennatuurlijke karakter
36 I, 1,8 | rationalistische kritiek die destijds op grond van wijdverbreide
37 I, 1,8 | een waarheid die stoelt op het feit van de zich openbarende
38 I, 1,9 | Het geloof, dat stoelt op Gods getuigenis en dat de
39 I, 1,9 | kennis. Want deze steunt op de zintuiglijke waarneming,
40 I, 1,9 | zintuiglijke waarneming, op de ervaring, en beweegt
41 I, 1,10 | Vaticanum II hebben de blik vast op de openbarende Jezus gericht
42 I, 1,10 | gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen. Deze bedeling
43 I, 1,11 | Na echter vele malen en op velerlei wijze gesproken
44 I, 1,11 | profeten, heeft God ‘nu op het einde der tijden tot
45 I, 1,12 | het mysterie van de mens op” 12, stelt de constitutie
46 I, 1,12 | het antwoord kunnen zoeken op zulke dramatische kwesties
47 I, 2,13 | mysterie binnen te gaan, op een wijze die het ons mogelijk
48 I, 2,13 | uitspraak wordt gewezen op een fundamentele waarheid
49 I, 2,13 | het mysterie zelfstandig op verkenning te gaan. Ze geven
50 I, 2,13 | ons in zekere zin gewezen op het sacramentele karakter
51 I, 2,13 | openbaring en in het bijzonder op het teken van de eucharistie,
52 I, 2,13(16) | Sequentie op het Feest van het Allerheiligste
53 I, 2,13 | heft het mysterie dus niet op: ze maakt het alleen inzichtelijker
54 I, 2,14 | ijver mijn gedachten richtte op dit probleem, scheen het
55 I, 2,14 | kon halen, dan kwamen zij op met steeds grotere opdringerigheid. (...)
56 I, 2,15 | Deuteronomium kan men goed op deze situatie toepassen: “
57 I, 2,15 | onverschuldigds, wekt het denken op en verlangt om als uitdrukking
58 II, 1,16 | oud-oriëntaalse culturen worden op deze bladzijden, die zo
59 II, 1,16 | Gelukkig de man die zich op de wijsheid toelegt en die
60 II, 1,16 | probeert te ontdekken; die op weg gaat en haar als een
61 II, 1,16 | als een speurder nazit en op de loer ligt waar zij heengaat;
62 II, 1,16 | opzet en zijn intrek neemt op een plek waar het goed is.
63 II, 1,16 | goede Israëliet zijn kennis op de wijze van de moderne
64 II, 1,16 | zichzelf, de wereld en God op passende wijze te kennen. ~
65 II, 1,17 | het bevredigende antwoord op elke nog onbeantwoorde vraag
66 II, 1,18 | uit het besef dat men zich op deze weg niet mag begeven
67 II, 1,18 | een derde regel steunt op de “vreze Gods”: het verstand
68 II, 1,18 | de blik te concentreren op de werkelijk belangrijke
69 II, 1,19 | die verder licht werpen op dit thema. Daarin spreekt
70 II, 1,19 | aan de hindernis die hem op de weg gelegd is door zijn
71 II, 2,21 | Oude Testament niet alleen op zorgvuldige waarneming van
72 II, 2,21 | laten. Doordat hij steunt op God blijft hij steeds en
73 II, 2,21 | steeds en overal gericht op het schone, goede en ware. ~
74 II, 2,22 | maar moest zich beroepen op een hoger beginsel. Verblinding
75 II, 2,23 | aanvaarden als de echte kritiek op hen die zichzelf wijsmaken
76 II, 2,23 | gekruisigde en opgestane Christus op de klip waarop ze schipbreuk
77 III, 1 | Op De Zoektocht Naar De Waarheid~
78 III, 1,24 | de Apostelen, dat Paulus op zijn missiereizen naar Athene
79 III, 1,24 | mensenvolk gemaakt om overal op aarde te wonen. Hij heeft
80 III, 1,24 | te koersen. De mens heeft op verschillende manieren,
81 III, 1,24 | verlangende zoeken (...) uitdrukt. Op een speciale manier heeft
82 III, 1,25 | veel onderzoeken, vooral op het gebied van de natuurwetenschappen,
83 III, 1,25 | belangrijk dan het onderzoek op theoretisch gebied is het
84 III, 1,25 | de mens het recht bestaat op zijn weg van zoeken naar
85 III, 1,25 | niet door zich in zichzelf op te sluiten, maar door zich
86 III, 1,26 | zin? Waarheen leidt het? Op het eerste gezicht zou het
87 III, 1,26 | reikt; of hij mag hopen op een voortbestaan of niet.
88 III, 1,27 | absolute waarheid of niet. Op zich blijkt iedere waarheid,
89 III, 2,28 | zijn leven kunnen bouwen op twijfel, onzekerheid of
90 III, 2,29 | vertrouwt hij er vanaf het begin op, een antwoord te vinden,
91 III, 2,29 | te vinden, en geeft niet op bij mislukkingen. Hij houdt
92 III, 2,29 | zoeken naar de waarheid op het gebied van de laatste
93 III, 2,30 | die vormen die berusten op evidentie of die door proefneming
94 III, 2,30 | wetenschappelijk onderzoek. Op een ander niveau moet men
95 III, 2,30 | tradities als antwoord geven op de laatste vragen. 27 ~Wat
96 III, 2,30 | inricht. Hij vormt zich op de een of andere manier
97 III, 2,30 | alomvattende visie en een antwoord op de vraag naar de zin van
98 III, 2,31 | wordt geboren en groeit op in een gezin, om later met
99 III, 2,31 | overgangsfase dezelfde waarheden op grond van de daarmee opgedane
100 III, 2,31 | waar het moderne leven op steunt, kritisch te onderzoeken?
101 III, 2,32 | door het geloof, die steunt op het tussenmenselijke vertrouwen,
102 III, 2,32 | martelaren, het wekt instemming op, vindt gehoor en navolging.
103 III, 2,32 | Dat is de reden waarom men op hun woord vertrouwt: men
104 III, 2,32 | ons een diep vertrouwen op, omdat hij zegt wat wij
105 III, 2,33 | zich vertrouwvol verlaat op andere personen, die de
106 III, 2,33 | zijn zoeken is aangewezen op de ondersteuning door vertrouwvol
107 III, 2,33 | dat de mens zich bevindt op een naar menselijke maat
108 III, 2,34(29) | aan P. Benedetto Castelli op 21 december 1613. Vaticanum
109 III, 2,34(29) | methodisch onderzoek zal, op alle kennisterreinen, als
110 IV, 1,36 | die rede die de apostel op de Areopaag had gehouden,
111 IV, 1,36 | heeft herhaalde toespelingen op populaire overtuigingen
112 IV, 1,36 | ze moesten ook wijzen op de natuurlijke Godskennis
113 IV, 1,36 | natuurlijke Godskennis en op de stem van het morele geweten
114 IV, 1,36 | overleveringen, uitkwam op een ontwikkeling die overeenkwam
115 IV, 1,36 | gedeeltelijk gelouterd. Op deze basis begonnen de Kerkvaders
116 IV, 1,37 | 37. Wanneer men wijst op deze toenaderingsbeweging
117 IV, 1,37 | Kolossenzen waarschuwt: “Past op, dat niemand u verleidt
118 IV, 1,37 | leer, die enkel steunen op menselijke overlevering
119 IV, 1,37 | overlevering en die zich beroepen op de natuurmachten van de
120 IV, 1,37 | natuurmachten van de wereld, niet op Christus” (2,8). De woorden
121 IV, 1,37 | actueel, als we ze betrekken op de verschillende vormen
122 IV, 1,38 | dermate bevredigend antwoord op de tot dan toe onbeantwoorde
123 IV, 1,38 | bevestiging van ieders recht op toegang tot de waarheid.
124 IV, 1,38 | wijsbegeerte” te hebben gevonden32. Op vergelijkbare wijze noemde
125 IV, 1,39 | uitnemend. Om te antwoorden op de door Celsus gedane aanvallen
126 IV, 1,39 | betoog. Wat voordiende duidde op een algemene leer over de
127 IV, 1,39 | filosofie, maar was er alert op, zich er duidelijk van te
128 IV, 1,40 | wijsgerige en theologische denken op te stellen, waarin de stromingen
129 IV, 1,40 | levensgeschiedenis en steunend op een wonderlijke heiligheid
130 IV, 1,40 | dat, door terug te grijpen op de ervaring, toekomstige
131 IV, 1,41 | mythen kon raken om zich op passender wijze open te
132 IV, 1,41 | ontmoeting kwam het niet alleen op het niveau van culturen,
133 IV, 1,42 | het daadwerkelijk bereikt. Op dit punt echter kan het
134 IV, 1,42 | wezen heeft bediscussieerd, op grond van de nodige argumenten
135 IV, 1,42 | wordt; het verstand erkent op het hoogtepunt van zijn
136 IV, 2,43 | Een heel bijzonder plaats op deze lange weg komt de H.
137 IV, 2,43 | rede en geloof bestaat, op de voorgrond heeft geplaatst.
138 IV, 2,43 | denken in als een pionier op de nieuwe weg van de wijsbegeerte
139 IV, 2,44 | Thomas hoort ook zijn visie op de rol die de heilige Geest
140 IV, 2,44 | kennis tot wijsheid. Reeds op de eerste bladzijden van
141 IV, 2,44 | tenslotte haar juiste oordeel op basis van de waarheid van
142 IV, 2,44 | de wijsgerige, die steunt op het vermogen van het verstand
143 IV, 2,44 | theologische die berust op de openbaring en die de
144 IV, 2,44 | voorbehoud zijn aandacht op de waarheid richtte, kon
145 IV, 3,46 | van het idealisme hebben op de meest verschillende manieren
146 IV, 3,46 | voor doelstellingen die op politiek-maatschappelijk
147 IV, 3,46 | trauma voor de mensheid. ~Op het gebied van het wetenschappelijk
148 IV, 3,46 | geven aan een logica die op de markt is gebaseerd, maar
149 IV, 3,46 | het erin zijn fascinatie op onze tijdgenoten over te
150 IV, 3,46 | aanhangers stellen theorieën op, dat het zoeken doel in
151 IV, 3,47 | rationaliteit zijn niet op de beschouwing van de waarheid
152 IV, 3,47 | rede’ actueel of potentieel op het dienen van utilitaristische
153 IV, 3,48 | heeft de nadruk gelegd op gevoel en ervaring en loopt
154 IV, 3,48 | zien om de blik te richten op de nieuwheid en de radicaliteit
155 IV, 3,48 | oproep en, naar ik vertrouw, op het juiste moment, dat het
156 V, 1,49 | de garantie zijn dat zij op de waarheid gericht blijft
157 V, 1,49 | zijn wezen georiënteerd is op de waarheid en bovendien
158 V, 1,49 | geschiedenis laten zien op welke dwaalwegen en in welke
159 V, 1,50 | de verantwoordelijkheid op om zijn oordeel uit te spreken
160 V, 1,50 | zeggen het verstand dat op de juiste wijze nadenkt
161 V, 1,51 | interventies zijn er vooral op gericht, het wijsgerige
162 V, 1,51 | gericht, het wijsgerige denken op te wekken, te bevorderen
163 V, 1,51 | wijsbegeerte er legitiem aanspraak op maken de totale waarheid
164 V, 1,52 | van hun kant niet afgleden op wegen die verkeerd en negatief
165 V, 1,52 | consequent christelijk denken op dit gebied. ~
166 V, 1,54 | leergezag herhaaldelijk op het thema teruggekomen en
167 V, 1,54 | theologen en filosofen, op wie de zware taak rust,
168 V, 1,54 | om nadrukkelijk te wijzen op het gevaar dat een onkritisch
169 V, 1,54 | verleden herhaaldelijk en op verschillende manieren de
170 V, 1,55 | de bekoringen van vroeger op. In enkele hedendaagse theologieën
171 V, 1,55 | moet vóór haar toepassing op de heilige teksten grondig
172 V, 2,57 | verhouding van geloof en rede op en ontwikkelde haar verder
173 V, 2,57 | betekenis ingeboet; dat geldt op de eerste plaats voor zijn
174 V, 2,58 | nieuwe Thomistische scholen op. Door de toepassing van
175 V, 2,60 | voor de wijsbegeerte vormt. Op die bladzijden gaat het
176 V, 2,60 | hen die zich voorbereiden op de theologische studies.
177 V, 2,61 | de gewenste bereidheid. Op veel katholieke scholen
178 V, 2,61 | die onmiddellijk volgden op het concilie dienaangaande
179 V, 2,61 | verschillende oorzaken. Op de eerste plaats denke men
180 V, 2,61 | de aandacht concentreert op detailkwesties en deelproblemen,
181 V, 2,61 | verschillende malen gewezen op de positieve waarde van
182 V, 2,62 | Francisco Suárez, die zelf op de Lutherse universiteiten
183 V, 2,62 | vertrouw er ten zeerste op dat deze moeilijkheden door
184 VI, 1,64 | gericht aan iedere mens, op elk moment en op iedere
185 VI, 1,64 | iedere mens, op elk moment en op iedere plaats ter wereld;
186 VI, 1,65 | onderzoek te antwoorden op de specifieke vragen van
187 VI, 1,65 | theologie in de voorbereiding op een correcte auditus fidei
188 VI, 1,66 | van het heilsplan, zowel op vertellende manier alsook
189 VI, 1,66 | begrippen die geformuleerd zijn op kritische en algemeen te
190 VI, 1,66 | veronderstelt daarom impliciet een op de objectieve waarheid gefundeerde
191 VI, 1,67 | gebracht en er de aandacht op gevestigd, dat er waarheden
192 VI, 1,67 | komen die het verstand reeds op zijn zelfstandige zoektocht
193 VI, 1,67 | bestaan van een werkelijk op het geloof voorbereidende
194 VI, 1,67 | erkennen die kan uitlopen op het aanvaarden van de openbaring
195 VI, 1,67 | geringste aan te tasten. 90 ~Op gelijke wijze zal de fundamentele
196 VI, 1,67 | volledig de weg kunnen wijzen. Op deze wijze kan het geloof
197 VI, 1,67 | van God, ook als het niet op het verstand steunt, zeker
198 VI, 1,68 | geboden. Om ze toe te passen op de bijzondere levensomstandigheden
199 VI, 1,68 | filosofische visie, zowel op de menselijke natuur en
200 VI, 1,68 | natuur en samenleving alsook op de algemene beginselen van
201 VI, 1,70 | voortkomende implicaties zowel op filosofisch als op theologisch
202 VI, 1,70 | zowel op filosofisch als op theologisch gebied. Het
203 VI, 1,70 | en voltrekt de vereniging op een unieke, verheven manier
204 VI, 1,70 | voor de mens die ze wijzen op waarden die zijn bestaan
205 VI, 1,70 | de culturen zich beroepen op de waarden van de antieke
206 VI, 1,71 | merkteken van een spanning die op voltooiing is gericht, en
207 VI, 1,71 | waarvan de pelgrims waren op die Pinksterdag in Jeruzalem: “
208 VI, 1,72 | culturen, die de mensheid op haar weg naar de toekomst
209 VI, 1,72 | aanspraak van het Indiase denken op bijzonderheid en oorspronkelijkheid
210 VI, 1,74 | waarde dat zij met recht op één lijn met de meesters
211 VI, 2,75 | Bovendien; de aanspraak op een juiste autonomie van
212 VI, 2,75 | een gewettigde autonomie op, maar een autarkie van denken
213 VI, 2,76 | christelijke filosofie. Op zichzelf is de term geoorloofd,
214 VI, 2,76 | Ze hebben steeds gewerkt op hun eigen terrein en met
215 VI, 2,77 | filosofie te bedrijven en zich op te sluiten in denkstructuren
216 VI, 2,79 | gehoorzamen en gebaseerd zijn op haar eigen beginselen; de
217 VII, 1,80 | een mensbeeld en een visie op de wereld bieden van uitzonderlijke
218 VII, 1,80 | spreekt bovendien een kijk op de mens als imago Dei, beeld
219 VII, 1,80 | antwoord door de mens te wijzen op Jezus Christus, het mensgeworden
220 VII, 1,81 | gemakkelijk kan uitlopen op een toestand van scepsis
221 VII, 1,81 | en onverschilligheid, of op verschillende vormen van
222 VII, 1,81 | alleen slecht berekend zijn op haar taak, maar vals. ~
223 VII, 1,82 | z.. niet alleen gericht op bijzondere en ondergeschikte
224 VII, 1,82 | formele of utilitaire - maar op zijn totale en definitieve
225 VII, 1,82 | en definitieve waarheid, op het zijn zelf van het kennisobject.
226 VII, 1,83 | dimensie werkelijk, zij het op onvolkomen en analoge wijze,
227 VII, 1,83 | een grondslag te geven. Op een speciale manier vormt
228 VII, 1,83 | de theologie zou het niet op enigerlei wijze begrijpbaar
229 VII, 1,84 | sommige wetenschappers die op deze gebieden werken neigen
230 VII, 1,84 | rede? Als deze standpunten, op basis van aprioristische
231 VII, 1,84 | transcendente werkelijkheid op universele wijze te verwoorden -
232 VII, 1,85 | uniforme en organische visie op de wetenschap. Dit is een
233 VII, 1,85 | een antwoord willen geven op de eisen die het woord van
234 VII, 1,85 | zouden moeten ontwikkelen op basis van deze postulaten
235 VII, 1,85 | van de kennis. Het beroep op de traditie is niet louter
236 VII, 1,86 | theologische argumentatie op een wijze die aangepast
237 VII, 1,87 | filosofie bepaald wordt op basis van haar geschiktheid
238 VII, 1,88 | analyses die gebaseerd zijn op oppervlakkige analogieën,
239 VII, 1,89 | beschouwingen oordelen die op ethische principes zijn
240 VII, 1,89 | democratie die niet gefundeerd is op enige referentie aan onveranderlijke
241 VII, 1,89 | een-dimensio-nale visie op de mens, een visie die de
242 VII, 1,90 | waardigheid. Dit maakt het op zijn beurt mogelijk om van
243 VII, 1,90(106)| encycliek als commentaar op het woord uit het St.-Jansevangelie: “
244 VII, 1,90(106)| brengt die gegrondvest is op de waarheid; Hij die de
245 VII, 1,91 | kennis inderdaad is verrijkt op verschillende terreinen.
246 VII, 1,91 | verlies hebben gezorgd. Op deze wijze zijn irrationele
247 VII, 1,91 | contexten, wijst de term op de opkomst van een complex
248 VII, 1,91 | hun vernietigende kritiek op elke zekerheid negeren verschillende
249 VII, 2,92 | heeft de theologie altijd op verschillende historische
250 VII, 2,92 | momenten moeten antwoorden op de vragen van verschillende
251 VII, 2,92 | bemiddelen voor die culturen op een samenhangende en begripsmatig
252 VII, 2,92 | haar methoden met het oog op een effectievere dienst
253 VII, 2,92 | liefhebben, en dat deze leer op een bredere en diepere wijze
254 VII, 2,92 | verdiept en gepresenteerd wordt op een wijze die overeenkomt
255 VII, 2,92 | theologie de ogen richten op de laatste waarheid, die
256 VII, 2,92 | Christus is, legt zichzelf op als een universele autoriteit
257 VII, 2,92 | tussen personen. Alleen op deze basis is het mogelijk
258 VII, 2,92 | opgestane Heer kent. 109 ~Op dit punt wil ik de specifieke
259 VII, 2,92(109)| schreef ik als commentaar op Jn 16, 12-13: ‘Jezus presenteert
260 VII, 2,92(109)| deze woorden sprak, juist op het punt stond te gebeuren.
261 VII, 2,93 | menswording en het consequent op zich nemen van lijden en
262 VII, 2,95 | waarheid. Dit werpt de vraag op hoe iemand de absoluutheid
263 VII, 2,96(112)| dogma te komen, berust niet op een zo bouwvallige fundering.
264 VII, 2,96(112)| fundering. Want het berust op beginselen en begrippen
265 VII, 2,96(113)| ervan) de waarheid niet op bepaalde wijze zouden kunnen
266 VII, 2,97 | bestendig omdat ze steunt op de zijnsakt zelf, die een
267 VII, 2,98 | zijn ook van toepassing op de moraaltheologie. Het
268 VII, 2,98 | geloofsverstaan dat betrekking heeft op het handelen van de gelovigen.
269 VII, 2,98 | aanzien van de uitdagingen op sociaal, economisch en wetenschappelijk
270 VII, 2,98 | algemene kennis van het goede op een bepaalde situatie toe
271 VII, 2,98 | individualistische ethiek op grond waarvan ieder zich
272 VII, 2,98 | aan de waarheid toekomt op het gebied van de moraal,
273 VII, 2,98 | reflectie, die kan wijzen op zijn wortels in het woord
274 VII, 2,98 | filosofische ethiek die gericht is op de waarheid van het goede;
275 VII, 2,99 | verbinding van leer en leven die op een andere manier niet te
276 Slot, 0,100 | van Leo XIII, waarnaar ik op deze bladzijden vaak heb
277 Slot, 0,100 | wijsbegeerte opnieuw te behandelen op meer systematische wijze.
278 Slot, 0,100 | cultuur en zijn invloed op persoonlijke en sociale
279 Slot, 0,100 | iedereen waarnemen. Ook op de theologie en haar disciplines
280 Slot, 0,101 | naar de waarheid wezenlijk op het zegelmerk van de kerkelijkheid123
281 Slot, 0,101 | van de kerkelijkheid123 en op de traditie van het Godsvolk
282 Slot, 0,102 | aldus steeds weer terugkomt op de betekenis en de ware
283 Slot, 0,102 | vandaag geen voorbereiding op de uitvoering van deze taken
284 Slot, 0,103 | Terwijl ik niet moe word op de urgentie van een nieuwe
285 Slot, 0,103 | wijzen, roep ik de filosofen op, de dimensies van het ware,
286 Slot, 0,103 | fundamentele en originele bijdrage op de weg van de nieuwe evangelisatie. ~
287 Slot, 0,104 | van de Kerk zijn en haar op allerlei manieren vervolgen”. 126
288 Slot, 0,104 | enige definitieve antwoord op de problemen van de mens, 127
289 Slot, 0,105 | veronachtzaamd worden. 130 Onderwijs op dit gebied veronderstelt
290 Slot, 0,106 | zij zich altijd richten op de waarheid en op het goede
291 Slot, 0,106 | richten op de waarheid en op het goede dat het ware bevat.
292 Slot, 0,106 | bemoedigen, die werkzaam zijn op het gebied van de wijsbegeerte:
293 Slot, 0,106 | vooral in deze eeuw gestoten op doelen, die ons nog steeds
294 Slot, 0,106 | tegelijkertijd ertoe verplicht, hen op te roepen met hun inspanningen
295 Slot, 0,107 | wanneer hij uitsluitend op zichzelf en zijn krachten
296 Slot, 0,107 | de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin te blijven
297 Slot, 0,108 | te Rome, bij Sint Pieter, op 14 september, het feest
|