Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2 | de laatste openbaring van God zal worden onthuld: “Thans
2 Inl, 0,4 | en aan zijn vermogen om God, de waarheid en het goede
3 Inl, 0,5 | persoon, van het zijn en van God. Dientengevolge zijn bij
4 I, 1,7 | boodschap die haar oorsprong in God zelf heeft (vgl. 2 Kor 4,
5 I, 1,7 | Rom 16,25-26) markeert: “God heeft in zijn goedheid en
6 I, 1,7 | onverschuldigd initiatief, dat van God uitgaat, om de mensheid
7 I, 1,7 | Als bron van liefde wil God zich laten kennen en de
8 I, 1,8 | van de zich openbarende God zelf, een waarheid die zeker
9 I, 1,8 | waarheid die zeker is, omdat God noch bedriegt, noch bedriegen
10 I, 1,9 | voorgelegd worden die in God verborgen zijn en die, als
11 I, 1,9 | en die, als ze niet door God geopenbaard waren, niet
12 I, 1,9 | terwijl het geloof, door God verlicht en geleid, in de
13 I, 1,9 | vgl. Joh 1,14) erkent, die God in de geschiedenis definitief
14 I, 1,10 | spreekt dus de onzichtbare God (vgl. Kol 1,15; 1 Tim 1,
15 I, 1,10 | zijn, zodat de werken, door God in de heilsgeschiedenis
16 I, 1,11 | menswording van de Zoon van God reeds nu de toekomstige
17 I, 1,11 | 1, 2). ~De waarheid, die God aan de mens over Zichzelf
18 I, 1,11 | door de profeten, heeft God ‘nu op het einde der tijden
19 I, 1,11 | hun het meest innige van God zou doen kennen (vgl. Joh
20 I, 1,11 | wordt zo voor het volk van God een weg die moet worden
21 I, 1,12 | begrijpen. ~De menswording van God laat ons de eeuwige en definitieve
22 I, 1,12 | verbergt zich in een fragment, God neemt de gedaante van een
23 I, 2,13 | aan de zich openbarende God de gehoorzaamheid van het
24 I, 2,13 | gehoorzaam antwoord aan God is. Dat veronderstelt echter,
25 I, 2,13 | vrijheid erkend wordt. De God die zich laat kennen, is
26 I, 2,13 | geopenbaard werd, omdat God zelf daarvoor garant staat.
27 I, 2,13 | akt, waarmee men zich aan God toevertrouwt, door de Kerk
28 I, 2,13 | niet in beslissingen tegen God. Hoe zou immers de weigering
29 I, 2,13(15) | volledig afhankelijk is van God als zijn Schepper en Heer,
30 I, 2,13(15) | aan de zich openbarende God de volle gehoorzaamheid
31 I, 2,13 | het drievuldige leven van God. 19 ~
32 I, 2,14 | voortdurend naar het mysterie van God, dat het verstand niet volledig
33 I, 2,14 | het oneindige mysterie van God. ~De openbaring brengt dus
34 I, 2,14 | van Eva’s zonen, ver van God, begonnen te ondernemen,
35 I, 2,15 | uiterste mogelijkheid die God biedt om het oorspronkelijke
36 I, 2,15 | definitieve aanschouwing van God, die is voorbehouden aan
37 I, 2,15 | aanschouwing van de drie-ene God. ~
38 II, 1,16 | begrijpelijk te maken, dat de God van Israël in deze gebeurtenissen
39 II, 1,16 | geloof in de in haar werkende God. Het geloof scherpt de inwendige
40 II, 1,16 | zichzelf, de wereld en God op passende wijze te kennen. ~
41 II, 1,17 | uit te zoeken” (Spr 16,9). God en de mens zijn in hun respectieve
42 II, 1,17 | unieke relatie gesteld. In God heeft alles zijn oorsprong,
43 II, 1,17 | moeilijk zijn voor mij, o God, uw gedachten, hoe geweldig
44 II, 1,18 | te beweren: “Er is geen God” (vgl. Ps 14,1), onthult
45 II, 1,19 | spreekt de schrijver over God, die zich ook laat kennen
46 II, 1,19 | de mens met zijn verstand God, de Schepper van alles,
47 II, 1,20 | schrijver de vrees voor God met het begin van de ware
48 II, 2,21 | volk, met de wereld, met God. Deze opening voor het mysterie,
49 II, 2,21 | geheimnisvolle plannen van God te begrijpen (vgl. Spr 30,
50 II, 2,21 | hij uit de zekerheid dat God hem als “onderzoeker” heeft
51 II, 2,21 | laten. Doordat hij steunt op God blijft hij steeds en overal
52 II, 2,22 | de rede’ tot kennis van God komen. Want door de schepselen
53 II, 2,22 | wanneer het vertelt dat God hem in de hof van Eden plaatste,
54 II, 2,22 | en dat ze zonder de van God komende kennis konden. In
55 II, 2,23 | geopenbaarde wijsheid van God. De diepgang van de geopenbaarde
56 II, 2,23 | De gekruisigde Zoon van God is de historische gebeurtenis
57 II, 2,23 | woordvoerder in deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld
58 II, 2,23 | nadrukkelijk. Voor dat wat God wil verwezenlijken, is niet
59 II, 2,23 | volledig nieuws nodig: “God heeft het dwaze in de wereld
60 II, 2,23 | wereld en het verachte heeft God uitgekozen: dat wat niets
61 II, 2,23 | liefde zou kunnen zijn, maar God heeft juist dat voor de
62 II, 2,23 | die hij wil uitdrukken: “God heeft in de wereld dat wat
63 II, 2,23 | in hun beschouwingen over God aanwendden, te gebruiken,
64 III, 1,24 | opschrift: Aan de onbekende god. Welnu, wat u zonder het
65 III, 1,24 | spreekt de H. Paulus over God als Schepper, als degene
66 III, 1,24 | met de bedoeling dat ze God zouden zoeken en Hem wellicht
67 III, 1,24 | streven en het zoeken naar God is diep in het mensenhart
68 III, 1,24 | zeggen: “Almachtige, eeuwige God, U hebt de mensen een zo
69 III, 2,33 | adequate kennis van de drie-ene God geschonken wordt. In Jezus
70 III, 2,34 | 34. Deze ‘waarheid’, die God ons in Jezus Christus openbaart,
71 III, 2,34 | dat de Schepper-God ook de God van de heilsgeschiedenis
72 III, 2,34 | heilsgeschiedenis is. Een en dezelfde God, die de begrijpelijkheid
73 III, 2,34 | garandeert, is identiek met God die zich als Vader van onze
74 III, 2,34(29) | hun oorsprong in dezelfde God” (Gaudium et spes, nr.36).
75 IV, 1,36 | verkondiging en het begrip van de God van Jezus Christus. ~
76 IV, 1,38 | gelijkheid van alle mensen voor God verkondigd. De eerste consequentie
77 IV, 1,38 | het mogelijk maakt om bij God te komen, moeten allen in
78 IV, 1,38 | naar kennis van de Zoon van God”. 36 Hoofddoel van de Griekse
79 IV, 1,39 | als rationeel spreken over God was namelijk tot dan toe
80 IV, 1,39 | aanduidde die de ware leer over God wil formuleren. In zijn
81 IV, 2,43 | het geloof komen beide van God, luidt zijn redenering:
82 IV, 2,43 | mysterie van de drie-ene God. De Doctor Angelicus heeft,
83 IV, 2,44 | zij aan het mysterie van God zelf raakt. ~Ten diepste
84 V, 1,50 | aanspraken van het woord van God en het theologisch onderzoek. ~
85 V, 1,50 | inhouden, zoals de thema’s God, mens, zijn vrijheid en
86 V, 1,51 | betrekking van de mens met God. ~In de huidige tijd is,
87 V, 1,53 | kenbaarheid van het bestaan van God, de oorsprong en het doel
88 V, 1,53 | verstand: want dezelfde God die de geheimen openbaart
89 V, 1,53 | van het verstand gelegd; God echter kan zichzelf niet
90 V, 1,55 | mogelijkheid om überhaupt in God te geloven, niet erkent.
91 V, 1,55 | men ertoe het woord van God alleen met de heilige Schrift
92 V, 1,55 | heeft dat het Woord van God zowel in de heilige Teksten
93 V, 1,55(72) | geholpen door de genade van God geloven dat het door Hem
94 V, 1,55(72) | van de zich openbarende God zelf, die noch zichzelf
95 V, 2,60 | de mens, de wereld en van God. Daarbij ondervinden zij
96 VI, 1,64 | 64. Het woord van God wordt gericht aan iedere
97 VI, 1,66 | mysterie van de drie-ene God en van het heilsplan, zowel
98 VI, 1,66 | bijvoorbeeld het spreken over God, de relaties tussen de personen
99 VI, 1,66 | het scheppende werken van God in de wereld, de relatie
100 VI, 1,66 | wereld, de relatie tussen God en de mens, de identiteit
101 VI, 1,66 | identiteit van Christus, die ware God en ware mens is, niet aanschouwelijk
102 VI, 1,67 | aanvaarding van de openbaring van God veronderstelt noodzakelijkerwijs
103 VI, 1,67 | geloof als geschenk van God, ook als het niet op het
104 VI, 1,70 | culturen. De belofte van God wordt nu in Christus tot
105 VI, 1,70 | heiligen en huisgenoten van God” (Ef 2,19). ~In zo’n eenvoudige
106 VI, 1,71 | in iedere cultuur de door God in de geschiedenis en in
107 VI, 1,71 | onveranderlijke waarheid van God. Zo plant in de loop van
108 VI, 1,73 | moet altijd het woord van God zijn, geopenbaard in de
109 VI, 1,73 | anderzijds het woord van God Waarheid is (vgl. Joh 17,
110 VI, 1,73 | die gaat van het woord van God naar een beter begrip daarvan.
111 VI, 1,73 | relatie met het woord van God verrijkt tenslotte de wijsbegeerte,
112 VI, 1,74 | wijsbegeerte en het woord van God in het moedige onderzoek
113 VI, 2,76 | identiteit van een persoonlijke God en aan de vraag naar de
114 VI, 2,76 | een vrije en persoonlijke God die de Schepper is van de
115 VI, 2,76 | stimulus van het woord van God. Deze conclusie blijft belangrijk,
116 VI, 2,79 | fundamenteler, het woord van God zelf - vandaag stellen aan
117 VI, 2,79 | harmonie is met het woord van God. Zulk een filosofie zal
118 VII, 1 | Eisen Van Het Woord Van God~
119 VII, 1,80 | zichzelf voort. Slechts God is de Absolute. Uit de pagina’
120 VII, 1,80 | als imago Dei, beeld van God, die precieze aanwijzingen
121 VII, 1,80 | inclusief de mens, voor God staat, tot conflicten die
122 VII, 1,80 | Tenslotte stelt het woord van God het probleem van de zin
123 VII, 1,80 | het mensgeworden Woord van God, die de volmaakte verwerkelijking
124 VII, 1,80 | de geschapen wereld en God zelf te begrijpen. De uitdaging
125 VII, 1,80 | de intiemste essentie van God en van de mens worden begrijpbaar:
126 VII, 1,81 | te zijn met het woord van God moet de filosofie allereerst
127 VII, 1,81 | worden. 98 ~Het woord van God openbaart de uiteindelijke
128 VII, 1,82 | rijkdom die in het woord van God te vinden is. De heilige
129 VII, 1,83 | heeft in het Hoogste Goed, God zelf. Ik wil hier niet spreken
130 VII, 1,83 | personen, in het zijn zelf, in God. We treffen een grote uitdaging
131 VII, 1,83 | functioneren. Het woord van God refereert voortdurend aan
132 VII, 1,84 | zo, dan zou het woord van God, dat altijd een goddelijk
133 VII, 1,84 | in staat zijn iets over God te zeggen. De interpretatie
134 VII, 1,84 | zou er geen openbaring van God zijn, maar alleen de uitdrukking
135 VII, 1,84 | van menselijke noties over God en over hetgeen God waarschijnlijk
136 VII, 1,84 | over God en over hetgeen God waarschijnlijk van ons denkt. ~
137 VII, 1,85 | eisen die het woord van God aan de wijsbegeerte stelt,
138 VII, 1,85 | eisen die het woord van God aan het menselijk denken
139 VII, 1,90 | inhoud van het woord van God, is nihilisme de ontkenning
140 VII, 1,90 | van zijn gelijkenis met God van het gelaat te wissen,
141 VII, 2,92 | Waarheid, namelijk de levende God en zijn in Jezus Christus
142 VII, 2,93 | mysterie van de drie-ene God zijn. Daar heeft men toegang
143 VII, 2,93 | begrijpen van de kenosis van God, een waarlijk groot geheim
144 VII, 2,94 | zich als de waarheid over God, die door God zelf middels
145 VII, 2,94 | waarheid over God, die door God zelf middels de heilige
146 VII, 2,94 | menselijke taal de taal van God, die door de wonderbare “
147 VII, 2,95 | 95. Het woord van God richt zich niet tot één
148 VII, 2,98 | wortels in het woord van God. Om deze opdracht te kunnen
149 VII, 2,99 | mysterie van de levende God. 120 ~Het wijsgerig onderzoek
150 Slot, 0,102 | deze diepe behoeften, die God heeft geschreven in de menselijke
151 Slot, 0,102 | evangelie en zich openstelt voor God. ~
152 Slot, 0,104 | begrip dat het woord van God haar schenkt, kan zij een
153 Slot, 0,105 | implicaties van het woord van God en zeker in hun werk de
154 Slot, 0,105 | harmonie is met het woord van God. Laten de theologen altijd
155 Slot, 0,105 | reflectie zonder de door God geïnspireerde wijsheid” -
156 Slot, 0,106 | voortkomen uit het woord van God en dat zij de kracht hebben,
157 Slot, 0,108(132)| heilige Maria, Moeder van God: PG 43, 493.
|