Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2 | diensten die zij de mensheid aan te bieden heeft, is er een
2 Inl, 0,2 | doet blijken: de dienst aan de waarheid.1 Deze zending
3 Inl, 0,2 | gemeenschap tot deelhebster aan het gemeenschappelijke streven
4 Inl, 0,2(1) | wij deelachtig geworden aan deze profetische taak van
5 Inl, 0,4 | persoon kunnen bestaan. ~Het aan de menselijke geest eigen
6 Inl, 0,4 | steeds weer blootgesteld aan de verleiding om één enkele
7 Inl, 0,4 | wordt erkend, voorrang geven aan het wijsgerige denken waaruit
8 Inl, 0,4 | enkel voorbeeld te noemen, aan de beginselen van de non-contradictie,
9 Inl, 0,4 | de oorzakelijkheid en ook aan de opvatting van de persoon
10 Inl, 0,4 | verstandelijk begaafd subject en aan zijn vermogen om God, de
11 Inl, 0,4 | kennen; verder denke men aan enkele morele principes
12 Inl, 0,4 | en andere thema’s geven aan dat er afgezien van de onderscheiden
13 Inl, 0,5 | waarheid van het evangelie aan allen die haar nog niet
14 Inl, 0,5 | mee te delen. ~Aansluitend aan soortgelijke initiatieven
15 Inl, 0,5 | leiden tot een voorbijzien aan het feit dat dezelfde rede,
16 Inl, 0,5 | te heffen om het avontuur aan te gaan, tot de waarheid
17 Inl, 0,5 | gaf zij er de voorkeur aan de grenzen en condities
18 Inl, 0,5 | verschillende leerstellingen aan belang gewonnen, die zelfs
19 Inl, 0,5 | symptomen van het huidige gebrek aan vertrouwen in de waarheid.
20 Inl, 0,5 | Daarin ontzegt men namelijk aan de waarheid haar exclusieve
21 Inl, 0,5 | werkt het er anderzijds aan om existentiële, hermeneutische
22 Inl, 0,6 | waarheid is dus een taak die aan ons bisschoppen is opgedragen;
23 Inl, 0,6 | geloofswaarheid kunnen we aan de mens van onze tijd weer
24 Inl, 0,6 | in zijn kenvermogens en aan de wijsbegeerte een uitdaging
25 Inl, 0,6 | vooral de jonge generaties, aan wie de toekomst toebehoort
26 Inl, 0,6 | zij afhangt, blootstelt aan het gevoel dat ze zonder
27 Inl, 0,6 | referentiepunten zijn. De behoefte aan een fundament, waarop het
28 Inl, 0,6 | leven voortslepen tot bijna aan de rand van de afgrond,
29 Inl, 0,6 | waarheid hebben afgewend en aan onmiddellijk succes de voorkeur
30 Inl, 0,6 | verantwoordelijkheid heeft om vorm te geven aan het denken en aan de cultuur
31 Inl, 0,6 | geven aan het denken en aan de cultuur door steeds te
32 I, 1,7 | 7. Aan al het denken van de Kerk
33 I, 1,7 | woord (vgl. 1Thess 2,13). Aan het begin van ons leven
34 I, 1,7 | Vader en deelachtig worden aan de goddelijke natuur” 5.
35 I, 1,8 | kennis bestaat, die eigen is aan het geloof. Deze kennis
36 I, 1,10 | van zijn liefde de mensen aan als zijn vrienden (vgl.
37 I, 1,11 | dat “in het christendom aan de tijd een fundamentele
38 I, 1,11 | schepping en de verlossing aan het licht; bovenal wordt
39 I, 1,11 | De waarheid, die God aan de mens over Zichzelf en
40 I, 1,12 | de gedaante van een mens aan. De in de openbaring van
41 I, 2,13 | Het concilie leert, dat “aan de zich openbarende God
42 I, 2,13 | een gehoorzaam antwoord aan God is. Dat veronderstelt
43 I, 2,13 | daarvoor garant staat. Deze aan de mens geschonken en door
44 I, 2,13 | Ze zet het verstand ertoe aan, zich voor haar open te
45 I, 2,13 | en haar diepere betekenis aan te nemen. Daarom is de akt,
46 I, 2,13 | de akt, waarmee men zich aan God toevertrouwt, door de
47 I, 2,13 | geestelijke natuur in, om aan het subject de voltrekking
48 I, 2,13 | gaan. Ze geven enerzijds aan het verstand groter gewicht,
49 I, 2,13(15) | rede geheel onderworpen is aan de ongeschapen waarheid,
50 I, 2,13(15) | verplicht in het geloof aan de zich openbarende God
51 I, 2,13 | de mens zelf ten volle aan de mens en ontsluit voor
52 I, 2,13 | namelijk deel te hebben aan het geheim van het drievuldige
53 I, 2,14 | staan; ja, ze spoort hem aan de ruimte van zijn kennis
54 I, 2,15 | mysterie’ van het eigen leven aan te nemen, zij respecteert
55 I, 2,15 | volledig terug te vinden. Aan de mens die verlangt naar
56 I, 2,15 | Augustinus, wijsgeer en theoloog, aan met de beroemde gedachte: “
57 I, 2,15 | God, die is voorbehouden aan hen die in Hem geloven of
58 II, 1,16 | bladzijden, die zo rijk zijn aan innerlijke intuïties van
59 II, 1,16 | door haar ramen gluurt en aan haar deuren staat te luisteren;
60 II, 1,16 | Dankzij het denkvermogen is aan allen, gelovigen en niet-gelovigen,
61 II, 1,17 | dat maakt zijn eer uit; aan de mens is het, met zijn
62 II, 1,17 | zijn dan het zand. Zou ik aan het einde komen, dan zou
63 II, 1,17 | oneindige rijkdom, die zich aan gene zijde bevindt, omdat
64 II, 1,18 | omgeving een juiste houding aan te nemen. Als hij dan zo
65 II, 1,19 | leest met de middelen die aan zijn verstand eigen zijn,
66 II, 1,19 | dan ligt dat niet zozeer aan het ontbreken van een passend
67 II, 1,19 | een passend middel als wel aan de hindernis die hem op
68 II, 2,22 | hoofdstuk van zijn brief aan de Romeinen de overweging
69 II, 2,22 | doordringen tot de oorzaak, die aan het begin van elke zintuiglijk
70 II, 2,23 | komt één feit duidelijk aan het licht: de tegenstelling
71 II, 2,23 | begin van de eerste brief aan de Corinthiërs brengt dit
72 II, 2,23 | dood van Jezus Christus aan het kruis. Want hier is
73 III, 1,24 | zo sprak hij: “Atheners, aan alles zie ik dat u buitengewoon
74 III, 1,24 | trof ik ook een altaar aan met het opschrift: Aan de
75 III, 1,24 | altaar aan met het opschrift: Aan de onbekende god. Welnu,
76 III, 1,24 | bewezen dat hij in staat is, aan dit diepste verlangen uitdrukking
77 III, 1,24 | wetenschappelijke mogelijkheden aan dit universele menselijke
78 III, 1,25 | worden, dan gaat daar nog aan vooraf de voor ieder zwaarwegende
79 III, 1,25 | open te stellen om ze ook aan te nemen in de dimensies
80 III, 1,26 | vragen in het boek Job, om aan de zin van het leven te
81 III, 1,27 | echter naar een absolutum dat aan heel zijn zoeken en speuren
82 III, 1,27 | niet meer onderworpen is aan de twijfel. De filosofen
83 III, 1,27 | waar men zich toevertrouwt aan het gezag van een leraar.
84 III, 2,29 | intuïtie volgend, zich wijdt aan het zoeken naar de logische
85 III, 2,29 | waarde. Door het totaal aan behaalde resultaten wordt
86 III, 2,31 | ontvangt, maar ook een veelvoud aan waarheden, waaraan hij bijna
87 III, 2,31 | zou persoonlijk de stroom aan informatie kunnen controleren,
88 III, 2,31 | schatten van de mensheid aan wijsheid en religiositeit
89 III, 2,32 | vertrouwt ieder zich toe aan de door andere personen
90 III, 2,32 | in het spel brengt, zich aan andere personen toe te vertrouwen,
91 III, 2,32 | mens vertrouwt zich toe aan de waarheid die de ander
92 III, 2,33 | streeft naar een waarheid aan gene zijde, die in staat
93 III, 2,33 | om zichzelf en zijn leven aan een andere mens toe te vertrouwen,
94 III, 2,33 | zoektocht naar een persoon aan wie hij zich kan toevertrouwen.
95 III, 2,33 | aldus de laatste oproep die aan de mensheid wordt gericht,
96 III, 2,33(28) | waartoe dient hij? Wat is goed aan hem en wat slecht?’ (Sir.
97 III, 2,33(28) | te zoeken die in staat is aan het leven een volle betekenis
98 III, 2,34(29) | hij schreef in zijn brief aan P. Benedetto Castelli op
99 III, 2,34(29) | nooit echt tegengesteld zijn aan het geloof: de werkelijkheid
100 IV, 1,36 | vooral stoïcijnse aard, aan het licht gebracht. Dat
101 IV, 1,36 | mythen tevreden; ze wilden aan hun geloof in de godheid
102 IV, 1,37 | esoterische aard, die slechts aan enkele volmaakten was voorbehouden,
103 IV, 1,37 | twijfel denkt de H. Paulus aan deze manier van esoterisch
104 IV, 1,37 | onderschikt werd gemaakt aan de interpretatie van de
105 IV, 1,38 | duidelijker, wanneer men denkt aan de bijdrage van het christendom
106 IV, 1,38 | bijdrage van het christendom aan de bevestiging van ieders
107 IV, 1,38 | volmaakt en zonder behoefte aan enige afwerking is de leer
108 IV, 1,39 | tot dan toe nog gebonden aan haar Griekse oorsprong.
109 IV, 1,40 | gaf ik echter de voorkeur aan de katholieke leer; ik ervoer
110 IV, 1,40 | Dezelfde Platonici, aan wie hij bij voorkeur refereerde,
111 IV, 1,42 | concurrentie met het zoeken dat aan het verstand eigen is. Dit
112 IV, 1,42 | zekerheid niet in het minst aan het wankelen. Want als een
113 IV, 2,43 | daarmee onttrok hij zich aan de tegennatuurlijke neiging
114 IV, 2,43(46) | Toespraak tot de deelnemers aan het Negende Internationale
115 IV, 2,44 | voorrang van die wijsheid aan, die gave is van de heilige
116 IV, 2,44 | de goddelijke waarheid zo aan, zoals ze is: de gave van
117 IV, 2,44 | De voorrang die hij aan deze wijsheid toekent doet
118 IV, 2,44 | onderzoekt, waardoor zij aan het mysterie van God zelf
119 IV, 3,45 | ofschoon zij vasthielden aan een organische verbinding
120 IV, 3,45 | wijsbegeerte en de godgeleerdheid, aan de wijsbegeerte en de wetenschappen
121 IV, 3,45 | zich succesvol te wijden aan de verschillende onderzoeksgebieden.
122 IV, 3,46 | niet alleen toe te geven aan een logica die op de markt
123 IV, 3,46 | markt is gebaseerd, maar ook aan de verleiding van quasi-goddelijke
124 IV, 3,46 | heeft. Het nihilisme staat aan het begin van die wijdverbreide
125 IV, 3,47 | eenvoudigweg worden ontnomen aan wie ze heeft voortgebracht;
126 IV, 3,48 | hen die bijgedragen hebben aan een vergroting van de afstand
127 V, 1 | Het Leergezag Als Dienst Aan De Waarheid~
128 V, 1,49 | wijsbegeerte, noch geeft zij aan een of andere bijzondere
129 V, 1,49 | filosofie geniet, te kennen aan het feit dat het verstand
130 V, 1,49 | falend filosofisch betoog aan te vullen. Het is daarentegen
131 V, 1,50 | opgave van het leergezag om aan te geven welke filosofische
132 V, 1,50 | eisen te formuleren die aan de wijsbegeerte, vanuit
133 V, 1,50 | handelen, appelleren direct aan de Kerk, omdat zij raken
134 V, 1,50 | de Kerk, omdat zij raken aan de door haar behoede geopenbaarde
135 V, 1,51 | standpunt van het geloof aan geldigs en vruchtbaars bieden,
136 V, 1,51 | het wijsgerig onderzoek aan, zichzelf niet de weg te
137 V, 1,52 | ontologisme62, omdat zij aan het natuurlijke verstand
138 V, 1,53 | gewone leergezag voortdurend aan de gelovigen had voorgehouden
139 V, 1,54 | Pius X, die vaststelde, dat aan het modernisme filosofische
140 V, 1,54 | de betekenis die toekwam aan de katholieke afwijzing
141 V, 1,54 | hij voegde er echter aan toe dat dergelijke dwalingen
142 V, 1,55 | tevredenstelt, zich dus alleen aan de verklaring van het feitelijke
143 V, 1,55 | het feitelijke wijdt of aan de studie van alleen maar
144 V, 1,55 | de theologie bij gebrek aan wijsgerige vakkennis zich
145 V, 1,55(72) | daarom is het niet alleen aan alle gelovige Christenen
146 V, 1,55(72) | dat ze tegengesteld zijn aan de geloofsleer -vooral wanneer
147 V, 1,55 | Schat van Gods Woord die aan de Kerk is overgelaten.
148 V, 1,55 | hele Kerk. Allen die zich aan de bijbelstudie wijden moeten
149 V, 1,55 | voor ogen houden dat ook aan de verschillende hermeneutische
150 V, 1,55 | zijn evenzeer te herkennen aan het geringe respect dat
151 V, 1,55 | speculatieve theologie heeft alsook aan de minachting voor de klassieke
152 V, 2,57 | document dat in zijn geheel aan de wijsbegeerte was gewijd.
153 V, 2,57 | een fundamentele bijdrage aan het geloof en aan de theologische
154 V, 2,57 | bijdrage aan het geloof en aan de theologische wetenschap
155 V, 2,57 | pedagogisch oogpunt niets aan betekenis ingeboet; dat
156 V, 2,57 | plaats voor zijn vasthouden aan de onvergelijkelijke waarde
157 V, 2,58 | theologen van deze eeuw, aan wier denken en studies Vaticanum
158 V, 2,60(84) | toespraak tot de deelnemers aan het Achtste Internationale
159 V, 2,60(84) | toespraak tot de deelnemers aan het Internationale Congres
160 V, 2,61 | benadrukte en vasthield aan de bestudering van zijn
161 V, 2,61 | verval constateren, dat aan een geringere waardering
162 V, 2,61 | eerste plaats denke men aan het wantrouwen tegen de
163 V, 2,61 | hedendaagse wijsbegeerte aan de dag legt door het metafysisch
164 V, 2,61 | van de mens. 85 Het appèl aan de theologen om zich deze
165 V, 2,61 | uitdrukkingen van volkswijsheid aan het licht gebracht: en dit
166 V, 2,61 | echte culturele rijkdom aan tradities. Maar de studie
167 V, 2,62 | theologisch onderzoek. Men denke aan de onverschilligheid tegenover
168 VI, 1,64 | woord van God wordt gericht aan iedere mens, op elk moment
169 VI, 1,64 | theologen bepaalde methoden aan te bevelen, aangezien dat
170 VI, 1,65 | zoals die zich geleidelijk aan heeft ontvouwen in de Heilige
171 VI, 1,65 | filosofie draagt specifiek bij aan de theologie in de voorbereiding
172 VI, 1,65 | bijdrage van de filosofie aan een meer coherent begrip
173 VI, 1,66 | uit het geloof heeft hij aan dit mysterie deel. ~De dogmatische
174 VI, 1,67 | geloof enkele waarheden aan het licht komen die het
175 VI, 1,67 | De openbaring verleent aan deze waarheden hun volste
176 VI, 1,67 | Men denke bijvoorbeeld aan de natuurlijke Godskennis,
177 VI, 1,67 | natuurlijke Godskennis, aan de mogelijkheid van het
178 VI, 1,67 | andere verschijnselen of aan de erkenning van haar geloofwaardigheid,
179 VI, 1,67 | haar geloofwaardigheid, aan het vermogen van de menselijke
180 VI, 1,67 | ook maar in het geringste aan te tasten. 90 ~Op gelijke
181 VI, 1,67 | geven. Zo zal het geloof “aan een verstand dat oprecht
182 VI, 1,67(90) | Johannes Paulus II, Brief aan de deelnemers aan het Internationale
183 VI, 1,67(90) | Brief aan de deelnemers aan het Internationale Congres
184 VI, 1,70 | Het gebod van Christus aan de leerlingen om overal
185 VI, 1,70 | overal heen te gaan, “tot aan de grenzen der aarde” (Hand
186 VI, 1,70 | brief van de heilige Paulus aan de christenen van Efeze
187 VI, 1,70 | in Christus toe geroepen, aan de eenheid van de familie
188 VI, 1,70 | manier door de deelname aan zijn mysterie. Deze eenheid
189 VI, 1,71 | levenskracht en bloei danken zij aan het vermogen, open te blijven
190 VI, 1,71 | de goddelijke openbaring aan te nemen. ~De wijze waarop
191 VI, 1,71 | ontvangers vast te houden aan het geloof; ze belet de
192 VI, 1,71 | dwingen uiterlijke vormen aan te nemen die niet bij haar
193 VI, 1,72 | Oosten, die zo rijk zijn aan zeer oude godsdienstige
194 VI, 1,73 | w.z. filosofie die zich aan haar eigen regels houdt -
195 VI, 1,74 | alleen meer gewicht geven aan zowel het zoeken naar de
196 VI, 1,74 | zoeken naar de waarheid als aan de poging om de resultaten
197 VI, 2,75 | te zijn, die gehoorzaamt aan haar eigen wetten en alleen
198 VI, 2,76 | christelijke manier van filosoferen aan te duiden, een filosofisch
199 VI, 2,76 | hebben deze aanmatiging aan de kaak gesteld. Met de
200 VI, 2,76 | ook de moed om kwesties aan te pakken die hij zonder
201 VI, 2,76 | Men denke bijvoorbeeld aan de problemen van het kwaad
202 VI, 2,76 | het kwaad en het lijden, aan de identiteit van een persoonlijke
203 VI, 2,76 | een persoonlijke God en aan de vraag naar de zin van
204 VI, 2,76 | het leven, of, directer, aan de radicale metafysische
205 VI, 2,76 | ontdekt zouden zijn, als het aan zichzelf was overgelaten.
206 VI, 2,77 | onderwerping van de filosofie aan te geven of een puur functionele
207 VI, 2,79 | God zelf - vandaag stellen aan het wijsgerige denken en
208 VI, 2,79 | het wijsgerige denken en aan hedendaagse wijsgeren. Zoals
209 VI, 2,79 | opgemerkt, moet de wijsbegeerte aan haar eigen wetten gehoorzamen
210 VI, 2,79 | de volheid van het licht aan het zijn en zal zij dus
211 VII, 1,80 | van de zin van het leven aan de orde en onthult zijn
212 VII, 1,81 | enige vorm van referentie aan het transcendente. Een wijsbegeerte
213 VII, 1,81 | in feite ten zeerste bij aan het stimuleren van de wijsbegeerte
214 VII, 1,82 | Dit postulaat, eigen aan het geloof, werd uitdrukkelijk
215 VII, 1,82 | heilige Schrift neemt altijd aan dat het individu, ook al
216 VII, 1,82 | ook al is het schuldig aan dubbelzinnigheid en leugenachtigheid,
217 VII, 1,83 | treffen een grote uitdaging aan het einde van dit millennium,
218 VII, 1,83 | God refereert voortdurend aan wat uitstijgt boven de menselijke
219 VII, 1,84 | kunnen ten zeerste bijdragen aan het geloofsbegrip, aangezien
220 VII, 1,85 | eisen die het woord van God aan de wijsbegeerte stelt, moeilijk
221 VII, 1,85 | Het is het evangelie dat aan de herders deze wijsheidstaak
222 VII, 1,85 | eisen die het woord van God aan het menselijk denken stelt,
223 VII, 1,85 | niet louter een herinnering aan het verleden; het vormt
224 VII, 1,85 | een culturele erfenis die aan de hele mensheid behoort.
225 VII, 1,85 | traditie en dat het niet aan ons is om er naar eigen
226 VII, 1,86 | teneinde hun dwalingen aan te stippen en de daaruit
227 VII, 1,86 | manipulatie draagt niet bij aan het zoeken naar de waarheid
228 VII, 1,86 | een wijze die aangepast is aan de opdracht. ~
229 VII, 1,87 | in zekere zin gebonden is aan tijd en cultuur, de waarheid
230 VII, 1,88 | worden, onderworpen worden aan analyses die gebaseerd zijn
231 VII, 1,89 | gefundeerd is op enige referentie aan onveranderlijke waarden:
232 VII, 1,89 | beslissingen ondergeschikt aan beslissingen die een voor
233 VII, 1,90 | zonder hoop. Als de waarheid aan de mensen eenmaal ontzegd
234 VII, 1,91 | benadrukken dat ons erfgoed aan kennis inderdaad is verrijkt
235 VII, 1,91 | van de ergste bedreigingen aan het einde van deze eeuw
236 VII, 2,92 | een effectievere dienst aan de evangelisering. Zou men
237 VII, 2,92 | dit verband niet denken aan de woorden van Paus Johannes
238 VII, 2,92 | nodig dat men tegemoet komt aan de levende verwachting van
239 VII, 2,92 | De theoloog doet er goed aan zich te herinneren, dat
240 VII, 2,92(109)| door zijn lijden en dood aan het kruis, dat toen Hij
241 VII, 2,93 | opstanding en verheffing aan de rechterhand van Vader;
242 VII, 2,96(112)| Kerk zich niet kan binden aan een willekeurig, voorbijgaand,
243 VII, 2,96(112)| als een ster verlichting aan de menselijke geest, door
244 VII, 2,97 | probleem van het zijn opnieuw aan te pakken - en dit in harmonie
245 VII, 2,98 | gedrag; men kwam ertoe, aan het geweten van het individu
246 VII, 2,98 | de fundamentele rol die aan de waarheid toekomt op het
247 VII, 2,98 | verschillende problemen aan te vatten, waarvoor zij
248 VII, 2,99 | begrijpen waarom behalve aan de theologie ook aan de
249 VII, 2,99 | behalve aan de theologie ook aan de verwijzing naar de catechese
250 VII, 2,99 | doorgegeven leer draagt bij aan de vorming van de persoon.
251 Slot, 0,101 | rijkelijk hebben bijgedragen aan de vooruitgang van de mensheid.
252 Slot, 0,101 | vertoont die eigen zijn aan het individu vinden, maar
253 Slot, 0,101 | Godsvolk met haar veelheid aan kennis en culturen in de
254 Slot, 0,102 | hij zich meer toevertrouwt aan het evangelie en zich openstelt
255 Slot, 0,104 | geconfronteerd ziet - men denke aan de problemen van milieu
256 Slot, 0,104 | van milieu en vrede, of aan het samenleven van rassen
257 Slot, 0,104 | andere religies en met allen, aan wie de vernieuwing van de
258 Slot, 0,104 | problemen van de mens, 127 aan het licht komt, zal een
259 Slot, 0,105 | bijzondere aandacht schenken aan de wijsgerige implicaties
260 Slot, 0,105 | te danken voor hun dienst aan de Kerk. De intieme band
261 Slot, 0,105 | waarheid. Daarom spoor ik hen aan de metafysische dimensie
262 Slot, 0,105 | zonder het vermogen, zich aan vreugde over te geven, werkzaamheid
263 Slot, 0,105 | bijzondere aandacht schenken aan de wijsgerige voorbereiding
264 Slot, 0,105 | evangelie zullen verkondigen aan de mensen van vandaag en,
265 Slot, 0,105 | hen die zich zullen wijden aan theologische studie en onderwijs.
266 Slot, 0,105 | onderwijs in de theologie, zowel aan de seminaries als aan de
267 Slot, 0,105 | zowel aan de seminaries als aan de kerkelijke faculteiten,
268 Slot, 0,106 | wetenschappelijk onderzoek, aan wie de mensheid in hoge
269 Slot, 0,107 | 107. Aan allen vraag ik, zich intensief
270 Slot, 0,108 | werd om zichzelf geheel aan te bieden als mens en als
271 Slot, 0,108 | allen die hun leven wijden aan het zoeken naar de wijsheid.
272 Slot, 0,108 | door het leven te schenken aan de Waarheid en die in haar
|