Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zien 46
zienswijzen 1
ziet 8
zij 144
zijde 2
zijn 488
zijnsakt 1
Frequency    [«  »]
157 god
156 ook
154 heeft
144 zij
128 wijsbegeerte
125 ze
120 maar
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

zij

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2 | Sinds de Paasdag waarop zij de laatste waarheid over 2 Inl, 0,2 | geschenk heeft ontvangen, is zij tot pelgrim op de straten 3 Inl, 0,2 | verschillende diensten die zij de mensheid aan te bieden 4 Inl, 0,2 | bereiken2; anderzijds legt zij haar de verplichting op, 5 Inl, 0,3 | daarop te ontwerpen; zo vormt zij een van de voornaamste opgaven 6 Inl, 0,4 | bewust is, deze beginselen, zij het in onduidelijke, niet 7 Inl, 0,4 | kennis zou, juist omdat zij op enigerlei wijze door 8 Inl, 0,4 | te ontwikkelen, dan mag zij eenrechte redeof, zoals 9 Inl, 0,5 | maken, wel erkennen. Want zij ziet in de wijsbegeerte 10 Inl, 0,5 | Tegelijkertijd beschouwt zij de wijsbegeerte als onontbeerlijke 11 Inl, 0,5 | de grote verdienste dat zij de aandacht op de mens heeft 12 Inl, 0,5 | waarheid te kennen, gaf zij er de voorkeur aan de grenzen 13 Inl, 0,6 | een uitdaging bieden opdat zij haar volle waardigheid herkrijgen 14 Inl, 0,6 | toekomst toebehoort en van wie zij afhangt, blootstelt aan 15 Inl, 0,6 | geweldige mogelijkheden die zij heeft ontvangen, en zich 16 I, 1,7 | besef ten grondslag, dat zij de draagster is van een 17 I, 1,7 | Kor 4, 1-2). De kennis die zij de mens aanbiedt komt niet 18 I, 2,13 | verstand groter gewicht, omdat zij het mogelijk maken dat het 19 I, 2,13 | de diepere betekenis die zij dragen, te begrijpen. In 20 I, 2,13 | wordt verwezen en waarvan zij niet kan afzien zonder dat 21 I, 2,13 | niet kan afzien zonder dat zij de haar aangeboden tekens 22 I, 2,14 | wilde verdrijven, opdat zij mijn geest niet zouden bezighouden 23 I, 2,14 | gewin kon halen, dan kwamen zij op met steeds grotere opdringerigheid. (...) 24 I, 2,15 | eigen leven aan te nemen, zij respecteert ten diepste 25 I, 2,15 | technocratische logica; zij is de uiterste mogelijkheid 26 I, 2,15 | niet te zwaar voor u en zij liggen niet buiten uw bereik. 27 I, 2,15 | theologie. Beide tonen ons, zij het met verschillende middelen 28 II, 1,16 | en op de loer ligt waar zij heengaat; die door haar 29 II, 2,23 | antwoord geven, waarnaar zij zoekt. Niet de wijsheid 30 II, 2,23 | van de waarheid, waarvan zij de draagster is. Wat een 31 II, 2,23 | die zichzelf wijsmaken dat zij de waarheid bezitten, terwijl 32 III, 1,25 | Wanneer hij ontdekt dat zij vals is, verwerpt hij haar; 33 III, 2,29 | men de ervaring heeft, dat zij zich in wezen niet onderscheiden 34 III, 2,30 | men duidelijk stellen dat zij zich niet alleen beperken 35 III, 2,32 | hen aangaat. ~Onderstreept zij, dat de in deze tussenmenselijke 36 III, 2,32 | om te overtuigen, omdat zij tot ieder spreekt over hetgeen 37 III, 2,33 | mensheid wordt gericht, opdat zij dat wat zij ervaart als 38 III, 2,33 | gericht, opdat zij dat wat zij ervaart als streven en verlangen, 39 III, 2,33(28) | menselijke rede haar top en opent zij zich voor het religieuze. 40 III, 2,33(28) | menselijke persoon, omdat zij het hoogtepunt van zijn 41 III, 2,33(28) | rede begiftigd wezen is. Zij komt voort uit het diepe 42 IV, 1,36 | polytheïstisch. Daarbij ging zij zover, dat ze dingen en 43 IV, 1,36 | zichtbaar te maken. Omdat zij hun blik verwijdden tot 44 IV, 1,36 | algemene beginselen, stelden zij zich niet meer met de oude 45 IV, 1,38 | wil echter niet zeggen dat zij de opgave om het geloofsbegrip 46 IV, 1,38 | het wijsgerige denken - zij het met voorzichtige onderscheiding - 47 IV, 1,38 | van de wijsbegeerte uit; zij is een streven van de ziel, 48 IV, 1,38 | van de Verlosser, omdat zij goddelijke kracht en wijsheid 49 IV, 1,38 | wijsheid erbij komt, maakt zij de waarheid weliswaar niet 50 IV, 1,38 | effectiever, maar omdat zij de sofistische aanvallen 51 IV, 1,40 | Augustinus het verwijt dat zij weliswaar het na te streven 52 IV, 1,41 | met de systemen waaraan zij refereerden. De vraag van 53 IV, 1,41 | intensief beleefden, konden zij de diepste vormen van speculatief 54 IV, 1,42 | moet zoeken naar dat wat zij bemint: hoe meer ze bemint, 55 IV, 1,42 | bemint, des te meer verlangt zij naar kennis. Wie leeft voor 56 IV, 1,42 | hoogste wijsheid weet, wat zij geschapen heeft (...) onbegrijpelijk 57 IV, 1,42 | dan kunnen verklaren hoe zij zichzelf kent en zich noemt - 58 IV, 1,42 | zichzelf kent en zich noemt - zij, over wie de mens niets 59 IV, 2,44 | verwantschap (connaturaliteit); zij veronderstelt het geloof 60 IV, 2,44 | geloofsinhouden onderzoekt, waardoor zij aan het mysterie van God 61 IV, 3,45 | de eersten die, ofschoon zij vasthielden aan een organische 62 IV, 3,46 | de volle rationaliteit. Zij ontzagen zich niet, zich 63 IV, 3,47 | en universele kennis is zij geleidelijk ineengeschrompeld 64 IV, 3,47 | tot ‘vervreemding’ doordat zij eenvoudigweg worden ontnomen 65 V, 1,49 | wijsbegeerte, noch geeft zij aan een of andere bijzondere 66 V, 1,49 | niet de garantie zijn dat zij op de waarheid gericht blijft 67 V, 1,50 | direct aan de Kerk, omdat zij raken aan de door haar behoede 68 V, 1,51 | filosofische noties dat wat zij vanuit het standpunt van 69 V, 1,51 | Kol 2,3); daarom grijpt zij in en spoort het wijsgerig 70 V, 1,52 | het ontologisme62, omdat zij aan het natuurlijke verstand 71 V, 1,54 | en voorgelegd, aangezien zij hun oorsprong hebbenbuiten 72 V, 1,54 | genezen kunnen worden als zij van te voren niet goed gekend 73 V, 1,55(72) | verdedigen, maar sterker nog, zij zijn streng verplicht die 74 V, 1,55 | haar geloof75 ontvangt zij uit de eenheid tussen de 75 V, 2,57 | met de wijsbegeerte dat zij harmonieert met de eisen 76 V, 2,59 | een zodanig profiel, dat zij in niets onderdeden voor 77 V, 2,60 | God. Daarbij ondervinden zij steun van het altijd weer 78 V, 2,62 | van de moderne filosofie, zij het indirect. Een tekenend 79 VI, 1,66 | rationaliteit bezit, dat zij een echt weten vormt. De 80 VI, 1,66 | te presenteren. Dat moet zij met andere woorden doen 81 VI, 1,67 | kenbaar zijn. Daarom zijn zij het ook langs filosofische 82 VI, 1,67 | volste betekenis doordat zij ze stuurt naar de rijkdom 83 VI, 1,69 | veel gevallen nuttig, omdat zij een completere kennis van 84 VI, 1,70 | culturen verdient een speciale, zij het noodgedwongen niet uitputtende, 85 VI, 1,70 | volkeren toe, ‘eente worden. Zij dieverafwaren, zijn 86 VI, 1,70 | natuur hebben, getuigen zij van de typische openheid 87 VI, 1,70 | transcendente. Daarom vormen zij verschillende wijzen van 88 VI, 1,70 | overleveringen, bevatten zij - weliswaar onuitgesproken, 89 VI, 1,71 | levenskracht en bloei danken zij aan het vermogen, open te 90 VI, 1,72 | absolute waarde heeft doordat zij de geest bevrijdt van de 91 VI, 1,72 | contact treedt, waarmee zij voordien nog niet in aanraking 92 VI, 1,72 | aanraking was geweest, mag zij zich niet losmaken van wat 93 VI, 1,72 | zich niet losmaken van wat zij zich eigen heeft gemaakt 94 VI, 1,72 | tot de oosterse culturen. Zij zal in dit erfgoed nieuwe 95 VI, 1,74 | speculatieve waarde dat zij met recht op één lijn met 96 VI, 2,75 | de wijsbegeerte innam toe zij gestalte kreeg in de geschiedenis 97 VI, 2,76 | openbaring. Niet toevallig is zij het fundament van een wijsbegeerte 98 VI, 2,77 | deze positie inneemt komt zij, net als de theologie, meer 99 VI, 2,77 | vanwege de implicaties die zij heeft voor het begrip van 100 VI, 2,77 | wijsbegeerte moet respecteren zodra zij met de theologie in verbinding 101 VI, 2,79 | licht aan het zijn en zal zij dus de weg van het wijsgerig 102 VII, 1,80 | ongeschapen, noch brengt zij zichzelf voort. Slechts 103 VII, 1,81 | natuur. Door dat te doen zal zij niet alleen de beslissende 104 VII, 1,82 | katholieke traditie dwaalde toen zij bepaalde teksten van St. 105 VII, 1,82 | van Christus zelf. Wanneer zij deze verklaringen tracht 106 VII, 1,82 | van een objectief ware, zij het altijd nog te vervolmaken 107 VII, 1,83 | metafysische dimensie werkelijk, zij het op onvolkomen en analoge 108 VII, 1,83 | ervaring; bovendien zou zij het de intellectus fidei 109 VII, 1,84 | geloofsbegrip, aangezien zij de structuur van ons denken 110 VII, 1,84 | ontkennen, dan onderdrukken zij de rede niet alleen, maar 111 VII, 1,85 | wijsheidstaak direct oplegt, en zij kunnen niet weglopen voor 112 VII, 1,85 | heeft104, maar ook omdat zij daardoor in staat moet zijn 113 VII, 1,86 | denk dat het gepast is om -zij het kort- daarop in te gaan, 114 VII, 1,88 | van de tijd. En aangezien zij geen ruimte laat voor kritiek 115 VII, 1,91 | onderscheidingen en trekken zij ook de geloofszekerheden 116 VII, 2,92 | wijze. Ook vandaag heeft zij een dubbele opgave. Want 117 VII, 2,92 | opgave. Want enerzijds moet zij de verplichting nakomen, 118 VII, 2,92 | een gemeenschappelijke, zij het ook met verschillende 119 VII, 2,94 | teksten willen meedelen, zij het binnen de grenzen van 120 VII, 2,95 | ontwikkelden naar de waarheid die zij uitdrukken over te gaan, 121 VII, 2,96 | waarheid van de zinnen waarin zij wordt verwoord, bewaren. 113 122 VII, 2,96(113)| in de Kerk, zelfs wanneer zij wordt verwoord met grotere 123 VII, 2,97 | toelaat.; daarbij overschrijft zij elke grens, tot zij Hem 124 VII, 2,97 | overschrijft zij elke grens, tot zij Hem bereikt die alles tot 125 VII, 2,98 | bovennatuurlijke deugden, zal zij in staat zijn zeer passend 126 VII, 2,98 | aan te vatten, waarvoor zij competent is: de vrede, 127 Slot, 0,100 | wijsbegeerte een machtige, zij het niet altijd meteen duidelijke, 128 Slot, 0,100 | filosofie tegenkomt wanneer zij de waarheden van de Openbaring 129 Slot, 0,101 | mensheid. Begiftigd als zij is met een openheid en oorspronkelijkheid 130 Slot, 0,102 | wijsgerige denken, bevordert zij tegelijkertijd zowel de 131 Slot, 0,104 | van God haar schenkt, kan zij een reflectie ontwikkelen 132 Slot, 0,104 | harte gaat, zelfs wanneer zij geen godsdienstig geloof 133 Slot, 0,105 | de theologen wend, opdat zij bijzondere aandacht schenken 134 Slot, 0,105 | academisch of pastoraal. Laten zij ook bijzondere aandacht 135 Slot, 0,106 | het woord van God en dat zij de kracht hebben, hun rationele 136 Slot, 0,106 | vragen toe te passen. Dat zij zich altijd richten op de 137 Slot, 0,106 | het ware bevat. Zo zullen zij die onvervalste ethiek kunnen 138 Slot, 0,106 | met aandacht en sympathie; zij kunnen er dus zeker van 139 Slot, 0,106 | gebied van de wijsbegeerte: zij moeten de verschillende 140 Slot, 0,106 | moleculaire structuren. De weg die zij hebben afgelegd is vooral 141 Slot, 0,106 | de waarheid, ook wanneer zij een begrensde werkelijkheid 142 Slot, 0,108 | En juist zoals Maria, toe zij instemde met het woord van 143 Slot, 0,108 | oudheid goed begrepen toen zij Maria noemden: “geestelijke 144 Slot, 0,108 | geloof132. In haar zagen zij een lichtend beeld van de


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License