103-binde | binne-gesla | gespr-nauwk | navol-schip | schit-vii-x | viii-zwakk
bold = Main text
Chapter, Paragraph, Number grey = Comment text
1001 VI, 2,77 | theologie de filosofie nodig als gesprekspartner, om de begrijpbaarheid en
1002 IV, 1,38 | persoonlijke ontmoeting, die de gesprekspartners zou brengen tot innerlijke
1003 VI, 2,75 | wijsbegeerte innam toe zij gestalte kreeg in de geschiedenis
1004 III, 2,33 | voorstelden. ~Uit het tot nog toe gestelde komt naar voren, dat de
1005 II, 1,16 | wanneer hij met een juist gestemd hart zijn zoeken kadert
1006 VII, 1,85 | overlevering die de voorbije tijden gestempeld heeft, alsook de ononderbroken
1007 VII, 1,81 | dikwijls wetenschappelijk gestempelde opvattingen over leven en
1008 IV, 1,40 | die het Avondland kende. gesterkt door zijn persoonlijke levensgeschiedenis
1009 III, 1,24 | verlangen naar U in het hart gestort, dat ze pas vrede hebben,
1010 Slot, 0,106 | afgelegd is vooral in deze eeuw gestoten op doelen, die ons nog steeds
1011 III, 2,31 | getrokken kunnen worden, en getest. Dat belet niet, dat na
1012 II, 1,16 | duidelijke aanwijzingen getoond. Vooral de wijsheidsboeken
1013 III, 2,31 | kritische denken in twijfel getrokken kunnen worden, en getest.
1014 IV, 1,36 | het klassieke denken zich getroost hebben. Zoals wij weten
1015 VII, 2,92 | onveranderlijke leer, waaraan men zich getrouw dient te houden, verdiept
1016 III, 2,32 | inderdaad de betrouwbaarste getuige van de waarheid over het
1017 II, 2,22 | waarin het zichzelf had gevangen. ~
1018 II, 2,22 | verstand werd steeds meer de gevangene van zichzelf. De komst van
1019 VI, 1,71 | levenswijzen. Culturen worden gevoed door het delen van waarden,
1020 VI, 1,69 | gevolg van een toegenomen gevoeligheid voor de relatie tussen geloof
1021 Slot, 0,104 | liefde voor de waarheid gevoerd en met alle nodige prudentie,
1022 III, 1,25 | aanvaarde en in het eigen leven gevolgde waarden waar zijn, omdat
1023 III, 2,32 | Noch het lijden noch de gewelddadige dood zullen hem ertoe kunnen
1024 II, 1,17 | o God, uw gedachten, hoe geweldig is hun aantal! Wilde ik
1025 VI, 2,76 | openbaring. Ze hebben steeds gewerkt op hun eigen terrein en
1026 IV, 1,42 | geschoolde verstand nog gewichtiger. Voor de heilige aartsbisschop
1027 V, 2,57 | aan de wijsbegeerte was gewijd. De grote paus nam de leer
1028 I, 2,14 | problemen, waaruit ik enig gewin kon halen, dan kwamen zij
1029 III, 1,24 | is diep in het mensenhart gezaaid. Daaraan herinnert nadrukkelijk
1030 VII, 2,92 | onenigheden te overwinnen en gezamenlijk de weg in te slaan naar
1031 III, 1,26 | leidt het? Op het eerste gezicht zou het bestaan van de mens
1032 III, 2 | De verschillende gezichten van de waarheid van de mens~
1033 IV, 1,38 | vriendelijk en liefdevol gezind en doen alles om haar deelachtig
1034 III, 2,32 | tussenmenselijke betrekking gezochte waarheden niet primair van
1035 VII, 1,91 | radicaal verlies hebben gezorgd. Op deze wijze zijn irrationele
1036 VI, 1,74 | Jacques Maritain, Étienne Gilson en Edith Stein, en, in een
1037 VI, 2,79 | mogen verliezen. Door de glans die afstraalt van het subsistente
1038 I, 2,14 | een andere keer echter gleed het volledig weg uit mijn
1039 VII, 2,93 | dat zal uitmonden in zijn glorierijke opstanding en verheffing
1040 II, 1,16 | heengaat; die door haar ramen gluurt en aan haar deuren staat
1041 IV, 1,37 | cultuurwereld, zoals bijvoorbeeld de gnosis, bij hen opriepen. Als praktische
1042 VII, 2,92 | katholieke en apostolische godsdienst liefhebben, en dat deze
1043 III, 2,30 | en die de verschillende godsdiensten in hun tradities als antwoord
1044 Slot, 0,105 | werkzaamheid gescheiden van godsdienstigheid, leren zonder liefde, intelligentie
1045 Slot, 0,102(124)| Concilie, Verklaring over de Godsdienstvrijheid Dignitatis humanae, nrs.
1046 IV, 1,36 | goddelijke transcendentie. ~De godsvoorstellingen van de mensen te reinigen
1047 V, 2,58 | denken, dat tot dan toe goeddeels onbekend was geweest; en
1048 III, 1,24 | herinnert nadrukkelijk ook de Goede-Vrijdagsliturgie, wanneer ze ons in het gebed
1049 I, 1,7 | markeert: “God heeft in zijn goedheid en wijsheid besloten, Zichzelf
1050 Inl, 0,5 | beweging die zich als een golf naar boven en naar beneden
1051 IV, 2,43(45) | I, 1, 8 ad 2: “cum enim gratia non tollat naturam, sed
1052 V, 1,52(61) | 1857), DS 2828-2831; Breve Gravissimas inter (11 december 1862),
1053 VII, 1,83 | de wijsbegeerte in haar greep heeft, en om aldus verschillende
1054 V, 1,54(66) | encycliek Pascendi Dominici gregis (8 september 1907): ASS
1055 VI, 1,74 | onder wie tenminste de H. Gregorius van Nazianze en de H.Augustinus
1056 VII, 1,88 | visie te propageren die nu grenzeloos lijkt, gegeven zijn ingang
1057 VI, 1,72 | door de inculturatie in het Grieks-Latijnse denken. Afzien van een dergelijk
1058 III, 2,31 | instinctief gelooft. Persoonlijke groei en rijping maken echter,
1059 IV, 3,46 | wetenschappelijk onderzoek groeide een positivistische denkwijze,
1060 III, 2,31 | leven. Hij wordt geboren en groeit op in een gezin, om later
1061 V, 2,58 | de 20ste eeuw een sterke groep denkers ter beschikking,
1062 V, 1,55 | afzonderlijke personen of groepen betreffen, maar om opvattingen
1063 VII, 2,96 | denken laat zien dat bepaalde grondbegrippen doorheen de ontwikkeling
1064 VII, 1,90 | gaan beide ellendig ten gronde. 106 ~
1065 I, 2,13 | hulp. Ze dienen ertoe om grondiger naar de waarheid te zoeken
1066 Inl, 0,5 | vragen over de zin en de grondoorzaak van het menselijke, persoonlijke
1067 II, 1,18 | dat het verstand enkele grondregels in acht moet nemen om zijn
1068 VII, 1,87 | en culturele context. De grondstelling van het historicisme luidt
1069 Inl, 0,3 | in onze dagen aanwezige grondvorm van wijsgerige kennis zelfs
1070 Inl, 0,1 | hetzelfde ogenblik dezelfde grondvragen opdoken, die de gang van
1071 V, 1,49 | hiervan bewust is als van haar grondwet, moet ook de eisen en inzichten
1072 I, 2,14 | zo was, zou men zich iets groters dan U kunnen voorstellen,
1073 IV, 3,45 | het geloof meer ruimte te gunnen ofwel echter om elke van
1074 IV, 1,38 | heeft men haar terecht haag en muur van de wijnberg
1075 VI, 1,70 | joden en heidenen), en haalde door zijn sterven de scheidingswand
1076 IV, 3,47 | de waarheid omwille van haarzelf te willen zoeken, en als
1077 IV, 2,44(48) | Sapientia autem per infusionem habetur, unde inter septem dona
1078 I, 2,15 | redi. In interiore homine habitat veritas“ [Ga niet naar buiten,
1079 IV, 2,44(48) | Vgl. I, 1, 6: “Praeterea, haec doctrina per studium acquiritur.
1080 IV, 1,41(40) | De Praescriptione Haereticorum, VII, 9: SC 46, 98: “Quid
1081 VII, 1,83 | stap. We kunnen onmogelijk halt houden bij de ervaring alleen;
1082 V, 2,60 | de studenten vooral een handreiking krijgen tot een degelijke
1083 VI, 1,72 | moet hij een rij criteria hanteren. Het eerste is de universaliteit
1084 V, 2,57 | de wijsbegeerte dat zij harmonieert met de eisen van het geloof.
1085 V, 2,63 | noodzakelijk acht om weer een harmonieuze en effectieve relatie tussen
1086 VII, 1,81 | de mens en verschaft een harmoniserende uitleg van alles wat hij
1087 Slot, 0,104 | vernieuwing van de mensheid ter harte gaat, zelfs wanneer zij
1088 V, 1,54 | beschermen en haar in de harten van de mensen te planten,
1089 II, 1,16 | geïnspireerde schrijver de hartenwens naar kennis een kenmerk
1090 Slot, 0,108 | der Wijsheid, een veilige haven zijn voor allen die hun
1091 Slot, 0,108(132)| Hè noerá tès pisteoos tràpeza“:
1092 III, 1,24 | Almachtige, eeuwige God, U hebt de mensen een zo diep verlangen
1093 Slot, 0,101(123)| van bewust zijn dat hij in hechte vereniging is met de zending
1094 VII, 1,87 | zonder betekenis voor het heden. Men mag daarentegen niet
1095 II, 1,16 | op de loer ligt waar zij heengaat; die door haar ramen gluurt
1096 V, 2,60 | persoon. Zijn waardigheid en heerschappij over de rest van de schepping
1097 I, 2,13 | het christendom. Daarin heet het vooral dat het geloof
1098 Inl, 0,5 | staat was, de blik omhoog te heffen om het avontuur aan te gaan,
1099 I, 2,13 | brood.” 17 ~De geloofskennis heft het mysterie dus niet op:
1100 V, 1,52(62) | Heilige Congregatie van het Heilig Officie, Decreet Errores
1101 III, 1,24 | Toen ik rondliep en uw heiligdommen bezichtigde, trof ik ook
1102 VI, 1,70 | maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God” (
1103 VI, 1,66 | maar ook en vooral door de heilsbetekenis van deze uitspraken voor
1104 I, 1,9 | verlicht en geleid, in de heilsboodschap de ‘volheid van de genade
1105 II, 2,22 | komst van Christus was de heilsgebeurtenis, die het verstand uit zijn
1106 I, 1,10 | Jezus gericht en daarbij het heilskarakter van Gods openbaring in de
1107 Inl, 0,2(1) | toegankelijk te maken in haar volle heilskracht, haar schittering, in haar
1108 IV, 1,38 | de christelijke waarheid heilswaarde bezit, elk van deze wegen
1109 I, 1,11 | 3, 34), en volbrengt het heilswerk dat de Vader Hem te doen
1110 VII, 1,88 | het heeft veroorzaakt. ~Helaas, zo moet men vaststellen,
1111 VI, 1,74 | context, figuren als John Henry Newman, Antonio Rosmini,
1112 VII, 1,82 | geloof, werd uitdrukkelijk herbevestigd door Vaticanum II: “De rede
1113 V, 2,60 | Deze voorschriften zijn herhaald en ontwikkeld in een aantal
1114 IV, 1,36 | Areopaag had gehouden, heeft herhaalde toespelingen op populaire
1115 Inl, 0,4 | vervallen in de monotonie van de herhaling en zeer spoedig zou hij
1116 III, 1,24 | mensenhart gezaaid. Daaraan herinnert nadrukkelijk ook de Goede-Vrijdagsliturgie,
1117 IV, 1,36 | bijgeloof werden als zodanig herkend en de religie werd door
1118 V, 1,55 | fideïsme zijn evenzeer te herkennen aan het geringe respect
1119 Inl, 0,6 | zij haar volle waardigheid herkrijgen en ontplooien kan. Nog een
1120 VII, 1,88 | gebracht, maar nu zien we haar herleven in de nieuwe vermomming
1121 VII, 2,95 | Maar de toepassing van een hermeneutiek die openstaat voor de aanspraak
1122 VII, 1,85 | filosofisch onderzoek. Daarom herneem ik wat de pausen sedert
1123 V, 2,59 | geloof in het licht van een hernieuwd verstaan van het morele
1124 Slot, 0,105 | de waarheid ten volle te herontdekken en te verwoorden, om zó
1125 VII, 2,98 | dat de wijsbegeerte wordt herontdekt voor het geloofsverstaan
1126 V, 2,61 | vervangen. Tenslotte mag men de herontdekte belangstelling voor de inculturatie
1127 IV, 2,43 | aristotelische filosofie herontdekten, had hij de grote verdienste
1128 III, 2,32 | instemming met de waarheid te herroepen, die hij in de ontmoeting
1129 VII, 1,81 | allereerst haar wijsheidsdimensie hervinden, als een zoektocht naar
1130 III, 2,31 | dankzij nadere overwegingen “herwonnen” worden. Desondanks zijn
1131 VII, 2,97 | begin van deze eeuw, volgens hetwelk de geloofswaarheden alleen
1132 VII, 1,82(99) | H. Bonaventura, Coll. in Hex., 3, 8, 1. ~
1133 V, 2,62 | methode geleid tot ernstige hiaten in zowel de priestervorming
1134 VII, 2,92(109) | mens. De heilige Geest moet hierbij de hoogste Leider van de
1135 I, 2,13(15) | Concilie, waarnaar het citaat hierboven verwijst, leert dat de geloofsgehoorzaamheid
1136 IV, 1,41 | en het absolute. ~Precies hierin schuilt het door de Kerkvaders
1137 VII, 2,93 | zich uitdrukt. In samenhang hiermee doen zich tegenwoordig veel,
1138 IV, 1,41(40) | 98: “Quid ergo Atheis et Hierosolymis? Quid academiae et ecclesiae?”. ~
1139 IV, 1,40 | Het lukte de bisschop van Hippo om de eerste grote synthese
1140 VII, 1,87 | bepaalde periode, beweren historicisten, is misschien niet waar
1141 VII, 2,94 | neutrale feiten, zoals het historicistische positivisme graag zou willen111.
1142 VII, 1,87 | bepaalde periode en een bepaald historisch doel. Daarom wordt, tenminste
1143 II, 1,16 | haar wordt hij tegen de hitte beschut en onder haar pracht
1144 IV, 1,40 | in zijn werken een grote hoeveelheid materiaal in te brengen,
1145 VII, 1,91 | verschillende terreinen. We hoeven alleen maar de logica te
1146 VI, 2,75 | gebruikt. Dit streven moet, hoewel het ernstig belemmerd wordt
1147 II, 2,22 | vertelt dat God hem in de hof van Eden plaatste, in welks
1148 II, 2,22 | moest zich beroepen op een hoger beginsel. Verblinding door
1149 IV, 1,37 | gemakkelijk met een kennis van hogere, esoterische aard, die slechts
1150 Inl, 0,1 | ook in de gedichten van Homerus en in de tragedies van Euripides
1151 Slot, 0,108(132)| tràpeza“: Pseudo-Epiphanius, Homilie ter ere van de heilige Maria,
1152 I, 2,15 | ipsum redi. In interiore homine habitat veritas“ [Ga niet
1153 Slot, 0,100 | 100. Meer dan honderd jaar na de publicatie van
1154 VII, 1,90 | Want men mag niet over het hoofd zien, dat de veronachtzaming
1155 Slot, 0,103 | Paulus VI tot een van de hoofddoelen van de evangelisering heeft
1156 Slot, 0,106 | hun wetenschap altijd zal hoogachten. In het bijzonder wil ik
1157 V, 2,61 | Kerken heeft, samen met hoogontwikkelde denkvormen, een gamma van
1158 IV, 3,45 | gevolgen van deze scheiding hoorde onder andere ook een groeiende
1159 Inl, 0,5 | alleen bij enkele filosofen, houdingen van een wijdverbreid wantrouwen
1160 VI, 1,70 | medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God” (Ef 2,19). ~In
1161 VI, 1,69 | worden. Anderen daarentegen huldigen, als gevolg van een toegenomen
1162 VII, 2,98 | moraaltheologie deze organische visie huldigt, die noodzakelijkerwijze
1163 Slot, 0,102(124)| Godsdienstvrijheid Dignitatis humanae, nrs. 1-3. ~
1164 IV, 3,46 | vormen van een atheïstisch humanisme, die het geloof presenteerden
1165 III, 1,27 | verwijzingen zijn of kunnen zijn. Hypothesen kunnen de mens fascineren,
1166 IV, 2,44(50) | Ibid., I-II, 109, 1 ad 1, dat een weerklank
1167 III, 2,34 | fundeert en garandeert, is identiek met God die zich als Vader
1168 IV, 1,38 | christendom aan de bevestiging van ieders recht op toegang tot de
1169 II, 2,22 | de gedachten van de mens ‘ijdel’ geworden zijn en hoe hun
1170 I, 2,14 | Terwijl ik dikwijls vol ijver mijn gedachten richtte op
1171 VII, 1,88 | rijk van het irrationele of imaginaire. Niet minder teleurstellend
1172 VII, 1,80 | een kijk op de mens als imago Dei, beeld van God, die
1173 VII, 2,98 | utilitaristisch is. De gewenste ethiek impliceert en veronderstelt een wijsgerige
1174 I, 1,8 | gepresenteerde leer en met inachtneming van de door het Concilie
1175 VI, 1,69 | kan hier wellicht tegen inbrengen dat de theoloog in de huidige
1176 VII, 2,93 | over het mysterie van de incarnatie van Gods Zoon: zijn menswording
1177 IV, 1,42 | rationabiliter comprehendit incomprensibile esse), wie zal dan kunnen
1178 VI, 1,72 | bevonden, zijn er nieuwe inculturatie-taken. Voor onze generatie doen
1179 V, 1,52(60) | Heilige Congregatie van de Index, Decreet Theses contra Traditionalismum
1180 Inl, 0,5 | heeft plaatsgemaakt voor een indifferent pluralisme, dat stoelt op
1181 V, 2,62 | moderne filosofie, zij het indirect. Een tekenend voorbeeld
1182 VII, 2,98 | is niets anders dan een individualistische ethiek op grond waarvan
1183 Inl, 0,6 | gebouwd, wordt vooral dan indringend duidelijk, wanneer men moest
1184 Inl, 0,1 | terwijl bij hem steeds indringender de vraag naar de betekenis
1185 IV, 3,46 | maar een gelegenheid voor indrukken en ervaringen, waarin het
1186 IV, 3,47 | kennis is zij geleidelijk ineengeschrompeld tot een van de vele gebieden
1187 III, 2,31 | persoonlijk de stroom aan informatie kunnen controleren, die
1188 IV, 2,44(48) | acquiritur. Sapientia autem per infusionem habetur, unde inter septem
1189 Inl, 0,5 | te ontwikkelen, die niet ingaan op de radicale vraag naar
1190 V, 2,57 | oogpunt niets aan betekenis ingeboet; dat geldt op de eerste
1191 V, 1,52 | niet pas in de jongste tijd ingegrepen, om haar standpunt tegenover
1192 I, 2,14 | zonder door iets anders ingeperkt te worden dan door haar
1193 III, 2,29 | houdt zijn oorspronkelijke ingeving niet voor nutteloos alleen
1194 III, 2,31 | geboorte bevindt hij zich dus ingevoegd in verschillende tradities,
1195 VI, 1,71 | bevrijding van elke door de zonde ingevoerde wanorde en tegelijk een
1196 VII, 2,96 | generis. 112 ~Het is een ingewikkeld probleem om te overdenken,
1197 V, 1,54 | leergezag van de Paus70 ingrijpen, om nadrukkelijk te wijzen
1198 V, 1,51 | van het verstand met hun inherente en historische grenzen moeilijk
1199 III, 2,32 | relatie tussen personen inhoudt en niet slechts de persoonlijke
1200 VII, 1,81 | nuttigheidsdoel, dan zou ze spoedig inhumaan kunnen blijken en zelfs
1201 Inl, 0,5 | Aansluitend aan soortgelijke initiatieven van mijn voorgangers wil
1202 VI, 1,72 | culturele traditie zich moeten inkapselen in haar anders-zijn en zich
1203 VI, 2,75 | positie die de wijsbegeerte innam toe zij gestalte kreeg in
1204 VII, 1,83 | alleen; ook als deze de innerlijkheid van de mens en zijn spiritualiteit
1205 III, 2,30 | waarmee hij zijn leven inricht. Hij vormt zich op de een
1206 V, 1,52(57) | 176-179; Urbanus VIII, Inscrutabilis iudiciorum (1 april 1631):
1207 Slot, 0,105 | Ze moeten zich ten volle inspannen om hun werk uit te voeren
1208 VII, 1,85 | deze traditie en er hun inspiratie uit kunnen putten, zullen
1209 V, 2,60 | antropologie en daarmee ook een inspiratiebron voor de wijsbegeerte vormt.
1210 Inl, 0,3 | internationale wetgevingen inspireren bij de regeling van het
1211 Slot, 0,108 | juist zoals Maria, toe zij instemde met het woord van Gabriël,
1212 III, 2,31 | waarheden, waaraan hij bijna instinctief gelooft. Persoonlijke groei
1213 VII, 1,89 | een genomen worden door institutionele organen. Bovendien wordt
1214 V, 2,60(84) | Opvoeding , Ratio Fundamentalis Institutionis Sacerdotalis (6 januari
1215 Inl, 0,4 | ook als het zonder enige instrumentalisering in zijn volheid wordt erkend,
1216 VII, 2,94 | oorspronkelijk betekenis intact laat. Er bestaat daarom
1217 IV, 1,42 | daarvan, ook al kan zijn intellect niet doordringen tot de
1218 IV, 2,43 | problemen tegemoet ging, de intellectuele rationaliteit van iemand
1219 II | Hoofdstuk II~Credo Ut Intellegam~
1220 III | Hoofdstuk III~Intellego Ut Credam~
1221 I, 1,8 | van het geloofsinzicht, intelligentia fidei, door de eeuwen voortgezet,
1222 I, 2,15 | ire, in te ipsum redi. In interiore homine habitat veritas“ [
1223 I, 2,13 | zich in het kader van de interpersoonlijke communicatie. Ze zet het
1224 VI, 1,65 | correcte en consistente interpretaties ervan te formuleren. ~
1225 VII, 2,96(112) | Theologische Commissie, Document Interpretationis Problema (oktober 1989):
1226 IV, 1,38 | ware wijsbegeerte” 33 en interpreteerde hij de wijsbegeerte naar
1227 VII, 2,94 | bronnen die de theologie interpreteert allereerst een betekenis
1228 IV, 3,48 | over persoonlijkheid en intersubjectiviteit, over vrijheid en waarden,
1229 VII, 1,80 | zijn hoogtepunt. Want de intiemste essentie van God en van
1230 I, 2,13 | staat het ons toe in de intimiteit van het mysterie binnen
1231 VII, 2,92 | geenszins een aanmoediging tot intolerantie; integendeel, het is de
1232 II, 1,16 | naast haar opzet en zijn intrek neemt op een plek waar het
1233 V, 1,55(72) | licht van de rede doorgronde intrinsieke waarheid van de dingen,
1234 VII, 1,81 | tot een steeds diepere ‘introvertheid’ die is opgesloten binnen
1235 IV, 3,47 | volledige bijrol gedrongen. Intussen zijn andere vormen van rationaliteit
1236 III, 1,24(22) | desiderando quaererent et inveniendo quiescerent”: Missale Romanum ~
1237 V, 2,58 | theologische problemen. De invloedrijkste katholieke theologen van
1238 II, 1,16 | God. Het geloof scherpt de inwendige blik doordat het de rede
1239 IV, 2,44 | haar universaliteit zeer inzichtelijk. Het leergezag van de Kerk
1240 I, 2,13 | op: ze maakt het alleen inzichtelijker en openbaart het als een
1241 I, 2,15 | kennis van het ware wordt, inzoverre hij nog in staat is de blik
1242 II, 1,16 | zoals dat geldt voor de Ionische wijsgeren of de Egyptische
1243 I, 2,15 | Noli foras ire, in te ipsum redi. In interiore homine
1244 I, 2,15 | beroemde gedachte: “Noli foras ire, in te ipsum redi. In interiore
1245 IV, 1,37 | in het bijzonder de H. Irenaeus en Tertullianus, van hun
1246 V, 1,56 | uitdaagt om uit elk mogelijk isolement te treden en voor alles
1247 II, 1,16 | minder begreep de goede Israëliet zijn kennis op de wijze
1248 Slot, 0,105 | in de inleiding tot zijn Itinerarium Mentis in Deum de lezer
1249 V, 1,52(57) | Urbanus VIII, Inscrutabilis iudiciorum (1 april 1631): Bullarium
1250 V, 1,52(59) | Ludovico Eugenio Bautain iussu sui Episcopi subscriptae (
1251 IV, 2,44 | van boven’, zoals de H. Jacobus het uitdrukt. Zo is ze ook
1252 VI, 1,74 | Newman, Antonio Rosmini, Jacques Maritain, Étienne Gilson
1253 Slot, 0,106(131)| 600ste verjaardag van de Jagiellonica Universiteit (8 juni 1997),
1254 VII, 1,82 | bepaalde teksten van St. Jan of St. Paulus begreep als
1255 VII, 1,90(106) | op het woord uit het St.-Jansevangelie: “Jullie zullen de waarheid
1256 VII, 2,92(109) | schreef ik als commentaar op Jn 16, 12-13: ‘Jezus presenteert
1257 VII, 1,84(103) | Lateranen, De Errore Abbatis Joachim, II: DS 806. ~
1258 III, 1,26 | provocerende vragen in het boek Job, om aan de zin van het leven
1259 VI, 1,74 | westerse context, figuren als John Henry Newman, Antonio Rosmini,
1260 V, 2,59 | aangeknoopt hadden bij de jongere denkrichtingen en daarbij
1261 IV, 2,43 | dialoog met het Arabische en Joodse denken van zijn tijd kon
1262 VI, 1,71 | bewoners van Mesopotamië, Judea en Cappadocië, van Pontus
1263 VII, 2,97(114) | Decreet Lamentabili (3 juli 1907), nr.26: ASS 40 (1907),
1264 IV, 1,38 | onderscheiding - moet de H. Justinus genoemd worden: ofschoon
1265 VII, 2,96(113) | deformeren of veranderen”: K. Congregatie voor de Geloofsleer,
1266 VI, 2,76 | deze aanmatiging aan de kaak gesteld. Met de deemoed
1267 II, 1,16 | gestemd hart zijn zoeken kadert in het raam van het geloof.
1268 II, 1,16 | die dichtbij haar woning kampeert en zijn tentpin in haar
1269 III, 1,24 | verstand zijn geworden tot kanalen waarin hij zijn verlangende
1270 IV, 1,38 | eerder een storing dan een kans toe. Voor hen was de eerste,
1271 V, 1,55 | vertonen. Van verschillende kanten is daaromtrent sprake van
1272 V, 1,52 | die tekst vervatte leer karakteriseerde krachtig en positief het
1273 Inl, 0,1 | van het menselijke bestaan karakteriseren: Wie ben ik? Waar kom ik
1274 Slot, 0,106 | Deze waarden vormen de karakteristieke en onmisbare uitdrukking
1275 IV, 3,46 | vormen. Tegen dit denken keerden zich verschillende in filosofische
1276 V, 1,53 | basiscriterium van de natuurlijke kenbaarheid van het bestaan van God,
1277 VII, 2,98 | voor het menselijk verstand kenbare universele waarheid over
1278 IV, 1,40 | blijven, die het Avondland kende. gesterkt door zijn persoonlijke
1279 IV, 1,40 | weliswaar het na te streven doel kenden, maar niets wilden weten
1280 II, 1,16 | hartenwens naar kennis een kenmerk dat alle mensen verenigt.
1281 IV, 3,47 | De hedendaagse mens wordt kennelijk steeds meer bedreigd door
1282 V, 1,55(72) | waarheden, die haar eigenlijke (kennis-)object vormen”: ibid., IV:
1283 VII, 2,97 | de openbaring als nieuwe kennisbron, wordt dit perspectief bevestigd
1284 V, 2,60 | degelijke en samenhangende kennisneming van de mens, de wereld en
1285 V, 2,59 | weer anderen legden de kennistheoretische grondslagen voor een nieuwe
1286 III, 2,32 | geloofskennis een onvolmaakte kennisvorm, die zich langzaamaan door
1287 VII, 2,96 | culturen hun universele kenniswaarde houden en daarmee de waarheid
1288 VII, 2,93 | zijn: het begrijpen van de kenosis van God, een waarlijk groot
1289 Slot, 0,101 | op het zegelmerk van de kerkelijkheid123 en op de traditie van
1290 V, 2,61 | Vooral het leven van de jonge Kerken heeft, samen met hoogontwikkelde
1291 IV, 1,40 | vermelding verdienen in dit kersteningswerk van het Platoonse en neo-Platoonse
1292 VII, 1,89 | die bij het maken van haar keuzes, theoretische beschouwingen
1293 VI, 2,76 | wijsgeren zoals Pascal en Kierkegaard hebben deze aanmatiging
1294 VII, 2,98 | het juiste, hier en nu te kiezen gedrag; men kwam ertoe,
1295 VII, 1,80 | bijbel spreekt bovendien een kijk op de mens als imago Dei,
1296 Inl, 0,2 | zal worden onthuld: “Thans kijken wij in een spiegel en zien
1297 Slot, 0,103 | des te dringender als men kijkt naar de uitdagingen die
1298 VI, 1,71 | beïnvloedt haar. Hij is tegelijk kind en vader van de cultuur
1299 II, 1,19 | waarnaar hij in deze context klaarblijkelijk verwijst, verklaart hij,
1300 III, 2,33 | oprechte vriendschap. Een klimaat van verdenking en wantrouwen,
1301 VI, 1,72 | de geest bevrijdt van de kluisters van tijd en ruimte. De dynamiek
1302 II, 2,23 | van het bestaan. Het ware knooppunt dat de wijsbegeerte uitdaagt
1303 III, 1,24 | om naar het oneindige te koersen. De mens heeft op verschillende
1304 III, 2,29 | bijbehorende antwoorden koestert. Het zijn antwoorden van
1305 IV, 1,37 | speculeren, wanneer hij de Kolossenzen waarschuwt: “Past op, dat
1306 II, 2,22 | dat ze zonder de van God komende kennis konden. In hun oer-ongehoorzaamheid
1307 II, 2,22 | gevangene van zichzelf. De komst van Christus was de heilsgebeurtenis,
1308 II, 1,17 | verhullen, maar de eer van de koning is het, een zaak uit te
1309 V, 1,54 | zelfs in valse opinies een korreltje waarheid verborgen ligt,
1310 VII, 1,86 | het gepast is om -zij het kort- daarop in te gaan, teneinde
1311 III, 2,30 | alleen beperken tot de soms kortstondige waarheden van de beroepsfilosofen.
1312 IV, 1,36 | niet anders dan de meeste kosmische religies, polytheïstisch.
1313 II, 2,21 | grenzen van het verstand kost. Dat blijkt bijvoorbeeld
1314 V, 1,52 | vervatte leer karakteriseerde krachtig en positief het filosofische
1315 Slot, 0,106(131)| tot de Universiteit van Krakow bij de 600ste verjaardag
1316 V, 2,58 | scholastieke schrijvers kregen een nieuwe impuls. Historische
1317 VI, 1,71 | zijn, joden en proselieten, Kretenzers en Arabieren, we horen hen
1318 II, 1,19 | der elementen, (...) de kringloop van de jaren en de positie
1319 V, 2,62 | dialoog onthoudt of juist kritiekloos iedere filosofie aanneemt.
1320 Slot, 0,108 | september, het feest van de Kruisverheffing, in het jaar 1998, het twintigste
1321 VI, 2,75 | geloof en wijsbegeerte, kun je verschillende filosofische
1322 Inl, 0,1 | ik heen? Waarom is er het kwade? Wat zal er na dit leven
1323 III, 2,29 | stellen dat ieder van ons de kwellende last van enkele existentiële
1324 IV, 1,40 | belofte van kennis deden en lachten over de gelovigheid, en
1325 V, 1,49 | om in te grijpen, om de lacunes van een falend filosofisch
1326 V, 1,54 | immanentistische aard ten grondslag lagen. 66 Ook de betekenis die
1327 VII, 2,97(114) | het H. Officie, Decreet Lamentabili (3 juli 1907), nr.26: ASS
1328 VI, 1,72 | gedachten gaan spontaan naar de landen van het Oosten, die zo rijk
1329 III, 2,32 | onvolmaakte kennisvorm, die zich langzaamaan door het persoonlijk gewonnen
1330 Inl, 0,1 | geschriften van Confucius en Lao-Tse alsook in de verkondiging
1331 IV, 3,45 | onderzoeksgebieden. Vanaf de late Middeleeuwen verkeerde het
1332 V, 1,55 | worden. ~Andere vormen van latent fideïsme zijn evenzeer te
1333 Slot, 0,105 | heeft vastgelegd129 en van latere wetgeving, die duidelijk
1334 III, 1,26 | ervaring van eigen en andermans leed, het zien van zoveel feiten
1335 VII, 2,92(109) | alles wat Christus ‘deed en leerde’ (Hand.1,1). Want het mysterium
1336 VI, 1,70 | gebod van Christus aan de leerlingen om overal heen te gaan, “
1337 IV, 2,43 | door de Kerk steeds als leermeester van het denken gepresenteerd
1338 II, 1,19 | natuur”; als de mens dit boek leest met de middelen die aan
1339 V, 2,59 | idealisme; weer anderen legden de kennistheoretische grondslagen
1340 Inl, 0,5 | ontstaan, die tenslotte ertoe leidden dat het wijsgerige zoeken
1341 VI, 1,73 | een beter begrip daarvan, leiding geboden krijgt en gewaarschuwd
1342 I, 2,15 | christelijke openbaring is de ware leidstér voor de mens tussen de druk
1343 III, 1,27 | toevertrouwt aan het gezag van een leraar. Uit elk van deze verschijnselen
1344 VI, 1,74 | verdienen, en de middeleeuwse leraren met de grote driester van
1345 V, 1,56 | bescheiden doelen te stellen. De les van de geschiedenis van
1346 III, 2,28 | twijfel, onzekerheid of leugen; zulk bestaan zou voortdurend
1347 VII, 1,82 | aan dubbelzinnigheid en leugenachtigheid, de heldere en eenvoudige
1348 III, 1,27 | verschijnselen spreekt steeds de levendige wens om te komen tot de
1349 Slot, 0,106 | diversiteit van zijn levende en levenloze onderdelen met hun complexe
1350 III, 2,33 | en haar te kennen. Deze levensbelangrijke en voor zijn bestaan essentiële
1351 IV, 1,40 | gesterkt door zijn persoonlijke levensgeschiedenis en steunend op een wonderlijke
1352 VI, 1,71 | delen van waarden, en hun levenskracht en bloei danken zij aan
1353 VI, 1,68 | passen op de bijzondere levensomstandigheden van het individu en van
1354 VI, 1,69 | zowel in de verschillende levensopvattingen alsook in de culturen te
1355 Inl, 0,5 | waarheid. Ook sommige oosterse levensovertuigingen maken dit voorbehoud. Daarin
1356 III, 1,27 | culturele tradities of om levensprogramma’s, waar men zich toevertrouwt
1357 IV, 1,37 | Als praktische wijsheid en levensschool kon de wijsbegeerte gemakkelijk
1358 VI, 1,68 | beginselen van een christelijke levenswijze alsook precieze leerstellingen
1359 VI, 1,71 | de uitwisseling van hun levenswijzen. Culturen worden gevoed
1360 V, 1,53 | geloofskennis kan en moet leveren: “Maar ook al staat het
1361 Slot, 0,105 | Itinerarium Mentis in Deum de lezer uitnodigt om ten volle te
1362 V, 1,54(71) | Theologie van de Bevrijding” Libertatis nuntius (6 augustus 1984),
1363 I, 2,13(16) | Feest van het Allerheiligste Lichaam en Bloed van Christus. ~
1364 Slot, 0,108 | In haar zagen zij een lichtend beeld van de ware wijsbegeerte
1365 IV, 1,38 | wijsheid vriendelijk en liefdevol gezind en doen alles om
1366 IV, 1,41 | betrekking tot de openbaring lieten zien. Het besef van de overeenstemmingen
1367 VI, 1,74 | dat zij met recht op één lijn met de meesters van de antieke
1368 Inl, 0,5 | existentiële, hermeneutische of linguïstische zienswijzen te ontwikkelen,
1369 IV, 1,38 | aanvallen ontkracht en de listige aanvallen tegen de waarheid
1370 III, 1,24 | verlangen uitdrukking te geven. Literatuur, muziek, schilderkunst,
1371 II, 1,16 | speurder nazit en op de loer ligt waar zij heengaat;
1372 Inl, 0,4 | denkers haar noemden, orthos logos, recta ratio heten. ~
1373 IV, 1,38 | beticht, “onbeschaafde en lompe” 31 mensen te zijn, blijkt
1374 VII, 1,90 | van alle grondslagen en de loochening van alle objectieve waarheid.
1375 VII, 1,82 | vervolmaken kennis niet loochent. Dit geldt ook voor de oordelen
1376 V, 1,56 | geschiedenis van dit ten einde lopende millennium is, dat dàt de
1377 VII, 1,90 | objectieve waarheid. Helemaal los van het feit dat het strijdig
1378 VI, 1,72 | geweest, mag zij zich niet losmaken van wat zij zich eigen heeft
1379 VII, 1,86 | om gebruik te maken van losse ideeën die uit verschillende
1380 VI, 1,74 | Petr Chaadev en Vladimir N. Lossky. Zeker zouden er andere
1381 IV, 1,41 | werk te vernauwen tot de loutere omzetting van de geloofsinhoud
1382 Inl, 0,4 | het voortkomt en dat het loyaal moet dienen. ~Zo is het
1383 III, 1,24 | 24. De evangelist Lucas vertelt in de Handelingen
1384 Slot, 0,108 | zijn autonomie, wanneer het luistert naar de oproepen van het
1385 V, 2,62 | Francisco Suárez, die zelf op de Lutherse universiteiten van Duitsland
1386 VI, 1,71 | Egypte en het gebied van Lybië naar Cyrene toe, ook de
1387 IV, 1,37 | van de H. Paulus volgend maakten andere schrijvers van de
1388 VII, 1,81 | het dat veel mensen, in de maalstroom van gegevens en feiten waarin
1389 III, 2,33 | bevindt op een naar menselijke maat eindeloze zoektocht: de
1390 Inl, 0,3 | bij de regeling van het maatschappelijk leven. ~
1391 VII, 2,97 | voorbeeld van burgerlijke maatschappijen is opgebouwd, zouden het
1392 III, 2,33(28) | is het antwoord erop de maatstaf voor de diepte waarmee hij
1393 VII, 1,91 | factoren die, wijdverbreid en machtig als ze zijn, hebben laten
1394 Slot, 0,100 | oefent de wijsbegeerte een machtige, zij het niet altijd meteen
1395 V, 2,61 | niet als een onuitgesproken machtiging geïnterpreteerd worden,
1396 IV, 3,45 | wetenschappelijke kennis. De H. Albertus Magnus en de H. Thomas waren de
1397 V, 1,52(59) | Ludovico Eugenio Bautain ex mandato S.Cong.Episcoporum et Religiosorum
1398 VII, 1,86 | overgeven. Een dergelijke manipulatie draagt niet bij aan het
1399 V, 2,61 | fidei alleen maar in de marge te behandelen of zelfs te
1400 VI, 1,74 | Antonio Rosmini, Jacques Maritain, Étienne Gilson en Edith
1401 I, 1,7 | 1Kor 2,7; Rom 16,25-26) markeert: “God heeft in zijn goedheid
1402 IV, 3,46 | aan een logica die op de markt is gebaseerd, maar ook aan
1403 V, 1,54 | opvattingen en methoden uit het marxisme door enkele bevrijdingstheologen
1404 V, 1,54 | katholieke afwijzing van de marxistische filosofie en het atheïstische
1405 IV, 1,40 | werken een grote hoeveelheid materiaal in te brengen, dat, door
1406 VII, 1,80 | iedere vorm van relativisme, materialisme en pantheïsme. ~De fundamentele
1407 VII, 1,80 | een of ander gebrek in de materie afkomstig is, maar een wonde
1408 VII, 2,94 | die door de wonderbare “mede-nederdaling” die de logica van de menswording
1409 Inl, 0,6 | besloten mij zowel tot de medebroeders in het bisschopsambt te
1410 VI, 1,70 | zonder burgerrecht, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten
1411 VI, 1,71 | moedertaal horen: Parthen, Meden en Elamieten, bewoners van
1412 VII, 2,94 | is, die de teksten willen meedelen, zij het binnen de grenzen
1413 IV, 1,42 | zijn tocht ligt: “Want ik meen, dat iemand die iets onbegrijpelijks
1414 II, 1,18 | hoogmoed van degene die meent dat alles de vrucht is van
1415 IV, 1,36 | christelijke verkondiging zich van meet af geconfronteerd met de
1416 IV, 1,37 | de voorzichtige houding melden die andere elementen van
1417 IV, 3,48 | is. Het is een illusie te menen dat het geloof grotere overtuigingskracht
1418 Inl, 0,5 | alles teruggebracht tot mening. Men heeft de indruk van
1419 VII, 1,80 | aantal elementen, die ons een mensbeeld en een visie op de wereld
1420 I, 2,14 | persoonlijkheden van de mensengeschiedenis te hulp, een referentiepunt
1421 III, 1,24 | mens heeft Hij heel het mensenvolk gemaakt om overal op aarde
1422 V, 2,61 | vooral met betrekking tot de ‘menswetenschappen’ is ontstaan. Vaticanum
1423 VII, 1,88 | biedt, is de sciëntistische mentaliteit erin geslaagd velen te laten
1424 Slot, 0,105 | inleiding tot zijn Itinerarium Mentis in Deum de lezer uitnodigt
1425 VII, 2,98 | duidelijk onderstreept. Wat het merendeel van de dringendste ethische
1426 III, 2,32 | betekenisvolle spanning merkbaar: enerzijds schijnt de geloofskennis
1427 VI, 1,71 | draagt iedere cultuur het merkteken van een spanning die op
1428 III, 1,25(23) | Aristoteles, Metaphysica, I, 1. ~
1429 V, 2,62 | invloed van de Disputationes Metaphysicae van Francisco Suárez, die
1430 Slot, 0,100 | machtige, zij het niet altijd meteen duidelijke, invloed uit.
1431 III, 2,34(29) | wanneer het leert: “Het methodisch onderzoek zal, op alle kennisterreinen,
1432 VII, 1,87 | 87. Eclecticisme is een methodische dwaling, maar kan ook opvattingen
1433 VI, 1,65 | licht van een tweevoudig methodologisch beginsel: de auditus fidei
1434 I, 1,10 | Christus, die tegelijk de middelaar en de volheid van de gehele
1435 VII, 1,83 | begrijpen van de openbaring als middelares te functioneren. Het woord
1436 VII, 2,94 | over God, die door God zelf middels de heilige tekst meegedeeld
1437 III, 2,28 | waarheid, ook als hij haar mijdt, altijd zijn bestaan. Want
1438 I, 1,11(9) | Apostolische Brief Tertio Millennio Adveniente (10 november
1439 III, 1,27 | Niemand, de wijsgeer zo min als de gewone mens, kan
1440 V, 1,55 | theologie heeft alsook aan de minachting voor de klassieke wijsbegeerte,
1441 IV, 1,42 | zijn zekerheid niet in het minst aan het wankelen. Want als
1442 Inl, 0,1 | fundamentele waarheid die als minste regel door iedere mens moet
1443 III, 2,29 | en tegelijk in zijn hart minstens het ontwerp van de bijbehorende
1444 VII, 1,86 | ook voor in het retorische misbruik van wijsgerige termen waaraan
1445 Slot, 0,107 | systemen hebben hem er door misleiding van overtuigd, dat hij zijn
1446 II, 2,23 | puur menselijke logica, tot mislukken gedoemd. “Waar is een wijze?
1447 II, 1,18 | loopt hij het gevaar van mislukking en komt hij tenslotte in
1448 III, 2,29 | vinden, en geeft niet op bij mislukkingen. Hij houdt zijn oorspronkelijke
1449 III, 1,24(22) | inveniendo quiescerent”: Missale Romanum ~
1450 IV, 1,37 | benodigde kritische zin missen, om zich heen grijpen. Het
1451 III, 1,24 | Apostelen, dat Paulus op zijn missiereizen naar Athene kwam. De stad
1452 VI, 1,69(92) | nr.15; Decreet over de Missionaire Activiteit van de Kerk Ad
1453 VII, 2,97 | speculatieve helderheid mist. Een christologie bijvoorbeeld,
1454 V, 2,61 | Daar komt bovendien nog het misverstand bij dat vooral met betrekking
1455 II, 2,22 | en hoe hun overwegingen misvormd en verkeerd georiënteerd
1456 V, 1,54 | vaststelde, dat aan het modernisme filosofische overtuigingen
1457 Slot, 0,103 | verklaard. 125 Terwijl ik niet moe word op de urgentie van
1458 Slot, 0,108(132)| ere van de heilige Maria, Moeder van God: PG 43, 493.
1459 VI, 1,71 | van ons hen dan in zijn moedertaal horen: Parthen, Meden en
1460 V, 2,58 | talrijke geleerden brachten moedig de Thomistische overlevering
1461 V, 2,62 | ten zeerste op dat deze moeilijkheden door een zinvolle filosofische
1462 IV, 3,47 | onrechtstreeks. Ze zijn feitelijk of mogelijkerwijs tegen hem gericht. Dit schijnt
1463 Slot, 0,106 | hun complexe atomaire en moleculaire structuren. De weg die zij
1464 I, 2,15 | woord is dichtbij u, in uw mond en in uw hart. U kunt het
1465 Slot, 0,108 | waarheid die de heilige monniken van de christelijke oudheid
1466 IV, 1,42(43) | Idem, Monologion, 64: PL 158, 210. ~
1467 Inl, 0,4 | de mens vervallen in de monotonie van de herhaling en zeer
1468 V, 1,56 | treden en voor alles wat mooi, goed en waar is, iets te
1469 VII, 1,88 | mogelijk is, het daarom ook moreel toelaatbaar is. ~
1470 VI, 1,72 | tijdperk, ook voor de Kerk van morgen, die zich verrijkt zal voelen
1471 Inl, 0,6 | ontplooien kan. Nog een ander motief noopte mij deze overwegingen
1472 IV, 1,38 | het geloofsbegrip en zijn motieven te verdiepen, veronachtzaamden.
1473 II, 1,17 | ander steentje voor dit mozaïek wordt door de Psalmist aangedragen,
1474 IV, 1,38 | men haar terecht haag en muur van de wijnberg genoemd.” 37 ~
1475 III, 1,24 | uitdrukking te geven. Literatuur, muziek, schilderkunst, beeldhouwkunst,
1476 IV, 1,36 | begin af tegen de mythen en mysterieculten noties hadden verwoord die
1477 V, 1,55(72) | nooit “in staat is (deze mysteries) precies zo te doorgronden
1478 I, 2,13 | openbaring tot vandaag toe iets mysterievols blijft. Zeker openbaarde
1479 IV, 3,48 | gevaar te verworden tot mythe respectievelijk bijgeloof.
1480 IV, 1,36 | de mensen te reinigen van mythologische vormen, dat was inderdaad
1481 Slot, 0,102 | te meer bevestigd wordt, naarmate hij zich meer toevertrouwt
1482 I, 1,8 | voortgezet, terwijl het nadacht over de Openbaring in het
1483 IV, 2,43 | zin van deze redelijkheid nader verklaren. Want het geloof
1484 III, 2,31 | opgedane ervaringen of dankzij nadere overwegingen “herwonnen”
1485 I, 1,8 | Concilie verplicht tot de nadrukkelijke vaststelling, dat er buiten
1486 VI, 1,74 | ons geschriftren hebben nagelaten van zo hoge speculatieve
1487 IV, 1,41 | begrenzingen. Ze waren geen naïeve denkers. Juist omdat ze
1488 VII, 2,92 | moet zij de verplichting nakomen, die Vaticanum II haar destijds
1489 VI, 1,74 | Zeker zouden er andere namen genoemd kunnen worden: en
1490 VII, 2,93 | hoofddoel dat de theologie nastreeft is begrip van de openbaring
1491 VI, 1,69 | kritische en algemene geldigheid nastrevende reflectie doen vergeten,
1492 Inl, 0,3 | postulaten die de verschillende nationale en internationale wetgevingen
1493 IV, 2,43(45) | cum enim gratia non tollat naturam, sed perficiat“. ~
1494 IV, 1,37 | die zich beroepen op de natuurmachten van de wereld, niet op Christus” (
1495 IV, 1,36 | zover, dat ze dingen en natuurverschijnselen vergoddelijkte. De pogingen
1496 Slot, 0,106 | te blijven, waarbinnen de natuurwetenschappelijke en technologische resultaten
1497 Slot, 0,106 | woord willen richten tot de natuurwetenschappers, die ons door hun onderzoeken
1498 I, 1,12 | niet meer opgesloten in een nauw begrensd territoriaal en
1499 VII, 2,97 | een dergelijke reductie nauwelijks kunnen vermijden. ~Als de
1500 Inl, 0,2(1) | wij haar liefhebben en zo nauwkeurig mogelijk trachten te begrijpen,
|