103-binde | binne-gesla | gespr-nauwk | navol-schip | schit-vii-x | viii-zwakk
bold = Main text
Chapter, Paragraph, Number grey = Comment text
501 II, 2,21 | kennis die zijn verstand liet binnengaan in het rijk van het oneindige,
502 III, 2,31 | alle delen van de wereld binnenkomt en die toch als fundamenteel
503 I, 2,13 | trots is, het geheim van binnenuit doorgrondt; anderzijds zijn
504 V, 2,59 | uitgaande van de analyse van het binnenwereldse, de weg naar het transcendente
505 Inl, 0,6 | tot de medebroeders in het bisschopsambt te wenden, met wie ik de
506 III, 1,24 | architectuur en ieder ander blijk van zijn creatieve verstand
507 IV, 1,40 | christelijk geloof in zijn blikveld kwam, had hij de kracht
508 Inl, 0,3 | Avondland, mag ons niet blind maken voor de invloed die
509 Inl, 0,3 | menselijker te maken. Daaronder blinkt de filosofie uit, die er
510 VI, 1,71 | en hun levenskracht en bloei danken zij aan het vermogen,
511 V, 2,58 | impuls. Historische studies bloeiden, resulterend in een herontdekking
512 VI, 1,72 | weg naar de toekomst tot bloeien kunnen brengen. Ten derde
513 Inl, 0,4 | geschiedenis steeds weer blootgesteld aan de verleiding om één
514 VII, 1,84 | van ons denken en spreken blootleggen en de betekenis die de taal
515 Inl, 0,6 | en van wie zij afhangt, blootstelt aan het gevoel dat ze zonder
516 VII, 1,90(106) | alle vrijheid die niet de bodem raakt van de waarheid over
517 Inl, 0,1 | verkondiging van Tirthankara en bij Boeddha. Ze verschijnen ook in de
518 VII, 1,80 | rijkdom die in de heilige boeken vervat lag. Uit die pagina’
519 V, 1,52(60) | Traditionalismum Augustini Bonnetty (11 juni 1855), DS 2811-
520 V, 1,54(70) | Apostolische Constitutie Pastor bonus (28 juni 1980), Art. 48-
521 IV, 1,38 | zoeken. In werkelijkheid bood de ontmoeting met het evangelie
522 II, 2,22 | plaatste, in welks midden “de boom van de kennis van goed en
523 III, 2,28 | zou hij zijn leven kunnen bouwen op twijfel, onzekerheid
524 VII, 2,96(112) | komen, berust niet op een zo bouwvallige fundering. Want het berust
525 VI, 1,70 | waarheid door te geven, bracht de christelijke gemeente
526 V, 1,52(57) | I, DS 205; Concilie van Braga I, DS 459-460; Sixtus V,
527 VII, 2,92 | en dat deze leer op een bredere en diepere wijze bekend
528 IV, 3,47 | menselijke bestaan in zijn breedste en meest universele dimensie.
529 Slot, 0,105 | speculatieve en praktische breedte van de wetenschap der theologie
530 VI, 1,70 | Met deze tekst voor ogen breidt onze overweging zich uit
531 IV, 1,38 | de enige zekere en nut brengende wijsbegeerte” te hebben
532 II, 2,23 | Testament, vooral in de brieven van de H. Paulus, komt één
533 I, 2,13 | eucharistie onder het gewone brood.” 17 ~De geloofskennis heft
534 IV, 2,43 | wordt dit bevrijd van zijn broosheid en van zijn begrenzingen
535 I, 2,13(17) | Pensées, 789 (uitg.L.Brunschvicg). ~
536 VI, 1,69 | natuurwetenschappen, waarvan de jongste buitengewone ontwikkelingen door allen
537 III, 1,24 | aan alles zie ik dat u buitengewoon godsdienstig bent. Toen
538 VII, 1,89 | principes zijn gevestigd, buitensluit. De praktische consequenties
539 VII, 1,84 | maar zetten ze ook zichzelf buitenspel. Want het geloof veronderstelt
540 VII, 2,97 | uitsluitend naar het voorbeeld van burgerlijke maatschappijen is opgebouwd,
541 VI, 1,70 | geen vreemden meer, zonder burgerrecht, maar medeburgers van de
542 VI, 1,69(93) | H. Thomas van Aquino, De Caelo, 1, 22. ~
543 V, 1,55(72) | Filius, III: DS 3008, en can. 3,2: DS 3032. Anderzijds
544 V, 1,53(63) | Dei Filius, II: DS 3004; canon 2, 1: DS 3026. ~
545 IV, 1,42 | Anselmus van Kantelberg (Canterbury) de rol van het filosofisch
546 VII, 1,81 | uitbreiding van de technische capaciteit van de mens vraagt om een
547 V, 1,56 | vertrouwen te stellen in de capaciteiten van het menselijk verstand
548 VI, 1,71 | van Mesopotamië, Judea en Cappadocië, van Pontus en de provincie
549 IV, 1,40 | neo-Platoonse denken de Cappadociërs, Dionysius de Areopagiet
550 VI, 2,79(96) | Idem, De Fide, Spe et Caritate, 7: CCL 64, 61. ~
551 III, 2,34(29) | zijn brief aan P. Benedetto Castelli op 21 december 1613. Vaticanum
552 IV, 1,41 | geloofsinhoud in wijsgerige categorieën. Ze hebben heel wat meer
553 V, 1,52(58) | van Vienne, Decreet Fidei catholicae, DS 902; Vijfde Oecumenisch
554 IV, 1,38(31) | Origenes, Contra Celsum, 3, 55: SC 136, 130. ~
555 VI, 2,76 | gebeurtenis vermelden, die zo centraal staat in de christelijke
556 VI, 1,74 | Pavel A. Florensky, Petr Chaadev en Vladimir N. Lossky. Zeker
557 VII, 1,80(97) | Oecumenisch Concilie van Chalcedon, Symbolum, Definitio: DS
558 VII, 2,92(109) | 1,1). Want het mysterium Christi als geheel genomen vraagt
559 VII, 2,97 | speculatieve helderheid mist. Een christologie bijvoorbeeld, die eenzijdig
560 VI, 1,73 | ze die kon inslaan. Deze cirkelvormige relatie met het woord van
561 I, 2,13(15) | Vaticaans Concilie, waarnaar het citaat hierboven verwijst, leert
562 VI, 1,74 | kunnen worden: en bij het citeren van dezen heb ik niet de
563 IV, 1,38 | vergelijkbare wijze noemde Clemens van Alexandrië het evangelie “
564 V, 1,52(57) | 459-460; Sixtus V, Bulle Coeli et terrae Creator (5 januari
565 VI, 1,65 | de filosofie aan een meer coherent begrip van de Traditie van
566 VII, 1,82(99) | 16, 1; H. Bonaventura, Coll. in Hex., 3, 8, 1. ~
567 VII, 2,96(112) | Internationale Theologische Commissie, Document Interpretationis
568 VII, 2,97 | ontologische, oorzakelijke en communicatieve structuren. Ze is sterk
569 V, 1,54 | filosofie en het atheïstische communisme mag niet vergeten worden. 67 ~
570 VII, 2,98 | te vatten, waarvoor zij competent is: de vrede, sociale rechtvaardigheid,
571 Slot, 0,104 | vraagt de aandachtige en competente inzet van gelovige filosofen,
572 Inl, 0,6 | 6. Zeker van haar competentie als draagster van de Openbaring
573 VII, 1,91 | niet mijn bedoeling om een compleet beeld te geven van de huidige
574 Inl, 0,4 | gelijk te stellen met het complete wijsgerige denken. Heel
575 VI, 1,69 | gevallen nuttig, omdat zij een completere kennis van het onderzoeksobject
576 VII, 1,91 | term op de opkomst van een complex van nieuwe factoren die,
577 IV, 1,42 | onbegrijpelijk is (rationabiliter comprehendit incomprensibile esse), wie
578 V, 2,61 | terwijl men de aandacht concentreert op detailkwesties en deelproblemen,
579 IV, 1,36 | resultaat van deze weg was het concept van de ‘godheid’ (divinitas).
580 VII, 2,96 | objectieve waarde van veel concepten niet uit dat hun betekenis
581 VII, 2,96 | geldigheid van de in de concilie-definities gebruikte begrippentaal.
582 VI, 1,72 | onderscheiding, waartoe de concilieverklaring Nostra Aetate aanzet, moet
583 V, 2,62(87) | sollicitudo, achtste Zitting: Conciliorum Oecumenicorum Decreta 1991,
584 V, 2,57 | denken onderstreept en ook concreet laten zien, welke wegen
585 IV, 1,42 | voorrang van het geloof niet in concurrentie met het zoeken dat aan het
586 II, 1,17 | het bestaan van een soort concurrentiestrijd tussen verstand en geloof.:
587 Inl, 0,5 | voorkeur aan de grenzen en condities daarvan te accentueren. ~
588 VII, 1,80 | mens, voor God staat, tot conflicten die de rationele zoektocht
589 V, 1,52 | van het moderne denken te confronteren met hun eigen filosofie.
590 Inl, 0,1 | ze in de geschriften van Confucius en Lao-Tse alsook in de
591 V, 1,52(59) | Eugenio Bautain ex mandato S.Cong.Episcoporum et Religiosorum
592 IV, 2,44 | natuurlijke verwantschap (connaturaliteit); zij veronderstelt het
593 IV, 2,44(48) | septem dona Spiritus Sancti connumeratur“. ~
594 V, 1,52(56) | Vgl. Synode van Constantinopel, DS 403. ~
595 Slot, 0,101 | In het licht van deze constatering beschouw ik het - zoals
596 VII, 1,91 | gebruikt in heel verschillende contexten, wijst de term op de opkomst
597 VII, 1,85 | postulaten en in organische continuïteit met de grootse traditie
598 III, 2,31 | stroom aan informatie kunnen controleren, die dag in dag uit, uit
599 IV, 2,44(50) | Ambrosiaster , In Prima Cor 12, 3: PL 17, 258: “Al het
600 II, 2,23 | van de eerste brief aan de Corinthiërs brengt dit dilemma radicaal
601 V, 1,51 | noodzaak van zelfkritiek, van correctie van eventuele dwalingen
602 VII, 1,83 | verkeerde gedragswijzen te corrigeren. ~
603 Slot, 0,108 | het geloof, vruchtbaar en creatief mag zijn. En juist zoals
604 III, 1,24 | ieder ander blijk van zijn creatieve verstand zijn geworden tot
605 IV, 3,47 | aanzienlijk deel van zijn creativiteit heeft geïnvesteerd.” 53 ~
606 V, 1,52(57) | V, Bulle Coeli et terrae Creator (5 januari 1586): Bullarium
607 III | Hoofdstuk III~Intellego Ut Credam~
608 II | Hoofdstuk II~Credo Ut Intellegam~
609 VII, 1,83 | de te nemen weg is om de crisissituatie te overwinnen die tegenwoordig
610 VI, 2,76 | wereld, een waarheid die zo cruciaal is geweest voor de ontwikkeling
611 VII, 2,92(109) | verbonden is met het scandalum Crucis, maar ook met alles wat
612 I, 1,12 | begrensd territoriaal en cultureel gebied, maar opent zich
613 IV, 1,37 | elementen van de heidense cultuurwereld, zoals bijvoorbeeld de gnosis,
614 IV, 2,43(45) | Theologiae, I, 1, 8 ad 2: “cum enim gratia non tollat naturam,
615 V, 2,62 | is niet toevallig dat het curriculum van de theologiestudies
616 VI, 1,71 | het gebied van Lybië naar Cyrene toe, ook de Romeinen die
617 IV, 1,42 | steeds groter is dan wat het daadwerkelijk bereikt. Op dit punt echter
618 VII, 2,92 | instantie de theologie aangaat, daagt tegelijkertijd de wijsbegeerte
619 IV, 1,40 | wilden weten van de weg die daarheen leidt: het vleesgeworden
620 VI, 2,76 | vraag: “Waarom is er iets?” ~Daarnaast staat het objectieve aspect,
621 V, 1,55 | verschillende kanten is daaromtrent sprake van het ‘einde van
622 V, 2,60(84) | Apostolische Exhortatie Pastores dabo vobis (25 maart 1992), nr.
623 Inl, 0,3 | omstandigheid dat een tot in onze dagen aanwezige grondvorm van
624 III, 1,25 | Terecht geldt de mens dán als volwassen, wanneer hij
625 V, 1,56 | lopende millennium is, dat dàt de weg is die men moet inslaan:
626 V, 2,62(87) | Conciliorum Oecumenicorum Decreta 1991, 605-606. ~
627 IV, 1,40 | vermetele belofte van kennis deden en lachten over de gelovigheid,
628 VII, 2,92(109) | met alles wat Christus ‘deed en leerde’ (Hand.1,1). Want
629 Inl, 0,2 | gelovige gemeenschap tot deelhebster aan het gemeenschappelijke
630 VI, 1,70 | verheven manier door de deelname aan zijn mysterie. Deze
631 V, 2,61 | concentreert op detailkwesties en deelproblemen, soms zelfs ook puur formele.
632 Inl, 0,4 | hem lijken en wier lot hij deelt. Hier begint de weg die
633 Inl, 0,5 | tevreden met voorlopige deelwaarheden, zonder zelfs nog maar te
634 III, 1,27 | blijkt iedere waarheid, ook deelwaarheid, als ze werkelijk waarheid
635 V, 1,50 | bij de uitoefening van een deemoedige maar onvermoeibare dienst,
636 III, 2,28 | vrees. Men kan dus de mens definiëren als degene die naar de waarheid
637 VII, 1,80(97) | van Chalcedon, Symbolum, Definitio: DS 302. ~
638 VII, 2,96(113) | haar in zekere zin zouden deformeren of veranderen”: K. Congregatie
639 V, 2,60 | handreiking krijgen tot een degelijke en samenhangende kennisneming
640 Inl, 0,6 | ook samen met het feit dat degenen wier roeping het was om
641 VII, 1,91 | overeenstemming is over de delicate kwestie van de scheiding
642 VII, 2,97 | theologie; maar een nog delicatere en meer eisende taak is
643 Inl, 0,1 | architraaf van de tempel van Delphi was de vermanende oproep
644 VII, 1,91 | vooruitgang de mens als demiurg leeft, die uit zichzelf
645 VII, 1,89 | steun voor een opvatting van democratie die niet gefundeerd is op
646 VII, 1,86 | sterk verbreid zijn. Ik denk dat het gepast is om -zij
647 IV, 3,48 | thema dood kan voor iedere denker een ernstige oproep zijn
648 VI, 1,68 | zijn zijn geweten en zijn denkkracht tot het uiterste in te zetten.
649 IV, 2,43 | het geloof is een soort “denkoefening”; het verstand wordt niet
650 VII, 1,84 | anders dan in een dergelijk denkraam de bevestiging zien van
651 VII, 1,83 | school of een bijzondere denkrichting. Ik wil alleen bevestigen
652 II, 2,23 | de cirkel van onze gewone denkschema’s, die geenszins in staat
653 V, 1,50 | bovendien verschillende denkscholen ontstaan. Ook dit pluralisme
654 VII, 1,91 | is echter duidelijk: de denkstromingen die postmodern willen heten
655 VI, 2,77 | en zich op te sluiten in denkstructuren die ongeschikt zijn voor
656 III, 2,31 | tenslotte de ervarings- en denkwegen opnieuw kunnen gaan waarop
657 IV, 2,43 | openbaring. Het geloof vreest derhalve het verstand niet, maar
658 IV, 1,38 | ontmoeting met het evangelie een dermate bevredigend antwoord op
659 III, 1,24(22) | Ut te semper desiderando quaererent et inveniendo
660 V, 2,61 | aandacht concentreert op detailkwesties en deelproblemen, soms zelfs
661 Slot, 0,105 | zijn Itinerarium Mentis in Deum de lezer uitnodigt om ten
662 II, 1,16 | ramen gluurt en aan haar deuren staat te luisteren; die
663 I, 2,15 | De woorden uit het boek Deuteronomium kan men goed op deze situatie
664 VI, 1,74 | en bij het citeren van dezen heb ik niet de bedoeling
665 IV, 3,46 | Christus in rationeel te vatten dialectische structuren om te vormen.
666 IV, 2,44 | omne verum a quocumque dicatur a Spiritu Sancto est“,50
667 III, 2,33(28) | van zijn hart, zoals het dichterlijke genie van alle tijden en
668 IV, 1,36 | eerste uitdrukking in de dichtkunst. De theogonieën zijn tot
669 V, 2,61 | volgden op het concilie dienaangaande een zeker verval constateren,
670 IV, 2,43 | wat mijn voorganger, de Dienaar Gods Paus Paulus VI, naar
671 VI, 2,77 | wetenschappen had gesproken als “dienaressen” van de “prima philosophia”.
672 VII, 2,98 | autonoom vast te leggen en dienovereenkomstig te handelen. Deze visie
673 VII, 1,83 | menselijke ervaring en zelfs diens denken; maar dit “mysterie”
674 Inl, 0,2 | Onder de verschillende diensten die zij de mensheid aan
675 VII, 2,96 | wijsgerige speculatie zeer dienstig zijn. We mogen dan ook hopen
676 III, 2,32 | kenvermogens, maar ook het diepergaande vermogen in het spel brengt,
677 II, 2,23 | wijsbegeerte verlangt daarom een diepgaande onderscheiding. In het Nieuwe
678 II, 2,23 | geopenbaarde wijsheid van God. De diepgang van de geopenbaarde wijsheid
679 IV, 1,40 | uitgangspunt en basis vormde, door diepgravend speculatief denken bevestigd
680 VII, 1,91 | natuur, de antropologie, diepgravender analyses van de affectieve
681 III, 2,33(28) | draagt iedere mens in het diepst van zijn hart, zoals het
682 II, 1,18 | Gods openbaring kon het de diepten peilen van alles wat het
683 II, 1,19 | sterren, de natuur van de dieren en de wildheid van roofdieren”
684 Inl, 0,2(1) | van Christus en krachtens diezelfde taak dienen wij samen met
685 Slot, 0,102(124)| over de Godsdienstvrijheid Dignitatis humanae, nrs. 1-3. ~
686 IV, 1,40 | denken de Cappadociërs, Dionysius de Areopagiet en vooral
687 VI, 2,76 | hebben voorgedaan zonder de directe of onrechtstreekse bijdrage
688 VI, 2,76 | de zin van het leven, of, directer, aan de radicale metafysische
689 VI, 1,67 | karakter van deze theologische discipline, welker opgave de rekenschap
690 Slot, 0,100 | op de theologie en haar disciplines oefent de wijsbegeerte een
691 V, 2,58 | Thomistische overlevering in in de discussie over de toenmalige wijsgerige
692 IV, 1,36 | en stoïcijnse wijsgeren” discussieerde (17,18). De exegetische
693 VII, 1,91 | postulaten die men voor niet discutabel hield, voor een radicaal
694 V, 2,62 | hiervan is de invloed van de Disputationes Metaphysicae van Francisco
695 V, 1,53 | toch kan er nooit een echte divergentie zijn tussen geloof en verstand:
696 Inl, 0,3 | verschillende wijzen en in diverse vormen zien dat het streven
697 V, 1,54(67) | Vgl. Pius XI, encycliek Divini Redemptoris (19 maart 1937):
698 IV, 1,36 | concept van de ‘godheid’ (divinitas). Vormen van bijgeloof werden
699 Slot, 0,106 | de filosofen, en tot alle docenten in de filosofie; ik vraag
700 IV, 2,44(48) | 1, 6: “Praeterea, haec doctrina per studium acquiritur.
701 VII, 2,99 | leven, tussen gebeurtenis en doctrinaire waarheid, en bovenal tussen
702 V, 2,60 | ontwikkeld in een aantal andere documenten van het leergezag om een
703 IV, 3,48 | radicaliteit van het zijn. Daarom doe ik deze sterke en indringende
704 Inl, 0,4 | non-contradictie, van de doelgerichtheid, van de oorzakelijkheid
705 VII, 2,98 | staat zijn zeer passend en doelmatig de verschillende problemen
706 IV, 3,46 | uitgangspunt geschapen voor doelstellingen die op politiek-maatschappelijk
707 III, 2,34 | Christus, waarop de apostel doelt: “De waarheid is in Christus” (
708 VII, 2,96(112) | begrijpen en bevatten van het dogma te komen, berust niet op
709 III, 1,26(26) | Apostolische Brief Salvifici doloris (11 februari 1984), nr.
710 V, 1,54(66) | Vgl. encycliek Pascendi Dominici gregis (8 september 1907):
711 VII, 2,92(109) | In de encycliek Dominum et Vivificantem, schreef
712 IV, 2,44(48) | habetur, unde inter septem dona Spiritus Sancti connumeratur“. ~
713 IV, 1,41 | bevrijde verstand uit de doodlopende straat van de mythen kon
714 IV, 1,38 | en tot een vraag om het doopsel. Dat wil echter niet zeggen
715 Inl, 0,4 | het in onduidelijke, niet doordachte vorm, te bezitten. Deze
716 VI, 1,71 | geloof (be-)leven is ook doordrongen van de cultuur van hun omgeving
717 VII, 2,99 | worden. De in de catechese doorgegeven leer draagt bij aan de vorming
718 IV, 1,39 | ingrijpende veranderingen heeft doorgemaakt, vooral waar het begrippen
719 VII, 2,92 | met verschillende methoden doorgevoerde arbeid, opdat de waarheid
720 V, 1,55(72) | natuurlijke licht van de rede doorgronde intrinsieke waarheid van
721 I, 2,13 | het geheim van binnenuit doorgrondt; anderzijds zijn de tekens
722 VII, 2,96 | bepaalde grondbegrippen doorheen de ontwikkeling en de veelheid
723 VI, 1,72 | van Gods Voorzienigheid doorkruisen, die zijn Kerk leidt langs
724 VI, 1,71 | is gericht, en laat het doorschijnen. Je kunt dus zeggen dat
725 III, 2,28 | inderdaad niet altijd zo doorzichtig en consequent. De aangeboren
726 VII, 1,83 | geestelijke midden en het dragende fundament bereiken. Een
727 VII, 1,91 | heeft getekend. Tegenover de dramatiek van deze ervaring kon het
728 VII, 1,81 | en vaak vruchteloos. Nog dramatischer is het dat veel mensen,
729 Inl, 0,6 | geestelijke vreugde. ~De drang tot dit initiatief is voor
730 VII, 1,80 | neerhaalt waarachter ze zich dreigt te verschansen. Eerst hier
731 Inl, 0,6 | opdat de mensheid op de drempel van het derde millennium
732 V, 1,55 | verbonden, dat geen van de drie zonder de andere kan bestaan. 76
733 VI, 1,66 | tussen de personen binnen de Drie-eenheid, het scheppende werken van
734 VI, 1,74 | middeleeuwse leraren met de grote driester van St. Anselmus, St. Bonaventura
735 I, 2,13 | hebben aan het geheim van het drievuldige leven van God. 19 ~
736 Inl, 0,5 | zoeken terechtkwam in het drijfzand van een algemeen scepticisme.
737 VII, 2,98 | Wat het merendeel van de dringendste ethische problemen betreft
738 VII, 1,81 | nihilisme. ~Als gevolg daarvan dringt dikwijls een tweeduidig
739 I, 2,15 | leidstér voor de mens tussen de druk van een immanentistische
740 III, 2,34(29) | december 1613. Vaticanum II drukte zich niet anders uit; het
741 VII, 1,82 | ook al is het schuldig aan dubbelzinnigheid en leugenachtigheid, de
742 IV, 1,39 | wijsgerig betoog. Wat voordiende duidde op een algemene leer over
743 VII, 1,85 | bekrachtigd heeft, en wil met alle duidelijkheid de overtuiging tot uitdrukking
744 Inl, 0,4 | visie tot de alomvattende duiding van de werkelijkheid te
745 III, 2,30 | zijn bestaan: in dit licht duidt hij zijn persoonlijk lot
746 V, 2,62 | Lutherse universiteiten van Duitsland hun weg vonden. Omgekeerd
747 VII, 1,82 | dat de katholieke traditie dwaalde toen zij bepaalde teksten
748 V, 1,49 | geschiedenis laten zien op welke dwaalwegen en in welke dwalingen vooral
749 I, 1,9 | wijsbegeerte en de wetenschappen dwalen rond door het gebied van
750 II, 2,23 | nieuws nodig: “God heeft het dwaze in de wereld uitgekozen
751 VI, 1,71 | haar toebehoort en haar dwingen uiterlijke vormen aan te
752 VII, 2,97 | pleegt te zeggen, of een ecclesiologie die uitsluitend naar het
753 III, 2,33 | personen, die de zekerheid en echtheid van de waarheid kunnen garanderen.
754 VII, 2,98 | uitdagingen op sociaal, economisch en wetenschappelijk gebied
755 VI, 2,77 | was om haar onmisbare en edele bijdrage dat de wijsbegeerte
756 II, 2,22 | dat God hem in de hof van Eden plaatste, in welks midden “
757 VI, 1,74 | Maritain, Étienne Gilson en Edith Stein, en, in een oosterse
758 VII, 1,89 | gecompromitteerd door een een-dimensio-nale visie op de mens, een visie
759 III, 1,25 | wezenlijke voorwaarde, opdat eenieder zichzelf kan worden en kan
760 IV, 1,38 | daarom noch spontaan noch eenvoudig. De bezigheid van de wijsgeren
761 VII, 1,90 | zucht naar macht ofwel een eenzaamheid zonder hoop. Als de waarheid
762 VII, 2,97 | christologie bijvoorbeeld, die eenzijdig uitging ‘van onderen’ zoals
763 IV, 1,42 | het wankelen. Want als een eerdere rationele beschouwing heeft
764 Slot, 0,104 | vinden in het duidelijke, eerlijke samenwerken van de christenen
765 IV, 1,40 | Augustinus gemaakte synthese zou eeuwenlang de hoogste vorm van wijsgerig
766 VII, 2,96(112) | theologen in overeenstemming in eeuwenlange arbeid is opgesteld, om
767 I, 1,7 | openbaar worden van een eeuwig verborgen, maar nu onthuld
768 I, 2,15 | uitkomt in de volle en eeuwigdurende vreugde van de aanschouwing
769 VI, 1,70 | Paulus aan de christenen van Efeze biedt een goede hulp om
770 IV, 1,38 | waarheid weliswaar niet effectiever, maar omdat zij de sofistische
771 VII, 2,92 | methoden met het oog op een effectievere dienst aan de evangelisering.
772 II, 1,16 | Ionische wijsgeren of de Egyptische wijzen. Nog minder begreep
773 VI, 1,71 | echter niet, hun culturele eigenheid te bewaren. Dat brengt geen
774 Inl, 0,6 | zonder te weten waar ze eigenlijk heen gaan. Dat hangt ook
775 Inl, 0,3 | de mens hoort. Het is een eigenschap die zijn verstand is aangeboren,
776 IV, 3,48 | gevaar inhouden dat het zijn einddoel uit het oog verliest. Het
777 III, 2,33 | een naar menselijke maat eindeloze zoektocht: de zoektocht
778 I, 2,14 | te worden dan door haar eindigheid voor het oneindige mysterie
779 VII, 2,97 | een nog delicatere en meer eisende taak is het verstaan van
780 VI, 2,75 | voorgestaan. Deze theorie eist voor de wijsbegeerte niet
781 IV, 1,37 | culturele opvatting die eiste dat de waarheid van de openbaring
782 VI, 1,71 | horen: Parthen, Meden en Elamieten, bewoners van Mesopotamië,
783 IV, 1,38 | onverschilligheid moeten we elders zoeken. In werkelijkheid
784 II, 2,23 | dat het kruis omvat, niet elimineren; in plaats daarvan kan het
785 IV, 1,38 | het thema waarheid. Het elitaire karakter dat het waarheidszoeken
786 VII, 1,90 | hand in hand of gaan beide ellendig ten gronde. 106 ~
787 VI, 1,74 | in een oosterse context, eminente geleerden zoals Vladimir
788 VII, 1,88 | louter producten van de emoties en dat kennis van het zijn
789 VI, 1,74 | het welzijn van de Kerk én van de mensheid ~
790 VII, 2,96(112) | Problema (oktober 1989): Enchiridion Vaticanum 11, 2717-2811. ~
791 VII, 2,96(112) | arbeid is opgesteld, om enigszins tot een begrijpen en bevatten
792 IV, 2,43(45) | Theologiae, I, 1, 8 ad 2: “cum enim gratia non tollat naturam,
793 IV, 3,46 | interesse staat. Meer nog: enkelen van hen, die de mogelijkheden
794 VI, 1,66 | verantwoordelijkheid, schuld enzovoorts toegepast worden, die gedefinieerd
795 I, 1,7 | wil bekend te maken (vgl. Eph 1,9): dat de mensen door
796 IV, 1,36 | Paulus in Athene “met enkele epicureïsche en stoïcijnse wijsgeren”
797 V, 1,52(59) | Eugenio Bautain iussu sui Episcopi subscriptae (8 september
798 V, 1,52(59) | Bautain ex mandato S.Cong.Episcoporum et Religiosorum subscriptae (
799 VII, 1,91 | vermelden, de taalfilosofie, de epistemologie, de filosofie van de natuur,
800 IV, 1,38 | Wanneer nu de Griekse wijsheid erbij komt, maakt zij de waarheid
801 Slot, 0,108(132)| Pseudo-Epiphanius, Homilie ter ere van de heilige Maria, Moeder
802 VI, 2,76 | roeping van de mens en ook de erfzonde. Dat zijn opgaven die de
803 V, 1,49 | werk zou gaan, zou niet erg behulpzaam zijn. Ten diepste
804 VII, 1,81 | deze twijfel alleen maar erger, zodat hij gemakkelijk kan
805 II, 2,23 | beschouwt als ‘dwaasheid’ en ‘ergernis’. Met behulp van de taal
806 IV, 1,41(40) | VII, 9: SC 46, 98: “Quid ergo Atheis et Hierosolymis?
807 VII, 1,91 | standhouden, zodat een van de ergste bedreigingen aan het einde
808 IV, 1,41 | Kerkvaders volbrachte nieuwe. Ze erkenden volledig het voor het absolute
809 IV, 1,42 | onbegrijpelijks onderzoekt, zich ermee tevreden moet stellen als
810 II, 1,16 | wijsheid toelegt en die eropuit is om inzicht te krijgen;
811 IV, 1,36 | stromingen. Zo bericht het boek erover, dat de H. Paulus in Athene “
812 VII, 1,84(103) | Concilie van Lateranen, De Errore Abbatis Joachim, II: DS
813 V, 1,52(62) | Heilig Officie, Decreet Errores ontologistarum (18 september
814 III, 2,33 | gericht, opdat zij dat wat zij ervaart als streven en verlangen,
815 III, 2,31 | aangenomen?: Wie zou tenslotte de ervarings- en denkwegen opnieuw kunnen
816 IV, 1,40 | aan de katholieke leer; ik ervoer immers, hoeveel bescheidener,
817 I, 2,14 | men kan denken (non solum es quo maius cogitari nequit),
818 VII, 1,88 | langer bezighoudt met de eschatologische problemen die de mens, als
819 IV, 1,37 | Paulus aan deze manier van esoterisch speculeren, wanneer hij
820 IV, 1,37 | met een kennis van hogere, esoterische aard, die slechts aan enkele
821 IV, 1,42 | comprehendit incomprensibile esse), wie zal dan kunnen verklaren
822 IV, 2,44 | dicatur a Spiritu Sancto est“,50 hield Sint Thomas onbaatzuchtig
823 VI, 1,74 | Rosmini, Jacques Maritain, Étienne Gilson en Edith Stein, en,
824 Inl, 0,1 | Homerus en in de tragedies van Euripides en Sophocles, alsook in
825 VI, 1,69 | filosofie van Griekse en Eurocentrische oorsprong. Weer anderen
826 VI, 1,74 | geleerden zoals Vladimir S.Solov’ev, Pavel A. Florensky, Petr
827 I, 2,14 | ben ik armzalige, een van Eva’s zonen, ver van God, begonnen
828 V, 1,54 | preciezer te bespreken en te evalueren.” 69 ~Tenslotte moest ook
829 Slot, 0,103(125)| Apostolische Exhortatie Evangelii nuntiandi (8 december 1975),
830 III, 1,24 | 24. De evangelist Lucas vertelt in de Handelingen
831 VII, 1,89(105) | Johannes Paulus II, encycliek Evangelium Vitae (25 maart 1995), nr.
832 IV, 1,41 | zijn positieve aspecten evengoed als in zijn begrenzingen.
833 IV, 2,43 | de wereldse wijsbegeerte evenmin toeliet als hun afwijzing
834 V, 1,51 | zelfkritiek, van correctie van eventuele dwalingen en de noodzaak
835 V, 1,55 | van latent fideïsme zijn evenzeer te herkennen aan het geringe
836 III, 2,33(28) | en beslissende perioden evenzogoed als voor het leven van alledag.
837 V, 1,54 | samenhang met de opvattingen van evolutionisme, existentialisme en historicisme.
838 V, 1,55 | daarbij de noodzaak van exegese in ruimere zin te negeren,
839 IV, 1,36 | discussieerde (17,18). De exegetische analyse van die rede die
840 V, 1,52(61) | Vgl. Pius IX, Breve Eximiam tuam (15 juni 1857), DS
841 V, 1,54 | opvattingen van evolutionisme, existentialisme en historicisme. Hij stelde
842 VI, 2,77 | waarmee Aristoteles over de experimentele wetenschappen had gesproken
843 VII, 1,80 | zowel in impliciete als in expliciete vorm een aantal elementen,
844 III, 2,33 | antropologisch belangrijkste en meest expressieve akten. ~Men mag niet vergeten
845 VII, 1,86 | niet ‘to the point’. Een extreme vorm van eclecticisme komt
846 VII, 1,81 | de beslissende kritische factor zijn die de grondslagen
847 VII, 1,91 | van een complex van nieuwe factoren die, wijdverbreid en machtig
848 Slot, 0,105 | seminaries als aan de kerkelijke faculteiten, mag niet veronachtzaamd
849 V, 1,49 | grijpen, om de lacunes van een falend filosofisch betoog aan te
850 VI, 1,70 | geroepen, aan de eenheid van de familie van Gods kinderen deel te
851 III, 1,27 | overtuigingen of ervaringen, om familie- of culturele tradities of
852 VII, 1,88 | naar het rijk van de pure fantasie. In het verleden maakte
853 IV, 3,46 | niets slaagt het erin zijn fascinatie op onze tijdgenoten over
854 III, 2,32 | Christus heeft ontdekt. Daarom fascineert ons tot de dag van vandaag
855 III, 1,27 | Hypothesen kunnen de mens fascineren, maar ze bevredigen hem
856 III, 1,26(26) | Brief Salvifici doloris (11 februari 1984), nr. 9: AAS 76 (1984),
857 IV, 1,42 | videndum factus sum; et nondum feci propter quod factus sum” 42.
858 VII, 1,81 | eerste vereiste draagt in feite ten zeerste bij aan het
859 VII, 1,88 | voor pure en eenvoudige feitelijkheid. Zo zou de wetenschap zich
860 VII, 1,83 | overgang te voltrekken van fenomeen naar fundament, een even
861 V, 2,59 | met het perspectief van de fenomenologische methode. Vanuit verschillende
862 VI, 2,79(96) | Idem, De Fide, Spe et Caritate, 7: CCL
863 V, 1,55 | wijdverbreid symptoom van deze fideïstische tendens is het ‘biblicisme’
864 VI, 1,74 | in een westerse context, figuren als John Henry Newman, Antonio
865 IV, 3,48 | dit laatste deel van de filosofiegeschiedenis kan men dus constateren,
866 V, 2,61 | onverschilligheid jegens de filosofiestudie delen. ~Deze afwijzing heeft
867 Slot, 0,105(128)| Prologus, 4: Opera Omnia, Florence, 1891, Vol. V, 296. ~
868 VI, 1,74 | Vladimir S.Solov’ev, Pavel A. Florensky, Petr Chaadev en Vladimir
869 I, 2,15 | beroemde gedachte: “Noli foras ire, in te ipsum redi. In
870 IV, 2,44 | veronderstelt het geloof en formuleert tenslotte haar juiste oordeel
871 I, 1,12 | geheel verbergt zich in een fragment, God neemt de gedaante van
872 I, 2,13 | steeds getekend door het fragmentarische en beperkte van ons begrijpen.
873 VII, 1,85 | christelijke tijdvak. De fragmentarisering van de kennis, met haar
874 VII, 1,81 | het verschijnsel van de fragmentatie van de kennis om zich heen
875 V, 2,62 | Disputationes Metaphysicae van Francisco Suárez, die zelf op de Lutherse
876 VII, 2,97 | bestaan, deze waarheden puur functioneel te verstaan. In dit geval
877 VII, 1,83 | openbaring als middelares te functioneren. Het woord van God refereert
878 V, 2,60(84) | Katholieke Opvoeding , Ratio Fundamentalis Institutionis Sacerdotalis (
879 VII, 1,83 | bereiken, iets ultiems en fundamenteels. Dit postulaat geldt gelijkelijk
880 III, 2,34 | wetenschappers vertrouwvol steunen29 fundeert en garandeert, is identiek
881 Slot, 0,108 | instemde met het woord van Gabriël, niets van haar ware vrijheid
882 I, 1,11 | de “volheid van de tijd” (Gal 4,4). Tweeduizend jaren
883 VI, 1,71 | Zijn dat niet allemaal Gallileeërs, die hier spreken. Hoe kan
884 V, 2,61 | hoogontwikkelde denkvormen, een gamma van uitdrukkingen van volkswijsheid
885 Inl, 0,1 | grondvragen opdoken, die de gang van het menselijke bestaan
886 V, 1,55 | door uitspraken die in de gangbare taal en cultuur wel ingang
887 I, 2,13 | omdat God zelf daarvoor garant staat. Deze aan de mens
888 V, 1,49 | methoden; anders zou er niet de garantie zijn dat zij op de waarheid
889 IV, 2,44 | De wijsheid, die tot de gaven van de heilige Geest hoort,
890 III, 2,33(28) | van de mens worden hier geactiveerd om in vrijheid naar een
891 II, 2,21 | zag en waarop het heeft geantwoord. Bij het nadenken over deze
892 V, 1,55(72) | heeft in even duidelijke als gebiedende woorden deze dwaling reeds
893 VI, 1,70 | evangelie heeft beleefd. Het gebod van Christus aan de leerlingen
894 Inl, 0,5 | zich over zichzelf heeft gebogen en steeds minder in staat
895 Inl, 0,6 | de samenleving kan worden gebouwd, wordt vooral dan indringend
896 VII, 2,96 | in de concilie-definities gebruikte begrippentaal. Reeds mijn
897 VII, 1,89 | antropologie zelf ernstig gecompromitteerd door een een-dimensio-nale
898 V, 1,51 | vaak uiterst gedetailleerd geconcipieerde wijsgerige systemen, methoden,
899 IV, 1,42 | rationele beschouwing heeft geconcludeerd dat de wijze, waarop de
900 I, 1,12 | een fragment, God neemt de gedaante van een mens aan. De in
901 V, 1,55 | geput. Paus Pius XII zaliger gedachtenis heeft gewaarschuwd voor
902 IV, 1,39 | antwoorden op de door Celsus gedane aanvallen en hen te pareren,
903 VII, 2,98 | morele geweten van de mens gedesoriënteerd. In de encycliek Veritatis
904 V, 1,51 | verbreiding van de vaak uiterst gedetailleerd geconcipieerde wijsgerige
905 Inl, 0,1 | Ze verschijnen ook in de gedichten van Homerus en in de tragedies
906 III, 2,34(29) | goddelijk Woord, de eerste gedicteerd door de heilige Geest, de
907 II, 2,23 | menselijke logica, tot mislukken gedoemd. “Waar is een wijze? Waar
908 VI, 1,71 | spanning, omdat het volk der gedoopten zich kenmerkt door een universaliteit
909 IV, 1,40 | speculatief denken bevestigd en gedragen. De door de H. Augustinus
910 Slot, 0,100 | persoonlijke en sociale gedragspatronen kan iedereen waarnemen.
911 VII, 2,97 | geloofswaarheden alleen maar gedragsregels waren, is reeds afgewezen
912 VII, 1,83 | wijdverbreide verkeerde gedragswijzen te corrigeren. ~
913 IV, 3,47 | in een volledige bijrol gedrongen. Intussen zijn andere vormen
914 Inl, 0,6 | boven de inspanning van het geduldige zoeken naar wat de moeite
915 I, 2,15 | geboden die Ik u vandaag geef, zijn niet te zwaar voor
916 IV, 3,47 | nog meer door die van zijn geestesarbeid en van zijn wilsbeschikkingen.
917 VII, 1,87 | vastgesteld en als zodanig geëvalueerd, ondanks de afstand in tijd
918 V, 1,52 | dogmatische constitutie Dei Filius geformaliseerd, waarmee voor het eerst
919 VI, 1,66 | uitdrukkingen en begrippen die geformuleerd zijn op kritische en algemeen
920 Inl, 0,6 | Tweede Vaticaans Concilie geformuleerde inzicht, dat de bisschoppen “
921 VI, 1,66 | op de objectieve waarheid gefundeerde filosofie van de mens, van
922 VI, 2,77 | elke wetenschap terecht gegarandeerd wil zien. ~Wanneer de filosofie
923 Inl, 0,4 | mens wordt door verbazing gegrepen, zodra hij ontdekt dat hij
924 VII, 1,90(106) | mens de vrijheid brengt die gegrondvest is op de waarheid; Hij die
925 VI, 2,77 | van de wijsbegeerte nodig gehad, ook nu. Als een werk van
926 V, 1,54 | kritische onderscheiding gehanteerd ten aanzien van het terrein
927 II, 2,21 | optrad bij de poging, de geheimnisvolle plannen van God te begrijpen (
928 V, 1,55(72) | waardoor wij gesteund en geholpen door de genade van God geloven
929 III, 2,32 | wekt instemming op, vindt gehoor en navolging. Dat is de
930 III, 1,25 | hoe, boven het alleen maar gehoorde woord uit, de dingen in
931 I, 2,13 | vooral dat het geloof een gehoorzaam antwoord aan God is. Dat
932 VI, 2,75 | onderneming te zijn, die gehoorzaamt aan haar eigen wetten en
933 VI, 2,79 | wijsbegeerte aan haar eigen wetten gehoorzamen en gebaseerd zijn op haar
934 III, 1,25 | zien hoezeer iedereen erin geïnteresseerd is te ontdekken hoe, boven
935 V, 2,61 | onuitgesproken machtiging geïnterpreteerd worden, de filosofie in
936 IV, 3,47 | zijn creativiteit heeft geïnvesteerd.” 53 ~Als gevolg van deze
937 VI, 1,66 | waarin de leer van de Kerk is gekaderd, maar ook en vooral door
938 III, 1,24 | steeds als een schat heeft gekoesterd: het streven en het zoeken
939 VII, 1,90 | gelijkenis met God van het gelaat te wissen, en hem zo te
940 V, 2,60 | steun van het altijd weer geldende filosofische erfgoed, terwijl
941 VI, 2,75 | bereikte resultaten algemeen geldig zijn. Dit bevestigt ook
942 V, 1,51 | standpunt van het geloof aan geldigs en vruchtbaars bieden, te
943 VI, 2,79 | leergezag vóór mij heeft geleerd, wil ik in dit laatste deel
944 IV, 1,40 | H. Augustinus. De grote geleerde van het Avondland was met
945 I, 2,15 | de in onze geschiedenis gelegde voorsmaak van die uiteindelijke
946 III, 2,33(28) | waarover ik bij verschillende gelegenheden gesproken heb. “‘Wat is
947 IV, 3,46 | bestaan alleen maar een gelegenheid voor indrukken en ervaringen,
948 IV, 3,46 | goed deel ontwikkeld in een geleidelijke afwending van de openbaring,
949 Inl, 0,4 | verleiding om één enkele stroming gelijk te stellen met het complete
950 VI, 1,67 | geringste aan te tasten. 90 ~Op gelijke wijze zal de fundamentele
951 VII, 1,90 | mens de trekken van zijn gelijkenis met God van het gelaat te
952 Inl, 0,5 | opvatting dat alle stellingnames gelijkwaardig zijn. Dat is een van de
953 II, 1,16 | diep de samenhang is tussen geloofs- en verstandskennis, wordt
954 VI, 1,67 | door de overeenkomstige geloofsakt, zal de fundamentele theologie
955 VI, 1,74 | uit de confrontatie met de geloofsgegevens opmerkelijke voordelen heeft
956 V, 1,53 | Het onderscheid tussen geloofsgeheimen en wijsgerige ontdekkingen
957 I, 2,13(15) | hierboven verwijst, leert dat de geloofsgehoorzaamheid de inzet van het verstand
958 VII, 2,99 | allereerst in dienst van de geloofsverkondigingen van de catechese. 117 Verkondiging
959 Inl, 0,6 | nieuwe bekrachtiging van de geloofswaarheid kunnen we aan de mens van
960 Slot, 0,101 | haar mogelijk maakt om als geloofswetenschap te dienen, heeft de theologie
961 VII, 1,91 | onderscheidingen en trekken zij ook de geloofszekerheden in twijfel. ~Dit nihilisme
962 I, 2,13 | mogelijk maakt, als een geloofwaardige toepassing van de vrijheid
963 I, 1,7 | zo verheven, maar uit het gelovig luisteren naar Gods woord (
964 IV, 1,40 | deden en lachten over de gelovigheid, en later bevalen dat je
965 VII, 1,91 | het verstand als bron van geluk en vrijheid zag, niet standhouden,
966 II, 1,16 | en die naar haar zoekt: “Gelukkig de man die zich op de wijsheid
967 V, 2,58 | 58. De gelukkige gevolgen die die pauselijke
968 I, 2,14 | ondernemen, en wat is mij gelukt? Waarheen ging mijn neiging
969 III, 1,25 | gestemde wil, de weg van de gelukzaligheid in en streeft hij naar volmaaktheid.
970 IV, 1,40 | De door de H. Augustinus gemaakte synthese zou eeuwenlang
971 II, 2,22 | van zijn Schepper, is dit gemakkelijke opstijgen naar de Schepper-God
972 IV, 1,41 | hebben Athene en Jeruzalem gemeen? Wat de Academie en de Kerk?” 40
973 II, 2,22 | van goed en kwaad” stond (Gen 2,17). Het symbool is duidelijk:
974 III, 2,33 | leidt het hem binnen in de genade-orde, die hem laat delen in het
975 VII, 1,88 | benadert, die, als ze al niet genegeerd worden, onderworpen worden
976 II, 2,22 | verloren gegaan. Het boek Genesis beschrijft aanschouwelijk
977 V, 1,54 | omdat ziektes niet adequaat genezen kunnen worden als zij van
978 IV, 2,43 | oplossing die hij met zijn geniale profetische scherpzinnigheid
979 III, 2,33(28) | zoals het dichterlijke genie van alle tijden en volkeren
980 IV, 3,47 | utilitaristische doelen, het genot of de macht. ~Hoe gevaarlijk
981 VI, 1,69(92) | Activiteit van de Kerk Ad gentes, nr.22. ~
982 IV, 2,43(44) | Vgl. Summa contra Gentiles, I, VII. ~
983 Slot, 0,100 | heb ik het gepast en nodig geoordeeld de waarde van de filosofie
984 VI, 2,76 | Op zichzelf is de term geoorloofd, maar hij mag niet verkeerd
985 VII, 1,81 | deze technologie niet wordt geordend naar iets dat groter is
986 I, 1,8 | Eerste Vaticaans Concilie gepresenteerde leer en met inachtneming
987 VI, 2,78 | denken van St. Thomas heeft geprezen en hem als leider en voorbeeld
988 V, 1,49 | wijsgerige denken niet zelden is geraakt. Het is noch de taak, noch
989 II, 2,22 | de oorsprong van alles te geraken: de Schepper. Als gevolg
990 Slot, 0,107 | het geheim van zijn liefde gered heeft, en om zijn voortdurende
991 VII, 2,97 | vervallen tot een ongeschikt en gereduceerd schema, dat de speculatieve
992 VI, 1,68 | minder door voorschriften geregeld dan in het oude verbond.
993 V, 1,55 | evenzeer te herkennen aan het geringe respect dat men voor de
994 V, 2,61 | constateren, dat aan een geringere waardering niet alleen van
995 VI, 1,67 | autonomie ook maar in het geringste aan te tasten. 90 ~Op gelijke
996 VII, 1,87 | wordt op basis van haar geschiktheid voor een bepaalde periode
997 IV, 1,42 | rol van het filosofisch geschoolde verstand nog gewichtiger.
998 Slot, 0,105 | zonder deemoed, studie niet geschraagd door goddelijke genade,
999 VI, 1,74 | als grote filosofen en ons geschriftren hebben nagelaten van zo
1000 IV, 1,38 | maatschappelijke stand en geslacht, vanaf het begin de gelijkheid
|