Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
volwassen 2
vond 2
vonden 2
voor 240
vóór 5
vooraf 1
voorafbeelding 1
Frequency    [«  »]
272 aan
261 met
252 om
240 voor
218 als
216 deze
210 tot
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

voor

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2(1) | De verantwoordelijkheid voor deze waarheid betekent ook, 2 Inl, 0,2(1) | trachten te begrijpen, om haar voor onszelf en de anderen beter 3 Inl, 0,3 | woord filosofieliefde voor de wijsheid”. Het ontstaan 4 Inl, 0,3 | mag ons niet blind maken voor de invloed die ze op de 5 Inl, 0,4 | kan zien; net alsof we ons voor een impliciete wijsbegeerte 6 Inl, 0,5 | denken heeft plaatsgemaakt voor een indifferent pluralisme, 7 Inl, 0,6 | opdat ieder die de liefde voor haar in het hart draagt, 8 Inl, 0,6 | drang tot dit initiatief is voor mij vooral het door het 9 Inl, 0,6 | zich met nieuwe moed inzet voor de verwezenlijking van het 10 I, 1,11 | geschiedenis. En ze is eens voor altijd in het mysterie van 11 I, 1,11 | De geschiedenis wordt zo voor het volk van God een weg 12 I, 1,12 | plaats waar we Gods handelen voor de mensheid kunnen vaststellen. 13 I, 1,12 | Hij bereikt ons in hetgeen voor ons het vertrouwdste is 14 I, 1,12 | gebied, maar opent zich voor iedere man en iedere vrouw, 15 I, 2,13 | verstand ertoe aan, zich voor haar open te stellen en 16 I, 2,13 | om zich open te stellen voor dat wat de zelfverwerkelijking 17 I, 2,13 | anderzijds zijn de tekens voor het verstand een aansporing 18 I, 2,13 | en openbaart het als een voor het leven van de mens wezenlijk 19 I, 2,13 | aan de mens en ontsluit voor hem zijn hoogste roeping18, 20 I, 2,14 | Vaticaanse Concilies legt ook voor het filosofische kennen 21 I, 2,14 | dan door haar eindigheid voor het oneindige mysterie van 22 I, 2,14 | hulp, een referentiepunt voor zowel de wijsbegeerte alsook 23 I, 2,15 | waarheid, zich open te stellen voor het transcendente. Hier 24 I, 2,15 | openbaring is de ware leidstér voor de mens tussen de druk van 25 I, 2,15 | geef, zijn niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten 26 I, 2,15 | naar de hemel gaan om ze voor ons te halen en ze ons te 27 I, 2,15 | de zee oversteken om ze voor ons te halen en ze ons te 28 II, 1,16 | 20-27) ~Zoals men ziet is voor de geïnspireerde schrijver 29 II, 1,16 | abstractie, zoals dat geldt voor de Ionische wijsgeren of 30 II, 1,16 | van de kennisleer. ~Wat voor soort bijdrage? De bijzonderheid 31 II, 1,16 | beperken, maar alleen om het voor de mens begrijpelijk te 32 II, 1,16 | doordat het de rede opent voor de ontdekking van de actieve 33 II, 1,16 | scheiden zonder dat het voor de mens onmogelijk wordt, 34 II, 1,17 | 17. Er is dus geen reden voor het bestaan van een soort 35 II, 1,17 | adel. Een ander steentje voor dit mozaïek wordt door de 36 II, 1,17 | bidt: “Hoe moeilijk zijn voor mij, o God, uw gedachten, 37 II, 1,18 | was, met zijn reflecties voor het verstand de weg naar 38 II, 1,18 | toestand van dedwaas”. Voor de bijbel houdt dwaasheid 39 II, 1,20 | daarom de schrijver de vrees voor God met het begin van de 40 II, 1,20 | de ware kennis: “De vrees voor de Heer is het begin van 41 II, 2,21 | wereld, met God. Deze opening voor het mysterie, die tot hem 42 II, 2,21 | openbaring, was tenslotte voor hem de bron van een ware 43 II, 2,21 | inspanning van het onderzoek was voor de schrijver niet vrij van 44 II, 2,23 | bevredigende verklaring te geven voor de zin van het bestaan. 45 II, 2,23 | de apostel nadrukkelijk. Voor dat wat God wil verwezenlijken, 46 II, 2,23 | haar zwakheid de voorwaarde voor haar kracht te zien; maar 47 II, 2,23 | maar God heeft juist dat voor de onthulling van het geheim 48 II, 2,23 | tot het zich openstellen voor de universaliteit van de 49 II, 2,23 | draagster is. Wat een uitdaging voor ons verstand, en wat een 50 III, 1,24 | wanneer ze ons in het gebed voor alle niet-gelovenden laat 51 III, 1,25 | feitelijke waarheid van hetgeen voor hem zichtbaar is. De mens 52 III, 1,25 | vrijheid bestaat niet... Als er voor de mens het recht bestaat 53 III, 1,25 | gaat daar nog aan vooraf de voor ieder zwaarwegende morele 54 III, 1,27 | universeel. Wat waar is, moet voor allen en voor altijd waar 55 III, 1,27 | waar is, moet voor allen en voor altijd waar zijn. Buiten 56 III, 1,27 | bevredigen hem niet. Er komt voor allen een moment waarop 57 III, 2,28 | waarheid onderdrukken. Het komt voor dat de mens, zodra hij maar 58 III, 2,28 | wegvlucht, omdat hij bang is voor haar eisen. Desondanks beïnvloedt 59 III, 2,29 | toch niets wist of dat hij voor absoluut onbereikbaar hield. ~ 60 III, 2,29 | antwoord te kunnen komen, kan voor hem aanleiding zijn de eerste 61 III, 2,29 | oorspronkelijke ingeving niet voor nutteloos alleen omdat hij 62 III, 2,33 | Dit zoeken is niet alleen voor de toe-eigening van partiële, 63 III, 2,33 | de mens zoekt niet alleen voor elk van zijn beslissingen 64 III, 2,33 | Deze levensbelangrijke en voor zijn bestaan essentiële 65 III, 2,33 | vriendschap als een van de voor het juiste filosoferen passendste 66 III, 2,33(28) | van het bestaan te vinden, voor elk van zijn ogenblikken, 67 III, 2,33(28) | elk van zijn ogenblikken, voor de belangrijke en beslissende 68 III, 2,33(28) | perioden evenzogoed als voor het leven van alledag. In 69 III, 2,33(28) | antwoord erop de maatstaf voor de diepte waarmee hij zijn 70 III, 2,33(28) | haar top en opent zij zich voor het religieuze. Want de 71 III, 2,34 | openbaring biedt de zekerheid voor deze eenheid, door te laten 72 IV, 1,36 | 32), hield de apostel het voor verstandiger, zijn rede 73 IV, 1,36 | die meer respect toonden voor de goddelijke transcendentie. ~ 74 IV, 1,36 | wijsgeren en baanden zo de weg voor de verkondiging en het begrip 75 IV, 1,38 | storing dan een kans toe. Voor hen was de eerste, dringende 76 IV, 1,38 | onwaar te zijn. De verklaring voor hun aanvankelijke onverschilligheid 77 IV, 1,38 | gelijkheid van alle mensen voor God verkondigd. De eerste 78 IV, 1,38 | ofschoon hij zijn hoge achting voor de Griekse wijsbegeerte 79 IV, 1,38 | voorbereidend onderwijs voor het christelijk geloof34 80 IV, 1,38 | Griekse wijsbegeerte is voor de Alexandrijn niet de voltooiing 81 IV, 1,39 | Platoonse denken over en werkt voor de eerste keer zoiets als 82 IV, 1,40 | bewijzen was, maar niet voor ieder, of überhaupt niet 83 IV, 1,41 | een duidelijke aanwijzing voor het kritische bewustzijn 84 IV, 1,41 | passender wijze open te stellen voor het transcendente. Een gelouterd 85 IV, 1,41 | daarmee een solide basis voor de waarneming van het zijn, 86 IV, 1,41 | Ze erkenden volledig het voor het absolute openstaande 87 IV, 1,41 | ene misschien gevallen was voor de betovering van de andere; 88 IV, 1,41(41) | Vgl. Congregatie voor de Katholieke Opvoeding: 89 IV, 1,42 | verstand nog gewichtiger. Voor de heilige aartsbisschop 90 IV, 1,42 | zij naar kennis. Wie leeft voor de waarheid, streeft naar 91 IV, 1,42 | meer ontbrandt in liefde voor dat wat hij kent, ook wanneer 92 IV, 2,43 | profetische scherpzinnigheid voor het probleem van de nieuwe 93 IV, 2,44 | heeft in hem de hartstocht voor de waarheid erkend en gewaardeerd; 94 IV, 3,45 | die systemen die stonden voor een van het geloof gescheiden 95 IV, 3,46 | zonder overdrijving zeggen, voor een goed deel ontwikkeld 96 IV, 3,46 | schadelijk en vervreemdend voor de ontwikkeling van de volle 97 IV, 3,46 | het uitgangspunt geschapen voor doelstellingen die op politiek-maatschappelijk 98 IV, 3,46 | en daarmee tot een trauma voor de mensheid. ~Op het gebied 99 IV, 3,46 | alleen maar een gelegenheid voor indrukken en ervaringen, 100 IV, 3,48 | ook het thema dood kan voor iedere denker een ernstige 101 IV, 3,48 | verstand dat geen rijp geloof voor zich heeft, nooit aanleiding 102 V, 1,49 | andere54. De diepere reden voor deze terughoudendheid ligt 103 V, 1,49 | volgens eigen beginselen en de voor haar specifieke methoden 104 V, 1,49 | zichzelf is toegerust met de voor het bereiken daarvan noodzakelijke 105 V, 1,51 | bevatten; dit geldt ook voor de volledige verklaring 106 V, 1,52 | geformaliseerd, waarmee voor het eerst een oecumenisch 107 V, 1,52 | normatief referentiepunt voor een correct en consequent 108 V, 1,53 | uiteindelijk wijsgerige kennis voor het geloofsinzicht. Het 109 V, 1,53 | bijdrage die de verstandelijke voor de geloofskennis kan en 110 V, 1,54 | teruggekomen en heeft gewaarschuwd voor de rationalistische bekoring. 111 V, 1,54 | Humani generis waarschuwde voor verkeerde verklaringen in 112 V, 1,54 | moest ook de Congregatie voor de Geloofsleer in de vervulling 113 V, 1,54(70) | 1988), 873; Congregatie voor de Geloofsleer, instructie 114 V, 1,55 | Dat geldt bijvoorbeeld voor het radicale wantrouwen 115 V, 1,55 | gefundeerd acht, als normatief voor het theologisch onderzoek 116 V, 1,55 | terugvallen in het fideïsme voor, dat de betekenis van de 117 V, 1,55 | en het filosofisch debat voor het geloofsinzicht, ja voor 118 V, 1,55 | voor het geloofsinzicht, ja voor de mogelijkheid om überhaupt 119 V, 1,55 | het enige referentiepunt voor de Kerk. Want hethoogste 120 V, 1,55 | bijbelstudie wijden moeten steeds voor ogen houden dat ook aan 121 V, 1,55 | geringe respect dat men voor de speculatieve theologie 122 V, 1,55 | alsook aan de minachting voor de klassieke wijsbegeerte, 123 V, 1,55 | gedachtenis heeft gewaarschuwd voor een dergelijke verwaarlozing 124 V, 1,55 | de wijsgerige traditie en voor het opgeven van de overgeleverde 125 V, 1,56 | moet inslaan: de hartstocht voor de uiteindelijke waarheid 126 V, 1,56 | mogelijk isolement te treden en voor alles wat mooi, goed en 127 V, 2 | De interesse van de Kerk voor de wijsbegeerte~ 128 V, 2,57 | heeft het de grondbeginselen voor een echte vernieuwing van 129 V, 2,57 | historische draagwijdte voor het leven van de Kerk. Die 130 V, 2,57 | geldt op de eerste plaats voor zijn vasthouden aan de onvergelijkelijke 131 V, 2,59 | zij in niets onderdeden voor de grote systemen van het 132 V, 2,59 | kennistheoretische grondslagen voor een nieuwe behandeling van 133 V, 2,60 | daarmee ook een inspiratiebron voor de wijsbegeerte vormt. Op 134 V, 2,60 | vorming te garanderen, vooral voor hen die zich voorbereiden 135 V, 2,60 | wijsgerige vorming onderstreept voor hen die zich eens, in hun 136 V, 2,60(84) | Ook de Heilige Congregatie voor de Katholieke Opvoeding , 137 V, 2,61 | wetenschappelijk onderzoek voor een diepere kennis van het 138 V, 2,61 | herontdekte belangstelling voor de inculturatie van het 139 V, 2,62 | fundamenteel en onmisbaar is voor de structuur van de theologiestudies 140 V, 2,62 | van de theologiestudies en voor de vorming van priesterkandidaten. 141 V, 2,63 | waarheid. Daaruit ontstaat voor het leergezag de verplichting 142 V, 2,63 | onderhouden, en zo ja: wat voor een. ~ 143 VI, 1,66 | heilsbetekenis van deze uitspraken voor het individu en voor de 144 VI, 1,66 | uitspraken voor het individu en voor de mensheid, in het licht 145 VI, 1,66 | maken zijn. Datzelfde geldt voor verschillende themata van 146 VI, 1,67 | tegelijkertijd blijkt het voor het verstand nodig om van 147 VI, 1,67(90) | na de dood wacht, vormt voor de fundamentele theologie 148 VI, 1,67(90) | het Internationale Congres voor Fundamentele Theologie bij 149 VI, 1,69 | toegenomen gevoeligheid voor de relatie tussen geloof 150 VI, 1,70 | 13-14). ~Met deze tekst voor ogen breidt onze overweging 151 VI, 1,70 | Christus tot een aanbod voor allen: ze is niet meer tot 152 VI, 1,70 | typische openheid van de mens voor het universele en het transcendente. 153 VI, 1,70 | blijken zonder twijfel nuttig voor de mens die ze wijzen op 154 VI, 1,71 | vermogen, open te blijven voor de opname van het nieuwe. 155 VI, 1,71 | Welke verklaring is er voor deze dynamische krachten? 156 VI, 1,71 | zijn voortdurende openheid voor het mysterie en zijn onuitputtelijk 157 VI, 1,71 | aangemoedigd zich open te stellen voor het nieuwe dat de waarheid 158 VI, 1,71 | aansporingen te ontvangen voor nieuwe ontwikkelingen. ~ 159 VI, 1,72 | nieuwe inculturatie-taken. Voor onze generatie doen zich 160 VI, 1,72 | zich dezelfde problemen voor, als die waarmee de Kerk 161 VI, 1,72 | bevrijding verschaft het kader voor grote metafysische systemen. ~ 162 VI, 1,72 | christelijke denken komt. Voor dit werk van onderscheiding, 163 VI, 1,72 | criterium geldt overigens voor de Kerk van ieder tijdperk, 164 VI, 1,72 | van ieder tijdperk, ook voor de Kerk van morgen, die 165 VI, 1,73 | krijgt en gewaarschuwd wordt voor wegen die haar doen afdwalen 166 VI, 1,74 | worden. Dit geldt niet alleen voor de kerkvaders, onder wie 167 VI, 1,74 | ding is zeker: aandacht voor de geestelijke tocht van 168 VI, 1,74 | theologische traditie voortzetten voor het welzijn van de Kerk 169 VI, 2,75 | impliciet - altijd open voor het bovennatuurlijke. ~Bovendien; 170 VI, 2,75 | voorgestaan. Deze theorie eist voor de wijsbegeerte niet alleen 171 VI, 2,75 | slechts zichzelf, omdat ze voor zichzelf de toegang tot 172 VI, 2,76 | die zo cruciaal is geweest voor de ontwikkeling van het 173 VI, 2,76 | denken, in het bijzonder voor de filosofie van het zijn. 174 VI, 2,76 | ontdekking van de betekenis voor de wijsbegeerte van de historische 175 VI, 2,77 | denkstructuren die ongeschikt zijn voor het begrijpen van het geloof.. 176 VI, 2,77 | implicaties die zij heeft voor het begrip van de openbaring, 177 VI, 2,78 | als leider en voorbeeld voor de theologiestudie heeft 178 VI, 2,78 | een authentiek voorbeeld voor allen die naar de waarheid 179 VII, 1,80 | schepsel, inclusief de mens, voor God staat, tot conflicten 180 VII, 1,81 | zonder werkelijke hartstocht voor de waarheid. ~Om in harmonie 181 VII, 1,81 | vernieuwd en aangescherpt gevoel voor de laatste waarden. Als 182 VII, 1,82 | loochent. Dit geldt ook voor de oordelen van het zedelijk 183 VII, 1,83 | postulaat geldt gelijkelijk voor wijsheids- en analytische 184 VII, 1,83 | metafysica niet als alternatief voor de antropologie beschouwd 185 VII, 1,83 | persoon een bevoorrechte plaat voor de ontmoeting met het zijn 186 VII, 1,83 | dimensie van de werkelijkheid voor hem: in waarheid, in schoonheid, 187 VII, 1,85 | moeilijk kunnen schijnen voor veel mensen die betrokken 188 VII, 1,85 | zij kunnen niet weglopen voor de plicht om dat te ondernemen. ~ 189 VII, 1,85 | vandaag in staat zijn om voor de toekomst een oorspronkelijke, 190 VII, 1,85 | appèl geldt in hoge mate ook voor de theologie. Niet alleen 191 VII, 1,86 | daaruit volgende risicos voor het wijsgerige werk. ~De 192 VII, 1,86 | van eclecticisme komt ook voor in het retorische misbruik 193 VII, 1,87 | bergen die typisch zijn voor het historicisme. Om een 194 VII, 1,87 | basis van haar geschiktheid voor een bepaalde periode en 195 VII, 1,87 | in een andere. Zo wordt voor hen de geschiedenis van 196 VII, 1,87 | vroeger te illustreren, maar voor het grootste deel achterhaald 197 VII, 1,87 | achterhaald en zonder betekenis voor het heden. Men mag daarentegen 198 VII, 1,88 | om de weg vrij te maken voor pure en eenvoudige feitelijkheid. 199 VII, 1,88 | aangezien zij geen ruimte laat voor kritiek die het ethische 200 VII, 1,89 | is er een groeiende steun voor een opvatting van democratie 201 VII, 1,89 | aan beslissingen die een voor een genomen worden door 202 VII, 1,90 | opvatting die tegenwoordig voor veel filosofieën die de 203 VII, 1,90(106)| waarheid als voorwaarde voor een authentieke vrijheid; 204 VII, 1,91 | betrekking tot postulaten die men voor niet discutabel hield, voor 205 VII, 1,91 | voor niet discutabel hield, voor een radicaal verlies hebben 206 VII, 2 | Actuele taken voor de theologie~ 207 VII, 2,92 | het geloof te bemiddelen voor die culturen op een samenhangende 208 VII, 2,92 | de essentiële voorwaarde voor een oprechte en authentieke 209 VII, 2,92(108)| Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie 210 VII, 2,93 | een waarlijk groot geheim voor de menselijke geest, voor 211 VII, 2,93 | voor de menselijke geest, voor wie het onhoudbaar schijnt 212 VII, 2,93 | ten dele nieuwe problemen voor, waarvoor men geen toereikende 213 VII, 2,94 | ligt in hun betekenis in en voor de heilsgeschiedenis. Deze 214 VII, 2,95 | hermeneutiek die openstaat voor de aanspraak van de metafysica 215 VII, 2,96 | begrippentaal te verdiepen, en wegen voor te stellen die zullen leiden 216 VII, 2,96(113)| veranderen”: K. Congregatie voor de Geloofsleer, Verklaring 217 VII, 2,97 | is een belangrijke opgave voor de theologie; maar een nog 218 VII, 2,97 | volledige en omvattende openheid voor de werkelijkheid als geheel 219 VII, 2,98 | wijsbegeerte wordt herontdekt voor het geloofsverstaan dat 220 VII, 2,98 | Nadat de idee van een voor het menselijk verstand kenbare 221 VII, 2,98 | verlenen om de criteria voor goed en kwaad autonoom vast 222 VII, 2,99(117)| 1302-1303; Congregatie voor de Geloofsleer, Instructie 223 VII, 2,99 | echt vruchtbaar blijken voor de communicatie en het diepere 224 Slot, 0,100 | waarde van de filosofie voor het begrijpen van het geloof, 225 Slot, 0,101 | uitgedaagd om open te blijven voor de radicale nieuwheid die 226 Slot, 0,101 | dit was zeker van voordeel voor de wijsbegeerte die beleefd 227 Slot, 0,102 | evangelie en zich openstelt voor God. ~ 228 Slot, 0,103 | traditie. Deze aandacht voor de wijsbegeerte mag men 229 Slot, 0,104 | is vaak het enige terrein voor begrip en dialoog met hen 230 Slot, 0,104 | en waarneembaar zal zijn voor degene die de volle waarheid, 231 Slot, 0,104 | dialoog, alleen uit liefde voor de waarheid gevoerd en met 232 Slot, 0,104 | een effectieve steun zijn voor die ware en tegelijkertijd 233 Slot, 0,105 | nemen. Ik wens hen te danken voor hun dienst aan de Kerk. 234 Slot, 0,105 | die verantwoordelijk zijn voor de priestervorming, academisch 235 Slot, 0,105 | verantwoordelijkheid om te zorgen voor een adequate voorbereiding 236 Slot, 0,106 | vraag hen open te staan voor de indringende vragen die 237 Slot, 0,106 | en bemoediging uitspreek voor deze moedige pioniers van 238 Slot, 0,107 | kunnen uitmaken. Bepalend voor zijn verwerkelijking zal 239 Slot, 0,108 | een veilige haven zijn voor allen die hun leven wijden 240 Slot, 0,108 | haar hart te bewaren, haar voor altijd heeft gedeeld met


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License