Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | ontmoeting en het gesprek met de waarheid geleid heeft.
2 Inl, 0,1 | verscheidene streken van de aarde met heel verschillende culturen,
3 Inl, 0,2(1) | diezelfde taak dienen wij samen met Hem de goddelijke waarheid
4 Inl, 0,4 | wereld en in betrekking met anderen staat, die op hem
5 Inl, 0,4 | stroming gelijk te stellen met het complete wijsgerige
6 Inl, 0,5 | geconcentreerd. Daaruit heeft een met steeds meer vragen belaste
7 Inl, 0,5 | dat dezelfde rede, bezig met eenzijdige onderzoeken naar
8 Inl, 0,5 | vermogen tot kennis ontstaan. Met valse bescheidenheid stelt
9 Inl, 0,5 | stelt men zich tevreden met voorlopige deelwaarheden,
10 Inl, 0,6 | bisschopsambt te wenden, met wie ik de zending deel “
11 Inl, 0,6 | delen in enige overwegingen met betrekking tot de weg die
12 Inl, 0,6 | of ontkend te worden” 4. Met het voorliggende schrijven
13 Inl, 0,6 | ontkennen, dat onze tijd met zijn snelle en ingrijpende
14 Inl, 0,6 | gaan. Dat hangt ook samen met het feit dat degenen wier
15 Inl, 0,6 | zoeken naar de waarheid, moet met alle kracht haar oorspronkelijke
16 Inl, 0,6 | heeft ontvangen, en zich met nieuwe moed inzet voor de
17 I, 1,8 | 8. Met een bijna woordelijke overname
18 I, 1,8 | Concilie gepresenteerde leer en met inachtneming van de door
19 I, 1,9 | de Openbaring noch zich met elkaar vermengen, noch elkaar
20 I, 1,10 | Joh 15, 14-15) en gaat met hen om (vgl. Bar 3, 38),
21 I, 1,10 | nodigen tot de gemeenschap met Hem en hen daarin op te
22 I, 1,10 | en woorden, die innerlijk met elkaar verbonden zijn, zodat
23 I, 1,11 | voltooiing en bekrachtigt haar met goddelijk getuigenis door
24 I, 1,12 | afgewezen (vgl. Rom 5, 12-15). Met deze openbaring wordt de
25 I, 2,13 | betracht moet worden” 14. Met deze korte maar belangrijke
26 I, 2,13 | de mens zijn instemming met dit goddelijk getuigenis.
27 I, 2,13 | uitdrukking te brengen. Met andere woorden: de vrijheid
28 I, 2,13 | mogelijk maken dat het verstand met de middelen die het ten
29 I, 2,14 | halen, dan kwamen zij op met steeds grotere opdringerigheid. (...)
30 I, 2,15 | plan van de liefde, dat met de schepping begonnen is,
31 I, 2,15 | wijsgeer en theoloog, aan met de beroemde gedachte: “Noli
32 I, 2,15 | die in Hem geloven of Hem met oprecht hart zoeken. Het
33 I, 2,15 | Beide tonen ons, zij het met verschillende middelen en
34 II, 1,16 | reeds in de heilige Schrift met verbazend duidelijke aanwijzingen
35 II, 1,16 | zijn werkelijkheden, die met de middelen van het verstand
36 II, 1,16 | kunnen zeggen dat de mens met het licht van het verstand
37 II, 1,16 | einde gaan, wanneer hij met een juist gestemd hart zijn
38 II, 1,17 | ons in deze richting wijst met de uitroep: “Het is Gods
39 II, 1,17 | uit; aan de mens is het, met zijn verstand te zoeken
40 II, 1,17 | zo groot en is verbonden met een dergelijke dynamische
41 II, 1,18 | dat Israël in staat was, met zijn reflecties voor het
42 II, 1,18 | peilen van alles wat het met het verstand tevergeefs
43 II, 1,18 | deze weg niet mag begeven met de hoogmoed van degene die
44 II, 1,19 | natuurwetenschappen grotendeels samen met de wijsgerige studie. Nadat
45 II, 1,19 | onderstreept dat de mens met zijn rede in staat is, “
46 II, 1,19 | als de mens dit boek leest met de middelen die aan zijn
47 II, 1,19 | Schepper komen. Wanneer de mens met zijn verstand God, de Schepper
48 II, 1,20 | waarheid, omdat hij tegelijk met het geloof de diepe zin
49 II, 1,20 | schrijver de vrees voor God met het begin van de ware kennis: “
50 II, 2,21 | een voortdurende relatie met het geloof en met de inhoud
51 II, 2,21 | relatie met het geloof en met de inhoud van de openbaring.
52 II, 2,21 | relatie staat’: in relatie met zichzelf, met het volk,
53 II, 2,21 | in relatie met zichzelf, met het volk, met de wereld,
54 II, 2,21 | zichzelf, met het volk, met de wereld, met God. Deze
55 II, 2,21 | het volk, met de wereld, met God. Deze opening voor het
56 II, 2,21 | moeite die de confrontatie met de grenzen van het verstand
57 II, 2,23 | het verstand stukloopt om met puur menselijke redenering
58 II, 2,23 | dwaasheid’ en ‘ergernis’. Met behulp van de taal van de
59 II, 2,23 | waarheid, te erkennen, kan zich met de hulp van het geloof openstellen
60 III, 1,24 | waarop hij kon beginnen met de verkondiging van het
61 III, 1,24 | trof ik ook een altaar aan met het opschrift: Aan de onbekende
62 III, 1,24 | woongebieden afgegrensd, met de bedoeling dat ze God
63 III, 1,24 | als hij wil; hij begint met het vermogen, zich boven
64 III, 1,24 | streven eigen gemaakt, en met haar middelen en overeenkomstig
65 III, 1,25 | als volwassen, wanneer hij met eigen middelen kan onderscheiden
66 III, 1,26 | filosofen zich steeds weer met dit probleem, samen met
67 III, 1,26 | met dit probleem, samen met de vraag naar de zin van
68 III, 1,27 | iedere zaak zal blijken. Met andere woorden: hij zoekt
69 III, 2,30 | mens in zekere zin filosoof met zijn filosofische opvattingen,
70 III, 2,30(27) | Betrekkingen van de Kerk met de niet-christelijke Religies
71 III, 2,31 | op in een gezin, om later met zijn werk deel uit te maken
72 III, 2,32 | vastere en innige verbinding met hen aangaat. ~Onderstreept
73 III, 2,32 | toch niet zonder relatie met de waarheid: de gelovige
74 III, 2,32 | dat hij in de ontmoeting met Jezus Christus de waarheid
75 III, 2,32 | kunnen brengen, de instemming met de waarheid te herroepen,
76 III, 2,32 | die hij in de ontmoeting met Christus heeft ontdekt.
77 III, 2,33(28) | hoogtepunt van zijn natuur als met rede begiftigd wezen is.
78 III, 2,34 | is niet in tegenspraak met de waarheden waartoe men
79 III, 2,34 | garandeert, is identiek met God die zich als Vader van
80 IV, 1,36 | van meet af geconfronteerd met de toenmalige wijsgerige
81 IV, 1,36 | de H. Paulus in Athene “met enkele epicureïsche en stoïcijnse
82 IV, 1,36 | zijn rede te vervlechten met het denken van de wijsgeren
83 IV, 1,36 | stelden zij zich niet meer met de oude mythen tevreden;
84 IV, 1,36 | ontwikkeling die overeenkwam met de eisen van de universele
85 IV, 1,36 | Kerkvaders een vruchtbare dialoog met de antieke wijsgeren en
86 IV, 1,37 | wijsbegeerte gemakkelijk met een kennis van hogere, esoterische
87 IV, 1,37 | dat niemand u verleidt met zijn wijsbegeerte en valse
88 IV, 1,38 | ontmoeting van het christendom met de wijsbegeerte was daarom
89 IV, 1,38 | werkelijkheid bood de ontmoeting met het evangelie een dermate
90 IV, 1,38 | leven, dat hun de omgang met de wijsgeren voorkwam als
91 IV, 1,38 | waarheidszoeken bij de Ouden had, werd met beslistheid overwonnen:
92 IV, 1,38 | een positieve ontmoeting met het wijsgerige denken -
93 IV, 1,38 | wijsgerige denken - zij het met voorzichtige onderscheiding -
94 IV, 1,38(32) | Dialoog met Trypho, 8, 1: PG 6, 492. ~
95 IV, 1,40 | geleerde van het Avondland was met verschillende wijsgerige
96 IV, 1,41 | vormen verbindingen gelegd met de wijsgerige scholen. Dat
97 IV, 1,41 | boodschap vereenzelvigd hebben met de systemen waaraan zij
98 IV, 1,41 | vanaf het begin omgingen met het probleem van de verhouding
99 IV, 1,41 | verschillen te erkennen, die deze met betrekking tot de openbaring
100 IV, 1,42 | geloof niet in concurrentie met het zoeken dat aan het verstand
101 IV, 1,42 | tevreden moet stellen als hij met behulp van rationele overweging
102 IV, 1,42 | vastgesteld, ofschoon men met de rede niet zó tot dat
103 IV, 1,42 | doordringen dat men het ook met woorden kan verklaren, raakt
104 IV, 1,42 | verlangt dat zijn object met de hulp van het verstand
105 IV, 2,43 | betrekking die hij in de dialoog met het Arabische en Joodse
106 IV, 2,43 | Doctor Angelicus heeft, met hoeveel nadruk hij ook het
107 IV, 2,43 | vernederd door haar instemming met de geloofsinhouden; tot
108 IV, 2,43 | versmelting van het christendom met de wereldse wijsbegeerte
109 IV, 2,43 | van de oplossing die hij met zijn geniale profetische
110 IV, 2,44 | wijsheid in haar enge relatie met het geloof en met de Godskennis
111 IV, 2,44 | relatie met het geloof en met de Godskennis te begrijpen.
112 IV, 2,44 | denken”. 51 Hij mag dus met recht “Apostel van de waarheid” 52
113 IV, 3,45 | 45. Met de oprichting van de eerste
114 IV, 3,45 | rechtstreeks geconfronteerd met andere vormen van onderzoek
115 IV, 3,45 | maar mogelijke betrekkingen met het verstand in diskrediet
116 IV, 3,46 | verwijdert van iedere betrekking met de christelijke wereldbeschouwing
117 IV, 3,47 | vormen van rationaliteit met steeds groter gewicht opgekomen
118 IV, 3,48 | zijn te zien die, als ze met juist gestemde geest en
119 IV, 3,48 | staat stelt om in harmonie met hun natuur te staan, zonder
120 V, 1,49 | wanneer ze in relatie treedt met de theologie, moet optreden
121 V, 1,49 | naar de waarheid streeft met een door het verstand geleid
122 V, 1,49 | in zichzelf is toegerust met de voor het bereiken daarvan
123 V, 1,50 | het licht van het geloof met gezag zijn taak van kritische
124 V, 1,50 | die niet overeenstemmen met de christelijke leer55.
125 V, 1,50 | conclusies onverenigbaar zijn met de geopenbaarde waarheid
126 V, 1,50 | waarop deze scholen steunen, met de aanspraken van het woord
127 V, 1,50 | wijsgerig systeem onverenigbaar met haar geloof kan blijken.
128 V, 1,51 | de betrekking van de mens met God. ~In de huidige tijd
129 V, 1,51 | mogelijkheden van het verstand met hun inherente en historische
130 V, 1,52 | systematische teksten tegen enkele met het christelijk geloof onverenigbare
131 V, 1,52 | moderne denken te confronteren met hun eigen filosofie. Hier
132 V, 1,53 | 53. Meer dan met afzonderlijke wijsgerige
133 V, 1,53 | leergezag zich beziggehouden met de noodzaak van verstandelijke
134 V, 1,53 | alle dingen, 63 en sloot met de reeds geciteerde plechtige
135 V, 1,54 | verklaringen in samenhang met de opvattingen van evolutionisme,
136 V, 1,54 | enkele bevrijdingstheologen met zich brengt. 71 ~Het leergezag
137 V, 1,55 | wil dat de filosofie zich met bescheidener opgaven tevredenstelt,
138 V, 1,55 | het woord van God alleen met de heilige Schrift te vereenzelvigen
139 V, 1,55 | aanwezig is73, gaat het met nadruk verder: “De Heilige
140 V, 1,55 | hele heilige volk, verenigd met zijn herders, blijvend in
141 V, 1,55 | Schrift naar voren te brengen met gebruik van slechts één
142 V, 1,55 | teksten laat vinden, samen met de hele Kerk. Allen die
143 V, 1,56 | uit harmonie van de rede met de objectieve werkelijkheid.
144 V, 1,56 | haar te zoeken, verbonden met de moed om nieuwe wegen
145 V, 2,57 | wijsgerige doctrines laten zien. Met dezelfde zorg heeft het
146 V, 2,57 | zin zette Paus Leo XIII met zijn encycliek Aeterni Patris
147 V, 2,57 | toe om weer zó om te gaan met de wijsbegeerte dat zij
148 V, 2,57 | wijsbegeerte dat zij harmonieert met de eisen van het geloof.
149 V, 2,59 | geloof trachtten te verenigen met het perspectief van de fenomenologische
150 V, 2,60 | rijke en vruchtbare doctrine met betrekking tot de wijsbegeerte.
151 V, 2,60 | heeft zich ook beziggehouden met de studie van de filosofie,
152 V, 2,60 | rekening wordt gehouden met de wijsgerige onderzoekingen
153 V, 2,60 | zullen moeten bezighouden met de aspiraties van de hedendaagse
154 V, 2,61 | niet steeds zijn opgevolgd met de gewenste bereidheid.
155 V, 2,61 | zodanig, is toe te schrijven. Met verwondering en spijt moet
156 V, 2,61 | misverstand bij dat vooral met betrekking tot de ‘menswetenschappen’
157 V, 2,61 | jonge Kerken heeft, samen met hoogontwikkelde denkvormen,
158 V, 2,61 | gebruiken moet hand in hand gaan met wijsgerig onderzoek, een
159 V, 2,61 | noodzakelijke band zal smeden met de verkondiging van het
160 V, 2,63 | het mij dringend geboden, met deze encycliek de sterke
161 V, 2,63 | theologische arbeid verbinden met de wijsgerige zoektocht
162 V, 2,63 | zal het mogelijk zijn om met grotere helderheid te testen,
163 VI, 1,64 | van haar specifieke taken, met de filosofieën die door
164 VI, 1,65 | en de intellectus fidei. Met de eerste maakt de theologie
165 VI, 1,65 | Leergezag van de Kerk. 88 Met de tweede tracht de theologie
166 VI, 1,65 | een correcte auditus fidei met haar studie van de opbouw
167 VI, 1,66 | presenteren. Dat moet zij met andere woorden doen met
168 VI, 1,66 | met andere woorden doen met behulp van uitdrukkingen
169 VI, 1,68 | uiterste in te zetten. Dat wil, met andere woorden, zeggen:
170 VI, 1,69 | tussen de culturen. Wat ik met nadruk zou willen onderstrepen,
171 VI, 1,70 | Het thema van de relatie met de culturen verdient een
172 VI, 1,70 | ontmoeting en confrontatie met de culturen is een ervaring
173 VI, 1,70 | begrijpen hoe de eerste gemeente met dit probleem is omgegaan.
174 VI, 1,70 | vijandschap omlaag” (2, 13-14). ~Met deze tekst voor ogen breidt
175 VI, 1,70 | is zo diep, dat de Kerk met de H. Paulus kan zeggen: “
176 VI, 1,70 | ontmoeting van het geloof met de verschillende culturen
177 VI, 1,71 | in nauwe verbinding staan met de mensen en hun geschiedenis,
178 VI, 1,71 | Iedere mens is vervlochten met een cultuur, is ervan afhankelijk
179 VI, 1,71 | laatste waarheidscriterium met betrekking tot Gods openbaring.
180 VI, 1,72 | geleidelijk in aanraking komt met culturen die zich tot nu
181 VI, 1,72 | de elementen te nemen die met zijn geloof verenigbaar
182 VI, 1,72 | is aldus: wanneer de Kerk met grote culturen in contact
183 VI, 1,72 | vruchtbare dialoog te treden met die culturen, die de mensheid
184 VI, 1,72 | oorspronkelijkheid niet te verwisselen met het idee als zou een culturele
185 VI, 1,73 | woord zal zijn, dat toeneemt met iedere nieuwe generatie.
186 VI, 1,73 | Deze cirkelvormige relatie met het woord van God verrijkt
187 VI, 1,74 | speculatieve waarde dat zij met recht op één lijn met de
188 VI, 1,74 | zij met recht op één lijn met de meesters van de antieke
189 VI, 1,74 | de middeleeuwse leraren met de grote driester van St.
190 VI, 1,74 | hebben verricht, onder wie ik met vreugde vermeldt, in een
191 VI, 1,74 | die uit de confrontatie met de geloofsgegevens opmerkelijke
192 VI, 2,76 | een dynamische vereniging met het geloof. Hij verwijst
193 VI, 2,76 | streefden om niet in tegenspraak met het geloof te komen. De
194 VI, 2,76 | aanmatiging aan de kaak gesteld. Met de deemoed verwerft de filosoof
195 VI, 2,76 | op hun eigen terrein en met hun eigen puur rationele
196 VI, 2,77 | gevormd en onderwezen is om met begrippen en argumenten
197 VI, 2,77 | van zijn kant elk contact met de theologie zou uitsluiten
198 VI, 2,77 | moet respecteren zodra zij met de theologie in verbinding
199 VI, 2,78 | nemen noch om instemming met bepaalde opvattingen te
200 VI, 2,79 | één zijn. De openbaring met haar inhouden zal nooit
201 VI, 2,79 | oprijzen die in harmonie is met het woord van God. Zulk
202 VI, 2,79 | toenemen wanneer het zich met het denken verbindt en dat
203 VI, 2,79 | niets anders dan denken met instemming (...) Gelovigen
204 VII, 1,81 | manieren van zien en beoordelen met betrekking tot de wereld
205 VII, 1,81 | Om in harmonie te zijn met het woord van God moet de
206 VII, 1,81 | om in het reine te komen met haar eigen natuur. Door
207 VII, 1,81 | deze zin, die overeenkomt met de religieuze impuls die
208 VII, 1,82 | verschijnselen alleen. Ze kan met ware zekerheid de geestelijke
209 VII, 1,83 | plaat voor de ontmoeting met het zijn en dus met het
210 VII, 1,83 | ontmoeting met het zijn en dus met het metafysisch onderzoek. ~
211 VII, 1,85 | bekrachtigd heeft, en wil met alle duidelijkheid de overtuiging
212 VII, 1,85 | fragmentarisering van de kennis, met haar versplinterde benadering
213 VII, 1,85 | organische continuïteit met de grootse traditie die,
214 VII, 1,88 | alles wat te maken heeft met de kwestie van de zin van
215 VII, 1,88 | zich niet langer bezighoudt met de eschatologische problemen
216 VII, 1,90 | feit dat het strijdig is met de eisen en de inhoud van
217 VII, 1,90 | tot verlies van contact met de objectieve waarheid en
218 VII, 1,90 | objectieve waarheid en daarmee met de eigenlijke basis van
219 VII, 1,90 | trekken van zijn gelijkenis met God van het gelaat te wissen,
220 VII, 1,91 | een reactie uitgelokt die, met betrekking tot postulaten
221 VII, 1,91 | term werd eerst gebruikt met een verwijzing naar esthetische,
222 VII, 2,92 | vernieuwing van haar methoden met het oog op een effectievere
223 VII, 2,92 | een wijze die overeenkomt met de behoeften van onze tijd”. 107 ~
224 VII, 2,92 | laatste waarheid, die haar met de openbaring wordt toevertrouwd,
225 VII, 2,92 | zich tevreden te stellen met een verblijf in tussenstadia.
226 VII, 2,92 | zijn arbeid “overeenkomt met de dynamiek die in het geloof
227 VII, 2,92 | gemeenschappelijke, zij het ook met verschillende methoden doorgevoerde
228 VII, 2,92(109) | is noodzakelijk verbonden met Christus’ ontlediging door
229 VII, 2,92(109) | niet alleen verbonden is met het scandalum Crucis, maar
230 VII, 2,92(109) | scandalum Crucis, maar ook met alles wat Christus ‘deed
231 VII, 2,95 | de waarheid kan verzoenen met de onvermijdelijke historische
232 VII, 2,95 | De mens is in staat om met behulp van zijn beperkte
233 VII, 2,96 | ernstig rekening moet houden met de betekenis die woorden
234 VII, 2,96 | natuurwetenschappen niet met elkaar kunnen communiceren
235 VII, 2,96(113) | wanneer zij wordt verwoord met grotere helderheid of verder
236 VII, 2,97 | pakken - en dit in harmonie met de eisen en inzichten van
237 VII, 2,98 | zich geconfronteerd ziet met zijn waarheid, die van de
238 VII, 2,98 | noodzakelijkerwijze verbonden is met de christelijke heiligheid
239 VII, 2,98 | christelijke heiligheid en met de beoefening van de menselijke
240 VII, 2,99 | het verband van die leer met het leven van de gelovigen. 119
241 Slot, 0,101 | mensheid. Begiftigd als zij is met een openheid en oorspronkelijkheid
242 Slot, 0,101 | theologie, haar ware verhouding met de wijsbegeerte te herstellen,
243 Slot, 0,101 | wijsbegeerte haar betrekking met de theologie moet herwinnen.
244 Slot, 0,101 | traditie van het Godsvolk met haar veelheid aan kennis
245 Slot, 0,101(123)| in hechte vereniging is met de zending van het onderricht
246 Slot, 0,103 | aanspraken, ontplooit in harmonie met het geloof, hoort tot die ‘
247 Slot, 0,104 | terrein voor begrip en dialoog met hen die ons geloof niet
248 Slot, 0,104 | samenwerken van de christenen met de gelovigen van andere
249 Slot, 0,104 | gelovigen van andere religies en met allen, aan wie de vernieuwing
250 Slot, 0,104 | voor de waarheid gevoerd en met alle nodige prudentie, sluit
251 Slot, 0,105 | deze encycliek af te ronden met een laatste gedachte waarmee
252 Slot, 0,105 | veeleisende dialoog te komen met zowel het hedendaagse filosofische
253 Slot, 0,105 | filosofische denken als met de filosofische traditie
254 Slot, 0,105 | wel of niet in harmonie is met het woord van God. Laten
255 Slot, 0,105 | van hen die belast zijn met het onderwijs in de theologie,
256 Slot, 0,106 | onderzoek van de filosofen met aandacht en sympathie; zij
257 Slot, 0,106 | en levenloze onderdelen met hun complexe atomaire en
258 Slot, 0,106 | verplicht, hen op te roepen met hun inspanningen door te
259 Slot, 0,106 | resultaten hand in hand gaan met de wijsgerige en zedelijke
260 Slot, 0,108 | Maria, toe zij instemde met het woord van Gabriël, niets
261 Slot, 0,108 | voor altijd heeft gedeeld met de hele wereld. ~Gegeven
|