Table of Contents | Words: Alphabetical - Frequency - Inverse - Length - Statistics | Help | IntraText Library
Alphabetical    [«  »]
zalige 1
zaliger 1
zand 1
ze 125
zedelijk 4
zedelijke 3
zedenwet 1
Frequency    [«  »]
154 heeft
144 zij
128 wijsbegeerte
125 ze
120 maar
120 over
115 denken
Ioannes Paulus PP. II
Fides et Ratio

IntraText - Concordances

ze

    Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,1 | geschriften van Israël, maar ze duiken ook op in de Veda’ 2 Inl, 0,1 | in de Avesta; we vinden ze in de geschriften van Confucius 3 Inl, 0,1 | Tirthankara en bij Boeddha. Ze verschijnen ook in de gedichten 4 Inl, 0,3 | oorzaak en doel van de dingen. Ze laat op verschillende wijzen 5 Inl, 0,3 | maken voor de invloed die ze op de bestaansvoorstellingen 6 Inl, 0,5 | hebben voortgebracht, omdat ze de ontplooiing van cultuur 7 Inl, 0,6 | blootstelt aan het gevoel dat ze zonder echte referentiepunten 8 Inl, 0,6 | afgrond, zonder te weten waar ze eigenlijk heen gaan. Dat 9 I, 1,9 | verborgen zijn en die, als ze niet door God geopenbaard 10 I, 1,11 | tijd en geschiedenis. En ze is eens voor altijd in het 11 I, 1,11 | Constitutie Dei Verbum, wanneer ze vaststelt: “De Kerk streeft 12 I, 2,13 | interpersoonlijke communicatie. Ze zet het verstand ertoe aan, 13 I, 2,13 | niet simpelweg aanwezig: ze is vereist. Ja, het geloof 14 I, 2,13 | tracht te verstaan, te hulp. Ze dienen ertoe om grondiger 15 I, 2,13 | zelfstandig op verkenning te gaan. Ze geven enerzijds aan het 16 I, 2,13 | het mysterie dus niet op: ze maakt het alleen inzichtelijker 17 I, 2,14 | nooit te blijven staan; ja, ze spoort hem aan de ruimte 18 I, 2,15 | liggen niet buiten uw bereik. Ze zijn niet in de hemel en 19 I, 2,15 | zal naar de hemel gaan om ze voor ons te halen en ze 20 I, 2,15 | ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat 21 I, 2,15 | te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?’ Ze zijn 22 I, 2,15 | wij ze kunnen volbrengen?’ Ze zijn niet overzee en u hoeft 23 I, 2,15 | zal de zee oversteken om ze voor ons te halen en ze 24 I, 2,15 | ze voor ons te halen en ze ons te laten horen, zodat 25 I, 2,15 | te laten horen, zodat wij ze kunnen volbrengen?” Nee, 26 I, 2,15 | verstand ontwikkeld denken. Ze verschijnt integendeel als 27 II, 1,17 | is hun aantal! Wilde ik ze tellen, het zouden er meer 28 II, 2,22 | bedrieglijke gedachte dat ze soeverein en onafhankelijk 29 II, 2,22 | onafhankelijk waren en dat ze zonder de van God komende 30 II, 2,22 | oer-ongehoorzaamheid trokken ze iedere man en vrouw mee 31 II, 2,23 | waarheid bezitten, terwijl ze haar vasthouden in de ondiepten 32 II, 2,23 | Christus op de klip waarop ze schipbreuk kan lijden. Maar 33 II, 2,23 | Maar achter de klip kan ze uitmonden in de oneindige 34 III, 1,24 | afgegrensd, met de bedoeling dat ze God zouden zoeken en Hem 35 III, 1,24 | Goede-Vrijdagsliturgie, wanneer ze ons in het gebed voor alle 36 III, 1,24 | in het hart gestort, dat ze pas vrede hebben, wanneer 37 III, 1,24 | pas vrede hebben, wanneer ze U vinden”. 22 Er bestaat 38 III, 1,25 | zich open te stellen om ze ook aan te nemen in de dimensies 39 III, 1,27 | waarheid, ook deelwaarheid, als ze werkelijk waarheid is, universeel. 40 III, 1,27 | de mens fascineren, maar ze bevredigen hem niet. Er 41 III, 1,27 | allen een moment waarop ze, of ze het toegeven of niet, 42 III, 1,27 | een moment waarop ze, of ze het toegeven of niet, de 43 III, 2,33(28)| werkelijk tot mens maakt. Ze zijn uitdrukking van de 44 IV, 1,36 | Mozes en de profeten”; ze moesten ook wijzen op de 45 IV, 1,36 | Daarbij ging zij zover, dat ze dingen en natuurverschijnselen 46 IV, 1,36 | de oude mythen tevreden; ze wilden aan hun geloof in 47 IV, 1,37 | uiterst actueel, als we ze betrekken op de verschillende 48 IV, 1,38 | zuiverheid van het leven; ze is de wijsheid vriendelijk 49 IV, 1,40 | in contact gekomen, maar ze hadden hem allemaal teleurgesteld. 50 IV, 1,41 | scholen. Dat betekent niet dat ze de inhoud van hun boodschap 51 IV, 1,41 | geloof en wijsbegeerte; ze zagen het in zijn geheel, 52 IV, 1,41 | als in zijn begrenzingen. Ze waren geen naïeve denkers. 53 IV, 1,41 | naïeve denkers. Juist omdat ze de inhoud van het geloof 54 IV, 1,41 | wijsgerige categorieën. Ze hebben heel wat meer gepresteerd. 55 IV, 1,41 | grote antieke wijsgeren. 41 Ze hadden, als gezegd, de taak 56 IV, 1,41 | Kerkvaders volbrachte nieuwe. Ze erkenden volledig het voor 57 IV, 1,41 | betovering van de andere; ze vond plaats in het hart 58 IV, 1,42 | wat zij bemint: hoe meer ze bemint, des te meer verlangt 59 IV, 2,43 | luidt zijn redenering: ze kunnen elkaar dus niet tegenspreken. 44 ~ 60 IV, 2,44 | Jacobus het uitdrukt. Zo is ze ook anders dan het geloof. 61 IV, 2,44 | goddelijke waarheid zo aan, zoals ze is: de gave van de wijsheid 62 IV, 2,44 | zocht haar overal, waar ze zich kon tonen, en maakte 63 IV, 3,45 | autonomie toekenden, die ze nodig hebben om zich succesvol 64 IV, 3,47 | gebieden van menselijke kennis; ze is zelfs in bepaald opzicht 65 IV, 3,47 | worden ontnomen aan wie ze heeft voortgebracht; maar 66 IV, 3,47 | dan soms onrechtstreeks. Ze zijn feitelijk of mogelijkerwijs 67 IV, 3,48 | denken zijn te zien die, als ze met juist gestemde geest 68 V, 1,49 | wijsbegeerte, ook wanneer ze in relatie treedt met de 69 V, 1,49 | verspreid worden, die doordat ze de eenvoud en zuiverheid 70 V, 1,54 | negeren of veronachtzamen. Ja, ze moeten deze opvattingen 71 V, 1,55 | wijd verbreid zijn, dat ze in zekere mate tot een gemeenschappelijke 72 V, 1,55(72) | meningen, waarvan men weet dat ze tegengesteld zijn aan de 73 V, 1,55(72) | geloofsleer -vooral wanneer ze door de Kerk zijn verworpen-, 74 V, 2,60 | Redemptor hominis aangehaald; ze hoort tot de vaste referentiepunten 75 V, 2,61 | wetenschappen eigen te maken en ze, waar nodig, in hun onderzoek 76 VI, 1,67 | volste betekenis doordat zij ze stuurt naar de rijkdom van 77 VI, 1,67 | geopenbaarde geheim waarin ze hun uiteindelijke doel vinden. 78 VI, 1,68 | leerstellingen en geboden. Om ze toe te passen op de bijzondere 79 VI, 1,69 | onderzoeksobject mogelijk maakt; ze mag echter niet de noodzakelijke 80 VI, 1,70 | tot een aanbod voor allen: ze is niet meer tot de eigen 81 VI, 1,70 | toenadering tot de waarheid; ze blijken zonder twijfel nuttig 82 VI, 1,70 | nuttig voor de mens die ze wijzen op waarden die zijn 83 VI, 1,71 | hun geschiedenis, delen ze dezelfde dynamische krachten 84 VI, 1,71 | te houden aan het geloof; ze belet de ontvangers echter 85 VI, 1,71 | culturen niets ontzegd: ze worden zelfs aangemoedigd 86 VI, 1,73 | pure, eenvoudige waarheid. Ze wordt daarentegen aangespoord 87 VI, 1,73 | wegen te verkennen waarvan ze uit zichzelf niet eens zou 88 VI, 1,73 | zou kunnen vermoeden dat ze die kon inslaan. Deze cirkelvormige 89 VI, 2,75 | slechts zichzelf, omdat ze voor zichzelf de toegang 90 VI, 2,76 | door het verstand, ofschoon ze daarvoor natuurlijk niet 91 VI, 2,76 | kaders liggen waarbinnen ze normaliter zouden zijn begrensd. 92 VI, 2,76 | theologen geworden; want ze hebben niet geprobeerd, 93 VI, 2,76 | duiden vanuit de openbaring. Ze hebben steeds gewerkt op 94 VI, 2,77 | wijsbegeerte weigeren, dan zouden ze het risico lopen, onbewust 95 VI, 2,79 | gelovigen en niet-gelovigen. Ze zal gelovigen helpen leiden 96 VII, 1,80 | ervaren, niet het absolute is: ze is noch ongeschapen, noch 97 VII, 1,80 | muren neerhaalt waarachter ze zich dreigt te verschansen. 98 VII, 1,80 | zich de unieke band, die ze onvermengd in wederkerige 99 VII, 1,81 | kennis bepaalt, maar zal ze ook haar plaats innemen 100 VII, 1,81 | menselijke kennis en actie, en ze leiden naar een uiteindelijke 101 VII, 1,81 | nuttigheidsdoel, dan zou ze spoedig inhumaan kunnen 102 VII, 1,82 | de verschijnselen alleen. Ze kan met ware zekerheid de 103 VII, 1,82 | heilige Schrift aanneemt dat ze objectief waar kunnen zijn. 101 ~ 104 VII, 1,84 | niet alleen, maar zetten ze ook zichzelf buitenspel. 105 VII, 1,85 | uit kunnen putten, zullen ze zeker de autonomie-eis van 106 VII, 1,86 | hun historische context. Ze lopen daarom het gevaar, 107 VII, 1,86 | terminologie en de context waarin ze ontstonden, helpt eraan 108 VII, 1,86 | overwinnen en maakt het mogelijk ze te integreren in de theologische 109 VII, 1,88 | wijsbegeerte benadert, die, als ze al niet genegeerd worden, 110 VII, 1,91 | wijdverbreid en machtig als ze zijn, hebben laten zien 111 VII, 1,91 | zijn, hebben laten zien dat ze belangrijke en blijvende 112 VII, 2,94 | historische gebeuren ligt: ze ligt in hun betekenis in 113 VII, 2,95 | dogmatische verklaringen, terwijl ze soms de cultuur van de periode 114 VII, 2,95 | cultuur van de periode waarin ze werden gedefinieerd weerspiegelen, 115 VII, 2,95 | worden tot tijd en cultuur: ze wordt binnen de geschiedenis 116 VII, 2,95 | geschiedenis gekend maar ze stijgt boven de geschiedenis 117 VII, 2,96 | verschillend van degene, waarin ze bedacht en uitgewerkt werden. 118 VII, 2,97 | communicatieve structuren. Ze is sterk en bestendig omdat 119 VII, 2,97 | sterk en bestendig omdat ze steunt op de zijnsakt zelf, 120 Slot, 0,100 | beïnvloedt het ander doordat ze elkaar een zuiverheid scheppende 121 Slot, 0,101 | persoon, die, hoe diep en rijk ze ook mag zijn, altijd ook 122 Slot, 0,103 | schijnt mee te brengen: ze betreffen vooral de streken 123 Slot, 0,104 | humaniteit koesteren, terwijl ze hun Bron nog niet erkennen, 124 Slot, 0,105 | theologische studie en onderwijs. Ze moeten zich ten volle inspannen 125 Slot, 0,108 | de ware wijsbegeerte en ze waren overtuigd van de noodzaak


Best viewed with any browser at 800x600 or 768x1024 on Tablet PC
IntraText® (V89) - Some rights reserved by EuloTech SRL - 1996-2007. Content in this page is licensed under a Creative Commons License