Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2 | van de wereld geworden, om te verkondigen dat Jezus
2 Inl, 0,2 | dat de mensheid volbrengt om de waarheid te bereiken2;
3 Inl, 0,2(1) | mogelijk trachten te begrijpen, om haar voor onszelf en de
4 Inl, 0,2 | verplichting op, zich te bekommeren om de verkondiging van de verworven
5 Inl, 0,3 | bezit veel mogelijkheden om de vooruitgang in de kennis
6 Inl, 0,4 | blootgesteld aan de verleiding om één enkele stroming gelijk
7 Inl, 0,4 | dienen. ~Zo is het mogelijk om ondanks de veranderingen
8 Inl, 0,4 | aanwezig zijn. Men denke, om een enkel voorbeeld te noemen,
9 Inl, 0,4 | subject en aan zijn vermogen om God, de waarheid en het
10 Inl, 0,5 | moet de inzet van de rede om doelen te bereiken, die
11 Inl, 0,5 | in de wijsbegeerte de weg om fundamentele waarheden te
12 Inl, 0,5 | als onontbeerlijke hulp om het begrip van het geloof
13 Inl, 0,5 | het geloof te verdiepen en om de waarheid van het evangelie
14 Inl, 0,5 | de blik omhoog te heffen om het avontuur aan te gaan,
15 Inl, 0,5 | mogelijkheid die de mens heeft om de waarheid te kennen, gaf
16 Inl, 0,5 | enerzijds in geslaagd is om op de weg te komen die het
17 Inl, 0,5 | werkt het er anderzijds aan om existentiële, hermeneutische
18 Inl, 0,5 | zelfs nog maar te proberen om radicale vragen over de
19 Inl, 0,5 | leven te stellen. De hoop om van de wijsbegeerte definitieve
20 Inl, 0,6 | de juiste weg kan inslaan om haar te bereiken en om in
21 Inl, 0,6 | inslaan om haar te bereiken en om in haar rust te vinden in
22 Inl, 0,6 | waarbij de mogelijkheid om te komen tot de ware betekenis
23 Inl, 0,6 | degenen wier roeping het was om de vrucht van hun denken
24 Inl, 0,6 | naar wat de moeite waard is om te leven. De wijsbegeerte,
25 Inl, 0,6 | verantwoordelijkheid heeft om vorm te geven aan het denken
26 I, 1,7 | natuur” 5. Daarbij gaat het om een volledig onverschuldigd
27 I, 1,7 | initiatief, dat van God uitgaat, om de mensheid te bereiken
28 I, 1,10 | 14-15) en gaat met hen om (vgl. Bar 3, 38), om hen
29 I, 1,10 | hen om (vgl. Bar 3, 38), om hen uit te nodigen tot de
30 I, 1,12 | verifieerbaar, omdat het om onze dagelijkse omgeving
31 I, 1,12 | ware Woord wil aannemen, om het bestaan zin te geven.
32 I, 2,13 | want Hij is immers gekomen “om Gods geheimen te verkondigen” 13;
33 I, 2,13 | hun geestelijke natuur in, om aan het subject de voltrekking
34 I, 2,13 | zou immers de weigering om zich open te stellen voor
35 I, 2,13 | te hulp. Ze dienen ertoe om grondiger naar de waarheid
36 I, 2,13 | verstand een aansporing om verder te gaan dan hun aard
37 I, 2,13 | dan hun aard van tekens, om de diepere betekenis die
38 I, 2,15 | mogelijkheid die God biedt om het oorspronkelijke plan
39 I, 2,15 | Wie zal naar de hemel gaan om ze voor ons te halen en
40 I, 2,15 | Wie zal de zee oversteken om ze voor ons te halen en
41 I, 2,15 | het denken op en verlangt om als uitdrukking van de liefde
42 II, 1,16 | toelegt en die eropuit is om inzicht te krijgen; die
43 II, 1,16 | de mogelijkheid gegeven om “te putten uit het diepe
44 II, 1,16 | meer en meer ertoe neigt om verschillende soorten van
45 II, 1,16 | blijft. Het grijpt niet in om de autonomie van het verstand
46 II, 1,16 | te beperken, maar alleen om het voor de mens begrijpelijk
47 II, 1,17 | hebben hun eigen ruimte om zich te verwezenlijken.
48 II, 1,18 | grondregels in acht moet nemen om zijn eigen aard beter te
49 II, 2,21 | niet verslagen. De kracht om zijn weg naar de waarheid
50 II, 2,21 | die de opdracht heeft om ondanks de voortdurende
51 II, 2,22 | van de mens voorzien was om de wereld van de zintuigen
52 II, 2,22 | gemakkelijk te overstijgen om tot de oorsprong van alles
53 II, 2,22 | de mens was niet in staat om uit zichzelf te onderscheiden
54 II, 2,22 | Het menselijke vermogen om de waarheid te kennen werd
55 II, 2,23 | van het verstand stukloopt om met puur menselijke redenering
56 II, 2,23 | in de wereld uitgekozen om de wijzen te schande te
57 II, 2,23 | de H. Paulus aarzelt niet om te benadrukken: “Wanner
58 II, 2,23 | wat niets is, uitgekozen om dat wat iets is te vernietigen” (
59 II, 2,23 | De apostel schroomt niet om de radicaalste taal die
60 II, 2,23 | aanwendden, te gebruiken, om het wezen van de onverschuldigde
61 II, 2,23 | van het geloof openstellen om de ‘dwaasheid’ van het kruis
62 III, 1,24 | tegelijk als aanleiding om daarmee een gemeenschappelijke
63 III, 1,24 | heel het mensenvolk gemaakt om overal op aarde te wonen.
64 III, 1,24 | toevallige te verheffen, om naar het oneindige te koersen.
65 III, 1,25 | niet alleen in staat is om te weten, maar ook weet
66 III, 1,25 | Ook in dit geval gaat het om de waarheid. Deze overtuiging
67 III, 1,25 | zwaarwegende morele verplichting om de waarheid te zoeken en
68 III, 1,25 | door zich open te stellen om ze ook aan te nemen in de
69 III, 1,26 | vragen in het boek Job, om aan de zin van het leven
70 III, 1,26 | onverklaarbaar lijken, volstaan om onontkoombaar een zo dramatische
71 III, 1,27 | niet, de behoefte hebben om hun bestaan te verankeren
72 III, 1,27 | geven: daarbij gaat het om persoonlijke overtuigingen
73 III, 1,27 | overtuigingen of ervaringen, om familie- of culturele tradities
74 III, 1,27 | of culturele tradities of om levensprogramma’s, waar
75 III, 1,27 | steeds de levendige wens om te komen tot de zekerheid
76 III, 2,29 | kunnen zijn. Het vermogen om naar de waarheid te zoeken
77 III, 2,29 | dagelijks leven te bezien om vast te stellen dat ieder
78 III, 2,30 | Het is misschien nuttig om deze verschillende vormen
79 III, 2,30 | worden. Daarbij gaat het om de waarheidsorde van het
80 III, 2,31 | De mens is niet geschapen om alleen te leven. Hij wordt
81 III, 2,31 | groeit op in een gezin, om later met zijn werk deel
82 III, 2,32 | aangehaald kunnen worden om dit feit te illustreren!
83 III, 2,32 | redeneringen nodig heeft om te overtuigen, omdat zij
84 III, 2,33 | verklaren; het gaat dus om een zoeken dat alleen in
85 III, 2,33 | vermogen en de beslissing om zichzelf en zijn leven aan
86 III, 2,33 | en wantrouwen, dat soms om het speculatieve onderzoek
87 III, 2,33(28) | worden hier geactiveerd om in vrijheid naar een oplossing
88 III, 2,35 | referentiepunten moet vasthouden, om de juiste verhouding tussen
89 IV, 1,36 | Dat was zeker geen toeval. Om door de heidenen begrepen
90 IV, 1,36 | pogingen van de mensen, om de oorsprong van de goden
91 IV, 1,37 | benodigde kritische zin missen, om zich heen grijpen. Het voorbeeld
92 IV, 1,38 | omkering en tot een vraag om het doopsel. Dat wil echter
93 IV, 1,38 | zeggen dat zij de opgave om het geloofsbegrip en zijn
94 IV, 1,38 | dat het mogelijk maakt om bij God te komen, moeten
95 IV, 1,38 | te kunnen gaan. De wegen om de waarheid te bereiken
96 IV, 1,38 | liefdevol gezind en doen alles om haar deelachtig te worden.
97 IV, 1,39 | Origenes zeker uitnemend. Om te antwoorden op de door
98 IV, 1,40 | kwam, had hij de kracht om die radicale bekering te
99 IV, 1,40 | lukte de bisschop van Hippo om de eerste grote synthese
100 IV, 1,41 | onrechtvaardig en oppervlakkig om hun werk te vernauwen tot
101 IV, 1,41 | Het lukte hun namelijk om volledig zichtbaar te laten
102 IV, 1,41 | van de mythen kon raken om zich op passender wijze
103 IV, 1,42 | het verstand er dus toe om steeds verder te gaan; ja,
104 IV, 1,42(42) | 226. “Ik ben geschapen om U te zien; en ik heb nog
105 IV, 2,43 | Thomas toe, niet alleen om de inhoud van zijn leer,
106 IV, 2,43 | vindt het de nodige kracht om zich te verheffen tot de
107 IV, 2,43 | en het eigen geweten. 46 ~Om deze reden is de H. Thomas
108 IV, 2,44 | vermogen van het verstand om binnen de aangeboren grenzen
109 IV, 3,45 | toekenden, die ze nodig hebben om zich succesvol te wijden
110 IV, 3,45 | agnostisch wantrouwen, ofwel om het geloof meer ruimte te
111 IV, 3,45 | ruimte te gunnen ofwel echter om elke van zijn maar mogelijke
112 IV, 3,46 | dialectische structuren om te vormen. Tegen dit denken
113 IV, 3,48 | ontwikkeld worden, kunnen helpen om de weg van de waarheid te
114 IV, 3,48 | een ernstige oproep zijn om in zichzelf de echte zin
115 IV, 3,48 | heeft, nooit aanleiding zien om de blik te richten op de
116 IV, 3,48 | herstellen die hen in staat stelt om in harmonie met hun natuur
117 V, 1,49 | bevoegdheid van het leergezag om in te grijpen, om de lacunes
118 V, 1,49 | leergezag om in te grijpen, om de lacunes van een falend
119 V, 1,49 | daarentegen zijn plicht om duidelijk en beslist te
120 V, 1,50 | opgave van het leergezag om aan te geven welke filosofische
121 V, 1,50 | verantwoordelijkheid op om zijn oordeel uit te spreken
122 V, 1,50 | De Kerk heeft de plicht om te laten zien wat in een
123 V, 1,51 | dwalingen en de noodzaak om de al te enge grenzen te
124 V, 1,51 | problematischer blijken om in de afzonderlijke filosofische
125 V, 1,52 | jongste tijd ingegrepen, om haar standpunt tegenover
126 V, 1,53 | anderzijds was het nodig om tegenover de bekoringen
127 V, 1,54 | van de Paus70 ingrijpen, om nadrukkelijk te wijzen op
128 V, 1,55 | Het gaat niet alleen meer om kwesties die afzonderlijke
129 V, 1,55 | groepen betreffen, maar om opvattingen die in de samenleving
130 V, 1,55 | ja voor de mogelijkheid om überhaupt in God te geloven,
131 V, 1,55 | biblicisme’ dat ertoe neigt om de lezing en uitleg van
132 V, 1,55 | dat schuilt in de opzet om de waarheid van de heilige
133 V, 1,56 | zoeken, verbonden met de moed om nieuwe wegen te ontdekken,
134 V, 1,56 | dat het verstand uitdaagt om uit elk mogelijk isolement
135 V, 2,57 | Leo XIII de beste weg toe om weer zó om te gaan met de
136 V, 2,57 | beste weg toe om weer zó om te gaan met de wijsbegeerte
137 V, 2,60 | die bladzijden gaat het om de waarde van de naar Gods
138 V, 2,60 | moeten wijden; het gaat om aanbevelingen die zich verder
139 V, 2,60 | documenten van het leergezag om een solide wijsgerige vorming
140 V, 2,60 | opstellingen moeten begrijpen, om daarop een passend antwoord
141 V, 2,61 | Het appèl aan de theologen om zich deze wetenschappen
142 V, 2,63 | benadrukken; immers, het gaat om de nauwe banden die de theologische
143 V, 2,63 | leergezag de verplichting om precies te onderscheiden
144 V, 2,63 | geloof. Het is mijn taak om enkele beginselen en referentiepunten
145 V, 2,63 | die ik noodzakelijk acht om weer een harmonieuze en
146 V, 2,63 | beginselen zal het mogelijk zijn om met grotere helderheid te
147 VI, 1,64 | ontwikkeld. Ik heb niet de wens om theologen bepaalde methoden
148 VI, 1,64 | van het leergezag, maar om enkele bijzondere taken
149 VI, 1,65 | van de theoloog gevraagd om niet alleen de begrippen
150 VI, 1,65 | uit te leggen, maar ook om de wijsgerige systemen ten
151 VI, 1,65 | termen hebben beïnvloed, om correcte en consistente
152 VI, 1,67 | 15), moeten bekommeren om het rechtvaardigen en het
153 VI, 1,67 | vermogen van de menselijke taal om uitdrukkelijk en naar waarheid
154 VI, 1,67 | en zijn fundamentele eis om zich te presenteren door
155 VI, 1,67 | voor het verstand nodig om van het geloof gebruik te
156 VI, 1,67 | geloof gebruik te maken om de horizonten te ontdekken
157 VI, 1,68 | leerstellingen en geboden. Om ze toe te passen op de bijzondere
158 VI, 1,69 | onderstrepen, is de plicht om niet bij het concrete, afzonderlijke
159 VI, 1,69 | denken het mogelijk maakt om zowel in de verschillende
160 VI, 1,70 | Christus aan de leerlingen om overal heen te gaan, “tot
161 VI, 1,70 | der aarde” (Hand 1, 8), om de door Hem geopenbaarde
162 VI, 1,70 | er reeds zeer vroeg toe om de universaliteit van de
163 VI, 1,70 | Efeze biedt een goede hulp om te begrijpen hoe de eerste
164 VI, 1,71 | mogelijkheid in zich draagt om de goddelijke openbaring
165 VI, 1,71 | van het evangelie bevat, om daaruit aansporingen te
166 VI, 1,72 | in India, heeft de opgave om uit dit rijke erfgoed de
167 VI, 1,72 | nieuwe aanwijzingen vinden om in een vruchtbare dialoog
168 VI, 1,73 | houdt - alleen maar helpen om Gods woord beter te verstaan.
169 VI, 1,73 | daarentegen aangespoord om wegen te verkennen waarvan
170 VI, 1,74 | heb ik niet de bedoeling om alle visies uit hun denken
171 VI, 1,74 | onderschrijven, maar alleen om sprekende voorbeelden te
172 VI, 1,74 | waarheid als aan de poging om de resultaten van dat zoeken
173 VI, 2,75 | streven van de wijsbegeerte om een autonome onderneming
174 VI, 2,76 | onderzoek naar streefden om niet in tegenspraak met
175 VI, 2,76 | de filosoof ook de moed om kwesties aan te pakken die
176 VI, 2,76 | geloof verschijnt, dat helpt om een adequate wijsgerige
177 VI, 2,76 | filosofie hoort ook de behoefte om de rationaliteit van bepaalde
178 VI, 2,77 | gevormd en onderwezen is om met begrippen en argumenten
179 VI, 2,77 | nodig als gesprekspartner, om de begrijpbaarheid en de
180 VI, 2,77 | moet ondergaan. ~Het was om haar onmisbare en edele
181 VI, 2,78 | voorgesteld. Dit was niet om in specifiek filosofische
182 VI, 2,78 | standpunt in te nemen noch om instemming met bepaalde
183 VI, 2,79 | waarde, nooit het vermogen om bevraagd te worden en vragen
184 VI, 2,79 | wijsgerig onderzoek verlichten. Om kort te gaan, de christelijke
185 VII, 1,80 | centrale referentiepunt blijven om het raadsel van het menselijk
186 VII, 1,81 | fragmentatie van de kennis om zich heen grijpt. Juist
187 VII, 1,81 | of het nog wel zin heeft om over “zin” te praten. De
188 VII, 1,81 | van de theorieën die als om strijd een antwoord geven,
189 VII, 1,81 | hartstocht voor de waarheid. ~Om in harmonie te zijn met
190 VII, 1,81 | stimuleren van de wijsbegeerte om in het reine te komen met
191 VII, 1,81 | capaciteit van de mens vraagt om een vernieuwd en aangescherpt
192 VII, 1,81 | het de wijsbegeerte uit om mee te doen in het zoeken
193 VII, 1,82 | het menselijke vermogen om de waarheid te kennen verifieert,
194 VII, 1,82 | waarheid te kennen verifieert, om te komen tot een kennis
195 VII, 1,82 | filosofie zou ongeschikt zijn om te helpen bij de diepere
196 VII, 1,83 | gegevens uit te stijgen om bij haar zoeken naar de
197 VII, 1,83 | het bijzonder dient het om het zedelijk goede te kennen,
198 VII, 1,83 | is die het mogelijk maakt om het begrip van de menselijke
199 VII, 1,83 | volkomen ongeschikt zijn om bij het begrijpen van de
200 VII, 1,83 | zou niet in staat zijn, om verder te gaan dan de analyse
201 VII, 1,83 | dat dit de te nemen weg is om de crisissituatie te overwinnen
202 VII, 1,83 | in haar greep heeft, en om aldus verschillende in onze
203 VII, 1,84 | gebieden werken neigen ertoe om stil te staan bij de vraag,
204 VII, 1,84 | wordt, zonder verder te gaan om te zien of de rede de essentie
205 VII, 1,84 | van de mens in staat is om de goddelijke en transcendente
206 VII, 1,85 | weglopen voor de plicht om dat te ondernemen. ~Ik geloof
207 VII, 1,85 | dat het niet aan ons is om er naar eigen goeddunken
208 VII, 1,85 | we vandaag in staat zijn om voor de toekomst een oorspronkelijke,
209 VII, 1,85 | daardoor in staat moet zijn om zowel de diepe theologische
210 VII, 1,86 | christelijke traditie, is bedoeld om het gevaar af te wenden
211 VII, 1,86 | Ik denk dat het gepast is om -zij het kort- daarop in
212 VII, 1,86 | theologie, ertoe neigen om gebruik te maken van losse
213 VII, 1,86 | stammen, zonder bekommernis om hun innerlijke samenhang,
214 VII, 1,86 | gevaar, niet in staat te zijn om het waarheidsgehalte van
215 VII, 1,86 | theologisch noch wijsgerig, om zijn argumenten ernstig
216 VII, 1,86 | ontstonden, helpt eraan mee om het gevaar van eclecticisme
217 VII, 1,87 | zijn voor het historicisme. Om een doctrine uit het verleden
218 VII, 1,87 | archeologische vindplaats, nuttig om opvattingen van vroeger
219 VII, 1,88 | kennis van het zijn verwerpt om de weg vrij te maken voor
220 VII, 1,90 | het op zijn beurt mogelijk om van de mens de trekken van
221 VII, 1,91 | het niet mijn bedoeling om een compleet beeld te geven
222 VII, 2,92 | verschillende culturen, om dan de inhoud van het geloof
223 VII, 2,92 | opdringen, vraagt inderdaad om een gemeenschappelijke,
224 VII, 2,92 | deze basis is het mogelijk om de scheidende onenigheden
225 VII, 2,92 | vorm aangeven die de roep om eenheid thans aanneemt,
226 VII, 2,93 | der waarheid uitzenden, om zijn Kerk te stichten en
227 VII, 2,94 | daarom een dringende behoefte om de betrekking tussen feit
228 VII, 2,95 | zien hoe het mogelijk is om van de historische omstandigheden
229 VII, 2,95 | uitstijgt. ~De mens is in staat om met behulp van zijn beperkte
230 VII, 2,96 | een ingewikkeld probleem om te overdenken, aangezien
231 VII, 2,96(112)| eeuwenlange arbeid is opgesteld, om enigszins tot een begrijpen
232 VII, 2,96(112)| vastgelegd, zodat het verkeerd is om daarvan afstand te nemen”:
233 VII, 2,96 | bijzondere zorg zal rekenen om het verstaan van de betrekking
234 VII, 2,98 | persoon wiens taak het is, om de algemene kennis van het
235 VII, 2,98 | het voorrecht te verlenen om de criteria voor goed en
236 VII, 2,98 | wortels in het woord van God. Om deze opdracht te kunnen
237 VII, 2,99 | Christus is het mogelijk om de volheid van de waarheid
238 Slot, 0,100 | heb ik de behoefte gevoeld om het thema van de relatie
239 Slot, 0,100 | duidelijke, invloed uit. Om deze redenen heb ik het
240 Slot, 0,100 | bieden en een stimulans om de zoektocht naar een beter
241 Slot, 0,101 | het haar mogelijk maakt om als geloofswetenschap te
242 Slot, 0,101 | zeker de rede uitgedaagd om open te blijven voor de
243 Slot, 0,102 | ontdekking van zowel hun vermogen om de waarheid te kennen124
244 Slot, 0,105 | herontdekken en te verwoorden, om zó tot een kritische en
245 Slot, 0,105 | Deum de lezer uitnodigt om ten volle te beseffen dat “
246 Slot, 0,105 | zich ten volle inspannen om hun werk uit te voeren in
247 Slot, 0,105 | waaraan allen gehouden zijn, om bij te dragen tot een echte,
248 Slot, 0,105 | zware verantwoordelijkheid om te zorgen voor een adequate
249 Slot, 0,107 | intensief te bekommeren om de mens, die Christus in
250 Slot, 0,107 | zijn liefde gered heeft, en om zijn voortdurende zoeken
251 Slot, 0,108 | Zoals de Maagd geroepen werd om zichzelf geheel aan te bieden
252 Slot, 0,108 | overtuigd van de noodzaak om te philosophari in Maria. ~
|