Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
oorzaken 2
oosten 3
oosterse 3
op 297
opbouw 3
opbouwen 1
opdat 12
Frequency    [«  »]
429 dat
299 niet
299 waarheid
297 op
272 aan
261 met
252 om
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

op

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | een deel van ons leven. Op de architraaf van de tempel 2 Inl, 0,1 | toont ons een eerste blik op de geschiedenis van de oudheid 3 Inl, 0,1 | verschillende culturen, op hetzelfde ogenblik dezelfde 4 Inl, 0,1 | Israël, maar ze duiken ook op in de Veda’s en ook in de 5 Inl, 0,1 | beroert: van het antwoord op deze vragen hangt inderdaad 6 Inl, 0,2 | Kerk is geen vreemdeling op deze zoektocht en kan dat 7 Inl, 0,2 | ontvangen, is zij tot pelgrim op de straten van de wereld 8 Inl, 0,2 | haar verantwoordelijkheid op heel bijzondere wijze doet 9 Inl, 0,2 | zij haar de verplichting op, zich te bekommeren om de 10 Inl, 0,2 | steeds slechts een etappe is op de weg naar die volledige 11 Inl, 0,3 | doel van de dingen. Ze laat op verschillende wijzen en 12 Inl, 0,3 | wijsbegeerte een sterke invloed had op de vorming en ontwikkeling 13 Inl, 0,3 | maken voor de invloed die ze op de bestaansvoorstellingen 14 Inl, 0,4 | betrekking met anderen staat, die op hem lijken en wier lot hij 15 Inl, 0,4 | zekerewijsgerige hoogmoedop, die er aanspraak op maakt 16 Inl, 0,4 | hoogmoed” op, die er aanspraak op maakt de uit zijn eigen 17 Inl, 0,4 | impliciete wijsbegeerte bevinden, op grond waarvan iedereen zich 18 Inl, 0,4 | kennis zou, juist omdat zij op enigerlei wijze door allen 19 Inl, 0,4 | te formuleren en daarop op juiste wijze consequente, 20 Inl, 0,5 | ik daarom de blik richten op dit bijzondere werk van 21 Inl, 0,5 | verdienste dat zij de aandacht op de mens heeft geconcentreerd. 22 Inl, 0,5 | denksystemen opgebouwd, die op de verschillende kennisterreinen 23 Inl, 0,5 | pragmatische, ten diepste op empirische gegevens berustende 24 Inl, 0,5 | de menselijke oriëntatie op de waarheid zo goed mogelijk 25 Inl, 0,5 | haar zoeken geconcentreerd op de kennis van de mens. In 26 Inl, 0,5 | indifferent pluralisme, dat stoelt op de opvatting dat alle stellingnames 27 Inl, 0,5 | enerzijds in geslaagd is om op de weg te komen die het 28 Inl, 0,5 | ontwikkelen, die niet ingaan op de radicale vraag naar de 29 Inl, 0,5 | wijsbegeerte definitieve antwoorden op deze vragen te krijgen, 30 Inl, 0,6 | alsook tot alle mensen die op zoek zijn: ik wil hen laten 31 Inl, 0,6 | daarbij de aandacht juist op het thema waarheid en op 32 Inl, 0,6 | op het thema waarheid en op haar grondslag in relatie 33 Inl, 0,6 | cultuur door steeds te wijzen op het zoeken naar de waarheid, 34 Inl, 0,6 | spreken, opdat de mensheid op de drempel van het derde 35 I, 1,8 | hadden de nadruk gelegd op het bovennatuurlijke karakter 36 I, 1,8 | rationalistische kritiek die destijds op grond van wijdverbreide 37 I, 1,8 | een waarheid die stoelt op het feit van de zich openbarende 38 I, 1,9 | Het geloof, dat stoelt op Gods getuigenis en dat de 39 I, 1,9 | kennis. Want deze steunt op de zintuiglijke waarneming, 40 I, 1,9 | zintuiglijke waarneming, op de ervaring, en beweegt 41 I, 1,10 | Vaticanum II hebben de blik vast op de openbarende Jezus gericht 42 I, 1,10 | gemeenschap met Hem en hen daarin op te nemen. Deze bedeling 43 I, 1,11 | Na echter vele malen en op velerlei wijze gesproken 44 I, 1,11 | profeten, heeft Godnu op het einde der tijden tot 45 I, 1,12 | het mysterie van de mens op12, stelt de constitutie 46 I, 1,12 | het antwoord kunnen zoeken op zulke dramatische kwesties 47 I, 2,13 | mysterie binnen te gaan, op een wijze die het ons mogelijk 48 I, 2,13 | uitspraak wordt gewezen op een fundamentele waarheid 49 I, 2,13 | het mysterie zelfstandig op verkenning te gaan. Ze geven 50 I, 2,13 | ons in zekere zin gewezen op het sacramentele karakter 51 I, 2,13 | openbaring en in het bijzonder op het teken van de eucharistie, 52 I, 2,13(16) | Sequentie op het Feest van het Allerheiligste 53 I, 2,13 | heft het mysterie dus niet op: ze maakt het alleen inzichtelijker 54 I, 2,14 | ijver mijn gedachten richtte op dit probleem, scheen het 55 I, 2,14 | kon halen, dan kwamen zij op met steeds grotere opdringerigheid. (...) 56 I, 2,15 | Deuteronomium kan men goed op deze situatie toepassen: “ 57 I, 2,15 | onverschuldigds, wekt het denken op en verlangt om als uitdrukking 58 II, 1,16 | oud-oriëntaalse culturen worden op deze bladzijden, die zo 59 II, 1,16 | Gelukkig de man die zich op de wijsheid toelegt en die 60 II, 1,16 | probeert te ontdekken; die op weg gaat en haar als een 61 II, 1,16 | als een speurder nazit en op de loer ligt waar zij heengaat; 62 II, 1,16 | opzet en zijn intrek neemt op een plek waar het goed is. 63 II, 1,16 | goede Israëliet zijn kennis op de wijze van de moderne 64 II, 1,16 | zichzelf, de wereld en God op passende wijze te kennen. ~ 65 II, 1,17 | het bevredigende antwoord op elke nog onbeantwoorde vraag 66 II, 1,18 | uit het besef dat men zich op deze weg niet mag begeven 67 II, 1,18 | een derde regel steunt op de “vreze Gods”: het verstand 68 II, 1,18 | de blik te concentreren op de werkelijk belangrijke 69 II, 1,19 | die verder licht werpen op dit thema. Daarin spreekt 70 II, 1,19 | aan de hindernis die hem op de weg gelegd is door zijn 71 II, 2,21 | Oude Testament niet alleen op zorgvuldige waarneming van 72 II, 2,21 | laten. Doordat hij steunt op God blijft hij steeds en 73 II, 2,21 | steeds en overal gericht op het schone, goede en ware. ~ 74 II, 2,22 | maar moest zich beroepen op een hoger beginsel. Verblinding 75 II, 2,23 | aanvaarden als de echte kritiek op hen die zichzelf wijsmaken 76 II, 2,23 | gekruisigde en opgestane Christus op de klip waarop ze schipbreuk 77 III, 1 | Op De Zoektocht Naar De Waarheid~ 78 III, 1,24 | de Apostelen, dat Paulus op zijn missiereizen naar Athene 79 III, 1,24 | mensenvolk gemaakt om overal op aarde te wonen. Hij heeft 80 III, 1,24 | te koersen. De mens heeft op verschillende manieren, 81 III, 1,24 | verlangende zoeken (...) uitdrukt. Op een speciale manier heeft 82 III, 1,25 | veel onderzoeken, vooral op het gebied van de natuurwetenschappen, 83 III, 1,25 | belangrijk dan het onderzoek op theoretisch gebied is het 84 III, 1,25 | de mens het recht bestaat op zijn weg van zoeken naar 85 III, 1,25 | niet door zich in zichzelf op te sluiten, maar door zich 86 III, 1,26 | zin? Waarheen leidt het? Op het eerste gezicht zou het 87 III, 1,26 | reikt; of hij mag hopen op een voortbestaan of niet. 88 III, 1,27 | absolute waarheid of niet. Op zich blijkt iedere waarheid, 89 III, 2,28 | zijn leven kunnen bouwen op twijfel, onzekerheid of 90 III, 2,29 | vertrouwt hij er vanaf het begin op, een antwoord te vinden, 91 III, 2,29 | te vinden, en geeft niet op bij mislukkingen. Hij houdt 92 III, 2,29 | zoeken naar de waarheid op het gebied van de laatste 93 III, 2,30 | die vormen die berusten op evidentie of die door proefneming 94 III, 2,30 | wetenschappelijk onderzoek. Op een ander niveau moet men 95 III, 2,30 | tradities als antwoord geven op de laatste vragen. 27 ~Wat 96 III, 2,30 | inricht. Hij vormt zich op de een of andere manier 97 III, 2,30 | alomvattende visie en een antwoord op de vraag naar de zin van 98 III, 2,31 | wordt geboren en groeit op in een gezin, om later met 99 III, 2,31 | overgangsfase dezelfde waarheden op grond van de daarmee opgedane 100 III, 2,31 | waar het moderne leven op steunt, kritisch te onderzoeken? 101 III, 2,32 | door het geloof, die steunt op het tussenmenselijke vertrouwen, 102 III, 2,32 | martelaren, het wekt instemming op, vindt gehoor en navolging. 103 III, 2,32 | Dat is de reden waarom men op hun woord vertrouwt: men 104 III, 2,32 | ons een diep vertrouwen op, omdat hij zegt wat wij 105 III, 2,33 | zich vertrouwvol verlaat op andere personen, die de 106 III, 2,33 | zijn zoeken is aangewezen op de ondersteuning door vertrouwvol 107 III, 2,33 | dat de mens zich bevindt op een naar menselijke maat 108 III, 2,34(29) | aan P. Benedetto Castelli op 21 december 1613. Vaticanum 109 III, 2,34(29) | methodisch onderzoek zal, op alle kennisterreinen, als 110 IV, 1,36 | die rede die de apostel op de Areopaag had gehouden, 111 IV, 1,36 | heeft herhaalde toespelingen op populaire overtuigingen 112 IV, 1,36 | ze moesten ook wijzen op de natuurlijke Godskennis 113 IV, 1,36 | natuurlijke Godskennis en op de stem van het morele geweten 114 IV, 1,36 | overleveringen, uitkwam op een ontwikkeling die overeenkwam 115 IV, 1,36 | gedeeltelijk gelouterd. Op deze basis begonnen de Kerkvaders 116 IV, 1,37 | 37. Wanneer men wijst op deze toenaderingsbeweging 117 IV, 1,37 | Kolossenzen waarschuwt: “Past op, dat niemand u verleidt 118 IV, 1,37 | leer, die enkel steunen op menselijke overlevering 119 IV, 1,37 | overlevering en die zich beroepen op de natuurmachten van de 120 IV, 1,37 | natuurmachten van de wereld, niet op Christus” (2,8). De woorden 121 IV, 1,37 | actueel, als we ze betrekken op de verschillende vormen 122 IV, 1,38 | dermate bevredigend antwoord op de tot dan toe onbeantwoorde 123 IV, 1,38 | bevestiging van ieders recht op toegang tot de waarheid. 124 IV, 1,38 | wijsbegeertete hebben gevonden32. Op vergelijkbare wijze noemde 125 IV, 1,39 | uitnemend. Om te antwoorden op de door Celsus gedane aanvallen 126 IV, 1,39 | betoog. Wat voordiende duidde op een algemene leer over de 127 IV, 1,39 | filosofie, maar was er alert op, zich er duidelijk van te 128 IV, 1,40 | wijsgerige en theologische denken op te stellen, waarin de stromingen 129 IV, 1,40 | levensgeschiedenis en steunend op een wonderlijke heiligheid 130 IV, 1,40 | dat, door terug te grijpen op de ervaring, toekomstige 131 IV, 1,41 | mythen kon raken om zich op passender wijze open te 132 IV, 1,41 | ontmoeting kwam het niet alleen op het niveau van culturen, 133 IV, 1,42 | het daadwerkelijk bereikt. Op dit punt echter kan het 134 IV, 1,42 | wezen heeft bediscussieerd, op grond van de nodige argumenten 135 IV, 1,42 | wordt; het verstand erkent op het hoogtepunt van zijn 136 IV, 2,43 | Een heel bijzonder plaats op deze lange weg komt de H. 137 IV, 2,43 | rede en geloof bestaat, op de voorgrond heeft geplaatst. 138 IV, 2,43 | denken in als een pionier op de nieuwe weg van de wijsbegeerte 139 IV, 2,44 | Thomas hoort ook zijn visie op de rol die de heilige Geest 140 IV, 2,44 | kennis tot wijsheid. Reeds op de eerste bladzijden van 141 IV, 2,44 | tenslotte haar juiste oordeel op basis van de waarheid van 142 IV, 2,44 | de wijsgerige, die steunt op het vermogen van het verstand 143 IV, 2,44 | theologische die berust op de openbaring en die de 144 IV, 2,44 | voorbehoud zijn aandacht op de waarheid richtte, kon 145 IV, 3,46 | van het idealisme hebben op de meest verschillende manieren 146 IV, 3,46 | voor doelstellingen die op politiek-maatschappelijk 147 IV, 3,46 | trauma voor de mensheid. ~Op het gebied van het wetenschappelijk 148 IV, 3,46 | geven aan een logica die op de markt is gebaseerd, maar 149 IV, 3,46 | het erin zijn fascinatie op onze tijdgenoten over te 150 IV, 3,46 | aanhangers stellen theorieën op, dat het zoeken doel in 151 IV, 3,47 | rationaliteit zijn niet op de beschouwing van de waarheid 152 IV, 3,47 | redeactueel of potentieel op het dienen van utilitaristische 153 IV, 3,48 | heeft de nadruk gelegd op gevoel en ervaring en loopt 154 IV, 3,48 | zien om de blik te richten op de nieuwheid en de radicaliteit 155 IV, 3,48 | oproep en, naar ik vertrouw, op het juiste moment, dat het 156 V, 1,49 | de garantie zijn dat zij op de waarheid gericht blijft 157 V, 1,49 | zijn wezen georiënteerd is op de waarheid en bovendien 158 V, 1,49 | geschiedenis laten zien op welke dwaalwegen en in welke 159 V, 1,50 | de verantwoordelijkheid op om zijn oordeel uit te spreken 160 V, 1,50 | zeggen het verstand dat op de juiste wijze nadenkt 161 V, 1,51 | interventies zijn er vooral op gericht, het wijsgerige 162 V, 1,51 | gericht, het wijsgerige denken op te wekken, te bevorderen 163 V, 1,51 | wijsbegeerte er legitiem aanspraak op maken de totale waarheid 164 V, 1,52 | van hun kant niet afgleden op wegen die verkeerd en negatief 165 V, 1,52 | consequent christelijk denken op dit gebied. ~ 166 V, 1,54 | leergezag herhaaldelijk op het thema teruggekomen en 167 V, 1,54 | theologen en filosofen, op wie de zware taak rust, 168 V, 1,54 | om nadrukkelijk te wijzen op het gevaar dat een onkritisch 169 V, 1,54 | verleden herhaaldelijk en op verschillende manieren de 170 V, 1,55 | de bekoringen van vroeger op. In enkele hedendaagse theologieën 171 V, 1,55 | moet vóór haar toepassing op de heilige teksten grondig 172 V, 2,57 | verhouding van geloof en rede op en ontwikkelde haar verder 173 V, 2,57 | betekenis ingeboet; dat geldt op de eerste plaats voor zijn 174 V, 2,58 | nieuwe Thomistische scholen op. Door de toepassing van 175 V, 2,60 | voor de wijsbegeerte vormt. Op die bladzijden gaat het 176 V, 2,60 | hen die zich voorbereiden op de theologische studies. 177 V, 2,61 | de gewenste bereidheid. Op veel katholieke scholen 178 V, 2,61 | die onmiddellijk volgden op het concilie dienaangaande 179 V, 2,61 | verschillende oorzaken. Op de eerste plaats denke men 180 V, 2,61 | de aandacht concentreert op detailkwesties en deelproblemen, 181 V, 2,61 | verschillende malen gewezen op de positieve waarde van 182 V, 2,62 | Francisco Suárez, die zelf op de Lutherse universiteiten 183 V, 2,62 | vertrouw er ten zeerste op dat deze moeilijkheden door 184 VI, 1,64 | gericht aan iedere mens, op elk moment en op iedere 185 VI, 1,64 | iedere mens, op elk moment en op iedere plaats ter wereld; 186 VI, 1,65 | onderzoek te antwoorden op de specifieke vragen van 187 VI, 1,65 | theologie in de voorbereiding op een correcte auditus fidei 188 VI, 1,66 | van het heilsplan, zowel op vertellende manier alsook 189 VI, 1,66 | begrippen die geformuleerd zijn op kritische en algemeen te 190 VI, 1,66 | veronderstelt daarom impliciet een op de objectieve waarheid gefundeerde 191 VI, 1,67 | gebracht en er de aandacht op gevestigd, dat er waarheden 192 VI, 1,67 | komen die het verstand reeds op zijn zelfstandige zoektocht 193 VI, 1,67 | bestaan van een werkelijk op het geloof voorbereidende 194 VI, 1,67 | erkennen die kan uitlopen op het aanvaarden van de openbaring 195 VI, 1,67 | geringste aan te tasten. 90 ~Op gelijke wijze zal de fundamentele 196 VI, 1,67 | volledig de weg kunnen wijzen. Op deze wijze kan het geloof 197 VI, 1,67 | van God, ook als het niet op het verstand steunt, zeker 198 VI, 1,68 | geboden. Om ze toe te passen op de bijzondere levensomstandigheden 199 VI, 1,68 | filosofische visie, zowel op de menselijke natuur en 200 VI, 1,68 | natuur en samenleving alsook op de algemene beginselen van 201 VI, 1,70 | voortkomende implicaties zowel op filosofisch als op theologisch 202 VI, 1,70 | zowel op filosofisch als op theologisch gebied. Het 203 VI, 1,70 | en voltrekt de vereniging op een unieke, verheven manier 204 VI, 1,70 | voor de mens die ze wijzen op waarden die zijn bestaan 205 VI, 1,70 | de culturen zich beroepen op de waarden van de antieke 206 VI, 1,71 | merkteken van een spanning die op voltooiing is gericht, en 207 VI, 1,71 | waarvan de pelgrims waren op die Pinksterdag in Jeruzalem: “ 208 VI, 1,72 | culturen, die de mensheid op haar weg naar de toekomst 209 VI, 1,72 | aanspraak van het Indiase denken op bijzonderheid en oorspronkelijkheid 210 VI, 1,74 | waarde dat zij met recht op één lijn met de meesters 211 VI, 2,75 | Bovendien; de aanspraak op een juiste autonomie van 212 VI, 2,75 | een gewettigde autonomie op, maar een autarkie van denken 213 VI, 2,76 | christelijke filosofie. Op zichzelf is de term geoorloofd, 214 VI, 2,76 | Ze hebben steeds gewerkt op hun eigen terrein en met 215 VI, 2,77 | filosofie te bedrijven en zich op te sluiten in denkstructuren 216 VI, 2,79 | gehoorzamen en gebaseerd zijn op haar eigen beginselen; de 217 VII, 1,80 | een mensbeeld en een visie op de wereld bieden van uitzonderlijke 218 VII, 1,80 | spreekt bovendien een kijk op de mens als imago Dei, beeld 219 VII, 1,80 | antwoord door de mens te wijzen op Jezus Christus, het mensgeworden 220 VII, 1,81 | gemakkelijk kan uitlopen op een toestand van scepsis 221 VII, 1,81 | en onverschilligheid, of op verschillende vormen van 222 VII, 1,81 | alleen slecht berekend zijn op haar taak, maar vals. ~ 223 VII, 1,82 | z.. niet alleen gericht op bijzondere en ondergeschikte 224 VII, 1,82 | formele of utilitaire - maar op zijn totale en definitieve 225 VII, 1,82 | en definitieve waarheid, op het zijn zelf van het kennisobject. 226 VII, 1,83 | dimensie werkelijk, zij het op onvolkomen en analoge wijze, 227 VII, 1,83 | een grondslag te geven. Op een speciale manier vormt 228 VII, 1,83 | de theologie zou het niet op enigerlei wijze begrijpbaar 229 VII, 1,84 | sommige wetenschappers die op deze gebieden werken neigen 230 VII, 1,84 | rede? Als deze standpunten, op basis van aprioristische 231 VII, 1,84 | transcendente werkelijkheid op universele wijze te verwoorden - 232 VII, 1,85 | uniforme en organische visie op de wetenschap. Dit is een 233 VII, 1,85 | een antwoord willen geven op de eisen die het woord van 234 VII, 1,85 | zouden moeten ontwikkelen op basis van deze postulaten 235 VII, 1,85 | van de kennis. Het beroep op de traditie is niet louter 236 VII, 1,86 | theologische argumentatie op een wijze die aangepast 237 VII, 1,87 | filosofie bepaald wordt op basis van haar geschiktheid 238 VII, 1,88 | analyses die gebaseerd zijn op oppervlakkige analogieën, 239 VII, 1,89 | beschouwingen oordelen die op ethische principes zijn 240 VII, 1,89 | democratie die niet gefundeerd is op enige referentie aan onveranderlijke 241 VII, 1,89 | een-dimensio-nale visie op de mens, een visie die de 242 VII, 1,90 | waardigheid. Dit maakt het op zijn beurt mogelijk om van 243 VII, 1,90(106)| encycliek als commentaar op het woord uit het St.-Jansevangelie: “ 244 VII, 1,90(106)| brengt die gegrondvest is op de waarheid; Hij die de 245 VII, 1,91 | kennis inderdaad is verrijkt op verschillende terreinen. 246 VII, 1,91 | verlies hebben gezorgd. Op deze wijze zijn irrationele 247 VII, 1,91 | contexten, wijst de term op de opkomst van een complex 248 VII, 1,91 | hun vernietigende kritiek op elke zekerheid negeren verschillende 249 VII, 2,92 | heeft de theologie altijd op verschillende historische 250 VII, 2,92 | momenten moeten antwoorden op de vragen van verschillende 251 VII, 2,92 | bemiddelen voor die culturen op een samenhangende en begripsmatig 252 VII, 2,92 | haar methoden met het oog op een effectievere dienst 253 VII, 2,92 | liefhebben, en dat deze leer op een bredere en diepere wijze 254 VII, 2,92 | verdiept en gepresenteerd wordt op een wijze die overeenkomt 255 VII, 2,92 | theologie de ogen richten op de laatste waarheid, die 256 VII, 2,92 | Christus is, legt zichzelf op als een universele autoriteit 257 VII, 2,92 | tussen personen. Alleen op deze basis is het mogelijk 258 VII, 2,92 | opgestane Heer kent. 109 ~Op dit punt wil ik de specifieke 259 VII, 2,92(109)| schreef ik als commentaar op Jn 16, 12-13: ‘Jezus presenteert 260 VII, 2,92(109)| deze woorden sprak, juist op het punt stond te gebeuren. 261 VII, 2,93 | menswording en het consequent op zich nemen van lijden en 262 VII, 2,95 | waarheid. Dit werpt de vraag op hoe iemand de absoluutheid 263 VII, 2,96(112)| dogma te komen, berust niet op een zo bouwvallige fundering. 264 VII, 2,96(112)| fundering. Want het berust op beginselen en begrippen 265 VII, 2,96(113)| ervan) de waarheid niet op bepaalde wijze zouden kunnen 266 VII, 2,97 | bestendig omdat ze steunt op de zijnsakt zelf, die een 267 VII, 2,98 | zijn ook van toepassing op de moraaltheologie. Het 268 VII, 2,98 | geloofsverstaan dat betrekking heeft op het handelen van de gelovigen. 269 VII, 2,98 | aanzien van de uitdagingen op sociaal, economisch en wetenschappelijk 270 VII, 2,98 | algemene kennis van het goede op een bepaalde situatie toe 271 VII, 2,98 | individualistische ethiek op grond waarvan ieder zich 272 VII, 2,98 | aan de waarheid toekomt op het gebied van de moraal, 273 VII, 2,98 | reflectie, die kan wijzen op zijn wortels in het woord 274 VII, 2,98 | filosofische ethiek die gericht is op de waarheid van het goede; 275 VII, 2,99 | verbinding van leer en leven die op een andere manier niet te 276 Slot, 0,100 | van Leo XIII, waarnaar ik op deze bladzijden vaak heb 277 Slot, 0,100 | wijsbegeerte opnieuw te behandelen op meer systematische wijze. 278 Slot, 0,100 | cultuur en zijn invloed op persoonlijke en sociale 279 Slot, 0,100 | iedereen waarnemen. Ook op de theologie en haar disciplines 280 Slot, 0,101 | naar de waarheid wezenlijk op het zegelmerk van de kerkelijkheid123 281 Slot, 0,101 | van de kerkelijkheid123 en op de traditie van het Godsvolk 282 Slot, 0,102 | aldus steeds weer terugkomt op de betekenis en de ware 283 Slot, 0,102 | vandaag geen voorbereiding op de uitvoering van deze taken 284 Slot, 0,103 | Terwijl ik niet moe word op de urgentie van een nieuwe 285 Slot, 0,103 | wijzen, roep ik de filosofen op, de dimensies van het ware, 286 Slot, 0,103 | fundamentele en originele bijdrage op de weg van de nieuwe evangelisatie. ~ 287 Slot, 0,104 | van de Kerk zijn en haar op allerlei manieren vervolgen”. 126 288 Slot, 0,104 | enige definitieve antwoord op de problemen van de mens, 127 289 Slot, 0,105 | veronachtzaamd worden. 130 Onderwijs op dit gebied veronderstelt 290 Slot, 0,106 | zij zich altijd richten op de waarheid en op het goede 291 Slot, 0,106 | richten op de waarheid en op het goede dat het ware bevat. 292 Slot, 0,106 | bemoedigen, die werkzaam zijn op het gebied van de wijsbegeerte: 293 Slot, 0,106 | vooral in deze eeuw gestoten op doelen, die ons nog steeds 294 Slot, 0,106 | tegelijkertijd ertoe verplicht, hen op te roepen met hun inspanningen 295 Slot, 0,107 | wanneer hij uitsluitend op zichzelf en zijn krachten 296 Slot, 0,107 | de wijsheid zijn woning op te zetten en daarin te blijven 297 Slot, 0,108 | te Rome, bij Sint Pieter, op 14 september, het feest


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License