Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | zal er na dit leven zijn? Deze vragen bevinden zich in
2 Inl, 0,1 | beroert: van het antwoord op deze vragen hangt inderdaad de
3 Inl, 0,2 | Kerk is geen vreemdeling op deze zoektocht en kan dat ook
4 Inl, 0,2 | dienst aan de waarheid.1 Deze zending maakt enerzijds
5 Inl, 0,2(1) | deelachtig geworden aan deze profetische taak van Christus
6 Inl, 0,2(1) | verantwoordelijkheid voor deze waarheid betekent ook, dat
7 Inl, 0,4 | Heel duidelijk treedt in deze gevallen echter een zekere “
8 Inl, 0,4 | algemeen gedeeld worden. Deze en andere thema’s geven
9 Inl, 0,4 | iedereen zich ervan bewust is, deze beginselen, zij het in onduidelijke,
10 Inl, 0,4 | doordachte vorm, te bezitten. Deze kennis zou, juist omdat
11 Inl, 0,5 | subject, vergeten schijnt dat deze mens er ook altijd toe geroepen
12 Inl, 0,5 | uitstijgt. Zonder betrekking tot deze waarheid blijft ieder afhankelijk
13 Inl, 0,5 | definitieve antwoorden op deze vragen te krijgen, is dus
14 Inl, 0,6 | ander motief noopte mij deze overwegingen te formuleren.
15 I, 1,8 | vermogens van het verstand. Deze situatie had het Concilie
16 I, 1,8 | eigen is aan het geloof. Deze kennis is de uitdrukking
17 I, 1,9 | wijsgerige kennis. Want deze steunt op de zintuiglijke
18 I, 1,10 | geschiedenis aangegeven: “Door deze openbaring spreekt dus de
19 I, 1,10 | hen daarin op te nemen. Deze bedeling van de openbaring
20 I, 1,10 | het licht stellen. Door deze openbaring verschijnt ons
21 I, 1,11 | alle mensen verlicht, opdat deze onder de mensen zou wonen
22 I, 1,12 | vgl. Rom 5, 12-15). Met deze openbaring wordt de mens
23 I, 2,13 | betracht moet worden” 14. Met deze korte maar belangrijke uitspraak
24 I, 2,13 | veronderstelt echter, dat Deze in zijn godheid, transcendentie
25 I, 2,13 | zelf daarvoor garant staat. Deze aan de mens geschonken en
26 I, 2,14 | begrijpen; anderzijds verwijst deze kennis voortdurend naar
27 I, 2,14 | ontvangen en aannemen. Tussen deze beide momenten heeft de
28 I, 2,14 | stond heeft gedaan. Bij deze overdenking komt ons een
29 I, 2,15 | Deuteronomium kan men goed op deze situatie toepassen: “De
30 I, 2,15 | volbrengen.” (30, 11-14). Bij deze tekst sluit de heilige Augustinus,
31 I, 2,15 | waarheid]. 21 ~In het licht van deze beschouwingen komt een eerste
32 I, 2,15 | liefde te worden aangenomen. Deze geopenbaarde waarheid is
33 I, 2,15 | verschillende middelen en inhouden, deze ‘weg ten leven’ (Ps 16,11),
34 II, 1,16 | vooringenomenheid lezen van deze bladzijden, is het feit
35 II, 1,16 | bladzijden, is het feit dat in deze teksten niet alleen het
36 II, 1,16 | oud-oriëntaalse culturen worden op deze bladzijden, die zo rijk
37 II, 1,16 | dat de God van Israël in deze gebeurtenissen zichtbaar
38 II, 1,16 | Boek der Spreuken is in deze samenhang veelbetekenend: “
39 II, 1,17 | der Spreuken dat ons in deze richting wijst met de uitroep: “
40 II, 1,18 | bereiken. Uitgaande van deze diepste vorm van kennis
41 II, 1,18 | het besef dat men zich op deze weg niet mag begeven met
42 II, 1,18 | erkennen. ~Wanneer de mens van deze regels afwijkt loopt hij
43 II, 1,19 | oppakt, waarnaar hij in deze context klaarblijkelijk
44 II, 2,21 | geantwoord. Bij het nadenken over deze situatie waarin hij zich
45 II, 2,21 | met de wereld, met God. Deze opening voor het mysterie,
46 II, 2,22 | beschrijft aanschouwelijk deze toestand van de mens, wanneer
47 II, 2,23 | tussen de “wijsheid van deze wereld” en de in Jezus Christus
48 II, 2,23 | Waar een woordvoerder in deze wereld? Heeft God de wijsheid
49 III, 1,25 | gaat het om de waarheid. Deze overtuiging heb ik in de
50 III, 1,25 | natuur kunnen voltooien. Deze waarheid van de waarden
51 III, 1,27 | als de gewone mens, kan deze vragen ontlopen. Van het
52 III, 1,27 | altijd waar zijn. Buiten deze universaliteit zoekt de
53 III, 1,27 | een leraar. Uit elk van deze verschijnselen spreekt steeds
54 III, 2,30 | Het is misschien nuttig om deze verschillende vormen van
55 III, 2,30 | geopenbaarde waarheid. Alvorens deze vraag te beantwoorden, moeten
56 III, 2,31 | rijping maken echter, dat deze waarheden door de bijzondere
57 III, 2,31 | Dat belet niet, dat na deze overgangsfase dezelfde waarheden
58 III, 2,32 | Onderstreept zij, dat de in deze tussenmenselijke betrekking
59 III, 2,32 | trouw tegenover de ander. In deze vertrouwvolle zelfgave vindt
60 III, 2,32 | niemand zal hem ooit van deze zekerheid kunnen beroven.
61 III, 2,33 | ontmoeten en haar te kennen. Deze levensbelangrijke en voor
62 III, 2,33(28) | wat slecht?’ (Sir.18,8)... Deze vragen draagt iedere mens
63 III, 2,33(28) | het leven van alledag. In deze vragen wordt de diepe rationaliteit
64 III, 2,33(28) | volle betekenis te geven. Deze vragen vormen dus de meest
65 III, 2,34 | 34. Deze ‘waarheid’, die God ons
66 III, 2,34 | biedt de zekerheid voor deze eenheid, door te laten zien
67 III, 2,34 | Jezus Christus openbaart. Deze eenheid van natuurlijke
68 III, 2,35 | Tegen de achtergrond van deze algemene beschouwingen moeten
69 III, 2,35 | waarheid en wijsbegeerte. Deze verhouding nodigt ons uit
70 III, 2,35 | worden begrepen. Eerst in deze dubbele betekenis is het
71 IV, 1,36 | 15; Hand 14,14-16). Omdat deze natuurlijke kennis echter
72 IV, 1,36 | het eerste getuigenis van deze zoektocht van de mens. Het
73 IV, 1,36 | universele rede. Het doel dat deze ontwikkeling nastreefde
74 IV, 1,36 | positieve resultaat van deze weg was het concept van
75 IV, 1,36 | gedeeltelijk gelouterd. Op deze basis begonnen de Kerkvaders
76 IV, 1,37 | 37. Wanneer men wijst op deze toenaderingsbeweging van
77 IV, 1,37 | twijfel denkt de H. Paulus aan deze manier van esoterisch speculeren,
78 IV, 1,38 | eerste consequentie van deze opvatting betrof het thema
79 IV, 1,38 | moeten allen in staat zijn deze weg te kunnen gaan. De wegen
80 IV, 1,38 | heilswaarde bezit, elk van deze wegen alleen dan ingeslagen
81 IV, 1,38 | evangelie35. Want “naar deze wijsheid gaat het verlangen
82 IV, 1,39 | In de geschiedenis van deze ontwikkeling kan men toch
83 IV, 1,41 | verschillen te erkennen, die deze met betrekking tot de openbaring
84 IV, 2,43 | heel bijzonder plaats op deze lange weg komt de H. Thomas
85 IV, 2,43 | diepte gaan en de zin van deze redelijkheid nader verklaren.
86 IV, 2,43 | het eigen geweten. 46 ~Om deze reden is de H. Thomas terecht
87 IV, 2,43 | beoefend moet worden. In deze samenhang zou ik willen
88 IV, 2,44 | van het verstand hoort. Deze laatste verwerft men zich
89 IV, 2,44 | De voorrang die hij aan deze wijsheid toekent doet de
90 IV, 3,45 | belandde. Tot de gevolgen van deze scheiding hoorde onder andere
91 IV, 3,46 | In de vorige eeuw heeft deze beweging haar hoogtepunt
92 IV, 3,47 | filosofische kennis bijzaak is. Deze vormen van rationaliteit
93 IV, 3,47 | Hoe gevaarlijk het is deze weg te verabsoluteren, heb
94 IV, 3,47 | alleen leiden de vruchten van deze veelvormige activiteit tot ‘
95 IV, 3,47 | geïnvesteerd.” 53 ~Als gevolg van deze culturele veranderingen
96 IV, 3,48 | de waarheid te ontdekken. Deze aanzetten zijn bijvoorbeeld
97 IV, 3,48 | het zijn. Daarom doe ik deze sterke en indringende oproep
98 V, 1,49 | De diepere reden voor deze terughoudendheid ligt in
99 V, 1,50 | de basisprincipes, waarop deze scholen steunen, met de
100 V, 1,50 | bisschoppen hebben, wanneer we deze onderscheiding toepassen,
101 V, 1,51 | 51. Deze onderscheiding mag echter
102 V, 1,52 | leergezag ervoor te waken dat deze filosofieën van hun kant
103 V, 1,54 | Hij stelde duidelijk, dat deze opvattingen niet door theologen
104 V, 1,54 | van de mensen te planten, deze meer of minder van de rechte
105 V, 1,54 | veronachtzamen. Ja, ze moeten deze opvattingen zelfs grondig
106 V, 1,54 | ligt, tenslotte ook omdat deze de geest uitdagen, bepaalde
107 V, 1,55 | wijdverbreid symptoom van deze fideïstische tendens is
108 V, 1,55(72) | duidelijke als gebiedende woorden deze dwaling reeds veroordeeld,
109 V, 1,55(72) | rede nooit “in staat is (deze mysteries) precies zo te
110 V, 1,56 | geloof dat in Jezus Christus deze laatste betekenis vindt,
111 V, 2,57 | welke wegen in te slaan. In deze zin zette Paus Leo XIII
112 V, 2,58 | katholieke theologen van deze eeuw, aan wier denken en
113 V, 2,58 | heeft, zijn kinderen van deze vernieuwing van de Thomistische
114 V, 2,60 | bijzonder in het kader van deze encycliek niet vergeten,
115 V, 2,60 | die het hoogtepunt van deze passage vormt. Ik heb haar
116 V, 2,60 | van de laatste tijden”. 83 Deze voorschriften zijn herhaald
117 V, 2,60 | verschillende malen het belang van deze wijsgerige vorming onderstreept
118 V, 2,61 | vaststellen dat heel wat theologen deze onverschilligheid jegens
119 V, 2,61 | filosofiestudie delen. ~Deze afwijzing heeft verschillende
120 V, 2,61 | aan de theologen om zich deze wetenschappen eigen te maken
121 V, 2,62 | studie van de wijsbegeerte. Deze beslissing, bevestigd door
122 V, 2,62 | onderricht naar boven kwam. Deze ordening van de studie beïnvloedde,
123 V, 2,62 | heeft de ontmanteling van deze methode geleid tot ernstige
124 V, 2,62 | vertrouw er ten zeerste op dat deze moeilijkheden door een zinvolle
125 V, 2,63 | mij dringend geboden, met deze encycliek de sterke interesse
126 V, 2,63 | opbouwen. In het licht van deze beginselen zal het mogelijk
127 VI, 1,65 | ten diepste te kennen, die deze begrippen en termen hebben
128 VI, 1,66 | De intellectus fidei legt deze waarheid uit doordat hij
129 VI, 1,66 | door de heilsbetekenis van deze uitspraken voor het individu
130 VI, 1,66 | stellen. Van het geheel van deze uitspraken komt de gelovige
131 VI, 1,66 | gelovige moet in staat zijn deze kennis uit te drukken in
132 VI, 1,67 | vanwege het karakter van deze theologische discipline,
133 VI, 1,67 | noodzakelijkerwijs kennis van deze waarheden. Bij het bestuderen
134 VI, 1,67 | openbaring verleent aan deze waarheden hun volste betekenis
135 VI, 1,67 | ervaring uitgaat. Door al deze waarheden wordt de geest
136 VI, 1,67 | de weg kunnen wijzen. Op deze wijze kan het geloof als
137 VI, 1,70 | omlaag” (2, 13-14). ~Met deze tekst voor ogen breidt onze
138 VI, 1,70 | deelname aan zijn mysterie. Deze eenheid is zo diep, dat
139 VI, 1,71 | Welke verklaring is er voor deze dynamische krachten? Iedere
140 VI, 1,71 | niet in tegenstelling tot deze of gene cultuur, alsof het
141 VI, 1,71 | tot de volle waarheid. Bij deze ontmoeting wordt de culturen
142 VI, 1,73 | 73. In het licht van deze beschouwingen kan de relatie
143 VI, 1,73 | dat ze die kon inslaan. Deze cirkelvormige relatie met
144 VI, 1,74 | 74. De vruchtbaarheid van deze relatie wordt bevestigd
145 VI, 1,74 | de geestelijke tocht van deze meesters kan alleen meer
146 VI, 1,74 | toekomst mensen zullen zijn die deze grootse wijsgerige en theologische
147 VI, 2,75 | 75. Zoals blijkt uit deze korte beschrijving van de
148 VI, 2,75 | die. ~Het is duidelijk dat deze legitieme benadering afgewezen
149 VI, 2,75 | filosofen wordt voorgestaan. Deze theorie eist voor de wijsbegeerte
150 VI, 2,76 | Pascal en Kierkegaard hebben deze aanmatiging aan de kaak
151 VI, 2,76 | zichzelf was overgelaten. Onder deze waarheden is de notie van
152 VI, 2,76 | normaliter zouden zijn begrensd. Deze thema’s breiden feitelijk
153 VI, 2,76 | Bij het nadenken over deze inhouden zijn de filosofen
154 VI, 2,76 | niet zou bestaan zonder deze stimulus van het woord van
155 VI, 2,76 | stimulus van het woord van God. Deze conclusie blijft belangrijk,
156 VI, 2,77 | theologiae genoemd werd. Deze titel bedoelde niet een
157 VI, 2,77 | zien. ~Wanneer de filosofie deze positie inneemt komt zij,
158 VI, 2,78 | 78. In het licht van deze beschouwingen wordt het
159 VII, 1,81 | leven van de mens, maken deze twijfel alleen maar erger,
160 VII, 1,81 | bestemming en betekenis. ~Deze wijsheidsdimensie is tegenwoordig
161 VII, 1,81 | de laatste waarden. Als deze technologie niet wordt geordend
162 VII, 1,81 | natuurlijke fundering van deze zin, die overeenkomt met
163 VII, 1,82 | 82. Toch zou deze wijsheidsfunctie niet verricht
164 VII, 1,82 | Christus zelf. Wanneer zij deze verklaringen tracht te begrijpen
165 VII, 1,83 | vermogen van de mens erkennen, deze transcendente en metafysische
166 VII, 1,83 | ervaring alleen; ook als deze de innerlijkheid van de
167 VII, 1,84 | sommige wetenschappers die op deze gebieden werken neigen ertoe
168 VII, 1,84 | de macht van de rede? Als deze standpunten, op basis van
169 VII, 1,85 | me er wel van bewust dat deze eisen die het woord van
170 VII, 1,85 | evangelie dat aan de herders deze wijsheidstaak direct oplegt,
171 VII, 1,85 | ontwikkelen op basis van deze postulaten en in organische
172 VII, 1,85 | plaats kunnen innemen in deze traditie en er hun inspiratie
173 VII, 1,85 | van de bepalende rol van deze traditie bij een juiste
174 VII, 1,88 | worden is het sciëntisme. Deze wijsgerige opvatting weigert
175 VII, 1,88 | kritische kennisleer heeft deze opvatting in diskrediet
176 VII, 1,89 | praktische consequenties van deze wijze van denken zijn aanzienlijk.
177 VII, 1,90(106)| jullie vrijmaken” (8,32): “Deze woorden houden tegelijkertijd
178 VII, 1,91 | 91. Bij de bespreking van deze denkrichtingen was het niet
179 VII, 1,91 | verlies hebben gezorgd. Op deze wijze zijn irrationele stromingen
180 VII, 1,91 | Tegenover de dramatiek van deze ervaring kon het rationalistische
181 VII, 1,91 | bedreigingen aan het einde van deze eeuw de bekoring van de
182 VII, 2,92 | godsdienst liefhebben, en dat deze leer op een bredere en diepere
183 VII, 2,92 | geopenbaarde heilsplan” is. 108 ~Deze taak, die in eerste instantie
184 VII, 2,92 | tussen personen. Alleen op deze basis is het mogelijk om
185 VII, 2,92(109)| het kruis, dat toen Hij deze woorden sprak, juist op
186 VII, 2,93 | stichten en te bezielen. Tegen deze achtergrond zal de eerste
187 VII, 2,94 | willen111. Integendeel, deze teksten berichten van gebeurtenissen
188 VII, 2,94 | voor de heilsgeschiedenis. Deze waarheid wordt volledig
189 VII, 2,94 | lezing door de Kerk van deze teksten door de eeuwen heen,
190 VII, 2,95 | afhankelijkheid van de formules die deze waarheid uitdrukken. De
191 VII, 2,96(112)| proces van afleiding van deze kennis gaf de goddelijke
192 VII, 2,96(112)| verbazend dat enkele van deze begrippen door de oecumenische
193 VII, 2,96(113)| dogmatische formules betreft, deze blijft altijd waar en constant
194 VII, 2,97 | pragmatisme van het begin van deze eeuw, volgens hetwelk de
195 VII, 2,97 | steeds de bekoring bestaan, deze waarheden puur functioneel
196 VII, 2,97 | filosofie van het zijn. Deze filosofie van het zijn zal
197 VII, 2,98 | 98. Deze overwegingen zijn ook van
198 VII, 2,98 | dienovereenkomstig te handelen. Deze visie is niets anders dan
199 VII, 2,98 | problemen betreft verlangt deze waarheid van de kant van
200 VII, 2,98 | in het woord van God. Om deze opdracht te kunnen vervullen,
201 VII, 2,98 | Wanneer de moraaltheologie deze organische visie huldigt,
202 Slot, 0,100 | Leo XIII, waarnaar ik op deze bladzijden vaak heb verwezen,
203 Slot, 0,100 | duidelijke, invloed uit. Om deze redenen heb ik het gepast
204 Slot, 0,101 | geroepen is. ~In het licht van deze constatering beschouw ik
205 Slot, 0,102 | voorbereiding op de uitvoering van deze taken dringender noodzakelijk
206 Slot, 0,102 | dringender noodzakelijk dan deze: mensen leiden naar de ontdekking
207 Slot, 0,102 | leven. In het licht van deze diepe behoeften, die God
208 Slot, 0,103 | oude christelijke traditie. Deze aandacht voor de wijsbegeerte
209 Slot, 0,105 | 105. Ik voel de behoefte deze encycliek af te ronden met
210 Slot, 0,105 | in al haar aspecten, of deze nu wel of niet in harmonie
211 Slot, 0,106 | bij de beantwoording van deze vragen toe te passen. Dat
212 Slot, 0,106 | hebben afgelegd is vooral in deze eeuw gestoten op doelen,
213 Slot, 0,106 | bemoediging uitspreek voor deze moedige pioniers van het
214 Slot, 0,106 | wijsgerige en zedelijke waarden. Deze waarden vormen de karakteristieke
215 Slot, 0,107 | blijven wonen. Pas binnen deze horizon van de waarheid
216 Slot, 0,108 | die mijn overweging van deze bladzijden kan verlichten.
|