Chapter, Paragraph, Number
1 Inl, 0,2 | zij de laatste waarheid over het leven van de mens als
2 Inl, 0,2(2) | Concilie, Pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van
3 Inl, 0,3 | begonnen is, vragen te stellen over oorzaak en doel van de dingen.
4 Inl, 0,4 | streven de laatste waarheid over het bestaan te ontdekken,
5 Inl, 0,5 | van de vele kennis zich over zichzelf heeft gebogen en
6 Inl, 0,5 | proberen om radicale vragen over de zin en de grondoorzaak
7 Inl, 0,6 | noodzaak van het nadenken over de waarheid opnieuw bekrachtigen.
8 Inl, 0,6(3) | Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen Gentium ,
9 Inl, 0,6 | mijn plicht beschouwd, mij over dit thema uit te spreken,
10 I, 1,7 | alle andere ware kennis over de zin van zijn eigen bestaan
11 I, 1,7(5) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring
12 I, 1,8 | voortgezet, terwijl het nadacht over de Openbaring in het licht
13 I, 1,8(6) | Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei
14 I, 1,9(7) | Concilie, Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van
15 I, 1,10(8) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring
16 I, 1,11 | waarheid, die God aan de mens over Zichzelf en over zijn leven
17 I, 1,11 | de mens over Zichzelf en over zijn leven heeft gegeven,
18 I, 1,12 | mens de laatste waarheid over zijn leven en over het lot
19 I, 1,12 | waarheid over zijn leven en over het lot der geschiedenis
20 I, 2,13(13) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring
21 I, 2,13(15) | Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei
22 I, 2,13(18) | Concilie, Pastorale Constitutie over de Kerk in de Moderne Wereld
23 I, 2,13(19) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring
24 II, 1,18 | staat van de volle waarheid over de dingen, hun oorsprong
25 II, 1,19 | Daarin spreekt de schrijver over God, die zich ook laat kennen
26 II, 1,19 | door verstandig nadenken over de natuur weer bij de Schepper
27 II, 2,21 | geantwoord. Bij het nadenken over deze situatie waarin hij
28 II, 2,22 | moment waarop het er kritisch over kan denken, niet meer verbannen
29 II, 2,22 | ook door het redeneren over de zintuiglijke waarnemingen
30 II, 2,23 | wijsgeren in hun beschouwingen over God aanwendden, te gebruiken,
31 III, 1,24 | uitgaande spreekt de H. Paulus over God als Schepper, als degene
32 III, 1,25 | door zijn oordeel te vormen over de objectieve werkelijkheid
33 III, 1,26 | en moet - de waarheid over zijn einde kennen. Hij wil
34 III, 1,26 | óf of er nog iets is dat over de dood heen reikt; of hij
35 III, 2,30(27) | Oecumenisch Concilie, Verklaring over de Betrekkingen van de Kerk
36 III, 2,32 | getuige van de waarheid over het bestaan. Hij weet, dat
37 III, 2,32 | Jezus Christus de waarheid over zijn leven heeft gevonden;
38 III, 2,32 | omdat zij tot ieder spreekt over hetgeen hij in zijn binnenste
39 III, 2,34(29) | dezelfde uitdrukkingswijze over, wanneer het leert: “Het
40 III, 2,34(30) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring
41 IV, 1,39 | de Platoonse wijsbegeerte over. Hij neemt tal van elementen
42 IV, 1,39 | uit het Platoonse denken over en werkt voor de eerste
43 IV, 1,39 | haar als rationeel spreken over God was namelijk tot dan
44 IV, 1,39 | duidde op een algemene leer over de goden, kreeg daarentegen
45 IV, 1,39 | aanduidde die de ware leer over God wil formuleren. In zijn
46 IV, 1,40 | kennis deden en lachten over de gelovigheid, en later
47 IV, 1,41(41) | Katholieke Opvoeding: Instructie over de studie van de Kerkvaders
48 IV, 1,42 | toe geroepen, een oordeel over de geloofsinhoud te formuleren;
49 IV, 1,42 | dat wat men tot nog toe over het hoogste wezen heeft
50 IV, 1,42 | kent en zich noemt - zij, over wie de mens niets of bijna
51 IV, 3,46 | van quasi-goddelijke macht over de natuur en zelfs over
52 IV, 3,46 | over de natuur en zelfs over de mens. ~Als gevolg van
53 IV, 3,46 | fascinatie op onze tijdgenoten over te brengen. Zijn aanhangers
54 IV, 3,48 | in de grondige analyses over waarneming en ervaring,
55 IV, 3,48 | waarneming en ervaring, over persoonlijkheid en intersubjectiviteit,
56 IV, 3,48 | en intersubjectiviteit, over vrijheid en waarden, over
57 IV, 3,48 | over vrijheid en waarden, over tijd en geschiedenis; ook
58 V, 1,50 | zijn oordeel uit te spreken over de verenigbaarheid respectievelijk
59 V, 1,50 | de juiste wijze nadenkt over het ware. ~
60 V, 1,50(55) | Dogmatische Constitutie over de Kerk van Christus Pastor
61 V, 1,50(55) | Dogmatische Constitutie over de Kerk Lumen Gentium, n.
62 V, 1,53(63) | Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei
63 V, 1,53(64) | Concilie, Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van
64 V, 1,53(65) | Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei
65 V, 1,54(70) | Geloofsleer, instructie over de Kerkelijke Roeping van
66 V, 1,54(71) | Vgl. Instructie over bepaalde aspecten van de “
67 V, 2,57 | de leer van Vaticanum I over de verhouding van geloof
68 V, 2,58 | overlevering in in de discussie over de toenmalige wijsgerige
69 V, 2,60 | waardigheid en heerschappij over de rest van de schepping
70 V, 2,60(83) | Decreet over de Priesteropleiding Optatam
71 V, 2,60(84) | verschillende opmerkingen over de filosofie van St.Thomas:
72 V, 2,60(84) | Sint-Thomas-genootschap over de Leer van de Ziel bij
73 V, 2,61 | tot tijd een tussenkomst over dit thema nodig is gebleken -
74 V, 2,61(85) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van
75 VI, 1,65(88) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring
76 VI, 1,66 | bijvoorbeeld het spreken over God, de relaties tussen
77 VI, 1,67 | welker opgave de rekenschap over het geloof is (vgl. 1Petr
78 VI, 1,69(92) | Concilie, Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van
79 VI, 1,69(92) | et spes, nr.15; Decreet over de Missionaire Activiteit
80 VI, 1,70(94) | Concilie, Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van
81 VI, 2,76 | rationele uit. ~Bij het nadenken over deze inhouden zijn de filosofen
82 VI, 2,77 | zin waarmee Aristoteles over de experimentele wetenschappen
83 VII, 1,80 | die precieze aanwijzingen over zijn zijn, zijn vrijheid
84 VII, 1,81 | gestempelde opvattingen over leven en wereld zijn zo
85 VII, 1,81 | het nog wel zin heeft om over “zin” te praten. De meerderheid
86 VII, 1,82 | Paulus begreep als uitspraken over het zijn van Christus zelf.
87 VII, 1,82(100) | Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van
88 VII, 1,83 | Ik wil hier niet spreken over metafysica in de zin van
89 VII, 1,83(102) | Dogmatische Constitutie over het katholieke Geloof Dei
90 VII, 1,84 | niet in staat zijn iets over God te zeggen. De interpretatie
91 VII, 1,84 | uitdrukking van menselijke noties over God en over hetgeen God
92 VII, 1,84 | menselijke noties over God en over hetgeen God waarschijnlijk
93 VII, 1,85 | de Kerk hier niet bezorgd over kunnen zijn? Het is het
94 VII, 1,85 | er naar eigen goeddunken over te beschikken. Juist door
95 VII, 1,85(104) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring
96 VII, 1,85(104) | Verbum, nr. 24; Decreet over de Priesteropleiding Optatam
97 VII, 1,90 | identiteit. Want men mag niet over het hoofd zien, dat de veronachtzaming
98 VII, 1,90(106) | bodem raakt van de waarheid over mens en wereld. Ook vandaag,
99 VII, 1,91 | zowel omdat het oordeel over wat ‘postmodern’ wordt genoemd
100 VII, 1,91 | geen overeenstemming is over de delicate kwestie van
101 VII, 2,92(108) | Geloofsleer, Instructie over de Kerkelijke Roeping van
102 VII, 2,93 | toe, wanneer men nadenkt over het mysterie van de incarnatie
103 VII, 2,94 | allereerst een betekenis over die opgepakt en uitgelegd
104 VII, 2,94 | betekenis zich als de waarheid over God, die door God zelf middels
105 VII, 2,94(110) | Dogmatische Constitutie over de Goddelijke Openbaring
106 VII, 2,94(111) | Bijbelcommissie, Instructie over de Historische Waarheid
107 VII, 2,95 | waarheid die zij uitdrukken over te gaan, een waarheid die
108 VII, 2,96(113) | Verdediging van de Katholieke Leer over de Kerk Mysterium Ecclesiae (
109 VII, 2,98 | kenbare universele waarheid over het goede verloren was gegaan,
110 VII, 2,98 | zo een oordeel te vellen over het juiste, hier en nu te
111 VII, 2,99(117) | Geloofsleer, Instructie over de Kerkelijke Roeping van
112 Slot, 0,100(122)| Dogmatische Constitutie over het Katholieke Geloof Dei
113 Slot, 0,101 | nieuwe horizonten openden over verdere betekenissen, tot
114 Slot, 0,102(124)| Oecumenisch Concilie, Verklaring over de Godsdienstvrijheid Dignitatis
115 Slot, 0,104(126)| Pastorale Constitutie over de Kerk in de Wereld van
116 Slot, 0,105 | vermogen, zich aan vreugde over te geven, werkzaamheid gescheiden
117 Slot, 0,105 | wetgeving, die duidelijk spreken over de dringende en bindende
118 Slot, 0,105(129)| Vgl. Decreet over de Priesteropleiding Optatam
119 Slot, 0,107 | eigen heer is, die autonoom over zijn lot en over zijn toekomst
120 Slot, 0,107 | autonoom over zijn lot en over zijn toekomst kan beslissen,
|